Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de leningactiviteit van de Europese Gemeenschappen in 2004 {SEC(2005) 1053} /* COM/2005/0385 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 23.08.2005 COM(2005) 385 definitief . VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT OVER DE LENINGACTIVITEIT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN IN 2004 {SEC(2005) 1053} INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 1. OPGENOMEN LENINGEN 3 2. IN DERDE LANDEN VERSTREKTE LENINGEN 4 2.1. Overzicht 4 2.2. Macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap 4 2.3. EIB-leningen in 2004 in Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Azië en Latijns-Amerika en de Republiek Zuid-Afrika 5 2.3.1. Doelstellingen en prioriteiten van de EIB 5 2.3.2. Verstrekte leningen 6 2.3.3. Risicodeling 6 2.3.4. Samenwerking met andere instellingen 7 2.4. Landen die de Overeenkomst van Lomé/Cotonou hebben ondertekend 7 3. GEVOLGEN VAN DE LENINGACTIVITEIT VOOR DE BEGROTING 7 3.1. Begrotingsgaranties 8 3.2. Rentesubsidies 8 3.3. Risicokapitaal 9 INLEIDING Overeenkomstig de Raadsbesluiten tot instelling van de diverse leninginstrumenten van de Europese Gemeenschappen moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad elk jaar op de hoogte stellen van het gebruik dat van deze instrumenten is gemaakt. Wat de leningactiviteiten buiten de Gemeenschap betreft, dient de Commissie het Europees Parlement en de Raad ingevolge de besluiten van 1997 en 2000[1] elk jaar op de hoogte te stellen van de stand van de leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) met EU-begrotingsgarantie in Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Azië en Latijns-Amerika en Zuid-Afrika. Deze verplichting werd uitgebreid tot andere besluiten (voor de referentie van deze besluiten, zie voetnoot 4). Met het oog op de vervulling van deze informatieverplichting wordt in dit verslag de leningactiviteit per regio beschreven. Om het beeld van de activiteit te vervolledigen bevat het tevens een beknopt overzicht van de macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap aan derde landen en van de rentesubsidies en garanties voor communautaire leningen. Daarnaast bevat het verslag informatie over de leningactiviteit van Euratom. De tabellen bij dit verslag zijn gepubliceerd in een werkdocument van de diensten van de Commissie. De in de tekst voorkomende verwijzingen naar tabellen hebben derhalve betrekking op de tabellen die zijn opgenomen in het genoemde werkdocument. OPGENOMEN LENINGEN De Commissie is gemachtigd om namens de respectieve Gemeenschappen (EGKS, EG en Euratom) op de kapitaalmarkt middelen op te nemen ter financiering van de leningen waartoe de Raad heeft besloten. Daar de kredieten voor het nieuw communautair instrument (NCI) volledig zijn besteed en het EGKS-Verdrag in 2002 afliep, zijn in 2004 voor deze instrumenten evenwel geen middelen meer aangetrokken. In 2004 werd een lening opgenomen met het oog op de verlening van macrofinanciële bijstand aan Bosnië en Herzegovina in de vorm van een lening. In het kader van het Euratom-leninginstrument werden twee leningen opgenomen die dienden ter financiering van leningen aan een kerncentrale in Bulgarije. Ondanks het bovenstaande is de totale emissieactiviteit van de Europese Gemeenschappen en de EIB met 18,8% toegenomen van 42,1 miljard EUR in 2003 tot 49,9 miljard EUR in 2004 (zie tabel 1.1 van de bijlage), hetgeen vooral toe te schrijven is aan een stijging van de door de EIB opgenomen leningen. Op 31 december 2004 stond voor in totaal 216,6 miljard EUR aan leningen uit (na verrekening van aflossingen, annuleringen en wisselkoersschommelingen), hetgeen neerkomt op een toename met 10,3% ten opzichte