EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 715 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland
EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 715 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
ALGEMENE OVERWEGINGEN
(1)Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht 1 , samen met de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten 2 en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad tot vaststelling van de begrotingskaders van de lidstaten 3 , vormen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader is gericht op het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei door middel van hervormingen en investeringen. Het bevordert de nationale verantwoordelijkheid en heeft een focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffende en coherente handhaving van de regels.
(2)De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad 4 worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan daadwerkelijk een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de betrokken lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie gaat aanpakken. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.
(3)Na de indiening van het plan beoordeelt de Commissie of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
(4)Op aanbeveling van de Commissie moet de Raad vervolgens een aanbeveling vaststellen waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld, en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.
OVERWEGINGEN INZAKE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN FINLAND
(5)Op 10 oktober 2024 heeft Finland zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond plaats na een verlenging van de in artikel 36 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie.
Proces voorafgaand aan de indiening van het plan
(6)Op 21 juni 2024 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1263 het referentiepad 5 aan Finland toegezonden. De Commissie heeft het referentiepad op 10 oktober 2024 bekendgemaakt 6 . Het referentiepad is risicogebaseerd en zorgt ervoor dat de overheidsschuld tegen het einde van de begrotingsaanpassingsperiode en zonder verdere begrotingsmaatregelen na de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op middellange termijn op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort tijdens de aanpassingsperiode tot onder 3 % van het bbp wordt teruggebracht en op middellange termijn onder die referentiewaarde blijft. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode. Overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Verordening (EU) 2024/1263 is het referentiepad ook consistent met de schuldhoudbaarheidswaarborg en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort. Het referentiepad van Finland bepaalt dat op basis van de aannamen van de Commissie en uitgaande van een aanpassingsperiode van zeven jaar, de netto-uitgaven niet sneller mogen groeien dan de waarden in tabel 1. Dit komt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven met 1,5 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2031) en met 1,5 % gedurende de door het plan bestreken periode (2025-2028).
Tabel 1: Referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 aan Finland heeft verstrekt
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde 2025-2028 |
Gemiddelde 2025-2031 |
|
|
Maximale groei van de netto-uitgaven (jaarlijks, %) |
1,4 |
1,5 |
1,4 |
1,5 |
1,5 |
1,6 |
1,7 |
1,5 |
1,5 |
Bron: Berekeningen van de Commissie.
(7)Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 zijn Finland en de Commissie van juni tot en met september 2024 een technische dialoog aangegaan. De dialoog was toegespitst op het door Finland beoogde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen, de beoogde hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, met inbegrip van hervormingen en investeringen (zoals de alomvattende hervorming van de sociale zekerheid en het model van één enkele uitkering en de alomvattende hervorming van de sociale bijstand), en de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige groene en digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.
(8)In oktober 2024 heeft Finland overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 volgens de door de lidstaat in zijn plan verstrekte informatie het maatschappelijk middenveld en de economische raad van Finland geraadpleegd. Volgens de informatie die Finland in zijn plan heeft verstrekt, werd het plan op 2 oktober 2024 door de economische raad besproken. Maatschappelijke organisaties werden uitgenodigd voor een openbare hoorzitting op 3 oktober 2024.
(9)Het plan is op 2 oktober 2024 aan het nationale parlement voorgelegd.
Andere verbonden processen
(10)Finland heeft op 10 oktober 2024 zijn ontwerpbegrotingsplan voor 2025 ingediend. De Commissie heeft op [26 november 2024] een advies over dit ontwerpbegrotingsplan aangenomen 7 .
(11)De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen tot Finland gericht 8 .
SAMENVATTING VAN HET PLAN EN DE BEOORDELING DAARVAN DOOR DE COMMISSIE
(12)Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld:
Achtergrond: macro-economische en begrotingssituatie en vooruitzichten
(13)De economische activiteit in Finland daalde in 2023 met 1,2 %, doordat stijgingen van de consumentenprijzen en rentevoeten een wissel trokken op de consumptie en de investeringen, met name in de bouwsector. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie krimpt de economie in 2024 naar verwachting met 0,3 % ten gevolge van een stagnerende consumptie en afnemende investeringen in de eerste helft van het jaar. In 2025 zal het reële bbp naar verwachting met 1,5 % stijgen, omdat de particuliere consumptie en de investeringen zich zullen herstellen dankzij stijgende reële lonen en lagere financieringskosten, terwijl de groei van de uitvoer naar verwachting weer zal aantrekken in lijn met de toenemende buitenlandse vraag. In 2026 zal het reële bbp naar verwachting met 1,6 % stijgen, omdat het breed gedragen herstel zich naar verwachting zal voortzetten. Gedurende de prognosehorizon (d.w.z. 2024-2026) zal de potentiële bbp-groei in Finland elk jaar van 2024 tot en met 2026 naar verwachting gemiddeld met 0,6 % stijgen ten gevolge van kapitaalverdieping en een toename van de totale factorproductiviteit. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 7,2 % en zal volgens de Commissie in 2024 8,2 %, in 2025 7,9 % en in 2026 7,5 % bedragen. De inflatie (bbp-deflator) zal naar verwachting dalen van 3,9 % in 2023 tot 1,4 % in 2024, en zal in 2025 2,1 % en in 2026 1,9 % bedragen.
(14)Inzake begrotingsontwikkelingen bedroeg het overheidstekort van Finland in 2023 3,0 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal het in 2024 naar verwachting 3,7 % van het bbp bereiken en dalen tot 3,0 % van het bbp in 2025 en, bij ongewijzigd beleid, tot 2,5 % in 2026. De najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie omvat de ontwerpbegroting van Finland voor 2025 die de regering in september aan het nationale parlement heeft voorgelegd. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 77,1 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting stijgen tot 82,6 % van het bbp. Naar verwachting zal die eind 2025 verder stijgen tot 84,7 % van het bbp en eind 2026 tot 85,3 %. In de begrotingsprognose van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn pas in aanmerking genomen als zij worden geschraagd door concrete beleidsmaatregelen die op geloofwaardige wijze zijn aangekondigd en voldoende zijn gespecificeerd.
Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan
(15)Het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn van Finland bestrijkt de periode 2025-2028 en omvat een begrotingsaanpassing voor zeven jaar.
