EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.12.2025
COM(2025) 985 final
2025/0393(COD)
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Richtlijn 2007/2/EG met betrekking tot vereenvoudiging van bepaalde voorschriften voor de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Unie
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
In het rapport over de toekomst van het Europese concurrentievermogen werd benadrukt dat de transitie naar een koolstofarme, hulpbronnenefficiënte en circulaire economie van essentieel belang zal zijn om de economische welvaart, de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU op lange termijn veilig te stellen.3 Met het EU-kompas voor concurrentievermogen heeft de Commissie haar strategie voor de komende vijf jaar gepresenteerd om het volledige potentieel van deze transitie te ontsluiten.
De wetgeving van de Unie moet haar beleidsdoelstellingen op efficiënte, doeltreffende en transparante wijze verwezenlijken. Het kompas voor concurrentievermogen bevordert verantwoord wetgeven en kondigt ongekende inspanningen aan om de wetgeving te vereenvoudigen en zo het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven nieuw leven in te blazen. Bovendien heeft de Commissie sindsdien de doelstellingen aangescherpt om de administratieve kosten voor bedrijven (samen met overheidsinstanties) en kleine en middelgrote ondernemingen met respectievelijk 25 % en 35 % te verminderen (1).
Richtlijn 2007/2/EG (de Inspire-richtlijn) is vastgesteld om de infrastructuur voor ruimtelijke informatie in Europa tot stand te brengen, die de uitwisseling van ruimtelijke milieu-informatie tussen overheidsorganisaties mogelijk maakt en de publieke toegang tot ruimtelijke informatie in heel Europa verbetert. De Inspire-richtlijn is van cruciaal belang geweest voor het wegnemen van belemmeringen zoals ontbrekende of onduidelijke gegevens, geïsoleerde infrastructuren voor ruimtelijke informatie, belemmeringen voor uitwisseling, dubbel werk en te veel formaten, zodat kaarten en locatiegegevens in heel Europa gemakkelijk kunnen worden gevonden, gedeeld en gebruikt.
De meest recente evaluatie, die in 2022 is afgerond, heeft bevestigd dat de doelstellingen van de richtlijn weliswaar zeer relevant blijven, maar dat het rechtskader kan worden vereenvoudigd en doeltreffender kan worden gemaakt.
Dit voorstel heeft tot doel de Inspire-richtlijn te moderniseren en te vereenvoudigen door de technische vereisten voor gegevens en gegevensuitwisseling te schrappen en de verplichtingen van de richtlijn af te stemmen op recentere horizontale EU-wetgeving inzake gegevens. Dit zal zorgen voor juridische samenhang, zal dubbel werk en lasten voor de lidstaten verminderen en zal tegelijkertijd de doelstellingen van de richtlijn om de toegankelijkheid, kwaliteit en interoperabiliteit van ruimtelijke gegevens op milieugebied te waarborgen, in stand houden. Deze aanpak is in overeenstemming met de Europese datastrategie van 2020 en de strategie voor de data-unie van 2025 wat betreft het waarborgen van een overkoepelend beleidskader voor de data-agile economie en het voorkomen van versnippering van de interne markt. In de Europese datastrategie van 2020 is het initiatief “GreenData4All” aangekondigd, dat tot doel heeft de Inspire-richtlijn te moderniseren in overeenstemming met de technologische ontwikkelingen en innovatiemogelijkheden teneinde de transitie naar een groenere en koolstofneutrale economie te ondersteunen en de administratieve lasten te verminderen.
De horizontale EU-wetgeving inzake gegevens regelt de toegang tot en het hergebruik, de interoperabiliteit en het beheer van overheidsgegevens op coherente en technologisch geavanceerde wijze. Deze omvat Richtlijn (EU) 2019/1024 (richtlijn open data) en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 (uitvoeringsverordening inzake hoogwaardige datasets), Verordening (EU) 2022/868 (datagovernanceverordening) en Verordening (EU) 2024/903 (verordening Interoperabel Europa). De horizontale EU-wetgeving inzake gegevens introduceert beginselen “open door standaardinstellingen”, gestructureerde metagegevens, verplichte applicatieprogramma-interfaces (API’s) en, in voorkomend geval, formaten voor bulksgewijze download voor hoogwaardige datasets, alsook een gestroomlijnd gemeenschappelijk governancemodel voor grensoverschrijdend gegevensgebruik.
Meer in het bijzonder is in artikel 1, lid 7, van de richtlijn open data bepaald dat die richtlijn het hergebruik regelt van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is.
Daarnaast omvat de EU-doelstelling om gemeenschappelijke Europese dataruimten tot stand te brengen, zoals uiteengezet in de Europese datastrategie van 2020, een specifieke dataruimte voor de Green Deal ter ondersteuning van de Europese Green Deal; daartoe moeten gegevenssilo’s worden doorbroken en moet ervoor worden gezorgd dat alle relevante milieugegevens — zowel ruimtelijke als niet-ruimtelijke — vrij kunnen circuleren om de milieu- en klimaatdoelstellingen van de EU te onderbouwen en de administratieve lasten voor bedrijven en bestuurlijke overheden te verminderen.
De voorgestelde vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn in het kader van het omnibuspakket voor de vereenvoudiging op milieugebied vormt de juridische component van het initiatief GreenData4All. Zij zal worden ondersteund door niet-wetgevende maatregelen en praktische instrumenten om slim en efficiënt hergebruik van milieugegevens in de hele Unie te bevorderen.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorgestelde wijzigingen zullen de Inspire-richtlijn in overeenstemming brengen met de EU-wetgeving inzake overheidsgegevens. Bij Richtlijn (EU) 2019/1024 en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/903 zijn met name voorschriften ingevoerd met betrekking tot de vrije en open beschikbaarheid van gegevens, met inbegrip van applicatieprogramma-interfaces (API’s), voor belangrijke datasets in categorieën zoals geospatiale en milieugegevens. Met name zijn de hoogwaardige datasets die in dat kader zijn gedefinieerd, geselecteerd om overeen te komen met de verzamelingen gegevens die reeds onder de Inspire-richtlijn vallen.
Het digitale-omnibusvoorstel omvat de geconsolideerde en gestroomlijnde regels van Verordening (EU) 2024/1689 (verordening vrij verkeer van gegevens), Verordening (EU) 2022/868 (datagovernanceverordening) en Richtlijn (EU) 2019/1024 (richtlijn open data) in Verordening (EU) 2023/2854 (dataverordening), waarmee één geconsolideerd instrument voor de Europese data-economie wordt gecreëerd. Verordening (EU) 2024/1689) (verordening vrij verkeer van gegevens), Richtlijn (EU) 2019/1024 (richtlijn open data) en Verordening (EU) 2022/868 (datagovernanceverordening) zullen worden ingetrokken. Die consolidatie zou daarom van invloed zijn op de verwijzingen in dit voorstel ter vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn, maar het digitale-omnibusvoorstel heeft geen andere gevolgen voor de Inspire-richtlijn, omdat de Commissie geen relevante inhoudelijke wijzigingen van de oplossingen in de richtlijn open data heeft voorgesteld.
De Inspire-richtlijn voorziet in een gemeenschappelijk kader en technische standaarden die nodig zijn voor de uitwisseling en integratie van ruimtelijke gegevens over sectoren en grenzen heen met het oog op rapportage, beleidsuitvoering en besluitvorming. Verordening (EU) 2019/1010 betreft de onderlinge afstemming van de rapportageverplichtingen op het gebied van de milieuwetgeving en vormt de basis voor de afstemming van modellen voor rapportage van gegevens op de Inspire-specificaties.
De toepassing van de Inspire-richtlijn is niet alleen relevant voor het milieubeleid. Diverse EU-wetgeving verwijst naar de Inspire-richtlijn, zoals Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad (LULUCF), Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad (gemeenschappelijk landbouwbeleid), Verordening (EU) 2018/1091 (geïntegreerde landbouwstatistieken), Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad (ruimtevaartprogramma van de Unie), Richtlijn (EU) 2024/2881 van het Europees Parlement en de Raad (richtlijn luchtkwaliteit) en Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad (verordening natuurherstel), om te zorgen voor de samenhang, bv. wat technische formaten, verenigbaarheid van procedures voor de toezending en verwerking van gegevens en gegevensspecificaties betreft, met de bedoeling dubbel werk te vermijden.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het voorstel is volledig in overeenstemming met het horizontale gegevens- en digitale beleid van de EU wat betreft de bevordering van een gemakkelijkere gegevensuitwisseling tussen sectoren en ondersteuning van de oprichting van gemeenschappelijke Europese dataruimten, zoals de dataruimte voor de Green Deal, met als doel hoogwaardige, toegankelijke en herbruikbare milieugegevens beschikbaar te stellen om innovatie, duurzaamheid en digitale transformatie te stimuleren. Met de voorgestelde schrapping van gedetailleerde technische vereisten voor interoperabiliteit, netwerkdiensten en gegevensuitwisseling is het voorstel in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/903 wat betreft de doelstelling om technische en juridische belemmeringen weg te nemen, gemeenschappelijke standaarden te bevorderen en ervoor te zorgen dat overheidsgegevens — met inbegrip van geospatiale en milieugegevens — gemakkelijk over grenzen en sectoren heen kunnen uitgewisseld, gecombineerd en hergebruikt worden. Bovendien zal de voorgestelde vereenvoudiging zorgen voor flexibiliteit bij de uitvoering, waardoor goede praktijken van de gemeenschap kunnen worden overgenomen, zoals de algemeen erkende mechanismen voor minimale interoperabiliteit (Minimum Interoperability Mechanisms, MIM’s) die door de gemeenschap Open & Agile Smart Cities zijn ontwikkeld en die het gebruik van minimale, flexibele standaarden bevorderen, bijvoorbeeld lichte web-API’s en gemeenschappelijke gegevensmodellen, om grensoverschrijdende interoperabiliteit van geospatiale gegevens tot stand te brengen.
