EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 16.4.2026
COM(2026) 160 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de rapportage van de lidstaten over kunststofproducten voor eenmalig gebruik en over vistuig krachtens Richtlijn (EU) 2019/904
Evaluatie van de gegevens en informatie die overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu worden gerapporteerd
Inhoudsopgave
1.
Achtergrond en doelstelling van het verslag
2.
Resultaten van de rapportage
Overzicht per post
Post A: Hoeveelheden in de handel gebrachte drinkbekers en voedselverpakkingen
Post B: Maatregelen ter vermindering van de consumptie van drinkbekers en voedselverpakkingen
Post C: Gescheiden inzameling van kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik
Post D: Hoeveelheden kunststofhoudend vistuig dat in de handel wordt gebracht en als afval wordt ingezameld
3.
Organisatie van gegevensverzameling en gegevenskwaliteit
Organisatie van gegevensverzameling
Gegevenskwaliteit
Gegevensbronnen en methoden
Volledigheid
Betrouwbaarheid
Tijdigheid
Consistentie
4.
Aanbevelingen voor verbetering
5.
Conclusies
6.
Bijlagen
Bijlage 1: Maatregelen ter vermindering van consumptie naar categorie en subcategorie (post b))
Bijlage 2: Maatregelen tot vaststelling van kwantitatieve doelstellingen voor vermindering van de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik (post b))
Bijlage 3: Percentage gescheiden ingezamelde kunststoffen flessen (post c)) en bestaande statiegeldregelingen
Bijlage 4: Kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht en gescheiden zijn ingezameld, absolute waarden en waarden per hoofd van de bevolking (post c))
Bijlage 5: Naar materiaal en soort vistuig uitgesplitste gerapporteerde gegevens (post d))
Bijlage 6: Vistuig dat in de handel is gebracht en ingezameld vistuigafval (post d)) relatief aan het tonnage van de visserijvloot per land
Bijlage 7: Instellingen die verantwoordelijk zijn voor de rapportages en rapportagedatums op grond van de SUP-richtlijn
Bijlage 8: Samenvatting van de resultaten van de enquête die in de rapporterende landen is uitgevoerd
Bijlage 9: Gegevensbronnen en methoden
Bijlage 10: Verificatiemethoden en geconstateerde problemen in verband met de nauwkeurigheid
1.Achtergrond en doelstelling van het verslag
Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (de richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik (“SUP-richtlijn”)) heeft drie doelstellingen: i) de negatieve effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu en de menselijke gezondheid voorkomen en verminderen, ii) een circulaire economie bevorderen en iii) bijdragen aan een goed werkende interne markt.
Krachtens artikel 13 van de SUP-richtlijn zijn de lidstaten verplicht om binnen 18 maanden na afloop van het desbetreffende referentiejaar de in tabel 1 vermelde informatie te rapporteren, samen met een kwaliteitscontroleverslag waarin onder meer de voor de berekeningen en gegevensverificatie en -controle gebruikte methoden worden beschreven. De Commissie heeft een reeks uitvoeringsbesluiten genomen tot vaststelling van de methoden en formaten voor zowel de gegevensrapportage als de kwaliteitscontroleverslagen.
Dit verslag bevat een beoordeling van de voor het referentiejaar 2022 overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de SUP-richtlijn gerapporteerde informatie.
De Commissie evalueert de overeenkomstig dit artikel [artikel 13] gerapporteerde gegevens en informatie en publiceert een verslag over de resultaten van de evaluatie. Dit verslag beoordeelt de manier waarop de verzameling van de gegevens en informatie wordt georganiseerd, de gegevens- en informatiebronnen en de in de lidstaten gebruikte methode, alsook de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van die gegevens en informatie. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten. Het verslag wordt opgesteld na de eerste rapportage van de gegevens en informatie van de lidstaten en vervolgens om de bij artikel 12, lid 3 ter, van Richtlijn 94/62/EG voorgenomen termijn.
Voorts bevat het verslag:
·een overzicht van de gerapporteerde gegevens en informatie;
·een beoordeling van de kwaliteit van de gegevens in het licht van de in artikel 13, lid 3, vermelde criteria;
·aanbevelingen over hoe de rapportage in latere jaren kan worden verbeterd.
De analyse die aan dit verslag ten grondslag ligt, is ondersteund door het Europees Milieuagentschap (EEA). Gedetailleerdere analyses zijn te vinden in het uitgebreide verslag (EEA, 2025). Naast de EU-lidstaten bestrijkt dit verslag ook gegevens en informatie die zijn ingediend door landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die behoren tot de Europese Economische Ruimte (Liechtenstein, Noorwegen en IJsland).
2.Resultaten van de rapportage
Deze afdeling bevat de gerapporteerde gegevens per rapportagepost (van post a) tot en met post d) zoals aangegeven in tabel 1), aangevuld met nadere berekeningen van waarden per hoofd van de bevolking en totale waarden. De volledige reeks gerapporteerde gegevens en informatie
is hier beschikbaar
.
De aangeboden informatie moet met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd vanwege de verschillende methoden die door de verschillende landen zijn gebruikt en vanwege problemen in verband met nauwkeurigheid (zie hoofdstuk 3 over gegevenskwaliteit). Vergelijkingen tussen landen (bv. van waarden per hoofd van de bevolking) zijn daarom mogelijk niet erg zinvol. Niettemin zijn voor de landen die over de respectieve post hebben gerapporteerd waarden per hoofd van de bevolking en totale waarden berekend om een beter overzicht van de huidige situatie te geven.
Tabel 1: Rapportageverplichtingen op grond van de SUP-richtlijn
|
Gegevens en informatie
|
In dit verslag aangeduid als
|
Rechtsgrondslag voor de rapportage
|
Referentiejaar
|
Verwachte eerste rapportage door lidstaten
|
Streefcijfer/doelstellingen
|
|
In de handel gebrachte hoeveelheden voor:
— drinkbekers
— voedsel-verpakkingen
|
Post a)
|
Artikel 13, lid 1, punt a), van de SUP-richtlijn: Gegevens over de in deel A van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar in de lidstaat in de handel zijn gebracht, teneinde de in artikel 4, lid 1, bedoelde consumptievermindering aan te tonen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/162 van de Commissie
.
|
2022
|
Eind juni 2024
|
Ambitieuze en aanhoudende vermindering (2022-2026).
Bovendien zullen de gerapporteerde gegevens worden meegenomen in de evaluatie van de SUP-richtlijn, die een beoordeling zal omvatten van de mogelijkheid om bindende doelstellingen voor consumptievermindering voor drinkbekers en voedselverpakkingen in te voeren.
|
|
Maatregelen genomen ter vermindering van de consumptie van:
— drinkbekers
— voedsel-verpakkingen
|
Post b)
|
Artikel 13, lid 1, punt b), van de SUP-richtlijn: Informatie over de maatregelen die de lidstaat voor de toepassing van artikel 4, lid 1, heeft getroffen;
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/162 van de Commissie
.
|
2022
|
Eind juni 2024
|
|
|
Gescheiden inzameling van kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik
|
Post c)
|
Artikel 13, lid 1, punt c), van de SUP-richtlijn: Gegevens over de in deel F van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die elk jaar in de lidstaat gescheiden zijn ingezameld, teneinde aan te tonen dat de in artikel 9, lid 1, bedoelde doelstellingen zijn gehaald.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1752 van de Commissie
.
|
2022
|
Eind juni 2024
|
Tegen 2025: 77 %
Tegen 2029: 90 %
(alle in gewichtsprocenten)
|
|
Kunststofhoudend vistuig:
— in de handel gebrachte hoeveelheden
— als afval ingezamelde hoeveelheden
|
Post d)
|
Artikel 13, lid 1, punt d), van de SUP-richtlijn: Gegevens over kunststofhoudend vistuig dat in de handel is gebracht en over het jaarlijks in de lidstaat ingezamelde vistuigafval.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/958 van de Commissie
.
|
2022
|
Eind juni 2024
|
Geen doelstellingen, maar de lidstaten met mariene wateren zijn met ingang van 1 januari 2025 verplicht hun jaarlijkse nationale inzamelingspercentages met betrekking tot kunststofhoudend vistuigafval voor recycling vast te stellen. Bovendien zullen de in 2024 (voor 2022) gerapporteerde gegevens de grondslag leggen voor een beoordeling van mogelijke verdere maatregelen op basis van de evaluatie van de SUP-richtlijn, met inbegrip van mogelijk bindende inzamelingspercentages voor vistuigafval.
|
|
Gehalte aan recyclaat in kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik
|
Post e)
|
Artikel 13, lid 1, punt e), van de SUP-richtlijn: Informatie over het gehalte aan recyclaat in drankflessen dat in deel F van de bijlage is opgenomen, teneinde aan te tonen dat de in artikel 6, lid 5, bedoelde doelstellingen zijn gehaald.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2683 van de Commissie
.
|
2023
|
Eind juni 2025
|
Tegen 2025: 25 % voor van PET gemaakte kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik.