(16)Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie.
(17)Het plan bevat de toezegging dat het in tabel 2 vermelde netto-uitgavenpad zal worden aangehouden, dat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 2,2 % over de jaren 2025-2028. Bovendien verbindt Finland zich tot hervormingen en investeringen om de aanpassingsperiode te verlengen tot zeven jaar (2025-2031), met een geplande gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende die termijn van 2,4 %. De in het plan opgenomen gemiddelde groei van de netto-uitgaven tijdens de aanpassingsperiode (2025-2031) is hoger dan in het referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 heeft toegezonden. In het plan wordt uitgegaan van een afgevlakte potentiële bbp-groei van 0,9 % voor elk jaar van de aanpassingsperiode. Daarnaast zal het groeipercentage van de bbp-deflator volgens het plan naar verwachting stijgen van 1,7 % in 2024 tot 2,1 % in 2025, en geleidelijk verder stijgen tot 2,4 % aan het einde van de aanpassingsperiode.
Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Finland
|
Verlenging van de aanpassingsperiode |
||||||||||
|
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan 2025-2028 |
Gemiddelde over de aanpassingsperiode 2025-2031 |
|
|
Groei van de netto-uitgaven
|
3,7 |
1,6 |
1,9 |
2,6 |
2,6 |
2,8 |
2,8 |
2,9 |
2,2 |
2,4 |
|
Groei van de netto-uitgaven
|
3,7 |
5,3 |
7,4 |
10,1 |
13,0 |
16,1 |
19,4 |
22,8 |
n.b. |
n.b. |
|
Potentiële bbp-groei (%) |
1,1 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
0,9 |
|
Inflatie (groei bbp-deflator) (%) |
1,7 |
2,1 |
2,2 |
2,2 |
2,3 |
2,3 |
2,4 |
2,4 |
2,2 |
2,3 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland en berekeningen van de Commissie.
Gevolgen van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan voor de overheidsschuld
(18)Als het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan dalen van 81,7 % in 2024 tot 78,2 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode in 2031, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Na de aanpassing zal de schuldquote op middellange termijn (d.w.z. tot 2041) volgens het plan naar verwachting verder dalen tot onder 60 % van het bbp in 2039 en uitkomen op 52,7 % in 2041.
Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Finland
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2041 |
|
|
Overheidsschuld (% van het bbp) |
76,6 |
81,7 |
83,2 |
83,9 |
83,6 |
82,9 |
81,4 |
79,7 |
78,2 |
52,7 |
|
Overheidssaldo (% van het bbp) |
–2,9 |
–3,7 |
–2,9 |
–2,0 |
–1,4 |
–0,9 |
–0,4 |
0,0 |
0,3 |
1,6 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland.
De overheidsschuld zou volgens het plan dus onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp op middellange termijn worden gebracht. Dit is aannemelijk aangezien, op basis van de aannamen van het plan, de schuld volgens alle deterministische stresstests van de schuldhoudbaarheidsanalyse van de Commissie voor 2041 onder de 60 % van het bbp zou uitkomen. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de schuldvereisten van artikel 6, punt a), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Gevolgen van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan voor het overheidssaldo
(19)Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zou het overheidstekort in het eerste jaar van de aanpassingsperiode (d.w.z. 2025) dalen tot minder dan 3 % van het bbp en daarna blijven dalen om in 2031 om te slaan in een overschot. Volgens het plan zou het overheidssaldo dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2031) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden. Het overheidstekort zou verder in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2041) de 3 % van het bbp niet overschrijden. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad in overeenstemming met de tekortvereisten van artikel 6, punt b), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tijdsprofiel van de begrotingsaanpassing
(20)Het tijdsprofiel van de begrotingsaanpassing, gemeten als de verandering in het structurele primaire saldo, zoals beschreven in het plan, is versneld uitvoerbaar, in vergelijking met het lineaire pad waarnaar als regel wordt verwezen in artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. Dit is het gevolg van de grotere begrotingsconsolidatie in 2025 en de opname in de nationale rekeningen van overheidsopdrachten op defensiegebied in 2025 en 2027, wat leidt tot verdere afwijkingen van het lineaire profiel. Bijgevolg is de begrotingsaanpassing gedurende de eerste vier jaar van het plan meer dan evenredig aan de totale aanpassingsinspanning. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de in artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 bedoelde beginsel om geen uitstel toe te staan.
Tabel 4: Ontwikkeling van het structurele primaire saldo in het plan van Finland
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Structureel primair saldo (% van het bbp) |
–0,34 |
–0,37 |
0,44 |
1,10 |
1,42 |
1,78 |
2,06 |
2,34 |
2,62 |
|
Wijziging van het structurele primaire saldo (procentpunt) |
n.b. |
–0,04 |
0,82 |
0,66 |
0,32 |
0,36 |
0,28 |
0,28 |
0,28 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland.
Consistentie tussen het plan en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort
(21)Als de aannamen en toezeggingen van het plan werkelijkheid worden, zou het structurele tekort gedurende de hele aanpassingsperiode onder de 1,5 % van het bbp blijven. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan zal de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1263 bedoelde gemeenschappelijke weerbaarheidsmarge dan ook verder in acht worden genomen, zodat de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263 bedoelde extra verbetering van het structurele primaire saldo niet vereist is.
Consistentie tussen het plan en de schuldhoudbaarheidswaarborg
(22)Aangezien de overheidsschuld volgens het plan gedurende de aanpassingsperiode tussen 60 % en 90 % van het bbp zal bedragen, moet de schuldquote, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2024/1263, met gemiddeld ten minste 0,5 procentpunt per jaar afnemen totdat die onder 60 % daalt. Deze gemiddelde afname wordt berekend over de periode 2024-2031 en bedraagt 0,5 procentpunt in het plan. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad in overeenstemming met de schuldhoudbaarheidswaarborg.
Macro-economische aannamen van het plan
(23)Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni 2024 aan Finland zijn toegezonden. In het plan worden met name verschillende aannamen gedaan voor de uitgangspositie in 2024, de potentiële bbp-groei en stock-flow adjustments. Bovendien is de begrotingsaanpassing versneld uitvoerbaar. Een zorgvuldige beoordeling van deze verschillen in aannamen is nodig, vooral omdat de gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan hoger is dan het referentiepad. De verschillen in aannamen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil in aannamen afzonderlijk.
