<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><CONCLUSION NNC="YES" xmlns:fmx="http://opoce" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.58-20161101.xd"><BIB.CONCLUSION><REF.CASE FILE="n.a."><NO.CASE>C‑340/16</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62016CC0340</NO.CELEX><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2017:396">EU:C:2017:396</NO.ECLI><NO.SEQ>0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>1</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>15</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>15</PAGE.TOTAL></BIB.CONCLUSION><CURR.TITLE><PAGE.HEADER><P>CONCLUSIE VAN ADV.-GEN. BOBEK – ZAAK C‑340/16</P><P>LANDESKRANKENANSTALTEN-BETRIEBSGESELLSCHAFT</P></PAGE.HEADER></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Conclusie van advocaat-generaal</HT></P><P><HT TYPE="UC">M. Bobek</HT></P><P>van <DATE ISO="20170518">18 mei 2017</DATE><NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0001"><P>Oorspronkelijke taal: Engels.</P></NOTE></P></TI><STI><P><HT TYPE="BOLD">Zaak C‑340/16</HT></P><P><HT TYPE="BOLD">Landeskrankenanstalten-Betriebsgesellschaft – KABEG</HT></P><P><HT TYPE="BOLD">tegen</HT></P><P><HT TYPE="BOLD">Mutuelles du Mans assurances IARD SA (MMA IARD)</HT></P><P><HT TYPE="NORMAL">[verzoek van het Oberste Gerichtshof (hoogste federale rechter in civiele en strafzaken, Oostenrijk) om een prejudiciële beslissing]</HT></P></STI></TITLE><INTERMEDIATE><INDEX IDX.CLOSE="”" SEPARATOR=" – " IDX.OPEN="„"><KEYWORD>Prejudiciële verwijzing</KEYWORD><KEYWORD>Bevoegdheid in verzekeringszaken</KEYWORD><KEYWORD>Begrip <QUOT.START CODE="201A" ID="QS0001" REF.END="QE0001"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0001" CODE="2019" ID="QE0001"/> en <QUOT.START CODE="201A" ID="QS0002" REF.END="QE0002"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0002" CODE="2019" ID="QE0002"/></KEYWORD><KEYWORD>Rechtstreekse vordering van de getroffene tegen de verzekeraar</KEYWORD><KEYWORD>Subrogatie door de werkgever, een publiekrechtelijke instelling, in de rechten van de werknemer ten aanzien van de verzekeraar, op grond van een wettelijke overdracht van de rechten van een slachtoffer van een verkeersongeval</KEYWORD></INDEX></INTERMEDIATE><CONTENTS.CONCLUSION><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">I.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Inleiding</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0001"><NO.P>1.</NO.P><TXT>Een fietser die in Oostenrijk woonde en werkte, raakte gewond bij een verkeersongeval in Italië. Hij moest met ziekteverlof. Overeenkomstig de Oostenrijkse wettelijke verplichtingen voor werkgevers betaalde zijn werkgever, een in Oostenrijk gevestigde publiekrechtelijke instelling in de gezondheidszorg, zijn loon tijdens het ziekteverlof door. De wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder van de wagen is in Frankrijk gevestigd. De werkgever vorderde van de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder terugbetaling van een bedrag dat overeenkomt met het aan de fietser betaalde loon. Daartoe heeft hij in Oostenrijk een vordering in rechte tegen de verzekeraar ingesteld.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0002"><NO.P>2.</NO.P><TXT>De werkgever baseerde de bevoegdheid van de Oostenrijkse rechter op de bijzonderebevoegdheidsregels in verzekeringszaken in verordening (EG) nr. 44/2001.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0002"><P>Verordening van de Raad van <DATE ISO="20001222">22 december 2000</DATE> betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="012" PAGE.FIRST="1" DATE.PUB="2001">PB 2001, L 12, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE> Op grond van die bevoegdheidsregels kan de getroffene in beginsel een vordering tegen de verzekeraar instellen bij de gerechten van zijn woonplaats. Met dit forum actoris specifiek voor verzekeringszaken wordt beoogd de zwakke partij te beschermen.</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="2"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0003"><NO.P>3.</NO.P><TXT>Tegen deze feitelijke en juridische achtergrond twijfelt de verwijzende rechter, het Oberste Gerichtshof (hoogste federale rechter in civiele en strafzaken, Oostenrijk), eraan of de werkgever kan worden gekwalificeerd als een zwakke partij die moet worden beschermd door middel van de in verordening nr. 44/2001 neergelegde bijzondere forum-actorisregel voor verzekeringszaken. Deze gerede twijfel legt de werkelijke vraag in deze zaak bloot: het Hof wordt verzocht te verduidelijken onder welke voorwaarden het in de verordening neergelegde bijzondere forum actoris kan overgaan op een persoon die is gesubrogeerd in de vordering van de oorspronkelijke of rechtstreeks getroffene.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">II.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Toepasselijke bepalingen</HT></TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">A.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Unierecht</HT></TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">1.</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Verordening nr. 44/2001</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0004"><NO.P>4.</NO.P><TXT>De overwegingen 11 tot en met 13 van verordening nr. 44/2001 luiden:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><CONSID><NP><NO.P><QUOT.START CODE="201E" ID="QS0003" REF.END="QE0003"/>(11)</NO.P><TXT>De bevoegdheidsregels moeten in hoge mate voorspelbaar zijn, waarbij als beginsel geldt dat de bevoegdheid in het algemeen gegrond wordt op de woonplaats van de verweerder; de bevoegdheid moet altijd op die grond kunnen worden gevestigd, behalve in een gering aantal duidelijk omschreven gevallen waarin het voorwerp van het geschil of de autonomie van de partijen een ander aanknopingspunt wettigt. […]</TXT></NP></CONSID><CONSID><NP><NO.P>(12)</NO.P><TXT>Naast de woonplaats van de verweerder moeten er alternatieve bevoegdheidsgronden mogelijk zijn, gebaseerd op de nauwe band tussen het gerecht en de vordering of de noodzaak een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken.</TXT></NP></CONSID><CONSID><NP><NO.P>(13)</NO.P><TXT>In het geval van verzekerings-, consumenten- en arbeidsovereenkomsten moet de zwakke partij worden beschermd door bevoegdheidsregels die gunstiger zijn voor haar belangen dan de algemene regels.<QUOT.END REF.START="QS0003" CODE="201D" ID="QE0003"/></TXT></NP></CONSID></QUOT.S></P></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0005"><NO.P>5.</NO.P><TXT>Artikel 2, lid 1, van verordening nr. 44/2001 bepaalt: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0004" REF.END="QE0004"/>Onverminderd deze verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat.<QUOT.END REF.START="QS0004" CODE="201D" ID="QE0004"/></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0006"><NO.P>6.</NO.P><TXT>Artikel 3, lid 1, van verordening nr. 44/2001 luidt: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0005" REF.END="QE0005"/>Degenen die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats hebben, kunnen slechts voor het gerecht van een andere lidstaat worden opgeroepen krachtens de in de afdelingen 2 tot en met 7 van dit hoofdstuk gegeven regels.<QUOT.END REF.START="QS0005" CODE="201D" ID="QE0005"/></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0007"><NO.P>7.</NO.P><TXT>Volgens artikel 8 van deze verordening wordt de bevoegdheid in verzekeringszaken geregeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0008"><NO.P>8.</NO.P><TXT>Artikel 9, lid 1, van deze verordening bepaalt dat een verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat kan worden opgeroepen:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><ALINEA><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P><QUOT.START CODE="201E" ID="QS0006" REF.END="QE0006"/>a)</NO.P><TXT>voor de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft, of</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>in een andere lidstaat, indien het een vordering van de verzekeringnemer, de verzekerde of een begunstigde betreft, voor het gerecht van de woonplaats van de eiser,</TXT></NP></ITEM></LIST><P>[…]<QUOT.END REF.START="QS0006" CODE="201D" ID="QE0006"/></P></ALINEA></QUOT.S></P></NP.ECR><?PAGE NO="3"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0009"><NO.P>9.