European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/2401

5.11.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/2401 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2026

ter bepaling van de lijst en beschrijving van variabelen en de technische specificaties, statistische classificaties, uitsplitsingen en nauwkeurigheidsdoelstellingen ervan voor het onderwerp “structuur van de loonkosten” overeenkomstig Verordening (EU) 2025/941 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2025/941 van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2025 betreffende arbeidsmarktstatistieken van de Europese Unie over bedrijven en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 450/2003 en (EG) nr. 453/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 4, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Statistieken over territoriale eenheden en economische sectoren moeten internationaal vergelijkbaar zijn. De lidstaten en instellingen van de Unie moeten derhalve gebruikmaken van statische classificaties die verenigbaar zijn met de NUTS (2)- en NACE (3)-classificaties.

(2)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Lijst en beschrijving van variabelen en de technische specificaties daarvan

1.   De lijst en beschrijving van variabelen en de technische specificaties daarvan, die voor het onderwerp “structuur van de loonkosten” aan de Commissie (Eurostat) moeten worden toegezonden, alsmede de te gebruiken statistische classificaties, zijn opgenomen in bijlage I.

2.   Variabelen betreffende leerlingen worden alleen toegezonden door de lidstaten waar zij meer dan 1 % van het totale aantal werknemers vertegenwoordigen. Het aandeel leerlingen in het totale aantal werknemers wordt beoordeeld op basis van de variabele B28 “Type arbeidsovereenkomst”, zoals gemeld door middel van de meest recente gegevens van het onderwerp “loonstructuur” voor alle lokale eenheden die behoren tot een onderneming met ten minste tien werknemers (4).

Artikel 2

Nauwkeurigheidsdoelstellingen

De nauwkeurigheidsdoelstellingen voor statistische enquêtes zijn vastgelegd in bijlage II.

Artikel 3

Modellen voor het toezenden van de gegevens

1.   De lidstaten zenden de Commissie (Eurostat) in elektronische vorm gegevensreeksen toe met volledig gecontroleerde en bewerkte gegevens die voldoen aan validatieregels overeenkomstig de specificatie van variabelen uit bijlage I. Gegevens worden toegezonden in volledige gegevensreeksen die alle variabelen bestrijken, ongeacht het aantal herziene waarnemingen en variabelen.

2.   De lidstaten stellen de gegevens die uit hoofde van deze verordening vereist zijn ter beschikking van de Commissie (Eurostat) met behulp van de normen voor de uitwisseling van statistische gegevens die zijn vastgesteld door de Commissie (Eurostat) en het centrale punt voor gegevenstoezending.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2025/941, 20.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/941/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de vaststelling van een gemeenschappelijke classificatie van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1059/oj).

(3)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1893/oj).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1526 van de Commissie van 29 juli 2025 ter bepaling van de lijst en beschrijving van variabelen en de technische specificaties, statistische classificaties en nauwkeurigheidsdoelstellingen ervan voor het onderwerp “loonstructuur” overeenkomstig Verordening (EU) 2025/941 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2025/1526, 30.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1526/oj).


BIJLAGE I

1.   LIJST EN BESCHRIJVING VAN VARIABELEN

Er worden drie gegevensreeksen toegezonden.

—

gegevensreeks A: met nationale gegevens (één record per economische activiteit van de lokale eenheid op sectie- en afdelingsniveau van de NACE-classificatie). De volgende NACE-aggregaten worden ook verstrekt: NACE-secties B tot en met T, B tot en met T exclusief P, B tot en met O, B tot en met F, G tot en met O en P tot en met T;

—

gegevensreeks B: met nationale gegevens naar grootteklasse van de onderneming (één record per economische activiteit van de lokale eenheid op sectie- en afdelingsniveau van de NACE-classificatie, voor elk van de grootteklassen van de onderneming waartoe de lokale eenheid behoort);

—

gegevensreeks C: met regionale gegevens op NUTS 1-niveau (één record per economische activiteit van de lokale eenheid op sectie- en afdelingsniveau van de NACE-classificatie, per regio).

Landen waar NUTS 1 overeenkomt met het nationale niveau, hoeven gegevensreeks C niet in te dienen.

Voor onderstaande variabelen moeten hetzij alleen gegevensreeks A, hetzij alle drie gegevensreeksen worden verstrekt. De letter “V” betekent dat indiening van de gegevens verplicht is, de letter “F” dat deze facultatief is.

Alle variabelen omvatten leerlingen alsook bezoldigde stagiairs.

“M1%” geeft de variabelen voor leerlingen aan die door de in artikel 1, lid 2, vermelde landen moeten worden verstrekt.

Gedetailleerd onderwerp

Identificatiecode van de variabele

Naam van de variabele

Gegevensreeks A

Gegevensreeksen B en C (1)

Werknemers

A1

Totaal aantal werknemers

V

V

A11

Voltijdwerknemers

V

V

A12

Deeltijdwerknemers

V

V

A121

Deeltijdwerknemers omgerekend in voltijdequivalenten

V

V

A1A

Leerlingen

M1%

M1%

A1A1

Deeltijdleerlingen omgerekend in voltijdequivalenten

M1%

M1%

Gewerkte uren

B1

Totaal aantal werkelijk gewerkte uren

V

V

B11

Aantal werkelijk door voltijdwerknemers gewerkte uren op jaarbasis

V

V

B12

Aantal werkelijk door voltijdwerknemers gewerkte uren op jaarbasis

V

V

B1A

Aantal werkelijk door leerlingen gewerkte uren op jaarbasis

M1%

M1%

Betaalde uren

C1

Totaal aantal betaalde uren op jaarbasis

V

 

C11

Aantal betaalde uren van voltijdwerknemers op jaarbasis

V

 

C12

Aantal betaalde uren van deeltijdwerknemers op jaarbasis

V

 

C1A

Aantal betaalde uren van leerlingen op jaarbasis

M1%

 

Loonkosten

D1

Beloning van werknemers

V

V

D11

Lonen

V

V

D111

Directe beloning, bonussen en toelagen

V

V

D1111

Directe beloning, bonussen en toelagen die in iedere loonperiode worden betaald

V

 

D1112

Directe beloning, bonussen en toelagen die niet in iedere loonperiode worden betaald (2)

V

 

D112

Betalingen voor spaarregelingen voor werknemers

V

V

D113

Betalingen voor niet-gewerkte dagen

V

V

D114

Lonen in natura

V

V

D1141

Producten van de onderneming

F

 

D1142

Personeelswoningen  (3)

F

 

D1143

Auto’s van de zaak

F

 

D1144

Aandelenopties en regelingen voor de aankoop van aandelen

F

 

D1145

Overige

F

 

D11A

Lonen van leerlingen

M1%

M1%

D12

Werkgeversbijdragen

V

V

D121

Werkelijke sociale premies ten laste van werkgevers

V

V

D1211

Wettelijke sociale premies

V

 

D1212

Op collectieve arbeidsovereenkomsten berustende, contractuele en vrijwillige sociale premies ten laste van werkgevers

V

 

D122

Toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers

V

V

D1221

Gegarandeerde beloning bij ziekte

F

 

D1222

Toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers voor pensioenen en gezondheidszorg

F

 

D1223

Vertrekpremies

F

 

D1224

Overige toegerekende sociale premies ten laste van de werkgever

F

 

D12A

Sociale premies ten laste van werkgevers voor leerlingen

M1%

M1%

D2

Door de werkgever betaalde kosten van beroepsopleidingen

V

V

D3

Overige uitgaven van de werkgever

V

V

D4

Door de werkgever betaalde belastingen over arbeid

V

V

D5

Door de werkgever ontvangen loonkostensubsidies

V

V

D5A

Door de werkgever ontvangen loonkostensubsidies in verband met het in dienst hebben van leerlingen

M1%

M1%

Lokale eenheden

E1

Aantal lokale eenheden in de populatie

V

V

E2

Aantal lokale eenheden in de definitieve gegevensreeks

V

V

(1)  De gegevensreeks C moet alleen worden ingediend door landen met NUTS 1-regio’s.

(2)  Exclusief betalingen voor spaarregelingen voor werknemers.

(3)  Exclusief verhuistoelagen.

2.   TECHNISCHE SPECIFICATIES

A.   Werknemers

Werknemers zijn alle personen, ongeacht hun nationaliteit of ingezetenschap of de tijd dat zij in een lidstaat hebben gewerkt, die een rechtstreekse, in een formele of informele overeenkomst vastgelegde arbeidsverhouding hebben met een werkgever en die een beloning ontvangen, ongeacht het soort verricht werk het aantal gewerkte uren (voltijd of deeltijd) en de duur van het contract of de overeenkomst (voor vaste of onbepaalde tijd, met inbegrip van seizoensarbeid). De beloning van een werknemer, die de vorm van loon of salaris kan aannemen, omvat bonussen, stukloon, toeslagen voor ploegendienst, toelagen, honoraria, fooien, provisies of beloningen in natura.

Deze definitie van het begrip “werknemers” omvat hand- en hoofdarbeiders en leidinggevend personeel bij de overheid en in de particuliere sector.