De voorgestelde maatregelen voor de vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn zijn in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2019/1024 en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138, omdat ervoor zal worden gezorgd dat geospatiale en milieugegevens beschikbaar worden gesteld als open data, met gebruikmaking van gemeenschappelijke standaarden, API’s en open licenties, zodat dubbel werk tot een minimum wordt beperkt, de lasten voor leveranciers van gegevens worden verminderd en de toegankelijkheid en het hergebruik voor alle gebruikers via data.europa.eu worden geoptimaliseerd. Daarom wordt ook de schrapping voorgesteld van de verplichting voor de Commissie om het Inspire-geoportaal te exploiteren.
Het voorstel is voorts in overeenstemming met Verordening (EU) 2022/868, die een bredere uitwisseling van overheidsgegevens (met inbegrip van gegevens die niet openbaar zijn gepubliceerd) via betrouwbare intermediairs en gemeenschappelijke gegevensruimten vergemakkelijkt, door ervoor te zorgen dat verzamelingen ruimtelijke gegevens onder duidelijke voorwaarden en via interoperabele dienstenoplossingen kunnen worden uitgewisseld.
Samengevat brengt dit voorstel de Inspire-richtlijn in overeenstemming met het horizontale gegevensbeleid van de EU, waardoor het hergebruik van gegevens op basis van het beginsel “open door standaardinstellingen”, de interoperabiliteit en de ontwikkeling van datagestuurde diensten in alle sectoren worden vergemakkelijkt.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag voor de Inspire-richtlijn is artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 192, lid 1, biedt de rechtsgrondslag voor maatregelen ter bescherming van het milieu, met inbegrip van het gebruik van beschikbare gegevens als basis voor de voorbereiding van milieubeleid.
Belangrijkste wettelijke bepalingen en wijzigingen
Het voorstel is een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2007/2/EG.
De Inspire-richtlijn schrijft geen uniforme voorwaarden voor voor de toekenning van open licenties of het in rekening brengen van vergoedingen, wat leidt tot inconsistente voorwaarden voor hergebruik in de verschillende lidstaten. Daarom wordt voorgesteld de verplichtingen voor de lidstaten om specifieke netwerkdiensten op te zetten, met inbegrip van zoek-, raadpleeg-, download- en verwerkingsdiensten, te vervangen door een verwijzing naar de parallelle bepalingen in Richtlijn (EU) 2019/1024 om ervoor te zorgen dat ruimtelijke gegevens standaard open zijn voor hergebruik onder geharmoniseerde voorwaarden.
Daarom wordt de schrapping voorgesteld van de verplichting voor de Commissie om een geoportaal te exploiteren. De toegang tot ruimtelijke gegevens zal in plaats daarvan kunnen gebeuren via het opendataportaal van de EU (data.europa.eu), dat fungeert als centraal toegangspunt voor Europese openbare gegevens.
De in hoofdstuk II van de Inspire-richtlijn vastgestelde verplichtingen voor het opstellen van metagegevens en het opzoeken van gegevens zijn nog steeds geschikt voor het beoogde doel en maken een overdracht van metagegevens en zoekfuncties van het Inspire-geoportaal of nationale of subnationale geoportalen naar data.europa.eu mogelijk.
Om de administratieve lasten te verminderen, wordt voorgesteld de rapportagevoorschriften van artikel 21 te schrappen. De lidstaten dienen bij de Commissie een verslag in over de maatregelen die zijn genomen voor de uitvoering van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138, overeenkomstig artikel 5 van die verordening. Dat verslag bevat een lijst van verzamelingen gegevens die overeenstemmen met de beschrijving van elke hoogwaardige dataset in de bijlage bij die verordening, die 33 van de 34 Inspire-verzamelingen gegevens in het kader van omvat, met een onlineverwijzing naar metagegevens die bestaande standaarden volgen, zoals één register of een opendatacatalogus. Daarom is het niet langer nodig de rapportagevoorschriften van Richtlijn 2007/2/EG te handhaven.
In Richtlijn (EU) 2019/1024 is bepaald dat gegevens standaard open zijn, wat ook van toepassing is op ruimtelijke gegevens, met inbegrip van verzamelingen ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/2/EG. Daarom wordt voorgesteld de bepaling over gegevensuitwisseling in de Inspire-richtlijn te schrappen. De voorwaarden voor de bescherming van gevoelige informatie, zoals nationale veiligheid of persoonsgegevens, zijn ook duidelijk gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2019/1024, Richtlijn 2003/4/EG en Verordening (EU) 2022/868. Het voorstel vereenvoudigt daarom het rechtskader zonder de verplichtingen inzake de uitwisseling van ruimtelijke gegevens tussen overheidsinstanties af te zwakken.
Als gevolg van de hierboven uiteengezette wijzigingen met betrekking tot netwerkdiensten, interoperabiliteit en gegevensuitwisseling wordt verder voorgesteld de volgende gerelateerde uitvoeringshandelingen volgens de toepasselijke procedure in te trekken en de overeenkomstige machtigingen te schrappen:
1)Verordening (EG) nr. 976/2009 van de Commissie wat netwerkdiensten betreft
2)Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens
3)Verordening (EU) nr. 268/2010 van de Commissie inzake uitwisseling van gegevens en diensten
4)Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1372 van de Commissie tot uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG wat betreft toezicht en verslaglegging
•Subsidiariteit
De oprichting van een Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie op te richten, die voortbouwt op door de lidstaten opgerichte en geëxploiteerde infrastructuren, is een door het EU-recht opgelegde verplichting. De vereenvoudiging van daarmee verband houdende verplichtingen vindt daarom het beste op EU-niveau plaats om de rechtszekerheid en de consistentie te waarborgen. Dit zal zorgen voor duidelijkheid voor bestuurlijke overheden in de hele EU, die zullen profiteren van de vereenvoudigde vereisten die uit dit voorstel voortvloeien.
Een infrastructuur voor ruimtelijke informatie voor milieubeleid en -beleidsmaatregelen of activiteiten die van invloed zijn op het milieu heeft een intrinsieke grensoverschrijdende en pan-Europese dimensie. Afzonderlijke lidstaten kunnen de interoperabiliteit en de toegang tot ruimtelijke gegevens voor EU-brede doeleinden niet op adequate wijze garanderen.
Maatregelen op EU-niveau zijn gerechtvaardigd om een gemeenschappelijk interoperabel kader voor ruimtelijke gegevens te vereenvoudigen en te consolideren. Het voorstel heeft geen betrekking op de bevoegdheid van de lidstaten om hun interne infrastructuren voor informatie te organiseren, zolang de gemeenschappelijke doelstellingen (open beschikbaarheid en interoperabiliteit van bepaalde verzamelingen ruimtelijke gegevens) worden verwezenlijkt.
•
Evenredigheid
Het voorstel heeft tot doel het rechtskader te vereenvoudigen door wijzigingen aan te brengen in bestaande vereisten die tot doel hebben de lasten te verminderen door bepalingen te schrappen of te wijzigen die al te prescriptief of overlappend zijn gebleken en die geen afbreuk doen aan de inhoud van de bredere beleidsdoelstelling, en door een afstemming met Richtlijn 2019/1024 en Verordening 2023/138. Het voorstel is daarom beperkt tot de wijzigingen die nodig zijn om te zorgen voor een efficiënte uitvoering, vereenvoudiging en adequate afstemming op de horizontale wetgeving inzake gegevens.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie en geschiktheidscontrole van bestaande wetgeving
Uit de evaluatie van de Inspire-richtlijn in 2022 is gebleken dat de uitwisseling van ruimtelijke gegevens sinds 2007 aanzienlijk is toegenomen, waardoor de efficiëntie is verbeterd door de toepassing van de FAIR-beginselen en interoperabiliteit in de hele EU wordt bevorderd. De belangrijkste toegevoegde waarde van de richtlijn bleek te liggen in het bevorderen van gegevensuitwisseling als norm, het opzetten van governancestructuren, het ontsluiten van overheidsgegevens, het verbeteren van de transparantie en het opbouwen van deskundigheid op EU-niveau. Zij werd bijzonder relevant geacht voor de ondersteuning van de dataruimte voor de Green Deal, milieustrategieën en milieudemocratie door middel van meer transparantie.