·In het plan wordt gebruik gemaakt van een afgevlakte potentiële productiegroei over de periode 2024-2041. In vergelijking met de aannamen van de Commissie verhoogt dit de potentiële groei in de aanpassingsperiode en draagt het derhalve bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven. Dit gebeurt door middel van een direct effect en als gevolg van het feit dat een hogere bbp-groei een snellere daling van de schuldquote met zich meebrengt, waardoor een geringere begrotingsaanpassing nodig is om aan de schuldhoudbaarheidswaarborg te voldoen. De mogelijkheid om alternatieve aannamen voor de potentiële groei te gebruiken, is in overeenstemming met artikel 36, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2024/1263, mits de cumulatieve groei gedurende de prognoseperiode (d.w.z. tot 2041) in grote lijnen overeenkomt met de aannamen van de Commissie, wat het geval is in het plan. Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.
·Het plan voorziet in een versnelde begrotingsaanpassing. In vergelijking met de aanname van de Commissie van een lineaire aanpassing leidt dit tot een snellere daling van de schuld en tot lagere rente-uitgaven. Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Versnelling van de begrotingsaanpassing is in overeenstemming met artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.
·In het plan wordt uitgegaan van lagere stock-flow adjustments van 2025 tot 2030, op gemiddeld 1,3 % van het bbp, in vergelijking tot 1,6 % van het bbp in de aannamen van de Commissie. Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Dit weerspiegelt de financiering en levering van veiligheids- en defensiematerieel en investeringen die worden gefinancierd uit de opbrengst van de verkoop van overheidsactiva. Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.
Het resterende verschil in aanname heeft betrekking op de herziene uitgangspositie in 2024 en komt overeen met een iets kleiner structureel primair tekort dan in het voorjaar werd verwacht. Dit heeft geen significante gevolgen voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Commissie. Over het geheel genomen wordt het verschil tussen het netto-uitgavenpad in het plan en het referentiepad verklaard door verschillen in aannamen die naar behoren zijn gemotiveerd, overeenkomstig artikel 13, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263. Over het geheel genomen leiden alle verschillen in aannamen samen tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan die hoger is dan het referentiepad. De Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van het netto-uitgavenpad rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan.
Begrotingsstrategie van het plan
(24)Volgens de indicatieve begrotingsstrategie in het plan zullen de toezeggingen voor de netto-uitgaven door zowel uitgavenbeheersing als discretionaire verhogingen van de ontvangsten worden nagekomen. De regering voert twee pakketten maatregelen uit die naar schatting een budgettaire opbrengst van 9 miljard EUR (3,8 % van het bbp) zullen opleveren. Zij kunnen grofweg worden opgesplitst in 3,5 miljard (1,5 % van het bbp) aan hogere inkomsten (d.w.z. directe inkomsten uit een verhoogd btw-tarief en indirecte inkomsten uit een verhoging van de inkomstenbelasting en de sociale bijdragen als gevolg van de hogere werkgelegenheid die door andere maatregelen wordt veroorzaakt) en 5,5 miljard (2,3 % van het bbp) uit lagere uitgaven (d.w.z. besparingen als gevolg van de welzijnsregio’s, lagere sociale uitkeringen en lagere andere uitgaven). De meeste beleidsmaatregelen met betrekking tot deze twee consolidatiepakketten zijn al goedgekeurd, andere moeten nog worden bevestigd of aangepast en gekwantificeerd in de jaarlijkse begrotingen. Aan de ontvangsten- en de uitgavenzijde zijn verschillende maatregelen met een aanzienlijk effect in 2025 al goedgekeurd. Tegelijkertijd bestaan er risico’s voor de uitvoering van de indicatieve begrotingsstrategie in het plan, die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de besparingen die worden gerealiseerd via maatregelen die zijn gericht op welzijnsregio’s, lager uitvallen dan verwacht, en uit de mogelijk lager dan verwachte werkgelegenheidseffecten van de hervormingen van de arbeidsmarkt door de regering. Bovendien worden in de ontwerpbegroting 2024 voor 2025 de beleidsmaatregelen gespecificeerd waarmee de toezegging van netto-uitgaven voor 2025 9 zal worden gehaald.
Reeks hervormings- en investeringstoezeggingen in het plan die ten grondslag liggen aan een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode
(25)In het plan verbindt Finland zich tot hervormingen en investeringen, gericht op het verbeteren van de potentiële groei en de houdbaarheid van de begroting, als grondslag voor een verlenging van de aanpassingsperiode van vier tot zeven jaar. De reeks hervormingen en investeringen bestaat uit een aantal toezeggingen uit het herstel- en veerkrachtplan; één toezegging uit het herstel- en veerkrachtplan met aanvullende specificaties om overschrijdingen van de begroting binnen de perken te houden; en twee nieuwe hervormingen. Dit omvat de volgende maatregelen:
·Invoering van het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening. Met de hervorming wordt het functioneren van de arbeidsbureaus in Finland herzien doordat meer middelen ter beschikking van de arbeidsbureaus worden gesteld, de ondersteuning van werkzoekenden wordt verbeterd en de sollicitatieplicht van de bij de arbeidsbureaus ingeschreven werklozen worden aangescherpt. Het informatiesysteem ter ondersteuning van de arbeidsbureaus wordt gemoderniseerd om het proces van het zoeken naar werk te verbeteren. De hervorming is een toezegging in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (P3C1R1) en het hoofddoel was om tussen januari 2023 en maart 2024 2 miljoen sollicitatiegesprekken te voeren. Volgens het plan wordt geraamd dat de maatregel de werkgelegenheid vanaf 2025 met ongeveer 9 500-10 000 werknemers zou kunnen doen toenemen.
·Afschaffing van extra dagen werkloosheidsuitkering. Met de hervorming worden geleidelijk de extra dagen werkloosheidsuitkering afgeschaft die mensen boven een bepaalde leeftijdsgrens konden aanvragen na afloop van de reguliere periode van werkloosheidsuitkering. De vereiste minimumleeftijd om toegang te krijgen tot extra dagen werkloosheidsuitkering moet vanaf het geboortejaar 1963 met één jaar per leeftijdsgroep worden verhoogd en de mogelijkheid van een extra dag moet volledig worden afgeschaft voor degenen die in 1965 en daarna zijn geboren. De hervorming is een toezegging in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (P3C1R2) die uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 moet worden uitgevoerd. De extra dagen werkloosheidsuitkering moeten uiterlijk in 2029 zijn uitgefaseerd. Volgens het plan wordt geraamd dat de maatregel de werkgelegenheid vanaf 2025 met ongeveer 9 100 werknemers zou kunnen doen toenemen.
