|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/638 |
10.2.2025 |
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 21 januari 2025
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Kroatië
(C/2025/638)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
ALGEMENE OVERWEGINGEN
|
(1) |
Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht (1), de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (2), en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad betreffende de begrotingskaders van de lidstaten (3) vormen samen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader beoogt gezonde en houdbare overheidsfinanciën te bevorderen, duurzame en inclusieve groei en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen te stimuleren, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. Het bevordert tevens de nationale verantwoordelijkheid, legt de focus meer op de middellange termijn en combineert dit met een doeltreffendere en coherentere handhaving van de regels. |
|
(2) |
De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld, onder meer aan het einde van de aanpassingsperiode, een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad (4) worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan effectief een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat werk gaat maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen. |
|
(3) |
Na de indiening van het plan moet de Commissie beoordelen of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet. |
|
(4) |
Op aanbeveling van de Commissie moet de Raad vervolgens een aanbeveling vaststellen waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd. |
OVERWEGINGEN BETREFFENDE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN KROATIË
|
(5) |
Op 14 november 2024 heeft Kroatië zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond plaats na een verlenging van de in artikel 36 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie. De reden voor de te late indiening was om ervoor te zorgen dat het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn en het ontwerpbegrotingsplan elkaar aanvullen en overeenstemmen met de nationale begroting 2025-2027, die volgens de planning op 14 november 2024 zou worden vastgesteld, zodat gebruik wordt gemaakt van alle gegevens die met de statistische benchmarkherziening worden vrijgegeven. Op 21 november 2024 heeft Kroatië een addendum ingediend om het groeipad van de netto-uitgaven van het plan te herzien om een conservatieve aanpak te hanteren bij de planning van het begrotingsbeleid (uitgaven) tijdens de aanpassingsperiode en ervoor te zorgen dat de verwachte overheidsschuld plausibel op een prudent niveau blijft. |
Proces voorafgaand aan de indiening van het plan
|
(6) |
Vóór de indiening van zijn plan heeft Kroatië om technische informatie verzocht (5), die de Commissie op 21 juni 2024 heeft verstrekt en op 14 november 2024 heeft bekendgemaakt (6). De technische informatie geeft het niveau van het structurele primaire saldo in 2028 aan dat nodig is om ervoor te zorgen dat het overheidstekort op middellange termijn onder de 3 % van het bbp wordt gehouden en de overheidsschuld op middellange termijn onder de 60 % van het bbp blijft als er na de aanpassingsperiode van vier jaar geen aanvullende begrotingsmaatregelen worden genomen. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode. De technische informatie is opgesteld en aan de lidstaat toegezonden op basis van twee scenario’s: een scenario waarin er overeenstemming is met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort (7), overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/126, en een scenario zonder deze waarborg. In de technische informatie voor Kroatië is bepaald dat, om gedurende een aanpassingsperiode van vier jaar aan de toepasselijke begrotingsregels te voldoen, en op basis van de aannamen van de Commissie waarop de in juni 2024 verstrekte voorafgaande richtsnoeren gebaseerd zijn, het structurele primaire saldo ten minste -0,4 % van het bbp moet bedragen aan het einde van de aanpassingsperiode (2028; scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort), overeenkomstig de onderstaande tabel. Ter informatie, ook met inachtneming van de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort moet het structurele primaire saldo aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) ten minste -0,4 % van het bbp bedragen. De waarborg voor de weerbaarheid van het tekort is echter geen vereiste voor Kroatië, dat in aanmerking komt voor technische informatie. Tabel 1: Technische informatie die de Commissie aan Kroatië heeft verstrekt
|
||||||||
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 hebben Kroatië en de Commissie tussen september en november 2024 een technische dialoog gevoerd. In de technische dialoog werd de door de Commissie verstrekte technische informatie geïnventariseerd en stonden de belastinghervorming die in 2025 zal ingaan alsmede de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige en groene digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens, centraal. |
|
(8) |
