<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><CONCLUSION NNC="YES" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-04.cj-20080212.xd"><BIB.CONCLUSION><REF.CASE FILE="ECRCJ1999NLA.0600344901.case.xml"><NO.CASE>C-376/97</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>61997C0376</NO.CELEX><NO.SEQ>0013.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST>3451</PAGE.FIRST><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST>3460</PAGE.LAST><PAGE.TOTAL>10</PAGE.TOTAL></BIB.CONCLUSION><CURR.TITLE><LEFT>CONCLUSIE VAN ADV.-GEN. LÉGER — ZAAK C-376/97</LEFT><RIGHT>WETTWER</RIGHT></CURR.TITLE><CONTENTS.CONCLUSION><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Conclusie van advocaat-generaal</HT></P><P><HT TYPE="UC">P. Léger</HT></P><P>van <DATE ISO="19990204">4 februari 1999</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Oorspronkelijke taal: Frans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>Kan het in de gemeenschapsregeling bepaalde recht op de speciale premie voor producenten van rundvlees in het kader van de schenking onder levenden van een landbouwbedrijf worden overgedragen aan de begiftigde die voor het overige aan de voorwaarden voor toekenning van die premie voldoet?</TXT></NP><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>Dit is, zakelijk weergegeven, het onderwerp van de verwijzingsbeschikking van het Bundesverwaltungsgericht.</TXT></NP><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>De relevante bepalingen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Tot 1987 werd vooral aankoop door de overheid gebruikt als middel om de rundvleesmarkt<NOTE NOTE.ID="E0002" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>De basisverordening dienaangaande is verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van <DATE ISO="19680627">27 juni 1968</DATE> houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="148" DATE.PUB="1968" PAGE.FIRST="24">PB L 148, blz. 24</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE> te ondersteunen door aanzienlijke prijsdalingen te voorkomen of te beheersen. Toen stelde de Raad evenwel vast, dat de <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>interventieregeling (...) niet langer als vangnet fungeert, doch een afzetmogelijkheid op zich geworden is<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0003" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Eerste overweging van de considerans van verordening (EEG) nr. 467/87 van de Raad van <DATE ISO="19870210">10 februari 1987</DATE> tot wijziging van verordening nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees, alsmede van de premieregelingen in die sector (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="048" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="1">PB L 48, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE>, en besloot hij bij verordening nr. 467/87 de aankopen door de overheid te beperken en de gevolgen van die aanpassing op te vangen door het inkomen van de producenten te ondersteunen en de bestaande premies tijdelijk te handhaven.<NOTE NOTE.ID="E0004" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, zesde overweging van de considerans.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>In die context werd besloten, aan de producenten in de lidstaten die nog niet in aanmerking kwamen voor een premie waarin een bestaande regeling voorziet, <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>een eenmalige speciale premie per gehouden dier<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/> te verlenen.<NOTE NOTE.ID="E0005" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, zevende overweging van de considerans. De bestaande premies worden op grond van de volgende regelingen verleend: <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>verordening (EEG) nr. 1346/86 van de Raad van <DATE ISO="19860506">6 mei 1986</DATE> inzake de toekenning van een geboortepremie voor kalveren in Griekenland, Ierland, Italië en Noord-Ierland en de toekenning van een aanvullende nationale premie in Italië, gewijzigď bij verordening (EEG) nr. 4049/86, en verordening (EEG) nr. 1347/86 van de Raad van <DATE ISO="19860506">6 mei 1986</DATE> inzake de toekenning van een slachtpremie voor bepaalde volwassen slachtrunderen in het Verenigd Koninkrijk, gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 4049/86<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/>.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>5.</NO.P><TXT>De speciale premie, die aanvankelijk was opgevat als een tijdelijke maatregel om interventie te beperken en dit mechanisme geleidelijk zijn aanvankelijke functie van vangnet<NOTE NOTE.ID="E0006" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Artikel 1 van verordening nr. 467/87 bepaalde aanvankelijk, dat de speciale premie kon worden verleend van <DATE ISO="19870406">6 april 1987</DATE> tot en met <DATE ISO="19881231">31 december 1988</DATE>. Bij de wijzigingsverordening (EEG) nr. 4132/88 van de Raad van <DATE ISO="19881220">20 december 1988</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="362" DATE.PUB="1988" PAGE.FIRST="4">PB L 362, blz. 4</REF.DOC.OJ>) werd deze periode verlengd tot en met <DATE ISO="19890305">5 maart 1989</DATE>.