</NO.P><TXT>Artikel 11, lid 2, bepaalt dat <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0007" REF.END="QE0007"/>[d]e artikelen 8, 9 en 10 […] van toepassing [zijn] op de vordering die door de getroffene rechtstreeks tegen de verzekeraar wordt ingesteld, indien de rechtstreekse vordering mogelijk is<QUOT.END REF.START="QS0007" CODE="201D" ID="QE0007"/>.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0010"><NO.P>10.</NO.P><TXT>Volledigheidshalve merk ik op dat verordening nr. 44/2001 is ingetrokken bij verordening nr. 1215/2012, die met ingang van <DATE ISO="20150110">10 januari 2015</DATE> van toepassing is.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0003"><P>Verordening van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="20121212">12 december 2012</DATE> betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="351" PAGE.FIRST="1" DATE.PUB="2012">PB 2012, L 351, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE> De vordering in het hoofdgeding is echter vóór die datum ingesteld, zodat verordening (EU) nr. 44/2001 moet worden toegepast.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">B.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Nationaal recht</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0011"><NO.P>11.</NO.P><TXT>Op federaal niveau bepaalt § 1358 van het Allgemeine Bürgerliche Gesetzbuch (burgerlijk wetboek)<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0004"><P>Wet van <DATE ISO="18110601">1 juni 1811</DATE>, JGS nr. 946/1811.</P></NOTE>: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0008" REF.END="QE0008"/>Wie de schuld betaalt van een ander, voor wie hij persoonlijk of met bepaalde activa aansprakelijk is, treedt in de rechten van de schuldeiser en heeft het recht van de schuldenaar vergoeding van de betaalde schuld te eisen. […]<QUOT.END REF.START="QS0008" CODE="201D" ID="QE0008"/></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0012"><NO.P>12.</NO.P><TXT>Voorts is in § 67, lid 1, van het Versicherungsvertragsgesetz (wet betreffende de verzekeringsovereenkomsten)<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0005"><P>Wet van <DATE ISO="19581202">2 december 1958</DATE>, BGBl. 1959/2, zoals gewijzigd.</P></NOTE> bepaald dat indien de verzekeringnemer ten aanzien van een derde een recht op schadevergoeding toekomt, dat recht overgaat op de verzekeraar, voor zover deze de schade vergoedt.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0013"><NO.P>13.</NO.P><TXT>Op deelstaatniveau is in de Oostenrijkse deelstaat Karinthië bij § 2, lid 1, van het Kärntner Landeskrankenanstalten-Betriebsgesetz (wet op de exploitatie van provinciale ziekenhuizen in Karinthië)<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0006"><P>Wet van <DATE ISO="19930225">25 februari 1993</DATE>, LGBl. 1993/44, zoals gewijzigd.</P></NOTE> de <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0009" REF.END="QE0009"/>Landeskrankenanstalten-Betriebsgesellschaft – KABEG<QUOT.END REF.START="QS0009" CODE="201D" ID="QE0009"/> opgericht als publiekrechtelijke instelling. Volgens § 3 van deze wet beheert KABEG de provinciale ziekenhuizen als openbare ziekenhuizen van de provincie. Zij vervult haar taken in het openbaar belang en heeft geen winstoogmerk.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">III.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Feiten, procesverloop en prejudiciële vragen</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0014"><NO.P>14.</NO.P><TXT>Landeskrankenanstalten-Betriebsgesellschaft – KABEG (hierna: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0010" REF.END="QE0010"/>verzoekster<QUOT.END REF.START="QS0010" CODE="201D" ID="QE0010"/>) is een publiekrechtelijke instelling die ziekenhuizen exploiteert. Zij is gevestigd te Klagenfurt am Wörthersee, Oostenrijk.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0015"><NO.P>15.</NO.P><TXT>Een van verzoeksters werknemers (hierna: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0011" REF.END="QE0011"/>fietser<QUOT.END REF.START="QS0011" CODE="201D" ID="QE0011"/>) liep op <DATE ISO="20110326">26 maart 2011</DATE> meerdere verwondingen op bij een verkeersongeval in Italië. Op het ogenblik van het ongeval woonde en werkte de fietser in Oostenrijk.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0016"><NO.P>16.</NO.P><TXT>De bestuurder van de wagen die het ongeval zou hebben veroorzaakt, had een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid bij Mutuelles du Mans assurances IARD SA (hierna: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0012" REF.END="QE0012"/>verweerster<QUOT.END REF.START="QS0012" CODE="201D" ID="QE0012"/>), een in Frankrijk gevestigde verzekeringsmaatschappij.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0017"><NO.P>17.</NO.P><TXT>Verzoekster stelde een vordering in tegen verweerster bij het Landesgericht Klagenfurt (rechter in eerste aanleg Klagenfurt, Oostenrijk; hierna: <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0013" REF.END="QE0013"/>rechter in eerste aanleg<QUOT.END REF.START="QS0013" CODE="201D" ID="QE0013"/>). Volgens verzoekster was de bestuurder van de wagen als enige aansprakelijk voor het ongeval. Zij vorderde van verweerster een schadevergoeding van <FT TYPE="DECIMAL">15505,64</FT> EUR, vermeerderd met interesten en proceskosten.</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="4"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0018"><NO.P>18.</NO.P><TXT>Overeenkomstig een wettelijke verplichting in die zin betaalde verzoekster het loon van de fietser, haar werknemer, door terwijl hij met ziekteverlof was voor de verwondingen die hij bij het verkeersongeval had opgelopen. Op grond van de Oostenrijkse wetgeving ging het schadevorderingsrecht van de fietser over op verzoekster. Verzoekster was van mening dat het loon dat zij de fietser betaalde tijdens zijn ziekteverlof, schade vormde en dat zij was gesubrogeerd in het recht van de fietser om van verweerster vergoeding van die schade te vorderen.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0019"><NO.P>19.</NO.P><TXT>Verzoekster stelde voorts dat de rechter in eerste aanleg internationaal bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. Daarvoor baseerde zij zich op artikel 9, lid 1, onder b), juncto artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001, op grond waarvan een verzekeraar kan worden opgeroepen voor de gerechten van een andere lidstaat dan die waar hij is gevestigd (in casu: Frankrijk) indien de vordering wordt ingesteld bij de gerechten van de woonplaats van de eiser (in casu: Oostenrijk). Verzoekster wees er ook op dat deze rechter zich reeds bevoegd had verklaard in de parallelle procedure die de fietser tegen de verzekeraar had ingesteld.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0020"><NO.P>20.</NO.P><TXT>Verweerster betwistte de internationale bevoegdheid van de Oostenrijkse rechter. Zij wees op het doel van de bijzonderebevoegdheidsregels in verzekeringszaken, namelijk bescherming van de zwakkere partij. Volgens verweerster is verzoekster geen zwakke partij en kan zij dus geen aanspraak maken op die bescherming.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0021"><NO.P>21.</NO.P><TXT>De rechter in eerste aanleg was van oordeel dat hij bevoegd was en dat verzoekster kon worden beschouwd als een zwakkere partij, ongeacht haar omvang, aangezien zij louter een recht had doen gelden dat was afgeleid van dat van haar werknemer.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0022"><NO.P>22.</NO.P><TXT>In het door verweerster ingestelde hoger beroep heeft het Oberlandesgericht Graz (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Stiermarken, Graz, Oostenrijk) het vonnis van de rechter in eerste aanleg echter vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen op grond van het ontbreken van internationale bevoegdheid. Het was van oordeel dat verzoekster niet kon worden beschouwd als een zwakke partij.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0023"><NO.P>23.</NO.P><TXT>Verzoekster heeft tegen deze beslissing hogere voorziening ingesteld bij de verwijzende rechter, het Oberste Gerichtshof. Deze rechter acht het noodzakelijk dat een aantal bepalingen van afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 worden verduidelijkt, om te kunnen bepalen of de bij hem aanhangige zaak betrekking heeft op verzekeringszaken. Hij wenst ook te vernemen of verzoekster kan worden beschouwd als een getroffene die zich kan beroepen op de verzekeringsgerelateerde forum-actorisregel die is neergelegd in artikel 9, lid 1, onder b), juncto artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0024"><NO.P>24.