De onderstaande lijst bevat voorbeelden van categorieën werknemers die inbegrepen zijn:

—

ambtenaren (4) (ook in de strijdkrachten (5));

—

vertegenwoordigers, mits zij op de loonlijst staan en behalve provisie een andere vorm van beloning ontvangen;

—

betaalde meewerkende eigenaren;

—

leerlingen;

—

bezoldigde stagiairs (advocaat-stagiairs, leerling-verpleegkundigen, onderzoeks- en onderwijsassistenten, coassistenten enz.), die zich formeel ertoe hebben verplicht mee te werken aan het productieproces van de eenheid, waarvoor zij een beloning ontvangen;

—

uitzendkrachten of tijdelijk personeel (bv. secretariaatsmedewerkers), die door uitzendbureaus in dienst worden genomen en beloond om elders te werken, vaak voor een bepaalde tijd;

—

seizoenarbeiders en losse medewerkers die een al dan niet formele overeenkomst met de onderneming of de lokale eenheid en vooraf vastgestelde werkuren hebben;

—

werknemers voor wie loonkosten werden betaald voor tijdens de referentieperiode verricht werk, maar die tijdelijk niet op het werk aanwezig waren wegens ziekte, een ongeval, vakantiedagen, vrije dagen, een staking, uitsluiting, scholingsverlof, zwangerschaps-, bevallings- of ouderschapsverlof (6), verminderde economische activiteit, stillegging van het werk wegens slecht weer, een technische storing, gebrek aan grondstoffen, brandstoffen of elektriciteit, of een andere tijdelijke afwezigheid met of zonder verlof;

—

in het buitenland werkzame werknemers die hun beloning van de werkgever ontvangen;

—

thuiswerkers (7), waaronder telewerkers, indien er sprake is van een expliciete overeenkomst dat zij, ten minste gedeeltelijk, beloond worden op basis van het verrichte werk, d.w.z. de hoeveelheid werk (in werkelijk gewerkte uren) die in een productieproces is ingezet [Europees rekeningenstelsel (ESR) 2010, § 11.13, g)].

De volgende categorieën moeten worden uitgesloten:

—

vertegenwoordigers en andere personen die volledig op basis van honoraria of provisies worden beloond, niet op de loonlijst staan of als zelfstandige werkzaam zijn;

—

eigenaren, directieleden of managers van wie de beloning geheel uit een aandeel in de winst bestaat;

—

meewerkende gezinsleden die geen werknemer (zoals hierboven gedefinieerd) van de onderneming of de lokale eenheid zijn;

—

zelfstandigen;

—

thuiswerkers die uitsluitend op basis van stukloon worden betaald [ESR 2010, § 4.07, e)] en gebonden zijn aan een commercieel contract (in tegenstelling tot een formele, informele of impliciete arbeidsovereenkomst);

—

niet-betaalde vrijwilligers (bv. personen die als vrijwilliger voor een charitatieve instelling of een dergelijke instelling zonder winstoogmerk werken).

A1   Totaal aantal werknemers

Deze variabele heeft betrekking op voltijdwerknemers (A11) en deeltijdwerknemers (A12), met inbegrip van leerlingen alsook bezoldigde stagiairs. Leerlingen worden ook geregistreerd onder de daarvoor bestemde variabelen (A1A en A1A1) voor de betrokken landen. Variabele A1 moet in overeenstemming zijn met variabele D1 “Beloning van werknemers”. [ESR 2010, § 11.12 tot en met § 11.14; Europese bedrijfsstatistieken, variabele 220102 (“Aantal werknemers”)]

A11   Voltijdwerknemers

Voltijdwerknemers werken het normale aantal uren als overeengekomen in de collectieve arbeidsovereenkomst of het aantal uren dat in de desbetreffende onderneming of lokale eenheid gewoonlijk wordt gewerkt, ook al hebben zij een arbeidsovereenkomst van minder dan een jaar.

Bij deze variabele moet het gemiddelde aantal voltijdwerknemers dat gedurende het referentiejaar per maand in de meldende eenheid werkzaam was, worden opgegeven.

A12   Deeltijdwerknemers

Deeltijdwerknemers hebben een gebruikelijke arbeidsduur die korter is dan het collectief overeengekomen of het normale aantal gewerkte uren in de onderneming of lokale eenheid, of dit nu dagelijks, wekelijks of maandelijks het geval is (halve dagen, driekwart tijd, vier vijfde tijd enz.). Bij deze variabele moet het gemiddelde aantal deeltijdwerknemers dat gedurende het referentiejaar per maand in de meldende eenheid werkzaam was, worden opgegeven.

A121   Deeltijdwerknemers omgerekend in voltijdequivalenten

Deze omrekening moet worden uitgevoerd door de onderneming of lokale eenheid die de gegevens aanlevert zelf, of door de dienst die de gegevens verzamelt of het nationale bureau voor de statistiek, aan de hand van de normale arbeidstijd van voltijdwerknemers in die onderneming of lokale eenheid, volgens de methode die zij het meest geschikt achten. Bij deze variabele moet het gemiddelde aantal deeltijdwerknemers (omgerekend in voltijdequivalenten) dat gedurende het referentiejaar per maand in de meldende eenheid werkzaam was, worden opgegeven. [ESR 2010, § 11.32 tot en met § 11.34]

A1A   Leerlingen

Leerlingen zijn voltijd- of deeltijdwerknemers die nog niet ten volle aan het productieproces deelnemen en die hetzij een leerlingenovereenkomst hebben hetzij in een situatie verkeren waarin de beroepsopleiding belangrijker is dan de productiviteit. Behalve te werken voor een beloning op grond van een arbeidsovereenkomst moeten leerlingen ook een formeel onderwijsprogramma van minder dan zes jaar volgen. Het leercontract moet een looptijd van meer dan zes maanden hebben en tot een formele kwalificatie leiden, in het kader waarvan praktische opleiding op de werkplek wordt afgewisseld met theoretisch onderwijs bij een onderwijsinstelling (zie het beslissingsschema in figuur 1).

Bij deze variabele moet het gemiddelde aantal leerlingen dat gedurende het referentiejaar per maand in de meldende eenheid werkzaam was, worden opgegeven.

A1A1   Deeltijdleerlingen omgerekend in voltijdequivalenten

Deze omrekening moet worden uitgevoerd door de onderneming of lokale eenheid die de gegevens aanlevert zelf of door de dienst die de gegevens verzamelt of het nationale bureau voor de statistiek, volgens de methode die zij het meest geschikt achten. De uren die hetzij in de onderneming/lokale eenheid hetzij in een onderwijsinstelling aan opleiding worden besteed, worden niet meegeteld. Bij deze variabele moet het gemiddelde aantal deeltijdleerlingen (omgerekend in voltijdequivalenten) dat gedurende het referentiejaar per maand in de meldende eenheid werkzaam was, worden opgegeven (8). [ESR 2010, § 11.32 tot en met § 11.34]

Figuur 1

Leerlingen onderscheiden van andere werknemers

Image 1

B.   Gewerkte uren

Deze variabele heeft betrekking op het totale aantal uren dat werkelijk door alle werknemers samen gedurende het jaar is gewerkt (B1). Het totale aantal gewerkte uren wordt voor voltijdwerknemers (B11) en deeltijdwerknemers afzonderlijk geregistreerd (B12). De door leerlingen gewerkte uren worden ook geregistreerd onder de daarvoor bestemde variabele (B1A) voor de betrokken landen.

Het aantal werkelijk gewerkte uren is de som van alle perioden die worden besteed aan hoofd- en hulpactiviteiten met het oog op de voortbrenging van goederen en diensten.

De werkelijk gewerkte uren omvatten:

—

de uren die gedurende de normale werktijd zijn gewerkt;

—

betaalde overuren, dat wil zeggen de uren die buiten de normale werktijd zijn gewerkt, ongeacht het betaalde uurloon (bv. een dubbel betaald overuur wordt als één uur geregistreerd);

—

niet-betaalde overuren (9);

—

de tijd die is besteed aan taken zoals werk- en werkplekvoorbereiding; voorbereiding, onderhoud, reparatie en schoonmaken van gereedschappen en machines; schrijven van ontvangstbewijzen en rekeningen; schrijven van arbeidsbriefjes en verslagen enz.;

—

de tijd die op de werkplek is doorgebracht zonder te werken, bijvoorbeeld wegens stilstand van machines, ongevallen of tijdelijk gebrek aan werk, maar waarvoor in het kader van de arbeidsovereenkomst wel betaald wordt;

—

korte rustperioden op de werkplek, met inbegrip van koffie- en theepauzes;

—

de uren die in de onderneming/lokale eenheid of in een onderwijsinstelling aan opleiding zijn besteed (voor leerlingen worden deze uren niet meegeteld);

—

de uren die zijn besteed aan zakenreizen die door de werkgever worden betaald;

—

perioden van oproepdienst voor de uren die op de werkplek zijn doorgebracht en voor de uren die buiten de werkplek zijn doorgebracht vanaf het moment dat de werknemer terug op zijn werk is geroepen (inclusief reistijd, bv. van huis naar de werkplek);

—

de uren die zijn besteed aan telewerken, op voorwaarde dat de werkgever de werknemer tijdens de reguliere werkuren kan bereiken.