Tegen 2030: 30 % voor alle kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik.
|
|
Afval na consumptie van filters voor tabaksproducten
|
Post f)
|
Artikel 13, lid 1, punt f), van de SUP-richtlijn: Gegevens over het afval na consumptie van de in deel E, afdeling III, van de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik dat is ingezameld overeenkomstig artikel 8, lid 3.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2267 van de Commissie
.
|
2023
|
Eind juni 2025
|
—
|
Overzicht per post
Voor 2022 hebben 29 landen gegevens en informatie zoals bedoeld in de SUP-richtlijn gerapporteerd (alle EU-lidstaten en twee EER-/EVA-landen). De belangrijkste resultaten daarvan zijn uiteengezet in tabel 2.
Tabel 2: Overzicht resultaten per rapportagepost voor EU-lidstaten van de EU voor 2022.
|
|
In de handel gebracht
(post a))
|
Maatregelen ter vermindering van consumptie
(post b))
|
|
Drinkbekers en voedselverpakkingen
(posten a) en b))
|
Op basis van gewicht (gegevens van 20 EU-lidstaten):
·152 037 ton kunststoffen van drinkbekers (0,46 kg per hoofd van de bevolking)
·524 003 ton van voedselverpakkingen (1,60 kg per hoofd van de bevolking)
Op basis van het aantal producten (gegevens van 11 EU-lidstaten):
·17 miljard drinkbekers (97 per hoofd van de bevolking)
·111 miljard voedselverpakkingen (636 per hoofd van de bevolking)
|
·Economische instrumenten (27 EU-lidstaten)
·Bewustmaking (25 EU-lidstaten)
·Bevordering van duurzame alternatieven (25 EU-lidstaten)
·Kwantitatieve doelstellingen voor vermindering van drinkbekers en voedselverpakkingen die in de handel worden gebracht (14 lidstaten)
|
|
|
In de handel gebracht
|
Gescheiden inzameling
|
|
Drankflessen
(post c))
|
2,54 miljoen ton (5,7 kg per hoofd van de bevolking) (gegevens van 27 EU-lidstaten);
|
1,8 miljoen ton, hetgeen neerkomt op een totaal percentage gescheiden inzameling van 71 % (gegevens van 26 EU-lidstaten); doelstelling voor 2025: 77 %)
|
|
Vistuig (post d))
|
22 900 ton (gegevens van 23 EU-lidstaten);
|
7 500 ton, hetgeen neerkomt op een totaal inzamelingspercentage van 32,7 % (gegevens van 20 EU-lidstaten).
|
Post A: Hoeveelheden in de handel gebrachte drinkbekers en voedselverpakkingen
Van de 27 landen (25 EU-lidstaten en 2 EER-/EVA-landen) die de hoeveelheden in de handel gebrachte drinkbekers en voedselverpakkingen hebben gerapporteerd, hebben 15 landen alleen gewichtsprocenten, 6 alleen het aantal producten en 6 beide gerapporteerd. Geen enkel land heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid om deze hoeveelheid aan te passen vanwege de overbrenging naar en uit andere lidstaten of niet-EU-landen.
De gerapporteerde waarden zijn uiterst variabel in de verschillende landen naargelang product, meeteenheid (gewicht aan kunststoffen in producten en het totale gewicht van producten) en rapportagemodaliteit (op basis van gewicht of op basis van aantal producten). Voor de op gewicht gebaseerde waarden (figuur 1 a)) is in totaal 526 482 ton kunststoffen uit voedselverpakkingen (waarvan 524 003 ton uit EU-lidstaten afkomstig was) en 152 290 ton drinkbekers (152 037 uit EU-lidstaten) gerapporteerd als “in 2022 in de handel gebracht”. Dit komt overeen met 1,60 kg kunststoffen uit voedselverpakkingen en 0,46 kg kunststoffen uit drinkbekers per hoofd van de bevolking (deze waarden zijn ook van toepassing op de subset met alleen EU-lidstaten). Het totale gewicht, met inbegrip van niet-kunststofonderdelen, was 637 456 ton uit voedselverpakkingen (waarvan 634 744 ton uit EU-lidstaten afkomstig was) en 218 469 ton uit drinkbekers (waarvan 218 092 ton uit EU-lidstaten afkomstig was). Voor producten die gedeeltelijk van kunststoffen zijn gemaakt, was het gemiddelde gehalte aan kunststoffen (gemiddeld over de EU- en EER-/EVA-landen) 27,8 % van het totale gewicht voor drinkbekers, en bijna 30 % voor voedselverpakkingen (deze waarden zijn bijna identiek voor de subset met alleen EU-lidstaten). De waarden voor voedselverpakkingen werden sterk beïnvloed door een klein aantal landen dat zeer hoge cijfers rapporteerde (zie figuur 2 en figuur 3). In totaal vertegenwoordigen de gerapporteerde hoeveelheden 7,9 % van het volume van het kunststof verpakkingsafval dat in die landen wordt geproduceerd.
In aantal producten (figuur 1 b) zijn 17,3 miljard drinkbekers (waarvan 17 miljard uit EU-lidstaten afkomstig was) en 111,1 miljard voedselverpakkingen (waarvan 111,06 afkomstig uit EU-lidstaten) gerapporteerd als “in 2022 in de handel gebracht”. Deze totale cijfers komen overeen met 95,9 drinkbekers (97 voor EU-lidstaten) en 616,7 voedselverpakkingen (636 voor EU-lidstaten) per hoofd van de bevolking. 88,5 % (88,8 % voor EU-lidstaten) van het totale aantal waren producten die volledig van kunststoffen zijn gemaakt.
Figuur 1: Kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik die in 2022 in de EU in de handel zijn gebracht, totale absolute waarden op basis van gewicht (a) en op basis van het aantal producten (b).
Opmerking: Figuur 1 a) is gebaseerd op gegevens uit 20 EU-lidstaten. Figuur 1 b) is gebaseerd op gegevens uit 11 EU-lidstaten. Zie uitsplitsing per land in figuur 2.
Figuur 2: Kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik die in 2022 in de handel zijn gebracht (voor EU-lidstaten en EER-/EVA-landen), absolute waarden per land op basis van gewicht (a) en waarden per hoofd van de bevolking (b). Landen die in de grafiek ontbreken, hebben geen gegevens op basis van deze benadering gerapporteerd.
Figuur 2 a) geeft de door de landen gerapporteerde gegevens weer en figuur 2 b) de waarden per hoofd van de bevolking, met significante verschillen tussen de landen.
Opmerking: * EER-/EVA-landen.
Figuur 3: Kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik die in 2022 in de handel zijn gebracht (voor EU-lidstaten en EER-/EVA-landen), absolute waarden per land op basis van het aantal producten (a) en waarden per hoofd van de bevolking (b). Landen die in de grafiek ontbreken, hebben geen gegevens op basis van deze benadering gerapporteerd.
Figuur 3 geeft gegevens weer die zijn gerapporteerd op basis van het aantal producten, in absolute hoeveelheden (a) en waarden per hoofd van de bevolking (b).
Opmerking: * EER-/EVA-landen.
Post B: Maatregelen ter vermindering van de consumptie van drinkbekers en voedselverpakkingen
Het rapportagemodel bevatte een lijst van naar categorie en subcategorie ingedeelde maatregelen, en aan de landen is gevraagd te vermelden welke van deze maatregelen zij hebben toegepast. Alle landen hebben verklaard economische instrumenten te hebben gebruikt, en de meeste hebben aangegeven dat zij maatregelen hadden genomen ter vergroting van het bewustzijn en ter bevordering van duurzame alternatieven (figuur 4). De meeste landen hebben voor drinkbekers en voedselverpakkingen dezelfde maatregelen gerapporteerd.
Figuur 4: Aantal landen waar in 2022 maatregelen ter vermindering van de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik van kracht waren (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen).
De maatregelen zijn vaak gekoppeld aan beleidsmaatregelen inzake verpakkingen of aan de uitvoering van de SUP-richtlijn. Sommige gerapporteerde maatregelen worden later van kracht en worden nog niet in dit verslag weergegeven.
De subcategorieën van maatregelen die vaak werden gerapporteerd, waren: i) verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (20 EU-lidstaten), ii) campagnes om het bewustzijn over negatieve effecten op het milieu te vergroten (21 EU-lidstaten), iii) bevordering van duurzame alternatieven voor deze kunststofproducten voor eenmalig gebruik (bv. herbruikbare voedselverpakkingen) (19 EU-lidstaten), iv) verplichtingen of stimulansen voor bedrijven om duurzame alternatieven voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik aan te bieden op het verkooppunt van de eindconsument (17 EU-lidstaten), en v) bevordering van gratis openbare drinkwatervoorzieningen, waarmee mensen worden aangemoedigd een navulbare beker mee te nemen of uit de kraan te drinken (14 EU-lidstaten). 14 EU-lidstaten hebben aangegeven dat zij kwantitatieve doelstellingen hadden ingevoerd voor vermindering van de hoeveelheid kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht. Zie bijlage 1 voor de volledige reeks maatregelen naar categorie en subcategorie en bijlage 2 voor gegevens over de kwantitatieve doelstellingen.