·Uitvoering van de hervorming van de nationale gezondheids- en sociale diensten ter ondersteuning van de bevordering van de wettelijke zorggarantie. De hervorming bestond uit de wetgeving tot oprichting van 21 welzijnsregio’s, die vanaf 1 januari 2023 verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de gezondheidszorg, het sociaal welzijn en reddingsdiensten. Daarnaast organiseert de gemeente Helsinki deze welzijnsdiensten. Bovendien is de gezamenlijke autoriteit voor Helsinki en Uusimaa, de zogenaamde HUS-groep, verantwoordelijk voor de organisatie van gespecialiseerde medische zorg in de regio Uusimaa. De hervorming is een toezegging in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (P4C1R1).
·Invoering van digitale innovaties op het gebied van maatschappelijk welzijn en gezondheidszorg. De hervorming is erop gericht het aandeel van de bevolking (van twintig jaar en ouder) dat gebruik maakt van e-diensten voor de gezondheidszorg en het sociaal welzijn te verhogen van 26 % (basislijn 2020) naar 35 %. Nieuwe digitale diensten moeten worden uitgerold om het streefdoel te bereiken. De hervorming is een toezegging in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (P4C1I4) en zal naar verwachting uiterlijk eind 2025 zijn voltooid.
·Investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovaties alsook de schone transitie. Deze maatregel omvat verschillende investeringen in schone technologieën die zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan (P1C1I2, P1C2I1, P1C2I3, P3C3I1, P1C1I1).
·Vernieuwing van de wettelijke taken en administratieve procedures van de welzijnsregio’s. Gezien de aanzienlijke tekorten bij de welzijnsregio’s, neemt de regering in het plan verdere maatregelen op om de situatie te corrigeren en een gezond financieel beheer te waarborgen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn onder andere de aanpassing van de minimale personeelsbezetting in de ouderenzorg, de aanpassing van de tarieven voor cliënten, de rationalisering van het gebruik van gebouwen, de versterking van de concurrentie bij overheidsopdrachten en de invoering van digitale dienstverleningskanalen. Op basis van het regeringsprogramma en het algemene begrotingsplan van de overheid (2025-2028) raamt de regering dat deze nieuwe aanpassingen uiterlijk in 2028 ongeveer 1,56 miljard EUR aan besparingen kunnen opleveren. Dit omvat zowel wettelijke maatregelen als de eigen consolidatiemaatregelen van de welzijnsregio’s. Deze maatregelen vormen een aanvullende specificatie van de hierboven beschreven toezegging in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (P4C1R1).
·Alomvattende hervorming van de sociale bijstand. Het doel van de hervorming is om de rol van sociale bijstand als laatste redmiddel en kortetermijnuitkering te versterken, door tekortkomingen in het sanctiesysteem te corrigeren waardoor sociale bijstand het verlies van werkloosheidsuitkeringen volledig kon compenseren wanneer begunstigden hun verplichtingen om werk te zoeken niet nakomen. De regering raamt dat de hervorming zou kunnen leiden tot een halvering van het aantal mensen dat sociale bijstand nodig heeft en jaarlijks 100 miljoen EUR aan besparingen op de begroting zou kunnen opleveren. Na raadpleging van de belanghebbenden zal het regeringsvoorstel naar verwachting in het najaar van 2025 aan het parlement worden voorgelegd en in het tweede kwartaal van 2026 van kracht worden.
·Alomvattende hervorming van de sociale zekerheid en invoering van een model van één enkele uitkering. Eén aspect van de hervorming is de vereenvoudiging van de sociale zekerheid door toegang tot verschillende uitkeringen mogelijk te maken via één administratieve aanvraag. Na raadpleging van de belanghebbenden zal de hervorming naar verwachting in het najaar van 2025 aan het parlement worden voorgelegd en in het tweede kwartaal van 2026 van kracht worden.
(26)De maatregelen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode die deel uitmaken van het herstel- en veerkrachtplan (met inbegrip van de aanvullende specificatie om de wettelijke taken en administratieve procedures van de welzijnsregio’s te vernieuwen) zijn in overeenstemming met artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1263, aangezien zij voldoende gedetailleerd, versneld uitvoerbaar, tijdgebonden en verifieerbaar zijn. Over de twee maatregelen betreffende de alomvattende hervorming van de sociale bijstand en de alomvattende hervorming van de sociale zekerheid en de invoering van een model van één enkele uitkering moet nog wetgeving worden aangenomen en daarom zijn deze maatregelen in dit stadium niet gedetailleerd. Het plan bevat een indicatief tijdschema voor de goedkeuring van de maatregelen en kwalitatieve streefcijferindicatoren om de uitvoering ervan te volgen.
(27)De toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan die aan de verlenging ten grondslag liggen, bevatten aanzienlijke hervormingen en investeringen die gericht zijn op het verbeteren van de budgettaire houdbaarheid en het vergroten van het groeipotentieel van de economie. Daarnaast verbindt Finland zich ertoe de hervormingen voor de middellange termijn van het budgettair-structurele plan voort te zetten en de tijdens het herstel- en veerkrachtplan gerealiseerde nationaal gefinancierde investeringsniveaus te handhaven (zie tabel 5 hieronder). De toezeggingen worden gedurende de gehele uitvoering van het plan gemonitord. Bijgevolg kunnen toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan in aanmerking worden genomen voor de verlenging van de aanpassingsperiode krachtens artikel 36, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263.
