31982D0077

82/77/EEG: Besluit van de Raad van 27 juni 1980 inzake de ondertekening en de nederlegging van een verklaring van voorlopige toepassing van het Voedselhulpverdrag 1980

Publicatieblad Nr. L 043 van 15/02/1982 blz. 0026 - 0027
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 10 blz. 0104
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 10 blz. 0104


++++

BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 juni 1980

inzake de ondertekening en de nederlegging van een verklaring van voorlopige toepassing van het Voedselhulpverdrag 1980

( 82/77/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,

Gezien de aanbeveling van de Commissie ,

Overwegende dat het Voedselhulpverdrag 1980 , hierna te noemen het " Verdrag " , de internationale samenwerking stimuleert en bijdraagt tot het bereiken van de doelstellingen van de Gemeenschap , met name op het gebied van haar beleid van samenwerking met de ontwikkelingslanden ;

Overwegende dat het wenselijk is dat de Gemeenschap het Verdrag voorlopig toepast en een daartoe strekkende verklaring nederlegt ,

BESLUIT :

Artikel 1

De Europese Economische Gemeenschap past de bepalingen van het Voedselhulpverdrag 1980 voorlopig toe , met ingang van de datum van nederlegging van de in de bijlage opgenomen verklaring .

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de in de bijlage opgenomen verklaring te ondertekenen en deze bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika neder te leggen .

Gedaan te Luxemburg , 27 juni 1980 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . SARTI

BIJLAGE

Verklaring van voorlopige toepassing van het Voedselhulpverdrag 1980 , waarvan de tekst werd opgesteld op de daartoe op 6 maart 1980 te Londen gehouden conferentie

De in artikel XIV van het Voedselhulpverdrag 1980 bedoelde institutionele procedures zullen in de Europese Economische Gemeenschap niet voor 30 juni 1980 kunnen worden afgewikkeld .

Derhalve legt de Gemeenschap overeenkomstig artikel XV van het Voedselhulpverdrag 1980 deze verklaring van voorlopige toepassing van het Verdrag af . Door het nederleggen van deze verklaring beschouwt de Gemeenschap zich voorlopig als partij bij het Verdrag , met alle rechten en verplichtingen die daaruit voortvloeien , tot de Raad van de Europese Gemeenschappen ter zake een definitief besluit heeft genomen .

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen

VOEDSELHULPVERDRAG 1980

DEEL I

DOEL EN DEFINITIES

Artikel 1

Doel

Met dit verdrag wordt beoogd via een actie van de gehele internationale Gemeenschap het door de Wereldvoedselconferentie vastgestelde doel te bereiken , dat erin bestaat de ontwikkelingslanden ieder jaar als voedselhulp ten minste 10 miljoen ton voor menselijke consumptie geschikte tarwe en andere granen te leveren op de in dit verdrag bepaalde wijze .

Artikel II

Definities

1 . In dit verdrag wordt bedoeld met

a ) de afkorting " cif " : cost , insurance , freight , d.w.z . kosten van vracht en verzekering inbegrepen ,

b ) " het comité " : het in artikel V bedoelde Voedselhulpcomité ;

c ) " de uitvoerend secretaris " : de uitvoerend secretaris van de Internationale Tarweraad ;

d ) de afkorting " fob " : free on board , d.w.z . met inbegrip van vervoerkosten tot in de boot ;

e ) " graan " of " granen " : - tenzij anders is bepaald - tarwe , haver , maïs , gerst , rogge , sorgho en rijst of daarvan afgeleide produkten , inclusief produkten van het tweede verwerkingsstadium , zoals omschreven in het reglement van orde , onverminderd het bepaalde in artikel III , lid 1 ;

f ) " lid " : een partij bij dit verdrag ;

g ) " het secretariaat " : het secretariaat van de Internationale Tarweraad ;

h ) " ton " : 1 000 kg ;

i ) " jaar " : - tenzij anders is bepaald - de periode van 1 juli tot en met 30 juni .

2 . In dit verdrag wordt geacht met " regering " of " regeringen " ook te worden aangeduid de Europese Economische Gemeenschap ( hierna " EEG " te noemen ) . Bijgevolg wordt elke verwijzing in dit verdrag naar " ondertekening " of " nederlegging van akten van bekrachtiging , aanvaarding of goedkeuring " of een " akte van toetreding " of een " verklaring van voorlopige toepassing " door een regering , wat de EEG betreft , geacht tevens in te houden de ondertekening of verklaring van voorlopige toepassing namens de EEG door haar bevoegde autoriteit en de nederlegging van de akte die in het kader van de institutionele procedures van de EEG vereist is voor het sluiten van een internationale overeenkomst .