Het totale aantal van kracht zijnde maatregelen verschilde per land (figuur 5). Opmerkelijk is dat landen in verschillende categorieën en subcategorieën van maatregelen zeer vaak verwezen naar hetzelfde beleidsinstrument. Sommige landen noemden meerdere beleidsmaatregelen als referentie voor een specifieke subcategorie.
Figuur 5: Maatregelen ter vermindering van de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen (VV) voor eenmalig gebruik in 2022 (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen).
Opmerking: * EER-/EVA-landen.
Deze cijfers geven geen indicatie van de mate van handhaving en de mate van uitvoering van de bedoelde maatregelen. Bovendien kan niet worden beoordeeld of de gerapporteerde maatregelen evenredig en niet-discriminerend zijn.
Post C: Gescheiden inzameling van kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik
Alle 29 landen (27 EU-landen en 2 EER-/EVA-landen) hebben gegevens gerapporteerd over het gewicht van in de handel gebrachte kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik. Sommige landen vermeldden de effecten van de overbrenging van deze flessen tussen EU-landen en de uitvoer naar/invoer uit niet EU-landen in de gerapporteerde gegevens, maar deze landen hebben geen afzonderlijke cijfers voor een van deze bewegingen gerapporteerd. Vier EU-lidstaten hebben gebruikgemaakt van de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1752 van de Commissie geboden mogelijkheid om een raming te maken van de hoeveelheden flessen die in de handel worden gebracht als het gewicht aan afval dat uit dit product voortkomt. In dit geval moesten de landen hoeveelheden rapporteren op basis van vier afvalstromen: i) afval dat overeenkomstig de voorschriften van de SUP-richtlijn gescheiden wordt ingezameld, ii) afval dat gescheiden wordt ingezameld, maar niet overeenkomstig de voorschriften van de SUP-richtlijn, iii) gemengd stedelijk afval, en (iv) zwerfvuil. Er zijn gegevens verstrekt over alle stromen, met uitzondering van ii).
In totaal werd 2,56 miljoen ton kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik (waarvan 2,54 miljoen uit EU-lidstaten afkomstig was) gerapporteerd als “in 2022 in de handel gebracht”, hetgeen overeenkomt met 5,7 kg per hoofd van de bevolking (ook van toepassing op de subset van EU-lidstaten). 1,83 miljoen ton (waarvan 1,8 miljoen ton uit EU-lidstaten afkomstig was) werd overeenkomstig de voorschriften van de SUP-richtlijn gerapporteerd als “gescheiden ingezameld”, hetgeen gelijk is aan een totaal percentage gescheiden inzameling van 71 % voor de lidstaten van de EU (71,2 % als ook de EER-/EVA-landen worden meegenomen) (figuur 6). Twaalf (tien EU-lidstaten) van de 26 rapporterende landen rapporteerden percentages gescheiden inzameling boven de in de SUP-richtlijn vastgestelde doelstelling van 77 % voor 2025, terwijl zes EU-lidstaten percentages gescheiden inzameling rapporteerden boven de doelstelling van 90 % voor 2029 (figuur 7).
Figuur 6: Kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht en gescheiden worden ingezameld (EU-lidstaten), totale waarden in 2022.
Figuur 7: Percentage gescheiden ingezamelde kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik per land in 2022 (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen).
Opmerking: de landen worden gerangschikt naargelang het percentage gescheiden inzameling. Slovenië heeft geen gegevens gerapporteerd.
Opmerkelijk is dat in tien van de twaalf landen die de doelstelling voor 2025 reeds in 2022 hadden behaald, statiegeldregelingen voor kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik bestaan. Hieruit blijkt dat de statiegeldregelingen die de lidstaten krachtens de nieuwe verordening betreffende verpakking en verpakkingsafval zullen moeten invoeren, doeltreffend zijn. Veel landen zijn al bezig met het opzetten van dit soort regelingen of zijn voornemens dit snel te doen (zie bijlage 3 voor meer informatie).
De hoeveelheden kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht, verschilden in 2022 aanzienlijk tussen landen (zie absolute waarden en waarden per hoofd van de bevolking in bijlage 4). Zoals verwacht rapporteerden de landen met het hoogste inwonertal de hoogste absolute waarden (Duitsland, Italië, Frankrijk, Polen en Spanje). Malta en Cyprus rapporteerden echter de hoogste waarden per hoofd van de bevolking. Wat de gescheiden inzameling betreft, rapporteerden 23 landen (22 EU-lidstaten) gescheiden ingezamelde kunststoffen flessen voor eenmalig gebruik die samen met andere afvalstromen waren ingezameld. 18 landen rapporteerden hoeveelheden kunststoffen flessen voor eenmalig gebruik die gescheiden van alle andere afvalstromen, meestal via statiegeldregelingen, waren ingezameld. De overige landen rapporteerden alleen nulwaarden als gevolg van: i) het ontbreken van systemen voor inzameling gescheiden van alle andere afvalstromen, ii) het feit dat flessen gelijktijdig met andere droge afvalstromen worden ingezameld, of iii) het feit dat sommige landen er niet zeker van zijn of hun systemen in staat zijn flessen volledig gescheiden van alle andere afvalstromen in te zamelen.
Post D: Hoeveelheden kunststofhoudend vistuig dat in de handel wordt gebracht en als afval wordt ingezameld
In totaal 25 landen (23 EU-lidstaten en 2 EER-/EVA-landen) hebben gegevens gerapporteerd over kunststofhoudend vistuigafval dat in de handel wordt gebracht, en 22 van die landen (20 EU-lidstaten en 2 EER-/EVA-landen) hebben gegevens gerapporteerd over vistuigafval dat wordt ingezameld. De meeste landen hebben alleen de verplichte gegevens gerapporteerd, d.w.z. de totale hoeveelheden vistuig zonder verdere uitsplitsing. Zes landen (vijf EU-lidstaten) hebben echter een verdere uitsplitsing van gegevens verstrekt, naar soort vistuig of naar materiaal (kunststof, metaal, rubber) (zie bijlage 5 voor de uitgesplitste gegevens).
In 2022 is in totaal 67 000 ton vistuig (waarvan 22 900 van EU-lidstaten afkomstig was) gerapporteerd als “in de handel gebracht”, en is 24 700 ton (waarvan 7 500 afkomstig van EU-lidstaten) gerapporteerd als “ingezameld vistuigafval”. Dit komt neer op een totaal inzamelingspercentage van 32,7 % voor EU-lidstaten (36,8 % als de EER-/EVA-landen ook worden meegerekend) (figuur 8). De inzamelingspercentages varieerden van 0 % tot meer dan 100 % (figuur 9) in de verschillende landen (waarbij het laatste meestal voor landen met een lange kustlijn geldt). Over het algemeen gaven door land omsloten landen nulwaarden op voor zowel in de handel gebrachte als ingezamelde hoeveelheden, hoewel vistuig mogelijk bij hen in de handel kon worden gebracht. Hoewel de SUP-richtlijn geen bindende kwantitatieve doelstellingen voor inzameling voorschrijft, zijn de lidstaten met mariene wateren verplicht om met ingang van 1 januari 2025 jaarlijkse nationale inzamelingspercentages voor kunststofhoudend vistuigafval vast te stellen voor recycling. De in dit jaar gerapporteerde gegevens zullen als basis dienen voor het beoordelen van de haalbaarheid van de vaststelling van bindende inzamelingsdoelstellingen na de evaluatie van de SUP-richtlijn in 2027.
De hoeveelheid vistuig dat in de handel wordt gebracht en dat wordt ingezameld, verschilde sterk tussen de landen (figuur 10), met een sterke correlatie tussen: i) hoeveelheden die in de handel worden gebracht en die worden ingezameld, en ii) die waarden en het tonnage van de visserijvloot in elk land (zie bijlage 6 voor gegevens met betrekking tot de omvang van de visserijvloot). De waarden per land varieerden van enkele tonnen tot meer dan 42 000 ton in de handel gebracht vistuigafval en tot 15 000 ton ingezameld vistuigafval. De hoogste in de handel gebrachte hoeveelheden zijn gerapporteerd door Noorwegen, Litouwen, Frankrijk en Portugal. Dit lijkt gedeeltelijk te wijten te zijn aan verschillende situaties in verschillende landen, maar is ook gedeeltelijk te wijten aan verschillen in de inspanningen op het gebied van gegevensverzameling (zie “Gegevensbronnen en methoden”), aangezien landen vaak melding maakten van problemen in verband met het rapporteren van nauwkeurige gegevens (zie “Betrouwbaarheid”).
Figuur 8: Vistuig dat in de handel wordt gebracht en ingezameld vistuigafval, totale waarden voor 2022 (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen).
Opmerking: Gegevens die vertrouwelijk moeten blijven, zijn niet in de figuur opgenomen.
Figuur 9: Inzamelingspercentage vistuigafval per land, 2022 (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen). Bron: eigen berekening op basis van de gerapporteerde gegevens, als de hoeveelheden die in de handel zijn gebracht gedeeld door de ingezamelde hoeveelheden.