(28)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen naar verwachting het groei- en weerbaarheidspotentieel van de economie van Finland op duurzame wijze verbeteren, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263. Verwacht wordt dat de maatregelen de werking van de arbeidsmarkt zullen verbeteren, innovatie zullen ondersteunen, de toegang tot gezondheidszorg en sociaal welzijn zullen verbeteren en de sociale zekerheid zullen moderniseren, waardoor het groei- en weerbaarheidspotentieel van de Finse economie zal toenemen. Verwacht wordt dat de voorgestelde hervormingen van de arbeidsmarkt werklozen zullen helpen bij het vinden van een baan en de arbeidsparticipatie van oudere werknemers zullen verhogen. In het plan wordt geraamd dat de twee maatregelen in 2025-2029 ongeveer 20 000 banen kunnen opleveren. De investeringen in O&O in het herstel- en veerkrachtplan zullen naar verwachting zowel het groeipotentieel als de weerbaarheid van Finland verbeteren, door de productiviteit te verhogen (in het plan wordt voorzichtig geraamd dat een stijging van de O&O-investeringen met 1 % de productiviteit met 0,02 % verhoogt), particuliere investeringen aan te trekken en de groene transitie en het koolstofvrij maken van het energiesysteem te ondersteunen. Volgens de Finse regering wordt verwacht dat de oprichting van de welzijnsregio’s en de ontwikkeling van diensten op het gebied van e-gezondheidszorg de toegang tot gezondheidszorg zullen verbeteren, wat vooral belangrijk is omdat de onvervulde behoeften aan medische zorg boven het EU-gemiddelde liggen en Finland een snel vergrijzende samenleving is. De hervormingen om het model van één enkele uitkering in te voeren en de hervorming van de sociale bijstand zijn bedoeld om het sociaal beleid te optimaliseren, de administratieve kosten te verminderen, de sociale zekerheid rechtvaardiger te maken en de prikkels om te werken te vergroten, en zo de werkgelegenheid te ondersteunen. De effecten op de sociale cohesie zouden moeten worden gemonitord. Bovendien moeten de gevolgen voor de werkgelegenheid van de hervorming van de arbeidsmarkt of de productiviteitsstijging als gevolg van investeringen in O&O nog werkelijkheid worden. Daarnaast hebben de welzijnsregio’s in de eerste jaren van hun bestaan te maken met verschillende problemen en heeft de regering in het plan aanvullende specificaties opgenomen ten aanzien van een van de toezeggingen van het herstel- en veerkrachtplan om de wettelijke taken en administratieve procedures van de welzijnsregio’s te vernieuwen met het oog op een beperking van hun tekorten. Over het geheel genomen lijken de aannamen plausibel met betrekking tot het effect op de groei van de hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, maar toekomstige ontwikkelingen en het precieze effect moeten zorgvuldig in de gaten worden gehouden. Hiertoe moeten ook op zinvolle wijze de belanghebbenden, waaronder de sociale partners en relevante maatschappelijke organisaties, worden geraadpleegd en moeten de cumulatieve en verdelingseffecten van de maatregelen worden beoordeeld.
(29)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen naar verwachting de houdbaarheid van de begroting ondersteunen, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263. Deze maatregelen vormen een aanvulling op de begrotingsconsolidatiepakketten die al zijn vastgesteld, zoals hierboven vermeld bij de presentatie van de begrotingsstrategie. Het belangrijkste directe effect van deze aanvullende maatregelen wordt verwacht van de uitvoering van maatregelen om het tekort van de welzijnsregio’s, dat in 2023 1,4 miljard EUR bedroeg, te verminderen door de wettelijke taken en administratieve procedures van de welzijnsregio’s te vernieuwen. Meer in het bijzonder neemt de regering maatregelen om de uitgaven van de welzijnsregio’s in 2025-2028 met 685 miljoen EUR te verminderen, terwijl de welzijnsregio’s zelf voornemens zijn maatregelen te nemen om hun uitgaven uiterlijk in 2028 met 874 miljoen EUR te verminderen. Bovendien verwacht de regering jaarlijks 100 miljoen EUR te besparen door de hervorming van de sociale bijstand. Andere directe besparingen kunnen voortkomen uit de lagere administratieve kosten per uitkeringsaanvraag als gevolg van de invoering van het model van één enkele uitkering, en uit de lagere betalingen in verband met de afschaffing van extra dagen werkloosheidsuitkering. De indirecte besparingen op de begroting houden voornamelijk verband met het verwachte positieve effect op de werkgelegenheid van de hervormingen van arbeidsmarkt (d.w.z. de invoering van het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening en de afschaffing van extra dagen werkloosheidsuitkering), waardoor de potentiële groei zou toenemen en belastinginkomsten zouden worden gegenereerd. De uitgebreide hervorming van de sociale zekerheid en het model van één enkele uitkering en de alomvattende hervorming van de sociale bijstand kunnen ook een effect op de werkgelegenheid hebben door de prikkels om te werken te vergroten, en dus indirect positieve budgettaire gevolgen hebben. Hoewel de gerealiseerde besparingen als gevolg van de maatregelen lager zouden kunnen uitvallen dan verwacht, zullen de besparingen op de begroting als gevolg van de aanvullende specificatie in het herstel- en veerkrachtplan om de wettelijke taken en administratieve procedures van de welzijnsregio’s te vernieuwen waarschijnlijk niet-verwaarloosbaar zijn, gezien de omvang van de geraamde besparingen (d.w.z. 1,6 miljard EUR). Over het algemeen hangt de verwezenlijking van indirecte besparingen in grote mate af van het effect op de werkgelegenheid van de hervormingen van de arbeidsmarkt
(30)Met de hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, worden de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aangepakt, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. De hervormingen van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt dragen bij tot sociale veerkracht, in het bijzonder door de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten in acht te nemen, zoals actieve steun voor werkgelegenheid, sociale bescherming en werkloosheidsuitkeringen. De investeringen in O&O in het kader van het herstel- en veerkrachtplan voor de groene transitie zullen naar verwachting leiden tot meer innovatie in koolstofarme technologie en energie-infrastructuur en zo bijdragen aan een rechtvaardige groene transitie en het waarborgen van energiezekerheid. De invoering van digitale innovaties op het gebied van maatschappelijk welzijn en gezondheidszorg draagt bij aan een rechtvaardige digitale transitie door overheidsdiensten verder te digitaliseren. De andere gemeenschappelijke prioriteit van de EU, namelijk het opbouwen van defensievermogens, wordt niet aangepakt door de hervormingen en investeringen die aan een verlenging ten grondslag liggen.