</P></NOTE> terug te geven, geldt thans voor onbepaalde tijd.<NOTE NOTE.ID="E0007" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Volgens de vierde overweging van de considerans van wijzigingsverordening (EEG) nr. 571/89 van de Raad van <DATE ISO="19890302">2 maart 1989</DATE> <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>[moet] de regeling inzake de toekenning van een speciale premie (...) ook nog na <DATE ISO="19890402">2 april 1989</DATE> (...) worden toegepast<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="061" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="43">PB L 61, blz. 43</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE></TXT></NP><?PAGE NO="I-3452"?><NP><NO.P>6.</NO.P><TXT>De premieregeling is neergelegd in artikel 4 bis van verordening nr. 805/68, zoals gewijzigd bij verordening nr. 571/89. In lid 1 van dat artikel wordt bepaald:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><PARAG IDENTIFIER="004A.001"><NO.PARAG><QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>1.</NO.PARAG><ALINEA>Aan rundvleesproducenten kan een speciale premie worden verleend. Deze premie wordt de producenten op hun verzoek toegekend voor mannelijke runderen van ten minste negen maanden die op hun bedrijf zijn gemest.</ALINEA><ALINEA>De premie wordt beperkt tot negentig dieren per kalenderjaar en per bedrijf. De premie wordt vastgesteld op 40 ECU per dier.</ALINEA><ALINEA>De premie wordt slechts eenmaal per dier toegekend. De premie wordt aan de producent uitbetaald of aan hem doorbetaald.</ALINEA><ALINEA>(...)<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/></ALINEA></PARAG></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>7.</NO.P><TXT>Zoals door deze basisregeling was voorgeschreven<NOTE NOTE.ID="E0008" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Artikel 4 bis, reeds aangehaald, lid 2.</P></NOTE>, heeft de gemeenschapswetgever later de algemene regels betreffende de speciale premie voor rundvleesproducenten vastgesteld en met name de begrippen <QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>producent<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/> en <QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>bedrijf<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/> gepreciseerd in het kader van verordening (EEG) nr. 572/89 van de Raad van <DATE ISO="19890302">2 maart 1989</DATE><NOTE NOTE.ID="E0009" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="063" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="1">PB L 63, blz. 1</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE> tot wijziging van verordening (EEG) nr. 468/87 van de Raad van <DATE ISO="19870210">10 februari 1987</DATE> tot vaststelling van de algemene voorschriften van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees.<NOTE NOTE.ID="E0010" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="048" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="4">PB L 48, blz. 4</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>8.</NO.P><TXT>Volgens artikel 1 van verordening nr. 468/87 wordt onder <QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>producent<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/> verstaan <QUOT.START ID="QS0009" REF.END="QE0009" CODE="201E"/>de individuele landbouwondernemer, natuurlijke of rechtspersoon, waarvan het bedrijf zich op het grondgebied van de Gemeenschap bevindt, die runderen houdt<QUOT.END ID="QE0009" REF.START="QS0009" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>9.</NO.P><TXT>Volgens lid 2 van dat artikel wordt onder <QUOT.START ID="QS0010" REF.END="QE0010" CODE="201E"/>bedrijf<QUOT.END ID="QE0010" REF.START="QS0010" CODE="201D"/> verstaan <QUOT.START ID="QS0011" REF.END="QE0011" CODE="201E"/>het geheel van de door de producent beheerde productie-eenheden, die gelegen zijn op het grondgebied van eenzelfde lidstaat<QUOT.END ID="QE0011" REF.START="QS0011" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>10.</NO.P><TXT>Ten slotte zijn de regels voor de toepassing van de speciale premie door de Commissie<NOTE NOTE.ID="E0011" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Overeenkomstig artikel 4 bis, lid 3, van de aanvankelijke verordening nr. 805/68.</P></NOTE> vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 714/89 van <DATE ISO="19890320">20 maart 1989</DATE><NOTE NOTE.ID="E0012" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Verordening houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de speciale premie voor producenten van rundvlees (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="078" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="38">PB L 78, blz. 38</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE>, die bepaalt onder welke voorwaarden de speciale premie bedoeld in het reeds aangehaalde artikel 4 bis kan worden toegekend.