De werkelijk gewerkte uren omvatten niet:

—

betaalde maar niet gewerkte uren, bijvoorbeeld: betaalde vakantiedagen, betaalde officiële feestdagen, betaald ziekteverlof, betaald zwangerschapsverlof, situaties van overmacht zoals extreme weersomstandigheden of grote natuurrampen enz.;

—

niet-gewerkte en niet-betaalde uren, bijvoorbeeld bij ziekte, zwangerschap enz.;

—

(al dan niet betaalde) niet-gewerkte uren bij speciaal verlof voor medisch onderzoek, een huwelijk, een begrafenis, een verhuizing, na een ongeval enz.;

—

maaltijdpauzes (anders dan korte rustperioden of koffie- en theepauzes);

—

(al dan niet betaalde) niet-gewerkte uren bij arbeidstijdverkorting, arbeidsgeschillen, uitsluiting enz.;

—

de tijd die is besteed aan woon-werkverkeer;

—

de uren die leerlingen in de onderneming/lokale eenheid of in een onderwijsinstelling aan hun opleiding hebben besteed.

[ESR 2010, § 11.27 tot en met § 11.29; Europese bedrijfsstatistieken, variabele 220201 (“Door werknemers gewerkte uren”)]

C.   Betaalde uren

Deze variabele heeft betrekking op het totale aantal uren waarvoor gedurende het jaar door de werkgever loon is uitbetaald (C1). Het totale aantal betaalde uren wordt voor voltijdwerknemers (C11) en deeltijdwerknemers afzonderlijk geregistreerd (C12). De aan leerlingen betaalde uren worden ook geregistreerd onder de daarvoor bestemde variabele (C1A) voor de betrokken landen.

Het aantal betaalde uren op jaarbasis wordt gedefinieerd als:

—

de normale en de overuren waarvoor tijdens het jaar een beloning is gegeven;

—

alle uren waarvoor de werknemer tegen een verlaagd tarief werd betaald, ook al werd het verschil gecompenseerd door betalingen van socialezekerheidsfondsen;

—

uren die tijdens de referentieperiode niet werden gewerkt, maar die wel werden betaald (vakantiedagen, ziekteverlof, officiële feestdagen en andere betaalde uren, zoals voor medisch onderzoek, geboorte, huwelijk, begrafenis, verhuizing enz.).

Wanneer bepaalde uren geheel of gedeeltelijk worden betaald door het socialezekerheidsstelsel of door publieke regelingen die door de overheid gefinancierd worden, bv. ter ondersteuning van arbeidstijdverkorting of tijdelijke ontslagen, wordt de afhandeling van deze zaken hieronder uiteengezet.

In geval van ziekteverlof of zwangerschapsverlof en andere vormen van afwezigheid, zoals tijdelijke ontslagen, worden de uren die voor 100 % door de werkgever worden betaald, geregistreerd als betaalde uren. Wanneer die uren volledig door het socialezekerheidsstelsel of door de overheid worden betaald (d.w.z. er worden geen uren door de werkgever betaald of ze worden volledig terugbetaald), moeten de overeenkomstige uren worden uitgesloten.

In het tussenliggende geval, wanneer er een percentage wordt betaald door zowel de werkgever (bv. 25 %) als de sociale zekerheid (75 %), moet de overeenkomstige 100 % van de betaalde uren worden geregistreerd. Hieronder wordt een voorbeeld van de verschillende scenario’s gegeven.

Ziekteverlof, dagen 1 tot en met 3: de werknemer krijgt niets betaald; noch door de werkgever noch door de sociale verzekering.

—

Er moeten nul (0) betaalde uren geregistreerd worden.

Ziekteverlof, dagen 4 tot en met 14: 75 % wordt betaald door de sociale zekerheid en 25 % wordt op vrijwillige basis door de werkgever betaald.

—

Als de werkgever zijn 25 % betaalt (dus 75 % door de sociale zekerheid + 25 % door de werkgever), dan wordt 100 % van de overeenkomstige uren geregistreerd.

—

Als de werkgever zijn 25 % niet betaald, moeten er nul (0) betaalde uren geregistreerd worden.

Ziekteverlof, dag 15+: 100 % wordt betaald door de sociale zekerheid, er wordt niets door de werkgever betaald.

—

Er worden nul (0) betaalde uren geregistreerd.

Berekening van de betaalde uren op jaarbasis en de werkelijk gewerkte uren op jaarbasis

Deze berekeningen moeten worden uitgevoerd door hetzij de werkgever die de gegevens aanlevert zelf, hetzij de dienst die de gegevens verzamelt of het nationale bureau voor de statistiek, volgens de methode die zij het meest geschikt achten. De volgende modellen illustreren hoe het aantal betaalde uren en het aantal werkelijk gewerkte uren door middel van de beschikbare gegevens geschat kunnen worden.

C11   Aantal betaalde uren van voltijdwerknemers op jaarbasis

Wanneer er gegevens beschikbaar zijn voor de onderstaande variabelen:

(A11)

Gemiddeld aantal voltijdwerknemers per maand

a)

Gemiddeld aantal in de arbeidsovereenkomst opgenomen betaalde werkuren per voltijdwerknemer per jaar, exclusief overuren en maaltijdpauzes

b)

Gemiddeld aantal betaalde overuren per voltijdwerknemer per jaar

Het totale aantal betaalde uren van voltijdwerknemers op jaarbasis wordt weergegeven door de vergelijking

(C11) = (A11) × (a + b)

die de uren die geheel of gedeeltelijk door de werkgever, tijdens bv. ziekteverlof, worden betaald, moet omvatten. De uren die volledig door de sociale zekerheid worden betaald, worden uitgesloten.

Aantal betaalde uren van deeltijdwerknemers (C12) en van leerlingen (C1A), op jaarbasis

Soortgelijke modellen kunnen worden gebruikt voor de berekening van de betaalde uren van deeltijdwerknemers en van leerlingen.

B11   Aantal werkelijk gewerkte uren van voltijdwerknemers op jaarbasis

Wanneer er gegevens beschikbaar zijn voor de onderstaande variabelen:

(C11)

Aantal betaalde uren van voltijdwerknemers

c)

Gemiddeld aantal onbetaalde overuren per voltijdwerknemer per jaar

d)

Gemiddeld aantal werkelijk gewerkte uren van een voltijdwerknemer per dag [d.w.z. contracturen plus overuren (zowel betaald als onbetaald), exclusief maaltijdpauzes]

(X11)

Aantal betaalde maar niet werkelijk gewerkte dagen voor voltijdwerknemers, dat het volgende omvat:

e)

gemiddeld aantal door de werkgever toegekende vakantiedagen per voltijdwerknemer per jaar;

f)

gemiddeld aantal officiële feestdagen per voltijdwerknemer per jaar;

g)

gemiddeld aantal wegens ziekte of zwangerschapsverlof verzuimde dagen per voltijdwerknemer per jaar die geheel of gedeeltelijk door de werkgever werden betaald;

h)

gemiddeld aantal niet-gewerkte dagen wegens arbeidstijdverkorting en arbeidsgeschillen per voltijdwerknemer per jaar;

i)

gemiddeld aantal niet werkelijk gewerkte dagen per voltijdwerknemer per jaar (bv. bij speciaal verlof voor medisch onderzoek, een huwelijk, een begrafenis, een verhuizing, na een ongeval enz.);

het totale aantal gewerkte uren per voltijdwerknemer per jaar (vóór correctie voor niet werkelijk gewerkte dagen) wordt weergegeven door de vergelijking [C11 + (A11 × c)].

Als daarvan het totale aantal niet werkelijk gewerkte uren per jaar, dat wordt verkregen door toepassing van de formule (A11) × d × (X11) wordt afgetrokken, houdt men het totale aantal werkelijk gewerkte uren van voltijdwerknemers (B11) op jaarbasis over:

(B11) = [C11 + (A11 × c)] – (A11 × d × X11)

of: (B11) = (A11) × [(a + b + c) – d × (X11)]

Aantal werkelijk gewerkte uren van deeltijdwerknemers (B12) en van leerlingen (B1A), op jaarbasis

Soortgelijke modellen kunnen worden gebruikt om de door deeltijdwerknemers en door leerlingen gewerkte uren te berekenen.

D.   Loonkosten

Onder loonkosten wordt verstaan de totale uitgaven van werkgevers voor het in dienst hebben van personeel, een begrip dat binnen de Gemeenschap is goedgekeurd en dat in grote lijnen overeenkomt met de internationale definitie van de Internationale Conferentie van arbeidsstatistici (Genève, 1966).

De loonkosten omvatten de beloning van werknemers, met lonen in geld en in natura en de sociale premies ten laste van werkgevers (D1), kosten van beroepsopleidingen (D2), overige uitgaven (D3) en belastingen in verband met de personeelsomvang, die als loonkosten worden beschouwd (D4), minus ontvangen subsidies (D5).

De kosten voor uitzendkrachten moeten worden opgenomen bij de bedrijfstak van het bureau waarbij zij in dienst zijn en niet bij die van de onderneming waarvoor zij feitelijk werken.

Figuur 2 laat in een oogopslag zien hoe de totale loonkosten zijn opgebouwd.

D1   Beloning van werknemers

De beloning van werknemers is de totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens de referentieperiode heeft verricht. Deze bestaat uit de volgende componenten:

—

lonen (D11);

—

sociale premies ten laste van werkgevers (D12), voornamelijk bestaande uit werkelijke sociale premies ten laste van werkgevers (D121) en toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers (D122).