(31)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, geven gevolg aan de relevante 10 landspecifieke aanbevelingen die in het kader van het Europees Semester zijn gedaan, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263. Met de reeks hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, worden met name de volgende landspecifieke aanbevelingen aangepakt, die zijn gericht op:
·actief arbeidsmarktbeleid, prikkels om te werken en arbeidsmarktparticipatie (landspecifieke aanbevelingen die zijn gedaan in 2019 en 2020), door de invoering van het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening en de afschaffing van extra dagen werkloosheidsuitkeringen;
·gezondheidszorg, langdurige zorg en het begrotingskader en budgettaire governance (landspecifieke aanbevelingen die zijn gedaan in 2019 en 2020), via de hervorming van de welzijnsregio’s en de invoering van digitale innovaties op het gebied van gezondheidszorg;
·hernieuwbare energie, energie-infrastructuur en -netwerken, energie-efficiëntie, onderzoek en innovatie, regionale ontwikkeling en lokale overheidsdiensten en het ondernemingsklimaat (met inbegrip van het beleid voor kmo’s) (landspecifieke aanbevelingen die zijn gedaan in 2019, 2020, 2022 en 2023) via de verschillende investeringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan in energietechnologieën en -infrastructuur, koolstofarme waterstof en de afvang en het gebruik van kooldioxide, recycling van belangrijke materialen en andere OOI-financiering;
·armoede, sociale inclusie en sociale bescherming (landspecifieke aanbeveling die is gedaan in 2024) via de hervorming van de sociale zekerheid en het model van één enkele uitkering en van de sociale bijstand.
(32)Het plan zorgt ervoor dat het geplande algemene niveau van de nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen dat gemiddeld in de door het herstel- en veerkrachtplan bestreken periode is gerealiseerd, wordt gehandhaafd, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tabel 5: Nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen volgens het plan (% van het bbp)
|
Gemiddeld niveau over de periode waarop het herstel- en veerkrachtplan betrekking heeft (2022 tot en met 2026) 11 |
T+1 |
T+2 |
T+3 |
T+4 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan |
|
4,4 |
4,7 |
4,5 |
4,6 |
4,4 |
4,6 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Finland.
(33)Tot slot kunnen de hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging ten grondslag liggen in overeenstemming worden geacht met de toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan en de in het kader van het meerjarig financieel kader gesloten partnerschapsovereenkomst, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263. De invoering van het model van één enkele uitkering en de hervorming van de sociale bijstand zijn niet in strijd met de toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan, terwijl de andere maatregelen rechtstreeks voortvloeien uit de toezeggingen die in het kader van het herstel- en veerkrachtplan zijn gedaan.
(34)Concluderend kan worden gesteld dat de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, aan de voorwaarden van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen. Bijgevolg kan de aanpassingsperiode worden verlengd van vier tot zeven jaar, zoals in het plan is voorgesteld.
Andere hervormings- en investeringsvoornemens in het plan die inspelen op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en die de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken
(35)Naast de hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, worden in het plan beleidsvoornemens met betrekking tot andere hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name de landspecifieke aanbevelingen, en om de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU aan te pakken. Het plan omvat tien hervormingen en investeringen.
(36)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, omvat het plan een hervorming om de uitgaven voor O&O te verhogen tot 4 % van het bbp uiterlijk in 2030, waarbij een derde van de financiering uit openbare bronnen moet komen, wat zou neerkomen op een stijging van ongeveer 280 miljoen EUR per jaar tot en met 2030. De aanvullende publieke O&O-financiering zal onder meer worden toegewezen aan de ondersteuning van O&O in bedrijven, aan samenwerking tussen bedrijven en onderzoekers, aan de financiering van onderzoeksprojecten en aan onderzoeksinfrastructuur. Met de maatregel worden de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2020 met betrekking tot onderzoek en innovatie aangepakt en de maatregel is in overeenstemming met het digitale kompas van Finland en met het nationale strategische stappenplan voor het digitale decennium.
(37)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, omvat het plan maatregelen ter vermindering van uitkeringen die negatieve prikkels om te werken veroorzaken (bv. wijzigingen van de werkloosheidsuitkeringen die de werkgelegenheid tijdens de regeringstermijn naar verwachting met 40 000 werknemers zullen doen toenemen, en indexverlagingen van de socialezekerheidsuitkeringen die de werkgelegenheid in dezelfde periode naar verwachting met 18 600 werknemers zullen doen toenemen), maatregelen om tekorten aan vaardigheden te verhelpen (bv. verhoging van zowel de financiering als de beschikbare plaatsen in vakgebieden met een tekort aan arbeidskrachten, zoals geneeskunde), en maatregelen om de toegang tot gezondheidszorg te verbeteren en de wachtlijsten terug te dringen (bv. door de financiering voor de terugbetaling van particuliere uitgaven voor gezondheidszorg te verhogen). Met de maatregelen worden de landspecifieke aanbevelingen uit 2019, 2020, 2022 en 2023 inzake actief arbeidsmarktbeleid, prikkels om te werken en arbeidsmarktparticipatie, gezondheidszorg en onderwijs aangepakt.
(38)Met betrekking tot de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid bevat het plan geen andere hervormingen en investeringen.
(39)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens bevat het plan geen andere hervormingen en investeringen.
(40)In het plan worden geen andere hervormingen en investeringen beschreven voor de aanpak van de landspecifieke aanbevelingen (waarvoor volgens de beoordeling van de Commissie geen substantiële vooruitgang is geboekt) inzake vaardigheden, beroepsonderwijs en -opleiding en volwasseneneducatie, vervoer, langdurige zorg, witwasbestrijding (landspecifieke aanbevelingen die zijn gedaan in 2019, 2020 en 2023).
(41)Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Finland. Het plan bevat een passende verwijzing naar het nationale hervormingsprogramma 2024 van Finland, waarin de synergieën en complementariteit met het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan worden beschreven
(42)Het plan biedt een overzicht van de behoeften aan overheidsinvesteringen van Finland in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Met betrekking tot de rechtvaardige groene en digitale transitie wordt in het plan gewezen op de noodzaak van investeringen in schone energie om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, en in disruptieve technologieën zoals artificiële intelligentie om de groene transitie verder te versterken. Met betrekking tot de sociale en economische veerkracht wordt in het plan gewezen op de noodzaak van investeringen om het opleidingsniveau te verhogen en meer mensen een leven lang te laten leren. Met betrekking tot energiezekerheid wordt in het plan gewezen op de noodzaak van investeringen om de afhankelijkheid van de EU van derde landen te verminderen. Met betrekking tot de opbouw van defensievermogens wordt in het plan gewezen op de noodzaak van investeringen om de defensievermogens van Finland te versterken, in overeenstemming met de NAVO-verbintenissen.