Er zijn echter nog uitdagingen. De uitvoering stuit nog steeds op technische en organisatorische belemmeringen, waarbij interoperabiliteit het duurste aspect is. Het huidige kader wordt als te gedetailleerd en onvoldoende technologieneutraal beschouwd, wat de flexibiliteit en kosteneffectiviteit vermindert. Door de vereisten inzake interoperabiliteit te vereenvoudigen en de lidstaten enige marge te laten bij de toepassing van gegevensspecificaties, zou het aanpassingsvermogen worden vergroot en zou de relevantie ervan in het licht van de technologische veranderingen worden gehandhaafd. De Inspire-richtlijn alleen kan de grens- en sectoroverschrijdende bruikbaarheid van gegevens niet waarborgen, waardoor extra inspanningen nodig zijn om gegevens in praktische informatie om te zetten.
Vastgesteld werd dat de Inspire-richtlijn in grote lijnen in overeenstemming is met de wetgeving inzake milieu, open data en toegang tot informatie, maar synergieën tussen deze kaders zouden beter kunnen worden benut om de actieve verspreiding van milieugegevens te ondersteunen. De uitvoeringskosten worden grotendeels gedragen door de nationale regeringen, met weinig lasten voor de eindgebruikers, en waar kosten-batenanalyses zijn uitgevoerd, komen de resultaten overeen met de verwachtingen van de oorspronkelijke evaluatie vooraf.
Over het algemeen werd vastgesteld dat de Inspire-richtlijn zeer relevant blijft voor het aanpakken van belemmeringen voor gegevensuitwisseling en het aanpakken van toekomstige behoeften met betrekking tot gegevens. Maar om de doeltreffendheid ervan te vergroten, moet het rechtskader worden gemoderniseerd en de praktische uitvoering ervan worden verbeterd.
•Raadpleging van belanghebbenden
De voorbereiding van dit voorstel is gebaseerd op uitgebreid overleg met de autoriteiten van de lidstaten, leveranciers van gegevens, gebruikers van gegevens, waaronder bedrijven en ngo’s, en het grote publiek. De openbare raadpleging, die plaatsvond van 5 februari tot en met 30 april 2025, had een breder toepassingsgebied dan het huidige vereenvoudigingsvoorstel, en bestond uit twee afzonderlijke delen: 1) een algemeen deel over de beschikbaarheid en toegankelijkheid van milieugegevens (375 respondenten), en 2) een specifieker deel over de vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn (227 respondenten). Dit voorstel is voornamelijk gebaseerd op de resultaten van het tweede deel van de openbare raadpleging, dat gewijd is aan de vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn.
375 respondenten hebben geantwoord op het eerste deel van de openbare raadpleging. Overheidsinstanties vormden de grootste groep respondenten (150), gevolgd door EU-burgers (113), academische en onderzoeksinstellingen (40), ondernemingen en bedrijven (27), milieuorganisaties (9), ondernemersorganisaties (8), ngo’s (7), niet-EU-burgers (6) en andere actoren (15). De overheidsinstanties waren voornamelijk organen op nationaal niveau, terwijl 250 respondenten behoorden tot organisaties met meer dan 250 werknemers.
De respondenten hadden te maken met milieugegevens in meerdere rollen. In totaal werden er 258 geïdentificeerd als gebruiker van gegevens, 195 als producent en 143 als host of leverancier van gegevens. Milieugegevens worden voornamelijk gebruikt voor onderzoek en ontwikkeling (188 vermeldingen), bewustmaking en voorlichting van het publiek (185), territoriale en milieuplanning (183), beleidsvorming (170), naleving en rapportage (169), besluitvorming in het bedrijfsleven (92), passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven (76) en duurzaamheidsrapportage (35). De meest geraadpleegde gegevenstypen betroffen landgebruik en landbedekking (258), klimaat en weer (209), waterkwaliteit en -kwantiteit (181), biodiversiteit (181), hydrologie (171), bosbouw (165), landbouw (160) en bodemkwaliteit (153). Gegevens worden het vaakst geraadpleegd via het downloaden van verwerkte bestanden (124), raadpleegdiensten (102) en oorspronkelijke gegevens/API-toegang (92).
227 respondenten reageerden op het tweede deel betreffende de vereenvoudiging van de Inspire-richtlijn. Wat de afstemming tussen de Inspire-richtlijn en Richtlijn (EU) 2019/1024 betreft, was er een sterke consensus dat een dergelijke afstemming meer toegang en hergebruik zou bevorderen (133 waren het er helemaal mee eens), de regels voor gegevensuitwisseling zou vereenvoudigen (128) en de administratieve lasten zou verminderen (111). Wat governance betreft, was een duidelijke meerderheid voorstander van de integratie van de Inspire-richtlijn in een gemeenschappelijk EU-governancekader dat gekoppeld is aan horizontale wetgeving: 76 steunden dit sterk en 99 steunden het, terwijl slechts 22 neutraal waren en 22 ertegen waren. Velen benadrukten echter dat geospatiale expertise, gegevenskwaliteit en interoperabiliteitsstandaarden moeten worden gewaarborgd.
De respondenten zagen potentiële voordelen in standaardisering, kwaliteitsborging en schaalbaarheid via API’s en clouddiensten. Er was voornamelijk bezorgdheid over transparantie, governance, verantwoordingsplicht, veiligheid en de noodzaak om publiek toezicht te behouden en afhankelijkheid van ondoorzichtige private platforms te voorkomen. De meningen waren verdeeld wat betreft de blijvende waarde van de Inspire-richtlijn als op zichzelf staand instrument, mits dit volledig is afgestemd op de horizontale wetgeving. Terwijl 91 respondenten deze zeer of enigszins waardevol achtten, zagen 62 respondenten weinig of geen waarde en antwoordden 35 respondenten dat ze het niet wisten.
25 individuele documenten werden ingediend in het kader van de raadpleging, waarvan er 22 rechtstreeks relevant waren. In deze bijdragen werd gewezen op hardnekkige problemen zoals verschillen in de bruikbaarheid en toegankelijkheid van gegevensportalen, inconsistenties in de gegevenskwaliteit en belemmeringen voor grensoverschrijdende toegang. Velen pleitten voor een verenigd, samenhangend Europees platform dat gebaseerd is op nationale knooppunten, en waarschuwden voor commercialisering of betaalmuren. Er werden uiteenlopende meningen geuit over door burgers gegenereerde gegevens, waarbij de steun afhing van duidelijke kwaliteits- en validatiekaders. Verder benadrukten de respondenten het belang van financiering, capaciteitsopbouw, veilige uitwisselingen en het behoud van de geospatiale samenhang binnen de bredere EU-wetgeving inzake gegevens, zoals Richtlijn (EU) 2019/1024 en Verordening (EU) 2024/903.
De deskundigen van de lidstaten zijn via de Inspire-groep voor onderhoud en uitvoering (Maintenance and Implementation Group, MIG) nauw betrokken geweest door middel van verschillende workshops tussen 2022 en 2025. Tijdens de Inspire-conferentie van 2023 (waaraan 280 mensen persoonlijk en 800 virtueel deelnamen, als vertegenwoordigers van overheidsinstanties, het bedrijfsleven en de academische wereld) werd ook de mogelijke ontwikkeling van de Inspire-richtlijn besproken. Rekening houdend met de reeds gedane investeringen op het gebied van de uitvoering, was er brede overeenstemming over het feit dat de wettelijke vereisten van de richtlijn er niet toe mogen leiden dat zij vastzitten aan verouderde technologieën of niet tot dubbel werk mogen leiden. Sommige lidstaten hebben hun opendataportaal al getest om te voldoen aan de Inspire-verplichtingen op het gebied van zoekfuncties, en daaruit is gebleken dat dit haalbaar is. Leveranciers van gegevens hebben vaak te maken met een beperkte capaciteit en moeheid als gevolg van overlappende verplichtingen. De MIG sloot zich aan bij de resultaten van de openbare raadpleging om een wettelijke basis voor geospatiale referentiegegevens te behouden en standaardisering op lange termijn te waarborgen, met de nadruk op het niet verstoren van wat goed werkt, met name wat betreft standaarden voor metagegevens.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Tijdens de opstelling van het voorstel heeft de Commissie een beroep gedaan op externe deskundigheid in de vorm van een ondersteunende studie. Daarnaast heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) multidisciplinaire analyses verstrekt over de stand van de uitvoering van de Inspire-richtlijn en mogelijke toekomstige oriëntaties. De Commissie heeft ook rekening gehouden met de Refit-evaluatie van de Inspire-richtlijn van 2016 en met de evaluatie van 2022, die gedetailleerd bewijsmateriaal bevatte van wat wel en wat niet werkt. In de evaluatie werd het geringe gebruik van sommige Inspire-diensten gekwantificeerd en werd integratie met horizontale wetgeving inzake gegevens aanbevolen.