van 2003 (zie tabel 1.2 van de bijlage). Uit de uitsplitsing van de emissies per valuta (zie tabel 1.3 van de bijlage) blijkt dat het aandeel van de euro is gedaald van 54,9% in 2003 tot 44,9% in 2004, terwijl dat van de emissies in andere communautaire valuta's is afgenomen van 19,1% tot 13,0%. Het aandeel van de niet-communautaire valuta's liep daardoor op van 26,0% tot 42,0% van het totale emissievolume. Onder invloed van een sterke marktvraag, zeer lage rentetarieven en een daling van de wisselkoers van de VS-dollar ten opzichte van de euro steeg het aandeel van de in VS-dollar luidende emissies van 23,0% tot 41,6%. Wegens de lage rente en de economische en financiële onzekerheid bleven de Europese instellingen de voorkeur geven aan leningen met een variabele rente: in 2004 hadden alle leningen een variabele rente, tegen 99,3% in 2003. De laatste in het kader van het NCI verstrekte lening was eind 2004 volledig afgelost. IN DERDE LANDEN VERSTREKTE LENINGEN [2] Overzicht De financiële steun aan derde landen die samenwerkingsovereenkomsten met de Gemeenschap hebben gesloten, wordt naar gelang van de regio en het doel in verschillende vormen verstrekt. Het betreft doorgaans bilaterale leningen (macrofinanciële bijstand of betalingsbalanssteun) waarmee de Gemeenschap bijdraagt tot het herstel van het macro-economisch evenwicht in het betrokken land. De Commissie beheert deze financieringsoperaties in overeenstemming met de desbetreffende Raadsbesluiten. In andere gevallen worden de leningen verstrekt in de vorm van hetzij rechtstreekse financiering van individuele projecten, hetzij globale leningen aan banken, die deze leningen vervolgens verdelen ten behoeve van plaatselijke projecten van beperktere omvang. De EIB beheert deze leningen volgens haar gebruikelijke voorwaarden, veelal met een EU-begrotingsgarantie. Het Euratom-leninginstrument dient voor financiële operaties in lidstaten en bepaalde derde landen ten tijde van de aanneming van het besluit (Armenië, Bulgarije, Hongarije, Litouwen, Oekraïne, Roemenië, Rusland, Slovenië, Slowakije en Tsjechië). In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de geografische regio’s ten behoeve waarvan de Gemeenschap leningactiviteiten ontplooit (zie tabel 2.1). Macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap Macrofinanciële bijstand (MFB) in de vorm van leningen is per definitie uitzonderlijk en past in het kader van het streven van de internationale gemeenschap om, in samenwerking met de instellingen van Bretton Woods, betalingsbalanssteun te verlenen aan landen die met tijdelijke macro-economische moeilijkheden te kampen hebben. De bijstand van de Gemeenschap is vooral gericht op nabijgelegen regio's, zoals Midden- en Oost-Europa, de westelijke Balkan en de Kaukasus. De uitkering van de bijstand wordt afhankelijk gesteld van de verwezenlijking door de begunstigde landen van bepaalde doelstellingen op het gebied van macro-economische stabilisatie en structurele hervorming. Dit heeft tot gevolg dat het aantal leningen per jaar beperkt is en dat moeilijk zinvolle vergelijkingen kunnen worden gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling die de verleende bijstand van jaar tot jaar te zien geeft. In de bijlage (zie tabel 2.2) wordt een overzicht gegeven van de uit hoofde van dit instrument uitbetaalde leningen en giften. Bovendien wordt daarover ook informatie verstrekt in het jaarlijks verslag van de Commissie over de verlening van MFB aan derde landen[3]. EIB-leningen in 2004 in Midden- en Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied, Azië en Latijns-Amerika en de Republiek Zuid-Afrika [4] Deze afdeling vormt het jaarverslag voor 2004 dat ingevolge artikel 2 van Besluit 2000/24/EG van de Raad