Brussel, 10.2.2025

COM(2025) 49 final

2025/0027(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, met betrekking tot de wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij die overeenkomst


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken (“het Handelscomité”) in verband met de voorgenomen vaststelling van een besluit tot wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (“de Overeenkomst”), over de onderlinge aanpassing van de regelgeving. Op basis van regelmatige beoordelingen en monitoring overeenkomstig aanhangsel XVII-6 en de lopende beoordeling uit hoofde van artikel 4, lid 2, van bijlage XVII bij de Overeenkomst, en rekening houdend met de gevolgen van de aanhoudende Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, zijn de voorgestelde wijzigingen bedoeld om i) het toepassingsgebied van het acquis van de Unie op het gebied van roaming te verduidelijken, ii) Oekraïne extra tijd te geven om drie bepalingen van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad 1 volledig om te zetten, iii) een nieuw tijdschema te bieden voor de omzetting door Oekraïne van Richtlijn (EU) 2018/1972, iv) te voorzien in de toepassing van wederkerigheid voor nieuwe gemiddelde wholesaleroamingtarieven of -afgiftetarieven in de Unie die zijn vastgesteld na een eventueel besluit tot toekenning van een internemarktbehandeling voor roaming aan Oekraïne, en v) ervoor te zorgen dat de verordeningsteksten van de Unie prevaleren boven de handeling(en) waarbij deze in de Oekraïense rechtsorde worden opgenomen, gezien de tekstuele discrepanties.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De Associatieovereenkomst

De Overeenkomst heeft als doel de voorwaarden voor versterkte economische en handelsrelaties te creëren met het oog op de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de Unie – onder meer door een diepe en brede vrijhandelsruimte tot stand te brengen overeenkomstig titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de Overeenkomst – en de inspanningen van Oekraïne te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien door onder meer de Oekraïense wetgeving geleidelijk op de wetgeving van de Unie af te stemmen. De Overeenkomst is op 1 september 2017 in werking getreden. Sinds die datum heeft Oekraïne verzocht om verdere integratie met de roamingsector in de Europese Unie, met name door internemarktbehandeling voor roamingdiensten. Om voor internemarktbehandeling in aanmerking te komen, is aanpassing aan het acquis van de Unie op het gebied van roaming en een volledige inwerkingtreding en uitvoering daarvan in de Oekraïense wetgeving vereist.

2.2.Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken

Overeenkomstig artikel 465, lid 4, van de Overeenkomst worden alle vraagstukken in verband met titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de Overeenkomst behandeld in het Handelscomité. Op grond van artikel 11 van bijlage XVII bij de Overeenkomst kan dit comité een besluit nemen tot wijziging van bijlage XVII. Op grond van artikel 465, lid 3, zijn deze besluiten bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Handelscomité stelt besluiten vast in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.

2.3.De beoogde handeling van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken

Het Handelscomité moet een besluit vaststellen tot wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII inzake aanpassing van de regelgeving (“de beoogde handeling”).

De beoogde handeling heeft tot doel het bovengenoemde aanhangsel van bijlage XVII bij de Overeenkomst te wijzigen teneinde: i) het toepassingsgebied van het acquis van de Unie op het gebied van roaming te verduidelijken, ii) Oekraïne extra tijd te geven om drie bepalingen van Richtlijn (EU) 2018/1972, die deel uitmaken van het acquis van de Unie op het gebied van roaming, volledig om te zetten, iii) een nieuw tijdschema te verstrekken voor de omzetting door Oekraïne van Richtlijn (EU) 2018/1972, iv) te zorgen voor de toepassing van wederkerigheid voor nieuwe gemiddelde wholesaleroamingtarieven of -afgiftetarieven in de Unie die zijn vastgesteld na een eventueel besluit tot toekenning van een internemarktbehandeling voor roaming aan Oekraïne, en v) ervoor te zorgen dat de verordeningsteksten van de Unie prevaleren boven de handeling(en) waarin deze in de Oekraïense rechtsorde worden opgenomen, gezien de tekstuele discrepanties. Dit strookt met de doelstelling van geleidelijke aanpassing van de Oekraïense regelgeving aan het acquis van de Unie, zoals vastgelegd in de preambule van de Overeenkomst en artikel 124 van de Overeenkomst, dat specifiek betrekking heeft op de aanpassing van de regelgeving op het gebied van elektronische communicatie.