[ESR 2010, § 4.02 (code D1); Europese bedrijfsstatistieken, variabele 220301 (“Lasten uit hoofde van personeelsbeloningen”)]

D11   Lonen

Tot de lonen behoren ook directe beloningen, bonussen en toeslagen voor ploegendienst, toelagen, honoraria, fooien, provisies en beloningen in natura. Vergoeding voor thuiswerkers die op basis van stukloon worden betaald, is echter uitgesloten [ESR 2010, § 4.07, e)]. In tegenstelling tot de nationale rekeningen zijn provisies en fooien uitgesloten, omdat zij niet door de werkgever worden betaald en daarom niet als loonkosten in diens rekeningen worden opgenomen. De aan leerlingen en stagiairs betaalde lonen zijn inbegrepen en ze worden ook onder een daarvoor bestemde variabele (D11A) voor de betrokken landen geregistreerd.

Lonen en salarissen worden geregistreerd in het tijdvak dat de arbeid is verricht. Incidentele premies of andere bijzondere uitkeringen, dertiende maand enz., worden echter geregistreerd op het moment dat zij verschuldigd zijn. De registratie van aandelenopties wordt gespreid over de periode tussen de toekenningsdatum en de datum vanaf wanneer de opties kunnen worden uitgeoefend. Indien de gegevens ontoereikend zijn, wordt de waarde van de optie geregistreerd per laatstgenoemde datum.

Figuur 3 van bijlage I bevat een volledige uitsplitsing van de lonen.

[ESR 2010, § 4.03 tot en met § 4.07 en § 4.12, a) wat het moment van registratie betreft (code D11); Europese bedrijfsstatistieken, variabele 220302 (“Lonen”)]

D111   Directe beloning, bonussen en toelagen

De directe beloning, bonussen en toelagen omvatten ook de sociale premies ten laste van de werknemer, loonbelasting enz., ook indien deze door de werkgever worden ingehouden en namens de werknemer rechtstreeks aan socialeverzekeringsregelingen, belastingdienst enz. worden betaald.

Een bonus is een betaling door de werkgever als beloning of blijk van waardering. Wanneer een werknemer een bonus ontvangt, wordt niet verwacht of verondersteld dat deze voor een specifieke uitgave wordt gebruikt. De waarde van de bonus en het tijdstip waarop deze wordt betaald, kunnen door de werkgever worden bepaald of in een overeenkomst worden vastgelegd.

Een toelage is een bedrag dat door de werkgever aan een werknemer wordt betaald met het oog op een specifieke, niet met het werk verband houdende uitgave van de werknemer. Het recht op een toelage is vaak in een overeenkomst vastgelegd en de toelage wordt gewoonlijk betaald op het moment dat de werknemer het recht hierop verkrijgt.

D1111    Directe beloning, bonussen en toelagen die in iedere loonperiode worden betaald

Dit is de beloning in de vorm van betalingen in geld die regelmatig in iedere loonperiode gedurende het jaar worden betaald. Voor de meeste werknemers bedraagt de loonperiode een week of een maand. Betalingen die de werknemer minder vaak (maandelijks als de loonperiode een week is, of driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks) of incidenteel ontvangt, zijn hier dus niet inbegrepen. Betalingen voor spaarregelingen voor werknemers blijven hier buiten beschouwing, maar vallen onder D112.

Deze betalingen moeten bruto worden geregistreerd, vóór de aftrek van belastingen en sociale premies ten laste van werknemers. [ESR 2010, § 4.03, a) t/m c), e), g), j) (code D11)]

Deze variabele omvat met name:

a)

basislonen;

b)

directe beloning berekend op basis van werktijd die aan de werknemers wordt betaald voor de gewerkte uren;

c)

beloning en toeslagen voor overwerk, nachtdienst, werk op zon- en feestdagen en ploegendienst tijdens de referentieperiode;

d)

premies en toeslagen die regelmatig voor iedere betaalperiode worden betaald, zoals:

—

aan de arbeidsplaats gebonden toeslagen wegens lawaai, gevaren, moeilijk werk, ploegendienst, volcontinudienst, nachtdienst en werk op zon- en feestdagen;

—

individuele prestatiepremies, premies in relatie met de output, de productie, de productiviteit, verantwoordelijkheden, ijver, punctualiteit, anciënniteit, kwalificaties en speciale kennis.

Betalingen die bij loonkostenelement D1111 moeten worden ingedeeld, hebben de volgende kenmerken:

Zij zijn overdrachten in geld van een werkgever aan een werknemer.

Zij zijn niet:

—

ad-hocbetalingen of betalingen die minder vaak dan bij de regelmatige loonbetalingen worden verricht (deze vallen onder D1112);

—

betalingen in natura (deze vallen onder D114);

—

betalingen voor spaarregelingen voor werknemers (deze vallen onder D112);

—

doorbetaling tijdens specifieke perioden waarin niet wordt gewerkt (deze valt onder D113 of, in geval van ziekte, onder D1221).

Zij kunnen:

—

bestaan uit toeslagen wegens gevaarlijk werk of voor ploegendienst;

—

wekelijks of maandelijks worden betaald, afhankelijk van de normale loonperiode;

—

gebaseerd zijn op de prestaties van een werknemer of een groep werknemers.

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D1111 vallen

Post

Omschrijving

Buitenlandtoelagen/toeslagen voor kosten van levensonderhoud

Betalingen aan werknemers die niet in hun land van oorsprong of gewoonlijk verblijf/hun gewoonlijke verblijfplaats werken om rekening te houden met de verschillen in kosten van levensonderhoud

Kostwinnerstoelage

Toeslag voor woonkosten

Toeslagen voor beschikbaarheid en 24-uursdiensten

Toeslagen voor werknemers die buiten de normale werkuren beschikbaar moeten zijn

Risico- en gevarentoeslagen

Bonus voor werknemers die in verband met hun werk aan bijzondere risico’s zijn blootgesteld, bv. gevaarlijke chemische stoffen

Toeslag wegens arbeidstijdverkorting

(Niet-gegarandeerde) extra betaling om werknemers geheel of gedeeltelijk te compenseren voor een verkorting van de normale arbeidstijd (Gegarandeerde betalingen vallen onder D1224)

Verkoopprovisies

Toeslag voor het aantal verkochte producten

Overurenvergoeding

Toeslag voor buiten de normale arbeidstijd gewerkte uren

Blijfpremie

Doorlopende betaling om huidige werknemers aan zich te binden

Prestatieloon

Premie op basis van het aantal door de werknemer vervaardigde producten, bv. het aantal gemaakte kledingstukken

Toeslag voor ploegendienst

Premie voor werk tijdens ongebruikelijke uren, bv. ’s nachts

D1112    Directe beloning, bonussen en toelagen die niet in iedere loonperiode worden betaald

Alle betalingen aan werknemers die niet regelmatig in iedere loonperiode (wekelijks of maandelijks) worden betaald, inclusief bonussen en toelagen die weliswaar op vaste tijdstippen maar niet in iedere loonperiode worden betaald en bonussen die verband houden met individuele of collectieve prestaties.

Vertrekpremies zijn inbegrepen, mits zij niet zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst en niet wettelijk verplicht zijn. Indien er geen gegevens over een mogelijk verband met een collectieve arbeidsovereenkomst beschikbaar zijn of indien bekend is dat een dergelijk verband bestaat, blijven deze premies hier buiten beschouwing, maar vallen zij onder D1223 Betalingen aan werknemers die de onderneming verlaten. Betalingen voor spaarregelingen voor werknemers vallen onder D112.

Ook variabele D1112 betreft betalingen die bruto moeten worden geregistreerd, vóór belastingen en sociale premies ten laste van werknemers. [ESR 2010, § 4.03, d), f), i) (code D11)]

Betalingen die bij loonkostenelement D1112 moeten worden ingedeeld, hebben de volgende kenmerken:

Zij zijn overdrachten in geld van een werkgever aan een werknemer.

Zij zijn niet:

—

betalingen die in iedere loonperiode worden verricht (deze vallen mogelijk onder D1111);

—

betalingen in natura (deze vallen onder D114);

—

betalingen voor spaarregelingen voor werknemers (deze vallen onder D112);

—

doorbetaling tijdens specifieke perioden waarin niet wordt gewerkt (deze valt onder D113 of, in geval van ziekte, onder D1221).

Zij kunnen:

—

een toelage met het oog op specifieke onkosten of uitgaven zijn;

—

gebaseerd zijn op de prestaties van een werknemer of een groep werknemers;

—

een beloning voor bijzondere taken of functies vertegenwoordigen;

—

een in het kader van de arbeidsovereenkomst, de collectieve arbeidsovereenkomst of de wet verplichte betaling zijn (met uitzondering van premies bij afscheid of pensionering);

—

een naar goeddunken van de werkgever betaalde toeslag zijn;

—

op variabele of vaste tijdstippen tijdens het jaar worden betaald.

