European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie C


C/2024/1777

22.3.2024

P9_TA(2023)0302

Oppervlaktewater- en grondwaterverontreinigende stoffen

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 september 2023 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, Richtlijn 2006/118/EG betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand en Richtlijn 2008/105/EG inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid (COM(2022)0540 — C9-0361/2022 — 2022/0344(COD)) (1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(C/2024/1777)

Amendement 1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging - 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)

Water is geen gewone handelswaar, maar een erfgoed dat als zodanig beschermd, verdedigd en behandeld moet worden, om ervoor te zorgen dat ecosystemen worden behouden en er universele toegang tot schoon water is.

Amendement 2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging - 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)

Op 28 juli 2010 erkende de Algemene Vergadering van de VN het recht op veilig en schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen als een mensenrecht dat van wezenlijk belang is dat essentieel is om het leven en alle mensenrechten ten volle te kunnen genieten. Na het succes van het Europees burgerinitiatief “Right2Water” van 2014 heeft de Commissie in 2018 een voorstel tot herziening van de drinkwaterrichtlijn aangenomen en is de desbetreffende gewijzigde richtlijn op 12 januari 2021 in werking getreden. Die richtlijn voorziet in een verplichting voor de lidstaten om de toegang tot voor menselijke consumptie bestemd water te verbeteren en zich daarbij te baseren op de in het kader van Richtlijn 2000/60/EG verworven kennis en uitgevoerde maatregelen. Tevens moeten de lidstaten zorgen voor de doeltreffendheid van het recht op schoon water en sanitaire voorzieningen door de kwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater te verbeteren.

Amendement 3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)

Chemische verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater vormt een bedreiging voor het aquatisch milieu, waarbij effecten optreden als acute en chronische toxiciteit voor in het water levende organismen, accumulatie van verontreinigende stoffen in het ecosysteem en verlies van habitats en biodiversiteit, alsook voor de gezondheid van de mens. De vaststelling van milieukwaliteitsnormen draagt bij tot de verwezenlijking van de ambitie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen voor een gifvrij milieu.

(1)

Chemische verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater vormt een bedreiging voor het aquatisch milieu, waarbij effecten optreden als acute en chronische toxiciteit voor in het water levende organismen, accumulatie van verontreinigende stoffen in het ecosysteem en verlies van habitats en biodiversiteit, alsook voor de gezondheid van de mens. De vaststelling van milieukwaliteitsnormen draagt bij tot de verwezenlijking van de ambitie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen voor een gifvrij milieu als een van de prioritaire doelstellingen van het achtste milieuactieprogramma  (1 bis) .

Amendement 4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)

Volgens het Europees Milieuagentschap bevindt ongeveer 90 % van het oppervlakte van grondwaterlichamen zich in een goede kwantitatieve toestand, bevindt ongeveer 75 % van het oppervlakte van grondwaterlichamen zich in een goede chemische toestand, bevindt 40 % van de oppervlaktewaterlichamen zich in een ecologisch goede of zeer goede toestand, en bevindt 38 % van de oppervlaktewaterlichamen zich in een goede chemische toestand, terwijl uit het rapport van het Europees Milieuagentschap van 4 december 2019 getiteld “The European environment — state and outlook 2020: Knowledge for transition to a sustainable Europe” blijkt dat de waterkwaliteit door een afname van de vervuiling weliswaar is verbeterd, maar dat de Unie medio 2020 ver verwijderd was van het bereiken van een goede ecologische toestand voor alle waterlichamen.

Amendement 5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)

Uit de geschiktheidscontrole van de kaderrichtlijn water van 2019 (“de Fitness Check”) is gebleken dat de volgende ronde van maatregelenprogramma’s een cruciale rol zal spelen bij het waarborgen van de noodzakelijke vooruitgang bij de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG binnen de gestelde termijn van 2027, en dat momenteel meer dan de helft van alle Europese waterlichamen is vrijgesteld op grond van Richtlijn 2000/60/EG, waardoor de uitdagingen voor de lidstaten om binnen een passend tijdsbestek te streven naar de verwezenlijking van de milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen meer dan substantieel zijn. Bovendien kwam uit de geschiktheidscontrole naar voren dat de milieudoelstellingen niet helemaal zijn verwezenlijkt, grotendeels door ontoereikende financiering, trage uitvoering en onvoldoende integratie van milieudoelstellingen in sectoraal beleid, en niet door een tekortkoming in de wetgeving.

Amendement 6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)

Sommige bevolkingsgroepen, waaronder inheemse volken, zijn vanwege geografische en sociaaleconomische factoren kwetsbaarder voor waterverontreiniging. De mijnbouwsector in de Europese Unie zal naar verwachting groeien om de ontwikkeling van de nettonulindustrie te waarborgen. Zoals in rapport 09/2021 van het Europees Milieuagentschap  (1 bis) nogmaals wordt benadrukt, heeft de mijnbouwsector directe gevolgen voor de waterkwaliteit en -kwantiteit; Derhalve is het nodig de bestaande wetgevingskaders beter te implementeren en watergebruik en -lozing ook bij mijnbouwactiviteiten te plannen en te controleren.

Amendement 7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quinquies)

Veel gebieden in de Unie worden geteisterd door ernstige — en steeds ernstigere — waterschaarste. De ernstige en aanhoudende droogten van de afgelopen jaren, met name in het Middellandse Zeegebied, vormen een risico voor de landbouwproductie en veroorzaken een sterke afname van de oppervlakte- en grondwaterreserves  (1 bis) .

Amendement 8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 sexies)

Water is een publiek goed voor iedereen, waarmee, als essentiële natuurlijke hulpbron die onvervangbaar en onmisbaar is voor alle leven, ter dege rekening moet worden gehouden gezien de sociale, economische en milieudimensie ervan. De klimaatverandering, met inbegrip van steeds frequentere natuurrampen en extreme weersomstandigheden, en de achteruitgang van de biodiversiteit hebben een negatieve invloed op de waterkwaliteit en -kwantiteit en leiden tot druk op sectoren die afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van water, in het bijzonder de landbouw.

Amendement 9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 septies)

Het Europees Milieuagentschap (EEA) merkt in zijn verslag “European waters — assessment of status and pressures” uit 2018 bepaalde landbouwpraktijken aan als obstakels voor het bereiken van een goede chemische toestand van grondwater in de Unie omdat zij leiden tot verontreiniging door nitraten en bestrijdingsmiddelen, maar de afgelopen decennia zijn het gebruik van minerale meststoffen en de nutriëntenoverschotten in de Unie gestaag gedaald  (1 bis) . Andere belangrijke bronnen van vervuiling zijn lozingen buiten de riolering, verontreinigde locaties of verlaten industrieterreinen.

Amendement 10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 octies)

Een goede toestand van waterlichamen en efficiënt beheer van waterbronnen zijn van prioritair belang voor de landbouw, aangezien landbouwers water nodig hebben om hun activiteiten uit te voeren en er als zodanig rechtstreeks belang bij hebben dat deze hulpbron duurzaam wordt aangewend.

Amendement 11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 nonies)

Ter bevordering van een transitie naar een duurzamere en productievere landbouwsector die veerkrachtig is met betrekking tot waterschaarste, moeten stimuleringsmaatregelen voor landbouwers worden ingevoerd om het waterbeheer te verbeteren en irrigatiesystemen en -technieken te moderniseren.

Amendement 12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 decies)

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan ernstige gevolgen hebben voor de kwaliteit en kwantiteit van het water dat voor de landbouwsector beschikbaar is, en kan leiden tot een vermindering van zowel de aquatische als de terrestrische biodiversiteit. Het is derhalve gepast om de effecten en de ecotoxicologische aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten in waterlichamen te meten.

Amendement 13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 undecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 undecies)

Het is essentieel dat rekening wordt gehouden met wat er al is bereikt in sectoren als de landbouw, waar de fytosanitaire verontreiniging ten opzichte van 2015-2017 al met 14 % is verminderd en het percentage voor de schadelijkste verontreinigende stoffen zelfs met 26 % is gedaald. De cijfers duiden dan ook op een constante vermindering van het gebruik en het risico van chemicaliën en 2020 was het tweede jaar op rij waarin het gebruik van bestrijdingsmiddelen, met name de gevaarlijkste, aanzienlijk daalde  (1 bis) .

Amendement 14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 duodecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 duodecies)

De chemische verontreiniging van oppervlakte- en grondwater vormt ook een gevaar voor de landbouwsector doordat deze leidt tot beperkingen in de beschikbaarheid van water dat geschikt is voor de irrigatie van gewassen, waardoor de waterschaarste verergert. De Unie en de lidstaten moeten daarom meer steun verlenen voor onderzoek en innovatie om snel oplossingen door te voeren om de schaarste en verontreiniging van oppervlakte- en grondwater aan te pakken, met inbegrip van digitalisering, precisielandbouw, geoptimaliseerde en gemoderniseerde irrigatie en een circulair gebruik van hulpbronnen, een verbeterd klimaatbestendig waterbeheer en een gerichtere toepassing van bestrijdingsmiddelen en meststoffen voor gewassen, minder vervuilende en veiligere alternatieven voor landbouwproductiemiddelen, meer resistente en nutriëntenefficiënte variëteiten van gewassen en een intensiever gebruik van gezuiverd afvalwater voor landbouwirrigatie. Dit moet bijdragen tot de totstandbrenging van een duurzaam en veerkrachtig voedselsysteem in de Unie, waarbij ook de diffuse verontreiniging door de landbouw en de behoefte aan grondwateronttrekking in de landbouwsector worden beperkt.

Amendement 15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)

Bij het streven naar een hoog niveau van milieubescherming en bij de uitvoering van het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen, moet de Unie rekening houden met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio’s van de Unie, de gevolgen voor de voedselzekerheid, de voedselproductie en de betaalbaarheid van voedsel, alsook met gezonde en duurzame voedingspatronen.

Amendement 16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)

De doelstellingen om een “goede toestand van waterlichamen” te bereiken en de beschikbaarheid van water te waarborgen, zijn overlappend, en worden vaak niet op voldoende coherente wijze nagestreefd. Goed waterbeheer moet worden geïntegreerd in alle beleidsmaatregelen van de Unie die betrekking hebben op waterverbruikende sectoren.

Amendement 17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)

Uit de Fitness Check kwam naar voren dat waterdoelstellingen beter moeten worden geïntegreerd in het landbouwbeleid. Met het nieuwe GLB werden maatregelen ingevoerd om het waterbeheer duurzamer te maken. Voor een betere samenhang tussen landbouw- en waterbeleid moeten de lidstaten de mogelijkheden die het nieuwe GLB biedt, ten volle benutten, waterkwesties volledig in hun strategische plannen integreren, met inbegrip van het gebruik van kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (AKIS), en de ontwikkeling van adviesdiensten faciliteren die beste praktijken op het gebied van waterbeheer bevorderen.

Amendement 18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)

Bij Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (45) wordt een kader vastgesteld voor de bescherming van binnenlandse oppervlaktewateren, overgangswateren, kustwateren en grondwater. Dat kader houdt in dat op het niveau van de Unie prioritaire stoffen worden geselecteerd uit stoffen die een significant risico vormen voor of via het aquatisch milieu. Bij Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad (46) zijn voor de hele Unie geldende milieukwaliteitsnormen vastgesteld voor de 45 prioritaire stoffen die zijn opgenomen in bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG en voor acht andere verontreinigende stoffen die reeds vóór de invoering van bijlage X bij Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad (47) op het niveau van de Unie waren gereglementeerd. Bij Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad (48) zijn voor de hele Unie geldende grondwaterkwaliteitsnormen vastgesteld voor nitraten en voor werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen, alsook criteria voor de vaststelling van nationale drempelwaarden voor andere grondwaterverontreinigende stoffen. De richtlijn bevat ook een minimumlijst van twaalf verontreinigende stoffen en de bijbehorende indicatoren waarvoor de lidstaten moeten overwegen dergelijke nationale drempelwaarden vast te stellen . De grondwaterkwaliteitsnormen zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG.

(4)

Bij Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (45) wordt een kader vastgesteld voor de bescherming van binnenlandse oppervlaktewateren, overgangswateren, kustwateren en grondwater. Dat kader houdt in dat op het niveau van de Unie prioritaire stoffen worden geselecteerd uit stoffen die een significant risico vormen voor of via het aquatisch milieu. Bij Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad (46) zijn voor de hele Unie geldende milieukwaliteitsnormen vastgesteld voor de 45 prioritaire stoffen die zijn opgenomen in bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG en voor acht andere verontreinigende stoffen die reeds vóór de invoering van bijlage X bij Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad (47) op het niveau van de Unie waren gereglementeerd. Bij Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad (48) zijn voor de hele Unie geldende grondwaterkwaliteitsnormen vastgesteld voor nitraten en voor werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen, alsook criteria voor de vaststelling van nationale drempelwaarden voor andere grondwaterverontreinigende stoffen. De richtlijn bevat ook een minimumlijst van twaalf verontreinigende stoffen en de bijbehorende indicatoren waarvoor de lidstaten dergelijke nationale drempelwaarden moeten vaststellen . De grondwaterkwaliteitsnormen zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG.

Amendement 19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat verontreiniging door lozing, emissie of verlies van prioritaire gevaarlijke stoffen binnen een gepaste tijdspanne en in elk geval uiterlijk twintig jaar nadat een bepaalde prioritaire stof als gevaarlijk is opgenomen in deel A van bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG, wordt stopgezet of geleidelijk wordt beëindigd. Die tijdspanne dient de toepassing van striktere termijnen in andere toepasselijke Uniewetgeving onverlet te laten.

Amendement 20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)

De overweging om stoffen op te nemen in bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG of in bijlage I of II bij Richtlijn 2006/118/EG wordt gebaseerd op een beoordeling van het risico dat zij inhouden voor de mens en voor het aquatisch milieu. De belangrijkste onderdelen van die beoordeling zijn kennis van de concentraties van de stoffen in het milieu, met inbegrip van informatie die is verzameld via monitoring van de aandachtstoffenlijst, en van de (eco)toxicologische kenmerken van de stoffen, alsook van hun persistentie, bioaccumulatie, carcinogeniteit, mutageniteit, reproductieve toxiciteit, en hormoonontregelend vermogen.

(5)

De overweging om stoffen op te nemen in bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG of in bijlage I of II bij Richtlijn 2006/118/EG wordt gebaseerd op een beoordeling van het risico dat zij inhouden voor de mens en voor het aquatisch milieu. De belangrijkste onderdelen van die beoordeling zijn kennis van de concentraties van de stoffen in het milieu, met inbegrip van informatie die is verzameld via monitoring van de aandachtstoffenlijst, en van de (eco)toxicologische kenmerken van de stoffen, alsook van hun persistentie, bioaccumulatie, toxiciteit, mobiliteit, carcinogeniteit, mutageniteit, reproductieve toxiciteit, en hormoonontregelend vermogen.

Amendement 21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)

Er is een combinatie van beheersingsmaatregelen aan de bron en “end-of-pipe”-maatregelen nodig om de meeste verontreinigende stoffen gedurende hun levenscyclus doeltreffend aan te pakken, met inbegrip van, in voorkomend geval, het ontwerp, de toelating of de goedkeuring van chemische stoffen, de beheersing van emissies tijdens de vervaardiging en het gebruik of andere processen, en de behandeling van afval. De vaststelling van nieuwe of strengere kwaliteitsnormen voor waterlichamen vormt derhalve een aanvulling op en is in overeenstemming met andere Uniewetgeving waarin het vervuilingsprobleem in een of meer van die stadia wordt aangepakt of zou kunnen worden aangepakt, waaronder Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (49), Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (50), Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (51), Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad, (52) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (53), Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad (54), Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (55) 19en Richtlijn 91/271/EEG van de Raad (56).