Conclusie van de beoordeling door de Commissie
(43)Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Finland aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
ALGEMENE CONCLUSIE
(44)Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad aan Finland worden aanbevolen en moeten de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen, worden goedgekeurd.
BEVEELT AAN dat Finland
(1)Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.
(2)Binnen de aangegeven termijnen uitvoering geeft aan de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen, zoals vastgesteld in bijlage II bij deze aanbeveling.
Voorts verzoekt de Raad Finland te zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen, en voor de aanpak van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie.
BIJLAGE I
Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)
Finland
|
Jaren |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|
|
Groeipercentages (%) |
Jaarlijks |
1,6 |
1,9 |
2,6 |
2,6 |
|
Cumulatief (*) |
5,3 |
7,4 |
10,1 |
13,0 |
|
*) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2023.
BIJLAGE II
Hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen
Finland
|
Belangrijkste doelstelling |
Beschrijving en tijdschema van de belangrijkste stappen 12 |
Monitoringindicator(en) |
|
|
Invoering van het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P3C1R1) |
Het doel van de maatregel is de hervorming van het proces van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening. |
1.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2022: inwerkingtreding van de Wet inzake openbare diensten voor arbeidsvoorziening en zakelijke dienstverlening waarbij het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening is geregeld voor het proces van de werkzoekende, zoals vermeld in mijlpaal 77 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023: stijging van het jaarlijkse aantal sollicitatiegesprekken dat wordt gevoerd in overeenstemming met het Noordse model van diensten voor arbeidsvoorziening, van 783 070 tot 2 000 000, zoals vermeld in streefdoel 78 3.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023: Alle vijf digitale functionaliteiten die vereist zijn voor het model van de Noordse dienst voor arbeidsvoorziening, zijn geïntegreerd in het informatiesysteem van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening (TE-PSE) en zijn operationeel, zoals vermeld in mijlpaal 79 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 77, 78, 79 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Afschaffing van extra dagen werkloosheidsuitkering (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P3C1R2) |
Het doel van de hervorming is het bevorderen van de werkgelegenheid door het wegnemen van negatieve prikkels om te werken voor ouderen en het verminderen van de gerichtheid van ontslagen op oudere werknemers |
1.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023: inwerkingtreding van wetswijzigingen in de Wet op de werkloosheidszekerheid met betrekking tot de geleidelijke afschaffing van extra dagen werkloosheidszekerheid, zoals vermeld in mijlpaal 80 |
Bevredigende verwezenlijking van relevante mijlpaal 80 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Voorbereiding van de hervorming van het sociaal welzijn en de gezondheidszorg ter ondersteuning van de uitvoering van de zorggarantie (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P4C1R1) |
In het kader van de voorbereiding van de hervorming van de sociale sector en de gezondheidszorg heeft deze maatregel tot doel de toegankelijkheid van gezondheids- en sociale diensten te verbeteren door de toepassing van de zorggarantie te bevorderen. |
1.Uiterlijk in het derde kwartaal van 2021: inwerkingtreding van het oorspronkelijke rechtskader voor de vaststelling van welzijnsgebieden (welzijnsregio’s) en de hervorming van de sociale, gezondheids- en reddingsdiensten, zoals vermeld in mijlpaal 133 2.Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023: inwerkingtreding van het aanvullende rechtskader ter voltooiing van de totstandbrenging van welzijnsgebieden (welzijnsregio’s) en de hervorming van de sociale, gezondheids- en reddingsdiensten, zoals vermeld in mijlpaal 134 3.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023: operationalisering van regionale welzijnsgebieden (welzijnsregio’s) met het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen voor de organisatie van sociale, gezondheids- en reddingsdiensten, zoals vermeld in mijlpaal 134 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen 133 en 134 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Invoering van digitale innovaties op het gebied van maatschappelijk welzijn en gezondheidszorg (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P4C1I4) |
Het doel van deze investering is digitale oplossingen aan te reiken om de ontwikkeling van sociale en gezondheidsdiensten te ondersteunen en de uitvoering van de zorggarantie te bevorderen |
1.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: toename van het aandeel van de bevolking dat gebruikmaakt van e-diensten op het gebied van maatschappelijk welzijn en gezondheidszorg van 26 % (uitgangssituatie 2020) tot 35 %, zoals vermeld in mijlpaal 139 |
Bevredigende verwezenlijking van relevante mijlpaal 139 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Investeringen in nieuwe energietechnologieën (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P1C1I2) |
Bijdragen tot de doelstelling van Finland om uiterlijk in 2035 koolstofneutraal te zijn door de invoering van nieuwe schone technologieën voor energieproductie en -gebruik te stimuleren. |
1.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2021: publicatie van de eerste oproep tot het indienen van aanvragen voor investeringen in nieuwe energietechnologieën, zoals vermeld in mijlpaal 6 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023: toekenning van alle subsidies voor investeringen in energietechnologie, zoals vermeld in mijlpaal 7 3.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: voltooiing van ten minste vier ondersteunde projecten, zoals vermeld in streefdoel 8 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 6,7 en 8 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Koolstofarme waterstof en koolstofafvang en -gebruik (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P1C2I1) |
De investering is bedoeld om de ontwikkeling van de productie en opslag van schone waterstof op commerciële schaal te bevorderen. |
1.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2021: publicatie van de eerste nationale oproep tot het indienen van aanvragen voor de productie en het gebruik van emissiearme waterstof en de afvang en het gebruik van kooldioxide, zoals vermeld in mijlpaal 16 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: uitwerkingsovereenkomst 3.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: het ministerie heeft de investering voltooid, zoals vermeld in mijlpaal 17. 4.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: met de eindbegunstigden gesloten juridische overeenkomsten, zoals vermeld in streefdoel 18 5.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: overdracht van 127 000 000 EUR naar Business Finland, zoals vermeld in mijlpaal 18 bis |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 16, 17, 18 en 18 bis van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Hergebruik en recycling van belangrijke materialen en industriële nevenstromen (bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P1C2I3) |