bij het Europees Parlement en de Raad moet worden ingediend. Doelstellingen en prioriteiten van de EIB In Midden- en Oost-Europa is de EIB in 2004 opnieuw actief geweest, al is het aantal landen dat voor financiering uit hoofde van pretoetredingsovereenkomsten in aanmerking komt verminderd als gevolg van de uitbreiding op 1 mei. Na die datum heeft de Bank haar activiteiten in de overblijvende toetredende staten en kandidaat-lidstaten (Bulgarije, Roemenië, Kroatië en Turkije) voortgezet en is zij in de westelijke Balkan investeringsprojecten in diverse sectoren (infrastructuur, MKB/microfinanciering enz.) blijven ondersteunen. In 2004 heeft de EIB nieuwe buitengewone leningen voor concrete milieuprojecten in het gebied rond de Oostzee in Rusland verstrekt, en tegelijkertijd verdere voorbereidingen getroffen voor een nieuw mandaat dat betrekking heeft op activiteiten in Rusland, en voor het eerst ook op activiteiten in Wit-Rusland, Moldavië en Oekraïne[5]. De EIB verleent voorrang aan de verbetering, modernisering en ontwikkeling van de communicatie- en de energiesector, en met name van de Trans-Europese netwerken (TEN's) op basis van de weg- en spoorverbindingen die de pan-Europese conferentie van ministers van Vervoer als ontwikkelingsprioriteiten voor de middellange termijn heeft aangemerkt. Met EIB-projecten verband houdende milieuvraagstukken, evenals milieuprojecten op zich, krijgen voorrang in het kader van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de betrokken landen aan die van de EU. De EIB verstrekt ook direct of via globale leningen steun aan het MKB en ten gunste van andere initiatieven van het bedrijfsleven (met name buitenlandse directe investeringen), in het bijzonder wanneer er partners uit de Europese Unie bij betrokken zijn. De mandaatleningen van de EIB in het Middellandse-Zeegebied passen in het kader van haar faciliteit voor Euromediterrane investeringen en partnerschap (Femip). Zij worden hoofdzakelijk verstrekt uit hoofde van het Euromeditterane partnerschap en dienen ter ondersteuning van de economische ontwikkeling van de betrokken landen. De EIB steunt individuele investeringsprojecten alsook, via de globale leningen, kleinere projecten en het MKB, terwijl tegelijkertijd de financiële sector in deze landen wordt versterkt. De EIB heeft niet alleen mandaatleningen uit hoofde van EuroMed 2000-2007 en leningen op verzoek van de Raad verstrekt, maar ook haar programma van leningen uit eigen middelen, zonder begrotingsgarantie, in het kader van haar mediterrane partnerschapsfaciliteit voortgezet. De door de EIB uit eigen middelen verstrekte mandaatleningen worden aangevuld met rentesubsidies (voor leningen in de milieusector) en met door de EIB beheerd risicokapitaal uit de EU-begroting. Daartoe werd in 2003 een Femip-steunfonds voor de verlening van technische bijstand opgericht, dat gebruikt maakt van middelen die de Europese Commissie conform de MEDA-verordening toekent. In 2004 werd de Femip verder ontwikkeld door de instelling van een speciale faciliteit om een uitbreiding van de risicodelingsactiviteiten mogelijk te maken en door de oprichting van een trustfonds waarvoor de speciale medefinancieringsfondsen van andere internationale financiële instellingen (IFI’s) model hebben gestaan. De leningactiviteiten in het kader van het speciale actieprogramma voor Turkije zijn voortgezet en de beschikbare middelen zijn thans volledig opgebruikt. In Azië en Latijns-Amerika financiert de EIB projecten die zowel voor de begunstigde landen als voor de Gemeenschap van nut zijn (medefinanciering met EU-initiatiefnemers, technologieoverdracht, samenwerking op het gebied van energie en milieubescherming). In de Republiek Zuid-Afrika wil de EIB bijdragen