(7)

Er is een combinatie van beheersingsmaatregelen aan de bron en “end-of-pipe”-maatregelen nodig om de meeste verontreinigende stoffen gedurende hun levenscyclus doeltreffend aan te pakken, met inbegrip van, in voorkomend geval, het ontwerp, de toelating of de goedkeuring van chemische stoffen, de beheersing van emissies tijdens de vervaardiging en het gebruik of andere processen, en de behandeling van afval. De vaststelling van nieuwe of strengere kwaliteitsnormen voor waterlichamen vormt derhalve een aanvulling op en is in overeenstemming met andere Uniewetgeving waarin het vervuilingsprobleem in een of meer van die stadia wordt aangepakt of moet worden aangepakt, waaronder Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (49), Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (50), Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (51), Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (52), Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (53), Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad (54), Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (55) en Richtlijn 91/271/EEG van de Raad. (56) Opdat de lidstaten de in artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde milieudoelstellingen op de best mogelijke en meest kosteneffectieve wijze kunnen verwezenlijken, moeten zij er bij de vaststelling van hun maatregelenprogramma’s voor zorgen dat beheersingsmaatregelen aan de bron voorrang krijgen boven “end-of-pipe”-maatregelen en dat die maatregelen in overeenstemming zijn met de relevante sectorale wetgeving van de Unie inzake verontreiniging. Indien het risico bestaat dat beheersingsmaatregelen aan de bron niet tot een goede toestand van waterlichamen leiden, moeten “end-of-pipe”-maatregelen worden toegepast. De Commissie moet richtsnoeren ontwikkelen voor beste praktijken voor beheersingsmaatregelen aan de bron en de complementariteit van “end-of-pipe”-maatregelen.

Amendement 22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)

Waterverontreiniging is voornamelijk het gevolg van industriële en landbouwactiviteiten, lozingen van afvalwater en stedelijk afvalwater, met inbegrip van regenwater. De Commissie en de lidstaten moeten in hun acties prioriteit geven aan maatregelen ter vermindering van de verontreiniging aan de bron en aan de handhaving van die maatregelen. Daartoe moet worden gezorgd voor samenhang tussen alle onderdelen van de wetgeving van de Unie en van de lidstaten die betrekking hebben op verontreinigende emissies aan de bron, zodat de verontreiniging wordt teruggebracht tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de gezondheid en de natuurlijke ecosystemen worden beschouwd.

Amendement 23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)

Om ervoor te zorgen dat de wetgeving ter voorkoming van verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater gelijke tred houdt met de snel plaatsvindende ontwikkelingen op het gebied van nieuwe en opkomende chemische stoffen, die als verontreinigende stoffen aanzienlijke risico’s met zich mee kunnen brengen voor de menselijke gezondheid of het aquatisch milieu, moeten de beleidsmechanismen voor het opsporen en beoordelen van dergelijke zorgwekkend wordende stoffen worden versterkt. In dit opzicht moet een benadering worden ontwikkeld voor monitoring en analyse van extra aantallen van dergelijke stoffen of groepen stoffen in de aandachtstoffenlijsten voor oppervlaktewater en grondwater. De in de aandachtstoffenlijst op te nemen stoffen of groepen stoffen moeten worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen en waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn. Het aantal stoffen of groepen stoffen dat moet worden gemonitord en geanalyseerd in het kader van de toezichtlijsten voor oppervlaktewater en grondwater, mag niet worden beperkt.

Amendement 24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)

De nieuwe wetenschappelijke kennis wijst op een aanzienlijk risico van diverse andere verontreinigende stoffen die in waterlichamen worden aangetroffen, naast de reeds gereglementeerde verontreinigende stoffen. In het grondwater is een specifiek probleem geconstateerd door middel van vrijwillige monitoring van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) en geneesmiddelen. PFAS zijn aangetroffen in meer dan 70 % van de grondwatermeetpunten in de Unie en de bestaande nationale drempelwaarden worden op een aanzienlijk aantal locaties duidelijk overschreden, en ook worden op grote schaal farmaceutische stoffen aangetroffen. Voor oppervlaktewateren zijn perfluoroctaansulfonzuur en derivaten daarvan reeds als prioritaire stoffen aangewezen, maar andere PFAS worden nu ook als een risico beschouwd. Uit de monitoring van de aandachtstoffenlijst op grond van artikel 8 ter van Richtlijn 2008/105/EG is gebleken dat een aantal farmaceutische stoffen in oppervlaktewateren een risico vormen en derhalve moeten zij aan de lijst van prioritaire stoffen worden toegevoegd.

(8)

De nieuwe wetenschappelijke kennis wijst op een aanzienlijk risico van diverse andere verontreinigende stoffen die in waterlichamen worden aangetroffen, naast de reeds gereglementeerde verontreinigende stoffen. In het grondwater is een specifiek probleem geconstateerd door middel van vrijwillige monitoring van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) en geneesmiddelen. PFAS zijn aangetroffen in meer dan 70 % van de grondwatermeetpunten in de Unie en de bestaande nationale drempelwaarden worden op een aanzienlijk aantal locaties duidelijk overschreden, en ook worden op grote schaal farmaceutische stoffen aangetroffen. Een subset van specifieke PFAS alsook PFAS totaal moeten derhalve aan de lijst van grondwaterverontreinigende stoffen worden toegevoegd. Voor oppervlaktewateren zijn perfluoroctaansulfonzuur en derivaten daarvan reeds als prioritaire stoffen aangewezen, maar andere PFAS worden nu ook als een risico beschouwd. Een subset van specifieke PFAS alsook PFAS totaal moeten derhalve aan de lijst van prioritaire stoffen worden toegevoegd. Om een geharmoniseerde aanpak en een gelijk speelveld in de Unie te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG te wijzigen door een kwaliteitsnorm voor PFAS totaal vast te stellen. Uit de monitoring van de aandachtstoffenlijst op grond van artikel 8 ter van Richtlijn 2008/105/EG is ook gebleken dat een aantal farmaceutische stoffen in oppervlaktewateren een risico vormen en derhalve moeten zij aan de lijst van prioritaire stoffen worden toegevoegd.

Amendement 25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)

Glyfosaat is het voor landbouwdoeleinden meest gebruikte onkruidbestrijdingsmiddel in de Unie. Met betrekking tot deze werkzame stof is ernstige bezorgdheid ontstaan vanwege de gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid en de aquatische toxiciteit. In december 2022 heeft de Commissie besloten de vergunning voor het in de handel brengen van glyfosaat met nog eens één jaar te verlengen, in afwachting van de in juli 2023 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid geplande herbeoordeling van de werkzame stof. Uit verschillende recente wetenschappelijke studies  (1 bis) blijkt echter dat, gezien de aquatische toxiciteit van glyfosaat, AMPA en onkruidbestrijdingsmiddelen op basis van glyfosaat, een milieukwaliteitsnorm (MKN) van minder dan 0,1  μg/l voor alle oppervlaktewaterlichamen moet worden overwogen. Gezien de lopende beoordelingen door de bevoegde regelgevende instanties van de Unie en de bevindingen uit relevante wetenschappelijke studies naar de effecten van glyfosaat op in het water levende organismen, en ter waarborging van een goede chemische toestand van de meeste wateren van de Unie op basis van het voorzorgsbeginsel moet met betrekking tot glyfosaat een gemeenschappelijke en uniforme JG-MKN voor landoppervlaktewateren en afzonderlijk voor andere oppervlaktewateren worden vastgesteld.

Amendement 26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)

Atrazine is een onkruidbestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt voor eenjarige breedbladige onkruiden en eenjarige grassoorten in granen. Het gebruik van atrazine in gewasbeschermingsmiddelen is niet langer toegelaten in de Unie overeenkomstig Beschikking 2004/248/EG van de Commissie  (1 bis) . Atrazine is bewezen een hormoonontregelaar te zijn, met bewijs dat het de voortplanting en ontwikkeling verstoort, en het kan kanker veroorzaken. Het Europees Milieuagentschap, dat tussen 2013 en 2020 heeft beoordeeld of bestrijdingsmiddelen de effect- of kwaliteitsdrempels haalden, heeft vastgesteld dat overschrijdingen van een of meer bestrijdingsmiddelen, voornamelijk overschrijdingen van atrazine en de metabolieten ervan, op 4 % tot 11 % van de locaties voor grondwatermonitoring zijn geconstateerd. Gezien de aanhoudende aanwezigheid ervan in het oppervlakte- en grondwater van de Unie en om ervoor te zorgen dat de drempelwaarden voor atrazine de milieukwaliteitsnormen voor totale bestrijdingsmiddelen en metabolieten niet overschrijden, moet de drempelwaarde voor atrazine in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG worden aangepast, ook overeenkomstig de in Richtlijn (EU) 2020/2184 vastgestelde drempelwaarde voor dezelfde stof  (1 ter) .

Amendement 27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 quater)

Volgens SCHEER  (1 bis) en het EMA  (1 ter) werd de generieke kwaliteitsnorm van 0,1  μg/l en 0,5  μg/l voor grondwater, die respectievelijk werd voorgesteld voor afzonderlijke bestrijdingsmiddelen en voor de som van alle bestrijdingsmiddelen, zoals gespecificeerd in Richtlijn 2006/118/EG, in de jaren tachtig vastgesteld op basis van de op dat moment beschikbare chemisch-analytische gevoeligheid. De standaardwaarde van 0,1  μg/l voor afzonderlijke bestrijdingsmiddelen is niet voldoende beschermend gebleken voor de menselijke gezondheid en het grondwaterecosysteem en is soms aanzienlijk hoger dan de drempelwaarden voor tal van bestrijdingsmiddelen en fungiciden op de lijst van prioritaire stoffen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG. Eveneens rekening houdend met het advies van SCHEER dat geen grondwaterdrempelwaarden hoger mogen zijn dan de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, moet de Commissie de drempelwaarden voor afzonderlijke bestrijdingsmiddelen en de som van alle bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten, in bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG herzien door moderne analysemethoden toe te passen en deze te vergelijken met de beste beschikbare toxicologische kennis. In afwachting van deze evaluatie en in overeenstemming met de voorzorgsbenadering die drinkwaterleveranciers in het Europees grondwatermemorandum  (1 quater) hebben geformuleerd, moeten op basis van het beste wetenschappelijke bewijs dat beschikbaar is tussentijdse drempelwaarden worden vastgesteld.

Amendement 28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 quinquies)

Bisfenol A moet als een prioritaire gevaarlijke stof worden behandeld en moet aan de lijst in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG worden toegevoegd. Uit wetenschappelijke rapporten blijkt dat ook andere bisfenolen dan bisfenol A bewezen hormoonontregelend vermogen hebben en dat mengsels van die bisfenolen een ecotoxicologisch risico vormen. Aangezien deze wetenschappelijke bevindingen aanleiding geven tot bezorgdheid over het veilige gebruik van alternatieven voor bisfenolen die een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid van de mens en het milieu, moet de Commissie een parameter “Bisfenolen totaal” en een passende milieukwaliteitsnorm voor het totaal van bisfenolen vaststellen.

Amendement 29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 sexies)

Volgens het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)  (1 bis) zijn grondwaterecosystemen fundamenteel anders en kunnen ze daarom kwetsbaarder zijn voor stressfactoren dan oppervlaktewaterecosystemen omdat ze niet kunnen herstellen van verstoringen. Daarom moet bij het vaststellen van grondwaterdrempelwaarden een voorzorgsbenadering worden toegepast voor de bescherming van de menselijke gezondheid, grondwaterecosystemen en van grondwater afhankelijke ecosystemen. Overeenkomstig het advies van het EMA moeten de drempelwaarden voor grondwater, als gevolg van deze kwetsbaarheid, normaal gesproken 10 keer lager liggen dan de overeenkomstige drempelwaarden voor oppervlaktewateren. Wanneer echter het werkelijke risico voor de ecosystemen van het grondwater kan worden vastgesteld, kan het passend zijn de drempelwaarden voor grondwater op een ander niveau vast te stellen.

Amendement 30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)

Krachtens het toepasselijke Unierecht zijn de lidstaten verplicht aangetaste wateren en wateren die gevaar lopen te identificeren, nitraatgevoelige gebieden aan te wijzen, actieprogramma’s te ontwikkelen en relevante maatregelen te treffen. In dit opzicht moeten de controlemaatregelen en systemen voor waterkwaliteitsmeting van de lidstaten beter worden geharmoniseerd, zodat in de Unie homogene normen kunnen worden gebruikt die vergelijkingen tussen de lidstaten mogelijk maken en mededingingsproblemen binnen de Europese landbouwsector, die de interne markt verstoren, kunnen worden voorkomen.

Amendement 31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)

Hoewel er bezorgdheid is geuit over het risico dat resistentie tegen antimicrobiële stoffen zich ontwikkelt als gevolg van de aanwezigheid van micro-organismen met resistentie tegen antimicrobiële middelen en van genen voor een dergelijke resistentie in het aquatisch milieu, is er tot dusver weinig monitoring uitgevoerd. Relevante genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen moeten ook worden opgenomen in de aandachtstoffenlijsten voor oppervlakte- en grondwater en moeten worden gemonitord zodra geschikte monitoringmethoden zijn ontwikkeld. Dit is in overeenstemming met het Europees “één gezondheid”-actieplan tegen resistentie tegen antimicrobiële middelen, dat in juni 2017 door de Commissie is goedgekeurd, en met de farmaceutische strategie voor Europa, waarin dit probleem ook wordt aangepakt.

(10)

Naar schatting waren in 2019 wereldwijd tussen 900 000 en 1,7  miljoen sterfgevallen toe te schrijven aan infecties door antimicrobiële resistentie (AMR)  (1 bis) . Tegelijkertijd is er bezorgdheid geuit over het risico dat resistentie tegen antimicrobiële stoffen zich ontwikkelt als gevolg van de aanwezigheid van micro-organismen met resistentie tegen antimicrobiële middelen en van genen voor een dergelijke resistentie in het aquatisch milieu, maar er is tot dusver weinig monitoring uitgevoerd. Relevante genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen moeten ook worden opgenomen in de aandachtstoffenlijsten voor oppervlakte- en grondwater en moeten worden gemonitord zodra geschikte monitoringmethoden zijn ontwikkeld. Dit is in overeenstemming met het Europees “één gezondheid”-actieplan tegen resistentie tegen antimicrobiële middelen, dat in juni 2017 door de Commissie is goedgekeurd, en met de farmaceutische strategie voor Europa, waarin dit probleem ook wordt aangepakt.

Amendement 32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 van de Commissie tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2013/652/EU1 bis bevat het kader voor het verkrijgen van vergelijkbare en betrouwbare gegevens over antimicrobiële resistentie in de Europese Unie, onder meer door het afvalwater van slachthuizen — een potentiële drager van antibioticaresistente bacteriën en derhalve een mogelijke route van milieuverontreiniging — te monitoren. Er zijn al antibioticaresistente bacteriën aangetroffen in water dat door slachthuizen wordt geloosd.

Amendement 33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)

Er is bezorgdheid geuit over het risico op sulfaten en xanthaten in het aquatisch milieu. Sulfaten tasten niet alleen de drinkwaterkwaliteit aan, ze beïnvloeden ook de materiaalcycli van koolstof, stikstof en fosfor. Dit verhoogt onder andere de belasting met voedingsstoffen in waterlichamen en daarmee de groei van planten en algen en vergroot ook het voedselaanbod voor waterorganismen en leidt tot een afname van zuurstof in het water. Sulfaten en hun afbraakproducten, vooral sulfide, kunnen onder bepaalde omstandigheden een toxisch effect hebben op het waterleven. Standaard testresultaten geven aan dat sommige xanthaten en hun afbraakproducten toxisch zijn voor ongewervelde waterdieren en vissoorten en dat ze kunnen bioaccumuleren. Sulfaten zijn al opgenomen als grondwaterverontreinigende stof, maar er heeft te weinig monitoring plaatsgevonden. Sulfaten moeten daarom in de aandachtstoffenlijsten voor oppervlakte- en grondwater worden opgenomen. Xanthaten moeten in de aandachtstoffenlijst voor oppervlaktewater worden opgenomen.

Amendement 34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quater)

Stoffen als microplastics vormen duidelijk een risico voor de volksgezondheid en het milieu, maar ook voor basisactiviteiten zoals de ontwikkeling van de landbouw. De aanwezigheid van dergelijke stoffen en andere deeltjes kan niet alleen gevolgen hebben voor het water dat wordt gebruikt voor vee en gewassen, maar ook voor de vruchtbaarheid van de grond, waardoor de gezondheid en goede ontwikkeling van huidige en toekomstige gewassen in gevaar komt  (1 bis) .