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D1112 vallen

Post

Omschrijving

Bijzondere premie voor anciënniteit

Eenmalige premie wanneer een werknemer een vastgesteld aantal jaren voor de werkgever heeft gewerkt

Premie bij pensionering

Premie die bij de pensionering van een werknemer wordt betaald wanneer deze premie niet in relatie staat met pensioenrechten of is vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst of wettelijk verplicht is. (Als dat wel het geval is, of bij gebrek aan informatie over een mogelijk verband met een collectieve arbeidsovereenkomst, vallen deze betalingen onder D1223)

Premies bij vertrek (“gouden handdruk”)

Bijzondere premie aan werknemers die de onderneming verlaten, mits deze niet is vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst en niet wettelijk verplicht zijn. (Als dat wel het geval is, of bij gebrek aan informatie hierover, vallen deze betalingen onder D1223)

Premie bij indiensttreding

Eenmalige premie voor nieuwe werknemers aan het begin van hun diensttijd bij de werkgever

Nabetaling van loon

Met terugwerkende kracht uitbetaald loon in verband met een verhoging van de directe beloning

Premie bij fusie

Eenmalige uitkering aan werknemers bij een fusie van de onderneming waarvoor zij werken

Waarderingspremie

Buitengewone premie die de werkgever als blijk van waardering voor een bepaalde werknemer of groep van werknemers toekent

Productiviteitspremie/premie voor het halen van prestatiedoelstellingen

Premie die alleen wordt uitbetaald als een werknemer of groep werknemers de van tevoren vastgestelde doelstellingen heeft gehaald, bv. in verband met de verkoop, klantenservice of een budget

Speciale vakantievergoedingen

Premie die wordt uitgekeerd ter gelegenheid van feest- of vakantiedagen, bv. kerstgratificatie

Winstaandeel en “stock appreciation rights”

Betaling in geld bij winst van de onderneming. “Stock appreciation rights” zijn een vorm van winstaandeel waarbij een werknemer recht heeft op een toekomstige betaling in geld op basis van de waardestijging van de aandelen van de onderneming ten opzichte van een vastgesteld niveau gedurende een vastgestelde periode. De waarde van de “stock appreciation rights” moet worden vastgesteld op en met betrekking tot de datum van de betaling in geld, ongeacht de waarde op de toekenningsdatum of de duur van de wachtperiode

Kwartaalbonussen

Een keer per drie maanden uitgekeerde bonus op basis van de winst of prestaties van de onderneming (waarbij wordt aangenomen dat de loonperiode niet een kwartaal is)

Jaarbonus

Een keer per jaar uitgekeerde bonus op basis van de winst of prestatie van de onderneming

13e of 14e maand

Jaarlijks betaalde extra bedragen (d.w.z. exclusief 13e of 14e maand betaald in maandelijkse termijnen)

D112   Betalingen voor spaarregelingen voor werknemers

Bijdragen aan spaarregelingen voor werknemers (bedrijfsspaarregelingen, regelingen voor de aankoop van aandelen, enz.). Op de betalingen ten behoeve van de instelling van een speciaal fonds voor de aankoop van aandelen van het bedrijf of van andere financiële activa voor de werknemers, ook al hebben dezen er niet direct toegang toe, moeten in voorkomend geval belastingvrijstellingen in mindering worden gebracht.

De gratis verdeling van aandelen of de verkoop van aandelen tegen verlaagde prijs, aan het personeel of aan de speciale fondsen, moet alleen dan als uitgaven worden aangemerkt wanneer de aandelen op de markt zijn gekocht. De kosten voor de onderneming worden vastgesteld als het verschil tussen de aankoopprijs en de prijs bij verkoop/overdracht.

Als er regelmatig, in iedere loonperiode (bv. iedere maand), betalingen op de spaarrekening van de werknemer worden gedaan, moeten zij beschouwd worden als regelmatige betalingen en moeten zij geregistreerd worden op het moment dat de arbeid wordt verricht.

Als er incidenteel betalingen naar de spaarrekening van de werknemer worden gedaan (bv. de werkgever besluit om een deel van de winst van de onderneming te herverdelen over de spaarrekening van haar werknemers), moeten zij geregistreerd worden op het moment dat zij verschuldigd zijn. [ESR 2010, § 4.03, h) (code D11)]

D113   Betalingen voor niet-gewerkte dagen

Beloning voor verlof dat op basis van wettelijke bepalingen of een collectieve arbeidsovereenkomst dan wel vrijwillig wordt gegeven voor officiële feestdagen of voor andere niet-gewerkte dagen.

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D113 vallen

Post

Omschrijving

Vakantiegeld

Doorbetaald loon voor werknemers voor vakantiedagen of nationale of plaatselijke feestdagen. (Door de werkgever doorbetaald loon bij ziekte of zwangerschap wordt beschouwd als een sociale premie ten laste van de werkgever en valt dus onder D1221)

Buitengewoon verlof

Doorbetaald loon voor dagen waarop om bijzondere persoonlijke redenen niet is gewerkt, bv. wegens huwelijk, overlijden van een familielid, vakbondsvertegenwoordiging, militaire dienst of jurydienst. (Door de werkgever doorbetaald loon bij ziekte of zwangerschap wordt beschouwd als een sociale premie ten laste van de werkgever en valt dus onder D1221)

D114   Lonen in natura

Dit heeft betrekking op alle goederen en diensten die kosteloos of tegen een gereduceerde prijs door werkgevers via de werkgever aan werknemers ter beschikking worden gesteld. Het gaat hierbij om producten van de onderneming, personeelswoningen, auto’s van de zaak, aandelenopties en regelingen voor de aankoop van aandelen. Indien er gegevens beschikbaar zijn over de inkomensbelasting over loon in natura, kunnen deze worden gebruikt voor een benadering. [ESR 2010, § 4.04, § 4.05 en § 4.06 (code D11)]

Voorbeelden: lonen die onder variabele D114 vallen

Post

Omschrijving

Verdere uitsplitsing

Kortingen op producten

De werknemers krijgen korting op de producten van de werkgever. De inkomsten in natura zijn gelijk aan het verschil tussen de marktprijs en de gereduceerde prijs

D1141

Gratis of gesubsidieerde huisvesting

De huisvestingskosten van werknemers worden geheel of gedeeltelijk door de werkgever betaald. Ook hier wordt de waarde van de inkomsten in natura berekend door vergelijking met de marktprijs

D1142

Gebruik van een auto van de zaak

De werkgever betaalt de netto-exploitatiekosten voor het gebruik van een auto die eigendom van de werkgever is en aan de werknemer voor zakelijk en privégebruik beschikbaar wordt gesteld. (De inkomsten in natura betreffen de waarde van het privégebruik van de auto)

D1143

Gratis of gesubsidieerde benzine

De werkgever betaalt geheel of gedeeltelijk de brandstof voor privégebruik van de auto van de zaak. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel

D1143

Regelingen voor de aankoop van aandelen

Op aandelen gebaseerde betalingen in natura waarbij werknemers als deel van hun beloning aandelen krijgen. De werknemer krijgt het recht om op een specifieke toekomstige datum aandelen te kopen tegen een in het heden vastgestelde prijs. (“Stock appreciation rights” zijn een in geld afgewikkelde vorm van op aandelen gebaseerde beloning en vallen onder D1112)

D1144

Aandelenopties

Op aandelen gebaseerde betalingen in natura waarbij werknemers als deel van hun beloning aandelen krijgen. De werknemer krijgt het recht om op een specifieke toekomstige datum aandelen te kopen tegen een in het heden vastgestelde prijs. (“Stock appreciation rights” zijn een in geld afgewikkelde vorm van een op aandelen gebaseerde beloning en vallen onder D1112)

D1144

Gratis of gesubsidieerd parkeren op het werk

De werkgever verschaft tegen een gereduceerde prijs of kosteloos parkeergelegenheid voor werknemers. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel

D1145

Gratis of gesubsidieerd gebruik van mobiele telefoon

De werkgever stelt een mobiele telefoon voor zakelijk en privégebruik beschikbaar en betaalt alle daarmee verband houdende kosten. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel

D1145

Gratis of gesubsidieerd vervoer van en naar het werk

De kosten van werknemers voor het vervoer van en naar het werk worden geheel of gedeeltelijk door de werkgever betaald. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel

D1145

Gratis of gesubsidieerde maaltijden

De werkgever verschaft tegen gereduceerde prijs of gratis maaltijden voor werknemers. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel

D1145

Gratis of gesubsidieerde kosten in verband met thuiswerken

De werkgever betaalt de kosten van werknemers in verband met thuiswerken (alleen als de volledige kosten voor een internetabonnement, verwarming, elektriciteit worden gedekt) wanneer die ook ten goede komen van de werknemer als particuliere gebruiker. De inkomsten in natura zijn gelijk aan de geldwaarde van dit voordeel.

Gedeeltelijke terugbetaling die niet ten goede komt aan de werknemer wordt geregistreerd onder D3

D1145

D1141    Producten van de onderneming (facultatief)

Producten van de onderneming worden gratis voor privégebruik verstrekt, dan wel onder de kostprijs voor de onderneming aan het personeel verkocht. Voorbeelden zijn voedingsmiddelen (met uitzondering van uitgaven voor kantines en maaltijdbonnen), kolen, gas, elektriciteit, stookolie, verwarming, schoeisel en kleding (met uitzondering van werkkleding), microcomputers enz.