</TXT></NP><?PAGE NO="I-3453"?><NP><NO.P>11.</NO.P><TXT>Deze voorwaarden impliceren, <QUOT.START ID="QS0012" REF.END="QE0012" CODE="201E"/>dat bij de aanvragen verklaringen en verbintenissen van de begunstigden moeten worden gevoegd; dat de lidstaten op deze verklaringen en verbintenissen administratieve controles ter plaatse dienen uit te voeren die op een minimumaantal bedrijven betrekking moeten hebben, en zij, wanneer deze verklaringen onjuist blijken te zijn, de uitgekeerde premiebedragen volledig dienen terug te vorderen<QUOT.END ID="QE0012" REF.START="QS0012" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0013" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Derde overweging van de considerans van verordening nr. 714/89.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>12.</NO.P><TXT>Zo wordt in artikel 2, tweede streepje, van verordening nr. 714/89 met name bepaald, dat de premieaanvragen omvatten <QUOT.START ID="QS0013" REF.END="QE0013" CODE="201E"/>de verbintenis van de producent de mannelijke runderen waarvoor hij de premie aanvraagt, op zijn bedrijf te houden gedurende de periode die ter uitvoering van artikel 8, lid 2, wordt vastgesteld, (...) minstens tot zij negen maanden oud zijn<QUOT.END ID="QE0013" REF.START="QS0013" CODE="201D"/>.</TXT><P>Dit artikel 8, lid 2, laat het aan de lidstaten over, die minimumperiode vast te stellen, maar deze periode mag niet korter zijn dan twee noch langer dan vijf maanden. In Duitsland bedraagt zij drie maanden.</P></NP><NP><NO.P>13.</NO.P><TXT>Aan de bevoegde instanties van de lidstaten wordt verzocht, door administratieve controles en controles ter plaatse na te gaan, of die voorschriften in acht worden genomen. Artikel 8, lid 1, van verordening nr. 714/89 bepaalt: <QUOT.START ID="QS0014" REF.END="QE0014" CODE="201E"/>De controle heeft betrekking op:</TXT><P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>het aantal mannelijke runderen dat op het door de producent geëxploiteerde bedrijf wordt gehouden en waarvoor de premie wordt aangevraagd (...);</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>de juistheid van de voorgeschreven verklaringen en het nakomen van de verbintenissen door de producent;</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>het nakomen van de voorschriften inzake het (...) aanbrengen van het herkenningsteken of merken.<QUOT.END ID="QE0014" REF.START="QS0014" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>14.</NO.P><TXT>Wanneer de aan het verlenen van de premie verbonden voorwaarden niet worden vervuld, kunnen de in artikel 9 van verordening nr. 714/89 bepaalde sancties worden toegepast.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>De feiten en het procesverloop</P></TI></TITLE><NP><NO.P>15.</NO.P><TXT>K.-H. Wettwer (hierna: <QUOT.START ID="QS0015" REF.END="QE0015" CODE="201E"/>verzoeker in het hoofdgeding<QUOT.END ID="QE0015" REF.START="QS0015" CODE="201D"/>) vroeg in mei 1991 de premie aan voor tien op zijn bedrijf gehouden dieren. In juli 1991 droeg hij zijn<?PAGE NO="I-3454"?> gehele landbouwbedrijf over aan zijn zoon<NOTE NOTE.ID="E0014" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Bij wege van <QUOT.START ID="QS0016" REF.END="QE0016" CODE="201E"/>vorweggenommene Erbfolge<QUOT.END ID="QE0016" REF.START="QS0016" CODE="201D"/> (schenking onder levenden of geanticipeerde erfopvolging).</P></NOTE>, die overigens ook een gepacht landbouwbedrijf exploiteerde.</TXT></NP><NP><NO.P>16.</NO.P><TXT>De Bezirksregierung, verweerster in het hoofdgeding, wees die premieaanvraag af op grond van die overdracht. Zij was van oordeel, dat met name niet was voldaan aan de voorwaarde dat de aanvrager de betrokken dieren gedurende ten minste drie maanden op zijn bedrijf moet houden. De premie zou immers alleen kunnen worden toegekend aan de aanvrager en de rechten zouden niet kunnen worden overgedragen aan degene die ten aanzien van het bedrijf wettelijk in diens rechten is getreden.</TXT></NP><NP><NO.P>17.</NO.P><TXT>Tot staving van zijn beroep tegen dit afwijzend besluit voerde verzoeker in het hoofdgeding aan, dat de voorwaarden voor toekenning van de premie nog steeds waren vervuld, daar zijn zoon na de overname van het bedrijf de opgelegde verplichtingen nakwam. Verweerster in het hoofdgeding stelde daarentegen, dat de toekenning van de omstreden speciale premie aan de persoon en niet aan het bedrijf was verbonden.</TXT></NP><NP><NO.P>18.</NO.P><TXT>Het Verwaltungsgericht verwierp dit beroep op grond van de overweging, dat de Bezirksregierung artikel 4 bis, lid 1, van verordening nr. 805/68, zoals gewijzigd bij verordening nr. 571/89, terecht aldus had uitgelegd, dat de premie aan de persoon en niet aan het bedrijf wordt toegekend, zoals uit de definitie van het begrip <QUOT.START ID="QS0017" REF.END="QE0017" CODE="201E"/>producent<QUOT.END ID="QE0017" REF.START="QS0017" CODE="201D"/> blijkt. Aangezien verzoeker in het hoofdgeding na de overdracht van zijn bedrijf geen producent meer was, kon hij niet met succes aanspraak maken op de premie.