De beoogde handeling zal voor de partijen bindend zijn overeenkomstig artikel 11 van bijlage XVII bij de Overeenkomst, waarin het volgende is bepaald: “Wanneer het Handelscomité dit nodig acht, kan het besluiten de bepalingen van deze bijlage XVII te wijzigen.”. Voorts bepaalt artikel 465, lid 3, van de Overeenkomst het volgende: “Het Associatiecomité is bevoegd om besluiten vast te stellen in de in deze overeenkomst genoemde gevallen en op de terreinen waarvoor de Associatieraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Associatiecomité. Deze besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Associatiecomité stelt besluiten vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen”.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het namens de Unie in te nemen standpunt is dat de vaststelling van de beoogde handeling door het Handelscomité wordt gesteund.

Bijlage XVII bij de Overeenkomst voorziet in regelmatige onderlinge aanpassing tussen de Partijen in verschillende sectoren, waaronder telecommunicatiediensten. Zodra de aanpassing geleidelijk is uitgebreid tot alle elementen van het in aanhangsel XVII-3 bedoelde acquis van de Unie, kan de aanpassing leiden tot de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de Unie, door wederzijdse toekenning van internemarktbehandeling overeenkomstig artikel 4, lid 3, van bijlage XVII bij de Overeenkomst. Oekraïne heeft verzocht om verdere integratie op het gebied van roaming. Bij Besluit 1/2023 van het Associatiecomité EU-Oekraïne in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken is aanhangsel XVII-3 bij de Overeenkomst aangevuld met de relevante handelingen met betrekking tot roaming. Op 7 november 2024 heeft Oekraïne de Unie ervan in kennis gesteld dat aan de voorwaarden voor de vaststelling en het uitvoering geven aan het acquis van de Unie was voldaan en heeft het verzocht om een alomvattende beoordeling. Op basis van regelmatige beoordelingen en monitoring en de lopende beoordeling uit hoofde van artikel 4, lid 2, van bijlage XVII bij de Overeenkomst en rekening houdend met de gevolgen van de aanhoudende agressie van Rusland tegen Oekraïne, is het passend bepaalde aanvullende specifieke aanpassingen van deel A van aanhangsel XVII-3 in te voeren en Oekraïne extra tijd te geven om uitvoering te geven aan sommige bepalingen, zonder dat de mogelijkheid van een eventueel besluit van het Handelscomité om een internemarktbehandeling voor roaming toe te kennen overeenkomstig artikel 4, lid 3, van bijlage XVII bij de Overeenkomst wordt uitgesteld, en om rechtszekerheid voor bepaalde specifieke bepalingen te waarborgen en een nieuw tijdschema voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2018/1972 vast te stellen.

Tegen deze achtergrond is het noodzakelijk aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) te wijzigen om het toepassingsgebied van het acquis van de Unie op het gebied van roaming te verduidelijken. Sommige bepalingen van de handelingen van de Unie die het acquis van de Unie op het gebied van roaming 2 vormen, zijn niet relevant voor een besluit om een internemarktbehandeling voor roaming toe te kennen, omdat zij bijvoorbeeld bepalingen zijn die geen verband houden met roaming, of omdat zij uitsluitend verplichtingen voor de Europese Commissie behelzen. Daarom moeten deze bepalingen van het toepassingsgebied van de omzetting worden uitgesloten met het oog op een eventueel besluit over de internemarktbehandeling voor roaming. Het is belangrijk te vermelden dat de volledige tekst van Richtlijn (EU) 2018/1972, gelet op het afgezien van de roamingsector algemene toepassingsgebied ervan, met het oog op een eventueel besluit over de internemarktbehandeling voor de telecommunicatiesector relevant blijft voor omzetting.