•Effectbeoordeling
Het voorstel betreft gerichte wijzigingen om de Inspire-richtlijn te moderniseren en te vereenvoudigen door deze af te stemmen op de verplichtingen van recentere, horizontale EU-wetgeving inzake gegevens. De wijzigingen moeten zorgen voor een efficiëntere, doeltreffendere en minder omslachtige uitvoering. Vanwege de gerichte aard van de wijzigingen en het gebrek aan relevante beleidsopties is een effectbeoordeling niet nodig. Het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het voorstel bevat echter een kwantificering van de verwachte besparingen en informatie over de voortzetting van de bestaande coördinatiemechanismen op EU-niveau in een flexibelere en minder omslachtige vorm.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
In het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit) zorgt de Commissie ervoor dat haar wetgeving geschikt is voor het beoogde doel, op de behoeften van belanghebbenden is toegesneden en de doelstellingen ervan worden bereikt met zo beperkt mogelijke lasten.
Dit voorstel maakt deel uit van Refit en is een reactie op de bevindingen van de evaluatie van de Inspire-richtlijn van 2022, waarin gebieden met buitensporige administratieve lasten en te prescriptieve technische vereisten zijn vastgesteld. Het voorstel vereenvoudigt het rechtskader door verplichtingen te schrappen die nu zijn opgenomen in recentere horizontale EU-wetgeving inzake gegevens, met name Richtlijn (EU) 2019/1024, Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138, Verordening (EU) 2022/868 en Verordening (EU) 2024/903.
Er wordt met name voorgesteld om:
–dubbele rapportageverplichtingen te schrappen en de werklast voor de lidstaten in verband met naleving te verminderen;
–vier machtigingen te schrappen voor de vaststelling van uitvoeringsvoorschriften voor interoperabiliteit, netwerkdiensten, gegevensuitwisseling en rapportagevoorschriften die niet langer de huidige beste praktijken of standaarden weerspiegelen, waarmee starre technische vereisten worden geschrapt. De vier uitvoeringshandelingen die op basis van de machtigingen zijn vastgesteld, zullen via een afzonderlijke vaststellingsprocedure (comitologie) worden ingetrokken;
–de toegang tot ruimtelijke gegevens te integreren in een andere bestaande EU-infrastructuur, het opendataportaal (data.europa.eu), waardoor de toegang van gebruikers en het onderhoud van systemen worden vereenvoudigd en de verplichting voor de Commissie om een geoportaal te exploiteren, wordt geschrapt.
•Gekwantificeerde impact van het schrappen van verplichtingen
De voorgestelde wijzigingen zullen ten goede komen aan een breed scala aan belanghebbenden, waaronder leveranciers van overheidsgegevens, nationale en regionale autoriteiten, bedrijven, onderzoeksinstellingen, kmo’s en maatschappelijke organisaties. Leveranciers van overheidsgegevens zullen te maken krijgen met minder administratieve lasten en vereenvoudigde naleving, terwijl bedrijven en gegevensgebruikers betere toegang zullen krijgen tot hoogwaardige milieugegevens door middel van open licenties en moderne API’s.
Er wordt een omzettingstermijn van twaalf maanden voorgesteld om de lidstaten in staat te stellen hun infrastructuur aan te passen en de continuïteit van de dienstverlening te handhaven tijdens de migratie naar het nieuwe kader. De gecombineerde kostenbesparingen voor de EU als gevolg van de voorgestelde vereenvoudiging zullen naar verwachting aanzienlijk zijn. De jaarlijkse basiskosten voor de uitvoering van de Inspire-richtlijn in de hele EU-27 worden geraamd op 4,967 à 48,926 miljoen EUR.
De voorgestelde vereenvoudiging zal naar verwachting de administratieve lasten met 24 à 64 % verminderen ten opzichte van het huidige basisscenario. De ondergrens van 24 % weerspiegelt de conservatievere ramingen die zijn afgeleid uit de feedback van belanghebbenden tijdens de validatieworkshop, waarin een onmiddellijke en pragmatische beoordeling van het potentiële effect is uitgevoerd. De bovengrens van 64 % komt daarentegen overeen met de kostenverminderingen die zijn vastgesteld in het scenario van volledige afstemming op Richtlijn (EU) 2019/1024.
Dit wordt beschouwd als de realistische bandbreedte voor de verwachte besparingen als gevolg van de vereenvoudiging, met name die welke verband houden met de jaarlijkse actualisering van geharmoniseerde verzamelingen gegevens en de exploitatie van publicatie- en webdiensten. Dit vertaalt zich in jaarlijkse besparingen van ongeveer 6,36 à 16,96 miljoen EUR, op basis van de gemiddelde jaarlijkse kostencomponent voor het actualiseren en onderhouden van verzamelingen gegevens en diensten in het kader van Inspire. Gemiddeld komt dit over de gehele geraamde bandbreedte overeen met een jaarlijkse vermindering met ongeveer 44 % aan administratieve kosten, d.i. ongeveer 11,66 miljoen EUR aan jaarlijkse besparingen. Deze besparingen worden gerealiseerd door de complexe harmonisatievereisten af te schaffen, door gangbare webtechnologieën ten volle te benutten en door de infrastructuur te consolideren.
•
Grondrechten
Het voorstel heeft geen negatieve gevolgen voor de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten van de EU. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de uitwisseling van ruimtelijke gegevens van de overheidssector (niet-persoonsgebonden, milieu- en geografische informatie) en hebben geen betrekking op de verwerking van persoonsgegevens of beperkingen van de rechten van personen. Richtlijn 2007/2/EG bevat in haar huidige vorm reeds waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens en gevoelige vertrouwelijke informatie, bijvoorbeeld in artikel 13.
Door open data en transparantie te bevorderen, is het voorstel in overeenstemming met artikel 42 van het Handvest (recht van inzage in documenten) en artikel 37 (milieubescherming), waarin de toegang tot milieu-informatie impliciet wordt ondersteund. Burgers zullen ten minste dezelfde toegang tot ruimtelijke milieu-informatie blijven hebben als voorheen. Het voorstel doet geen afbreuk aan het recht op privacy of gegevensbescherming omdat persoonsgegevens (bv. namen van eigenaren in een kadaster) zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de Inspire-richtlijn.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
N.v.t.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplannen en regelingen betreffende monitoring, evaluatie en rapportage
Uitvoeringsplan
N.v.t.
•Toelichtende stukken
Gezien het toepassingsgebied van het voorstel is het niet gerechtvaardigd of evenredig om toelichtende stukken te verlangen.
•
Artikelsgewijze toelichting
Het voorstel omvat:
–de schrapping van technische specificaties inzake interoperabiliteit, rekening houdend met het feit dat in artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 is bepaald dat die richtlijn het hergebruik regelt van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is (artikel 7);
–de schrapping van technische vereisten wat netwerkdiensten betreft, rekening houdend met het feit dat in artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 is bepaald dat die richtlijn het hergebruik regelt van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is (artikel 11);
–de schrapping van vereisten voor gegevensuitwisseling, aangezien in Richtlijn (EU) 2019/1024 is bepaald dat gegevens standaard open zijn, wat ook van toepassing is op ruimtelijke gegevens, met inbegrip van verzamelingen ruimtelijke gegevens zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/2/EG;
–de schrapping van voorwaarden voor overheidsinstanties om vergoedingen in rekening te brengen voor verzamelingen ruimtelijke gegevens, rekening houdend met het feit dat in artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 is bepaald dat die richtlijn het hergebruik regelt van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is, met name beginselen en regels betreffende het in rekening te brengen van vergoedingen (artikel 14);
–de schrapping van de verplichting voor de Commissie om een Inspire-geoportaal op te zetten en te exploiteren (artikel 15);
–de schrapping van rapportagevoorschriften om dubbel werk te voorkomen, aangezien de lidstaten op grond van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 verplicht zijn toezicht te houden op en verslag uit te brengen over de uitvoering van de Inspire-richtlijn (artikel 21);
–een actualisering van de regelgevingsprocedure met toetsing wat de aanpassing van de bijlagen I, II en III (artikel 4, lid 7, en een nieuw artikel 22 bis) betreft;
–een actualisering van de bepaling inzake uitvoeringsbevoegdheden in artikel 5, lid 4, om de verwijzing naar artikel 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG te vervangen door een verwijzing naar artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 (nieuw artikel 22 ter);
–de schrapping van achterhaalde bepalingen waarvoor een termijn is verstreken, of van achterhaalde definities.
2025/0393 (COD)
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Richtlijn 2007/2/EG met betrekking tot vereenvoudiging van bepaalde voorschriften voor de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Unie
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In de politieke beleidslijnen voor de mandaatsperiode 2024-2029 van de Commissie wordt gewezen op de doelstelling om de wetgeving te vereenvoudigen om overlappingen en tegenstrijdigheden weg te nemen en tegelijkertijd hoge normen te handhaven en op koers te blijven om de in de Europese Green Deal vastgestelde doelstellingen te bereiken.
(2)In reactie op het rapport-Draghi van 2024, waarin regelgevingsbelemmeringen en administratieve lasten als een van de belangrijkste uitdagingen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), worden genoemd, wordt in het kompas voor concurrentievermogen een reeks horizontale katalysatoren vastgesteld om het concurrentievermogen te ondersteunen, waaronder een vereenvoudiging van de wetgeving, vermindering van de lasten en bevordering van snelheid en flexibiliteit.