</TXT><P>De rechter oordeelde, dat de zoon van verzoeker in het hoofdgeding om dezelfde reden ook niet op goede gronden kon stellen dat het recht op de premie samen met het bedrijf was overgegaan, daar de voorwaarden voor toekenning van de premie, inzonderheid de voorwaarde dat de dieren tijdens de controleperiode op het bedrijf moeten blijven, door de aanvrager moeten worden vervuld.</P></NP><NP><NO.P>19.</NO.P><TXT>Op het door verzoeker in het hoofdgeding ingestelde hoger beroep werd dit vonnis gewijzigd door het Niedersächsische Oberverwaltungsgericht. Anders dan de eerste rechters oordeelde deze rechterlijke instantie, dat de speciale premie ter wille van het bedrijf en niet ter wille van de persoon moet worden toegekend. Aangezien de voorwaarden voor toekenning zijn vervuld, moet de premie derhalve, na de officiële kennisgeving van de overdracht, worden toegekend aan degene aan wie het bedrijf is overgedragen.</TXT></NP><NP><NO.P>20.</NO.P><TXT>In het kader van de door de Bezirksregierung tegen dit arrest ingestelde <QUOT.START ID="QS0018" REF.END="QE0018" CODE="201E"/>Revision<QUOT.END ID="QE0018" REF.START="QS0018" CODE="201D"/> heeft de verwijzende rechter, die vaststelde dat voor elk van beide stellingen verschillende argumenten waren te vinden, het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0019" REF.END="QE0019" CODE="201E"/>Is het recht op de speciale premie voor producenten van rundvlees voor 1991 overgegaan<?PAGE NO="I-3455"?> op de producent aan wie de aanvrager tijdens de looptijd van de aangegane verbintenissen zijn landbouwbedrijf bij wege van <QUOT.START ID="QS0020" REF.END="QE0020" CODE="201A"/>vorweggenommene Erbfolge<QUOT.END ID="QE0020" REF.START="QS0020" CODE="2019"/> (geanticipeerde erfopvolging onder levenden) heeft overgedragen en die de gestelde voorwaarden inzake het houden en mesten van de dieren heeft vervuld?<QUOT.END ID="QE0019" REF.START="QS0019" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Standpuntbepaling</P></TI></TITLE><NP><NO.P>21.</NO.P><TXT>Zoals de eerste rechters hadden opgemerkt<NOTE NOTE.ID="E0015" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Punt I, elfde alinea, van de Franse vertaling van de verwijzingsbeschikking.</P></NOTE>, heeft de gemeenschapswetgever, anders dan met betrekking tot andere communautaire premies — zoals de in verordening (EEG) nr. 1078/77<NOTE NOTE.ID="E0016" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Verordening van de Raad van <DATE ISO="19770517">17 mei 1977</DATE> tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten en voor de omschakeling van het melkveebestand (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="131" DATE.PUB="1977" PAGE.FIRST="1">PB L 131, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE> bedoelde premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten en voor de omschakeling van het melkveebestand of de bij verordening (EEG) nr. 1244/82<NOTE NOTE.ID="E0017" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Verordening van de Commissie van <DATE ISO="19820519">19 mei 1982</DATE> houdende uitvoeringsbepalingen van de premieregeling voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="143" DATE.PUB="1982" PAGE.FIRST="20">PB L 143, blz. 20</REF.DOC.OJ>), gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1662/89 van de Commissie van <DATE ISO="19890613">13 juni 1989</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="163" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="11">PB L 163, blz. 11</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE> ingestelde premie voor het aanhouden van het zoogkoeienbestand — met betrekking tot de speciale premie voor de producenten van rundvlees niet uitdrukkelijk bepaald, dat de door de premieaanvrager aangegane verbintenissen op diens opvolger overgaan.</TXT></NP><NP><NO.P>22.</NO.P><TXT>Een dergelijke verbintenis van deze laatste is nochtans absoluut noodzakelijk indien zou worden aangenomen, dat deze samen met het bedrijf ook het recht op de premie van de aanvankelijke aanvrager verkrijgt. Daartoe behoeft slechts te worden herinnerd aan een van de voorwaarden voor toekenning van de premie, namelijk dat de premie slechts voor negentig dieren per kalenderjaar en per bedrijf en slechts eenmaal per dier kan worden toegekend. De verbintenis van de aanvrager van de premie vormt evenwel geen voldoende garantie dat de overnemer zich aan die voorwaarde houdt. Het is immers zeer goed mogelijk, dat de overnemer van het bedrijf, wanneer hij zoals in casu zelf ook producent is, dit contingent reeds heeft uitgeput. Aangezien bedrijf wordt omschreven als <QUOT.START ID="QS0021" REF.END="QE0021" CODE="201E"/>het geheel van de door de producent beheerde productie-eenheden, die gelegen zijn op het grondgebied van eenzelfde lidstaat<QUOT.END ID="QE0021" REF.START="QS0021" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0018" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Punt 9 van deze conclusie.