</NO.P><TXT>In die omstandigheden heeft het Oberste Gerichtshof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><LIST TYPE="OTHER"><ITEM><NP><NO.P><QUOT.START CODE="201E" ID="QS0014" REF.END="QE0014"/>1)</NO.P><TXT>Gaat het bij de vordering van een binnenlandse werkgever tot vergoeding van de door de loondoorbetaling aan zijn in het eigen land woonachtige werknemers op hem verschoven schade om een vordering in <QUOT.START CODE="201A" ID="QS0015" REF.END="QE0015"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0015" CODE="2019" ID="QE0015"/> in de zin van artikel 8 van verordening (EG) nr. 44/2001, wanneer</TXT><P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>de werknemer bij een verkeersongeval in een lidstaat (Italië) gewond is geraakt,</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>de vordering is gericht tegen de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van het schadeveroorzakende voertuig die in een andere lidstaat (Frankrijk) is gevestigd, en</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>de werkgever een publiekrechtelijke instelling met eigen rechtspersoonlijkheid is?</TXT></NP></ITEM></LIST></P></NP></ITEM><?PAGE NO="5"?><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:</TXT><P>Dient artikel 9, lid 1, onder b), juncto artikel 11, lid 2, van verordening (EG) nr. 44/2011 aldus te worden uitgelegd, dat de werkgever die het loon doorbetaalt als <QUOT.START CODE="201A" ID="QS0016" REF.END="QE0016"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0016" CODE="2019" ID="QE0016"/> de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van het schadeveroorzakende voertuig kan oproepen voor het gerecht van de plaats waar de werkgever is gevestigd, voor zover een dergelijke rechtstreekse vordering mogelijk is?<QUOT.END REF.START="QS0014" CODE="201D" ID="QE0014"/></P></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0025"><NO.P>25.</NO.P><TXT>Verzoekster, verweerster, de Italiaanse regering en de Commissie hebben schriftelijke opmerkingen ingediend.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">IV.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Beoordeling</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0026"><NO.P>26.</NO.P><TXT>De verwijzende rechter wenst te vernemen of de vordering van een werkgever die het loon van zijn werknemer doorbetaalde terwijl die werknemer met ziekteverlof was (ten gevolge van verwondingen die hij in een verkeersongeval had opgelopen) en die een vergoeding ten belope van dat loon vordert, kan worden beschouwd als een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0017" REF.END="QE0017"/>verzekeringszaak<QUOT.END REF.START="QS0017" CODE="201D" ID="QE0017"/> in de zin van verordening nr. 44/2001 (eerste vraag). Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, vraagt deze rechter zich voorts af of een dergelijke werkgever kan worden beschouwd als een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0018" REF.END="QE0018"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0018" CODE="201D" ID="QE0018"/> en zich kan beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris wanneer hij een vordering tegen de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder instelt (tweede vraag).</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0027"><NO.P>27.</NO.P><TXT>Beide vragen moeten volgens mij bevestigend worden beantwoord. In de uiteenzetting van dit standpunt zal ik om te beginnen kort ingaan op het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0019" REF.END="QE0019"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0019" CODE="201D" ID="QE0019"/> (A). Vervolgens zal ik onderzoeken of en onder welke voorwaarden een gesubrogeerde in een verzekeringsgerelateerd vorderingsrecht kan worden gekwalificeerd als een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0020" REF.END="QE0020"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0020" CODE="201D" ID="QE0020"/> en zich kan beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris (B).</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0028"><NO.P>28.</NO.P><TXT>Als voorafgaande terminologische opmerking die voor de gehele uiteenzetting geldt, wens ik te benadrukken dat het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0021" REF.END="QE0021"/>subrogatie<QUOT.END REF.START="QS0021" CODE="201D" ID="QE0021"/> in deze conclusie in algemene en neutrale zin wordt gebruikt, als een generieke verwijzing naar alle soorten van juridische <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0022" REF.END="QE0022"/>plaatsvervanging<QUOT.END REF.START="QS0022" CODE="201D" ID="QE0022"/>.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0007"><P>Hiermee wordt teruggegrepen op het oorspronkelijke Latijnse werkwoord <HT TYPE="ITALIC">surrogare</HT>, dat gewoon <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0023" REF.END="QE0023"/>vervangen<QUOT.END REF.START="QS0023" CODE="201D" ID="QE0023"/> betekent (vgl. bijvoorbeeld Lewis en Short, <HT TYPE="ITALIC">A Latin Dictionary</HT>, Oxford University Press, Oxford, 1996, blz. 1818). Bij een dergelijk generiek gebruik wordt er geen onderscheid gemaakt naargelang de subrogatie een wettelijke dan wel een contractuele grondslag heeft, of dat zij gedeeltelijk dan wel volledig is.</P></NOTE> Het betreft gewoon de situatie van een persoon die in de plaats treedt van een andere persoon om rechten af te dwingen of verplichtingen na te komen.</TXT></NP.ECR><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">A.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Verzekeringszaken</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0029"><NO.P>29.</NO.P><TXT>Volgens artikel 8 van verordening nr. 44/2001 bevat afdeling 3 van hoofdstuk II daarvan bijzonderebevoegdheidsregels voor verzekeringszaken. Op grond daarvan kunnen de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde of de getroffene een vordering tegen een verzekeraar instellen bij de gerechten van de lidstaat en de plaats waar zij wonen. De verzekeraar heeft daarentegen in beginsel enkel de mogelijkheid om zich te wenden tot de gerechten van de lidstaat van de woonplaats van de verweerder.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0008"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20050526">26 mei 2005</DATE>, <NAME.CASE>GIE Réunion européenne e.a.</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑77/04</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2005:327">EU:C:2005:327</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0017">17</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0030"><NO.P>30.</NO.P><TXT>In verordening nr. 44/2001 wordt het begrip verzekering echter niet gedefinieerd. Dit is evenmin het geval in haar juridische voorganger (Executieverdrag<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0009"><P>Verdrag van <DATE ISO="19680927">27 september 1968</DATE> betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, zoals nadien gewijzigd bij de verdragen inzake de toetreding van nieuwe lidstaten tot dit verdrag (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="299" PAGE.FIRST="32" DATE.PUB="1972">PB 1972, L 299, blz. 32</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE>) of opvolger (verordening nr. 1215/2012<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0010"><P>Zie voetnoot 3.</P></NOTE>).</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="6"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0031"><NO.P>31.</NO.P><TXT>Ik ben het eens met de Commissie dat het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0024" REF.END="QE0024"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0024" CODE="201D" ID="QE0024"/> autonoom en uniform moet worden uitgelegd om zo veel mogelijk te waarborgen dat de rechten en verplichtingen die uit deze verordening voortvloeien voor de lidstaten en personen op wie zij van toepassing is, gelijk en uniform zijn.