De nettoprijs voor de onderneming moet worden geregistreerd, d.w.z. de kostprijs van de producten die gratis worden verstrekt, dan wel het verschil tussen de kostprijs en de prijs waartegen de producten aan het personeel worden verkocht. Compenserende betalingen of uitkeringen in natura waarvan geen gebruik is gemaakt, moeten ook worden geregistreerd.

D1142    Personeelswoningen (facultatief)

Dit zijn uitgaven van de onderneming om werknemers te helpen bij hun huisvesting. i) uitgaven inzake woningen waarvan de onderneming eigenaar is (uitgaven inzake het onderhoud en de administratie van de woningen en belasting en verzekering in verband met die woningen); ii) laagrentende leningen voor de bouw of aankoop van woningen door personeel (het verschil tussen de marktrente en de rente die de werknemer moet betalen), en iii) toelagen en subsidies die werknemers ontvangen voor hun huisvesting en de inrichting van de woning, maar zonder verhuistoelagen. Kostwinnerstoelagen die aan werknemers worden betaald om sommige van hun huisvestingskosten te dekken, die worden geboekt onder D1111, zijn niet inbegrepen.

D1143    Auto’s van de zaak (facultatief)

De kosten voor ondernemingen van auto’s van de zaak die werknemers voor privégebruik ter beschikking worden gesteld. Bedoeld zijn hier de netto-exploitatiekosten voor de onderneming (de jaarlijkse leasekosten en rentebetalingen, afschrijving, verzekering, onderhoud, reparaties, parkeren). Bedoeld zijn hier niet de kapitaaluitgaven voor de aanschaf van de auto’s, inkomsten uit de wederverkoop ervan of het aandeel van de kosten die in verband staan met zakelijk gebruik.

De schattingen moeten worden berekend op basis van in de ondernemingen beschikbare informatie, zoals aantal auto’s van de zaak, gemiddelde kosten per auto en een schatting van het aandeel dat voor rekening van het particuliere gebruik van de auto door de werknemer komt.

D1144    Aandelenopties en regelingen voor de aankoop van aandelen (facultatief)

Deze facultatieve variabele omvat alle betalingen in natura in verband met een op aandelen gebaseerde beloning. Tot deze categorie behoren aandelenopties, regelingen voor de aankoop van aandelen en andere eigenvermogensinstrumenten die uitzicht geven op kapitaalaangroei. Deze instrumenten hebben als typisch kenmerk dat zij in eigenvermogensinstrumenten worden afgewikkeld, dat wil zeggen dat zij een overdracht van eigen vermogen van de werkgever aan de werknemer zijn. De vormen van beloning die onder D1144 vallen, zijn gelijk aan die van de rubriek “In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties” van de International Financial Reporting Standard 2 “Op aandelen gebaseerde betalingen”.

Regelingen voor de aankoop van aandelen bestaan gewoonlijk uit de overdracht van aandelen van een onderneming aan haar werknemers. De overdracht vindt in het heden (toekenningsdatum) plaats op basis van een prijs die onder de lopende marktprijs ligt (de “uitoefenprijs”). De kosten voor de onderneming zijn gelijk aan het product van het aantal aandelen en het verschil tussen de marktprijs en de uitoefenprijs.

Bij aandelenopties wordt gewoonlijk het recht overgedragen om, niet eerder dan een duidelijk aangegeven toekomstige datum (de datum waarop de toezegging onvoorwaardelijk wordt), tegen een al in het heden (toekenningsdatum) vastgestelde gunstige uitoefenprijs aandelen te kopen in de onderneming waarvoor men werkt. Van dit recht zal door de werknemers alleen gebruik worden gemaakt als de marktprijs op of na de datum waarop de toezegging onvoorwaardelijk wordt, hoger is dan de uitoefenprijs. De kosten voor de onderneming zijn ook hier gelijk aan het product van het aantal aandelen en het verschil tussen de marktprijs en de uitoefenprijs. Zowel in de loonkostenstatistiek als in de boekhouding worden de kosten toegewezen aan en verdeeld over de wachtperiode, dat wil zeggen het tijdvak tussen de toekenningsdatum en de datum waarop de toezegging onvoorwaardelijk wordt. Deze waarden staan tijdens de wachtperiode niet vast en moeten dus worden geschat.

Variabele D1144 kan voor het referentiejaar het best worden geschat met behulp van de richtsnoeren van de International Financial Reporting Standard 2 “Op aandelen gebaseerde betalingen”. Als een dergelijke schatting niet beschikbaar is, kunnen waarden volgens nationale standaarden voor jaarrekeningen of de belastingwetgeving van de lidstaat worden gebruikt, mits deze de eigenvermogensinstrumenten van D1144 omvatten en verwijzen naar de referentieperiode van het thema “structuur van de loonkosten”.

Op betalingen voor de instelling van een speciaal fonds voor de aankoop van bedrijfsaandelen voor werknemers, ook al hebben de werknemers niet onmiddellijk toegang tot dit fonds, moeten eventuele belastingvrijstellingen in mindering worden gebracht. In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde beloning, zoals “stock appreciation rights”, vallen niet onder D1144, maar onder D1112.

D1145    Overige(facultatief)

Deze variabele omvat met name indirecte uitkeringen ten laste van de werkgever:

—

kantines en maaltijdbonnen;

—

faciliteiten en diensten op het gebied van cultuur, sport en recreatie;

—

crèches en kleuterdagverblijven;

—

personeelswinkels;

—

vervoerskosten voor het woon-werkverkeer;

—

betalingen aan fondsen van vakverenigingen en kosten in verband met de ondernemingsraad.

Al deze uitgaven zijn inclusief kleine reparaties en regelmatig onderhoud van gebouwen en inrichtingen die specifiek voor bovengenoemde faciliteiten en diensten op sociaal, cultureel en recreatiegebied zijn bestemd. Lonen die de onderneming rechtstreeks aan het personeel in deze diensten en faciliteiten betaalt, vallen niet onder variabele D1145.

D11    Lonen van leerlingen

Deze variabele omvat alle loon- en salariscomponenten zoals vermeld onder D11 die betrekking hebben op leerlingen.

D12   Sociale premies ten laste van werkgevers

Deze variabele betreft een bedrag dat gelijk is aan de waarde van de sociale premies die werkgevers aan socialezekerheidsregelingen of andere werkgerelateerde socialeverzekeringsregelingen moeten betalen om sociale uitkeringen ten behoeve van hun werknemers te waarborgen. Het kan hierbij om werkelijke of toegerekende premies gaan. [ESR 2010, § 4.08 (code D12); Europese bedrijfsstatistieken, variabele 220303 (“Socialezekerheidskosten”)]

Zij geven een dekking voor de volgende risico’s en behoeften:

 

ziekte,

 

invaliditeit, ongeschiktheid,

 

arbeidsongeval of beroepsziekte,

 

ouderdom,

 

nabestaanden,

 

moederschap,

 

gezin,

 

bevordering arbeidsdeelname,

 

werkloosheid,

 

huisvesting,

 

opleiding,

 

algemene behoeftigheid.

[ESR 2010, § 4.84]

Zij omvatten de sociale premies ten laste van de werkgever die aan de leerlingen worden betaald en die ook voor de betrokken landen onder een daarvoor bestemde variabele (D12A) worden geregistreerd.

Figuur 4 laat zien uit welke componenten de sociale premies ten laste van werkgevers zijn opgebouwd.

D121   Werkelijke sociale premies ten laste van werkgevers

Dit betreft bedragen die werkgevers ten behoeve van hun werknemers betalen aan de verzekeraars (wettelijke-socialezekerheidsregelingen en andere werkgerelateerde socialeverzekeringsregelingen). Deze betalingen betreffen de wettelijke, de op collectieve arbeidsovereenkomsten berustende, de contractuele en de vrijwillige premies voor verzekering tegen sociale risico’s en behoeften. De werkelijke sociale premies ten laste van werkgevers worden geregistreerd in het tijdvak waarin de arbeid wordt verricht. [ESR 2010, § 4.09 (code D121) en § 4.12, b) wat het moment van registratie betreft]

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D121 vallen

Post

Omschrijving

Verdere uitsplitsing

Betalingen van werkgevers voor een invaliditeitsverzekering

Regelmatige betalingen van de werkgever aan de verzekering

D1211

Door werkgevers betaalde wettelijke pensioenpremies

De werkgever betaalt gedurende de periode van het dienstverband een bijdrage aan een pensioenregeling in het kader van een socialezekerheidsfonds, een andere verzekeraar of een zelfstandig pensioenfonds

D1211

Aanvullende pensioenpremies ten laste van de werkgever

De werkgever betaalt een aanvullende premie aan de pensioenregeling van de werknemer

D1212

D1211    Wettelijke sociale premies

Dit zijn premies die de werkgever wettelijk verplicht is aan de wettelijke-socialezekerheidsinstellingen of socialeverzekeringsregelingen te betalen om alle risico’s en behoeften zoals vermeld bij D12 te dekken. Van het bedrag van die wettelijke premies moeten eventuele subsidies worden afgetrokken.

Zij omvatten met name wettelijke premies voor:

a)

pensioen-, ziekte-, zwangerschaps- en invaliditeitsverzekeringen;

b)

werkloosheidsverzekering;

c)

verzekeringen voor arbeidsongevallen en beroepsziekten;

d)

regelingen voor gezinstoeslagen.