</P></NOTE>, kan die overnemer geen aanspraak maken op de aanvankelijk aangevraagde premies wanneer hij reeds de maximaal toegestane premies heeft gekregen voor dieren die hij vóór de overname hield. Mijns inziens kan dus moeilijk worden aangenomen, dat het recht op de premie automatisch overgaat daar de omstreden regeling niet voorziet in een bijzondere verbintenis van de overnemer van het bedrijf.</TXT></NP><NP><NO.P>23.</NO.P><TXT>Mijns inziens vertolkt deze leemte de bewuste wil van de wetgever om het recht op de premie niet te laten overgaan in geval van overdracht [van het bedrijf], en gaat het geenszins om een vergetelheid die aan de hand van de algemene beginselen of naar analogie van andere bepalingen van gemeenschapsrecht kan worden opgevangen.</TXT></NP><NP><NO.P>24.</NO.P><TXT>Soortgelijke steun- of premieregelingen in andere gemeenschappelijke marktordeningen<?PAGE NO="I-3456"?> zijn doorgaans aldus opgevat, dat zij verbonden zijn aan de aanvrager en niet aan het bedrijf. Bij overdracht van het bedrijf gaat het recht op de premie verloren, behoudens uitdrukkelijke andersluidende bepalingen of een bijzondere regeling. Het volgt het bedrijf niet.</TXT></NP><NP><NO.P>25.</NO.P><TXT>In sommige gemeenschappelijke marktordeningen heeft de wetgever zelf uitdrukkelijk bepaald, dat het recht op de premie is verbonden aan de producenten aan wie de premie is verleend.</TXT></NP><NP><NO.P>26.</NO.P><TXT>Dit is het geval in de sector schapen- en geitenvlees.<NOTE NOTE.ID="E0019" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Met name artikel 5 bis, lid 4, sub a, van verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2069/92 van de Raad van <DATE ISO="19920630">30 juni 1992</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="215" DATE.PUB="1992" PAGE.FIRST="59">PB L 215, blz. 59</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>27.</NO.P><TXT>Hetzelfde geldt in de sector rundvlees voor de toekenning van andere premies dan die welke hier in het geding is. Zo is het recht op de zoogkoeienpremie sedert 1992 uitdrukkelijk verbonden aan de producenten aan wie de premie uit hoofde van het referentiejaar is toegekend en die de premie ook voor de jaren tot en met 1992 hebben aangevraagd.<NOTE NOTE.ID="E0020" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Artikel 4d, lid 4, van verordening nr. 805/68, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2066/92 van de Raad van <DATE ISO="19920630">30 juni 1992</DATE> (PB L 215, blz. 49).</P></NOTE> In dezelfde regeling wordt bepaald, dat wanneer een producent zijn bedrijf verkoopt of anderszins overdraagt, hij al zijn rechten op de zoogkoeienpremie kan overdragen aan degene die zijn bedrijf overneemt. Hij kan zijn rechten ook geheel of gedeeltelijk overdragen aan andere producenten zonder zijn bedrijf over te dragen.<NOTE NOTE.ID="E0021" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, artikel 4e, lid 1.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>28.</NO.P><TXT>Vaak is de premie impliciet verbonden aan degene die ze heeft aangevraagd; volgens de rechtspraak van het Hof bestaat daarover evenwel geen twijfel.</TXT></NP><NP><NO.P>29.</NO.P><TXT>Dit is bijvoorbeeld het geval met de premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten, waaromtrent het Hof heeft overwogen, dat <QUOT.START ID="QS0022" REF.END="QE0022" CODE="201E"/>de verbintenis van de begunstigde van de premie om geen melk en zuivelproducten te leveren, (...) de begunstigde <HT TYPE="ITALIC">persoonlijk</HT> bindt en niet het bedrijf volgt. Bij overdracht van de eigendom of het genot van het bedrijf verliest de begunstigde het recht op de premie (...)<QUOT.END ID="QE0022" REF.START="QS0022" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0022" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="19800213">13 februari 1980</DATE>, Damas (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="77/79" YEAR="1980" PAGE.ECR="247">77/79, Jurispr. blz. 247, blz. 8</REF.DOC.ECR>; cursivering van mij).</P></NOTE> Om die reden heeft het Hof overwogen: <QUOT.START ID="QS0023" REF.END="QE0023" CODE="201E"/>Bij vervreemding van de melkkoeien die op het moment van indiening van het verzoek op het bedrijf werden gehouden en waarvoor de premie is toegekend, gaat de verbintenis van de begunstigde om geen melk en zuivelproducten in de handel te brengen, door die vervreemding niet over op de koper van die koeien.<QUOT.END ID="QE0023" REF.START="QS0023" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0023" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, punt 11.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>30.