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0011"><P>Zie naar analogie (wat betreft het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0025" REF.END="QE0025"/>burgerlijke en handelszaken<QUOT.END REF.START="QS0025" CODE="201D" ID="QE0025"/>) arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20170309">9 maart 2017</DATE>, <NAME.CASE>Pula Parking</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑551/15</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2017:193">EU:C:2017:193</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0033">33</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak). Zie wat betreft de noodzaak om het Executieverdrag autonoom uit te leggen arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20040115">15 januari 2004</DATE>, <NAME.CASE>Blijdenstein</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑433/01</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2004:21">EU:C:2004:21</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0024">24</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0032"><NO.P>32.</NO.P><TXT>Maar afgezien van die algemene opmerking lijkt er inderdaad geen Unierechtelijke definitie van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0026" REF.END="QE0026"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0026" CODE="201D" ID="QE0026"/> te bestaan. Tot nu toe heeft het Hof in zijn rechtspraak twee soorten van casuïstische richtsnoeren in dit verband gegeven, door inclusie (uitdrukkelijke voorbeelden van wat onder het begrip valt) en door uitsluiting (wat er niet onder valt).</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0033"><NO.P>33.</NO.P><TXT>In die eerste categorie heeft het Hof onder verwijzing naar het in vergelijkbare bewoordingen geformuleerde Executieverdrag opgemerkt dat de verzekeringsgerelateerde bevoegdheidsregels uitdrukkelijk van toepassing zijn op bepaalde soorten verzekeringsovereenkomsten, zoals de verplichte verzekering, de aansprakelijkheidsverzekering, de verzekering die betrekking heeft op onroerende goederen, en de zee- en luchttransportverzekering.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0012"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20000713">13 juli 2000</DATE>, <NAME.CASE>Group Josi</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑412/98</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2000:399">EU:C:2000:399</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0062">62</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>). Zie de artikelen 10, 13 en 14 van verordening nr. 44/2001.</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0034"><NO.P>34.</NO.P><TXT>In de categorie van uitsluiting sluit artikel 1, lid 2, onder c), socialezekerheidszaken uitdrukkelijk uit van het toepassingsgebied van verordening nr. 44/2001. Daaraan kan worden toegevoegd dat deze uitsluiting geldt voor zover een bepaalde vordering niet onder het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0027" REF.END="QE0027"/>burgerlijke of handelszaken<QUOT.END REF.START="QS0027" CODE="201D" ID="QE0027"/> valt, dat de toepasselijkheid van verordening nr. 44/2001 in het algemeen afbakent.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0013"><P>Artikel 1, lid 2, onder c), van verordening nr. 44/2001 bepaalt dat de verordening niet van toepassing is op <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0028" REF.END="QE0028"/>de sociale zekerheid<QUOT.END REF.START="QS0028" CODE="201D" ID="QE0028"/>. Zie wat betreft de werkingssfeer van de overeenkomstige bepaling van het Executieverdrag arresten van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20021114">14 november 2002</DATE>, <NAME.CASE>Baten</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑271/00</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2002:656">EU:C:2002:656</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0037">37</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>), en <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20040115">15 januari 2004</DATE>, <NAME.CASE>Blijdenstein</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑433/01</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2004:21">EU:C:2004:21</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0021">21</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0035"><NO.P>35.</NO.P><TXT>Voorts heeft het Hof ook zaken betreffende <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0029" REF.END="QE0029"/>herverzekering<QUOT.END REF.START="QS0029" CODE="201D" ID="QE0029"/> uitgesloten van de werkingssfeer van de verzekeringsgerelateerde bevoegdheidsregels, omdat herverzekering niet wordt vermeld in wat later afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 is geworden. Het Hof heeft die uitsluiting echter beperkt tot verhoudingen tussen twee personen die beroepsmatig actief zijn in de herverzekeringssector. Het heeft geoordeeld dat de bevoegdheidsregels inzake verzekering <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0030" REF.END="QE0030"/>volledig van toepassing zijn wanneer krachtens de [toepasselijke wetgeving] de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde van een verzekeringsovereenkomst over de mogelijkheid beschikt om zich rechtstreeks tot de eventuele herverzekeraar van de verzekerde te wenden teneinde tegenover hem zijn uit die overeenkomst voortvloeiende rechten te doen gelden<QUOT.END REF.START="QS0030" CODE="201D" ID="QE0030"/>, gesteld dat een dergelijke partij de zwakke partij ten aanzien van de herverzekeraar zou zijn.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0014"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20000713">13 juli 2000</DATE>, <NAME.CASE>Group Josi</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑412/98</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2000:399">EU:C:2000:399</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0075">75</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0036"><NO.P>36.</NO.P><TXT>Het lijkt mij noodzakelijk noch verstandig te proberen een algemene en exhaustieve definitie te formuleren van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0031" REF.END="QE0031"/>verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0031" CODE="201D" ID="QE0031"/> en dus van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0032" REF.END="QE0032"/>verzekering<QUOT.END REF.START="QS0032" CODE="201D" ID="QE0032"/>. Dat kan worden overgelaten aan de doctrine. Uit de onderzochte rechtspraak komt echter één, van nature met de systematiek van het stelsel van het Executieverdrag en de verordeningen verbonden element naar voren, namelijk dat voor internationale bevoegdheid de basis om te bepalen wat een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0033" REF.END="QE0033"/>verzekeringszaak<QUOT.END REF.START="QS0033" CODE="201D" ID="QE0033"/> is, in wezen de titel is. Is de titel op grond waarvan een vordering tegen een bepaalde verweerder wordt ingesteld (met andere woorden de oorzaak van die vordering) het vaststellen van rechten en verplichtingen die voortvloeien uit een verzekeringsverhouding? Zo ja, dan kan de zaak worden beschouwd als een verzekeringszaak.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0037"><NO.P>37.</NO.P><TXT>In de context van afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 heeft een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0034" REF.END="QE0034"/>verzekeringszaak<QUOT.END REF.START="QS0034" CODE="201D" ID="QE0034"/> dan gewoon betrekking op het vaststellen van rechten en verplichtingen van een van de in artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 11, lid 2, bedoelde partijen voor zover wordt gesteld dat deze rechten en verplichtingen voortvloeien uit een verzekeringsverhouding.</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="7"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0038"><NO.P>38.</NO.P><TXT>Daaraan kan worden toegevoegd dat aan die conclusie niet wordt afgedaan door de omstandigheid dat de ratio en historische oorsprong van verplichtingen die ontstaan in de context van aansprakelijkheidsverzekering – op een zeer algemeen niveau – verbonden kunnen zijn met het concept van de buitencontractuele aansprakelijkheid van de oorspronkelijke pleger van de onrechtmatige daad die door de verzekering van de pleger wordt overgenomen en gedekt.