In november 2024 heeft Kroatië overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 overleg gepleegd met het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en andere belanghebbenden. Het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn werd besproken door de Economische en Sociale Raad, die wordt gevormd door vakbonden, de werkgeversorganisaties en vertegenwoordigers van de regering. |
|
(9) |
De commissie Begrotingsbeleid heeft een advies uitgebracht over de macro-economische prognose en de macro-economische aannamen die aan het meerjarige netto-uitgavenpad ten grondslag liggen. De commissie Begrotingsbeleid heeft geconcludeerd dat de verwachte omvang van de reële groei van het bbp, de impliciete deflator van het bbp en de nationale prijsindex adequaat zijn en dat de macro-economische prognoses in grote lijnen hetzelfde of zelfs iets gunstiger zijn dan de momenteel beschikbare prognoses van de andere relevante instellingen. De commissie Begrotingsbeleid heeft de door het Ministerie van Financiën opgestelde macro-economische prognoses voor de periode tot 2028 goedgekeurd en erop gewezen dat de prognoses binnen een aanvaardbare marge liggen en een goede basis vormen voor het opstellen van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn. |
Andere gerelateerde processen
|
(10) |
Kroatië heeft op 14 november 2024 zijn ontwerpbegrotingsplan voor 2025 ingediend. De Commissie heeft op 26 november 2024 een advies over dit ontwerpbegrotingsplan aangenomen (8). |
|
(11) |
De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) tot Kroatië gericht (9). |
SAMENVATTING VAN HET PLAN EN BEOORDELING DOOR DE COMMISSIE
|
(12) |
Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld. |
Achtergrond: macro-economische en budgettaire situatie en vooruitzichten
|
(13) |
De economische activiteit in Kroatië groeide in 2023 met 3,3 % en deze groei werd aangejaagd door alle bbp-componenten uitgezonderd voorraden, waarbij de grootste positieve bijdragen afkomstig waren van investeringen en consumptie door huishoudens. Volgens de najaarsprognoses 2024 van de Europese Commissie groeit de economie in 2024 naar verwachting met 3,6 %, als gevolg van een groeiende binnenlandse vraag, die voornamelijk wordt aangejaagd door consumptie door huishoudens en investeringen, in combinatie met een negatieve bijdrage van de netto-uitvoer. In 2025 zal het reële bbp ten gevolge van een afnemende groei van de binnenlandse vraag naar verwachting stijgen met 3,3 %. In 2026 zal het reële bbp naar verwachting met 2,9 % stijgen doordat de binnenlandse vraag blijft afnemen en er sprake zal zijn van een neutrale bijdrage van de netto-uitvoer. Gedurende de prognoseperiode zal de potentiële groei van het bbp van Kroatië naar verwachting toenemen met 4,2 % in 2024, met 3,6 % in 2025 en met 3,3 % in 2026, onder invloed van de kapitaalaccumulatie, de totale factorproductiviteit en de bijdrage van arbeid, waarbij deze laatste tegen 2026 duidelijk zal afnemen, doordat de bevolking in de werkende leeftijd afneemt en ondanks de hogere arbeidsparticipatie. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 6,1 % en ontwikkelt zich volgens de Commissie tot 5,1 % in 2024, 4,7 % in 2025 en 4,6 % in 2026. De inflatie (bbp-deflator) zal in 2024 naar verwachting dalen van 11,7 % in 2023 tot 6,6 % in 2024 en zal uitkomen op 3,2 % in 2025 en 2,1 % in 2026. |
|
(14) |
Wat de begrotingsontwikkelingen betreft, bedroeg het overheidstekort van Kroatië in 2023 0,9 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal het tekort in 2024 naar verwachting 2,1 % van het bbp bereiken en zich in 2025 stabiliseren op 2,1 % van het bbp, waarna het, bij ongewijzigd beleid, zal dalen tot 1,9 % in 2026. In de najaarsprognoses 2024 van de Europese Commissie is de ontwerpbegroting van Kroatië voor 2025 die de regering in november aan het nationale parlement heeft voorgesteld, niet meegenomen. De prognose van de Commissie omvat echter wel het begrotingskader voor de periode 2025-2027 dat op 31 oktober door de regering is vastgesteld. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 61,8 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting dalen tot 57,3 % van het bbp. Naar verwachting zal die eind 2025 dalen tot 56,0 % van het bbp en tot eind 2026 56,0 % blijven. In de begrotingsprognose van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn pas in aanmerking genomen als zij worden geschraagd door concrete beleidsmaatregelen die op geloofwaardige wijze zijn aangekondigd en voldoende zijn gespecificeerd. |
Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan
|
(15) |
Het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Kroatië bestrijkt de periode 2025-2028 en omvat een begrotingsaanpassing over een periode van vier jaar. |
|
(16) |
Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie. |
|
(17) |
Het plan, zoals aangevuld door het addendum, bevat de toezegging dat het in tabel 2 aangegeven netto-uitgavenpad zal worden aangehouden, dat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 4,8 % tot en met 2028. De technische informatie (uitgaande van een lineair aanpassingstraject) stemt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 4,0 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2028). Het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad zal naar verwachting aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) leiden tot een structureel primair saldo van -0,2 % van het bbp (10). Dit is hoger dan het minimumniveau van het structurele primaire saldo van -0,4 % van het bbp in 2028 dat de Commissie op 21 juni 2024 in de technische informatie heeft verstrekt (11). Het plan berust op de aanname dat de potentiële bbp-groei zal dalen tot 2,5 % in 2028 (van 4,5 % in 2024). Verder berust het plan op de verwachting dat het groeipercentage van de bbp-deflator zal dalen tot 2,2 % in 2028 (van 6,7 % in 2024). Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Kroatië