</NO.P><TXT>Enkele jaren later heeft het Hof dezelfde redenering gevolgd met betrekking tot de bij de nieuwe regeling ingevoerde<?PAGE NO="I-3457"?> referentiehoeveelheden in de sector melk en zuivelproducten. Op de door een verzoeker uit dit nieuwe systeem afgeleide stelling, dat het recht van eigendom de lidstaten verplicht een regeling in te voeren die voorziet in een door de eigenaar aan de vertrekkende pachter te betalen vergoeding, heeft het Hof geantwoord met de algemene overweging: <QUOT.START ID="QS0024" REF.END="QE0024" CODE="201E"/>Het in de communautaire rechtsorde gewaarborgde recht van eigendom omvat (...) niet het recht, een voordeel als de in het kader van een gemeenschappelijke marktordening toegekende referentiehoeveelheden te verhandelen, welk voordeel noch uit het eigendom noch uit de beroepsactiviteit van de betrokkene voortvloeit.<QUOT.END ID="QE0024" REF.START="QS0024" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0024" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="19940324">24 maart 1994</DATE>, Bostock (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-2/92" YEAR="1994" PAGE.ECR="I-955">C-2/92, Jurispr. blz. I-955, blz. 19</REF.DOC.ECR>), waarin met name wordt verwezen naar het arrest van <DATE ISO="19911022">22 oktober 1991</DATE>, Von Deetzen II (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-44/89" YEAR="1991" PAGE.ECR="I-5119">C-44/89, Jurispr. blz. I-5119, punt 27</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>31.</NO.P><TXT>Laatstelijk was het Hof nog duidelijker toen het oordeelde, dat de werkingssfeer van die rechtspraak niet beperkt is tot de premies die in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten worden verleend. In een arrest van <DATE ISO="19951109">9 november 1995</DATE>, Country Landowners Association<NOTE NOTE.ID="E0025" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-38/94" YEAR="1995" PAGE.ECR="I-3875">C-38/94, Jurispr. blz. I-3875</REF.DOC.ECR>.</P></NOTE>, heeft het Hof geoordeeld, dat noch enige relevante bepaling van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees, noch enig algemeen beginsel van gemeenschapsrecht de lidstaten ertoe verplicht, een regeling te treffen ter compensatie van de schade die de eigenaren van landbouwgronden lijden door de invoering van een stelsel van premierechten verbonden aan de producenten van schapen- en geitenvlees of van rundvlees. Het Hof heeft gepreciseerd, dat een dergelijke verplichting met name niet kan worden afgeleid uit de bescherming van het eigendomsrecht, daar de invoering van een stelsel van aan de producenten verbonden premierechten, ook al heeft de overdracht van premierechten door producenten die geen eigenaar zijn van de voor hun exploitatie gebruikte grond, een nadelige invloed op de kapitaalwaarde van die grond, het eigendomsrecht niet aantast <HT TYPE="ITALIC">daar de in het kader van een gemeenschappelijke marktordening toegekende voordelen niet kunnen worden opgevat als een recht dat uit het eigendom of uit de beroepsactiviteit van de betrokkenen voortvloeit,</HT> waardoor de toekenning of overdracht ervan gepaard zou moeten gaan met een verplichting tot compensatie voor de ene of de andere partij bij de pachtovereenkomst.<NOTE NOTE.ID="E0026" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Inzonderheid punten 14 en 21 van de motivering en punt 1 van het dictum.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>32.</NO.P><TXT>In de rechtspraak van het Hof betreffende de omstreden regeling is, uiteindelijk logischerwijze gelet op de evolutie van die rechtspraak, de uitlegging terug te vinden volgens welke de premie aan de producent is verbonden. Het arrest van <DATE ISO="19931123">23 november 1993</DATE>, Schumacher<NOTE NOTE.ID="E0027" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-365/92" YEAR="1993" PAGE.ECR="I-6071">C-365/92, Jurispr. blz. I-6071</REF.DOC.ECR>.</P></NOTE>, waarin het Hof werd verzocht om uitlegging van artikel 9 van verordening nr. 714/89, dat voorziet in sancties voor het geval de voorwaarden voor de toekenning van de premie niet in acht worden genomen, bevat interessante preciseringen over het begrip controle door de bevoegde nationale instanties op grond waarvan een sanctie kan worden opgelegd. Na er met name op te hebben gewezen, dat de administratieve controle mede omvat de <QUOT.START ID="QS0025" REF.END="QE0025" CODE="201E"/>verificatie van de door de aanvrager van de premie overgelegde stukken ten bewijze dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet<QUOT.END ID="QE0025" REF.START="QS0025" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0028" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Punt 17, cursivering van mij. Zie ook punt 19.</P></NOTE>, laat het Hof de toekenning van de<?PAGE NO="I-3458"?> premie ondubbelzinnig afhangen van de inachtneming van de gestelde voorwaarden <HT TYPE="ITALIC">door de producent die de premie heeft aangevraagd.