Om objectieve redenen die van invloed zijn op het vermogen van Oekraïne om onder normale omstandigheden wetgevingsprocedures te ondergaan, moet Oekraïne extra tijd krijgen om drie bepalingen van Richtlijn (EU) 2018/1972, die deel uitmaken van het acquis van de Unie op het gebied van roaming, volledig om te zetten. Daarbij gaat het om artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 1, en artikel 30, lid 6, van Richtlijn (EU) 2018/1972. Het uitstel van de omzetting van deze bepalingen doet geen afbreuk aan de doelstellingen die worden nagestreefd door een eventueel besluit over internemarktbehandeling van roaming.

Er moet ook een nieuw tijdschema worden vastgesteld voor de omzetting door Oekraïne van Richtlijn (EU) 2018/1972, aangezien het vorige op 31 december 2024 is vervallen.

Bovendien moet worden gezorgd voor de toepassing van wederkerigheid voor elk nieuw gemiddeld wholesaleroamingtarief of -afgiftetarief in de Unie dat wordt vastgesteld na een eventueel besluit om Oekraïne een internemarktbehandeling toe te kennen voor roaming. Dit is bedoeld om te zorgen voor een gelijk speelveld tussen in de Unie en in Oekraïne gevestigde ondernemingen die gereguleerde internationale roamingdiensten aanbieden.

Tot slot heeft de door Oekraïne gevolgde aanpak bij het uitvoering geven aan verordeningen van de Unie in het kader van deel A van aanhangsel XVII-3 geleid tot bepaalde tekstuele discrepanties tussen de verordeningen van de Unie en de handelingen waarin deze zijn opgenomen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de verordeningsteksten van de Unie prevaleren boven de handeling(en) waarbij deze in de Oekraïense rechtsorde worden opgenomen.

Met dit besluit wordt overeenkomstig de bepalingen van de bovengenoemde Associatieovereenkomst uitvoering gegeven aan de gemeenschappelijke handelspolitiek van de Unie ten aanzien van een oostelijk partnerland en kandidaat-partnerland. Het strookt met de doelstelling van de geleidelijke aanpassing van de Oekraïense regelgeving aan het acquis van de Unie, zoals vastgesteld in de preambule van de Overeenkomst.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.”

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 3 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Handelscomité is een lichaam dat is opgericht krachtens de Associatieovereenkomst. Het door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken vast te stellen besluit is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 465, lid 3, van de Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn. De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de Overeenkomst. Derhalve is de procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit van de Raad artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

Artikel 207 VWEU vormt de rechtsgrondslag voor de gemeenschappelijke handelspolitiek van de Unie. Met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU voorziet in de rechtsgrondslag voor de handel in diensten, met uitzondering van vervoersdiensten, met betrekking tot derde landen, met inbegrip van bepalingen over het regelgevingskader voor het verlenen van dergelijke diensten.

De hoofddoelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de gemeenschappelijke handelspolitiek van de Unie, omdat de handeling betrekking heeft op de handel in telecommunicatiediensten met Oekraïne. De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit van de Raad is derhalve artikel 207 VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit van de Raad is artikel 207 VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien het besluit van het Associatiecomité de Overeenkomst zal wijzigen, is het passend het na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

2025/0027 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, met betrekking tot de wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij die overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1)De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds 4 (“de Overeenkomst”), is op 1 september 2017 in werking getreden.

2)Overeenkomstig artikel 11 van bijlage XVII bij de Overeenkomst kan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken besluiten bijlage XVII bij die Overeenkomst te wijzigen.