(3)In haar mededeling van 19 november 2025 getiteld “Strategie voor de data-unie — Gegevens ontsluiten voor AI” heeft de Commissie haar visie uiteengezet voor de data-unie, met name wat de verbetering van de uitwisseling van overheidsgegevens betreft. Die agenda vereist meer dan een incrementele benadering en de Unie moet voortvarend handelen om haar doelstelling te behalen. De Commissie, het Europees Parlement, de Raad, de autoriteiten van de lidstaten op alle niveaus en de belanghebbenden moeten samenwerken om de regelgeving van de Unie, de lidstaten en de regio’s te stroomlijnen en te vereenvoudigen en het beleid doeltreffender uit te voeren.
(4)De Commissie heeft de vaste wil om de rapportagelast en de nalevingskosten te verminderen, de interoperabiliteit te bevorderen en het concurrentievermogen te vergroten, en in dat verband is het noodzakelijk om Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad te wijzigen, zonder afbreuk te doen aan de beleidsdoelstellingen van de Europese Green Deal en het actieplan duurzame financiering.
(5)Richtlijn 2007/2/EG bevat bepaalde definities die als gevolg van de voorgestelde wijzigingen achterhaald zullen zijn. Die definities moeten worden geschrapt.
(6)Richtlijn 2007/2/EG bevat verwijzingen naar derde partijen, terwijl Richtlijn (EU) 2019/1024, die van toepassing is op openbare lichamen en overheidsondernemingen, niet van toepassing is op particuliere entiteiten of bedrijven. Om de samenhang met Richtlijn (EU) 2019/1024 te waarborgen, moet de verwijzing naar derde partijen worden geschrapt.
(7)De termijnen voor de opstelling van metagegevens en voor de vaststelling van uitvoeringsbepalingen met technische voorschriften voor de interoperabiliteit van de verzamelingen van ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens zijn achterhaald en moeten worden geschrapt.
(8)De artikelen 7 en 8 van Richtlijn 2007/2/EG verlenen de Commissie de bevoegdheid om uitvoeringsbepalingen vast te stellen met technische voorschriften voor de interoperabiliteit en, waar mogelijk, de harmonisatie van de verzamelingen van ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. Zij bepalen ook de voorwaarden voor en de inhoud van die uitvoeringsbepalingen. Artikel 5, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/1024 bepaalt dat openbare lichamen en overheidsondernemingen hun documenten beschikbaar moeten stellen in de reeds bestaande formaten of talen en, indien mogelijk en passend, elektronisch, in formaten die open, machinaal leesbaar, toegankelijk, vindbaar en herbruikbaar zijn, samen met hun metagegevens. Zowel het formaat als de metagegevens moeten zo veel mogelijk aan formele open standaarden voldoen. Krachtens artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 regelt die richtlijn het hergebruik van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is. Aangezien de voorschriften voor de interoperabiliteit voor open data van toepassing zijn op ruimtelijke gegevens, moet de machtiging om uitvoeringsbepalingen vast te stellen met technische voorschriften voor de interoperabiliteit en, waar mogelijk, de harmonisatie van de verzamelingen van ruimtelijke gegevens en daarmee verband houdende bepalingen, worden geschrapt.
(9)Artikel 10 van Richtlijn 2007/2/EG bepaalt dat de lidstaten de informatie, waaronder gegevens, codes en technische classificaties die nodig zijn om ruimtelijke gegevens interoperabel te maken, beschikbaar moeten stellen, en stelt ook de voorwaarden vast om de coherentie te verzekeren van ruimtelijke gegevens die betrekking hebben op een kenmerk dat zich over twee of meer lidstaten uitstrekt. Aangezien de artikelen 7 en 8 worden geschrapt, zijn de vereisten voor de lidstaten om dergelijke informatie beschikbaar te stellen en de voorwaarden om de coherentie van ruimtelijke gegevens te verzekeren niet langer nodig.
(10)In de artikelen 11 en 12 van Richtlijn 2007/2/EG is bepaald dat de lidstaten moeten zorgen voor de oprichting en exploitatie van een netwerk van diensten die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens op te zoeken, weer te geven, te downloaden, te verwerken en op te roepen, en ervoor moeten zorgen dat de overheidsinstanties en derde partijen hun verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens kunnen koppelen aan dat netwerk. Richtlijn (EU) 2019/1024 stelt het rechtskader voor open data vast en introduceert het concept van hoogwaardige datasets, gedefinieerd als gegevens waarvan het hergebruik belangrijke voordelen biedt voor de samenleving en de economie, waaronder de verzamelingen van ruimtelijke gegevens. Op grond van Richtlijn (EU) 2019/1024 moeten de hoogwaardige datasets voor hergebruik beschikbaar worden gesteld in een machinaal leesbaar formaat via passende applicatieprogramma-interfaces en, in voorkomend geval, in de vorm van een bulksgewijze download. Op grond van artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 regelt die richtlijn het hergebruik van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is. Om de samenhang met Richtlijn (EU) 2019/1024 te waarborgen en overlappende bepalingen te voorkomen, moeten de vereisten voor de oprichting en exploitatie van een netwerk voor diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens in Richtlijn 2007/2/EG worden geschrapt.
(11)Artikel 14 van Richtlijn 2007/2/EG bevat de regels voor het kosteloos ter beschikking stellen van zoek- en raadpleegdiensten aan het publiek en voor het ter beschikking stellen van e-commercediensten indien die diensten tegen betaling ter beschikking worden gesteld. Richtlijn (EU) 2019/1024 stelt beginselen en regels vast voor de vergoeding van het kosteloos beschikbaar stellen van documenten en hoogwaardige datasets, met inbegrip van uitzonderingen op en afwijkingen van de tariferingsregels, teneinde een maximaal effect te waarborgen en het hergebruik van gegevens te vergemakkelijken. Op grond van artikel 1, lid 7, van Richtlijn (EU) 2019/1024 regelt die richtlijn het hergebruik van bestaande documenten van openbare lichamen en overheidsondernemingen van de lidstaten, met inbegrip van documenten waarop Richtlijn 2007/2/EG van toepassing is. Om de samenhang met Richtlijn (EU) 2019/1024 te waarborgen en overlappende bepalingen te voorkomen, moeten de regels voor vergoedingen voor zoek- en raadpleegdiensten in Richtlijn 2007/2/EG worden geschrapt.
(12)Krachtens artikel 15 van Richtlijn 2007/2/EG moet de Commissie een Inspire-geoportaal opzetten en exploiteren. Dat portaal heeft gefunctioneerd als het centraal Europees toegangspunt tot de gegevens die de lidstaten en de EVA-landen uit hoofde van Richtlijn 2007/2/EG hebben verstrekt. Het portaal maakt het mogelijk de beschikbaarheid van datasets te monitoren, geschikte datasets op basis van hun beschrijvingen op te zoeken en toegang te krijgen tot geselecteerde datasets via hun raadpleeg- of downloaddiensten. Sinds 2021 fungeert de website data.europa.eu als centraal toegangspunt voor open data die door instellingen van de Unie, op nationale portalen van lidstaten en derde landen, en door internationale organisaties worden gepubliceerd. Om duplicatie van de toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens te voorkomen en de administratieve lasten te verminderen, moet de verplichting voor de Commissie om het Inspire-geoportaal te exploiteren, worden geschrapt.
(13)De Commissie is op grond van artikel 16 van Richtlijn 2007/2/EG bevoegd om technische specificaties en minimumprestatiecriteria voor netwerkdiensten als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die richtlijn vast te stellen. Aangezien de artikelen 11 en 12 van Richtlijn 2007/2/EG worden geschrapt, is deze machtiging niet langer nodig.
(14)Op grond van artikel 17 van Richtlijn 2007/2/EG moeten de lidstaten maatregelen nemen die de uitwisseling tussen alle verschillende overheidsniveaus mogelijk maken van ruimtelijke gegevens die op één overheidsniveau zijn verzameld, en ervoor zorgen dat ruimtelijke gegevens en diensten beschikbaar worden gesteld onder voorwaarden die het uitgebreide gebruik ervan niet beperken. Krachtens Richtlijn (EU) 2019/1024 zijn gegevens standaard open, wat ook van toepassing is op ruimtelijke gegevens, met inbegrip van verzamelingen ruimtelijke gegevens die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2007/2/EG vallen. Artikel 17 moet derhalve worden geschrapt om het rechtskader te vereenvoudigen en overlappende regels te voorkomen.
(15)Artikel 21 van Richtlijn 2007/2/EG bevat de voorschriften voor toezicht en rapportage voor de lidstaten met betrekking tot de uitvoering van die richtlijn en het gebruik van hun infrastructuur voor ruimtelijke informatie. In artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie is een lijst vastgesteld van hoogwaardige datasets die tot de thematische categorieën van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2019/1024 behoren en in het bezit zijn van openbare lichamen. Het stelt ook de regelingen vast voor publicatie en hergebruik van dergelijke hoogwaardige datasets. De lidstaten moeten bij de Commissie een verslag indienen over de maatregelen die zij hebben genomen om de regels van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 uit te voeren, met inbegrip van een lijst van datasets die overeenstemmen met de beschrijving van alle in de bijlage bij die uitvoeringsverordening bedoelde hoogwaardige gegevens, met een onlineverwijzing naar metagegevens die bestaande normen mogelijk maken. Die bijlage omvat 33 van de 34 in de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 2007/2/EG vermelde verzamelingen ruimtelijke gegevens. Daarom is het niet langer nodig de rapportagevoorschriften van artikel 21 van Richtlijn 2007/2/EG te behouden.