</HT> Hieruit moet voor de onderhavige zaak worden afgeleid, dat het dus van geen belang is, of de dieren waarvoor de premie is aangevraagd, tijdens de voorgeschreven periode van drie maanden op het bedrijf zijn gehouden; de voorwaarde inzake het op het bedrijf houden [van de dieren] wordt slechts geacht te zijn vervuld, indien daaraan wordt voldaan door de aanvrager van de premie, hetgeen niet het geval is bij een overdracht vóór het verstrijken van de termijn van drie maanden gedurende welke de aanvrager van de premie volgens zijn verbintenis de runderen op zijn bedrijf diende te houden.</TXT></NP><NP><NO.P>33.</NO.P><TXT>De bepaling waaromtrent dat arrest is gewezen, is mijns inziens overigens van wezenlijk belang voor het antwoord op de onderhavige vraag.</TXT></NP><NP><NO.P>34.</NO.P><TXT>Er zijn evenwel gevallen waarin dat recht blijft bestaan, ook al is de producent die de premie had aangevraagd, zijn verbintenissen niet nagekomen, en die gevallen worden gedetailleerd uiteengezet in artikel 9 van verordening nr. 714/89.</TXT></NP><NP><NO.P>35.</NO.P><TXT>Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het aantal dieren dat de producent volgens zijn verbintenis gedurende de minimumperiode op zijn bedrijf diende te houden, is gedaald als gevolg van <QUOT.START ID="QS0026" REF.END="QE0026" CODE="201E"/>het natuurlijke verloop van de veestapel<QUOT.END ID="QE0026" REF.START="QS0026" CODE="201D"/> (artikel 9, lid 2), of wanneer de verbintenis om de runderen tijdens die periode op het bedrijf te houden, <QUOT.START ID="QS0027" REF.END="QE0027" CODE="201E"/>wegens overmacht<QUOT.END ID="QE0027" REF.START="QS0027" CODE="201D"/>, zoals bij overlijden van de begunstigde, niet kon worden nagekomen (artikel 9, lid 3<NOTE NOTE.ID="E0029" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Die bepaling verwijst ter precisering van het begrip <QUOT.START ID="QS0028" REF.END="QE0028" CODE="201E"/>overmacht<QUOT.END ID="QE0028" REF.START="QS0028" CODE="201D"/> <QUOT.START ID="QS0029" REF.END="QE0029" CODE="201E"/>meer in het bijzonder<QUOT.END ID="QE0029" REF.START="QS0029" CODE="201D"/> naar de in artikel 5 van verordening nr. 1244/82 bedoelde gevallen. In dat artikel is onder meer sprake van <QUOT.START ID="QS0030" REF.END="QE0030" CODE="201E"/>het overlijden van de begunstigde (...)<QUOT.END ID="QE0030" REF.START="QS0030" CODE="201D"/>.</P></NOTE>).</TXT></NP><NP><NO.P>36.</NO.P><TXT>De omstreden overdracht kan evenwel niet onder een van die uitzonderingsbepalingen worden gebracht.</TXT></NP><NP><NO.P>37.</NO.P><TXT>Zonder stil te staan bij de in lid 2 van die bepaling bedoelde omstandigheden, die hier niet zijn aangevoerd, zij erop gewezen, dat verzoeker in het hoofdgeding vergeefs aannemelijk tracht te maken, dat de overdracht onder levenden naar nationaal recht kan worden gelijkgesteld met een erfenis en dat daaraan derhalve dezelfde gevolgen moeten worden verbonden.</TXT><P>Al blijft volgens artikel 9, lid 3, van verordening nr. 714/89 het recht op de premie bestaan bij overlijden van de begunstigde — een omstandigheid die, zoals wij hebben gezien<NOTE NOTE.ID="E0030" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Punt 35 van deze conclusie.</P></NOTE>, als overmacht wordt aangemerkt mits de producent de bevoegde instantie daarvan in kennis stelt binnen tien dagen te rekenen vanaf de datum waarop het betrokken feit zich heeft voorgedaan —, toch kan het onderhavige geval niet dezelfde gevolgen sorteren. Het gaat hier immers niet om het overlijden van de begunstigde, waardoor een nalatenschap openvalt.</P><?PAGE NO="I-3459"?><P>De overdracht onder levenden, ook al heeft zij naar nationaal recht dezelfde gevolgen als een overlijden, kan in geen geval als overmacht worden aangemerkt. Volgens de rechtspraak van het Hof moet onder het begrip overmacht immers worden verstaan <QUOT.START ID="QS0031" REF.END="QE0031" CODE="201E"/>abnormale en onvoorzienbare omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van degene die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden<QUOT.END ID="QE0031" REF.START="QS0031" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0031" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="19980929">29 september 1998</DATE>, First City Trading e.a. (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-263/97" YEAR="1998" PAGE.ECR="I-5537">C-263/97, Jurispr. blz. I-5537, punt 38</REF.DOC.ECR>), dat met name verwijst naar het arrest van <DATE ISO="19870205">5 februari 1987</DATE>, Denkavit (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="145/85" YEAR="1987" PAGE.ECR="565">145/85, Jurispr. blz. 565, punt 11</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE> De overdracht is daarentegen een door de overdrager en de overnemer gewilde juridische transactie die plaatsvindt in omstandigheden die door de partijen zijn gekozen en dus konden worden voorzien. Zij vertoont derhalve niet de kenmerken van overmacht in de zin van artikel 9, lid 3, van verordening nr. 714/89, zoals het overlijden van de degene die de steun aanvankelijk heeft aangevraagd, dat een rechtvaardigingsgrond vormt voor de overgang van de premie op de overnemer.