DEEL II

HOOFDBEPALINGEN

Artikel III

Internationale voedselhulp

1 . De leden zijn overeengekomen de ontwikkelingslanden als voedselhulp graan als omschreven in artikel II , lid 1 , letter e ) , te leveren dat geschikt is voor menselijke consumptie en van een aanvaardbaar type en aanvaardbare kwaliteit , of hun het daarmee in geldwaarde overeenkomend bedrag te verstrekken , tot de jaarlijkse minimumhoeveelheden als bepaald in onderstaand lid 3 .

2 . Voor het leveren van hun bijdragen , respectievelijk het bepalen van hun behoeften gaan de leden , respectievelijk de begunstigde landen , zoveel mogelijk uit van een planning , ten einde te bereiken dat de begunstigde landen bij het opstellen van hun ontwikkelingsprogramma's rekening kunnen houden met de voor de verschillende jaren van de geldigheidsduur van dit verdrag te verwachten voedselhulp . Bovendien zouden de leden in de mate van het mogelijke moeten aangeven welke bedragen zij voornemens zijn te schenken .

3 . De jaarlijkse minimumbijdrage die de leden moeten leveren met het oog op het in artikel 1 genoemde doel wordt als volgt vastgesteld :

Lid * Ton *

Argentinië * 35 000 *

Australië * 400 000 *

Oostenrijk * 20 000 *

Canada * 600 000 *

Europese Economische Gemeenschap * 1 650 000 *

Verenigde Staten van Amerika * 4 470 000 *

Finland * 20 000 *

Japan * 300 000 *

Noorwegen * 30 000 *

Zweden * 40 000 *

Zwitserland * 27 000 . *

4 . Voor de toepassing van dit verdrag wordt elk lid dat tot dit verdrag toetreedt overeenkomstig het bepaalde in artikel XVI , lid 2 , geacht te zijn genoemd in bovenstaand lid 3 , te zamen met de voor het betrokken lid overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van artikel XVI vastgestelde minimumbijdrage .

5 . Ingeval een lid zijn bijdrage geheel of gedeeltelijk in geld verstrekt , wordt de voor dit lid vastgestelde hoeveelheid of het niet in graan geleverde gedeelte van die hoeveelheid omgerekend tegen de marktprijzen voor tarwe . Voor de toepassing van het bepaalde in dit lid stelt het Comité elk jaar de marktprijs voor het volgende jaar vast op basis van de gemiddelde maandprijs voor tarwe in het voorafgaande kalenderjaar . Het Comité neemt in het reglement van orde een regel op voor het bepalen van de gemiddelde maandprijs voor tarwe . Voor het bepalen van de marktprijs houdt het Comité op adequate wijze rekening met aanzienlijke stijgingen of dalingen van de gemiddelde jaarprijs .

6 . Het Comité neemt in het reglement van orde regels op voor het waarderen van de door de leden toegezegde of geleverde bijdragen in andere granen dan tarwe , daarbij eventueel rekening houdend met het graangehalte van de produkten en de handelswaarde van de graansoort in vergelijking met die van tarwe .

7 . De in het kader van dit verdrag te leveren voedselhulp kan worden verstrekt op de volgende wijzen :

a ) schenking van graan of schenking van geld , te besteden aan de aankoop van graan ten behoeve van het begunstigde land ;

b ) verkopen tegen de valuta van het begunstigde land indien deze valuta overgemaakt noch omgezet kan worden in valuta's of goederen en diensten die kunnen worden gebruikt door het donorlid ( 1 ) ;

c ) verkopen op krediet , te betalen in redelijke jaarlijkse termijnen over een periode van twintig jaar of langer en tegen een rentevoet die lager is dan de in de wereldhandel gangbare tarieven ( 2 ) ,

met dien verstande dat de voedselhulp zoveel mogelijk wordt verstrekt in de vorm van schenkingen , met name de voedselhulp voor landen met het laagste ontwikkelingspeil , de landen met een gering inkomen per inwoner en andere ontwikkelingslanden die met ernstige economische moeilijkheden te kampen hebben .

