31999D0785

1999/785/EG: Beschikking van de Raad van 25 november 1999 waarbij de Republiek Finland wordt gemachtigd om, overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen toe te passen of te blijven toepassen op bepaalde minerale oliën die voor bijzondere doeleinden worden gebruikt

Publicatieblad Nr. L 308 van 03/12/1999 blz. 0033 - 0034


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 25 november 1999

waarbij de Republiek Finland wordt gemachtigd om, overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen toe te passen of te blijven toepassen op bepaalde minerale oliën die voor bijzondere doeleinden worden gebruikt

(1999/785/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën(1), inzonderheid op artikel 8, lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Ingevolge artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG kan de Raad, op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen, een lidstaat toestaan uit specifieke beleidsoverwegingen verlaagde accijnstarieven of vrijstelling van accijnzen in te voeren voor minerale oliën.

(2) De Finse autoriteiten hebben de Commissie meegedeeld dat zij aardgas willen vrijstellen van accijns wanneer het gebruikt wordt als motorbrandstof, teneinde het gebruik van gas te stimuleren, met name als brandstof voor het stedelijk vrachtvervoer; naar het oordeel van de Republiek Finland is dit in overeenstemming met het streven om de verkeersemissies te verminderen. Aardgas is wat het effect op het milieu betreft, vergelijkbaar met LPG en zou daarom dezelfde fiscale behandeling moeten genieten wanneer het gebruikt wordt als motorbrandstof, en de vrijstelling voor LPG en methaan zou derhalve tot aardgas moeten worden uitgebreid. Het feit dat aardgas vrijwel dezelfde chemische structuur heeft als methaan, is eveneens een reden om aardgas van accijns vrij te stellen; een verschillende fiscale behandeling voor deze twee gassen zou zeer moeilijk te controleren zijn.

(3) De overige lidstaten zijn op de hoogte gesteld.

(4) De Commissie en alle lidstaten erkennen dat de vrijstelling van accijnsrechten voor aardgas gerechtvaardigd is op grond van overwegingen van miliebeleid en geen aanleiding geeft tot concurrentievervalsing, noch de werking van de interne markt verstoort.

(5) De Commissie onderwerpt de verlagingen en vrijstellingen op gezette tijden aan een onderzoek, teneinde na te gaan of deze verenigbaar zijn met het functioneren van de interne markt en het milieubeleid van de Gemeenschap.

(6) De Republiek Finland heeft verzocht deze vrijstelling van accijnsrechten zo spoedig mogelijk te mogen toepassen; de Raad zal deze vrijstelling aan de hand van een verslag van de Commissie opnieuw onderzoeken vóór 31 december 1999, de datum waarop de bij deze beschikking verleende toestemming verloopt,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG en onverminderd de verplichtingen vastgelegd in Richtlijn 92/82/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor minerale oliën(2), met name de in artikel 7 van deze richtlijn vastgestelde minimumtarieven, wordt de Republiek Finland gemachtigd om tot 31 december 1999 een vrijstelling van accijnsrecht toe te passen op aardgas gebruikt als motorbrandstof.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Finland.

Gedaan te Brussel, 25 november 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

S. SIIMES

(1) PB L 316 van 31.10.1992, blz. 12. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 46).

(2) PB L 316 van 31.10.1992, blz. 19.