Opmerking: landen die gegevens hebben gerapporteerd, zijn gerangschikt naar hun inzamelingspercentage.
Figuur 10: Onder post d) gerapporteerd vistuig dat in de handel wordt gebracht en ingezameld vistuigafval, absolute waarden per land, 2022 (EU-lidstaten en EER-/EVA-landen).
3.Organisatie van gegevensverzameling en gegevenskwaliteit
Organisatie van gegevensverzameling
De voordracht van hoofdrapporteurs nam tussen één en acht maanden in beslag en liep vertraging op wegens een tekort aan personeel of institutionele herstructurering in sommige landen. De vaakst betrokken instellingen waren ministeries met verantwoordelijkheden ten aanzien van het milieu en nationale milieuagentschappen (zie bijlage 7 voor de lijst van nationale rapporterende instellingen).
Het Europees Milieuagentschap heeft met ingang van het eerste kwartaal van 2024 namens en in nauwe samenwerking met de Commissie rapportagemodellen ontwikkeld en getest. Het agentschap heeft ook ondersteunende materialen gemaakt, waaronder een
handleiding voor rapporteurs
, en heeft drie webinars gehouden om het proces te verduidelijken. Het agentschap heeft een
website
ontwikkeld om landen in kennis te stellen van het rechtskader en om toegang te verlenen tot ondersteunende materialen voor modellen. Via een helpdesk werd continue ondersteuning verleend.
Het Europees Milieuagentschap heeft gerapporteerde gegevens en informatie namens en in nauwe samenwerking met de Commissie bij binnenkomst grondig geëvalueerd en heeft ze samen met de nationale rapporteurs verbeterd om ervoor te zorgen dat elementen correct gerapporteerd werden, verplichte velden werden ingevuld en toelichtingen in het kwaliteitscontroleverslag volledig begrijpelijk waren. Na de fase van gegevensverzameling is de landen via een vragenlijst om feedback gevraagd. De antwoorden gaven blijk van een hoge mate van tevredenheid over het proces en duidden op problemen in verband met gegevens voor de rapportage over 2025 (zie bijlage 8 voor informatie).
Gegevenskwaliteit
De landen hebben verschillende gegevensbronnen en methoden gebruikt en brachten vaak problemen in verband met de nauwkeurigheid naar voren. Het kwaliteitsborgingsproces bracht ook veelvuldige consistentieproblemen aan het licht, die zo veel mogelijk gecorrigeerd werden door rapporteurs gestroomlijnde richtsnoeren te verstrekken. Desalniettemin hebben nationale rapporteurs de voorschriften ten aanzien van gegevens en informatie mogelijk verschillend geïnterpreteerd, bijvoorbeeld wanneer zij de meest relevante maatregelen voor vermindering van de consumptie van kunststoffen voor eenmalig gebruik onder post b) kozen. Aangezien het niet verplicht was om belangrijke velden die nodig waren om bepaalde kenmerken en beperkingen van de gegevens te begrijpen, in te vullen, heeft het kwaliteitsborgingsproces mogelijk niet alle relevante gegevensbeperkingen geïdentificeerd. De resultaten van deze eerstejaarsrapportage moeten daarom met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het is met name belangrijk om geen vergelijkingen te maken van gerapporteerde gegevens tussen landen.
Gegevensbronnen en methoden
De landen hebben hun gegevens op verschillende, vaak meerdere bronnen gebaseerd en sommige landen hebben hun gegevensbronnen gerapporteerd met behulp van een andere indeling dan de indeling die door het rapportageformaat was verstrekt. Veel landen wezen op problemen ten aanzien van de gegevenskwaliteit en gaven aan dat zij verwachtten volgend jaar betere schattingen te kunnen verstrekken. In sommige gevallen verstrekten landen cijfers voor andere jaren dan 2022 als gevolg van het gebrek aan gegevens voor 2022.
Voor post a) waren systemen van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en specifieke vragenlijsten de belangrijkste bron (zie bijlage 9). Slechts één land (Litouwen) maakte gebruik van gegevens van de statiegeldregeling (voor drinkbekers). In de meeste gevallen gebruikten de landen voor drinkbekers dezelfde gegevensbronnen en methoden als voor voedselverpakkingen, en de landen baseerden zich vaak op afvalbeheergegevens. De meeste landen die gebruikmaakten van gegevens uit de systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, rapporteerden op basis van gewicht. In het formaat voor de rapportage voor post b) werd rapporteurs niet gevraagd de voor de rapportage van deze post gevolgde methode te specificeren. De diversiteit van de gerapporteerde maatregelen wijst op nogal uiteenlopende methoden in de verschillende landen. Voor post c) (in de handel gebrachte en gescheiden ingezamelde kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik), waren statiegeldregelingen, systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en afvalstatistieken de meest genoemde gegevensbronnen (zie bijlage 9).
Voor post d) (vistuig dat in de handel wordt gebracht en ingezameld vistuigafval) waren de meest gebruikte bronnen en de bronnen die gebruikt werden door de landen die de hoogste hoeveelheden rapporteerden, enquêtes onder vistuigproducenten en havenexploitanten alsook handelsstatistieken (zie bijlage 9) Vier landen gaven aan dat zij gegevens van de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid gebruikten. Geen enkel land gaf aan dat het omzettingsfactoren had gebruikt om de gegevens af te leiden.
Volledigheid
In totaal 29 landen rapporteerden de gegevens en informatie om aan hun rapportageverplichtingen voor 2024 te voldoen: alle EU-lidstaten en 2 EER-/EVA-landen (IJsland en Noorwegen). Al deze landen rapporteerden gegevens voor de posten b) en c), terwijl 27 landen gegevens rapporteerden voor post a) en 25 rapporteerden gegevens voor post d). De meeste landen rapporteerden alleen de verplichte gegevens. Over het algemeen zijn er door geen enkel land gegevens verstrekt waarmee de effecten van overbrenging, handel, freeriders, online verkoop of de-minimisregels hadden kunnen worden beoordeeld. Voor post b) waren de verplichte gegevens zeer beperkt, wat het moeilijk maakte om de van kracht zijnde maatregelen vast te stellen en te begrijpen. Voor de rapportage van post a) ontbraken enkele verplichte gegevensvelden in de landverslagen, vaak als gevolg van: i) beperkte gegevens over producten die gedeeltelijk van kunststoffen zijn gemaakt, of ii) statistieken waarin geen onderscheid is gemaakt tussen producten die volledig van kunststoffen zijn gemaakt en producten die gedeeltelijk van kunststoffen zijn gemaakt. Voor post c) zijn nul- of geen waarden gerapporteerd voor afval dat gescheiden was ingezameld op een manier die niet in overeenstemming was met de voorschriften van de SUP-richtlijn. Voor post d): i) rapporteerden niet alle landen de hoeveelheid ingezameld vistuigafval, en deze hoeveelheden zijn nodig om het inzamelingspercentage te berekenen; en ii) slechts een paar landen hebben vrijwillige, naar materiaal en soort vistuig uitgesplitste gegevens verstrekt.
De landen gaven vaak aan te verwachten dat zij de volledigheid van de rapportage in de volgende jaren zouden verbeteren, met name dankzij de systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die op 1 januari 2025 zullen worden opgezet.
Betrouwbaarheid
Landen verwezen vaak naar gegevensbeperkingen en problemen in verband met de nauwkeurigheid. Door slechts een beperkt aantal landen (17 voor post a), 22 voor post b) en 9 voor post d)) is gebruikgemaakt van gegevensverificatiemethoden, waarbij de meest gebruikte methoden controles van de volledigheid van de gegevens en kruiscontroles waren. Er zijn verschillende problemen in verband met de nauwkeurigheid vastgesteld (zie bijlage 10), met name met betrekking tot de gegevens over drinkbekers en voedselverpakkingen, waarbij steekproef- en dekkingsproblemen het vaakst werden gemeld. Gegevensbeperkingen en problemen in verband met de nauwkeurigheid vragen om voorzichtigheid bij de interpretatie van de gegevens.
Het vergelijken van de door de verschillende landen gerapporteerde gegevens helpt ook bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van gegevens. Zo vertoonden de waarden per hoofd van de bevolking een grote verscheidenheid, wat het volgende suggereert: i) mogelijke onderrapportage (bijvoorbeeld als gevolg van beperkte gegevensinzamelingsinspanningen), of ii) overrapportage door sommige landen (bijvoorbeeld gegevens met een ruimer toepassingsgebied dan de SUP-richtlijn beoogt te monitoren). Over vistuig gerapporteerde gegevens wezen ook op extreem verschillende waarden in de verschillende landen, waarvan velen aanzienlijke gegevensbeperkingen voor het eerste rapportagejaar meldden.
Hoewel de reikwijdte van de rapportage en de krachtens de SUP-richtlijn gerapporteerde statistieken over kunststoffen verpakkingen gedeeltelijk van elkaar verschillen, kan het vergelijken van de gerapporteerde waarden met de statistieken over kunststoffen verpakkingsafval (voor de posten a) en c)) het mogelijk maken om de betrouwbaarheid van de cijfers te beoordelen.