8 . Het in lid 7 , letter a ) , van dit artikel bedoelde graan wordt aangekocht bij de leden die partij zijn bij het Voedselhulpverdrag 1980 en bij het vigerende Tarwehandelsverdrag , waarbij de voorkeur wordt gegeven aan ontwikkelingslanden die partij zijn bij de beide verdragen , ten einde de ontwikkeling van de uitvoer of de verwerkende industrie van de laatsgenoemde landen te bevorderen . Bij de aankopen wordt er in het algemeen naar gestreefd zodanig te werk te gaan dat het graan grotendeels wordt aangekocht in ontwikkelingslanden , bij voorkeur in ontwikkelingslanden die partij zijn bij het Voedselhulpverdrag . Deze bepalingen vormen dus geen beletsel voor aankoop van graan in een ontwikkelingsland dat geen partij is bij de voornoemde verdragen . Bij alle in dit lid bedoelde aankopen wordt inzonderheid rekening gehouden met de kwaliteit , de voordelen qua cif-prijs en de mogelijkheden inzake snelle levering aan de begunstigde landen , alsmede met de specifieke behoeften van de begunstigde landen zelf . Normaliter mogen de geldelijke bijdragen nooit worden besteed aan aankoop van graan van hetzelfde type als het verkopende land bij wijze van bilaterale of multilaterale voedselhulp heeft ontvangen in hetzelfde jaar , of in het voorafgaande jaar , als de toen geleverde hoeveelheid graan nog niet is opgebruikt .

9 . De overeenkomstig lid 7 en lid 8 van dit artikel ondernomen voedselhulpacties worden gevoerd met inachtneming van de bedoelingen die tot uiting komen in de beginselen en richtlijnen van de FAO inzake de afzet van overschotten .

10 . De bijdragen in de vorm van graan worden door de leden geleverd in het fob-stadium .

11 . Indien de kosten van vervoer na het fob-stadium voor rekening van de donor komen , worden deze kosten beschouwd als geldelijke bijdragen in het kader van dit verdrag , bovenop de jaarlijkse minimumbijdrage als bepaald in lid 3 van dit artikel .

12 . De leden kunnen voor hun bijdragen in het kader van dit verdrag een of meer begunstigde landen aanwijzen .

13 . De leden kunnen hun bijdragen bilateraal verstrekken of door bemiddeling van een internationale organisatie . De leden dienen zich echter ten volle rekenschap te geven van de voordelen die eraan verbonden zijn een groter gedeelte van de voedselhulp te verstrekken in multilateraal verband , met name via het Wereldvoedselprogramma , en dienen zich normaliter te houden aan de richtlijnen en criteria voor de voedselhulp die zijn goedgekeurd door het Comité voor het voedselhulpbeleid en de voedselhulpprogramma's van het Wereldvoedselprogramma .

14 . Indien een lid voor een bepaald jaar de in het kader van dit verdrag aangegane verplichtingen niet kan nakomen , moeten de voor het volgende jaar al naar het geval te leveren of geleverde bijdragen worden verhoogd met het nog niet verstrekte gedeelte van de bijdrage over het betrokken jaar .

Artikel IV

Bijzondere bepaling inzake kritieke behoeften

Indien in een bepaald jaar de produktie van voor de voeding geschikt graan in de ontwikkelingslanden met een laag inkomenspeil een aanzienlijk tekort vertoont , belegt de voorzitter van het Comité op grond van de door de uitvoerende secretaris verstrekte inlichtingen een vergadering van het Comité om de omvang van het produktietekort te onderzoeken . Het Comité kan de leden aanbevelen de situatie te verhelpen door de beschikbare hoeveelheid voedselhulp te verhogen .

Artikel V

Voedselhulpcomité

Er wordt een Voedselhulpcomité ingesteld waarvan alle partijen bij dit verdrag lid zijn . Het Comité wijst een voorzitter en een vice-voorzitter aan .

Artikel VI

Bevoegdheden en taken van het Comité

1 . Het Comité :

a ) ontvangt geregeld de door de leden in te dienen verslagen inzake omvang , samenstelling en wijze van verdeling van hun op grond van dit verdrag te verstrekken bijdragen en inzake de voorwaarden waarop deze bijdragen worden verstrekt ;

b ) houdt toezicht op de uit geldelijke bijdragen gefinancierde graanaankopen , inzonderheid met het oog op de in artikel III , lid 8 , vermelde verplichtingen betreffende de aankoop van graan in ontwikkelingslanden ;

c ) onderzoekt hoe de bij dit verdrag aangegane verplichtingen worden nagekomen ; en

d ) zorgt voor regelmatige uitwisseling van gegevens omtrent de toepassing van de bij dit Verdrag vastgestelde voedselhulpregeling , en met name omtrent de invloed van deze regeling op de voedselproduktie in de begunstigde landen , voor zover ter zake gegevens beschikbaar zijn .

Zo nodig brengt het Comité verslag uit .

2 . Voor de toepassing van het bepaalde in artikel IV en in de letters c ) en d ) van bovenstaand lid 1 kan het Comité inlichtingen inwinnen bij de begunstigde landen en met deze landen overleg plegen .