De maatregel is gericht op de bevordering van een circulaire economie die industriële zijde en afvalstromen en andere belangrijke materialen zoals batterijmaterialen, kunststoffen, textiel, verpakkingen, elektrische en elektronische apparatuur, bouw- en sloopmaterialen hergebruikt en hergebruikt en hergebruikt. |
1.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2021: publicatie van de eerste oproep tot het indienen van aanvragen voor investeringsprojecten ter bevordering van het hergebruik van afvalmaterialen en nevenstromen, zoals vermeld in mijlpaal 22 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023: toekenning van alle subsidies voor de hergebruik- en recyclingprojecten, zoals vermeld in mijlpaal 23 3.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: voltooiing van tien ondersteunde projecten, zoals vermeld in streefdoel 24 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 22, 23 en 24 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
O&O&I-financieringspakket ter bevordering van de groene transitie — leidende ondernemingen (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: referentie in het herstel- en veerkrachtplan van Finland — P3C3I1) |
Het doel van de investering is het ondersteunen (via een door Business Finland beheerde regeling) van partnerschappen en ecosystemen tussen bedrijven en andere onderzoeksorganisaties die het concurrentievermogen van het bedrijfsleven versterken en de doeltreffendheid van activiteiten op het gebied van O&O-ontwikkeling vergroten. |
1.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2022: publicatie van een oproep tot het indienen van voorstellen voor projecten van leidende ondernemingen, zoals vermeld in mijlpaal 100 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023: toekenning van vijf subsidies voor projecten van toonaangevende ondernemingen, zoals vermeld in streefdoel 101 3.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: 90 % van de projecten van toonaangevende ondernemingen is voltooid, zoals vermeld in streefdoel 102 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 100, 101 en 102 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Investeringen in energie-infrastructuur (Bestaande maatregel van het herstel- en veerkrachtplan: Referentie in het RRP van Finland — P1C1I1) |
Doel van de investering is de randvoorwaarden voor het aantrekken van investeringen in schone energie te verbeteren, met bijzondere aandacht voor de integratie van het energiesysteem, energieopslag en -transport. De investering ondersteunt projecten ter bevordering van de aanleg van energie-infrastructuur met de volgende focus: I) elektriciteitsnetten en elektriciteitstransmissiecapaciteit; II) investeringen om energiesystemen te integreren en overtollige en afvalwarmte te produceren, te transporteren en te gebruiken in stadsverwarmingsnetwerken; III) vervoer van koolstofarme gassen, waaronder waterstof, biogas en biomethaan. |
1.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2021: publicatie van de eerste oproep tot het indienen van aanvragen voor energie-infrastructuurprojecten, zoals vermeld in mijlpaal 3 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024: toekenning van alle subsidies voor investeringen in energie-infrastructuur, zoals vermeld in mijlpaal 4 3.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026: voltooiing van ten minste vier ondersteunde projecten, zoals vermeld in streefdoel 5 |
Bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen 3, 4 en 5 van het herstel- en veerkrachtplan |
|
Aanpassingen van de functies en procedures van de opgerichte welzijnsregio’s (Begeleidende hervorming P4C1R1 van het herstel- en veerkrachtplan) |
Deze maatregelen moeten zorgen voor een passende dienstverlening en tegelijkertijd een gezond financieel beheer waarborgen |
1.Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2024: raadpleging van belanghebbenden over relevante maatregelen die met name het volgende mogelijk maken: i) aanpassingen in de personeelsbezetting in de residentiële zorg en wijzigingen in de specialisatie van het personeel; ii) aanpassingen in de tarieven voor cliënten in de gezondheidszorg, en iii) verduidelijking van het toepassingsgebied en de effectbeoordeling van de Wet diensten aan personen met een handicap; 2.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: opstellen van plannen door elke welzijnsregio, met inbegrip van: i) beter gebruik van gebouwen en het dienstennetwerk; ii) breder gebruik van gecentraliseerde aanbestedingen; iii) meer concurrentie bij openbare aanbestedingen. 3.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: inwerkingtreding van relevante wetswijzigingen betreffende de taken van de welzijnsregio’s, zoals ·minimale personeelsbezetting in de residentiële zorg en wijzigingen in de specialisatie van het personeel ·tarieven voor cliënten in de gezondheidszorg 4.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026: i) wegwerken van de sinds 2023 geaccumuleerde tekorten van de welzijnsregio’s en ii) de doeltreffendheid van de diensten verhogen door het dienstenaanbod in de gespecialiseerde medische zorg te stroomlijnen. |
Stappen 1, 2 en 4 i): Rapportage door de autoriteiten Stappen 3 en 4 ii): inwerkingtreding van relevante wetswijzigingen. |
|
Alomvattende hervorming van de sociale bijstand (nieuwe maatregel) |
De maatregel is bedoeld om de prikkels om te werken te versterken door de voorwaarden voor het ontvangen van sociale bijstand te verduidelijken en de hoogte ervan aan te passen op basis van objectieve omstandigheden met betrekking tot de ontvanger van sociale bijstand. |
1.Uiterlijk in het derde kwartaal van 2025: effectbeoordeling voltooid. 2.Uiterlijk in het derde kwartaal van 2025: raadpleging van belanghebbenden afgerond. 3.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: Stemming over wetgeving |
Stap 1 en 2: rapportage door de autoriteiten Stap 3: inwerkingtreding van de wetgeving ter verduidelijking van de verlening van sociale bijstand. |
|
Alomvattende hervorming van de sociale zekerheid en het model van één enkele uitkering (nieuwe maatregel) |
De maatregel is bedoeld om een systeem in te voeren dat is gebaseerd op één enkele sociale uitkering als een manier om het systeem van sociale uitkeringen te verduidelijken en te vereenvoudigen en om personen die in aanmerking komen voor steun beter te identificeren. |
1.Uiterlijk in het derde kwartaal van 2025: effectbeoordeling voltooid. 2.Uiterlijk in het derde kwartaal van 2025: raadpleging van belanghebbenden afgerond. 3.Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025: gestemd over wetgeving |
Stap 1 en 2: rapportage door de autoriteiten Stap 3: inwerkingtreding van de wetgeving tot instelling van één enkele uitkering |
Gedaan te Straatsburg,
Voor de Raad
De voorzitter