Verschillen tussen de twee gegevensreeksen kunnen wijzen op mogelijke problemen in verband met de nauwkeurigheid. Bij wijze van voorbeeld: terwijl het totale gewicht aan kunststoffen in de onder post a) gerapporteerde drinkbekers en voedselverpakkingen gemiddeld bijna 8 % van het volume van in dezelfde verzameling landen geproduceerd kunststoffen verpakkingsafval vertegenwoordigt, varieerden de landwaarden tussen 2 % en 23 %. Evenzo vertegenwoordigen de totale hoeveelheden kunststoffen flessen voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht 19 % van het volume van het gemiddelde in alle landen geproduceerde kunststoffen verpakkingsafval (waarbij de waarden per land doorgaans dichter bij de waarden voor in de handel gebrachte kunststoffen verpakkingen van dat land liggen), maar variëren de waarden voor deze meeteenheid nog steeds van 0 % tot 69 %.
Voor post b) moet de gerapporteerde informatie beschouwd worden als een eerste poging tot het maken van een overzicht van welke soorten maatregelen door landen worden ingevoerd, aangezien de aanpak in de verschillende landen nogal uiteenliep en de informatie waarmee de gerapporteerde maatregelen beoordeeld zouden kunnen worden, beperkt was.
De problemen in verband met de nauwkeurigheid die gemeld zijn voor post d), die over het algemeen alleen gericht was op grote spelers/havens, wijzen op een mogelijke onderschatting van de werkelijke waarden.
Tijdigheid
De uiterste rapporteringsdatum was 30 juni 2024 en 18 landen hebben voor deze uiterste datum gerapporteerd (16 EU-lidstaten en 2 EER-/EVA-landen) (bijlage 7). Nog 3 andere landen hebben met een kleine vertraging (minder dan een maand) gerapporteerd, en de resterende rapporten kwamen later binnen, waarbij het laatste land zijn bestanden eind november 2024 indiende. Eén land had het kwaliteitsborgingsproces niet volledig afgerond.
Als gevolg van vertragingen in de rapportage in sommige landen moesten verschillende stappen van het proces voor verschillende subsets van landen parallel worden uitgevoerd. Veel landen gaven aan dat het gegevensverzamelingsproces voor specifieke producten, zoals vistuig, hun rapportage had vertraagd.
Consistentie
Tijdens het rapportageproces deden zich verschillende problemen in verband met de consistentie voor, bijvoorbeeld: i) verschillende interpretaties van de te rapporteren inhoud, ii) waarden die als nihil werden gerapporteerd, waren in feite ontbrekende waarden, of iii) het gebruik van anderen eenheden dan de waarden die in de rapportagemodellen worden aangegeven. Deze problemen zijn tijdens het kwaliteitsborgingsproces zo veel mogelijk gecorrigeerd. De daaruit voortvloeiende verslagen bevatten echter nog steeds enkele verschillen.
De consistentie in de tijd zal voor de rapportage van volgend jaar worden beoordeeld. Op basis van de in dit jaar opgedane ervaring is de verwachting dat de gegevenskwaliteit zal verbeteren.
4.Aanbevelingen voor verbetering
De rapporteurs hadden grote waardering voor de steun die het Europees Milieuagentschap in nauwe samenwerking met de Commissie tijdens het rapportageproces heeft geboden(zie bijlage 8). Enkele aspecten konden niettemin voor toekomstige rapportering worden verbeterd, waarvan er hieronder vijf worden genoemd.
·Voordracht van hoofdrapporteurs. De landen moeten de continuïteit van het proces waarborgen, de Commissie op de hoogte houden van veranderingen in het rapportageteam en zorgen voor een tijdige rapportage, gelet op de aanzienlijke vertragingen van dit jaar.
·Gegevensverzameling door de landen. De landen hebben over het algemeen alleen de verplichte gegevens gerapporteerd. Aspecten zoals overbrenging, handelsstromen, freeriders enz. zijn niet gerapporteerd, ondanks hun relevantie in sommige landen. De beschrijving van de door de landen genomen maatregelen om de consumptie te verminderen (post b)) was over het algemeen ook nogal zwak, wat een goede beoordeling onmogelijk maakte. Bovendien blijkt uit de resultaten van de aan het eind van de verslagperiode van dit jaar uitgevoerde enquête (zie bijlage 8) dat: i) de meeste landen niet verwachten dat gegevens van de krachtens de SUP-richtlijn opgezette systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de rapportage van 2025 beschikbaar zullen zijn (referentiejaar 2023), en ii) slechts enkele landen al gegevensbronnen voor de twee aanvullende rapportageverplichtingen voor 2025 hebben vastgesteld (d.w.z. de posten e) en f) in tabel 1). Verbetering van de rapportage van de verplichte en vrijwillige gegevens wordt daarom voor alle in 2025 te rapporteren posten aangemoedigd. Uitwisselingen tussen landen over beste praktijken en nauwere samenwerking binnen landen tussen collega’s die zich bezighouden met industrie- en afvalstatistieken worden aanbevolen.
·Invullen van de rapporteringsmodellen. Het wordt sterk aanbevolen om de aan rapporteurs door de Commissie geboden ondersteuning ten volle te benutten om: i) de consistentie en duidelijkheid van de gerapporteerde gegevens en informatie te vergroten, en ii) de druk op het kwaliteitsborgingsproces te verminderen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan velden die gedurende de rapportage in het eerste jaar meer uitdagingen vormden en de nieuwe rapportageverplichtingen met betrekking tot de posten e) en f).
·Stroomlijnen van het rapportageformaat. Gelet op het doel van de Commissie om de rapportagedruk te verminderen, konden de modellen van de kwaliteitscontroleverslagen worden vereenvoudigd. Door dezelfde structuur te gebruiken voor de rapportage van gegevensbronnen/methoden, verificatiemethoden en problemen in verband met de nauwkeurigheid, zou de consistentie in de verschillende gegevensstromen en landen toenemen.
·Vergelijking in de tijd. De gegevensbronnen en methoden die zijn gebruikt om enkele van de dit jaar betreffende gegevens te rapporteren, zullen in de toekomst naar verwachting veranderen. Het zal belangrijk zijn dat landen de veranderingen in gegevensbronnen en methoden op een volledig transparante manier rapporteren en de verschillen uitvoerig toelichten, terwijl zij onderscheid maken tussen de mogelijke effecten van bestaande maatregelen en veranderingen in de onderliggende gegevensbronnen en methoden.
5.Conclusies
De eerste rapportage voor het referentiejaar 2022 geeft een eerste inzicht in consumptieniveaus en percentages gescheiden inzameling in de verschillende landen van de drie betrokken kunststofproducten voor eenmalig gebruik (drinkbekers, voedselverpakkingen en drankflessen) en van kunststofhoudend vistuig.
In overeenstemming met de SUP-richtlijn is deze eerste rapportageronde bedoeld om een basislijn vast te stellen om de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik te meten, met het oog op de mogelijke invoering van bindende doelstellingen voor consumptievermindering op EU-niveau. De eerste rapportageronde is ook bedoeld om een grondslag te bieden voor de beoordeling van mogelijke aanvullende maatregelen voor kunststofhoudend vistuig na de evaluatie van de SUP-richtlijn (in 2027), met inbegrip van de mogelijke vaststelling van bindende inzamelingspercentages voor vistuigafval. De beoordeling van de in dit rapport verstrekte gegevens en informatie brengt enkele sleutelelementen aan het licht waarmee rekening gehouden moet worden bij de beoordeling van deze basisgegevens, zoals aanzienlijke variabiliteit in de methoden in de verschillende landen en frequente problemen in verband met de nauwkeurigheid.
De gegevens van volgend jaar zullen de eerste gegevenspunten opleveren waarmee trends gemonitord zullen kunnen worden. Daardoor zal het eenvoudiger worden om te weten of er consumptievermindering met een hoog ambitieniveau voor drinkbekers en voedselverpakkingen plaatsvindt, zoals omschreven in de SUP-richtlijn. Het zal daardoor ook mogelijk worden om te monitoren welke maatregelen ter vermindering van consumptie nog van kracht zijn, en om nieuwe maatregelen te monitoren, met name die welke verband houden met de SUP-richtlijn. Er zal een specifiekere analyse nodig zijn om het verband tussen de trends in de waargenomen consumptie en de ingevoerde maatregelen te begrijpen, omdat deze trends niet enkel beoordeeld kunnen worden op basis van de informatie die door rapporteurs is verstrekt in het kader van de huidige rapportageformaten.