(16)Het Verdrag van Lissabon heeft het rechtskader voor de door de wetgever aan de Commissie toegekende bevoegdheden ingrijpend gewijzigd en een onderscheid ingevoerd tussen de aan de Commissie overgedragen bevoegdheden om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen tot aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling (gedelegeerde handelingen), en de aan de Commissie toegekende bevoegdheden om handelingen vast te stellen teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van juridisch bindende handelingen van de Unie te waarborgen (uitvoeringshandelingen). Wanneer uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend, moeten deze bevoegdheden worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.
(17)Die richtlijn, die vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is vastgesteld, kent de Commissie bevoegdheden toe om maatregelen te nemen volgens de bij artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG van de Raad ingevoerde regelgevingsprocedure met toetsing.
(18)De noodzaak om alle bestaande wetgeving aan te passen aan het bij het Verdrag van Lissabon ingevoerde rechtskader wordt erkend in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
(19)De machtiging in artikel 4, lid 7, van Richtlijn 2007/2/EG aan de Commissie om de bijlagen I, II en III bij die richtlijn te wijzigen teneinde de beschrijving van de in die bijlagen bedoelde bestaande categorieën gegevens aan te passen, voorziet in het gebruik van de regelgevingsprocedure met toetsing. Aangezien die machtiging voldoet aan de criteria van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), moet zij aan die bepaling worden aangepast.
(20)Met het oog op de noodzakelijke aanpassing van die verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I tot en met III bij Richtlijn 2007/2/EG om de beschrijving van de bestaande categorieën gegevens aan te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, volgens de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
(21)De machtiging aan de Commissie om regels vast te stellen voor de uitvoering van artikel 5 van Richtlijn 2007/2/EC, die is vastgelegd in lid 4 van dat artikel, moet worden aangepast aan artikel 291 VWEU.
(22)In artikel 23 van Richtlijn 2007/2/EG is bepaald dat de Commissie die richtlijn moet beoordelen en op welke elementen die beoordeling moet berusten. Die elementen moeten worden gewijzigd met het oog op de afstemming op de toezicht- en rapportageverplichtingen van Verordening (EU) 2023/138 en de schrapping van artikel 21 van Richtlijn 2007/2/EG.
(23)Richtlijn 2007/2/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(24)De Verordeningen (EU) nr. 1089/2010, (EG) nr. 976/2009 en (EU) nr. 268/2010 van de Commissie moeten worden ingetrokken voordat de respectieve machtigingen op grond waarvan zij zijn vastgesteld, worden geschrapt. De toepassingsdatum voor de intrekking van die machtigingen moet daarom worden uitgesteld.
(25)Daar de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen
Richtlijn 2007/2/EG wordt als volgt gewijzigd:
1)in artikel 3 worden de punten 5, 7, 8 en 10 geschrapt;
2)artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 1 wordt punt c), ii), geschrapt; b) lid 5 wordt geschrapt;
b)lid 7 wordt vervangen door:
“7. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 22 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I, II en III door aanpassing van de beschrijving van de bestaande categorieën gegevens in het licht van technologische en marktontwikkelingen”;
3)artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 2 wordt punt a) geschrapt;
b)lid 4 wordt vervangen door:
“4. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met regels voor de toepassing van dit artikel, rekening houdend met de relevante bestaande internationale standaarden en gebruikerseisen, met name met betrekking tot metagegevens inzake geldigheid. Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22 ter, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”;
4)de artikelen 6 en 7 worden geschrapt;
5)artikel 8 wordt geschrapt;
6)de artikelen 9 tot en met 12 worden geschrapt;
7)artikel 13, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
a)de eerste alinea wordt vervangen door:
“De lidstaten mogen de publieke toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens beperken indien de toegang afbreuk zou doen aan de internationale relaties, de openbare veiligheid of de nationale defensie.”;
b)in de tweede alinea wordt de aanhef vervangen door:
“De lidstaten mogen de publieke toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens beperken indien de toegang afbreuk zou doen aan:”;
8)de artikelen 14 en 15 worden geschrapt;
9)artikel 16 wordt geschrapt;
10)artikel 17 wordt geschrapt;
11)artikel 21 wordt geschrapt;
12)artikel 22 wordt vervangen door:
“Artikel 22 bis
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 4, lid 7, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar vanaf [Note to PO: please insert the date of entry into force of this Directive]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 7, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Op grond van artikel 4, lid 7, treden de vastgestelde gedelegeerde handelingen alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en aan de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”;
“Artikel 22 ter
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.”;
(1)artikel 23 wordt vervangen door:
“Artikel 23
Uiterlijk zes jaar na [OP: please insert the date = 12 months following the date of entry into force of this Directive] voert de Commissie een beoordeling van deze richtlijn en van de uitvoering ervan uit, en maakt deze openbaar. Die beoordeling berust onder meer op de volgende elementen:
a)de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van deze richtlijn;
b)de metagegevens van de hoogwaardige datasets van de lidstaten die zijn verzameld via het Europees dataportaal (data.europa.eu);
c)op grond van de richtsnoeren voor betere regelgeving vereiste relevante wetenschappelijke, analytische gegevens, die met name worden verkregen via efficiënte en doeltreffende processen voor informatiebeheer.”.
Artikel 2
Omzetting
1.De lidstaten stellen uiterlijk op [OP: please insert the date 12 months after the date of entry into force of this Directive] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen, en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.
Zij passen die bepalingen toe vanaf [OP: please insert the date 12 months and one day after the date of entry into force of this Directive].
Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassing
1.Deze richtlijn treedt in werking op de [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2.Artikel 1, punten 5), 9), 10) en 11), is van toepassing met ingang van [1 maart 2027].
Artikel 4
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren4
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief5
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief5
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.5
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan6
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten6
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking6
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief7
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting7
2.BEHEERSMAATREGELEN9
2.1.Regels voor monitoring en rapportage9
2.2.Beheers- en controlesystemen9
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie9
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken9
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).9
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten11
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten11
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting11
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten15
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten20
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten21
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting21
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten21
3.2.3.3.Totaal kredieten21
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften22
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting22
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten22
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften23
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen24
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader24
3.2.7.Bijdragen van derden25
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten25
4.Digitale dimensies26
4.1.Voorschriften met digitale relevantie26
4.2.Gegevens27
4.3.Digitale oplossingen29
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling30
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering33
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2007/2/EG wat betreft bepaalde voorschriften voor de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de EU.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Milieu
Communicatienetwerken, inhoud en technologie
Europese Green Deal
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De algemene doelstellingen van dit wetgevingsvoorstel zijn de vereenvoudiging en modernisering van bepaalde elementen van Richtlijn 2007/2/EG om de lasten voor de lidstaten op het gebied van netwerkdiensten, interoperabiliteit en gegevensuitwisseling te verlichten. Door de administratieve lasten en nalevingskosten in verband met technische en rapportagevoorschriften te verminderen, beoogt dit voorstel de evenredigheid van het kader te waarborgen, met behoud van de doelstelling om de toegang tot en het hergebruik van geospatiale milieugegevens voor overheidsinstanties, bedrijven en burgers te vergemakkelijken.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
De specifieke doelstellingen van de in dit voorstel opgenomen wijzigingen van Richtlijn 2007/2/EG moeten de volgende resultaten opleveren:
- schrapping van de verplichting voor de Commissie om een Inspire-geoportaal op te zetten en te exploiteren;
- afstemming van de verplichting voor de lidstaten om aan de Commissie verslag uit te brengen over de uitvoering van de richtlijn en het gebruik van hun infrastructuren voor ruimtelijke informatie op de rapportageverplichting voor hoogwaardige datasets die is vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie van 21 december 2022 tot vaststelling van een lijst met specifieke hoogwaardige datasets en de regelingen voor publicatie en hergebruik van die gegevens;
- afstemming op Verordening (EU) 2024/903 wat interoperabiliteit betreft;
- afstemming van de vereisten voor de oprichting en het onderhoud van de netwerkdiensten op de verplichtingen voor API’s in Richtlijn (EU) 2019/1024.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.
