European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/967

21.5.2025

BESLUIT (GBVB) 2025/967 VAN DE RAAD

van 20 mei 2025

betreffende de deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 46, lid 6,

Gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten (1), en met name artikel 9, lid 2,

Gezien Besluit (GBVB) 2020/1639 van de Raad van 5 november 2020 tot vaststelling van de algemene voorwaarden op grond waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke PESCO-projecten (2), en met name artikel 2, lid 4,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 9, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315 bepaalt dat de Raad overeenkomstig artikel 46, lid 6, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) moet besluiten of een derde staat die de lidstaten die deelnemen aan een project voor permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) wensen uit te nodigen om mee te doen, voldoet aan de door de Raad vast te stellen voorschriften.

(2)

De Raad heeft op 6 maart 2018 Besluit (GBVB) 2018/340 (3) vastgesteld, waarin de lijst van projecten die uit hoofde van PESCO zullen worden ontwikkeld, werd vastgelegd. Artikel 1 van dat besluit voorziet in een project getiteld “onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen” dat acht projectleden heeft, met Estland als projectcoördinator.

(3)

De Raad heeft op 5 november 2020 Besluit (GBVB) 2020/1639 vastgesteld waarin de algemene voorwaarden werden vastgelegd uit hoofde waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke PESCO-projecten. In artikel 2, lid 4, van dat besluit is bepaald dat de Raad, op basis van een kennisgeving door de coördinator of coördinatoren van een PESCO-project en na advies van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC), overeenkomstig artikel 46, lid 6, VEU en artikel 9, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315, een besluit moet nemen over de vraag of de deelname van de derde staat aan dat project voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639.

(4)

Op 3 oktober 2024 heeft Zwitserland aan de coördinator van het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen zijn verzoek om deelname aan dat PESCO-project overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Besluit (GBVB) 2020/1639 toegezonden. De projectleden hebben vervolgens, op basis van de door Zwitserland verstrekte informatie, beoordeeld of het voldoet aan de algemene voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639, overeenkomstig artikel 2, lid 2, van dat besluit.

(5)

Op 14 februari 2025 heeft de coördinator van het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen de Raad en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Besluit (GBVB) 2020/1639 ervan in kennis gesteld dat de projectleden van dat PESCO-project het er unaniem over eens waren dat zij Zwitserland willen uitnodigen om aan dat project deel te nemen; over de reikwijdte, de vorm en de betreffende stadia van de deelname van Zwitserland aan dat project; en dat Zwitserland voldoet aan de algemene voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639.

(6)

Op 15 april 2025 heeft het PVC overeenstemming bereikt inzake een advies over de kennisgeving van de coördinator van het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen betreffende het verzoek van Zwitserland om deel te nemen aan dat project (de “kennisgeving”). Het PVC nam met name nota van de beschrijving van het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen in de kennisgeving, met inbegrip van de doelstellingen, organisatie en besluitvorming, alsook aandachtsgebieden van het project. Het merkte ook op dat er binnen het project geen gerubriceerde of gevoelige EU-informatie wordt gedeeld en dat het project niet wordt uitgevoerd met de steun van het Europees Defensieagentschap (EDA) in de zin van artikel 3, punt g), van Besluit (GBVB) 2020/1639. Voorts merkte het PVC op dat het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen geen betrekking heeft op de aankoop, het onderzoek en de vermogensontwikkeling van wapens, noch op het gebruik en de uitvoer van wapens of vermogens en technologie. Het merkte ook op dat er geen sprake is van entiteiten, investeringen of financiering door lidstaten die deelnemen aan PESCO of verzoeken om Uniefinanciering voor projectactiviteiten.

(7)

Het PVC stemde in met de voorgestelde reikwijdte, vorm en omvang van de deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen zoals beschreven in de kennisgeving. Het bevestigde dat Zwitserland had verklaard het volledig eens te zijn wat betreft de in de kennisgeving omschreven reikwijdte van dat project.

(8)

In hetzelfde advies bevestigde het PVC het door de projectleden unaniem overeengekomen standpunt dat Zwitserland voldoet aan de algemene voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639, en wel als volgt:

—

Zwitserland voldoet aan de voorwaarde van artikel 3, punt a), van Besluit (GBVB) 2020/1639, namelijk dat de waarden waarop de Unie is gegrondvest, zoals neergelegd in artikel 2 VEU, en de in artikel 21, lid 1, VEU bedoelde beginselen, evenals de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) zoals vastgesteld in artikel 21, lid 2, punten a), b), c) en h), VEU, moeten worden gedeeld; het handelt niet in strijd met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, waartoe ook het onderhouden van goede nabuurschapsbetrekkingen met de lidstaten behoort; en het moet een politieke dialoog met de Unie voeren die ook betrekking heeft op veiligheids- en defensieaspecten, wanneer zij aan een PESCO-project deelnemen;