Hier vallen geen gezinstoeslagen en andere toelagen in geld op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst of op vrijwillige basis onder. Die worden geregistreerd als toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers (D122).

D1212    Op collectieve arbeidsovereenkomsten berustende, contractuele en vrijwillige sociale premies ten laste van werkgevers

Dit zijn alle premies die de werkgever aan de socialezekerheidsinstellingen of socialeverzekeringsregelingen betaalt om alle risico’s en behoeften zoals vermeld bij D12 en die aanvullend zijn op de wettelijke verplichte premies te dekken. Er moet rekening worden gehouden met eventuele belastingvrijstellingen.

Deze premies omvatten met name:

a)

aanvullende pensioenregelingen, bedrijfspensioenregelingen (verzekerde pensioenplannen, zelf beheerde fondsen, boekhoudkundige reserves of voorzieningen, alle andere uitgaven die zijn bestemd als fondsvorming voor aanvullende pensioenregelingen);

b)

aanvullende ziektekostenverzekering;

c)

aanvullende werkloosheidsverzekering.

D122   Toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers

Gegevens over de toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers zijn nodig voor een volledig beeld van de loonkosten in het tijdvak dat de arbeid is verricht. Zij vormen de tegenwaarde van verplichte rechtstreekse sociale uitkeringen in het tijdvak waarin de arbeid is verricht, en de tegenwaarde van vrijwillige rechtstreekse sociale uitkeringen op het moment dat deze uitkeringen worden verstrekt.

Rechtstreekse sociale uitkeringen worden door werkgevers rechtstreeks aan hun werknemers of voormalige werknemers en aan andere rechthebbenden verstrekt, zonder tussenkomst van een socialezekerheidsfonds, verzekeringsmaatschappij of zelfstandig pensioenfonds, en zonder de oprichting van een speciaal fonds of van een afzonderlijke voorziening voor dit doel. In plaats daarvan worden de uitkeringen betaald uit de eigen middelen van de werkgevers via regelingen zonder fondsvorming. Het feit dat sommige sociale uitkeringen rechtstreeks door de werkgevers worden verstrekt, en niet via een socialezekerheidsfonds of een andere verzekeraar, doet niets af aan hun karakter van sociale uitkeringen. D122 kan bijzonder relevant zijn wanneer de werkgever een niet-marktproducent (overheidssector) is.

Bij de bepaling van D122 wordt gekeken naar de verplichtingen van de werkgever om in de toekomst sociale uitkeringen te verstrekken. Voor werkgevers met socialeverzekeringsregelingen zonder fondsvorming kan D122 het best worden berekend aan de hand van schattingen op basis van actuariële overwegingen. Als deze niet beschikbaar zijn, moeten andere schattingsmethoden worden gebruikt. Sommige landen schatten D122 bijvoorbeeld door alle sociale premies ten laste van werknemers af te trekken van de waarneembare rechtstreekse sociale uitkeringen.

Variabele D122 omvat met name de toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers voor pensioenen en gezondheidszorg. Zij omvat ook de tegenwaarde van de lonen die de werkgevers tijdelijk doorbetalen bij ziekte, zwangerschap, arbeidsongeval, invaliditeit, ontslag enz. van hun werknemers, indien dat bedrag afzonderlijk kan worden vastgesteld. [ESR 2010, § 4.10 (code D122) en § 4.12, b) wat het moment van registratie betreft]

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D122 vallen

Post

Omschrijving

Verdere uitsplitsing

Betalingen tijdens zwangerschapsverlof

De werkgever betaalt de werkneemster rechtstreeks gedurende haar zwangerschapsverlof ter compensatie van inkomstenderving.

D1221

Toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers voor de pensioenen van ambtenaren

De werkgever draagt in het tijdvak dat hij de werknemer in dienst heeft, geen premie af aan een pensioenregeling. De pensioenen worden later uit de eigen middelen van de werkgever betaald.

D1222

Betalingen aan regelingen voor vervroegde uittreding voor deeltijdwerknemers

Aanvullende betalingen door de werkgever aan regelingen voor vervroegde uittreding voor deeltijdwerknemers.

D1222

Ontslagvergoedingen op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst

De werkgever verricht de betalingen rechtstreeks aan werknemers die de onderneming verlaten.

D1223

Gezinstoeslagen op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst of op vrijwillige basis

Gezinstoeslagen en andere toeslagen die boven op de wettelijke verplichtingen door de werkgever worden betaald.

D1224

Studiebeurzen

De werkgever betaalt alle of een deel van de kosten voor een niet met het werk verband houdende opleiding buiten de onderneming.

D1224

Huwelijks- of geboortepremie

Betaling aan de werknemer na het huwelijk of de geboorte van een kind

D1224

Gratis of gesubsidieerd onderwijs voor kinderen

Het schoolgeld voor de kinderen van de werknemer wordt geheel of gedeeltelijk door de werkgever betaald

D1224

Toeslag wegens arbeidstijdverkorting

Gegarandeerde toeslag om werknemers geheel of gedeeltelijk te compenseren voor een verkorting van de normale arbeidstijd (in iedere loonperiode betaalde toeslagen vallen onder D1111)

D1224

D1221    Gegarandeerde beloning bij ziekte (facultatief)

Deze variabele betreft de doorbetaling van loon door de werkgever in geval van ziekte, zwangerschap of een arbeidsongeval van zijn werknemers ter compensatie van inkomstenverlies, minus eventuele terugbetalingen door socialezekerheidsinstellingen.

D1222    Toegerekende sociale premies ten laste van werkgevers voor pensioenen en gezondheidszorg (facultatief)

Deze component van D122 omvat de toegerekende betalingen aan pensioenregelingen en regelingen voor gezondheidszorg zonder fondsvorming, met name bij de overheid. In sommige landen beheren werkgevers in de overheidssector pensioenregelingen zonder fondsvorming voor al hun werknemers of voor specifieke groepen onder hen (ambtenaren). De werkgever legt in dat geval geen bijzondere reserves aan of bouwt geen activa op met het oog op de betaling van pensioenen in de toekomst. Voor deze werkgevers moeten de toegerekende premies ten laste van werkgevers voor pensioenen en gezondheidszorg in aanmerking worden genomen.

D1223    Vertrekpremies (facultatief)

Dit zijn de bedragen die aan ontslagen werknemers worden betaald (ontslag- en opzegvergoedingen) indien deze betalingen wettelijk verplicht zijn of zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst of indien niet bekend is of dat het geval is. Betalingen die door de werkgever worden bepaald, d.w.z. die niet door de wet geregeld worden en niet zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst, vallen onder D1112.

Betalingen aan werknemers bij hun pensionering, bijvoorbeeld in het kader van hun recht op pensioen, vallen niet onder D1223.

D1224    Overige toegerekende sociale premies ten laste van de werkgever (facultatief)

Deze variabele omvat alle overige, niet elders genoemde toegerekende sociale premies van de werkgever, zoals studiebeurzen voor werknemers en hun gezin of gegarandeerde beloning bij arbeidstijdverkorting. Onder laatstgenoemde toegerekende premies worden verstaan rechtstreekse betalingen door de werkgever aan zijn werknemers als doorbetaling van loon in geval van arbeidstijdverkorting, minus eventuele terugbetalingen door socialezekerheidsinstellingen.

D12A   Sociale premies ten laste van werkgevers voor leerlingen

Deze variabele betreft de som van de werkelijk betaalde premies (D121) en eventuele toegerekende premies (D122) voor de deelpopulatie “leerlingen”. [ESR 2010, § 4.09 (code D122) en § 4.12, b), c) wat het moment van registratie betreft]

D2   Door de werkgever betaalde kosten van beroepsopleidingen

Deze omvatten uitgaven voor diensten en voorzieningen in verband met beroepsopleidingen (ook voor leerlingen alsook bezoldigde stagiairs maar niet hun loon); kleine reparaties en klein onderhoud van gebouwen en installaties, met uitzondering van personeelskosten; uitgaven voor de deelneming aan cursussen; honoraria voor instructeurs van buiten de onderneming; uitgaven voor leermiddelen en gereedschappen ten behoeve van de opleiding; bedragen die door de ondernemingen worden betaald aan organisaties voor beroepsopleidingen enz.; subsidies in verband met beroepsopleidingen moeten worden afgetrokken. [ESR 2010: Intermediair verbruik]

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D2 vallen

Post

Omschrijving

Honoraria voor instructeurs van buiten de onderneming

Kosten in verband met de opleiding van werknemers, bv. in de vorm van in de onderneming gehouden seminars (eventuele subsidies moeten worden afgetrokken)

Uitgaven voor leermiddelen

Kosten in verband met de beroepsopleiding, bv. in de vorm van cursussen via internet die door gespecialiseerde bedrijven zijn ontwikkeld (eventuele subsidies moeten worden afgetrokken)

D3   Overige uitgaven van de werkgever

Deze variabele omvat met name:

a)

aanwervingskosten [bedragen betaald aan aanwervingsbureaus, uitgaven voor personeelsadvertenties, reiskostenvergoedingen voor opgeroepen kandidaten, inrichtingsvergoedingen voor nieuw personeel enz., maar gewone administratiekosten blijven hierbij buiten beschouwing (kantooruitgaven, lonen enz.)];

b)

door de werkgever verstrekte werkkleding;

c)

dagvergoedingen aan werknemers om kosten die tijdens een zakenreis worden gemaakt te dekken (per diems) (10);

d)

kosten van werknemers die verband houden met thuiswerken (bv. slechts gedeeltelijke terugbetaling van een internetabonnement, gedeeltelijke terugbetaling van de verwarmings- of elektriciteitsrekening) wanneer ze niet aan de werknemer als particuliere gebruiker ten goede komen. Volledige terugbetaling die ten goede komt aan de werknemer als particuliere gebruiker wordt geregistreerd in D1145.