Amendement 35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)

Gezien het toenemende bewustzijn van de relevantie van mengsels en derhalve van effectgerichte monitoring voor het bepalen van de chemische toestand, en gezien het feit dat er reeds voldoende robuuste, effectgerichte monitoringmethoden bestaan voor oestrogene stoffen, moeten de lidstaten die methoden toepassen om de cumulatieve effecten van oestrogene stoffen in oppervlaktewateren te beoordelen over een periode van ten minste twee jaar. Dit zal het mogelijk maken de effectgerichte resultaten te vergelijken met de resultaten die zijn verkregen met behulp van de conventionele methoden voor de monitoring van de drie oestrogene stoffen die zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG. Die vergelijking zal worden gebruikt om te beoordelen of effectgerichte monitoringmethoden als betrouwbare screeningmethoden kunnen worden gebruikt. Het gebruik van dergelijke screeningsmethoden zou als voordeel hebben dat de effecten van alle oestrogene stoffen met vergelijkbare effecten kunnen worden bestreken, en niet alleen die welke zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG. De definitie van milieukwaliteitsnormen in Richtlijn 2000/60/EG moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat hieronder in de toekomst ook triggerwaarden kunnen vallen die zouden kunnen worden vastgesteld om de resultaten van effectgerichte monitoring te beoordelen.

(11)

De bestaande en conventionele monitoringmethoden voor het bepalen van de chemische toestand van waterlichamen zijn over het algemeen minder doeltreffend voor het vaststellen van de gevolgen van complexe mengsels van chemische stoffen voor de waterkwaliteit. Gezien het toenemende bewustzijn van de relevantie van mengsels en derhalve van effectgerichte monitoring voor het bepalen van de chemische toestand, en gezien het feit dat er reeds voldoende robuuste, effectgerichte monitoringmethoden bestaan voor oestrogene stoffen, moeten de lidstaten die methoden toepassen om de cumulatieve effecten van oestrogene stoffen in oppervlaktewateren te beoordelen over een periode van ten minste twee jaar. Dit zal het mogelijk maken de effectgerichte resultaten te vergelijken met de resultaten die zijn verkregen met behulp van de conventionele methoden voor de monitoring van de drie oestrogene stoffen die zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG. Die vergelijking moet worden opgenomen in een door de Commissie gepubliceerd evaluatieverslag waarin zij beoordeelt of effectgerichte monitoringmethoden betrouwbare en accurate gegevens leveren en als betrouwbare screeningmethoden kunnen worden gebruikt. Het gebruik van dergelijke screeningsmethoden zou als voordeel hebben dat de effecten van alle oestrogene stoffen met vergelijkbare effecten kunnen worden bestreken, en niet alleen die welke zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG . De Commissie moet de bevoegdheid krijgen tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen ter aanvulling van Richtlijn 2008/105/EG voor de vaststelling van de wijze waarop de lidstaten in afwachting van een mogelijke toekomstige vaststelling van effectgerichte triggerwaarden effectgerichte monitoring kunnen uitvoeren voor het beoordelen van de aanwezigheid van andere stoffen in waterlichamen . De definitie van milieukwaliteitsnormen in Richtlijn 2000/60/EG moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat hieronder in de toekomst ook triggerwaarden kunnen vallen die zouden kunnen worden vastgesteld om de resultaten van effectgerichte monitoring te beoordelen.

Amendement 36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)

Er moeten strengere drempelwaarden worden vastgesteld wanneer kwaliteitsnormen voor grondwater ertoe kunnen leiden dat de uit hoofde van Richtlijn 2006/118/EG vereiste milieudoelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG voor de betrokken waterlichamen niet worden gehaald. Die eis uit hoofde van Richtlijn 2006/118/EG moet verder worden uitgebreid om kwetsbare gebieden beter tegen verontreiniging te beschermen.

Amendement 37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)

In de evaluatie van de waterwetgeving van de Unie (58) (de “evaluatie”) werd geconcludeerd dat het proces voor het vaststellen en in een lijst opnemen van verontreinigende stoffen die van invloed zijn op oppervlakte- en grondwater en voor het vaststellen of herzien van kwaliteitsnormen voor die stoffen in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis, kan worden versneld. Indien die taken door de Commissie zouden worden uitgevoerd, in plaats van in het kader van de gewone wetgevingsprocedure waarin momenteel is voorzien in de artikelen 16 en 17 van Richtlijn 2000/60/EG en in artikel 10 van Richtlijn 2006/118/EG, zou de werking van de aandachtstoffenlijstmechanismen voor oppervlakte- en grondwater, met name wat betreft het tijdschema en de volgorde van opneming in de lijst, monitoring en beoordeling van de resultaten, kunnen worden verbeterd, zouden de verbanden tussen het aandachtstoffenlijstmechanisme en de toetsingen van de lijsten van verontreinigende stoffen kunnen worden versterkt, en zou er bij wijzigingen van de lijsten van verontreinigende stoffen sneller rekening kunnen worden gehouden met de wetenschappelijke vooruitgang. Daarom, en gezien de noodzaak om de lijsten van verontreinigende stoffen en de bijbehorende milieukwaliteitsnormen onverwijld te wijzigen in het licht van nieuwe wetenschappelijke en technische kennis, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG te wijzigen met betrekking tot de lijst van prioritaire stoffen en overeenkomstige milieukwaliteitsnormen in deel A van die bijlage en om bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG te wijzigen met betrekking tot de lijst van grondwaterverontreinigende stoffen en kwaliteitsnormen in die bijlage. In dit verband moet de Commissie rekening houden met de resultaten van de monitoring van stoffen op de aandachtstoffenlijsten voor oppervlakte- en grondwater. Bijgevolg moeten de artikelen 16 en 17 van Richtlijn 2000/60/EG en bijlage X bij die richtlijn, alsook artikel 10 van Richtlijn 2006/118/EG worden geschrapt.

(12)

In de evaluatie van de waterwetgeving van de Unie (58) (de “evaluatie”) werd geconcludeerd dat het proces voor het vaststellen en in een lijst opnemen van verontreinigende stoffen die van invloed zijn op oppervlakte- en grondwater en voor het vaststellen of herzien van kwaliteitsnormen voor die stoffen in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis, kan worden versneld. Daarom moet in het kader van toekomstige herzieningen van bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG wat betreft de lijst van prioritaire stoffen en overeenkomstige milieukwaliteitsnormen vastgesteld in deel A van die bijlage en van bijlage I bij Richtlijn 2006/118/EG, de werking van de aandachtstoffenlijstmechanismen voor oppervlakte- en grondwater, met name wat betreft het tijdschema en de volgorde van opneming in de lijst, monitoring en beoordeling van de resultaten, worden verbeterd, moeten de verbanden tussen het aandachtstoffenlijstmechanisme en de toetsingen van de lijsten van verontreinigende stoffen kunnen versterkt, en moet de evaluatieperiode voor de lijsten van verontreinigende stoffen worden aangepast om sneller rekening te kunnen worden gehouden met de wetenschappelijke vooruitgang . In dit verband moet de Commissie rekening houden met de resultaten van de monitoring van stoffen op de aandachtstoffenlijsten voor oppervlakte- en grondwater. Bijgevolg moeten de artikelen 16 en 17 van Richtlijn 2000/60/EG en bijlage X bij die richtlijn, alsook artikel 10 van Richtlijn 2006/118/EG worden geschrapt , met behoud van de verplichting maatregelen te nemen die gericht zijn op de stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen .

Amendement 38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)

In het algemeen blijkt uit de conclusies van de geschiktheidscontrole dat de richtlijnen in grote lijnen geschikt zijn voor het beoogde doel, met ruimte voor verbetering, onder meer door de correcte verwezenlijking van de doelstellingen ervan te versnellen, wat met meer EU-financiering kan worden bereikt. Uit de controle blijkt dat de richtlijnen tot dusver over het algemeen hebben geleid tot een hoger beschermingsniveau voor waterlichamen en een beter overstromingsrisicobeheer.

Amendement 39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)

Beslissingen met betrekking tot de selectie en herziening van stoffen en de vaststelling van milieukwaliteitsnormen moeten worden gebaseerd op een risicobeoordeling en hierbij moet een evenredige, transparante en wetenschappelijk gestaafde benadering worden gevolgd en aanbevelingen van het Europees Parlement, de lidstaten en relevante belanghebbenden in acht worden genomen.

Amendement 40

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)

Hoewel in Richtlijn 2000/60/EG regels zijn vastgesteld die nodig zijn om vooruitgang te boeken op het gebied van waterkwantiteit en -kwaliteit, is uit de Fitness Check gebleken dat de trage vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn onder meer kan worden toegeschreven aan een gebrek aan financiële middelen en aan de complexiteit van de regelgeving en het milieu, met inbegrip van mogelijk vertraagde reacties van het grondwater op de maatregelen en vertragingen met betrekking tot de rapportagetermijnen. Maatregelen die de toestand van waterlichamen verbeteren door middel van het herstel van rivieren en ecosysteemdiensten leveren financiële baten op die veel groter zijn dan de kosten en kunnen onnodige uitgaven van de lidstaten verminderen. Voorts wijst de controle op een ontoereikende uitvoering, een ontoereikend toepassingsgebied en onvoldoende of ontoereikende herstelmaatregelen om hydrologische en ecologische connectiviteit te waarborgen  (1 bis) .

Amendement 41

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)

Om een geharmoniseerde aanpak en een gelijk speelveld in de Unie te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om deel B van bijlage II bij Richtlijn 2006/118/EG te wijzigen door de lijst van verontreinigende stoffen waarvoor de lidstaten moeten overwegen nationale drempelwaarden vast te stellen , aan te passen.

(15)

Om een geharmoniseerde aanpak en een gelijk speelveld in de Unie te garanderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om deel B van bijlage II bij Richtlijn 2006/118/EG te wijzigen door de lijst van verontreinigende stoffen waarvoor de lidstaten nationale drempelwaarden moeten vaststellen , aan te passen.

Amendement 42

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)

Om te voorzien in adequate beschermingsnormen voor gebieden met een grote ecologische waarde, kwetsbaarheid of verontreiniging, zoals grotten en karstgebieden, die ecosystemen bevatten die bijzonder gevoelig zijn voor verontreiniging en een belangrijke drinkwatervoorziening vormen, alsook voor voormalige industrieterreinen en andere gebieden met bekende historische verontreiniging, moet de Commissie een beoordeling van de chemische toestand van dergelijke gebieden publiceren en zo nodig een wetgevingsvoorstel indienen om Richtlijn 2006/118/EG dienovereenkomstig te herzien.

Amendement 43

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)

Om doeltreffende en coherente besluitvorming te waarborgen en synergieën tot stand te brengen met de werkzaamheden in het kader van andere wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen, moet aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“ECHA”) een permanente en duidelijk afgebakende rol worden toegekend bij de prioriteitstelling voor de stoffen die moeten worden opgenomen in de aandachtstoffenlijsten en in de lijsten van stoffen in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2008/105/EG en de bijlagen I en II bij Richtlijn 2006/118/EG, en bij de vaststelling van passende wetenschappelijk onderbouwde kwaliteitsnormen. Het Comité risicobeoordeling (RAC) en het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC) van het ECHA moeten de uitvoering van bepaalde aan het ECHA opgedragen taken vergemakkelijken door adviezen te verstrekken. Het ECHA moet ook zorgen voor een betere coördinatie tussen de verschillende onderdelen van het milieurecht door middel van meer transparantie met betrekking tot de verontreinigende stoffen die op een aandachtstoffenlijst staan of de ontwikkeling van Uniebrede of nationale milieukwaliteitsnormen of drempelwaarden, door relevante wetenschappelijke verslagen openbaar te maken.

(21)

Om doeltreffende en coherente besluitvorming te waarborgen en synergieën tot stand te brengen met de werkzaamheden in het kader van andere wetgeving van de Unie inzake chemische stoffen, moet aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“ECHA”) een permanente en duidelijk afgebakende rol worden toegekend bij de prioriteitstelling voor de stoffen die moeten worden opgenomen in de aandachtstoffenlijsten en in de lijsten van stoffen in de bijlagen I en II bij Richtlijn 2008/105/EG en de bijlagen I en II bij Richtlijn 2006/118/EG, en bij de vaststelling van passende wetenschappelijk onderbouwde kwaliteitsnormen. Het Comité risicobeoordeling (RAC) en het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC) van het ECHA moeten de uitvoering van bepaalde aan het ECHA opgedragen taken vergemakkelijken door adviezen te verstrekken. Het ECHA moet ook zorgen voor een betere coördinatie tussen de verschillende onderdelen van het milieurecht door middel van meer transparantie met betrekking tot de verontreinigende stoffen die op een aandachtstoffenlijst staan of de ontwikkeling van Uniebrede of nationale milieukwaliteitsnormen of drempelwaarden, door relevante wetenschappelijke verslagen openbaar te maken. In verband met de beoordeling van drempelwaarden voor farmaceutische stoffen moet het ECHA samenwerken met het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).

Amendement 44

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)

Een betere integratie van de gegevensstromen die aan het EEA worden gerapporteerd in het kader van de waterwetgeving van de Unie, en met name van de inventarissen van emissies zoals vereist bij Richtlijn 2008/105/EG, met de gegevensstromen die overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU en Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad  (61) op het portaal voor industriële emissies worden gerapporteerd, zal de rapportage van de inventarissen overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2008/105/EG eenvoudiger en efficiënter maken. Tegelijkertijd zullen de administratieve last en de werkdruk op piekmomenten bij de voorbereiding van de stroomgebiedbeheerplannen worden verminderd. In combinatie met de afschaffing van de tussentijdse verslaglegging over de voortgang van maatregelenprogramma’s, die niet doeltreffend is gebleken, zal deze vereenvoudigde verslaglegging de lidstaten in staat stellen zich meer te richten op het rapporteren van emissies die niet onder de wetgeving inzake industriële emissies vallen, maar wel onder de rapportage van emissies uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2008/105/EG.

Schrappen

Amendement 45

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)

Er moet rekening worden gehouden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang op het gebied van monitoring van de toestand van waterlichamen overeenkomstig de monitoringvoorschriften van bijlage V bij Richtlijn 2000/60/EG. Daarom moet het de lidstaten worden toegestaan gebruik te maken van de gegevens en diensten van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden.

(31)

Er moet rekening worden gehouden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang en de best beschikbare methoden op het gebied van monitoring van de toestand van waterlichamen overeenkomstig de monitoringvoorschriften van bijlage V bij Richtlijn 2000/60/EG. Daarom moet het de lidstaten worden toegestaan gebruik te maken van de gegevens en diensten van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden.

Amendement 46

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)

Industriële activiteiten in verband met de energietransitie kunnen de negatieve effecten op de waterkwaliteit verergeren. Om dergelijke toekomstige effecten, zoals veranderingen in natuurlijke stromingspatronen en temperatuur, en de waterverontreiniging te beperken, moet het volledige scala aan potentiële factoren worden beoordeeld, evenals de maatregelen die moeten worden genomen om een goede waterkwaliteit te bereiken en te behouden. Daarom moeten de lidstaten regelmatig de effecten van industriële activiteiten in verband met de energietransitie op de waterkwaliteit evalueren en de Commissie op de hoogte stellen van nieuwe bedreigingen, zodat de aandachtstoffenlijst dienovereenkomstig kan worden bijgewerkt. De evaluatie moet eenvoudig openbaar toegankelijk zijn en de actualisering moet buiten de algemene actualiseringscycli kunnen plaatsvinden om te zorgen voor een voortdurende verbetering van de waterkwaliteitsbeoordeling.

Amendement 47

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 ter)

In haar mededeling van 11 december 2019 over de Europese Green Deal en haar mededeling van 14 oktober 2020 over de verbetering van de toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden heeft de Commissie zich ertoe verbonden maatregelen te nemen om de toegang tot nationale rechterlijke instanties in alle lidstaten te verbeteren voor burgers en niet-gouvernementele milieuorganisaties die de verenigbaarheid met het milieurecht van administratieve handelingen met gevolgen voor het milieu om specifieke redenen in twijfel trekken. In de laatstgenoemde mededeling stelt de Commissie dat “[d]e toegang tot de rechter in milieuaangelegenheden, zowel via het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), als via de nationale rechters als Unierechters, […] een belangrijke ondersteunende rol [speelt] bij het realiseren van de transitie in het kader van de Europese [Green] Deal, en […] de rol van waakhond [versterkt] die het maatschappelijk middenveld speelt in de democratische ruimte”. Deze verbintenissen moeten ook ten uitvoer worden gelegd in het kader van Richtlijn 2000/60/EG.