tot de succesvolle tenuitvoerlegging van het programma voor de wederopbouw en ontwikkeling van het land. Voor een beknopt overzicht van de activiteiten van de EIB sinds 2000, zie tabel 2.3.1 van de bijlage. Verstrekte leningen Voor een uitsplitsing van de leningactiviteiten per land en per sector wordt verwezen naar de bijlage (zie afdeling 2.3.2 a – d). Risicodeling Besluit 2000/24/EG van de Raad[6], als gewijzigd, voorziet in een globale communautaire garantie voor 65% van het totale door de EIB geleende bedrag. Volgens de risicodelingsregeling dekt deze alle risico's voor projecten met staatsgarantie en alleen het politieke risico voor projecten zonder staatsgarantie. De EIB doet enkel een beroep op de communautaire garantie wanneer de borg voor een projectlening haar niet terugbetaalt. In de bijlage (zie de tabellen 2.3.3a en b) is de risicodeling voor de lopende mandaten per 31 december 2004 weergegeven. Samenwerking met andere instellingen De EIB-activiteit in de landen die tot de uitbreiding op 1 mei 2004 kandidaat waren voor EU-lidmaatschap, alsook de lopende EIB-activiteiten in de toetredende staten en de kandidaat-lidstaten passen in het EU-programma om deze landen te helpen bij de voorbereiding op de toetreding. De EIB financiert er met name investeringen die erop gericht zijn de infrastructuur van de betrokken landen te integreren in die van de EU en verleent steun aan het MKB. Waar mogelijk worden de projecten medegefinancierd met andere instellingen. De EIB werkt daarbij nauw samen met de Commissie en, in voorkomend geval, met de IFI's die in deze landen actief zijn. De EIB werkt ook nauw samen met het Phare/Ispa-programma, waarmee ze vruchtbare betrekkingen heeft ontwikkeld die door de begunstigde landen zeer op prijs worden gesteld. Phare verleent vaak bijstand in de pre-investeringsfase voor het onderzoek en de technische bijstand die voor de EIB-projecten nodig zijn. Ook bij de medefinanciering van infrastructuurprojecten werkt de EIB met Phare samen. In de bijlage (zie de tabellen 2.3.4, 2.3.5 en 2.3.6) wordt een overzicht gegeven van de medefinancieringsbijdragen aan in 2004 door de EIB gefinancierde projecten. Daarnaast zijn ook in het kader van de pretoetredingsfaciliteit van de EIB projecten medegefinancierd, maar dit valt buiten het bestek van dit verslag. Landen die de Overeenkomst van Lomé/Cotonou hebben ondertekend De EIB heeft in 2004 in de landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de landen en gebieden overzee (LGO) voor 440 miljoen EUR aan leningen verstrekt, waarvan 62 miljoen EUR uit eigen middelen en 378 miljoen EUR uit risicokapitaal (zie tabel 2.4) [7]. GEVOLGEN VAN DE LENINGACTIVITEIT VOOR DE BEGROTING Leningen hebben gevolgen voor de EU-begroting wanneer er communautaire garanties, rentesubsidie of speciale, voor de crediteur met risicodragende activiteiten vergelijkbare voorwaarden aan zijn gekoppeld. Begrotingsgaranties Op 22 december 2004 heeft de Raad besloten een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank te verlenen voor verliezen op leningen voor bepaalde projecten in Rusland, Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland (Besluit 2005/48/EG). Het algemene plafond van de opengestelde leningen bedraagt 500 miljoen EUR en de EIB komt in aanmerking voor een uitzonderlijke garantie van de Gemeenschap van 100%. Nog op 22 december 2004 heeft de Raad besloten Besluit 2000/24/EG te wijzigen in het licht van de uitbreiding van de Europese Unie en het Europese nabuurschapsbeleid (Besluit 2005/47/EG). De nieuwe plafonds voor elke regio zijn: Zuidoostelijke buurlanden | 9 185 miljoen EUR | Middellandse-Zeegebied | 6 520 miljoen EUR | Azië en Latijns-Amerika | 2 480 miljoen EUR | Republiek Zuid-Afrika | 825 