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gevolgen voor de overheidsschuld van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan
|
(18) |
Indien het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan geleidelijk dalen van 57,3 % van het bbp in 2024 tot 53,1 % aan het einde van de aanpassingsperiode in 2028, volgens de onderstaande tabel. Op de middellange termijn zal de overheidsschuldquote naar verwachting geleidelijk dalen en in 2038 uitkomen op 49 %. Hoewel deze cijfers niet overeenkomen met het op 21 november ingediende addendum, zorgt de conservatieve benadering van het netto-uitgavenpad ervoor dat de verwachte overheidsschuld plausibel op een prudent niveau blijft. Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Kroatië
De overheidsschuld zou volgens het plan dus op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp blijven. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de schuldvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
Gevolgen voor het overheidssaldo van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan
|
(19) |
Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zou het overheidstekort stijgen van 2,1 % van het bbp in 2024 tot 2,3 % in 2025 en geleidelijk afnemen tot 1,5 % in 2028. Hoewel deze cijfers niet overeenkomen met het op 21 november 2024 ingediende addendum, zorgt de conservatieve benadering van het netto-uitgavenpad ervoor dat het verwachte overheidstekort op de middellange termijn onder 3 % van het bbp blijft. Volgens het plan zou het overheidssaldo dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden. Bovendien zou het overheidstekort in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2038) de 3 % van het bbp niet overschrijden. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook niet in overeenstemming met de tekortvereiste van artikel 6, punt b), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263. |
Macro-economische aannamen van het plan
|
(20) |
Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni aan Kroatië zijn toegezonden. Met name worden in het plan verschillende aannamen voor vier variabelen gehanteerd, te weten: het uitgangspunt (structureel primair saldo), de potentiële bbp-groei, de groei van de bbp-deflator en de nominale impliciete rente. Een zorgvuldige beoordeling van deze verschillen in aannamen is nodig om zich ervan te vergewissen dat ze door deugdelijke en datagestuurde economische argumenten worden onderbouwd, vooral omdat de gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan hoger is dan in de technische informatie wordt geïmpliceerd. Deze verschillen in aannamen worden hieronder beoordeeld. De verschillen in aannamen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil afzonderlijk.
Al met al kunnen alle verschillen in aannamen tezamen leiden tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan die aanzienlijk hoger ligt dan de gemiddelde groei van de netto-uitgaven die in de technische informatie wordt geïmpliceerd. Het plan van Kroatië, zoals aangevuld met het addendum, omvat echter een prudenter netto-uitgavenpad dat leidt tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven die nog steeds hoger is dan de gemiddelde groei van de netto-uitgaven die in de technische informatie wordt geïmpliceerd, maar slechts voor een bedrag dat kan worden verklaard uit verschillen in aannamen die naar behoren gemotiveerd worden geacht. De Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van het netto-uitgavenpad rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan. |
Begrotingsstrategie van het plan
|
(21) |
Volgens de indicatieve begrotingsstrategie in het plan moeten de netto-uitgaventoezeggingen door zowel uitgavenbeheersing als discretionaire verhogingen van de ontvangsten worden nagekomen. Om de begrotingsdoelstellingen te halen, wordt in het plan vermeld dat bepaalde uitgavencategorieën, die onder de controle van de overheid vallen, een beperkte groei zullen vertonen (bv.: de uitgaven voor de beloning van werknemers zullen naar verwachting dalen van 13,0 % van het bbp in 2025 tot 12,6 % in 2028). Volgens het plan moeten discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, die verband houden met de belastinghervorming die in 2025 van kracht wordt, extra inkomsten opleveren ten bedrage van 0,4 % van het bbp gedurende de gehele aanpassingsperiode. Tegelijkertijd zijn er ook maatregelen die leiden tot hogere overheidsuitgaven in verband met de uitvoering van de pensioenhervorming (verhoging van de indexeringsformule voor pensioenen) en de uitvoering van nieuwe maatregelen op het gebied van sociaal beleid, zoals betaalbare huisvesting. De specificatie van de vast te stellen beleidsmaatregelen moet in de jaarlijkse begrotingen worden bevestigd of aangepast, en gekwantificeerd. Tegelijkertijd bestaan er risico’s voor de uitvoering van de indicatieve begrotingsstrategie in het plan, die voortvloeien uit risico’s voor de macro-economische aannamen die aan het plan ten grondslag liggen, vertragingen in de openbare aanbestedingsprocedures die investeringen kunnen vertragen en verdere tegenslagen bij de uitvoering van de structurele hervormingen. De ontwerpbegroting voor 2025 specificeert de beleidsmaatregelen waarmee de netto-uitgaventoezegging voor 2025 zal worden gerealiseerd (12). |