Amendement 48

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 quater)

Zoals bevestigd in de jurisprudentie van het HvJ-EU  (1 bis) , moeten niet-gouvernementele milieuorganisaties en rechtstreeks betrokken personen procesbevoegdheid krijgen om een besluit van een overheidsinstantie aan te vechten dat in strijd is met de milieudoelstellingen van artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG. Teneinde de toegang tot nationale rechterlijke instanties in de betrokken zaken in de hele Unie te verbeteren en niet-gouvernementele milieuorganisaties en rechtstreeks betrokken personen in staat te stellen zich op het nationale recht te beroepen bij het aanvechten van besluiten die in strijd zijn met Richtlijn 2000/60/EG, moeten in Richtlijn 2000/60/EG bepalingen worden vastgesteld om de toegang tot de rechter te waarborgen.

Amendement 49

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)

Gezien de steeds vaker voorkomende onvoorziene weersomstandigheden, met name extreme overstromingen en langdurige droogten, en het toenemende aantal aanzienlijke verontreinigingsincidenten die grensoverschrijdende onopzettelijk veroorzaakte verontreiniging tot gevolg hebben of verergeren, moeten de lidstaten worden verplicht ervoor te zorgen dat onmiddellijk informatie over dergelijke incidenten wordt verstrekt aan andere potentieel getroffen lidstaten, en doeltreffend samen te werken met de potentieel getroffen lidstaten om de gevolgen van het voorval of incident te beperken. Ook moet de samenwerking tussen de lidstaten worden versterkt en moeten de procedures voor grensoverschrijdende samenwerking worden gestroomlijnd in geval van problemen van meer structurele aard, d.w.z. grensoverschrijdende, opzettelijk veroorzaakte en langetermijnproblemen die niet op het niveau van de lidstaten kunnen worden geregeld, overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 2000/60/EG. Indien Europese bijstand nodig is, kunnen de bevoegde nationale autoriteiten verzoeken om bijstand indienen bij het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties van de Commissie, dat eventueel aangeboden bijstand en de inzet ervan via het Uniemechanisme voor civiele bescherming zal coördineren, overeenkomstig artikel 15 van Besluit 1313/2013 van het Europees Parlement en de Raad (64).

(32)

Gezien de steeds vaker voorkomende onvoorziene weersomstandigheden, met name extreme overstromingen en langdurige droogten, en het toenemende aantal aanzienlijke verontreinigingsincidenten die grensoverschrijdende verontreiniging tot gevolg hebben of verergeren, moeten de lidstaten worden verplicht ervoor te zorgen dat onmiddellijk informatie over dergelijke incidenten wordt verstrekt aan andere potentieel getroffen lidstaten, en doeltreffend samen te werken met de potentieel getroffen lidstaten om de gevolgen van het voorval of incident te beperken. Ook moet de samenwerking tussen de lidstaten worden versterkt en moeten de procedures voor grensoverschrijdende samenwerking worden gestroomlijnd in geval van problemen van meer structurele aard, d.w.z. grensoverschrijdende, opzettelijk veroorzaakte en langetermijnproblemen die niet op het niveau van de lidstaten kunnen worden geregeld, overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 2000/60/EG. Indien Europese bijstand nodig is, kunnen de bevoegde nationale autoriteiten verzoeken om bijstand indienen bij het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties van de Commissie, dat eventueel aangeboden bijstand en de inzet ervan via het Uniemechanisme voor civiele bescherming zal coördineren, overeenkomstig artikel 15 van Besluit nr.  1313/2013 /EU van het Europees Parlement en de Raad (64). Aangezien stroomgebiedsdistricten zich ook tot buiten het grondgebied van de Unie kunnen uitstrekken, zou het waarborgen van een doeltreffende uitvoering van de relevante bepalingen voor waterbescherming in het kader van Richtlijn 2000/60/EG, alsmede een passende coördinatie met de betrokken niet-lidstaten, ook bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG voor die specifieke stroomgebiedsdistricten, als bedoeld in artikel 3, lid 5, van Richtlijn 2000/60/EG. Daarnaast moeten gewapende conflicten die plaatsvinden in de onmiddellijke geografische nabijheid van de Unie ook worden beschouwd als uitzonderlijke gebeurtenissen vanwege hun omvangrijke negatieve grensoverschrijdende milieueffecten, met inbegrip van lucht-, bodem- en waterverontreiniging. Aangezien de door dergelijke conflicten getroffen stroomgebieden zich binnen de grenzen van de Unie uitstrekken, moeten de Commissie en de lidstaten hun inspanningen opvoeren om een passende coördinatie tot stand te brengen met de betrokken niet-lidstaten als bedoeld in artikel 3, lid 5, van Richtlijn 2000/60/EG.

Amendement 50

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)

De Europese Rekenkamer merkt in haar Speciaal verslag van 19 mei 2021 getiteld “Het beginsel “de vervuiler betaalt”: inconsistente toepassing in de milieubeleidslijnen en -acties van de EU” op dat de lidstaten al ongeveer 100 miljard EUR per jaar uitgeven aan watervoorziening en waterzuivering en dat die uitgaven naar verwachting met meer dan 25 % zullen stijgen om de doelstellingen van de Uniewetgeving inzake afvalwaterzuivering en drinkwater te halen; dit is exclusief de investeringen die nodig zijn om bestaande infrastructuur te vernieuwen of te voldoen aan de doelstellingen van de kaderrichtlijn water en de overstromingsrichtlijn. Bovendien betalen de gebruikers in de Unie via de watertarieven gemiddeld ongeveer 70 % van de kosten voor het leveren van waterdiensten, terwijl de overheid de resterende 30 % financiert, hoewel er aanzienlijke verschillen zijn tussen regio’s en lidstaten. Meestal worden de kosten voor watervoorziening en waterzuivering worden voornamelijk gedragen door huishoudens, hoewel ze slechts 10 % van het water verbruiken, terwijl de economische sectoren die de grootste druk leggen op hernieuwbare zoetwaterbronnen, het minst bijdragen tot het dekken van die kosten.

Amendement 51

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 ter)

De kosten van monitoringprogramma’s voor het bepalen van de toestand van oppervlaktewater en grondwater worden uitsluitend gefinancierd uit de begrotingen van de lidstaten. Die monitoringkosten zullen naar verwachting nog verder stijgen, aangezien het aantal chemische stoffen dat in het aquatisch milieu wordt aangetroffen voortdurend verandert, er steeds meer opkomende verontreinigende stoffen zijn die pas sinds kort in het aquatisch milieu terechtkomen, de methoden voor chemische analyse voortdurend moeten worden verbeterd om deze opkomende en nieuwe verontreinigende stoffen op te sporen en de milieu-impact ervan correct te kunnen beoordelen, en er ook nieuwe monitoringmethoden moeten worden ontwikkeld om de effecten van chemische mengsels beter te kunnen beoordelen. Om die kosten te dekken, en in overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt, vastgelegd in artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), is het van essentieel belang dat producenten die in de Unie producten in de handel brengen die stoffen bevatten waarvan is aangetoond dat zij negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens en het aquatisch milieu, de financiële verantwoordelijkheid dragen voor de maatregelen die nodig zijn voor de controle op de in het kader van hun commerciële activiteiten gegenereerde stoffen die in het oppervlaktewater en het grondwater worden aangetroffen. Een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is waarschijnlijk het meest geschikte middel om dit te bereiken, aangezien het de financiële lasten voor de belastingbetaler zou beperken en tegelijkertijd een stimulans zou bieden om groenere producten te ontwikkelen. De Commissie moet daarom een effectbeoordeling opstellen waarin wordt onderzocht of in Richtlijn 2006/118/EG en Richtlijn 2008/105/EG een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet worden opgenomen dat van toepassing is op prioritaire stoffen in de zin van Richtlijn 2006/118/EG en Richtlijn 2008/105/EG, alsook op opkomende en nieuwe verontreinigende stoffen, zoals gedefinieerd in de aandachtstoffenlijsten uit hoofde van Richtlijn 2006/118/EG en Richtlijn 2008/105/EG. De effectbeoordeling moet waar nodig vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om de Richtlijnen 2006/118/EG en 2008/105/EG te herzien.

Amendement 52

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 quater)

De monitoring van een groter aantal stoffen of groepen stoffen brengt hogere kosten met zich mee, maar ook de behoefte aan meer administratieve capaciteit in de lidstaten, vooral in de lidstaten met schaarsere middelen. In het licht hiervan moet de Commissie een gezamenlijke Europese monitoringfaciliteit opzetten voor het beheer van de monitoringvoorschriften indien de lidstaten daar om verzoeken, om zo hun financiële en administratieve lasten te verlichten. De Commissie moet de werkmethodes van de monitoringfaciliteit vaststellen. Het gebruik van een dergelijke faciliteit moet vrijwillig zijn en geen afbreuk doen aan de door de lidstaten reeds getroffen regelingen.

Amendement 53

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 quinquies)

Gebleken is dat er behoefte is aan investeringen in de watersector en dat EU-financiering van vitaal belang is voor sommige lidstaten om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/105/EG en Richtlijn 2006/118/EG. Alle lidstaten moeten hun uitgaven met ten minste 20 % verhogen om aan de waternormen van de Unie te voldoen en er is een geaggregeerd financieringstekort van 289 miljard EUR tegen 2030  (1 bis) . Om die reden moet ervoor worden gezorgd dat er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn om de monitoring en inspecties van waterlichamen in alle lidstaten uit te voeren, onder meer via relevante structuurfondsen en -programma’s van de Unie en via bijdragen van de particuliere sector, onder meer in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zodra dat is ingevoerd.

Amendement 54

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)

De lidstaten moeten synergieën bevorderen tussen de vereisten van de relevante richtlijnen voor zowel gegevensverzameling als de inzet van digitale instrumenten zoals teledetectietechnologieën of aardobservatie (Copernicusdiensten).

Amendement 55

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 ter)

De bevoegde autoriteiten moeten opleidingen, programma’s voor de ontwikkeling van vaardigheden en investeringen in menselijk kapitaal ondersteunen om een doeltreffende toepassing van de beste technologieën en innovatieve oplossingen in het kader van de richtlijnen te ondersteunen. Om de relevante gegevens in heel Europa toegankelijker te maken voor de betrokken lokale actoren en burgers moet de informatie beschikbaar zijn in de verschillende nationale talen.

Amendement 56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 1 — inleidende formule

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 1 — punt e– streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)

In artikel 1 wordt het vierde streepje vervangen door:

1)

In artikel 1 , punt e), wordt het vierde streepje vervangen door:

Amendement 57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 2 — c

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 2 — alinea 1 — punt 30 bis

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30 bis)

“prioritaire gevaarlijke stoffen”: prioritaire stoffen die als “gevaarlijk” zijn aangemerkt op grond van het feit dat zij in wetenschappelijke verslagen, in relevante wetgeving van de Unie of in relevante internationale overeenkomsten zijn erkend als toxisch, persistent en bioaccumuleerbaar, of als stoffen die aanleiding geven tot evenveel bezorgdheid, wanneer deze bezorgdheid betrekking heeft op het aquatisch milieu.

30 bis)

“prioritaire gevaarlijke stoffen”: prioritaire stoffen die als “gevaarlijk” zijn aangemerkt op grond van het feit dat zij in wetenschappelijke verslagen, in relevante wetgeving van de Unie of in relevante internationale overeenkomsten zijn erkend als toxisch, persistent en bioaccumuleerbaar (PBT), of zeer persistent en zeer bioaccumulerend (VPVB), of persistent, mobiel en toxisch (PMT), of zeer persistent en zeer mobiel (VPVM) , of als stoffen die aanleiding geven tot evenveel bezorgdheid, wanneer deze bezorgdheid betrekking heeft op het aquatisch milieu , en waarvoor maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt a), iv).

Amendement 58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 2 — d

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 2 — alinea 1 — punt 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

35)

“milieukwaliteitsnorm”: de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, in sediment of in biota die ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu niet mag worden overschreden, of een triggerwaarde voor het schadelijke effect van een dergelijke verontreinigende stof of groep verontreinigende stoffen op de gezondheid van de mens of het milieu, gemeten met behulp van een passende effectgerichte methode.”.

35)

“milieukwaliteitsnorm”: de concentratie van een bepaalde verontreinigende stof of groep van verontreinigende stoffen in water, in sediment of in biota die ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu niet mag worden overschreden, of een triggerwaarde voor het schadelijke — effect van een dergelijke verontreinigende stof of groep verontreinigende stoffen op de gezondheid van de mens of het milieu, gemeten met behulp van een passende en wetenschappelijk vastgestelde effectgerichte methode.”.

Amendement 59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 2 — d bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 2 — alinea 1 — punt 37

Bestaande tekst

Amendement

 

d bis)

punt 37 wordt vervangen door:

37)

“voor menselijke consumptie bestemd water”: dezelfde betekenis als in Richtlijn 80/778/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98 / 83/EG ;

“37)

“voor menselijke consumptie bestemd water”: dezelfde betekenis als in Richtlijn  (EU) 2020 / 2184 ;”

Amendement 60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 2 — d ter (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 2 — alinea 1 — punt 40 — alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

 

d ter)

in artikel 2, punt 40, wordt de eerste alinea vervangen door:

40)

“emissiegrenswaarde”: de massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende één of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden. De emissiegrenswaarden kunnen ook voor bepaalde groepen, families of categorieën van stoffen, in het bijzonder die welke volgens artikel 16 worden aangewezen, worden vastgesteld.

“40)

“emissiegrenswaarde”: de massa, uitgedrukt in bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie, die of dat gedurende één of meer vastgestelde perioden niet mag worden overschreden. De emissiegrenswaarden kunnen ook voor bepaalde groepen, families of categorieën van stoffen, in het bijzonder die welke in bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG worden aangewezen, worden vastgesteld.”

Amendement 61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 3

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 3 — lid 4 bis

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 bis   . In geval van uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken of overmacht, met name omvangrijke overstromingen of lange droogteperioden, of significante incidentele verontreiniging, die gevolgen kunnen hebben voor stroomafwaarts gelegen waterlichamen in andere lidstaten, zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten voor stroomafwaarts gelegen waterlichamen in die lidstaten, alsmede de Commissie, onmiddellijk op de hoogte worden gebracht en dat de nodige samenwerking tot stand wordt gebracht om de oorzaken van de uitzonderlijke omstandigheden of incidenten te onderzoeken en de gevolgen ervan aan te pakken.

4 bis.   In geval van uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken of overmacht, met name omvangrijke overstromingen of lange droogteperioden, of significante incidentele verontreiniging, die gevolgen kunnen hebben voor stroomafwaarts gelegen waterlichamen in andere lidstaten, zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten voor stroomafwaarts gelegen waterlichamen in die lidstaten, alsmede de Commissie, onmiddellijk op de hoogte worden gebracht en dat de nodige samenwerking tot stand wordt gebracht om de oorzaken van de uitzonderlijke omstandigheden of incidenten te onderzoeken en de gevolgen ervan aan te pakken.

 

De lidstaten stellen andere lidstaten in kennis die nadelige gevolgen kunnen ondervinden van het betreffende verontreinigingsincident.

 

Om de samenwerking en de informatieuitwisseling in de internationale stroomgebiedsdistricten verder te verbeteren, moeten voor alle internationale stroomgebiedsdistricten procedures voor noodcommunicatie en -respons worden vastgesteld.

Amendement 62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 4 — a

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 4 — lid 1 — punt a — iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)

leggen de lidstaten de nodige maatregelen ten uitvoer met de bedoeling de verontreiniging door prioritaire stoffen en stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen geleidelijk te verminderen en emissies, lozingen en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen.

iv)

leggen de lidstaten de nodige maatregelen ten uitvoer met de bedoeling de verontreiniging door en lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen geleidelijk te verminderen en emissies, lozingen en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen binnen een gepaste tijdspanne en in elk geval uiterlijk twintig jaar nadat een bepaalde prioritaire stof als gevaarlijk is opgenomen in deel A van bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG . Die tijdspanne laat de toepassing van striktere termijnen in andere toepasselijke Uniewetgeving onverlet;

Amendement 63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 4 — b bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 4 — lid 1 — punt c — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

in punt c) wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

De lidstaten stellen strengere normen of drempelwaarden vast indien dat nodig is voor een adequate bescherming van de in bijlage IV bij deze richtlijn genoemde gebieden, met inbegrip van speciale beschermingszones uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad. De in verband met dergelijke drempelwaarden vereiste programma’s en maatregelen gelden ook voor activiteiten die onder de werkingssfeer van Richtlijn 91/676/EEG vallen.