3)Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken moet de beoogde handeling tot wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) in de loop van 2025 vaststellen.

4)Zoals vermeld in de preambule van de Overeenkomst en overeenkomstig artikel 124 van de Overeenkomst, erkennen de partijen bij de Overeenkomst het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Oekraïne aan die van de Europese Unie, wat betekent dat Oekraïne ervoor zorg moet dragen dat de bestaande en toekomstige wetgeving van Oekraïne geleidelijk in overeenstemming met het acquis van de Unie wordt gebracht.

5)Oekraïne heeft verzocht om verdere integratie met betrekking tot de roamingsector in de Europese Unie, met name door internemarktbehandeling voor roamingdiensten.

6)Daarom moet deel A van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij de Overeenkomst worden gewijzigd in het kader van de aanpassing aan nieuwe omstandigheden en teneinde rechtszekerheid te waarborgen.

7) Met het oog op rechtszekerheid met betrekking tot het toepassingsgebied van het acquis van de Unie op het gebied van roaming moet worden gespecificeerd welke bepalingen voor dit doel relevant zijn. Gezien de bijzondere moeilijkheden waarmee Oekraïne als gevolg van de Russische aanvalsoorlog wordt geconfronteerd, moet Oekraïne in voorkomend geval extra tijd krijgen om volledig uitvoering te geven aan het acquis van de Unie op het gebied van roaming. Aangezien het tijdschema voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad 5 is verstreken, moet Oekraïne in dit verband een nieuw tijdschema krijgen. Om de toepassing van wederkerigheid voor eventuele nieuwe gemiddelde wholesaleroamingtarieven of -afgiftetarieven van de Unie te waarborgen, moeten specifieke regels worden vastgesteld. Gezien de bestaande tekstuele discrepanties moet ervoor worden gezorgd dat de verordeningsteksten van de Unie prevaleren boven de handeling(en) waarin deze in de Oekraïense rechtsorde worden opgenomen.

8)Het is daarom passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, aangezien de beoogde handeling tot wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij de Overeenkomst voor de Unie bindend zal zijn,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie in de loop van 2025 moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, betreffende de wijziging van deel A van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij die overeenkomst, is gebaseerd op het ontwerpbesluit van dat comité dat aan dit besluit is gehecht.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Besluit van de Raad betreffende het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken (“het Handelscomité”), opgericht bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, met betrekking tot de wijziging van aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) van bijlage XVII bij die Overeenkomst.

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Gemeenschappelijke handelspolitiek; telecommunicatiediensten.

1.3.Doelstelling(en)

1.3.1.Algemene doelstelling(en)

- Uitvoering geven aan de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) in het kader van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (“de Overeenkomst”).

- Geleidelijke aanpassing van de Oekraïense regelgeving aan het EU-acquis.

1.3.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr.

- In het kader van de DCFTA en gezien de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog voor het vermogen van Oekraïne om tot vaststelling van wetten te komen, beoogt het initiatief Oekraïne in voorkomend geval extra tijd te geven om volledig uitvoering te geven aan het acquis van de Unie op het gebied van roaming.

- Gezien een aantal bestaande tekstuele discrepanties moet er bovendien voor worden gezorgd dat de verordeningsteksten van de Unie voorrang hebben op de handeling(en) waarbij deze in de Oekraïense rechtsorde worden opgenomen.

1.3.3.Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Aanpassing van de Oekraïense wetgeving op het gebied van roaming.

Voorbereiding op de integratie van Oekraïne in het “roam-like-at home”-gebied.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

Het gewijzigde aanhangsel XVII-3 bevat het tijdschema voor de voltooiing van de aanpassing van Oekraïne voor elke in de lijst opgenomen wetgevingshandeling, hetgeen fungeert als indicator voor het monitoren van de vooruitgang overeenkomstig de Overeenkomst.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 6  

☒ de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De wet biedt Oekraïne extra tijd om volledig uitvoering te geven aan het acquis van de Unie op het gebied van roaming, waar passend en zoals aangegeven in de voorgestelde wijziging van aanhangsel XVII-3 van de Associatieovereenkomst.