Hervormingen en investeringen die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen in het kader van het Europees Semester en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie
|
(22) |
In het plan worden beleidsvoornemens met betrekking tot hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld – waaronder met name de LSA’s – en om werk te maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Het plan bevat 290 voorgenomen hervormingen en investeringsmaatregelen, waarvan 209 financieel worden ondersteund via de herstel- en veerkrachtfaciliteit en 81 recentelijk vastgestelde maatregelen en maatregelen in het kader van andere EU-programma’s, waaronder het cohesiebeleid. Al met al zijn de maatregelen in het kader van het nationale herstel- en veerkrachtplan afgestemd op de uitvoering van de bestaande landspecifieke aanbevelingen. De nieuwe maatregelen in het plan voor de middellange termijn dragen verder bij aan de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen van de afgelopen jaren en de nieuwe landspecifieke aanbevelingen die in 2024 zijn bekendgemaakt. |
|
(23) |
Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, bevat het plan een reeks maatregelen om klimaatneutraliteit te ondersteunen en uitdagingen op het gebied van klimaataanpassing aan te pakken. Om de inspanningen met het oog op de doelstelling voor 2030 en de uitvoering van het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan te intensiveren, zal een planningskader voor de uitvoering van de strategie voor koolstofarme ontwikkeling worden vastgesteld, met daarin een voorstel voor bindende sectorale emissiereductiedoelstellingen voor de sectoren die het moeilijkst koolstofarm te maken zijn en het opzetten van structuren die nodig zijn voor de uitvoering van het Sociaal Klimaatfonds. Om de klimaatbestendigheid te versterken, zal een actieplan met indicatoren worden vastgesteld om de uitvoering van de strategie voor klimaataanpassing te versnellen. Deze acties hebben betrekking op de landspecifieke aanbevelingen voor 2023 inzake doeltreffende absorptie van EU-middelen en de landspecifieke aanbeveling voor 2023 inzake het verminderen van de algehele afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het plan bevat maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan ter ondersteuning van de versterking van het openbaar bestuur, de rechterlijke macht en de staatsactiva door middel van digitalisering en vereenvoudiging van administratieve en gerechtelijke processen, verbetering van de ICT-infrastructuur van de overheid en uitbreiding van het netwerk van digitale diensten en van de breedband- en 5G-toegang voor huishoudens. De hervormingen en investeringen in de ICT-infrastructuur en digitale diensten van de overheid houden verband met de landspecifieke aanbevelingen voor 2020 inzake een betere toegang tot digitale infrastructuur en diensten, het bevorderen van de verwerving van vaardigheden en het vergroten van de efficiëntie en capaciteit van de overheid om overheidsprojecten en -beleid op centraal en lokaal niveau op te zetten en uit te voeren. Het plan omvat maatregelen die verder gaan dan het herstel- en veerkrachtplan en die gericht zijn op het verbeteren van de cyberbeveiliging, het verder digitaliseren van overheidsdiensten en het versterken van het gegevensbeheer binnen het openbaar bestuur. Deze maatregelen hebben betrekking op de landspecifieke aanbevelingen voor 2019 en 2020 die verband houden met het verbeteren van de elektronische communicatie in de rechtbanken, het efficiënter maken van de rechterlijke macht en het verbeteren van de toegang tot digitale infrastructuur en diensten. Daarnaast omvat het plan belangrijke hervormingen om een loopbaan als onderzoeker op ICT-gebied aantrekkelijker te maken, wat verband houdt met de landspecifieke aanbevelingen voor 2019 en 2020 inzake betere toegang tot digitale infrastructuur en diensten en gerichte investeringen in de groene en de digitale transitie. Het plan bevat eveneens een reeks maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan op het gebied van de vervoersector, die onder meer gericht zijn op landspecifieke aanbevelingen met betrekking tot het verbeteren van de toegang tot digitale infrastructuur en diensten, het bevorderen van de groene en de digitale transitie, het verminderen van de vraag naar energie en van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in het vervoer en het bevorderen van duurzame vervoersoplossingen. Bovendien omvat het plan maatregelen op het gebied van energie en renovatie van gebouwen na een aardbeving, de ontwikkeling van een netwerk van seismologische gegevens, circulair gebruik van bouwafval van gebouwen met de status van cultuurgoed en de ontwikkeling van strategieën voor groene stadsvernieuwing, waarmee wordt ingegaan op landspecifieke aanbevelingen op het gebied van energie-efficiëntie, groene transitie, vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en voortzetting van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. |