3 . Het Comité legt in het reglement van orde de regels voor de toepassing van dit verdrag vast .

4 . Benevens de in dit artikel aangegeven bevoegdheden en taken vervult het Comité alle overige taken en heeft het alle overige bevoegdheden die nodig zijn voor de toepassing van dit verdrag .

Artikel VII

Zetel , zittingen en quorum

1 . De zetel van het Comité is Londen , tenzij het Comité anders beslist .

2 . Het Comité vergadert ten minste tweemaal per jaar naar aanleiding van de statutaire zittingen van de Internationale Tarweraad . Het Comité vergadert voorts ook telkens wanneer de voorzitter daartoe besluit of wanneer ten minste drie leden daarom verzoeken , of nog wanneer zulks op grond van de bepalingen van het verdrag nodig is .

3 . Voor het bereiken van het quorum bij een vergadering van het Comité moeten afgevaardigden van ten minste twee derde van de leden van het Comité aanwezig zijn .

Artikel VIII

Besluiten

De besluiten van het Comité komen tot stand door overeenstemming .

Artikel IX

Toelating van waarnemers

Het Comité kan , indien daartoe aanleiding bestaat , de vertegenwoordigers van het secretariaat van andere internationale organisaties waarvan uitsluitend de regeringen deel uitmaken die lid zijn van de Verenigde Naties of de gespecialiseerde instellingen daarvan , op de vergaderingen uitnodigen als waarnemer .

Artikel X

Administratieve bepalingen

Het Comité maakt gebruik van de diensten van het secretariaat voor het verrichten van de administratieve taken waarom het Comité kan verzoeken , met name voor het opstellen en bewerken van documentatiemateriaal en verslagen en de verspreiding daarvan .

Artikel XI

Niet-nakoming van verplichtingen , geschillen

Wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit verdrag of in geval van niet-nakoming van de bij dit verdrag aangegane verplichtingen , komt het Comité bijeen om te beslissen welke maatregelen dienen te worden getroffen .

DEEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel XII

Ondertekening

Dit verdrag is opengesteld voor ondertekening door de in artikel III , lid 3 , bedoelde te Washington van 11 maart 1980 tot en met 30 april 1980 .

Artikel XIII

Depot-regering

De Regering van de Verenigde Staten van Amerika is de depot-regering voor dit verdrag .

Artikel XIV

Bekrachtiging , aanvaarding of goedkeuring

Dit verdrag wordt voorgelegd voor bekrachtiging , aanvaarding of goedkeuring door alle ondertekende regeringen overeenkomstig de grondwettelijke procedures . De akten van bekrachtiging , aanvaarding of goedkeuring worden uiterlijk 30 juni 1980 nedergelegd bij de depot-regering , zij het dat de krachtens het verlegde Voedselhulverdrag 1971 ingestelde Commissie of het krachtens dit verdrag ingestelde Comité een of meer malen uitstel kan verlenen aan ondertekenende regeringen die hun akte van bekrachtiging , aanvaarding of goedkeuring op de voornoemde datum nog niet hebben nedergelegd .

Artikel XV

Voorlopige toepassing

Iedere ondertekenende regering kan bij de depot-regering een verklaring van voorlopige toepassing van dit verdrag nederleggen . De regering die een dergelijke verklaring nederlegt past het verdrag voorlopig toe en wordt voorlopig geacht partij bij het verdrag te zijn .

Artikel XVI

Toetreding

1 . Elke in artikel III , lid 3 , bedoelde regering die dit verdrag niet heeft ondertekend kan tot dit verdrag toetreden . De toetredingsakten worden uiterlijk 30 juni 1980 nedergelegd bij de depot-regering , zij het dat de bij het verlengde Voedselhulpverdrag 1971 ingestelde Commissie of het bij dit verdrag ingestelde Comité één of meer malen uitstel kan verlenen aan regeringen die hun akte op de voornoemde datum nog niet hebben nedergelegd .

2 . Zodra dit verdrag in werking zal zijn getreden overeenkomstig artikel XVII , kunnen alle andere regeringen dan de in artikel III , lid 3 , bedoelde tot het verdrag toetreden onder de door het Comité adequaat geachte voorwaarden . De toetredingsakten worden nedergelegd bij de depot-regering .

3 . Elke regering die overeenkomstig lid 1 of lid 2 van dit artikel tot dit verdrag toetreedt , kan bij de depot-regering een verklaring van voorlopige toepassing van dit verdrag nederleggen in afwachting van nederlegging van de toetredingsakte . De betrokken regering past het verdrag voorlopig toe en wordt voorlopig geacht partij te zijn bij dit verdrag .