[ESR 2010: Intermediair verbruik]

Voorbeelden: betalingen die onder variabele D3 vallen

Post

Omschrijving

Kledingtoelage

Toelage voor beroepen waarvoor speciale kleding vereist is, bv. ter bescherming of voor presentatiedoeleinden, die niet bedoeld is voor privégebruik

Wervingskosten

Kosten in verband met wervingsbureaus of personeelsadvertenties

Inrichtings

of verhuistoelage

Toelage die wordt betaald wanneer de werknemer moet verhuizen

Gratis of gesubsidieerde kosten in verband met thuiswerken

Gedeeltelijk internetabonnement, gedeeltelijke terugbetaling van de verwarmings- of elektriciteitsrekening

D4   Door de werkgever betaalde belastingen

Deze variabele omvat alle op de totale loonsom of op de personeelsomvang gebaseerde belastingen. Dergelijke belastingen worden als loonkosten beschouwd.

Variabele D4 omvat ook de strafheffing die in sommige landen door werkgevers moet worden betaald wanneer zij te weinig personen met een handicap in dienst hebben, en soortgelijke heffingen.

Deze categorie omvat niet de door de werkgever verschuldigde sociale premies, de bedragen die door de werkgever worden ingehouden voor de betaling van sociale premies of inkomstenbelastingen die door de werknemer verschuldigd zijn. [ESR 2010, § 4.23, c) (code D29)]

D5   Door de werkgever ontvangen loonsubsidies

Dit betreft alle bedragen die de werkgever heeft ontvangen in de vorm van subsidies om hem alle of een deel van de kosten van directe beloningen terug te betalen (niet die van de sociale zekerheid of van beroepsopleidingen). Terugbetalingen aan de werkgever door socialezekerheidsinstellingen of aanvullende verzekeringen vallen hier niet onder. Zij omvatten loonsubsidies die de kosten van de bezoldiging van leerlingen en bezoldigde stagiairs terugbetalen. Subsidies in verband met leerlingen worden, voor de betrokken landen, ook geregistreerd onder een daarvoor bestemde variabele (D5A). [ESA 2010, §4.37, a), code D.39]

D5A   Door de werkgever ontvangen loonsubsidies in verband met het in dienst hebben van leerlingen

Dit zijn subsidies die worden geregistreerd onder post D5 waarmee een deel of alle aan leerlingen betaalde beloning worden terugbetaald.

E.   Lokale eenheden

E1   Aantal lokale eenheden in de populatie

Deze variabele heeft betrekking op het totale aantal lokale eenheden in de gehele populatie van ingezeten ondernemingen.

E2   Aantal lokale eenheden in de steekproef

Deze variabele heeft betrekking op het totale aantal lokale eenheden waarvoor gegevens voor het onderwerp “structuur van de loonkosten” worden verzameld, dat wil zeggen na aftrek van non-respons en met uitsluiting van de lokale eenheden die niet tot de statistische populatie behoren.

Figuur 2

De voornaamste loonkostencomponenten

Image 2

*

Waarvan: “Door de werkgever ontvangen loonsubsidies in verband met het in dienst hebben van leerlingen” (D5A)

Figuur 3

Uitsplitsing van de component “Lonen” (D11)

Image 3

*

Waarvan: “Lonen van leerlingen” (D11A)

Figuur 4

Uitsplitsing van de component “Sociale premies ten laste van werkgevers” (D12)

Image 4

*

Waarvan: “Sociale premies ten laste van werkgevers voor leerlingen” (D12A)

(4)  Deze categorie omvat “burgerpersoneel dat met de overheid een publiekrechtelijke arbeidsverhouding is aangegaan” [ESR 2010, § 11.13, b)].

(5)  “Strijdkrachten zijn personeelsleden die momenteel op vrijwillige dan wel verplichte basis in dienst zijn van de krijgsmacht, met inbegrip van ondersteunende diensten, niet vrij zijn om een civiel dienstverband te aanvaarden en onderworpen zijn aan militaire discipline. Hieronder vallen reguliere leden van het leger, de marine, de luchtmacht en andere militaire diensten, evenals dienstplichtigen die gedurende een bepaalde periode een militaire training volgen of andere dienst verlenen” (International Standard Classification of Occupations — ISCO-08).

(6)  Werknemers met ouderschapsverlof moeten worden meegeteld indien zij tijdens het referentiejaar ten minste één uur betaald hebben gekregen van de werkgever. In het geval van werknemers die tijdens hun ouderschapsverlof worden vervangen, moet het volgende worden ingevuld:

a)

slechts één werknemer voor het aantal werknemers, zodat de persoon die de functie bekleedt en de vervanger niet allebei worden meegeteld;

b)

arbeidskosten die tijdens de referentieperiode door de werkgever gedragen worden voor zowel de persoon die de functie uitoefent als de vervanger;

c)

gewerkte/betaalde uren voor zowel de persoon die de functie uitoefent als de vervanger.

(7)  Een thuiswerker is iemand die op grond van een afspraak of overeenkomst voor een bepaalde onderneming werkt of deze een bepaalde hoeveelheid goederen of diensten levert, maar die niet in de onderneming zelf werkzaam is.

(8)  Desgewenst kan het maandelijkse gemiddelde worden berekend op basis van het wekelijkse (of dagelijkse) aantal werknemers gedurende het referentiejaar/de referentieperiode. Een gemiddelde op basis van kwartaalcijfers is ook geoorloofd.

(9)  Onbetaalde gewerkte uren als component van de “werkelijk gewerkte uren” moeten vaak worden geschat, bijvoorbeeld aan de hand van enquêtegegevens over huishoudens.

(10)  — Per diems zijn bedoeld om de kosten te dekken van voeding (maaltijden), plaatsbewijzen voor het openbaar vervoer op de plaats waar de zakenreis plaatsvindt (bv. tram, bus, trein, taxi; met uitzondering van het eerste vervoersmiddel dat wordt gebruikt bij aankomst en het laatste dat wordt gebruikt bij terugkeer naar het land van tewerkstelling) maar worden betaald als een vast bedrag dat naar goeddunken van de werknemer kan worden gehanteerd. In de bedrijfsadministratie worden per diems geregistreerd als vergoedingen voor met het werk verband houdende uitgaven (zoals de kosten voor het vervoer van en naar het werk). In de nationale rekeningen maken ze deel uit van de beloning van werknemers. In de loonkostenstatistiek moeten ze geregistreerd worden onder variabele D3 “Overige uitgaven van de werkgever”.

— Reiskosten tijdens de zakenreis houden doorgaans verband met de kosten voor plaatsbewijzen voor trein/vliegtuig/bus of kosten voor het gebruik van een privéauto voor professionele doeleinden. Zij worden terugbetaald op vertoon van de overeenkomstige facturen (bv. voor plaatsbewijzen voor trein/vliegtuig/bus of brandstofkosten). Zij worden in de nationale rekeningen geregistreerd als intermediair verbruik en moeten daarom niet geregistreerd worden.

— Verblijfskosten dekken de uitgaven van werknemers voor overnachtingen in bv. hotels. Zij worden terugbetaald op vertoon van geldige documenten mits de werknemer die uitgaven moest dragen. Zij worden in de nationale rekeningen geregistreerd als intermediair verbruik en moeten daarom niet geregistreerd worden.


BIJLAGE II

Nauwkeurigheidsdoelstellingen

1.   

De lidstaten die steekproefmethoden gebruiken, streven ernaar de variatiecoëfficiënt onder de 1 % te houden voor de gemiddelde loonkosten per uur die worden gemeten voor alle werknemers (deeltijds en voltijds) die werkzaam zijn in een ingezeten lokale eenheid met een of meer werknemers die behoort tot het totaal van alle NACE-secties die vallen onder het toepassingsgebied van het onderwerp “structuur van de loonkosten”, zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) 2025/941.

2.   

Lidstaten die steekproefmethoden gebruiken streven ernaar de variatiecoëfficiënt onder de 10 % te houden voor de gemiddelde loonkosten per uur die worden gemeten voor alle werknemers (deeltijds en voltijds) die werkzaam zijn in een ingezeten lokale eenheid met tien of meer werknemers. Deze eis is van toepassing op iedere NACE-sectie die valt onder het toepassingsgebied van het onderwerp “structuur van de loonkosten”, zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) 2025/941. Hij is echter niet van toepassing op NACE-secties die in het referentiejaar verantwoordelijk zijn voor minder dan 1 % van de totale loonkosten van het totaal van alle NACE-secties die vallen onder het toepassingsgebied van het onderwerp “structuur van de loonkosten”.

3.   

Overeenkomstig deze verordening toegezonden gegevens worden aangeduid met “geringe betrouwbaarheid” indien de variatiecoëfficiënt hoger is dan 25 %.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/2401/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)