De voorgestelde wijzigingen zullen ten goede komen aan een breed scala aan belanghebbenden, waaronder leveranciers van overheidsgegevens, nationale en regionale autoriteiten, bedrijven, onderzoeksinstellingen, kmo’s en maatschappelijke organisaties. Leveranciers van overheidsgegevens zullen te maken krijgen met minder administratieve lasten en vereenvoudigde naleving, en bedrijven en gegevensgebruikers zullen profiteren van een betere toegang tot hoogwaardige milieugegevens door middel van open licenties en moderne applicatieprogramma-interfaces (API’s). Er wordt een transitieperiode van twaalf maanden voorgesteld om de lidstaten in staat te stellen hun infrastructuren aan te passen en de continuïteit van de dienstverlening te handhaven tijdens de migratie naar het nieuwe kader. De gecombineerde kostenbesparingen in de EU als gevolg van de voorgestelde wijzigingen zullen naar verwachting aanzienlijk zijn. De jaarlijkse basiskosten voor de uitvoering van Inspire in de EU-27 worden geraamd op 4,967 à 48,926 miljoen EUR. De voorgestelde maatregelen zullen naar verwachting de administratieve lasten met 24 à 64 % verminderen ten opzichte van het huidige basisscenario. De ondergrens van 24 % weerspiegelt de conservatievere ramingen die zijn afgeleid uit de feedback van belanghebbenden tijdens de validatieworkshop, waarin een onmiddellijke en pragmatische beoordeling van het potentiële effect is uitgevoerd. De bovengrens van 64 % komt daarentegen overeen met de kostenverminderingen die zijn vastgesteld bij het scenario met volledige afstemming op de richtlijn open data, op basis van een meer systematische en expliciete effectbeoordeling. Op grond van die twee beoordelingen wordt dit beschouwd als de realistische bandbreedte voor de verwachte besparingen als gevolg van de gecombineerde maatregelen, met name de besparingen die verband houden met de jaarlijkse actualisering van geharmoniseerde verzamelingen gegevens en de exploitatie van publicatie- en webdiensten. Dit vertaalt zich in jaarlijkse besparingen van ongeveer 6,36 à 16,96 miljoen EUR, op basis van de gemiddelde jaarlijkse kostencomponent voor het actualiseren en onderhouden van datasets en diensten in het kader van Inspire. Gemiddeld komt dit over de gehele geraamde bandbreedte overeen met een jaarlijkse vermindering met ongeveer 44 % aan administratieve kosten, d.i. ongeveer 12 miljoen EUR aan jaarlijkse besparingen. Deze besparingen worden gerealiseerd door de complexe harmonisatievereisten af te schaffen, gangbare webtechnologieën ten volle te benutten en de infrastructuur te consolideren.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.
Om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het voorstel te monitoren, zal de Commissie de mogelijkheid onderzoeken om uitwisselingen met de lidstaten in verschillende vormen te organiseren, alsook periodieke onderzoeken van Inspire-datasets die beschikbaar worden gesteld via het opendataportaal van de EU (data.europa.eu), en te voorzien in verslaglegging door de lidstaten op grond van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie, afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Met dit voorstel stelt de Commissie een richtlijn voor tot wijziging van een aantal bepalingen van Richtlijn 2007/2/EG. Zodra de medewetgevers overeenstemming hebben bereikt over de inhoud van het voorstel, zullen de lidstaten een bepaalde termijn krijgen om de met deze richtlijn ingevoerde wijzigingen om te zetten in hun interne recht.
Om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het voorstel te monitoren, zal de Commissie de mogelijkheid onderzoeken om uitwisselingen met de lidstaten in verschillende vormen te organiseren, alsook periodieke onderzoeken van Inspire-datasets die beschikbaar worden gesteld op het opendataportaal, en te voorzien in verslaglegging door de lidstaten op grond van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie, afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Richtlijn 2007/2/EG regelt reeds de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Unie (Inspire), met als doel de uitwisseling van milieu-informatie tussen overheidsorganisaties te vergemakkelijken en de publieke toegang tot ruimtelijke gegevens in heel Europa te verbeteren. In reactie op de lessen die zijn getrokken uit de uitvoering van de Inspire-richtlijn, is het doel van dit voorstel een vereenvoudigde aanpak met meer prioriteiten in te voeren voor de uitwisseling van geospatiale gegevens om de lasten voor de lidstaten te verlichten, rekening houdend met het feit dat de technologie en de praktijken op het gebied van gegevensbeheer zijn geëvolueerd.
De richtlijn open data bevordert het hergebruik van overheidsinformatie door gegevens beschikbaar te stellen in open formaten die machinaal leesbaar zijn, wat beantwoordt aan de doelstellingen van de Inspire-richtlijn om de toegankelijkheid en interoperabiliteit van gegevens te verbeteren. De uitvoeringsverordening betreffende hoogwaardige datasets waarborgt dat datasets met aanzienlijke sociaal-economische voordelen kosteloos beschikbaar worden gesteld, wat kan helpen om het potentieel van milieugegevens te maximaliseren. Met de uitvoeringsverordening betreffende hoogwaardige datasets zijn reeds de eerste stappen gezet om ervoor te zorgen dat de lidstaten de meest waardevolle datasets van overheidsinstanties openbaar beschikbaar stellen. Deze omvatten datasets die bijna alle in de Inspire-richtlijn vastgestelde categorieën gegevens bestrijken.
Gemeenschappelijke regels voor de uitwisseling van milieugegevens verbeteren de toegankelijkheid en interoperabiliteit van gegevens, met het oog op de totstandbrenging van een samenhangender gegevenslandschap dat het eenmaligheidsbeginsel bevordert en ervoor zorgt dat milieugegevens een meer integrale rol spelen in de digitale eengemaakte markt van de EU, wat moeilijk te verwezenlijken zou zijn door de lidstaten alleen.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
– door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels voor monitoring en rapportage
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
N.v.t.
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
N.v.t.
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.3.Totaal kredieten
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
|
TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (hoofdkantoor en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- hoofdkantoor
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s): N.v.t.
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten
|
|
|
N.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de taken uit te voeren door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1. Voorschriften met digitale relevantie
Indien wordt geoordeeld dat voor het beleidsinitiatief geen digitale relevantie vereist is, geef een toelichting waarom geen digitale middelen worden gebruikt.
Zo niet, vermeld in de onderstaande tabel de voorschriften met digitale relevantie:
|
Verwijzing naar voorschrift
|
Beschrijving van voorschrift
|
Betrokken actoren
|
Processen op hoog niveau
|
Categorie
|
|
Artikel 1
|
Oprichting van een Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie (Inspire) die voortbouwt op door de lidstaten opgerichte en geëxploiteerde infrastructuren
|
Lidstaten
|
Beheer van digitale infrastructuur
|
Digitale overheidsdienst
|
|
Artikel 5, lid 1
|
Metagegevens moeten worden gecreëerd en bijgewerkt voor verzamelingen gegevens en diensten
|
Lidstaten
|
Beheer van metagegevens
|
Gegevens
|
|
Artikel 5, lid 2
|
Beschrijving van de informatie die moet worden opgenomen in metagegevens voor verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens
|
Lidstaten
|
Beheer van metagegevens
|
Gegevens
|
|
Artikel 5, lid 3
|
Metagegevens die verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens beschrijven, moeten herbruikbaar, zoekbaar en gecatalogiseerd zijn
|
Lidstaten
|
Beheer van metagegevens
|
Gegevens; digitale oplossing; digitale overheidsdienst
|
4.2. Gegevens
Algemene beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties
|
Soort gegevens
|
Verwijzing naar de voorschrift(en)
|
Norm en/of specificatie (indien van toepassing)
|
|
Ruimtelijke gegevens (hoogtemodellen, beschermde gebieden enz.)
|
Artikel 4
|
Bijlagen I, II en III bij Richtlijn 2007/2/EG; Categorieën “1. GEOSPATIALE DATA”, “2. AARDOBSERVATIE EN MILIEU” en “6. MOBILITEIT” van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138 van de Commissie betreffende hoogwaardige datasets.
|
|
Metagegevens voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens
|
Artikel 5
|
Inspire-metagegevensverordening (Verordening (EG) nr. 1205/2008); ISO 19115; DCAT-AP
|
Afstemming op de Europese datastrategie
Leg uit hoe het voorschrift is of de voorschriften zijn afgestemd op de Europese datastrategie
|
De Inspire-richtlijn maakt deel uit van het digitale en milieubeleidslandschap van de EU en sluit nauw aan bij de doelstellingen van de Europese datastrategie en de strategie voor de data-unie. Door een gemeenschappelijk kader voor de uitwisseling en het hergebruik van ruimtelijke gegevens tussen de lidstaten vast te stellen, draagt Inspire bij tot de ontwikkeling van een verenigde Europese infrastructuur voor informatie. Inspire ondersteunt de oprichting van de gemeenschappelijke Europese dataruimte voor de Green Deal door ruimtelijke gegevens toegankelijk te maken voor overheidsinstanties, bedrijven en burgers.