Amendement 64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 6 — a

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 8 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om technische specificaties en gestandaardiseerde methoden vast te stellen voor de analyse en monitoring van de watertoestand overeenkomstig bijlage V en voor de vaststelling van opmaakvoorschriften voor de rapportage van monitoring- en toestandgegevens overeenkomstig lid 4. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.;

3.   De Commissie is overeenkomstig artikel 20 bis bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn door technische specificaties en gestandaardiseerde methoden vast te stellen voor de analyse en monitoring van de watertoestand overeenkomstig bijlage V . De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen voor de vaststelling van opmaakvoorschriften voor de rapportage van monitoring- en toestandgegevens overeenkomstig lid 4. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld;

Amendement 65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 6 — a bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 8 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

Het volgende lid wordt toegevoegd:

 

“3 bis.     Uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] publiceert de Commissie een uitvoerige beoordeling van de mogelijke toepassing van systemen voor continue, nauwkeurige en real-time (online) bewaking van de waterkwaliteit, met inbegrip van economische en technische haalbaarheidsaspecten van dergelijke systemen die relevant zijn voor de lidstaten, alsmede het gebruik van geharmoniseerde normen.

 

In voorkomend geval stelt de Commissie volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure een uitvoeringshandeling vast om geharmoniseerde normen voor online watermonitoring te bepalen.”

Amendement 66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — lid 1 — punt 6 — b

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 8 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten zien erop toe dat de beschikbare individuele monitoringgegevens die zijn verzameld overeenkomstig punt  1.3.4 van bijlage V en de daaruit voortvloeiende toestand overeenkomstig bijlage V ten minste eenmaal per jaar elektronisch beschikbaar worden gesteld aan het publiek en aan het Europees Milieuagentschap (EEA) in een machineleesbaar formaat overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad*, Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad** en Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad***. Daartoe gebruiken de lidstaten de overeenkomstig lid 3 van dit artikel vastgestelde opmaakvoorschriften.

4.   De lidstaten zien erop toe dat de beschikbare individuele monitoringgegevens die zijn verzameld overeenkomstig de punten  1.3.4 en 2.4.3 van bijlage V en de daaruit voortvloeiende toestand overeenkomstig bijlage V ten minste eenmaal per jaar elektronisch beschikbaar worden gesteld aan het Europees Milieuagentschap (EEA) en, zo spoedig mogelijk en in een eenvoudig toegankelijk formaat, aan het publiek, in een machineleesbaar formaat overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad*, Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad** en Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad***. Daartoe gebruiken de lidstaten de overeenkomstig lid 3 van dit artikel vastgestelde opmaakvoorschriften.

Amendement 67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — lid 1 — punt 7 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 11 — lid 1

Bestaande tekst

Amendement

 

7 bis)

Artikel 11, lid 1, komt als volgt te luiden:

1.   Elke lidstaat draagt er zorg voor dat voor elk stroomgebiedsdistrict of voor het op zijn grondgebied gelegen deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict, een maatregelenprogramma wordt opgesteld waarin rekening is gehouden met de resultaten van de krachtens artikel 5 voorgeschreven analyses, teneinde de doelstellingen van artikel 4 te verwezenlijken. Deze maatregelenprogramma’s kunnen verwijzen naar maatregelen die voortvloeien uit de nationale wetgeving en op geheel het grondgebied van een lidstaat betrekking hebben. Een lidstaat kan zo nodig maatregelen nemen die op alle stroomgebiedsdistricten en/of de op zijn grondgebied gelegen delen van internationale stroomgebiedsdistricten van toepassing zijn.

“1.    Elke lidstaat draagt er zorg voor dat voor elk stroomgebiedsdistrict of voor het op zijn grondgebied gelegen deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict, een maatregelenprogramma wordt opgesteld waarin rekening is gehouden met de resultaten van de krachtens artikel 5 voorgeschreven analyses, teneinde de doelstellingen van artikel 4 te verwezenlijken. In deze maatregelenprogramma’s wordt prioriteit gegeven aan beheersingsmaatregelen aan de bron in overeenstemming met de desbetreffende sectorale wetgeving van de Unie inzake verontreiniging. “End-of-pipe”-maatregelen worden toegepast naast de beheersingsmaatregelen aan de bron indien het risico bestaat dat beheersingsmaatregelen aan de bron niet tot een goede toestand van waterlichamen leiden. Maatregelenprogramma’s kunnen verwijzen naar maatregelen die voortvloeien uit de nationale wetgeving en op geheel het grondgebied van een lidstaat betrekking hebben. Een lidstaat kan zo nodig maatregelen nemen die op alle stroomgebiedsdistricten en/of de op zijn grondgebied gelegen delen van internationale stroomgebiedsdistricten van toepassing zijn. De Commissie ontwikkelt richtsnoeren voor beste praktijken voor beheersingsmaatregelen aan de bron en de complementariteit van “end-of-pipe”-maatregelen”.

Amendement 68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 7 ter (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 11 — lid 3 — punt c

Bestaande tekst

Amendement

 

7 ter)

In artikel 11, lid 3, wordt punt c) vervangen door:

c )

maatregelen om duurzaam en efficiënt watergebruik te bevorderen teneinde te voorkomen dat de in artikel 4 genoemde doelstellingen niet worden bereikt;

“c )

maatregelen om duurzaam en efficiënt watergebruik te bevorderen , met inbegrip van de landbouw, teneinde te voorkomen dat de in artikel 4 genoemde doelstellingen niet worden bereikt;”

Amendement 69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 8 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 11 — lid 5 — streepje 2

Bestaande tekst

Amendement

 

8 bis)

Artikel 11, lid 5, tweede streepje wordt vervangen door:

—

de betrokken vergunningen en toestemmingen onderzocht en zo nodig herzien worden;

“—

de betrokken vergunningen en toestemmingen onderzocht , herzien en , in ter dege gerechtvaardigde gevallen, ingetrokken worden , al naar gelang het geval ”;

Amendement 70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 9

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 12 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie reageert binnen zes maanden op een kennisgeving van een lidstaat. Indien het probleem betrekking heeft op het niet bereiken van een goede chemische toestand, dan handelt de Commissie in overeenstemming met artikel 7 bis van Richtlijn 2008/105/EG.

Amendement 71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 9

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 12 — lid 2 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk drie maanden na de kennisgeving door een andere lidstaat op elkaar overeenkomstig lid 1.

De lidstaten reageren tijdig en uiterlijk twee maanden na de kennisgeving door een andere lidstaat op elkaar overeenkomstig lid 1.

Amendement 72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1– punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 13 — lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis

) In artikel 13 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

“4 bis.     De Commissie verwerpt de door de lidstaten ingediende stroomgebiedbeheerplannen wanneer deze plannen niet de in bijlage VII vermelde elementen bevatten.”

Amendement 73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1– punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

“Artikel 14 bis

 

Toegang tot de rechter

 

1.     De lidstaten zorgen ervoor dat, in overeenstemming met het toepasselijke nationale rechtsstelsel, leden van het publiek die voldoende belang hebben of die beweren dat inbreuk is gemaakt op een recht, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van enig besluit, handelen of nalaten uit hoofde van deze richtlijn aan te vechten, onder meer met betrekking tot:

 

a)

plannen en projecten die mogelijk in strijd zijn met de vereisten van artikel 4, onder meer om de achteruitgang van de toestand van waterlichamen te voorkomen en een goede watertoestand, een goed ecologisch potentieel en/of een goede chemische toestand van water te bereiken, voor zover die voorschriften niet reeds zijn vastgesteld in artikel 11 van Richtlijn 2011/92/EU;

 

b)

de in artikel 11 bedoelde maatregelenprogramma’s, de in artikel 13, lid 1, bedoelde stroomgebiedsbeheersplannen van de lidstaten en de in artikel 13, lid 5, bedoelde aanvullende programma’s of beheersplannen van de lidstaten.

 

2.     De lidstaten bepalen wat voldoende belang en inbreuk op een recht vormt, op een wijze die strookt met de doelstelling om het publiek ruime toegang tot de rechter te bieden. Voor de toepassing van lid 1 wordt elke niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor milieubescherming en voldoet aan de desbetreffende vereisten krachtens de nationale wetgeving, geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt, en voldoende belang te hebben.

 

3.     De in lid 1 bedoelde beroepsprocedures zijn eerlijk en billijk, worden tijdig afgerond en mogen niet buitensporig duur zijn. Deze procedures omvatten ook het bieden van adequate en doeltreffende verhaalmechanismen, met inbegrip van, in voorkomend geval, stakingsbevelen.

 

4.     De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek praktische informatie wordt verstrekt over de toegang tot de in dit artikel bedoelde administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures.”

Amendement 74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 10

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 15 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10)

In artikel 15 wordt lid 3 geschrapt.

Schrappen

Amendement 75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1– punt 10 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 15 — lid 3 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis)

aan artikel 15, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

“De Commissie stelt uiterlijk op … [zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] richtsnoeren en templates vast betreffende de inhoud, structuur en vorm van de in de eerste alinea bedoelde tussentijdse verslagen.”

Amendement 76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 12 — b

Richtlijn 2000/60/EG

Artikel 18 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

lid 4 wordt geschrapt.

Schrappen

Amendement 77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 18 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Bijlage VII — deel A — punt 7.7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 bis)

In bijlage VII (deel A) wordt het volgende punt ingevoegd:

 

“7.7 bis.

Een samenvatting van de maatregelen die zijn genomen om de monitoringaspecten van de watersector te digitaliseren;”

Amendement 78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 — alinea 1 — punt 20

Richtlijn 2000/60/EG

Bijlage X

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

20)

Bijlage X wordt geschrapt.

20)

De bijlagen IX en X worden geschrapt.

Amendement 79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 1 — lid 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Bij deze richtlijn worden specifieke maatregelen ter voorkoming en beheersing van grondwaterverontreiniging vastgesteld met het oog op de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van artikel 4, lid 1, punt b), van Richtlijn 2000/60/EG. Deze maatregelen omvatten:

1.   Bij deze richtlijn worden specifieke maatregelen ter voorkoming en beheersing van grondwaterverontreiniging vastgesteld met het oog op de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van artikel 4, lid 1, punt b), van Richtlijn 2000/60/EG. In de hiërarchie van de te nemen maatregelen wordt voorrang gegeven aan beperkingen en andere maatregelen voor beheersing aan de bron, onverminderd het belang van end-of-pipe-maatregelen, indien van toepassing. Deze maatregelen omvatten:

Amendement 80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 1 — lid 1 — punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

criteria voor de beoordeling van de goede ecologische toestand van het grondwater.

Amendement 81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 4 — a bis (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 3 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

in lid 1 wordt de volgende alinea ingevoegd:

 

“De drempelwaarden voor grondwater zijn 10 keer lager dan de overeenkomstige milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater. In gevallen waarin het werkelijke risico voor de ecosystemen van het grondwater kan worden vastgesteld, kan het echter passend zijn de drempelwaarden voor grondwater op een ander niveau vast te stellen.”

Amendement 82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 4 — c

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 3 — lid 5 — alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:

 

“De lidstaten zorgen ervoor dat de inwoners van het betrokken stroomgebiedsdistrict of van het deel van het internationale stroomgebiedsdistrict dat tot het grondgebied van een lidstaat behoort, adequaat en tijdig worden geïnformeerd.”

Amendement 83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 4 — d

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 3 — lid 6 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzigen de op hun grondgebied toegepaste lijst van drempelwaarden indien uit nieuwe informatie over verontreinigende stoffen, groepen verontreinigende stoffen of indicatoren van verontreiniging blijkt dat een drempelwaarde moet worden vastgesteld voor een nieuwe stof of een bestaande drempelwaarde moet worden gewijzigd, dan wel dat een eerder van de lijst geschrapte drempelwaarde opnieuw moet worden opgenomen. Indien op het niveau van de Unie relevante drempelwaarden worden vastgesteld of gewijzigd, passen de lidstaten de lijst van op hun grondgebied toegepaste drempelwaarden aan die waarden aan.;

De lidstaten wijzigen de op hun grondgebied toegepaste lijst van drempelwaarden indien uit nieuwe informatie over verontreinigende stoffen, groepen verontreinigende stoffen of indicatoren van verontreiniging , waarbij ook het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen, blijkt dat een drempelwaarde moet worden vastgesteld voor een nieuwe stof of een bestaande drempelwaarde moet worden gewijzigd, dan wel dat een eerder van de lijst geschrapte drempelwaarde opnieuw moet worden opgenomen. Indien op het niveau van de Unie relevante drempelwaarden worden vastgesteld of gewijzigd, passen de lidstaten de lijst van op hun grondgebied toegepaste drempelwaarden aan die waarden aan.

Amendement 84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 4 bis (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 3 — lid 7

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis)

lid 7 wordt vervangen door:

7.    Op basis van de door de lidstaten overeenkomstig lid 5 verstrekte informatie publiceert de Commissie uiterlijk op 22 december 2009 een verslag.

“7.     De Commissie publiceert een verslag over de in lid 1, punt b), bedoelde nationale drempelwaarden, één jaar nadat de lidstaten die informatie overeenkomstig lid 5 aan het ECHA hebben verstrekt.”

Amendement 85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De aandachtstoffenlijst bevat maximaal vijf stoffen of groepen van stoffen en vermeldt voor elke stof de monitoringmatrices en de mogelijke analysemethode. Die monitoringmatrices en -methoden mogen voor de bevoegde autoriteiten geen buitensporige kosten met zich meebrengen. De in de aandachtstoffenlijst op te nemen stoffen worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen en waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn. Deze aandachtstoffenlijst bevat zorgwekkend wordende stoffen.

De aandachtstoffenlijst bevat ten minste vijf zorgwekkend wordende stoffen of groepen van dergelijke stoffen die worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie, ook overeenkomstig de vierde alinea hieronder, erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen en waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn. Indien echter het aantal stoffen of groepen van stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen lager is dan vijf, worden al die stoffen op de aandachtstoffenlijst geplaatst.

 

Naast het minimum aantal stoffen of groepen van stoffen kunnen op de aandachtstoffenlijst ook indicatoren van verontreiniging worden opgenomen.

 

De aandachtstoffenlijst specificeert voor elke stof de monitoringmatrices en de mogelijke analysemethode. Die monitoringmatrices en -methoden mogen voor de bevoegde autoriteiten geen buitensporige kosten met zich meebrengen.

Amendement 86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 1 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zodra geschikte monitoringmethoden voor microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen zijn vastgesteld, worden die stoffen in de aandachtstoffenlijst opgenomen.

Zo snel mogelijk doch uiterlijk [de eerste dag van de maand volgend op de 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] moeten geschikte monitoringmethoden worden vastgesteld voor microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen . Zodra die monitoringmethoden zijn vastgesteld, worden microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen in de aandachtstoffenlijst opgenomen overeenkomstig artikel 6 bis, lid 2, alinea 1. De Commissie beoordeelt ook of de opname van sulfaten op de eerste aandachtstoffenlijst noodzakelijk is om de beschikbaarheid van gegevens over hun aanwezigheid te verbeteren met betrekking tot het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Amendement 87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 1 — alinea 4 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het ECHA stelt wetenschappelijke verslagen op om de Commissie te helpen bij het selecteren van de stoffen voor de aandachtstoffenlijst, rekening houdend met de volgende informatie:

Het ECHA stelt wetenschappelijke verslagen op om de Commissie te helpen bij het selecteren van de stoffen en indicatoren van verontreiniging voor de aandachtstoffenlijst, rekening houdend met de volgende informatie:

Amendement 88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 1 — alinea 4 — punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

onderzoeksprojecten en wetenschappelijke publicaties, met inbegrip van op modellen of andere voorspellende evaluaties gebaseerde informatie over trends en voorspellingen, en de gegevens en informatie van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden ;

f)

onderzoeksprojecten en wetenschappelijke publicaties en bewijs , met inbegrip van informatie over het effect van materiële en thermische verontreinigingen en de effecten van bovengrondse en ondergrondse winnings- en infrastructuuractiviteiten op grondwaterecosystemen en van grondwater afhankelijke ecosystemen en hun biodiversiteit, op modellen of andere voorspellende evaluaties gebaseerde informatie over trends en voorspellingen, alsook informatie en gegevens die worden verzameld door teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door te profiteren van de mogelijkheden die voortvloeien uit artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens;

Amendement 89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De eerste aandachtstoffenlijst wordt uiterlijk op [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de eerste dag van de maand na 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] opgesteld. De aandachtstoffenlijst wordt vervolgens om de 36 maanden bijgewerkt.