miljoen EUR | Turkije | 450 miljoen EUR | De garantieregeling geldt dus voor maximaal 19 460 miljoen EUR aan leningen en de begroting van de Commissie dekt 65% van dit bedrag (70% onder het vorige mandaat). Bij het nieuwe besluit wordt de EIB verzocht haar financiële intermediairs om andere (commerciële) garanties te verzoeken wanneer dat mogelijk is. Het streefcijfer is 30% van het maximum, tegen 25% in het kader van het vorige mandaat. Deze garantieregeling loopt af op 31 januari 2007. Ze kan echter automatisch met zes maanden worden verlengd als het leningplafond niet is bereikt. Voorts dekt de begroting van de Commissie 65% van een maximumbedrag van 600 miljoen EUR aan leningen aan Turkije (Terra) waarvoor geen risicodeling is gevraagd. In 2004 (het vijfde jaar van het nieuwe mandaat) heeft de EIB leningsovereenkomsten gesloten voor in totaal 2 844 miljoen EUR, waardoor het totaalbedrag aan leningen in het kader van het nieuwe mandaat is opgelopen tot 13 620 miljoen EUR (wat overeenstemt met 70% van het maximum), met een risicodelingspercentage dat reeds gelijk is aan 20,8% van het totaalbedrag van de ondertekende leningsovereenkomsten. De stand van de garanties wordt uitvoerig beschreven in het halfjaarlijkse verslag van de Commissie over de algemene-begrotingsgaranties[8]. Rentesubsidies In het kader van een aantal communautaire programma's binnen en buiten de EU zijn rentesubsidies toegekend. De Commissie heeft hierover op verzoek van de Raad een algemene evaluatie opgesteld[9]. De meeste van deze programma's zijn afgelopen en hebben geen gevolgen meer voor de begrotingsuitgaven. Tabel 3.2 van de bijlage biedt een overzicht van de nog lopende programma's en de in de beschouwde periode uitgekeerde rentesubsidies. Risicokapitaal In het kader van de akkoorden met de landen van het Middellandse-Zeegebied en de Overeenkomst van Lomé verstrekt de EIB goedkope leningen tegen bijzondere voorwaarden wat looptijd of schuldconsolidatie betreft, waardoor deze leningen met investeringen kunnen worden gelijkgesteld. De operaties in het Middellandse-Zeegebied worden gefinancierd uit de algemene begroting en die in de ACS-landen uit de EOF-begroting. In de bijlage (zie tabel 2.4.1) worden hierover nadere bijzonderheden verstrekt. [1] Besluit 97/256/EG voor het eerste algemene mandaat en Besluit 2000/24/EG, als gewijzigd, voor het tweede. [2] De Gemeenschappen hebben geen leningen verstrekt aan de lidstaten. Op 1 mei 2004 zijn tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie toegetreden, hetgeen inhoudt dat vanaf die datum de leningen met begrotingsgarantie aan deze landen niet langer als externe maatregelen worden aangemerkt. [3] COM(2005) 245 en bijlage SEC(2005) 747. [4] Rechtsgronden: de Besluiten 97/256/EG, 98/348/EG, 98/729/EG, 1999/786/EG, 2000/24/EG als gewijzigd bij Besluit 2000/688/EG, 2000/788/EG, 2001/777/EG en 2001/778/EG van de Raad. [5] Op 22 december 2004 heeft de Raad bij Besluit 2005/48/EG zijn goedkeuring gehecht aan een nieuw mandaat voor leningen ten belope van in totaal 500 miljoen EUR. [6] De Raad heeft de EIB bij Besluit 2000/24/EG, als gewijzigd, verzocht "ernaar te streven het commerciële risico van haar totale kredietverlening uit hoofde van dit besluit zo veel mogelijk op basis van een individueel regionaal mandaat voor 30% te dekken met andere dan staatsgaranties. Dit percentage moet, voorzover de marktomstandigheden dat toelaten, worden opgevoerd." In 2004 heeft de Bank verder gewerkt aan het risicodelingsproject. [7] EIB-jaarverslag over de Investeringsfaciliteit van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou tussen de ACS-staten en de EU (http://www.eib.org). [8] COM(2005) 306 en SEC(2005) 915. [9] COM(2000) 524 van 6 september 2000.