Wat de gescheiden inzameling van kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik betreft, blijkt uit de resultaten dat veel landen een goede uitgangspositie hebben voor het bereiken van de doelstelling voor 2025. Aan de hand van de gegevens van volgend jaar zal de voortgang van de landen verder gemonitord kunnen worden. Met gegevens zal het ook mogelijk zijn om: i) de trends voor de inzameling van vistuigafval te beoordelen, en ii) beter inzicht te krijgen in de werkelijke sterke punten en uitdagingen van de gegevens die afkomstig zijn van de nieuw opgezette systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Tot slot zal de informatie die verkregen wordt uit deze eerste rapportage en rapportages in de komende jaren relevante informatie verschaffen voor de evaluatie van de SUP-richtlijn (gepland voor juli 2027)
6.Bijlagen
Bijlage 1: Maatregelen ter vermindering van consumptie naar categorie en subcategorie (post b))
Bestaande economische maatregelen omvatten het volgende.
·Verplichtingen ten aanzien van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (21 landen), meestal in verband met de uitvoering van de dwingende bepalingen van de SUP-richtlijn.
·Groene overheidsopdrachten (14 landen), gekoppeld aan verplichte systemen, vrijwillige systemen en bredere nationale beleidsmaatregelen op het gebied van groene overheidsopdrachten. In de landverslagen was niet altijd volledig duidelijk wat de specifieke bepalingen op het gebied van groene overheidsopdrachten waren voor kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik.
·Instrumenten waarmee consumenten die herbruikbare alternatieven gebruiken, korting krijgen (12 instrumenten voor drinkbekers en 7 instrumenten voor voedselverpakkingen). Deze maatregelen waren vaak vrijwillig en werden in sommige gevallen op subnationaal niveau toegepast.
·Heffingen voor bedrijven die dit soort producten in de handel brengen (11 landen), die meestal verplicht waren en op nationaal niveau toegepast werden.
·Subsidies of verlaging van heffingen voor ondernemers met herbruikbare alternatieven (vijf landen hadden deze voor drinkbekers en zes voor voedselverpakkingen).
De meest frequente maatregelen voor bewustmaking waren:
·campagnes om mensen bewust te maken van de negatieve effecten van kunststoffen drinkbekers/voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik op het milieu (22 en landen, respectievelijk);
·bevordering van duurzame alternatieven voor kunststoffen voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik (bv. herbruikbare voedselverpakkingen) (20 landen hadden deze voor bekers en 18 voor voedselverpakkingen).
De meest frequente maatregelen voor de bevordering van duurzame alternatieven waren:
·bevordering van gratis openbare drinkwatervoorzieningen, waarmee mensen worden aangemoedigd een navulbare beker mee te nemen of uit de kraan te drinken (16 landen);
·maatregelen ter bevordering van herbruikbare alternatieven voor kunststoffen drinkbekers/voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik bij overheidsinstanties (16 landen hadden deze voor drinkbekers en 15 voor voedselverpakkingen);
·bevordering van bedrijfsmodellen die herbruikbare alternatieven voor kunststoffen drinkbekers/voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik bieden (14 landen hadden deze voor drinkbekers en 13 landen hadden deze voor voedselverpakkingen);
·maatregelen tot vaststelling van verplichtingen of stimulansen voor bedrijven om: i) te voorzien in duurzame alternatieven voor kunststoffen drinkbekers/voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik op het verkooppunt van de eindconsument (17 landen hadden deze voor drinkbekers en 16 landen hadden deze voor voedselverpakkingen); of ii) herbruikbare alternatieven voor kunststoffen drinkbekers/voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik tijdens grote openbare evenementen ter beschikking te stellen van consumenten (13 landen).
Andere soorten opmerkelijke maatregelen waren:
·kwantitatieve doelstellingen voor vermindering van het aandeel van kunststoffen drinkbekers voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht en ter beschikking van consumenten worden gesteld (15 landen hadden deze voor bekers en 14 landen hadden deze voor voedselverpakkingen, zie kader 1 voor een overzicht);
·beperkingen op het gebruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik bij het aanbieden van dranken of het verstrekken van voedsel aan consumenten (tien landen hadden deze voor drinkbekers en negen landen hadden deze voor voedselverpakkingen).
Andere gerapporteerde maatregelen, die niet volledig in een van de gegeven categorieën pasten, omvatten:
·financiële overheidssteun voor technologische verbetering en capaciteitsopbouw met betrekking tot alternatieven voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onderworpen zijn aan marktbeperkingen;
·strategische planning en richtsnoeren;
·het opzetten van rondetafelconferenties.
Zie de onderstaande tabellen voor een volledig overzicht van bestaande maatregelen naar categorie en subcategorie:
Bijlage 2: Maatregelen tot vaststelling van kwantitatieve doelstellingen voor vermindering van de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik (post b))
De SUP-richtlijn bevat geen kwantitatieve doelstellingen voor vermindering van de consumptie van kunststoffen drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik, maar roept landen op om tussen 2022 en 2026 een “ambitieuze en aanhoudende consumptievermindering” van deze categorieën te realiseren.
Volgens de gegevens die dit jaar gerapporteerd zijn, hebben 15 landen reeds kwantitatieve doelstellingen vastgesteld voor vermindering van kunststoffen drinkbekers voor eenmalig gebruik die in de handel worden gebracht, en hebben 14 landen reeds kwantitatieve doelstellingen vastgesteld voor vermindering van kunststoffen voedselverpakkingen die op de markt worden gebracht (de doelstellingen voor Letland hebben alleen betrekking op drinkbekers). De volgende tabel geeft een overzicht van de kwantitatieve doelstellingen en verwijzingen naar beleid die door de landen in de rapportagedocumenten zijn aangegeven, maar is in sommige gevallen onvolledig. Dit komt omdat de velden om maatregelen te beschrijven (bv. beschrijving van de maatregel, URL van de verwijzing naar beleid, het jaar van inwerkingtreding, geografisch niveau enz.) overeenkomstig het rapportageformaat vrijwillig waren en daarom niet door alle landen zijn ingevuld.
|
Land
|
Doelstelling
|
Verwijzing/URL
|
|
Oostenrijk
|
Vermindering met 20 % van kunststoffen verpakkingen voor eenmalig gebruik die in 2025-2018 in de handel zijn gebracht
|
https://www.ris.bka.gv.at/GeltendeFassung.wxe?Abfrage=Bundesnormen&Gesetzesnummer=20002086.
|
|
Tsjechië
|
Lagere aantallen in 2026
|
Nationaal afvalbeheerplan
|
|
Denemarken
|
Vermindering met 50 % tegen 2026
|
https://mim.dk/media/ouwjnpp5/aftaletekst-ofoelgning-paa-aftale-om-klimaplan-for-en-groen-affaldssektor.pdf
|
|
Frankrijk
|
Vermindering met 15 % met ingang van 1 januari 2022 en vermindering met 8 % met ingang van 1 januari 2024
|
https://www.legifrance.gouv.fr/jorf/id/JORFTEXT000044205692
|
|
Griekenland
|
Vermindering met 30 % in 2024-2022 en 60 % in 2026-2022
|
Wet 4736/2020
|
|
Ierland
|
—
|
Strategie voor circulaire economie. Zoals vereist door de wetgeving op het gebied van circulaire economie, moet de strategie voor circulaire economie voor verschillende sectoren, met inbegrip van verpakkingen, doelstellingen voor hergebruik bevatten. De strategie wordt bijgewerkt.
|
|
Italië
|
—
|
Aggiornamento 2021-2026 del Piano regionale di Gestione dei Rifiuti e delle Bonifiche 2015
|
|
Letland
|
—
|
Wet ter vermindering van de consumptie van kunststofhoudende producten, https://likumi.lv/ta/en/en/id/323733-law-on-the-reduction-of-consumption-of-products-containing-plastic
|
|
Nederland
|
Vermindering met ten minste 40 % in 2026-2022
|
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-9b1cda6564e27b4ef7267c9a13aff00e46cba6e1/pdf
|
|
Noorwegen
|
Vermindering met 50 % tegen 2026
|
Nationale doelstelling voor vermindering van de consumptie van drinkbekers en voedselverpakkingen Zie punt 4 in deze overeenkomst: https://www.regjeringen.no/contentassets/e83f4f1084b740c48bcbe79d8c6de05a/2024-04-02-signert-plastpartnerskap-med-vedlegg.pdf
|
|
Portugal
|
Vermindering met 80 % in 2026-2022
Vermindering met 90 % tegen 2030-2022
|
Nationale doelstellingen voor vermindering van de consumptie van producten voor eenmalig gebruik: drinkbekers en voedselverpakkingen voor onmiddellijke consumptie,
https://diariodarepublica.pt/dr/detalhe/decreto-lei/78-2021-171871496
Artikel 5 van Wetsbesluit nr. 78/2021 (in zijn huidige formulering)
|
|
Roemenië
|
Vermindering met 5 % voor 2023, met 10 % voor 2024, met 15 % voor 2025 en met 20 % voor 2026, vergeleken met de basislijn van 2022
|
Regeringsbesluit nr. 6/2021 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu: https://www.mmediu.ro/articol/ordonanta-6-2021-privind-reducerea-impactului-anumitor-produse-din-plastic-asupra-mediului-directiva-904-2019-a-parlamentului-european-si-a-consiliului-privind-reducerea-impactului-anumitor-produse-din-plastic-asupra-mediului/3122; https://www.afm.ro/legislatie_declaratii_produse_plastic_unica_folosinta.php
|
|
Slovenië
|
Vermindering met 20 % in 2026-2022
|
Besluit betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (Sloveens staatsblad 132/22 en 49/24, artikel 4, lid 1)
|
|
Spanje
|
Vermindering met 50 % in gewicht in 2026-2022
Vermindering met 70 % in gewicht in 2022-2030
|
Artikel 5 https://www.boe.es/eli/es/l/2022/04/08/7/con
|
|
Zweden
|
Vermindering met 50 % in 2026-2022
|
—
|
De rapportage van volgend jaar zal licht werpen op: i) de voortgang die landen boeken bij de verwezenlijking van deze kwantitatieve doelstellingen, en ii) de overkoepelende doelstelling van de SUP-richtlijn om de consumptie significant en op duurzame wijze te verminderen. Op sommige uitdagingen kan reeds worden geanticipeerd, bijvoorbeeld: i) het feit dat sommige landen met doelstellingen voor de afgelopen jaren geen gegevens hebben gerapporteerd over de hoeveelheden die in de handel worden gebracht (Frankrijk en Slovenië), ii) het feit dat sommige landen die hadden verklaard een hoog ambitieniveau te hebben, niet hebben verklaard bijzonder ambitieuze maatregelen te hebben genomen (Denemarken, Nederland, Noorwegen en Portugal), of iii) het feit dat sommige landen een ander jaar dan het door de SUP-richtlijn in aanmerking genomen jaar (2022) als referentiejaar in aanmerking hebben genomen (Oostenrijk, Frankrijk).