De eerste aandachtstoffenlijst wordt uiterlijk op [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de eerste dag van de maand na 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] opgesteld. De aandachtstoffenlijst wordt vervolgens uiterlijk om de 36 maanden bijgewerkt , of vaker indien nieuw wetenschappelijk bewijs naar voren komt dat het noodzakelijk maakt om de lijst bij te werken in de periodes tussen de afzonderlijke herzieningen .

Amendement 90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 2 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten evalueren om de twee jaar het effect op de waterkwaliteit van de industriële activiteiten die verband houden met de energietransitie, en stellen de Commissie in kennis van nieuw geïdentificeerde bedreigingen om de aandachtstoffenlijst dienovereenkomstig te kunnen actualiseren. De evaluatie is gemakkelijk toegankelijk voor het publiek.

Amendement 91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis — lid 3 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat selecteert ten minste één meetstation , plus het aantal stations dat gelijk is aan het totale gebied van de grondwaterlichamen ervan in km2 gedeeld door 60 000 (afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal).

Elke lidstaat selecteert ten minste twee meetstations , plus het aantal stations dat gelijk is aan het totale gebied van de grondwaterlichamen ervan in km2 gedeeld door 30 000 (afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal).

Amendement 92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6 bis (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

“Artikel 6 bis

 

Verbetering van de bescherming van grondwaterecosystemen

 

De Commissie publiceert uiterlijk [PB: datum invoegen = vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een beoordeling van de invloed van fysisch-chemische elementen, zoals pH, zuurstofgehalte en temperatuur, op de toestand van grondwaterecosystemen, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel om deze richtlijn dienovereenkomstig te wijzigen, teneinde de desbetreffende parameters vast te stellen, de monitoringmethoden te harmoniseren en te bepalen wat een “goede ecologische toestand” van het grondwater precies inhoudt.”

Amendement 93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6 ter (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

“Artikel 6 bis ter

 

Specifieke behandeling van gebieden met een grote ecologische waarde, kwetsbaarheid of verontreiniging

 

De Commissie publiceert uiterlijk [PB: datum invoegen = vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een beoordeling van de chemische toestand van gebieden gekenmerkt door een grote ecologische waarde, kwetsbaarheid of verontreiniging, zoals grotten en karstgebieden, voormalige industrieterreinen en andere gebieden met een bekende historische verontreiniging, waar passend vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot herziening van deze richtlijn.”

Amendement 94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6 quater (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 quater)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 6 bis quater

 

De Commissie presenteert uiterlijk [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een effectbeoordeling van de opname in deze richtlijn van een mechanisme voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat producenten die producten in de handel brengen die een van de in bijlage I vermelde stoffen of verbindingen bevatten, alsook zorgwekkend wordende stoffen die zijn opgenomen in de aandachtstoffenlijst uit hoofde van die richtlijn, bijdragen aan de kosten voor monitoringprogramma’s die zijn opgezet uit hoofde van artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG. Deze effectbeoordeling gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze richtlijn.

Amendement 95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 6 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 6 bis quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 quinquies)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

Artikel 6 bis quinquies

 

Europese monitoringfaciliteit

 

De Commissie zet uiterlijk op … [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een gemeenschappelijke monitoringfaciliteit op voor het beheer van de monitoringvereisten, indien de lidstaten daarom verzoeken.

 

De Commissie specificeert de werking van de monitoringfaciliteit, met onder meer de volgende elementen:

 

a)

de vrijwillige aard van het gebruik van de monitoringfaciliteit, die geen afbreuk doet aan de door de lidstaten reeds getroffen regelingen;

 

b)

de operationele procedures voor lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de monitoringfaciliteit, die onder meer de vereiste kennisgeving aan de Commissie omvatten van hun exacte monitoringbehoeften of -mogelijkheden, de exacte protocollen voor het beheer van monsters, alsmede de periode gedurende welke zij voornemens zijn deel te blijven uitmaken van het mechanisme;

 

c)

de financieringsbronnen, onder meer relevante structuurfondsen en -programma’s van de Unie en bijdragen van de particuliere sector, onder meer in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zodra dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 6 bis, punt c.

Amendement 96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De Commissie evalueert, voor het eerst uiterlijk op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = zes jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de zes jaar, de lijst van verontreinigende stoffen in bijlage I en de kwaliteitsnormen voor die verontreinigende stoffen in die bijlage, alsmede de lijst van verontreinigende stoffen en indicatoren in deel B van bijlage II.

1.   De Commissie evalueert, voor het eerst uiterlijk op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de vier jaar, de lijst van verontreinigende stoffen in bijlage I en de kwaliteitsnormen voor die verontreinigende stoffen in die bijlage, alsmede de lijst van verontreinigende stoffen en indicatoren in deel B van bijlage II.

Amendement 97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang door grondwaterverontreinigende stoffen en kwaliteitsnormen voor de in die bijlage opgenomen verontreinigende stoffen toe te voegen of te schrappen , en om deel B te wijzigen teneinde dit aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang door verontreinigende stoffen of indicatoren toe te voegen waarvoor de lidstaten moeten overwegen nationale drempelwaarden vast te stellen.

2.    Op basis van die evaluatie dient de Commissie in voorkomend geval wetgevingsvoorstellen in tot wijziging van bijlage I teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang door grondwaterverontreinigende stoffen en kwaliteitsnormen voor de in die bijlage opgenomen verontreinigende stoffen toe te voegen of te schrappen . De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deel B van bijlage II te wijzigen teneinde dit aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang door verontreinigende stoffen of indicatoren toe te voegen waarvoor de lidstaten moeten overwegen nationale drempelwaarden vast te stellen.

Amendement 98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Bij de vaststelling van de in de leden 2 en 3 bedoelde gedelegeerde handelingen houdt de Commissie rekening met de door het ECHA overeenkomstig lid 6 van dit artikel opgestelde wetenschappelijke verslagen.

4.   Bij de vaststelling van de in de leden 2 en 3 bedoelde wetgevingsvoorstellen en gedelegeerde handelingen houdt de Commissie rekening met de door het ECHA overeenkomstig lid 6 van dit artikel opgestelde wetenschappelijke verslagen.

Amendement 99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 6 — punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

onderzoeksprogramma’s en wetenschappelijke publicaties van de Unie, met inbegrip van informatie die afkomstig is van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse en/of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden;

f)

onderzoeksprogramma’s en wetenschappelijke publicaties van de Unie, met inbegrip van actuele informatie die afkomstig is van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse en/of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die de best beschikbare technieken, zoals artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens, bieden;

Amendement 100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 6 — punt g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

de opmerkingen en informatie van relevante belanghebbenden.

g)

de opmerkingen en informatie van relevante belanghebbenden , met inbegrip van nationale regelgevende instanties en andere relevante instanties .

Amendement 101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.     De Commissie stelt uiterlijk 12 januari 2025 technische richtsnoeren op voor analysemethoden voor de monitoring van per- en polyfluoralkylstoffen onder de parameter “PFAS totaal”. De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn te wijzigen door een kwaliteitsnorm voor “PFAS totaal” vast te stellen en bijlage I dienovereenkomstig te wijzigen. De Commissie stelt die gedelegeerde handeling uiterlijk op 12 januari 2026 vast.

Amendement 102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Het ECHA stelt om de zes jaar een verslag op met een samenvatting van de bevindingen van de in de leden 2 en 3 bedoelde herziening en maakt dit openbaar. Het eerste verslag wordt bij de Commissie ingediend op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].”.

7.   Het ECHA stelt om de vier jaar een verslag op met een samenvatting van de bevindingen van de in de leden 2 en 3 bedoelde herziening en maakt dit openbaar. Het eerste verslag wordt bij de Commissie ingediend op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Amendement 103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 8

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 bis — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De in artikel 8, leden  1 en 2 , bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] .

2.   De in artikel 8, leden 2, 3 en 6 bis , bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zes jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van zes jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement 104

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 8

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 bis — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De in artikel 8, leden  1 en 2 , bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement en de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.   De in artikel 8, leden  2, 3 en 6 bis , bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement en de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement 105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 8

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 bis — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement 106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 8

Richtlijn 2006/118/EG

Artikel 8 bis — lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Een op grond van artikel 8, lid  1 of 2 , vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.   Een op grond van artikel 8, lid 2, 3 of 6 bis , vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement 107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 — alinea 1 — punt 14

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage IV — deel B — punt 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

het beginpunt voor de toepassing van maatregelen om een significante en aanhoudende stijgende trend om te keren is dat de concentratie van de verontreinigende stof 75 % bedraagt van de parameterwaarden van de grondwaterkwaliteitsnormen van bijlage I en van de in artikel 3, lid 1, punten b) en c), vermelde drempelwaarden, tenzij:

het beginpunt voor de toepassing van maatregelen om een significante en aanhoudende stijgende trend , waaronder de seizoengebonden stijgende trend die onder meer door geringe afvoer van een waterlichaam wordt veroorzaakt, om te keren is dat de concentratie van de verontreinigende stof 75 % bedraagt van de parameterwaarden van de grondwaterkwaliteitsnormen van bijlage I en van de in artikel 3, lid 1, punten b) en c), vermelde drempelwaarden, tenzij:

Amendement 108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 1

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1

“Artikel  1

Onderwerp

Onderwerp

Met de bedoeling een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken, en in overeenstemming met de bepalingen en doelstellingen van artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG, worden in deze richtlijn overeenkomstig artikel 16 van die richtlijn milieukwaliteitsnormen (MKN) voor prioritaire stoffen en bepaalde andere verontreinigende stoffen vastgelegd.

Met de bedoeling een goede chemische toestand van het oppervlaktewater te bereiken, en in overeenstemming met de bepalingen en doelstellingen van artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG, worden in deze richtlijn milieukwaliteitsnormen (MKN) voor prioritaire stoffen en prioritaire gevaarlijke stoffen vastgelegd.”

Amendement 109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 3 — a

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 5 — lid 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG verzamelde informatie, alsmede andere beschikbare gegevens, stellen de lidstaten voor elk stroomgebiedsdistrict of het op hun grondgebied gelegen deel daarvan een inventaris op, met inbegrip van kaarten indien deze beschikbaar zijn, van de emissies, lozingen en verliezen van alle in deel A van bijlage I vermelde prioritaire stoffen en alle in deel A van bijlage II vermelde verontreinigende stoffen, waar passend, met inbegrip van hun concentraties in sedimenten en biota.

Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad  (1 bis) verzamelde informatie, alsmede andere beschikbare gegevens, stellen de lidstaten voor elk stroomgebiedsdistrict of het op hun grondgebied gelegen deel daarvan een inventaris op, met inbegrip van kaarten indien deze beschikbaar zijn, van de emissies, lozingen en verliezen van alle in deel A van bijlage I vermelde prioritaire stoffen en alle in deel A van bijlage II vermelde verontreinigende stoffen, waar passend, met inbegrip van hun concentraties in sedimenten en biota.

Amendement 110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 3 — a

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 5 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De inventarissen van emissies worden beschikbaar gesteld in een elektronische databank, die regelmatig wordt bijgewerkt en eenvoudig toegankelijk is voor het publiek.

Amendement 111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 3 — a

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 5 — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De eerste alinea is niet van toepassing op emissies, lozingen en verliezen die langs elektronische weg aan de Commissie worden gemeld overeenkomstig Verordening (EU) …/… van het Europees Parlement en de Raad  (65) .;

Schrappen

Amendement 112

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 3 — c

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 5 — lid 4 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten werken hun inventarissen bij in het kader van de toetsingen van de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde analyses en zorgen ervoor dat de emissies die niet op het bij Verordening (EU) …/…++ ingestelde portaal voor industriële emissies zijn gerapporteerd, worden gepubliceerd in hun stroomgebiedbeheerplannen zoals bijgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 7, van die richtlijn.

De lidstaten werken hun inventarissen bij in het kader van de toetsingen van de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde analyses en zorgen ervoor dat de emissies , met inbegrip van die welke op het bij Verordening (EU) …/…++ ingestelde portaal voor industriële emissies zijn gerapporteerd, worden gepubliceerd in hun stroomgebiedbeheerplannen zoals bijgesteld overeenkomstig artikel 13, lid 7, van die richtlijn.

Amendement 113

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 3 — c

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 5 — lid 4 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor prioritaire stoffen of verontreinigende stoffen die onder Verordening (EG) nr. 1107/2009 vallen, mogen de waarden worden berekend als het gemiddelde van de drie jaren vóór de afronding van de in de eerste alinea bedoelde analyse.

Schrappen

Amendement 114

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 4

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 7 bis — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Voor prioritaire stoffen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1907/2006, Verordening (EG) nr. 1107/2009, Verordening (EU) nr. 528/2012, Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad*, of binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad**, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad*** of Richtlijn 2010/75/EU vallen, beoordeelt de Commissie , in het kader van het in artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde verslag, of de bestaande maatregelen op het niveau van de Unie en de lidstaten toereikend zijn ter verwezenlijking van de milieukwaliteitsnormen voor de prioritaire stoffen en de doelstelling om lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen, in overeenstemming met artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2000/60/EG.

1.   Voor prioritaire stoffen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1907/2006, Verordening (EG) nr. 1107/2009, Verordening (EU) nr. 528/2012, Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad*, of binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad**, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad*** of Richtlijn 2010/75/EU vallen, beoordeelt de Commissie om de twee jaar of de bestaande maatregelen op het niveau van de Unie en de lidstaten toereikend zijn ter verwezenlijking van de milieukwaliteitsnormen voor de prioritaire stoffen en de doelstelling om lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen, in overeenstemming met artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2000/60/EG.

Amendement 115

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 4

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 7 bis — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In de hiërarchie van te nemen maatregelen wordt prioriteit gegeven aan beperkingen en andere beheersingsmaatregelen aan de bron. In dit verband dient de Commissie waar passend voorstellen in tot wijziging van rechtshandelingen van de Unie om ervoor te zorgen dat lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen aan de bron voorkomen worden.

Amendement 116

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 4 bis (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 7 bis — lid 2

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis)

In artikel 7 bis wordt lid 2 vervangen door:

2.   De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig de in artikel 16, lid 4, van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde termijnen verslag uit over het resultaat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde beoordeling en doet haar verslag vergezeld gaan van passende voorstellen, met inbegrip van beheersingsmaatregelen.

“2.    De Commissie brengt uiterlijk zes maanden na haar beoordeling aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over het resultaat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde beoordeling en doet haar verslag vergezeld gaan van passende voorstellen, met inbegrip van beheersingsmaatregelen.”

Amendement 117

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De Commissie evalueert, voor het eerst uiterlijk op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = zes jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de zes jaar, de lijst van prioritaire stoffen en de overeenkomstige kwaliteitsnormen voor die stoffen in deel A van bijlage I, alsmede de lijst van verontreinigende stoffen in deel A van bijlage II.

1.   De Commissie evalueert, voor het eerst uiterlijk op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = vier  jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en vervolgens om de vier  jaar, de lijst van prioritaire stoffen en de overeenkomstige kwaliteitsnormen voor die stoffen in deel A van bijlage I, alsmede de lijst van verontreinigende stoffen in deel A van bijlage II.

