28.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 343/37


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2014

tot wijziging van Beschikking 2005/819/EG, Euratom waarbij aan de Republiek Litouwen toestemming wordt gegeven om voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen ramingen te gebruiken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 8927)

(Slechts de tekst in de Litouwse taal is authentiek)

(2014/846/EU, Euratom)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Gezien Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 6, lid 3, tweede streepje,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de eigen middelen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 385 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (2) mag Litouwen, onder de voorwaarden die in deze lidstaat op de datum van zijn toetreding bestonden, vrijstelling blijven verlenen voor de in punt 10 van bijlage X, deel B, van deze richtlijn vermelde handelingen, zolang dezelfde vrijstelling wordt toegepast in één van de lidstaten die op 30 april 2004 lid van de Gemeenschap waren; die handelingen moeten in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de btw-grondslag van de eigen middelen.

(2)

In zijn antwoord van 29 april 2014 op het schrijven van 14 februari 2014 van de Commissie met betrekking tot de vereenvoudiging van de inspecties inzake de eigen middelen uit de btw (3) verzocht Litouwen om een machtiging van de Commissie om een vast percentage van de intermediaire grondslag te gebruiken voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen voor de in punt 10 van bijlage X, deel B, van Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen voor de begrotingsjaren 2014 tot 2020. Litouwen heeft aangetoond dat het historische percentage door de jaren heen stabiel bleef. Derhalve moet Litouwen de machtiging krijgen om bij de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen een vast percentage te gebruiken overeenkomstig het schrijven van de Commissie.

(3)

Uit overwegingen van doorzichtigheid en rechtszekerheid is het aangewezen de geldigheidsduur van de machtiging in de tijd te beperken.

(4)

Het is derhalve passend om Beschikking 2005/819/EG, Euratom van de Commissie (4) dienovereenkomstig te wijzigen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In Beschikking 2005/819/EG, Euratom wordt het volgende artikel 1 bis ingevoegd:

„Artikel 1 bis

In afwijking van artikel 1 van deze beschikking wordt Litouwen gemachtigd voor de berekening van de grondslag van de btw-middelen vanaf 1 januari 2014 tot 31 december 2020 0,10 % van de intermediaire grondslag te gebruiken met betrekking tot de in punt 10 van bijlage X, deel B (personenvervoer), van Richtlijn 2006/112/EG (*1) vermelde handelingen.

(*1)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).” "

.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Litouwen.

Gedaan te Brussel, 26 november 2014.

Voor de Commissie

Kristalina GEORGIEVA

Vicevoorzitter


(1)   PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9.

(2)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

(3)  Ares(2014)371165.

(4)  Beschikking 2005/819/EG, Euratom van de Commissie van 21 november 2005 waarbij aan de Republiek Litouwen toestemming wordt gegeven om voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen ramingen te gebruiken (PB L 305 van 24.11.2005, blz. 40).