|
(24) |
Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan een omvattende hervorming van het onderwijsstelsel om de toegang tot voor- en vroegschoolse educatie en opvang en hoger onderwijs te verruimen en de kwaliteit van het primair en het hoger onderwijs te verbeteren, onder meer door de invoering van onderwijs met één ploegendienst en de voorbereiding van de overgang naar voltijds primair onderwijs. De hervorming van het onderwijsstelsel heeft betrekking op de landspecifieke aanbeveling van 2019 inzake het verbeteren van de toegang tot en de kwaliteit en arbeidsmarktrelevantie van onderwijs en opleiding, de landspecifieke aanbeveling van 2020 inzake het bevorderen van het verwerven van vaardigheden, de landspecifieke aanbeveling van 2024 inzake het verminderen van tekorten aan vaardigheden door het versterken van basisvaardigheden en het verbeteren van bij- en omscholing, en de landspecifieke aanbevelingen van 2023 en 2024 inzake het voortzetten van de gestage uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan. Het plan omvat ook belangrijke hervormingen van de arbeidsmarkt om het rechtskader te verbeteren en de werkgelegenheid te vergroten door de toegankelijkheid en kwaliteit van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie te verbeteren, een gericht actief arbeidsmarktbeleid te voeren en het systeem voor inclusie en monitoring van kwetsbare groepen te versterken. Deze hervormingen betreffen de landspecifieke aanbevelingen voor 2019 en 2020 inzake de versterking van arbeidsmarktmaatregelen en -instellingen, de verbetering van hun samenwerking met de sociale diensten en de verbetering van de toereikendheid van werkloosheidsuitkeringen en gegarandeerde minimumuitkeringen. Op het gebied van sociale veerkracht omvat het plan een hervorming van het pensioenstelsel om de toereikendheid van de pensioenen te verhogen, evenals uitgebreide hervormingen van het socialezekerheidsstelsel om het risico van armoede en sociale uitsluiting van kwetsbare groepen te verminderen door sociale uitkeringen te integreren en de kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid van gedeïnstitutionaliseerde gemeenschapsgebonden sociale diensten te verbeteren, met name langdurige zorg. Deze hervormingen van de sociale zekerheid hebben betrekking op de landspecifieke aanbeveling voor 2019 inzake de consolidatie van sociale uitkeringen en de verbetering van hun effect op de armoedebestrijding, de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake de verbetering van de toereikendheid van werkloosheidsuitkeringen en gegarandeerde minimumuitkeringen, en de landspecifieke aanbeveling voor 2024 inzake de vermindering van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden door de toegang tot formele langdurige zorg thuis en in de gemeenschap te vergemakkelijken. In het kader van de Europese kindergarantie bevat het plan ook meerdere maatregelen ter bescherming van kinderen die het risico lopen op armoede en sociale uitsluiting. Daarnaast omvat het plan maatregelen om de prestaties en het concurrentievermogen van openbaar onderzoek, ontwikkeling en innovatie verder te verbeteren door de versnippering van openbare onderzoeksinstellingen en instellingen voor hoger onderwijs tegen te gaan en subsidies te verstrekken voor onderzoeksprojecten binnen een nieuw programmakader, in overeenstemming met de landspecifieke aanbevelingen voor 2019 inzake het toespitsen van investeringsgerelateerd economisch beleid op onderzoek en innovatie, en op het verbeteren van de capaciteiten van nationale autoriteiten om overheidsprojecten en -beleid op te zetten, met de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het vergroten van de efficiëntie en capaciteit van het openbaar bestuur om overheidsprojecten op te zetten en uit te voeren, en met de landspecifieke aanbeveling voor 2024 inzake het voortzetten van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en het verbeteren van het concurrentievermogen door de sterke versnippering van publieke onderzoeksinstellingen aan te pakken. Daarnaast omvat het plan hervormingen om de werking van het openbaar bestuur te verbeteren door de capaciteiten van ambtenaren te verbeteren, in overeenstemming met de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het vergroten van de efficiëntie en capaciteit van het openbaar bestuur om overheidsprojecten op te zetten en uit te voeren, met de landspecifieke aanbevelingen voor 2022 en 2024 inzake het voortzetten van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, en met de landspecifieke aanbeveling voor 2024 inzake het terugdringen van tekorten aan vaardigheden. Bovendien omvat het plan maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan uit hoofde van de onderdelen renovatie van gebouwen, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van vaardigheden voor wederopbouw na een aardbeving en energierenovatie en de invoering van nieuwe programma’s voor volwasseneneducatie in de bouw voor werknemers van buiten de EU, wat betrekking heeft op de landspecifieke aanbevelingen inzake de bevordering van de verwerving van vaardigheden ten behoeve van de groene transitie, de doeltreffende absorptie van middelen en de voortzetting van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan. |