Amendement 118

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 2 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.    De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen , rekening houdend met de wetenschappelijke verslagen die het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) overeenkomstig lid 6 van dit artikel heeft opgesteld, om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang aan te passen door:

2.    Op basis van de evaluatie presenteert de Commissie waar passend wetgevingsvoorstellen , rekening houdend met de wetenschappelijke verslagen die het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) overeenkomstig lid 6 van dit artikel heeft opgesteld, om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang aan te passen door:

Amendement 119

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 4 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

het risico van de verontreinigende stoffen, met inbegrip van het gevaar, de concentraties in het milieu en de concentratie waarboven effecten kunnen worden verwacht ervan;

a)

het risico van de verontreinigende stoffen, met inbegrip van het gevaar, de concentraties in het milieu en de concentratie waarboven effecten kunnen worden verwacht , met inbegrip van de cumulatieve effecten ervan;

Amendement 120

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.     De Commissie stelt uiterlijk op 12 januari 2025 technische richtsnoeren op voor analysemethoden voor de monitoring van per- en polyfluoralkylstoffen onder de parameter “PFAS totaal”. De Commissie heeft stelt uiterlijk op 12 januari 2026 een gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 9 bis om deze richtlijn te wijzigen door een kwaliteitsnorm voor “PFAS totaal” vast te stellen en bijlage I dienovereenkomstig te wijzigen.

Amendement 121

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter.     Uiterlijk … [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn], stelt de Commissie technische richtsnoeren op voor de methode van analyse van bisfenolen, met inbegrip van ten minste bisfenol A, bisfenol B en bisfenol S, onder de parameter “Bisfenolen totaal”. Uiterlijk … [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast overeenkomstig artikel 9 bis tot wijziging van deze richtlijn door een milieukwaliteitsnorm vast te stellen voor “Bisfenolen totaal”, met behulp van een benadering van relatieve potentiefactor, en herziet zij bijlage I dienovereenkomstig.

Amendement 122

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 5

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Het ECHA stelt om de zes jaar een verslag op met een samenvatting van de bevindingen van de overeenkomstig lid 6 opgestelde wetenschappelijke verslagen en maakt dit openbaar. Het eerste verslag wordt bij de Commissie ingediend op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].”.

7.   Het ECHA stelt om de vier jaar een verslag op met een samenvatting van de bevindingen van de overeenkomstig lid 6 opgestelde wetenschappelijke verslagen en maakt dit openbaar. Het eerste verslag wordt bij de Commissie ingediend op … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

Amendement 123

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 bis — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen in de overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2000/60/EG opgestelde stroomgebiedbeheerplannen vermelden in hoeverre mag worden afgeweken van de waarde van de milieukwaliteitsnorm voor de in de eerste alinea, punten a), b) en c), bedoelde stoffen. De lidstaten die aanvullende kaarten als bedoeld in de eerste alinea verstrekken, zien erop toe dat zij op het niveau van het stroomgebied en op het niveau van de Unie onderling kunnen worden vergeleken en stellen de gegevens beschikbaar overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG, Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad* en Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad**.

De lidstaten vermelden in de overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2000/60/EG opgestelde stroomgebiedbeheerplannen in hoeverre mag worden afgeweken van de waarde van de milieukwaliteitsnorm voor de in de eerste alinea, punten a), b) en c), bedoelde stoffen. De lidstaten die aanvullende kaarten als bedoeld in de eerste alinea verstrekken, zien erop toe dat zij op het niveau van het stroomgebied en op het niveau van de Unie onderling kunnen worden vergeleken en stellen de gegevens beschikbaar overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG, Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad* en Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad**.

Amendement 124

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 bis — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De lidstaten kunnen de stoffen die in deel A van bijlage I zijn aangewezen als stoffen die zich gedragen als alomtegenwoordige PBT’s minder intensief monitoren dan vereist voor prioritaire stoffen krachtens artikel 3, lid 4, van deze richtlijn en bijlage V bij Richtlijn 2000/60/EG, op voorwaarde dat de monitoring representatief is en reeds een statistisch robuust referentiekader beschikbaar is met betrekking tot de aanwezigheid van die stoffen in het aquatisch milieu. Als richtsnoer geldt dat de monitoring overeenkomstig artikel 3, lid 6, tweede alinea, van deze richtlijn, elke drie jaar wordt uitgevoerd, tenzij technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.

2.   De lidstaten kunnen de stoffen die in deel A van bijlage I zijn aangewezen als stoffen die zich gedragen als alomtegenwoordige PBT’s en die niet meer zijn toegelaten in de Unie en daar niet meer worden gebruikt, minder intensief monitoren dan vereist voor prioritaire stoffen krachtens artikel 3, lid 4, van deze richtlijn en bijlage V bij Richtlijn 2000/60/EG, op voorwaarde dat de monitoring representatief is en reeds een statistisch robuust referentiekader beschikbaar is met betrekking tot de aanwezigheid van die stoffen in het aquatisch milieu. Als richtsnoer geldt dat de monitoring overeenkomstig artikel 3, lid 6, tweede alinea, van deze richtlijn, elke drie jaar wordt uitgevoerd, tenzij technische kennis en het oordeel van deskundigen een ander interval rechtvaardigen.

Amendement 125

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 6

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 bis — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Binnen 12 maanden na de in lid 3 bedoelde periode van twee jaar publiceert de Commissie een verslag over de betrouwbaarheid van de effectgerichte methodes door de effectgerichte resultaten te vergelijken met de resultaten die zijn verkregen met behulp van de conventionele methode voor het monitoren van de drie in lid 3 genoemde oestrogene stoffen, in afwachting van een mogelijke toekomstige vaststelling van effectgerichte triggerwaarden.

 

Zodra de effectgerichte methoden ook voor andere stoffen kunnen worden gebruikt, krijgt de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 9 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn met een verplichting voor de lidstaten om de effectgerichte monitoringmethoden te gebruiken, naast de conventionele monitoringmethoden, voor het beoordelen van de aanwezigheid van die stoffen in waterlichamen.

Amendement 126

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 1 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De aandachtstoffenlijst bevat nooit meer dan tien stoffen of groepen van stoffen en vermeldt voor elke stof de monitoringmatrices en de mogelijke analysemethoden . Die monitoringmatrices en -methoden mogen voor de bevoegde autoriteiten geen buitensporige kosten met zich meebrengen. De in de aandachtstoffenlijst op te nemen stoffen worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen en waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn. De aandachtstoffenlijst bevat zorgwekkend wordende stoffen.

De aandachtstoffenlijst bevat ten minste vijf zorgwekkend wordende stoffen of groepen van dergelijke stoffen die worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie, ook overeenkomstig de vierde alinea, erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen en waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn. Indien echter het aantal stoffen of groepen van stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij een significant risico voor of via het aquatisch milieu kunnen betekenen lager is dan vijf, worden al die stoffen op de aandachtstoffenlijst geplaatst.

 

Naast het minimum aantal stoffen of groepen van stoffen kunnen op de aandachtstoffenlijst ook indicatoren van verontreiniging worden opgenomen.

 

De aandachtstoffenlijst specificeert voor elke stof de monitoringmatrices en de mogelijke analysemethoden . Die monitoringmatrices en -methoden mogen voor de bevoegde autoriteiten geen buitensporige kosten met zich meebrengen.

Amendement 127

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 1 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zodra geschikte monitoringmethoden voor microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen zijn vastgesteld, worden die stoffen in de aandachtstoffenlijst opgenomen.

Zo snel mogelijk doch uiterlijk [de eerste dag van de maand volgend op de 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] moeten er geschikte monitoringmethoden worden vastgesteld voor microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen . Zodra die monitoringmethoden zijn vastgesteld, worden microplastics en geselecteerde genen voor resistentie tegen antimicrobiële middelen in de aandachtstoffenlijst opgenomen overeenkomstig lid 2. De Commissie evalueert tevens of de opname van sulfaten, xanthaten en niet-relevante metabolieten van bestrijdingsmiddelen op de aandachtstoffenlijst noodzakelijk is om de beschikbaarheid van gegevens over hun aanwezigheid te verbeteren met betrekking tot het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Amendement 128

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 1 — alinea 4 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het ECHA stelt wetenschappelijke verslagen op om de Commissie te helpen bij het selecteren van de stoffen voor de aandachtstoffenlijst, rekening houdend met de volgende informatie:

Het ECHA stelt wetenschappelijke verslagen op om de Commissie te helpen bij het selecteren van de stoffen en indicatoren van verontreiniging voor de aandachtstoffenlijst, rekening houdend met de volgende informatie:

Amendement 129

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 1 — alinea 4 — punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

onderzoeksprojecten en wetenschappelijke publicaties, met inbegrip van op modellen of andere voorspellende evaluaties gebaseerde informatie over trends en voorspellingen, en de gegevens en informatie van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden.

e)

onderzoeksprojecten en wetenschappelijke publicaties en bewijs , met inbegrip van op modellen of andere voorspellende evaluaties gebaseerde informatie over trends en voorspellingen, alsmede informatie en gegevens vergaard door teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden.

Amendement 130

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De aandachtstoffenlijst wordt uiterlijk op X [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de laatste dag van de drieëntwintigste maand na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en daarna om de 36 maanden geactualiseerd. De Commissie schrapt bij het bijwerken van de aandachtstoffenlijst elke stof van de bestaande aandachtstoffenlijst waarvoor zij het mogelijk acht het risico ervan voor het aquatisch milieu te beoordelen zonder aanvullende monitoringgegevens. Wanneer de aandachtstoffenlijst wordt bijgewerkt, mag een afzonderlijke stof of groep stoffen nog eens maximaal drie jaar op de toezichtlijst blijven staan wanneer aanvullende monitoringgegevens nodig zijn om het risico voor het aquatisch milieu te beoordelen. Elke bijgewerkte aandachtstoffenlijst bevat ook een of meer nieuwe stoffen waarvoor de Commissie, op basis van de wetenschappelijke verslagen van het ECHA, van oordeel is dat er sprake is van een risico voor het aquatisch milieu.

2.   De aandachtstoffenlijst wordt uiterlijk op X [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de laatste dag van de drieëntwintigste maand na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en daarna uiterlijk om de 36 maanden geactualiseerd, of vaker indien nieuw wetenschappelijk bewijs naar voren komt dat het noodzakelijk maakt om de lijst bij te werken in de periodes tussen de afzonderlijke herzieningen .

 

De lidstaten evalueren om de twee jaar het effect op de waterkwaliteit van de industriële activiteiten die verband houden met de energietransitie, en stellen de Commissie in kennis van nieuw geïdentificeerde bedreigingen om de aandachtstoffenlijst dienovereenkomstig te kunnen actualiseren. De evaluatie is gemakkelijk toegankelijk voor het publiek.

 

De Commissie schrapt bij het bijwerken van de aandachtstoffenlijst elke stof van de bestaande aandachtstoffenlijst waarvoor zij het mogelijk acht het risico ervan voor het aquatisch milieu te beoordelen zonder aanvullende monitoringgegevens. Wanneer de aandachtstoffenlijst wordt bijgewerkt, mag een afzonderlijke stof of groep stoffen nog eens maximaal drie jaar op de toezichtlijst blijven staan wanneer aanvullende monitoringgegevens nodig zijn om het risico voor het aquatisch milieu te beoordelen. Elke bijgewerkte aandachtstoffenlijst bevat ook een of meer nieuwe stoffen waarvoor de Commissie, op basis van de wetenschappelijke verslagen van het ECHA, van oordeel is dat er sprake is van een risico voor het aquatisch milieu.

Amendement 131

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 ter — lid 3 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het selecteren van representatieve meetstations en het vastleggen van de meetfrequentie en de seizoensgebonden meettijdstippen voor elke stof of groep stoffen houden de lidstaten rekening met de gebruikspatronen en het mogelijk voorkomen van de stof of groep stoffen. De monitoringfrequentie bedraagt ten minste tweemaal per jaar, behalve voor stoffen die gevoelig zijn voor klimaatvariabiliteit of seizoensveranderingen, waarvoor de monitoring vaker wordt uitgevoerd, zoals bepaald in de overeenkomstig lid 1 vastgestelde uitvoeringshandeling tot vaststelling van de aandachtstoffenlijst .

Bij het selecteren van representatieve meetstations en het vastleggen van de meetfrequentie en de seizoensgebonden meettijdstippen voor elke stof of groep stoffen houden de lidstaten rekening met de gebruikspatronen en het mogelijk voorkomen van de stof of groep stoffen. De monitoringfrequentie bedraagt ten minste tweemaal per jaar . De frequentie is hoger , zoals bepaald in de overeenkomstig lid 1 vastgestelde uitvoeringshandeling tot vaststelling van de aandachtstoffenlijst, voor stoffen die gevoelig zijn voor variabiliteit van het klimaat, zoals neerslag, en voor stoffen waarvan de concentratie gedurende korte perioden waarschijnlijk een piek vertoont als gevolg van seizoensgebonden schommelingen in het gebruik van die stoffen .

Amendement 132

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7 bis (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 18 ter bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis)

Het volgende artikel 8 ter bis wordt ingevoegd:

 

“Artikel 8 ter bis

 

De Commissie presenteert uiterlijk [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een effectbeoordeling van de opname in deze richtlijn van een mechanisme voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat producenten die producten in de handel brengen die een van de in bijlage I vermelde stoffen of verbindingen bevatten, alsook zorgwekkend wordende stoffen die zijn opgenomen in de aandachtstoffenlijst uit hoofde van die richtlijn, bijdragen aan de kosten voor monitoringprogramma’s die zijn opgezet uit hoofde van artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG. Deze verslagen gaan in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze richtlijn.”

Amendement 133

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 7 ter (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 18 ter ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 ter)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

“Artikel 8 ter ter

 

Europese monitoringfaciliteit

 

De Commissie zet uiterlijk … [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] een gemeenschappelijke monitoringfaciliteit op voor het beheer van de monitoringvereisten, indien de lidstaten daarom verzoeken.

 

De Commissie specificeert de werking van de monitoringfaciliteit, met onder meer de volgende elementen:

 

a)

Het gebruik van een dergelijke faciliteit is vrijwillig en doet geen afbreuk aan de door de lidstaten reeds getroffen regelingen;

 

b)

de operationele procedures voor lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de monitoringfaciliteit, die onder meer de vereiste kennisgeving aan de Commissie omvatten van hun exacte monitoringbehoeften of -mogelijkheden, de exacte protocollen voor het beheer van monsters, alsmede de periode gedurende welke zij voornemens zijn deel te blijven uitmaken van het mechanisme;

 

c)

de financieringsbronnen, onder meer relevante structuurfondsen en -programma’s van de Unie en bijdragen van de particuliere sector, onder meer in het kader van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zodra dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 8 ter bis.”

Amendement 134

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 8

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 8 quinquies — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Bij het vaststellen en aanvragen van milieukwaliteitsnormen voor stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen kunnen de lidstaten rekening houden met de biobeschikbaarheid van metalen.

Amendement 135

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 8 bis (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 9 bis — lid 2

Bestaande tekst

Amendement

 

8 bis)

Artikel 9 bis, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

2.   De in artikel 3, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zes jaar met ingang van 13 september 2013 . De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van zes jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De delegatie van bevoegdheid wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van een termijn tegen deze verlenging verzet.

“2.    De in artikel 3, lid  8, artikel 8, leden 3, 6 bis en 6 ter, en artikel 8 bis, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zes jaar met ingang van [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen = de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] . De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van zes jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De delegatie van bevoegdheid wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van een termijn tegen deze verlenging verzet.”

Amendement 136

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 8 ter (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 9 bis — lid 3

Bestaande tekst

Amendement

 

8 ter)

Artikel 9 bis, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 8, bedoelde delegatie van bevoegdheid te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

“3.    Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 8, artikel 8, leden 3, 6 bis en 6 ter, en artikel 8 bis, lid 3 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.”

Amendement 137

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 8 ter (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 9 bis — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 quater)

in artikel 9 bis wordt het volgende lid 3 bis ingevoegd:

 

“3 bis.     Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.”