—

wat betreft de voorwaarde van artikel 3, punt b), van Besluit (GBVB) 2020/1639 inzake de aanzienlijke toegevoegde waarde van Zwitserland voor het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen, bevat de kennisgeving een gedetailleerd overzicht van de bijdrage van Zwitserland, met inbegrip van de reikwijdte, de vorm en de omvang van zijn deelname aan het project, waaruit blijkt dat aan die voorwaarde is voldaan;

—

wat betreft de voorwaarde van artikel 3, punt c), van Besluit (GBVB) 2020/1639, zal de deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen bijdragen tot de versterking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) en het ambitieniveau van de Unie, onder meer ter ondersteuning van GVDB-missies en -operaties, zoals ook in de kennisgeving wordt gespecificeerd;

—

wat betreft de voorwaarde van artikel 3, punt d), van Besluit (GBVB) 2020/1639, heeft het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen geen betrekking op de aankoop, het onderzoek en de vermogensontwikkeling van wapens, noch op het gebruik en de uitvoer van wapens of vermogens en technologie; het project ontwikkelt geen vermogens of technologie. Bijgevolg zal de deelname van Zwitserland aan het project niet leiden tot afhankelijkheid van dat land of tot door Zwitserland aan een EU-lidstaat opgelegde beperkingen;

—

zoals nader toegelicht in de kennisgeving, is ook voldaan aan de voorwaarde van artikel 3, punt e), van Besluit (GBVB) 2020/1639 dat de deelname van Zwitserland consistent moet zijn met de betreffende verdergaande PESCO-verbintenissen, als vermeld in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2017/2315. Aangezien het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen geen vermogensgericht project is, is de voorwaarde betreffende de bijdrage van Zwitserland aan de verwezenlijking van de prioriteiten die voortvloeien uit het vermogensontwikkelingsplan en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (Coordinated Annual Review on Defence — CARD) of dat die een positief effect moet hebben op de Europese technologische en industriële defensiebasis (European Defence Technological Industrial Base — EDTIB), in dit verband niet van toepassing;

—

aan het vereiste van artikel 3, punt f), van Besluit (GBVB) 2020/1639 is voldaan, aangezien de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondstaat inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde gegevens (4) sinds 1 juni 2008 van kracht is;

—

de voorwaarde van artikel 3, punt g), van Besluit (GBVB) 2020/1639 is in dit geval niet van toepassing, aangezien het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen niet wordt uitgevoerd met de steun van het EDA en er derhalve geen administratieve regeling met het EDA in werking moet treden;

—

wat betreft de voorwaarde van artikel 3, punt h), van Besluit (GBVB) 2020/1639, heeft Zwitserland zich ertoe verbonden ernaar te streven een projectspecifieke administratieve regeling en eventuele andere noodzakelijke documentatie overeen te komen overeenkomstig Besluit (GBVB) 2017/2315 en Besluit (GBVB) 2018/909 van de Raad (5) betreffende de governanceregels voor PESCO.

(9)

Het PVC heeft in zijn advies aanbevolen dat de Raad een positief besluit neemt over de vraag of de deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639.

(10)

De Raad dient derhalve te besluiten dat de deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639. Zwitserland zal zich bij dat project aansluiten op de datum die is bepaald in de administratieve regeling die Zwitserland en de projectleden moeten aangaan, overeenkomstig artikel 2, lid 7, van Besluit (GBVB) 2020/1639. De Raad oefent toezicht uit overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Besluit (GBVB) 2020/1639 en kan verdere besluiten nemen overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 3, van dat besluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De deelname van Zwitserland aan het PESCO-project onderlinge koppelingen van cybertestvoorzieningen voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Besluit (GBVB) 2020/1639.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

K. KALLAS


(1)   PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/2315/oj.

(2)   PB L 371 van 6.11.2020, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1639/oj.

(3)  Besluit (GBVB) 2018/340 van de Raad van 6 maart 2018 tot vaststelling van de lijst van projecten die in het kader van de PESCO zullen worden ontwikkeld (PB L 65 van 8.3.2018, blz. 24, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/340/oj).

(4)  Overeenkomst tussen Zwitserse Bondstaat en de Europese Unie inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling van gerubriceerde gegevens (PB L 181 van 10.7.2008, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2008/568/oj).

(5)  Besluit (GBVB) 2018/909 van de Raad van 25 juni 2018 tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor PESCO-projecten (PB L 161 van 26.6.2018, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/909/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/967/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)