Artikel XVII

Inwerkingtreding

1 . Dit verdrag treedt op 1 juli 1980 in werking indien de in artikel III , lid 3 , bedoelde regeringen op 30 juni 1980 akten van bekrachtiging , aanvaarding , goedkeuring of toetreding , dan wel verklaringen van voorlopige toepassing hebben ingediend , op voorwaarde bovendien dat het Protocol van 1979 houdende vijfde verlenging van het Tarwehandelsverdrag 1971 of een nieuw Tarwehandelsverdrag dat voornoemd verdrag vervangt , van kracht is .

2 . Indien dit verdrag niet in werking treedt overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel , kunnen de regeringen die akten van bekrachtiging , aanvaarding , goedkeuring of toetreding dan wel verklaringen van voorlopige toepassing hebben nedergelegd , unaniem beslissen dat het verdrag tussen hen van kracht wordt op voorwaarde dat het Protocol van 1979 houdende vijfde verlenging van het Tarwehandelsverdrag 1971 of een nieuw Tarwehandelsverdrag dat voornoemd verdrag vervangt , van kracht is , of kunnen zij een ander besluit nemen dat naar hun mening op grond van de situatie vereist is .

Artikel XVIII

Geldigheidsduur en verlenging

1 . Dit verdrag blijft van kracht tot en met 30 juni 1981 , op voorwaarde dat het Protocol van 1979 houdende vijfde verlenging van het Tarwehandelsverdrag 1971 of een nieuw Tarwehandelsverdrag dat voornoemd verdrag vervangt tot en met die datum van kracht is .

2 . Indien de geldigheidsduur van het Tarwehandelsverdrag 1971 opnieuw wordt verlengd of indien een nieuw Tarwehandelsverdrag ter vervanging van voornoemd verdrag in werking treedt , kan het Comité de geldigheidsduur van dit verdrag verlengen voor de periode waarmee de geldigheidsduur van het Tarwehandelsverdrag 1971 wordt verlengd of voor de geldigheidsduur van het nieuwe Tarwehandelsverdrag dat voornoemd verdrag vervangt . Bij verlenging van dit Voedselhulpverdrag kunnen leden die niet aan het verlengde verdrag wensen deel te nemen , zich terugtrekken door schriftelijke kennisgeving aan de depot-regering .

De betrokken leden stellen het Comité in kennis van hun besluit , maar worden van geen enkele uit dit verdrag voortvloeiende en nog niet nagekomen verplichting ontheven .

Artikel XIX

Verband tussen dit verdrag en de verlengde Internationale Tarweovereenkomst 1971

Dit verdrag vervangt het verlengde Voedselhulpverdrag 1971 en is een van de rechtsgeldige instrumenten van de verlengde Internationale Tarweovereenkomst 1971 .

Artikel XX

Authentieke teksten

De teksten van dit verdrag in de Engelse , de Franse , de Russische en de Spaanse taal zijn gelijkelijk authentiek . De originelen worden nedergelegd bij het archief van de depot-regering , die er gewaarmerkte afschriften van doet toekomen aan alle ondertekenende of toetredende regeringen .

Ten blijke waarvan de ondergetekenden , hiertoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden regeringen of autoriteiten , dit verdrag hebben ondertekend op de naast hun handtekening vermelde datum .

( 1 ) In uitzonderlijke gevallen kan een vrijstelling van ten hoogste 10 % worden verleend .

( 2 ) In de overeenkomsten inzake verkoop op krediet kan worden bepaald dat een bedrag van ten hoogste 15 % van de hoofdsom wordt betaald bij levering van het graan .

APPENDIX

Verklarende aantekeningen

Artikel III - Internationale voedselhulp

De conferentie verklaart dat de Lid-Staten er uiterst nauwletten op zouden moeten toezien dat de nakoming van de bij het Voedselhulpverdrag 1980 aangegane verplichtingen op het gebied van de voedselhulp , de billijke concurrentie op het stuk van het zeevervoer niet belemmeren .

Artikel III , lid 5 - Geldelijke bijdragen

Er wordt van uitgegaan dat van een aanzienlijke stijging of daling sprake is wanneer de in artikel III , lid 5 , bedoelde gemiddelde jaarprijs meer dan 20 % stijgt of daalt in vergelijking met het voorgaande kalenderjaar . In dit verband mag de marktprijs die wordt aangehouden voor het waarderen van de bijdrage van een lid niet meer dan 20 % hoger of lager liggen dan die van het voorafgaande jaar .