Amendement 138

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 — alinea 1 — punt 8 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2008/105/EG

Artikel 9 bis — lid 5

Bestaande tekst

Amendement

 

8 quinquies)

Artikel 9 bis, lid 5, wordt als volgt gewijzigd:

5.   Een volgens artikel 3, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

“5.   Een volgens artikel 3, lid 8 , artikel 8, leden 3, 6 bis, 6 ter, of artikel 8 bis, lid 3 bis , vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”

Amendement 139

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — alinea 1 — punt 10 bis (nieuw)

Richtlijn 2000/60/EG

Bijlage V — punt 1.3.4 — alinea 4

Bestaande tekst

Amendement

 

10 bis)

In punt 1.3.4 wordt alinea 4 als volgt gewijzigd:

Bij de keuze van de meetfrequenties wordt rekening gehouden met de variabiliteit van parameters ten gevolge van natuurlijke en antropogene factoren. De monitoringstijdstippen worden zo gekozen dat de invloed van seizoenvariaties op de resultaten zo klein mogelijk is om ervoor te zorgen dat de resultaten een beeld geven van veranderingen in het waterlichaam ten gevolge van veranderingen door antropogene belasting. Indien nodig vindt tijdens verschillende seizoenen van hetzelfde jaar extra monitoring plaats om deze doelstelling te bereiken.

“Bij de keuze van de meetfrequenties wordt rekening gehouden met de variabiliteit van parameters ten gevolge van natuurlijke en antropogene factoren en deze frequenties worden zo nodig verhoogd . Bovendien worden de monitoringstijdstippen zo gekozen dat rekening wordt gehouden met de invloed op de statusbeoordeling van seizoenvariaties van het gebruik van stoffen en van variaties van waterniveaus om ervoor te zorgen dat de resultaten een beeld geven van veranderingen in het waterlichaam veroorzaakt door antropogene belasting en variabiliteit van het klimaat. Wat betreft prioritaire stoffen die gevoelig zijn voor klimaatschommelingen en prioritaire stoffen waarvan de concentratie gedurende korte perioden pieken kan vertonen als gevolg van seizoensgebonden schommelingen in het gebruik van deze stoffen, moet de monitoring vaker worden uitgevoerd dan voor andere stoffen.”

Amendement 140

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I — alinea 1 — punt 18

Richtlijn 2000/60/EG

Bijlage V — punt 2.4.5 — alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorts duiden de lidstaten met een zwarte stip op de kaart de grondwaterlichamen aan, die onderhevig zijn aan een significante en aanhoudende stijgende tendens van de concentratie van een verontreinigende stof ten gevolge van menselijke activiteiten. Een omkering van een tendens wordt met een blauwe stip op de kaart aangeduid.

Voorts duiden de lidstaten met een zwarte stip op de kaart de grondwaterlichamen aan, die onderhevig zijn aan een significante en aanhoudende stijgende tendens , waaronder de seizoengebonden stijgende tendens die onder meer door geringe afvoer van een waterlichaam wordt veroorzaakt, van de concentratie van een verontreinigende stof ten gevolge van menselijke activiteiten. Een omkering van een tendens wordt met een blauwe stip op de kaart aangeduid.

Amendement 141

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II — alinea 1 — punt 1

Richtlijn 2000/60/EG

Bijlage VIII — punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.

Stoffen in suspensie, met inbegrip van micro-/nanoplastics.

10.

Stoffen in suspensie, met inbegrip van micro-/nanoplastics , alsook materialen waarvan bekend is dat zij kunnen leiden tot micro-/nanoplastics .

Amendement 142

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Opmerking 1: De kwaliteitsnormen voor de verontreinigende stoffen die bij vermeldingen 3 tot en met 7 zijn aangegeven, zijn van toepassing vanaf … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen: de eerste dag van de maand na 18  maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] teneinde ten laatste tegen 22 december 2033 een goede chemische toestand van het water te bereiken.

Opmerking 1: De kwaliteitsnormen voor de verontreinigende stoffen die bij vermeldingen 3 tot en met 7 zijn aangegeven, zijn van toepassing vanaf … [Publicatiebureau: gelieve de datum in te voegen: de eerste dag van de maand na zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] teneinde ten laatste tegen 22 december 2033 een goede chemische toestand van het water te bereiken.

Amendement 143

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien voor een gegeven grondwaterlichaam, met name een grondwaterlichaam in het ecologische netwerk van speciale beschermingszones uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, het vermoeden bestaat dat de toepassing van deze grondwaterkwaliteitsnormen ertoe kan leiden dat de in artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG gespecificeerde milieudoelstellingen voor de bijbehorende oppervlaktewateren niet worden bereikt, of kan resulteren in een significante verslechtering van de ecologische of chemische kwaliteit van die lichamen of in significante schade aan grondwater- of terrestrische ecosystemen die rechtstreeks van het grondwaterlichaam afhankelijk zijn, worden overeenkomstig artikel 3 van en bijlage II bij deze richtlijn stringentere drempelwaarden vastgesteld. De in verband met dergelijke drempelwaarden vereiste programma’s en maatregelen gelden ook voor activiteiten die onder de werkingssfeer van Richtlijn 91/676/EEG vallen.

Amendement 144

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — tabel — regel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

2

Werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten daarvan (4)

Bestrijdingsmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,1 (afzonderlijk)

0,5 (totaal) (5)

Amendement

2

Werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten daarvan (4)

Bestrijdingsmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,05 (afzonderlijk) (4 bis)

0,25 (totaal) (5)

Amendement 145

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage 1 — tabel — regen 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis

PFAS — totaal

Industriële stoffen

niet van toepassing

niet van toepassing

 (7 bis)

Amendement 146

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — tabel — regel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

4

Carbamazepine

Geneesmiddelen

298-46-4

niet van toepassing

0,25

Amendement

4

Carbamazepine

Geneesmiddelen

298-46-4

niet van toepassing

0,025

Amendement 147

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — tabel — regel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

6

Farmaceutische werkzame stoffen — totaal (8)

Geneesmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,25

Amendement

6

Farmaceutische werkzame stoffen — totaal (8)

Geneesmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,025

Amendement 148

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage I — tabel — regel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

7

Niet-relevante metabolieten van bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,1  (9) of 1  (10) of 2,5 of 5  (11) (afzonderlijk)

0,5  (9) of 5  (10) of 12,5  (11) (totaal) (12)

Amendement

7

Niet-relevante metabolieten van bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,1 (afzonderlijk)

0,5 (totaal) (12)

Amendement 149

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage IV — alinea 1 — punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2006/118/EG

Bijlage II — deel B — titel

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis)

In deel B wordt de titel vervangen door:

Minimumlijsten van verontreinigende stoffen en indicatoren ten aanzien waarvan de lidstaten de vaststelling van drempelwaarden overeenkomstig artikel 3 moeten overwegen

“Minimumlijsten van verontreinigende stoffen en indicatoren ten aanzien waarvan de lidstaten drempelwaarden overeenkomstig artikel 3 moeten vaststellen”

Amendement 150

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage I — tabel — regel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

3)

Atrazine

Onkruidbestrijdingsmiddelen

1912-24-9

217-617-8

0,6

0,6

2,0

2,0

 

 

 

 

Amendement

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

3)

Atrazine

Onkruidbestrijdingsmiddelen

1912-24-9

217-617-8

0,1

0,01

2,0

2,0

 

 

 

 

Amendement 151

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage I — tabel — regel 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

60)

Glyfosaat

Onkruidbestrijdingsmiddelen

1071-83-6

213-997-4

0,1  (25)

86,7  (26)

8,67

398,6

39,86

 

 

 

 

Amendement

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

60)

Glyfosaat

Onkruidbestrijdingsmiddelen

1071-83-6

213-997-4

0,1

0,01

398,6

39,86

 

 

 

 

Amendement 152

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage I — tabel — regel 70 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

70 bis

Bisfenol

Industriële stoffen

niet van toepassing

niet van toepassing

 (*1)

 (*1)

 (*1)

 (*1)

 

 

 

 

Amendement 153

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage I — tabel — regel 70 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

70 ter

PFAS — totaal

Industriële stoffen

niet van toepassing

niet van toepassing

 (*2)

 (*2)

 (*2)

 (*2)

 

 

 

 

Amendement 154

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage V — alinea 1 — punt 2

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage I — tabel — regel 70 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8)

9)

10)

11)

12)

13)

70 quater

Farmaceutische werkzame stoffen — totaal

Geneesmiddelen

niet van toepassing

niet van toepassing

0,25

0,025

 

 

 

 

 

 

Amendement 155

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VI

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage II — deel A — punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.

Stoffen in suspensie, met inbegrip van micro-/nanoplastics.

10.

Stoffen in suspensie, met inbegrip van micro-/nanoplastics , alsook materialen waarvan bekend is dat zij kunnen leiden tot micro-/nanoplastics .

Amendement 156

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage VI

Richtlijn 2008/105/EG

Bijlage II — deel B — punt d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)

bij het vaststellen van milieukwaliteitsnormen voor metalen worden biobeschikbaarheidsmodellen overwogen om rekening te houden met verschillende waterkwaliteitsparameters die van invloed zijn op de biobeschikbaarheid van metalen.


(1)  De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0238/2023).

(1 bis)   Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030.

(1 bis)   Drivers of and pressures arising from selected key water management challenges: A European overview, report 09/2021, EEA

(1 bis)   https://www.oecd.org/agriculture/topics/water-and-agriculture/

(1 bis)   https://www.eea.europa.eu/publications/state-of-water

(1 bis)   https://food.ec.europa.eu/plants/pesticides/sustainable-use-pesticides/farm-fork-targets-progress/eu-trends_nl

(45)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(46)  Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid, tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84).

(47)  Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).

(48)  Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PB L 372 van 27.12.2006, blz. 19).

(45)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(46)  Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid, tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84).

(47)  Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).

(48)  Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PB L 372 van 27.12.2006, blz. 19).

(49)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(50)  Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

(51)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(52)  Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).

(53)  Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).

(54)  Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71).

(55)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(56)  Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40).

(49)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(50)  Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

(51)  Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(52)  Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).

(53)  Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).

(54)  Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71).

(55)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(56)  Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40).

(1 bis)   “Transcriptomic signalling in zebrafish embryos exposed to environmental concentrations of glyphosate”, 2022. “Effects of low-concentration glyphosate and aminomethyl phosphonic acid on zebrafish embryo development”, 2021. “Global transcriptomic profiling demonstrates induction of oxidative stress and compensatory cellular stress responses in brown trout exposed to glyphosate and Roundup”, 2018.

(1 bis)   Beschikking 2004/248/EG van de Commissie van 10 maart 2004 betreffende de niet-opneming van atrazine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten (PB L 78 van 16.3.2004, blz. 53).

(1 ter)   Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) (PB L 435 van 23.12.2020, blz. 1).

(1 bis)   SCHEER. Contribution to ENV consultation: Comments on the Commission’s proposal for amending the WFD/GWD/EQSD, March 2023. SCHEER. Groundwater quality standards for proposed additional pollutants in the annexes to the Groundwater Directive (2006/118/EC), July 2022.

(1 ter)   EMA. Assessing the toxicological risk to human health and groundwater communities from veterinary pharmaceuticals in groundwater — Scientific guideline, April 2018.

(1 quater)   European Groundwater Memorandum: To secure the quality and quantity of drinking water for future generations, March 2022.

(1 bis)   EMA. Assessing the toxicological risk to human health and groundwater communities from veterinary pharmaceuticals in groundwater — Scientific guideline, April 2018.

(1 bis)   “Global burden of bacterial antimicrobial resistance in 2019: a systematic analysis”, Lancet, 19 januari 2022 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0140673621027240?via%3Dihub

(1 bis)   https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2352186422000724

(58)  Werkdocument van de diensten van de Commissie “Fitness Check of the Water Framework Directive, Groundwater Directive, Environmental Quality Standards Directive and Floods Directive” (geschiktheidscontrole van de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de richtlijn milieukwaliteitsnormen en de overstromingsrichtlijn), SWD(2019)0439.

(58)  Werkdocument van de diensten van de Commissie “Fitness Check of the Water Framework Directive, Groundwater Directive, Environmental Quality Standards Directive and Floods Directive” (geschiktheidscontrole van de kaderrichtlijn water, de grondwaterrichtlijn, de richtlijn milieukwaliteitsnormen en de overstromingsrichtlijn), SWD(2019)0439.

(1 bis)   https://www.igb-berlin.de/sites/default/files/media-files/download-files/IGB_Policy_Brief_WFD_2019.pdf

(61)   Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PB L 33 van 4.2.2006, blz. 1).

(1 bis)   Zaak C-535/18, arrest van het Hof (Eerste kamer) van 28 mei 2020; IL e.a. tegen Land Nordrhein-Westfalen. Zaak C-664/15, arrest van het Hof (Tweede kamer) van 20 december 2017; Protect Natur-, Arten- und Landschaftsschutz Umweltorganisation tegen Bezirkshauptmannschaft Gmünd.

(64)  Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).

(64)  Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).

(1 bis)   OECD, 6th Roundtable on Financing Water. Beschikbaar op: https://www.oecd.org/water/6th-Roundtable-on-Financing-Water-in-Europe-Summary-and-Highlights.pdf

(1 bis)   PB: Gelieve het nummer van de verordening in document COM(2022)0157 in de tekst in te voegen.

(65)   PB: Gelieve het nummer van de verordening in document COM(2022) 157 in de tekst in te voegen.

(5)  Onder “totaal” wordt verstaan, de som van alle tijdens de monitoringprocedure opgespoorde en gekwantificeerde afzonderlijke bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten daarvan.

(4 bis)   Deze drempelwaarde geldt alleen in afwachting van de toetsing door de Commissie.

(5)  Onder “totaal” wordt verstaan, de som van alle tijdens de monitoringprocedure opgespoorde en gekwantificeerde afzonderlijke bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten daarvan. De voor de som van alle afzonderlijke bestrijdingsmiddelen vastgestelde drempelwaarde geldt alleen in afwachting van de toetsing door de Commissie.

(7 bis)   De kwaliteitsnorm wordt door de Commissie bij gedelegeerde handeling vastgesteld.

(9)   Toepasbaar op niet-relevante metabolieten waarover weinig gegevens bestaan, dat wil zeggen waarover geen betrouwbare experimentele gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de chronische of acute effecten van de niet-relevante metaboliet op de taxonomische groep waarvan betrouwbaar wordt voorspeld dat deze het gevoeligst is.

(10)   Toepasbaar op niet-relevante metabolieten waarover een redelijke hoeveelheid gegevens bestaat, dat wil zeggen waarover betrouwbare experimentele gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de chronische of acute effecten van de niet-relevante metaboliet op de taxonomische groep waarvan betrouwbaar wordt voorspeld dat deze het gevoeligst is, maar waarbij deze gegevens niet voldoende zijn om de stoffen als stoffen waarover veel gegevens zijn aan te merken.

(11)   Toepasbaar op niet-relevante metabolieten waarover veel gegevens bestaan, dat wil zeggen waarover betrouwbare experimentele gegevens of even betrouwbare gegevens die door middel van alternatieve wetenschappelijk gevalideerde methoden zijn verkregen, beschikbaar zijn met betrekking tot de chronische of acute effecten van de niet-relevante metaboliet op ten minste één soort algen, ongewervelden en vissen, waarmee de gevoeligste taxonomische groep betrouwbaar kan worden bevestigd en waarmee een kwaliteitsnorm kan worden berekend aan de hand van een deterministische benadering op basis van betrouwbare experimentele toxiciteitsgegevens over die taxonomische groep. De lidstaten kunnen daartoe de meest recente richtsnoeren toepassen die zijn vastgesteld in het kader van de gemeenschappelijke uitvoeringsstrategie voor Richtlijn 2000/60/EG (bijgewerkt richtsnoer nr. 27). De kwaliteitsnorm van 2,5 voor afzonderlijke niet-relevante metabolieten is van toepassing tenzij de volgens de deterministische benadering berekende kwaliteitsnorm hoger is, in welk geval een kwaliteitsnorm van 5 van toepassing is.

(12)  Onder “totaal” wordt de som verstaan van alle afzonderlijke niet-relevante metabolieten in iedere gegevenscategorie, die bij de monitoringprocedure worden opgespoord en gekwantificeerd.

(12)  Onder “totaal” wordt de som verstaan van alle afzonderlijke niet-relevante metabolieten in iedere gegevenscategorie, die bij de monitoringprocedure worden opgespoord en gekwantificeerd.

(25)   Voor zoet water dat wordt gebruikt voor de onttrekking en bereiding van drinkwater.

(26)   Voor zoet water dat niet wordt gebruikt voor de onttrekking en bereiding van drinkwater.

(*1)   De kwaliteitsnorm wordt door de Commissie bij gedelegeerde handeling vastgesteld.

(*2)   De kwaliteitsnorm wordt door de Commissie bij gedelegeerde handeling vastgesteld.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1777/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)