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0015"><P>In herinnering zij gebracht dat die redenering, die voor het eerst verscheen in bepaalde delen van de doctrine en later werd besproken in een zaak bij het Duitse Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken) (zie de verwijzingsbeslissing van het Bundesgerichtshof van <DATE ISO="20060926">26 september 2006</DATE> – VI ZR 200/05), niet werd aanvaard door het Bundesgerichtshof en uiteindelijk evenmin door het Hof toen deze zaak naar het Hof werd verwezen [zie arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20071213">13 december 2007</DATE>, <NAME.CASE>FBTO Schadeverzekeringen</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑463/06</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2007:792">EU:C:2007:792</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0030">30</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>)].</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0039"><NO.P>39.</NO.P><TXT>Mijn eerste voorlopige conclusie is dan ook dat voor de vaststelling van de bevoegde rechter, het voorwerp van een vordering binnen de werkingssfeer van het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0035" REF.END="QE0035"/>verzekeringszaak<QUOT.END REF.START="QS0035" CODE="201D" ID="QE0035"/> in de zin van afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 valt indien het betrekking heeft op rechten en verplichtingen die voortvloeien uit een verzekeringsverhouding, met uitzondering van de in artikel 1, lid 2, onder c), van die verordening bedoelde kwesties inzake sociale zekerheid.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0040"><NO.P>40.</NO.P><TXT>Wat de onderhavige zaak betreft, blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de vordering in het hoofdgeding is gebaseerd op een verzekeringsovereenkomst tussen de oorspronkelijke pleger van de onrechtmatige daad en zijn verzekeraar, en niet zozeer op de vermeende buitencontractuele aansprakelijkheid van de persoon die voor het ongeval verantwoordelijk is. De reden waarom er in het hoofdgeding een vordering tegen verweerder is ingesteld, is met andere woorden de verbintenis die op hem zou rusten krachtens een verzekeringsovereenkomst die hij met de pleger van de onrechtmatige daad had gesloten.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0016"><P>Of een dergelijke vordering uiteindelijk wordt gedekt door de ingeroepen verzekeringsovereenkomst, is een andere kwestie, die de grond van de zaak betreft en niet het vaststellen van de internationale bevoegdheid.</P></NOTE></TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">B.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Overgang van het forum actoris op een gesubrogeerde</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0041"><NO.P>41.</NO.P><TXT>Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of verzoekster zich als getroffene kan beroepen op het forum actoris zoals neergelegd in artikel 11, lid 2, juncto artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 44/2001, en een rechtstreekse vordering (die als dusdanig mogelijk is krachtens het toepasselijke recht<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0017"><P>Zie wat betreft de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven overweging 30 en artikel 18 van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="20090916">16 september 2009</DATE> betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="263" PAGE.FIRST="11" DATE.PUB="2009">PB 2009, L 263, blz. 11</REF.DOC.OJ>), de geconsolideerde richtlijn motorrijtuigenverzekering, waarin is voorzien in een dergelijke rechtstreekse vordering voor getroffenen.</P></NOTE>) kan instellen tegen de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar van de persoon die aansprakelijk zou zijn voor het oorspronkelijke verkeersongeval.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0042"><NO.P>42.</NO.P><TXT>Voor die vraag moet eerst worden onderzocht of verzoekster een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0036" REF.END="QE0036"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0036" CODE="201D" ID="QE0036"/> is (1). Aangezien die vraag volgens mij bevestigend moet worden beantwoord, moet daarna worden onderzocht onder welke voorwaarden het verzekeringsgerelateerde forum actoris overgaat op de gesubrogeerde (2).</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="8"?><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">1.</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0037" REF.END="QE0037"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0037" CODE="201D" ID="QE0037"/> en forum actoris van de getroffene</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0043"><NO.P>43.</NO.P><TXT>Zoals het Hof heeft geoordeeld, voeren de bevoegdheidsregels van afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0038" REF.END="QE0038"/>een autonoom stelsel in voor de gerechtelijke bevoegdheidsverdeling in verzekeringszaken<QUOT.END REF.START="QS0038" CODE="201D" ID="QE0038"/> dat ten doel heeft <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0039" REF.END="QE0039"/>de zwakke partij te beschermen door bevoegdheidsregels die gunstiger zijn voor haar belangen dan de algemene regels<QUOT.END REF.START="QS0039" CODE="201D" ID="QE0039"/>. Deze regels zijn bedoeld ter bescherming van personen die zich in de meeste gevallen geplaatst zien voor een tevoren reeds vastgestelde overeenkomst waarover niet meer kan worden onderhandeld, zodat zij in de positie van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0040" REF.END="QE0040"/>zwakke partij<QUOT.END REF.START="QS0040" CODE="201D" ID="QE0040"/> terechtkomen.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0018"><P>Overweging 13 van verordening nr. 44/2001. Zie arresten van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="19830714">14 juli 1983</DATE>, <NAME.CASE>Gerling Konzern Speziale Kreditversicherung e.a.</NAME.CASE> (<NO.CASE>201/82</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:1983:217">EU:C:1983:217</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0017">17</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>); <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20000713">13 juli 2000</DATE>, <NAME.CASE>Group Josi</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑412/98</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2000:399">EU:C:2000:399</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0064">64</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>); <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20050512">12 mei 2005</DATE>, <NAME.CASE>Société financière et industrielle du Peloux</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑112/03</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2005:280">EU:C:2005:280</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0037">37</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>), en <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20090917">17 september 2009</DATE>, <NAME.CASE>Vorarlberger Gebietskrankenkasse</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑347/08</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2009:561">EU:C:2009:561</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0040">40</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0044"><NO.P>44.</NO.P><TXT>De bescherming die voortvloeit uit de verzekeringsgerelateerde bevoegdheidsregels mag dus niet worden uitgebreid tot personen die deze bescherming niet nodig hebben.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0019"><P>Arresten van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20000713">13 juli 2000</DATE>, <NAME.CASE>Group Josi</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑412/98</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2000:399">EU:C:2000:399</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0065">65</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak), en <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20090917">17 september 2009</DATE>, <NAME.CASE>Vorarlberger Gebietskrankenkasse</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑347/08</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2009:561">EU:C:2009:561</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0041">41</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0045"><NO.P>45.</NO.P><TXT>Er is een beperkte parallel met vergelijkbare overwegingen van bescherming die ten grondslag liggen aan de bevoegdheidsregels inzake werknemers en consumenten.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0020"><P>Zie de afdelingen 4 en 5 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001.