</P></NP><NP><NO.P>38.</NO.P><TXT>Ten slotte vindt mijn analyse steun in de laatste uitzondering op de vervulling van de voorwaarden door de producent, namelijk die waarin artikel 9, lid 4, van verordening nr. 714/89 voorziet. Deze bepaling is van toepassing wanneer het werkelijke aantal subsidiabele dieren minder dan 5 % van het opgegeven aantal verschilt, of bij een verschil van hoogstens één dier, en dat verschil te wijten is aan andere omstandigheden dan die welke worden genoemd in lid 2 (daling van het aantal dieren ten gevolge van het natuurlijke verloop van de veestapel) en lid 3 (de verbintenis om de runderen gedurende een minimumperiode op het bedrijf te houden kan wegens overmacht niet worden nagekomen) van dat artikel, <QUOT.START ID="QS0032" REF.END="QE0032" CODE="201E"/>op voorwaarde dat de bevoegde instantie ervan overtuigd is dat het geen doelbewuste vervalsing of grove nalatigheid betreft<QUOT.END ID="QE0032" REF.START="QS0032" CODE="201D"/>. In dat geval verliest de producent de premie niet volledig of wordt hij, in voorkomend geval, niet verplicht het onverschuldigd betaalde bedrag terug te betalen, zoals in beginsel het geval is wanneer wordt vastgesteld dat hij niet voldoet aan de gestelde voorwaarden, maar wordt het hem toegekende bedrag evenredig verminderd.<NOTE NOTE.ID="E0032" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Volgens artikel 9, lid 4, wordt <QUOT.START ID="QS0033" REF.END="QE0033" CODE="201E"/>voor het aantal subsidiabele dieren de premie verminderd met 20 % uitgekeerd<QUOT.END ID="QE0033" REF.START="QS0033" CODE="201D"/>.</P></NOTE></TXT><P>Hij kan dus niet eens met een beroep op zijn goede trouw aanspraak maken op de premie voor de dieren die daarvoor uiteindelijk niet in aanmerking bleken te komen, ook al heeft hij ervoor gezorgd, dat alle voorwaarden waren vervuld.</P><P>Deze striktheid van de tekst, die nochtans voorziet in een aantal uitzonderingen, dient het Hof mijns inziens te leiden bij de uitlegging van de omstreden regeling. Mijns inziens staat de logica eraan in de weg, dat de omstreden premie zou worden toegekend aan de overnemer van een bedrijf dat is overgedragen tijdens de minimumperiode waarin de aanvankelijke producent de runderen waarvoor hij de premie had aangevraagd, volgens zijn verbintenis op zijn bedrijf diende te houden — overnemer die zelf geen enkele verbintenis is aangegaan —, terwijl een producent die te goeder trouw meent alle aangegane verbintenissen te zijn nagekomen, ingevolge het reeds<?PAGE NO="I-3460"?> genoemde artikel 9, lid 4, geen premie krijgt voor de dieren die daarvoor uiteindelijk niet in aanmerking bleken te komen en bovendien als gevolg daarvan een lagere premie krijgt voor de andere dieren van zijn kudde.</P></NP><NP><NO.P>39.</NO.P><TXT>Zowel de gedetailleerde bepalingen als de strikte formulering van deze tekst sterken mij in de overtuiging, dat de in de leden 2 tot en met 4 neergelegde uitzonderingen limitatief zijn opgesomd. Met andere woorden, wanneer de producent zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het recht op de premie slechts in de drie in die bepaling genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk gehandhaafd. Dat de wetgever het geval van overdracht onder levenden van het gehele bedrijf niet uitdrukkelijk heeft geregeld, vindt zijn verklaring in de omstandigheid dat het recht op de speciale premie zelfs verloren gaat in het geval dat de overnemer van het bedrijf de door de aanvrager aangegane verbintenissen overneemt.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Conclusie</P></TI></TITLE><NP><NO.P>40.</NO.P><TXT>Mitsdien geef ik het Hof in overweging voor recht te verklaren:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0034" REF.END="QE0034" CODE="201E"/>De bepalingen betreffende de toekenning van een speciale premie voor de producenten van rundvlees, neergelegd in artikel 4 bis van verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van <DATE ISO="19680627">27 juni 1968</DATE> houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 571/89 van de Raad van <DATE ISO="19890302">2 maart 1989</DATE>, junctis de uitvoeringsbepalingen van de verordeningen (EEG) nr. 572/89 van de Raad van <DATE ISO="19890302">2 maart 1989</DATE> en (EEG) nr. 714/89 van de Commissie van <DATE ISO="19890320">20 maart 1989</DATE>, moeten aldus worden uitgelegd, dat het recht op toekenning van een speciale premie voor de producenten van rundvlees voor 1991 niet overgaat op een producent aan wie de aanvrager van de premie zijn landbouwbedrijf tijdens de looptijd van zijn verbintenissen bij wege van schenking onder levenden heeft overgedragen en die aan de voorwaarden inzake het houden en mesten van de runderen voldoet.<QUOT.END ID="QE0034" REF.START="QS0034" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ></CONTENTS.CONCLUSION></CONCLUSION>