|
(25) |
Wat de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid betreft, omvat het plan belangrijke investeringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan om de elektriciteitsnetten te moderniseren, de hervergassingscapaciteit voor vloeibaar aardgas (lng) te vergroten en de infrastructuur voor grensoverschrijdend gastransport uit te breiden. Daarnaast omvat het plan maatregelen ter ondersteuning van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, energierenovatie van gebouwen, energie-efficiëntie in de industrie en duurzaam emissievrij vervoer, waarbij tegelijkertijd energiearmoede wordt aangepakt. Deze maatregelen hebben betrekking op de landspecifieke aanbevelingen voor 2019 inzake het toespitsen van het investeringsbeleid op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en milieu-infrastructuur, de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het toespitsen van investeringen op de groene en digitale transitie, met name op milieu-infrastructuur, en het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie, de landspecifieke aanbevelingen voor 2022 over het diversifiëren van de invoer van fossiele brandstoffen en het verminderen van de algehele afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en over het versneld inzetten van hernieuwbare energie, de landspecifieke aanbevelingen voor 2022, 2023 en 2024 inzake het voortzetten van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, en de landspecifieke aanbeveling voor 2023 inzake het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen door het versneld inzetten van hernieuwbare energie. |
|
(26) |
Wat de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens betreft, bevat het plan geen nadere bijzonderheden over de investeringen of hervormingen om werk te maken van deze gemeenschappelijke prioriteit. |
|
(27) |
Daarnaast bevat het plan andere beleidsmaatregelen die verder gaan dan de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, waaronder het verbeteren van het beheer van staatseigendommen door het aantal staatsbedrijven te verminderen, het verbeteren van het bestuur van die bedrijven, onder andere door de nationale normen af te stemmen op internationale beste praktijken, en de versterking van de menselijke capaciteit om toezicht te houden op corporate governance in staatsbedrijven. Deze maatregelen hebben betrekking op de landspecifieke aanbeveling voor 2019 om de corporate governance van staatsbedrijven te verbeteren en de verkoop van staatsbedrijven en niet-productieve activa te intensiveren. Voorts omvat het plan de liberalisering van de dienstenmarkten, verlichting van de administratieve en fiscale lasten en versterking van de steun voor de groei van startende ondernemingen. Deze maatregelen hebben betrekking op de landspecifieke aanbeveling voor 2019 inzake buitensporige regulering van de product- en dienstenmarkt en vermindering van de meest belastende parafiscale heffingen; en de landspecifieke aanbevelingen voor 2020 inzake verdere verlichting van parafiscale heffingen en beperkende regelgeving voor de goederen- en de dienstenmarkt, en bevordering van particuliere investeringen om het economisch herstel te stimuleren. Het plan bevat ook maatregelen zoals het verstrekken van leningen en rentesubsidies aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, het ondersteunen van projecten in middelgrote en grote ondernemingen, en het beleggen in aandelen- en quasi-aandeleninstrumenten, die verband houden met de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake de handhaving van maatregelen om liquiditeit te verschaffen aan kleine en middelgrote ondernemingen, en de landspecifieke aanbeveling voor 2024 inzake het versnellen van investeringen die worden ondersteund door EU-fondsen. Ook zijn er maatregelen opgenomen om een doeltreffender functioneren van de kapitaalmarkten te bevorderen, in overeenstemming met, meest recentelijk, de landspecifieke aanbeveling voor 2024 inzake het verbeteren van de toegang tot diverse financieringsbronnen en het bevorderen van de kapitaalmarkten. Het plan bevat ook maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan voor de modernisering van zeehavens, de aanpassing van volledig autonome en elektrische voertuigen en infrastructuur aan de behoeften van passagiers met een handicap, waarmee verder invulling wordt gegeven aan de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het verbeteren van de toegang tot digitale infrastructuur en diensten. Bovendien omvat het plan de maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan inzake energierenovatie van gebouwen met de status van cultuurgoed, de integratie van seismische gegevens in deskundigendatabanken voor ruimtelijkeordeningsplannen en de vaststelling van richtsnoeren voor de toepassing van een model voor het monitoren van het energieverbruik in meergezinswoningen, waarbij onder meer wordt tegemoetgekomen aan de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het verbeteren van de toegang tot digitale infrastructuur en diensten. Daarnaast wordt