</P></NOTE> De hoofdregel van die bijzonderebevoegdheidsregels is evenzeer gebaseerd op de woonplaats van de verweerder.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0021"><P>Artikel 2, lid 1, van verordening nr. 44/2001.</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0046"><NO.P>46.</NO.P><TXT>Al deze bijzondere gebieden hebben gemeenschappelijk dat zij worden geacht uitzonderingen te zijn op de algemene bevoegdheidsregels. Zij kunnen dus niet aldus worden uitgelegd dat zij ook gelden buiten de door de verordening uitdrukkelijk voorziene gevallen.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0022"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20090917">17 september 2009</DATE>, <NAME.CASE>Vorarlberger Gebietskrankenkasse</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑347/08</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2009:561">EU:C:2009:561</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0039">39</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0047"><NO.P>47.</NO.P><TXT>Evenwel mag niet uit het oog worden verloren dat het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0041" REF.END="QE0041"/>zwakkere partij<QUOT.END REF.START="QS0041" CODE="201D" ID="QE0041"/> in verzekeringszaken, anders dan bij zaken betreffende werknemers of consumenten, veeleer ruim wordt gedefinieerd. Het omvat vier categorieën van personen: de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde en de getroffene. Deze partijen kunnen in de praktijk tamelijk sterke economische en juridische entiteiten zijn. Dat vloeit voort uit de ruime bewoordingen van de verzekeringsgerelateerde bepalingen in verordening nr. 44/2001 en de soorten verzekeringen die daarin worden vermeld.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0048"><NO.P>48.</NO.P><TXT>Anders dan wat geldt voor consumenten, sluiten de door afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 beschermde personen de betrokken verzekeringsovereenkomst dus niet noodzakelijk buiten het kader van hun bedrijf of beroep. Met deze omstandigheid en deze bijzonderheid van bijzondere bevoegdheid op grond van afdeling 3 van hoofdstuk II moet rekening worden gehouden bij de uitlegging van het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0042" REF.END="QE0042"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0042" CODE="201D" ID="QE0042"/>.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0049"><NO.P>49.</NO.P><TXT>Voorts wordt bij artikel 9, lid 1, onder b), van de verordening forum actoris toegekend aan alle daarin opgesomde partijen, te weten de verzekeringnemer, de begunstigde en de verzekerde. Dit is een wijziging en een uitbreiding van de bescherming in vergelijking met het Executieverdrag.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0023"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20071213">13 december 2007</DATE>, <NAME.CASE>FBTO Schadeverzekeringen</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑463/06</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2007:792">EU:C:2007:792</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0028">28</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR><HT TYPE="ITALIC">in fine</HT>). Artikel 8 van het Executieverdrag bepaalt dat de verzekeraar met woonplaats op het grondgebied van een verdragsluitende staat kan worden opgeroepen voor de gerechten van die staat of in een andere verdragsluitende staat, voor het gerecht van de woonplaats van de verzekeringnemer.</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0050"><NO.P>50.</NO.P><TXT>In het arrest FBTO Schadeverzekeringen heeft het Hof verduidelijkt dat ook de getroffene zich op zijn eigen forum actoris kan beroepen. Dat forum hangt niet af van de fora waarover de in artikel 9, lid 1, onder b), bedoelde partijen beschikken. De getroffene wordt weliswaar afzonderlijk vermeld in artikel 11, lid 2, maar kan dus een vordering instellen in de lidstaat van zijn woonplaats.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0024"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20071213">13 december 2007</DATE>, <NAME.CASE>FBTO Schadeverzekeringen</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑463/06</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2007:792">EU:C:2007:792</NO.ECLI>, punten <REF.NP.ECR REF="NP0026">26</REF.NP.ECR> en <REF.NP.ECR REF="NP0031">31</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><?PAGE NO="9"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0051"><NO.P>51.</NO.P><TXT>Tot slot heeft het Hof geoordeeld dat de verwijzing in artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 naar onder meer artikel 9 tot doel heeft de in artikel 9, lid 1, onder b), bedoelde opsomming van eisers aan te vullen met de getroffenen, zonder dat de kring van deze personen wordt beperkt tot degenen die <HT TYPE="ITALIC">rechtstreeks</HT> schade hebben geleden. Om dit te illustreren geeft het Hof het voorbeeld van de erfgenamen van slachtoffers.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0025"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20090917">17 september 2009</DATE>, <NAME.CASE>Vorarlberger Gebietskrankenkasse</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑347/08</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2009:561">EU:C:2009:561</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0044">44</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0052"><NO.P>52.</NO.P><TXT>Uit de in dit deel uiteengezette redenering volgt dat het in artikel 9, lid 1, onder b), bedoelde forum actoris, waarnaar artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 een kruisverwijzing bevat, ook kan worden ingeroepen door een persoon die indirect is getroffen. Die persoon kan gebruikmaken van zijn eigen forum actoris, gebaseerd op zijn woonplaats. Volgens mij vloeit dus uit de rechtspraak van het Hof voort dat zowel direct als indirect getroffen personen kunnen worden gekwalificeerd als <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0043" REF.END="QE0043"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0043" CODE="201D" ID="QE0043"/>.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0053"><NO.P>53.</NO.P><TXT>De laatste, en in zekere zin belangrijkste vraag die moet worden onderzocht, is of een gesubrogeerde zoals verzoekster kan worden gekwalificeerd als een indirect getroffene en zich kan beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">2.</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Overgang van het forum actoris op de gesubrogeerde</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0054"><NO.P>54.</NO.P><TXT>De kern van de onderhavige zaak is de vraag onder welke voorwaarden, of, beter gezegd, met welke beperkingen het bijzondere forum van artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 kan overgaan op een entiteit die is gesubrogeerd in de rechten van de direct getroffene.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0055"><NO.P>55.</NO.P><TXT>Deze vraag is behandeld in de zaak Vorarlberger (a). De toepasbaarheid van de in die zaak ontwikkelde toetsing heeft evenwel een aantal vragen doen rijzen, zoals de onderhavige zaak aantoont (b). Het Hof zou derhalve van deze gelegenheid gebruik kunnen maken om zijn benadering in het arrest Vorarlberger te verduidelijken (c).</TXT></NP.ECR><GR.SEQ LEVEL="4"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">a)</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Vorarlberger</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0056"><NO.P>56.</NO.P><TXT>In het arrest Vorarlberger heeft het Hof geoordeeld dat een socialezekerheidsorgaan dat wettelijk is gesubrogeerd in de rechten van de door een auto-ongeval rechtstreeks getroffene, zich niet kan beroepen op de bijzondere forum-actorisregel van artikel 11, lid 2, juncto artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 44/2001.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0026"><P>Arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20090917">17 september 2009</DATE>, <NAME.CASE>Vorarlberger Gebietskrankenkasse</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑347/08</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2009:561">EU:C:2009:561</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0047">47</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0057"><NO.P>57.