1.5.2.Toegevoegde waarde van het optreden van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de Unie” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

- Tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke handelspolitiek

Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post)

- Tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke handelspolitiek

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De voorgestelde wet heeft geen gevolgen voor het meerjarig financieel kader en de EU-begroting.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

–    van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

–    financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

–gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting 7   

 Direct beheer door de Commissie

– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

–    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

– derde landen of de door hen aangewezen organen;

– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

– publiekrechtelijke organen;

– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling;

– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en) 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) 

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

Dit initiatief heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 8

van EVA-landen 9

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 10

Van andere derde landen

andere bestemmings-ontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmings-ontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

–    Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

–    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1a)

0,000

Betalingen

2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1b)

0,000

Betalingen

2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 11

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG<…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 12

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1a)

0,000

Betalingen

2a)

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1b)

0,000

Betalingen

2b)

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 13

Begrotingsonderdeel

3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG<…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 14

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Personele middelen 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 15

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 16 …

Output

Output

Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

–    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

–    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.3.3.Totaal kredieten

TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften 

–    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

–    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 17

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.
01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten

EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.
01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.
01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, GND’s, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat moet worden gebruikt voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

–    kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

–    hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

–    hiervoor is een herziening van het MFK nodig

3.2.7.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

–    voorziet niet in medefinanciering door derden

–    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten



3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

–    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

–    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

voor de eigen middelen

voor overige ontvangsten

geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 18

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Het voorstel voert geen specifieke digitale vereisten in, aangezien er geen digitale middelen nodig zijn om het standpunt van de Unie vast te stellen. Bijgevolg is het beginsel van “standaard digitaal” niet van toepassing, aangezien het besluit niet de verlening van een openbare dienst inhoudt. Hoewel de toekomstige aanpassing van de wetgeving van Oekraïne aan die van de Unie digitale overwegingen van de kant van Oekraïne mee kan brengen, vallen dergelijke aspecten buiten het toepassingsgebied van dit memorandum.

4.2.Gegevens

4.3.Digitale oplossingen

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

(1)    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1972/oj).
(2)    Richtlijn (EU) 2018/1972, Verordening (EU) 2022/612 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (PB L 115 van 13.4.2022, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2022/612/oj), Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009 (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2018/1971/oj), Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2286 van de Commissie van 15 december 2016 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften betreffende de toepassing van het beleid inzake redelijk gebruik, betreffende de methodologie voor de beoordeling van de houdbaarheid van de afschaffing van retailroamingtoeslagen en betreffende de ten behoeve van die beoordeling door een roamingaanbieder in te dienen aanvraag (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 46, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg_impl/2016/2286/oj), en Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/654 van de Commissie van 18 december 2020 houdende aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad waarbij één enkel maximumtarief voor mobiele gespreksafgifte voor de hele Unie en één enkel maximumtarief voor vaste gespreksafgifte voor de hele Unie wordt vastgesteld (PB L 137 van 22.4.2021, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg_del/2021/654/oj).
(3)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(4)    PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/295/oj.
(5)    Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1972/oj).
(6)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(7)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(8)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(9)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(10)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(11)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(12)    De benodigde kredieten moeten worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kostencijfers die beschikbaar zijn op de desbetreffende BUDGpedia-webpagina.
(13)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(14)    De benodigde kredieten moeten worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kostencijfers die beschikbaar zijn op de desbetreffende BUDGpedia-webpagina.
(15)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(16)    Zoals beschreven in punt 1.3.2. “Specifieke doelstellingen”
(17)    Geef onder de tabel aan hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds zijn toegewezen aan het beheer van de actie en/of binnen uw DG kunnen worden heringezet en wat uw nettobehoeften zijn.
(18)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.