met het plan beoogd de veerkracht van het zorgstelsel te versterken door de toegang tot diensten uit te breiden via innovatieve modellen, investeringen in geavanceerde apparatuur en infrastructuur en in de digitalisering van het medicijntraject, terwijl de kwaliteit van de zorg wordt verbeterd via geharmoniseerde klinische richtlijnen en gespecialiseerde opleidingen. Met deze inspanningen wordt beoogd belangrijke uitdagingen op het gebied van de gezondheidszorg aan te pakken, zoals oncologie en wachtlijsten, en tegelijkertijd het afval- en middelenbeheer binnen instellingen voor gezondheidszorg te verbeteren, ter ondersteuning van de landspecifieke aanbevelingen voor 2020 inzake het verbeteren van de veerkracht van het zorgstelsel en inzake het bevorderen van een evenwichtige verdeling van de gezondheidszorg en het bevorderen van e-gezondheid, en de landspecifieke aanbeveling voor 2021 inzake fiscale hervormingen voor een duurzame gezondheidszorg. Opleidingsgerelateerde aspecten hangen ook samen met de landspecifieke aanbeveling voor 2020 inzake het bevorderen van het verwerven van vaardigheden. Kroatië voert ook buiten het herstel- en veerkrachtplan om maatregelen uit, waaronder de ontwikkeling van e-gezondheid, palliatieve zorg, evaluatie van gezondheidstechnologie, het bevorderen van een gezonde levensstijl en ziektepreventie. |
|
(28) |
Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Kroatië. De investeringen in het kader van het cohesiebeleid ter versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteiten vormen een aanvulling op de investeringen en hervormingen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan ter verbetering van de prestaties van de publieke onderzoekssector en de innovatieresultaten van bedrijven. Investeringen in onderwijsvoorzieningen voor alle onderwijsniveaus vormen een aanvulling op de investeringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan en dragen bij aan een bredere toegang tot voor- en vroegschoolse educatie en opvang en hoger onderwijs, en aan de verbetering van de kwaliteit van het primair onderwijs. |
|
(29) |
Het plan biedt een overzicht van de nodige overheidsinvesteringen in Kroatië in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, met uitzondering van de vierde prioriteit, die betrekking heeft op de opbouw van defensievermogens. Het plan heeft ten doel bij te dragen aan de nodige overheidsinvesteringen van Kroatië in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Wat de eerste gemeenschappelijke prioriteit met betrekking tot een rechtvaardige, groene en digitale transitie – met inachtneming van de Europese klimaatwet – betreft, beschrijft het plan de investeringsbehoeften voor 78 maatregelen. De maatregelen hebben onder andere betrekking op investeringen in groene en waterstofenergie, energie-efficiëntie en de bevordering van schone energie, investeringen in duurzaam stedelijk en spoorvervoer, digitalisering van het openbaar bestuur en het rechtsstelsel, en de ondersteuning en bevordering van onderzoek en ontwikkeling. Voor de prioriteit die verband houdt met sociale en economische veerkracht, waaronder de Europese pijler van sociale rechten, worden in het plan de investeringsbehoeften voor 30 maatregelen beschreven. Deze hebben onder andere betrekking op maatregelen ter verbetering van de toegang tot betaalbare huisvesting, programma’s voor volwasseneneducatie, tegoedbonnen voor om- en bijscholing, actief arbeidsmarktbeleid, de bouw en verbetering van voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang, basisscholen en middelbare scholen, onder andere om de overgang naar een éénploegendienst in het basisonderwijs te voltooien, en maatregelen voor demografische revitalisering om gezinnen met kinderen te ondersteunen en ontvolking te voorkomen. Ten aanzien van de prioriteit op het gebied van energiezekerheid worden in het plan de investeringsbehoeften voor 15 maatregelen beschreven, onder andere met betrekking tot het verbeteren van de energie-efficiëntie door middel van renovatie van gebouwen, het bevorderen van schone energie door middel van de ontwikkeling van waterstofproductiecapaciteit en oplaadstations, en het verbeteren van het elektriciteitsnet. |
Conclusie van de beoordeling van de Commissie
|
(30) |
Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Kroatië aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet. |
ALGEMENE CONCLUSIE VAN DE RAAD
|
(31) |
De Raad is ingenomen met het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Kroatië en is van oordeel dat de volledige uitvoering ervan zou helpen gezonde overheidsfinanciën te waarborgen en de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei te ondersteunen. |
|
(32) |
De Raad neemt nota van de beoordeling van het plan door de Commissie. De Raad verzoekt de Commissie echter om bij toekomstige plannen haar beoordeling in een afzonderlijk document op te nemen, los van haar aanbevelingen voor aanbevelingen van de Raad. |
|
(33) |