</NO.P><TXT>De zaak die aanleiding gaf tot het arrest Vorarlberger betrof een auto-ongeval in Duitsland. De getroffene ontving een vergoeding van haar socialezekerheidsorgaan, dat in Oostenrijk was gevestigd. Dat orgaan stelde in Oostenrijk een vordering in tegen de Duitse verzekeraar van de persoon die voor het ongeval aansprakelijk was. Het socialezekerheidsorgaan baseerde zich op de verwijzing in artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 naar artikel 9 van die verordening. Het voerde de subrogatie in de rechten van de direct getroffene aan.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0058"><NO.P>58.</NO.P><TXT>Het Hof was echter van oordeel dat het orgaan zich hierop niet kon beroepen. Het merkte op dat in casu niet was aangevoerd dat een socialezekerheidsorgaan, zoals het betrokken orgaan in die zaak, een economisch zwakkere en juridisch minder ervaren partij was dan een wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar, zoals de betrokken verzekeraar.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0027"><P>Ibid., punt 42.</P></NOTE></TXT></NP.ECR><?PAGE NO="10"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0059"><NO.P>59.</NO.P><TXT>Uit de redenering van het Hof in het arrest Vorarlberger leek naar voren te komen dat de mogelijkheid om de beschermende regels van afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001 toe te passen afhangt van de concrete verhouding tussen de partijen in het geding van hun juridische en economische sterkte, die moet worden beoordeeld op basis van de feiten van elke zaak afzonderlijk.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0060"><NO.P>60.</NO.P><TXT>Die benadering vond niet overal instemming. Zij streeft zonder twijfel het doel van verordening nr. 44/2001 na om de zwakkere partij te beschermen, maar zij waarborgt mogelijk onvoldoende de noodzakelijke mate van voorspelbaarheid van de toepasselijke bevoegdheidsregels. Deze bezorgdheid blijkt ook uit de verwijzingsbeslissing in de onderhavige zaak. Ik zal daar nu op ingaan.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="4"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">b)</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Grenzen van de benadering in Vorarlberger</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0061"><NO.P>61.</NO.P><TXT>In de eerste plaats bevatten de in het arrest Vorarlberger geformuleerde richtsnoeren, zoals de verwijzende rechter opmerkt, geen concrete criteria om de relatieve zwakheid van de positie van de wettelijk gesubrogeerde ten aanzien van de verwerende verzekeraar te beoordelen. In het bijzonder in het geval van een gesubrogeerde zoals die in het hoofdgeding (een publiekrechtelijke werkgever) is het niet eenvoudig te bepalen of een dergelijke partij <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0044" REF.END="QE0044"/>een economisch zwakkere en juridisch minder ervaren partij<QUOT.END REF.START="QS0044" CODE="201D" ID="QE0044"/> is dan de verwerende wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0062"><NO.P>62.</NO.P><TXT>In de tweede plaats wijst de verwijzende rechter ook op de brede waaier van entiteiten waarvoor een dergelijke concrete analyse zou moeten worden verricht. De verzoekers kunnen gaan van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0045" REF.END="QE0045"/>kleine<QUOT.END REF.START="QS0045" CODE="201D" ID="QE0045"/> zelfstandige ondernemers, over middelgrote vennootschappen tot grote bedrijven, publiekrechtelijke instellingen of territoriale lichamen. Bovendien moet de juridische en economische sterkte van een bepaalde verzoeker worden afgewogen tegenover die van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0046" REF.END="QE0046"/>buitenlandse<QUOT.END REF.START="QS0046" CODE="201D" ID="QE0046"/> verzekeraars, die in een andere lidstaat zijn gevestigd. Dat levert de bijkomende moeilijkheid op dat rechtsvormen en feitelijke kwesties moeten worden beoordeeld die deel uitmaken van een ander rechtsstelsel dan dat van de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0063"><NO.P>63.</NO.P><TXT>In de derde plaats doet de in het arrest Vorarlberger aangenomen toetsing een meer fundamentele vraag rijzen over de voorspelbaarheid van haar resultaat in concrete zaken. Gelet op de concrete <HT TYPE="ITALIC">raison d’être</HT> van de toetsing mag niet uit het oog worden verloren dat de kwesties die hier worden onderzocht, moeten worden beoordeeld in de fase van het vaststellen van de internationale bevoegdheid en niet in de fase ten gronde. Is het bijgevolg werkelijk aangewezen om van de nationale rechter te vereisen dat hij een complex onderzoek van de feiten en de context verricht met het oog op de vaststelling van bevoegdheid, die normaliter zo snel en ongecompliceerd als mogelijk zou moeten zijn?</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0064"><NO.P>64.</NO.P><TXT>Om die redenen geef ik het Hof in overweging om zijn benadering in het arrest Vorarlberger op een aantal punten te verduidelijken, zoals ik hierna uiteenzet.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="4"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">c)</HT></HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD"><HT TYPE="ITALIC">Verduidelijking van de benadering in het arrest Vorarlberger</HT></HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0065"><NO.P>65.</NO.P><TXT>De verduidelijking van het overgaan van het forum actoris in de onderhavige context zou er in de eerste plaats toe moeten strekken de redenering betreffende de zwakke partij die ten grondslag ligt aan afdeling 3 van hoofdstuk II van verordening nr. 44/2001, te verzoenen met de doelstelling ervoor te zorgen dat bevoegdheidsregels in hoge mate voorspelbaar zijn.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0028"><P>Overweging 11 van verordening nr. 44/2001. Zie arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20160714">14 juli 2016</DATE>, <NAME.CASE>Granarolo</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑196/15</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2016:559">EU:C:2016:559</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0016">16</REF.NP.ECR> </REF.DOC.ECR>en aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE> In de tweede plaats staat de<?PAGE NO="11"?> doelstelling van een goede rechtsbedeling<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0029"><P>Overweging 12 van verordening nr. 44/2001.</P></NOTE> in de weg aan een verdere toename van het aantal fora. Derhalve zou voor de gesubrogeerde zo veel als mogelijk hetzelfde forum moeten gelden als voor de persoon van wie zijn rechten zijn afgeleid. Dat is immers juist het idee van de subrogatie van vorderingen. Zij zijn afgeleid.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0066"><NO.P>66.</NO.P><TXT>De verwezenlijking van die doelstellingen wordt volgens mij niet bevorderd door een naar mijn mening in wezen gefragmenteerde, geïndividualiseerde en in hoge mate contextgebonden beoordeling van de economische en juridische eigenschappen en de ervaring van elke verzoeker en de vergelijking daarvan met de juridische en economische sterkte van een bepaalde verzekeraar. Die doelstellingen zouden daarentegen mogelijk beter zijn gediend met een benadering waarbij de nadruk wordt gelegd op de objectieve kenmerken van de soort verhouding waaruit de subrogatie is ontstaan en de reden waarom de gesubrogeerde de plaats van de rechtstreeks getroffene heeft ingenomen. Voor het overige zou de toetsing geen rekening mogen houden met het betrokken individu, in die zin dat geen contextgebonden beoordeling van sterkte, kennis of ervaring wordt gevergd.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0067"><NO.P>67.</NO.P><TXT>Ik geef dus in overweging dat de subrogatie in de rechten van de rechtstreeks getroffene leidt tot de overgang van het forum actoris op een gesubrogeerde, ongeacht of het een fysieke persoon dan wel een rechtspersoon betreft, tenzij i) die gesubrogeerde zelf beroepsmatig actief is in de verzekeringssector en de vordering op hem is overgegaan op basis van een verzekeringsverhouding tussen hem en de rechtstreeks getroffene (krachtens de wet of op basis van een verzekeringsovereenkomst<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0030"><P>Voor de duidelijkheid herhaal ik dat, zoals hierboven in punt 34 van deze conclusie opgemerkt, een vordering betreffende sociale zekerheid in de zin van artikel 1, lid 2, onder c), van verordening nr. 44/2001 ratione materiae is uitgesloten omdat zij niet onder het toepassingsgebied van die verordening valt.