Bijlage 3: Percentage gescheiden ingezamelde kunststoffen flessen (post c)) en bestaande statiegeldregelingen
|
Land
|
Gescheiden inzameling van kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik
|
Gebruik van gegevens van statiegeldregelingen als bron voor de gescheiden inzameling van kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik
(zoals aangegeven in kwaliteitscontroleverslag over rapportage overeenkomstig de SUP-richtlijn)
|
Bestaan van statiegeldregelingen voor kunststoffen drankflessen
(EEA, 2025 en EEA, 2024)
|
|
Estland
|
100,66
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Polen
|
100,00
|
Nee
|
SGR in 2025
|
|
Finland
|
98,83
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Duitsland
|
97,11
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Denemarken
|
91,94
|
Niet gespecificeerd
|
SGR van kracht
|
|
Zweden
|
90,33
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Noorwegen*
|
89,74
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Litouwen
|
86,94
|
Niet gespecificeerd
|
SGR van kracht
|
|
Kroatië
|
86,62
|
Niet gespecificeerd
|
SGR van kracht
|
|
IJsland*
|
84,31
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Slowakije
|
78,98
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
België
|
78,21
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
Nee
|
|
Oostenrijk
|
75,98
|
Niet gespecificeerd
|
SGR vast te stellen in 2025
|
|
Tsjechië
|
74,20
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
SGR vast te stellen in 2026
|
|
Nederland
|
67,73
|
SGR
|
SGR van kracht
|
|
Italië
|
67,03
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
Nee
|
|
Luxemburg
|
61,63
|
Niet gespecificeerd
|
Nee
|
|
Roemenië
|
60,07
|
Geen gegevens
|
Nee
|
|
Letland
|
56,84
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
SGR uitgebreid in 2023
|
|
Frankrijk
|
53,28
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
SGR wordt besproken
|
|
Ierland
|
48,66
|
Geen SGR
|
SGR vastgesteld in 2024
|
|
Cyprus
|
45,62
|
Nee (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid)
|
SGR wordt opgezet
|
|
Portugal
|
43,12
|
Niet gespecificeerd
|
SGR vastgesteld in 2024
|
|
Spanje
|
39,52
|
Nee
|
Nee
|
|
Griekenland
|
38,68
|
Nee
|
SGR gepland, maar uitgesteld tot 2025
|
|
Bulgarije
|
38,21
|
Niet gespecificeerd
|
Nee
|
|
Malta
|
24,96
|
Nee
|
SGR gepland
|
|
Hongarije
|
19,17
|
Nee
|
SGR gestart in 2024
|
|
Slovenië
|
—
|
Niet gespecificeerd
|
Nee
|
Opmerkingen: SGR = statiegeldregeling. De landen zijn gerangschikt op basis van hun waarden voor gescheiden inzameling van kunststoffen flessen voor eenmalig gebruik, op basis van de gerapporteerde gegevens. De landen die voldoen aan de doelstelling voor gescheiden inzameling voor 2025, zijn vetgedrukt weergegeven.
Bron: eigen uitwerking op basis van de gerapporteerde waarden en
EEA (2025)
en “Country profiles on waste management” voor EU-landen en
EEA (2024)
voor EER-/EVA-landen.
Bijlage 4: Kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht en gescheiden zijn ingezameld, absolute waarden en waarden per hoofd van de bevolking (post c))
Figuur 11: Kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht en gescheiden zijn ingezameld, absolute waarden per land.
Figuur 12: Kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik die in de handel zijn gebracht en gescheiden zijn ingezameld, waarden per hoofd van de bevolking per land.
Opmerking: waarden per hoofd van de bevolking voor landen zijn berekend door de gerapporteerde hoeveelheden te delen door het inwonertal van het land (gemiddeld inwonertal van het land voor het jaar 2022,
Eurostat (2024
a)).
Bijlage 5: Naar materiaal en soort vistuig uitgesplitste gerapporteerde gegevens (post d))
Het bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/958 van de Commissie vastgestelde format voor de rapportage biedt landen de mogelijkheid om gegevens te rapporteren die zijn uitgesplitst naar materiaal en soort vistuig. Eén land (Frankrijk) heeft volledig uitgesplitste gegevens verstrekt, vijf andere landen hebben gedeeltelijk uitgesplitste gegevens verstrekt, met name met betrekking tot de hoeveelheden die in de handel worden gebracht en met betrekking tot het gehalte aan kunststoffen. De gerapporteerde waarden worden in de onderstaande tabellen weergegeven.
Vistuig dat in de handel is gebracht
Ingezameld vistuigafval
Bijlage 6: Vistuig dat in de handel is gebracht en ingezameld vistuigafval (post d)) relatief aan het tonnage van de visserijvloot per land
Figuur 13: Onder post d) gerapporteerd vistuig dat in de handel is gebracht en ingezameld vistuigafval, waarden relatief aan het tonnage van de visserijvloot per land.
Opmerking: de weergegeven gegevens zijn de verhouding tussen de hoeveelheden die in elk land in de handel zijn gebracht of zijn ingezameld enerzijds, en het tonnage van de visserijvloot per land in 2022 anderzijds, d.w.z. de totale omvang van hun visserijvloot, ontleend aan
Eurostat (2024b)
.
Bijlage 7: Instellingen die verantwoordelijk zijn voor de rapportages en rapportagedatums op grond van de SUP-richtlijn
|
Land
|
Verantwoordelijke instelling
|
Rapportagedatum
|
|
Oostenrijk
|
Oostenrijks ministerie van Klimaatactie
|
15 juli 2024
|
|
België
|
Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Milieu — Productbeleid)
OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) (Vlaams gewest) — ondersteuning
|
3 juli 2024
|
|
Bulgarije
|
Bulgaars ministerie van Milieu en Water
|
28 augustus 2024 (kwaliteitsborgingsproces niet afgerond)
|
|
Kroatië
|
Ministerie van Economie en Duurzame Ontwikkeling, Instituut voor Milieu en Natuur
|
25 juni 2024
|
|
Cyprus
|
Ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu, departement Milieu
|
30 september 2024
|
|
Tsjechië
|
Ministerie van Milieuzaken
|
11 september 2024
|
|
Denemarken
|
Agentschap Milieubescherming
|
28 juni 2024
|
|
Estland
|
Milieuagentschap
|
28 juni 2024
|
|
Finland
|
Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu voor Pirkanmaa
|
27 juni 2024
|
|
Frankrijk
|
Ministerie van Ecologische Transitie en Territoriale Cohesie
|
28 juni 2024
|
|
Duitsland
|
Milieuagentschap (Umweltbundesamt, UBA)
Federaal Bureau voor de Statistiek van Duitsland (Statistisches Bundesamt, Destatis) — ondersteuning
|
28 juni 2024
|
|
Griekenland
|
Ministerie van Milieubeheer en Energie, Secretariaat-Generaal voor de coördinatie van afvalbeheer, Directoraat voor afvalbeheer, afdeling Registratie, Vergunningverlening en Statistiek voor afval
Grieks Recyclingagentschap — ondersteuning
|
1 oktober 2024
|
|
Hongarije
|
Ministerie van Energie
|
28 juni 2024
|
|
IJsland*
|
IJslands Recyclingfonds
Milieuagentschap — ondersteuning
|
28 juni 2024
|
|
Ierland
|
Agentschap Milieubescherming
|
28 juni 2024
|
|
Italië
|
Instituut voor Milieubescherming en Onderzoek (ISPRA)
|
28 juni 2024
|
|
Letland
|
Ministerie van Milieubescherming en Regionale Ontwikkeling
|
28 juni 2024
|
|
Litouwen
|
Agentschap Milieubescherming, divisie Afvalstoffenvergunningen
|
30 juni 2024
|
|
Luxemburg
|
Milieuagentschap
|
27 juni 2024
|
|
Malta
|
Autoriteit voor milieu en middelen
|
28 oktober 2024
|
|
Nederland
|
Rijkswaterstaat
|
28 juni 2024
|
|
Noorwegen*
|
Noors Milieuagentschap
|
25 juni 2024
|
|
Polen
|
Ministerie van Klimaat en Milieu, departement Afvalbeheer
|
25 juli 2024
|
|
Portugal
|
Milieuagentschap
|
28 juni 2024
|
|
Roemenië
|
Ministerie van Milieu, Water en Bossen
Ministerie van Economie, Ondernemerschap en Toerisme
Nationaal agentschap voor visserij en aquacultuur — rapportage over post d) (vistuig)
|
28 juni 2024
|
|
Slowakije
|
Milieuagentschap
|
10 oktober 2024
|
|
Slovenië
|
Milieuagentschap (ARSO)
|
14 augustus 2024
|
|
Spanje
|
Ministerie voor Ecologische Transitie en Demografische Uitdagingen
|
21 november 2024
|
|
Zweden
|
Zweeds agentschap voor milieubescherming
|
27 juni 2024
|
* EER-/EVA-landen.