De Raad neemt nota van de beoordeling door de Commissie van het netto-uitgavenpad en de belangrijkste macro-economische aannamen in het plan, onder meer met betrekking tot de voorafgaande richtsnoeren van de Commissie, alsook van de gevolgen van het netto-uitgavenpad in het plan voor het overheidstekort en de overheidsschuld. De Raad neemt nota van de beoordeling van de Commissie dat de macro-economische en budgettaire aannamen, hoewel zij in sommige gevallen afwijken van de aannamen van de Commissie, onder meer om rekening te houden met geactualiseerde macro-economische en begrotingsgegevens, over het algemeen naar behoren gerechtvaardigd zijn en door deugdelijke economische argumenten worden onderbouwd. De Raad neemt nota van de brede begrotingsstrategie van het plan en de risico’s voor de vooruitzichten, die invloed kunnen hebben op het al dan niet werkelijkheid worden van het macro-economische scenario en de onderliggende aannamen en de uitvoering van het netto-uitgavenpad van het plan. De Raad stelt met name op prijs dat de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de indiening van het plan zijn geraadpleegd op nationaal niveau. De Raad merkt ook op dat de defensie-uitgaven onder druk kunnen komen te staan door geopolitieke risico’s. |
|
(34) |
De Raad verwacht dat Kroatië klaar staat om zijn begrotingsstrategie waar nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat het aanbevolen netto-uitgavenpad wordt gevolgd. De Raad besluit de economische en budgettaire ontwikkelingen, met inbegrip van die welke ten grondslag liggen aan het scenario van het plan, nauwlettend te volgen. |
|
(35) |
De Raad is van oordeel dat er tijdig voor de volgende ronde van het begrotingstoezicht verdere besprekingen nodig zijn om samen overeenstemming te bereiken over de implicaties van de cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven voor het jaarlijkse toezicht. |
|
(36) |
De Raad neemt nota van de beschrijving van de Commissie van de hervormingen en investeringsbehoeften en -voornemens als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, en benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat dergelijke hervormingen en investeringen worden doorgevoerd. De Raad zal, op basis van de door de Commissie ingediende verslagen, dergelijke hervormingen en investeringen beoordelen en in het kader van het Europees Semester toezien op de uitvoering ervan. |
|
(37) |
De Raad ziet uit naar de jaarlijkse voortgangsverslagen van Kroatië, met daarin met name informatie over de vorderingen bij de uitvoering van het door de Raad vastgestelde netto-uitgavenpad, en over de uitvoering van bredere hervormingen en investeringen in het kader van het Europees Semester. |
|
(38) |
Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad aan Kroatië worden aanbevolen, |
BEVEELT AAN dat Kroatië:
|
1. |
Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt. |
Gedaan te Brussel, 21 januari 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
A. DOMAŃSKI
(1) Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj).
(2) Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L van 2024/1264, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1264/oj).
(3) Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L, 2024/1265, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1265/oj).
(4) Netto-uitgaven in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263, namelijk de overheidsuitgaven ongerekend i) rente-uitgaven, ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd, iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s, v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.
(5) De aan de lidstaten en het Economisch en Financieel Comité verstrekte voorafgaande richtsnoeren omvatten technische informatie i) met en zonder verlenging van de aanpassingsperiode (respectievelijk vier en zeven jaar), en ii) met/zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
(6) https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/national-medium-term-fiscal-structural-plans_en#Croatia.
(7) De in artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde waarborg voor de weerbaarheid van het tekort houdt in dat het structurele primaire saldo jaarlijks met 0,4 procentpunten van het bbp verbetert (of 0,25 procentpunten van het bbp in geval van een verlenging van de aanpassingsperiode), totdat het structurele tekort lager is dan 1,5 % van het bbp.
(8) Advies van de Commissie over het ontwerpbegrotingsplan van Kroatië, 26.11.2024, C(2024) 9080 final.
(9) Aanbeveling van de Raad van 21 oktober 2024 inzake het economisch, begrotings-, werkgelegenheids- en structuurbeleid van Kroatië (PB C, C/2024/6818, 29.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6818/oj).
(10) Dit komt niet overeen met het op 21 november 2024 ingediende addendum en de daarin gehanteerde conservatieve benadering van het netto-uitgavenpad.
(11) In het scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
(12) Zie het advies van de Commissie van 26 november 2024 over het ontwerpbegrotingsplan van Kroatië.
BIJLAGE I
Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)
Kroatië
|
Jaar |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|
|
Groeipercentage (%) |
Per jaar |
6,4 |
4,9 |
4,1 |
3,7 |
|
Cumulatief (*1) |
26,2 |
32,3 |
37,8 |
42,9 |
|
(*1) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2023. De cumulatieve groeipercentages worden gebruikt bij de jaarlijkse controle van naleving achteraf in de controlerekening.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/638/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)