|
Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel
Leg uit hoe het eenmaligheidsbeginsel is overwogen en hoe de mogelijkheid om bestaande gegevens te hergebruiken is onderzocht
|
De Inspire-richtlijn past het eenmaligheidsbeginsel toe door te waarborgen dat ruimtelijke gegevens eenmaal worden verzameld en veelvuldig worden hergebruikt, met name binnen en tussen overheidsinstanties. Volgens artikel 4, lid 4, vereist de richtlijn niet dat nieuwe gegevens worden verzameld. In plaats daarvan ligt de nadruk op de identificatie van bestaande ruimtelijke gegevens en documentatie daaromtrent die in het bezit zijn van overheidsinstanties. De richtlijn moedigt de lidstaten aan ruimtelijke gegevens uit te wisselen via gecoördineerde infrastructuren en toegang te verlenen via API’s volgens de regels van de richtlijn open data, zodat gegevens zodra zij zijn gecreëerd of verzameld, kunnen worden hergebruikt voor meerdere doeleinden, waaronder beleidsvorming, rapportage op grond van de regelgeving en publieke toegang.
|
Licht toe hoe nieuw gecreëerde gegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en voldoen aan hoogwaardige normen
|
De Inspire-richtlijn bevat robuuste mechanismen om ervoor te zorgen dat ruimtelijke gegevens voldoen aan de FAIR-beginselen. Gegevens worden vindbaar gemaakt door de verplichte vereisten voor metagegevens van artikel 5, op grond waarvan overheidsinstanties verzamelingen gegevens moeten beschrijven aan de hand van gestandaardiseerde metagegevenselementen, zodat gebruikers kunnen zoeken op thematische categorie, locatie, kwaliteit of verantwoordelijke instantie. De lidstaten moeten de ruimtelijke gegevens toegankelijk en interoperabel maken in overeenstemming met de regels van de richtlijn open data en de bijbehorende uitvoeringsverordening inzake hoogwaardige datasets. Ten slotte wordt de herbruikbaarheid ondersteund door ervoor te zorgen dat gegevens worden uitgewisseld onder duidelijke voorwaarden die breed hergebruik mogelijk maken.
|
Gegevensstromen
|
Soort gegevens
|
Verwijzing(en) naar voorschrift(en)
|
Actor die de gegevens verstrekt
|
Actor die de gegevens ontvangt
|
Aanleiding voor uitwisseling van data
|
Frequentie (indien van toepassing)
|
|
Metagegevens voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens
|
Artikel 5
|
Lidstaten
|
Publieke toegang met volledig hergebruik
|
Verplicht op grond van de richtlijn; periodieke actualiseringen
|
Doorlopend en continu.
|
4.3 Digitale oplossingen
Geef voor elke digitale oplossing de verwijzing naar het desbetreffende voorschrift of de desbetreffende voorschriften met digitale relevantie met betrekking tot die oplossing, een beschrijving van de voorgeschreven functionaliteit van de digitale oplossing, de instantie die daarvoor verantwoordelijk zal zijn, en andere relevante aspecten zoals herbruikbaarheid en toegankelijkheid. Vermeld tot slot of het de bedoeling is dat de digitale oplossing gebruikmaakt van AI-technologieën.
|
Digitale oplossing
|
Verwijzing(en) naar voorschrift(en)
|
Belangrijkste vereiste functies
|
Bevoegde instantie
|
Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid?
|
Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen?
|
Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)
|
|
Nationale infrastructuren voor ruimtelijke informatie
|
Artikel 1, lid 2
|
Hosting van en verlening van toegang tot metagegevens, verzamelingen ruimtelijke gegevens en ondersteunende informatie voor de interoperabiliteit
|
Lidstaten
|
Elke lidstaat waarborgt de toegankelijkheid van metagegevens, ruimtelijke gegevens
|
Hergebruik van gemeenschappelijke metagegevensschema’s, licentievoorwaarden en interfaces voor gegevenstoegang (API’s)
|
Nee
|
Leg voor elke digitale oplossing uit op welke wijze de digitale oplossing voldoet aan de vereisten en verplichtingen van het cyberbeveiligingskader van de EU en andere toepasselijke digitale beleidsmaatregelen en wetgevingshandelingen (zoals eIDAS, één digitale toegangspoort enz.).
Nationale infrastructuren voor ruimtelijke informatie
|
Digitale en/of sectorale beleidsmaatregelen (indien van toepassing)
|
Toelichting op wijze van afstemming
|
|
AI-verordening
|
Niet van toepassing
|
|
EU-kader voor cyberbeveiliging
|
Behandeld volgens de standaardregels van de EG.
|
|
eIDAS
|
Geen verwijzingen op dit moment.
|
|
Eén digitale toegangspoort en IMI
|
Geen verwijzingen op dit moment.
|
|
Andere beleidsmaatregelen
|
-
|
4.4
Interoperabiliteitsbeoordeling
Beschrijf de digitale openbare dienst(en) waarop de voorschriften betrekking hebben
|
Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten
|
Beschrijving
|
Verwijzing(en) naar voorschrift(en)
|
Interoperabele Europa-oplossing(en)
(NIET VAN TOEPASSING)
|
Andere interoperabiliteitsoplossing(en)
|
|
Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie
|
|
|
|
|
Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie, die voortbouwt op de nationale infrastructuren voor ruimtelijke informatie die door de lidstaten zijn opgericht en ontworpen om ervoor te zorgen dat ruimtelijke gegevens worden opgeslagen, beschikbaar gesteld en onderhouden op het meest geschikte niveau en onder omstandigheden die het uitgebreide gebruik ervan niet onnodig beperken.
|
|
|
Art. 1
|
//
|
Inspire-metagegevensverordening (Verordening (EG) nr. 1205/2008); metagegegevensnorm voor geografische informatie ISO 19115; metagegevensnorm DCAT-AP; OGC-geospatiale normen
|
Beoordeel het effect van het voorschrift of de voorschriften op de grensoverschrijdende interoperabiliteit
Europese infrastructuur voor ruimtelijke informatie
|
Beoordeling
|
Maatregelen
|
Mogelijke resterende belemmeringen
|
|
Beoordeel de afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid
Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld
|
- Europese datastrategie: Inspire ondersteunt een gestructureerde en veilige toegang tot overheidsgegevens via interoperabele diensten.
- Richtlijn open data (2019/1024): de Inspire-verzamelingen ruimtelijke gegevens vallen binnen het toepassingsgebied van de richtlijn en veel ervan kunnen worden beschouwd als hoogwaardige datasets.
- Uitvoeringsverordening (EU) 2023/138) betreffende hoogwaardige datasets: de Inspire-categorieën gegevens van bijlage I-III overlappen grotendeels met de thema’s van hoogwaardige datasets, met name onder de categorieën geospatiale gegevens, aardobservatie en milieu en mobiliteit.
- Verordening Interoperabel Europa (2024/903): Inspire maakt grensoverschrijdende gegevensuitwisseling mogelijk.
|
Versnippering in de wijze waarop de lidstaten ruimtelijke gegevens classificeren en er licenties voor verlenen.
Volledige afstemming van Inspire-verzamelingen gegevens op hoogwaardige datasets.
|
|
Beoordeel de organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten
Vermeld de geplande governancemaatregelen
|
De door elke lidstaat opgezette coördinatiestructuren (artikel 18) zorgen voor nationale afstemming en ondersteunen meerlagig beheer.
Er wordt één nationaal contactpunt aangewezen (artikel 19, lid 2) om contact te onderhouden met de Europese Commissie.
De Europese Commissie coördineert Inspire op EU-niveau (artikel 19, lid 1).
|
Uiteenlopende ontwikkeling van de nationale coördinatiestructuren.
Coördinatielast voor kleinere overheidsinstanties.
Gebrek aan handhavingsmechanismen met het oog op de consistentie van de integratie van grensoverschrijdende gegevens.
|
|
Beoordeel de maatregelen die zijn genomen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
Verplichte aanmaak van metagegevens voor alle verzamelingen gegevens en diensten (artikel 5).
Gestandaardiseerde metagegevenselementen (ISO 19115/Inspire-metagegevensverordening (Verordening (EG) nr. 1205/2008)).
De in de bijlagen I, II en III vermelde geharmoniseerde thematische categorieën ruimtelijke gegevens.
|
De kwaliteit van de metagegevens verschilt van lidstaat tot lidstaat.
Beperkte meertalige ondersteuning voor metagegevens.
Inconsistente updates van metagegevensbestanden, wat leidt tot problemen met de zoekbaarheid.
|
|
Beoordeel het gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
De metagegevens voldoen aan de Inspire-regels, die zijn afgestemd op ISO 19115.
Verwijzing naar Europese en internationale standaarden (artikel 20).
Het gebruik van DCAT-AP voor metagegevensportalen wordt ondersteund door GeoDCAT-mapping.
|
Voortdurende aanpassing aan de evoluerende technische normen op EU- en mondiaal niveau is vereist.
|
4.5
Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Beschrijving van de maatregel
|
Verwijzing(en) naar voorschrift(en)
|
De rol van de Commissie
(indien van toepassing)
|
Te betrekken actoren
(indien van toepassing)
|
Verwacht tijdschema
(indien van toepassing)
|
|
Uitvoeringsverordening Inspire-metagegevens
(Inspire-metagegevensverordening (Verordening (EG) nr. 1205/2008))
|
Artikel 5, lid 4
|
Regelmatige bijwerking van de handeling. Toezicht op de uitvoering.
|
Commissie, lidstaten
|
Van kracht
|