Bijlage 8: Samenvatting van de resultaten van de enquête die in de rapporterende landen is uitgevoerd
Overzicht
Door middel van de enquête is feedback gevraagd van twaalf landen over hun ervaring met het rapportageproces in het kader van de SUP-richtlijn in 2024 en over hun standpunten over de volgende rapportageronde. Rapporteurs hebben de tevredenheid van de landen over het proces een score gegeven, hebben de uitdagingen waarmee zij werden geconfronteerd, gedeeld, en hebben suggesties gedaan voor verbetering van het proces. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen weergegeven.
Tevredenheid over het rapportageproces
De tevredenheidsscores varieerden van 4 tot 10, waarbij de meerderheid van de scores tussen 7 en 9 lagen. De gemiddelde tevredenheidsscore was circa 7,7, wat duidt op overwegend positieve feedback met ruimte voor verbetering.
Meest bruikbare ondersteunende elementen
Rapporteurs hebben de volgende ondersteunende elementen als meest bruikbaar aangemerkt:
·de handleiding voor rapporteurs: vaak genoemd als essentiële hulpbron;
·helpdeskondersteuning; gewaardeerd vanwege haar responsiviteit;
·webinars: gewaardeerd vanwege de verduidelijking van complexe vereisten en het delen van beste praktijken.
Belangrijkste uitdagingen
De landen hebben gewezen op verschillende uitdagingen:
·problemen in verband met gegevensverzameling: veel landen worstelden met het verzamelen van volledige en nauwkeurige gegevens;
·complexe rapportageformaten: enkele landen vonden het op Excel gebaseerde formaat voor de rapportage te omslachtig;
·tijdsdruk: vertraging in de bekendmaking van de uitvoeringshandelingen die essentieel waren voor gegevensverzameling en die de ontwikkeling van nationale wetgeving om de verzameling van specifieke gegevens mogelijk te maken, hebben geleid tot vertraging.
Voorstellen voor verbetering
De rapporteurs hebben enkele verbeteringen voorgesteld, zoals: i) vereenvoudiging van de rapportagemodellen en afstemming op praktische gegevensverzamelingsmogelijkheden, ii) de invoering van modulaire formulieren die uitbreiden op basis van initiële inputs om de complexiteit te verminderen, en iii) het verstrekken van aanvullende richtsnoeren en voorbeelden, het mogelijk vervangen van webinars door uitgebreidere handleidingen voor degenen die zij niet kunnen bijwonen.
Toekomstverwachtingen
De meeste landen gaven aan dat zij de verplichte en vrijwillige velden die dit jaar waren weggelaten, nog zouden invullen.
De belangstelling voor een webinar in 2025 om de resultaten van de rapportage in het eerste jaar te bespreken was groot, waarbij meer dan de helft zijn steun uitsprak.
Gegevens voor de rapportage over 2025 van de posten a), b), c) en d) en gereedheid van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Vastgestelde gegevensbronnen voor de rapportage van volgend jaar omvatten nationale regelgevingshandelingen, producentenrapportages en regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, al blijven sommige gegevensbronnen onvolledig. Verschillende landen wezen op vertraging in de uitvoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, wat gevolgen heeft voor de gegevensbeschikbaarheid voor de rapportages in het kader van de SUP-richtlijn volgend jaar.
Gegevens voor de twee aanvullende rapportageverplichtingen in 2025
Op de vraag over de identificatie van gegevensbronnen voor de twee aanvullende rapportageverplichtingen voor volgend jaar (filters voor tabaksproducten en gehalte aan gerecycled materiaal in kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik), wijzen de antwoorden op gemengde paraatheid, met enige onzekerheid bij rapporteurs.
Conclusie
Hoewel de tevredenheid over het rapportageproces overwegend positief was, zijn er duidelijk mogelijkheden om de gegevensverzameling en rapportageformaten te stroomlijnen. Betere richtsnoeren en vereenvoudigde formulieren zijn belangrijke aanbevelingen om het proces voor de volgende rapportagecyclus te verbeteren.
Bijlage 9: Gegevensbronnen en methoden
De richtsnoeren van de Commissie inzake kunststofproducten voor eenmalig gebruik, in overeenstemming met de SUP-richtlijn (2021/C 216/01), bevatten verduidelijkingen ten aanzien van de producten die onder de SUP-richtlijn vallen, met inbegrip van de producten die onder de rapportageverplichtingen vallen. In de richtsnoeren wordt onder meer verduidelijkt wat als eenmalig gebruik kan worden beschouwd en wat krachtens de SUP-richtlijn als kunststof wordt beschouwd. In de richtsnoeren worden ook specificaties gegeven om producten en de doppen/deksels ervan beter te identificeren. Wat vistuig betreft, worden nadere details ter ondersteuning van de rapportage van gegevens verstrekt in de “
Study to support the implementation of obligations set out in the Single Use Plastics and Port Reception Facilities Directives
” die specificaties geeft over de reikwijdte van de rapportage, mogelijke gegevensbronnen, soorten vistuig enz.
Afgezien van deze ondersteunende documenten verstrekt elk uitvoeringsbesluit van de Commissie gegevens over het rapportageformaat van alle producten waarvoor een rapportageverplichting geldt. Dit omvat ook het rapportageformaat van de gebruikte gegevensbronnen en methoden. Voor post a) wordt in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/162 van de Commissie, en voor post d) wordt in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/958 van de Commissie, de landen gevraagd om de voor de rapportage gebruikte gegevensbronnen/methoden te vermelden, waarbij in de bijlagen erbij een lijst van mogelijke bronnen en methoden wordt opgesteld. Voor post b) is de rapportage gebaseerd op het bewustzijn van landen over de maatregelen en in Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/162 van de Commissie zijn geen criteria vastgesteld waaraan de maatregelen moeten voldoen om te worden gerapporteerd. Voor post c) wordt landen in de richtsnoeren gevraagd om details te verstrekken, sommige op vrijwillige en sommige op verplichte basis, over specifieke elementen van de gegevens, maar de richtsnoeren bevatten geen specifieke referentielijst van gegevensbronnen waaruit de landen kunnen kiezen. In de onderstaande tabellen hebben de gegevens betrekking op de door landen gebruikte gegevensbronnen/methoden per rapportagepost in het kader van de SUP-richtlijn. Wij verwijzen gezamenlijk naar gegevensbronnen en methoden, aangezien in uitvoeringsbesluiten van de Commissie op die manier naar de informatie wordt verwezen.
De onderstaande figuren geven een overzicht van de door landen gerapporteerde gegevensbronnen/methoden voor de posten waarvoor het rapportageformaat voorziet in ingebouwde categorieën die de rapporteurs moeten aangeven (post a) en post d)).
Figuur 14: Door landen voor rapportagepost a) gebruikte gegevensbronnen/methoden Bron: Kwaliteitscontroleverslagen.
Figuur 15: Gegevensbronnen/methode die door landen voor rapportagepost d) zijn gebruikt Bron: Kwaliteitscontroleverslagen.
Bijlage 10: Verificatiemethoden en geconstateerde problemen in verband met de nauwkeurigheid
Afbeelding 16: Voor de rapportage van post a) gebruikte verificatiemethoden (links) en geconstateerde problemen in verband met de nauwkeurigheid (rechts) Bron: Kwaliteitscontroleverslagen.
Figuur 17: Voor de rapportage van post c) gebruikte verificatiemethoden en geconstateerde problemen in verband met de nauwkeurigheid Bron: Kwaliteitscontroleverslagen.
Figuur 18: Voor de rapportage van post d) gebruikte verificatiemethoden en geconstateerde problemen in verband met de nauwkeurigheid Bron: Kwaliteitscontroleverslagen.