</P></NOTE>), of ii) de gesubrogeerde een entiteit is die regelmatig betrokken is bij de commerciële of anderszins beroepsmatige afwikkeling van verzekeringsgerelateerde vorderingen en die het geldend maken van de vordering vrijwillig op zich heeft genomen in het kader van zijn commerciële of anderszins beroepsmatige activiteit.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0068"><NO.P>68.</NO.P><TXT>Hierna zal ik de voorgestelde toetsing verder toelichten door uiteen te zetten welke parameters relevant zijn om te beoordelen wanneer het forum actoris overgaat op een persoon die een afgeleide verzekeringsgerelateerde vordering geldend maakt (i). Vervolgens zal ik uiteenzetten wat de voordelen van de voorgestelde benadering zijn (ii). Tot slot zal ik deze benadering toepassen op de onderhavige zaak (iii).</TXT></NP.ECR><GR.SEQ LEVEL="5"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="ITALIC">i)</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="ITALIC">Parameters</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0069"><NO.P>69.</NO.P><TXT>Ten eerste is het bestaan van een verzekeringsverhouding tussen de betrokken gesubrogeerde en de rechtstreeks getroffene doorslaggevend om een onderscheid te maken tussen indirect getroffenen die zich wel kunnen beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris en indirect getroffenen die dat niet kunnen. Centraal staat dus de vraag wat de reden (of de juridische oorzaak, de titel) was voor de gesubrogeerde om bepaalde bedragen aan de rechtstreeks getroffene uit te betalen. Als die reden is gelegen in enige vorm van verzekeringsverhouding<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0031"><P>Zoals hierboven opgemerkt, omvat een dergelijke ruime uitlegging ook herverzekering, voor zover de verzoeker beschikt over een titel op grond waarvan hij een vordering kan instellen tegen de herverzekeraar van zijn verzekeraar. Zie arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="20000713">13 juli 2000</DATE>, <NAME.CASE>Group Josi</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑412/98</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2000:399">EU:C:2000:399</NO.ECLI>, punt <REF.NP.ECR REF="NP0075">75</REF.NP.ECR></REF.DOC.ECR>).</P></NOTE>, dan handelt de gesubrogeerde beroepsmatig in de verzekeringssector. Bijgevolg kan hij zich niet beroepen op de gunst van het forum actoris.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0070"><NO.P>70.</NO.P><TXT>Ten tweede is het volgens mij irrelevant of de specifieke verzekeringsverhouding tussen de rechtstreeks getroffene en de gesubrogeerde is ontstaan op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst (als een private verzekeringsovereenkomst) dan wel ten gevolge van een publiekrechtelijke verplichting [omdat de verplichting zich te verzekeren een wettelijke verplichting is,<?PAGE NO="12"?> of omdat het publiek recht zelf rechtstreeks voorziet in een verplichte verzekering, voor zover, in laatstbedoelde geval, de uitzondering inzake sociale zekerheid van artikel 2, lid 1, onder c), in acht wordt genomen<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0032"><P>In dat geval zou de zaak, zoals reeds opgemerkt, al geen betrekking hebben op verzekering (zie punt 34 hierboven).</P></NOTE>]. Uiteindelijk hebben zij beide gemeenschappelijk dat de gesubrogeerde die terugbetaling van de schade door de verzekeraar vordert, evenzeer beroepsmatig actief is in de sector.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0071"><NO.P>71.</NO.P><TXT>Ten derde zou deze uitsluiting volgens dezelfde logica en bij uitbreiding daarvan ook van toepassing zijn op een verzoeker die beroepsmatig verzekeringsgerelateerde vorderingen verhandelt. Het beschermende forum actoris zou met andere woorden niet ter beschikking mogen staan van een persoon die is gesubrogeerd in het recht van de rechtstreeks getroffene op basis van de – meestal contractuele – overdracht van een verzekeringsgerelateerde vordering in het kader van de handel of beroepsactiviteit van de gesubrogeerde. Het gebruik van het verzekeringsgerelateerde forum actoris zou in een dergelijke context niet gerechtvaardigd zijn.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0033"><P>Zie naar analogie arrest van <REF.DOC.ECR><DATE ISO="19930119">19 januari 1993</DATE>, <NAME.CASE>Shearson Lehman Hutton</NAME.CASE> (<NO.CASE>C‑89/91</NO.CASE>, <NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:1993:15">EU:C:1993:15</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>). Het Hof heeft in die zaak geoordeeld dat <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0047" REF.END="QE0047"/>het Executieverdrag aldus [moet] worden uitgelegd, dat de bijzonderebevoegdheidsregels van het verdrag inzake door consumenten gesloten overeenkomsten niet van toepassing zijn op een eiser die in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelt en die derhalve niet zelf als consument partij is bij een van de […] opgesomde overeenkomsten<QUOT.END REF.START="QS0047" CODE="201D" ID="QE0047"/>.</P></NOTE></TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0072"><NO.P>72.</NO.P><TXT>Kortom, doorslaggevend is de juridische titel op grond waarvan de gesubrogeerde zich in de plaats heeft gesteld van de rechtstreeks getroffene. De gesubrogeerde kan zich beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris, tenzij de ingeroepen titel voortvloeit uit een verzekeringsovereenkomst of een commerciële of anderszins beroepsmatige overeenkomst inzake overdracht van de vordering tussen de rechtstreeks getroffene en de gesubrogeerde.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="5"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="ITALIC">ii)</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="ITALIC">Voordelen van de voorgestelde verduidelijking</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0073"><NO.P>73.</NO.P><TXT>Er zijn volgens mij minstens drie redenen waarom de hierboven uiteengezette benadering een toetsing oplevert die voorspelbaarder en gemakkelijker hanteerbaar is.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0074"><NO.P>74.</NO.P><TXT>Ten eerste zou het aannemen van een objectievere, op een titel gebaseerde beoordeling van de positie van de indirect getroffene om te bepalen of die partij zich kan beroepen op het verzekeringsgerelateerde forum actoris, gemakkelijker hanteerbaar zijn in het kader van de vaststelling van de internationale bevoegdheid van rechters. Het zou niet nodig zijn de relatieve sterkte van de betrokken partijen te onderzoeken. Er is enkel kennis nodig van hun professionele, formele status en de titel op basis waarvan zij in de vordering zijn gesubrogeerd.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0075"><NO.P>75.</NO.P><TXT>Ten tweede is een ander voordeel dat de voorgestelde toetsing holistisch is; zij is zowel op natuurlijke personen als op rechtspersonen van toepassing. In herinnering zij gebracht dat de bewoordingen van verordening nr. 44/2001 in dit verband neutraal zijn.<NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="ARAB" NUMBERING.CONTINUED="YES" NOTE.ID="E0034"><P>Ter illustratie van dit punt in het kader van autoverzekeringen kan bijvoorbeeld worden verwezen naar het arrest van het Oberlandesgericht Celle (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Nedersaksen, Celle, Duitsland) van <DATE ISO="20080227">27 februari 2008</DATE>, 14 U 211/06 2, waarin werd aanvaard dat rechtspersonen onder het begrip <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0048" REF.END="QE0048"/>getroffene<QUOT.END REF.START="QS0048" CODE="201D" ID="QE0048"/> in de zin van artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 vallen. Daartoe werd verwezen naar richtlijn 72/166/EEG van de Raad van <DATE ISO="19720424">24 april 1972</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="103" PAGE.FIRST="1" DATE.PUB="1972">PB 1972, L 103, blz. 1</REF.DOC.OJ>) (thans vervangen door de geconsolideerde richtlijn motorrijtuigenverzekering, aangehaald in voetnoot 17), waarin <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0049" REF.END="QE0049"/>benadeelden<QUOT.END REF.START="QS0049" CODE="201D" ID="QE0049"/> worden gedefinieerd als <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0050" REF.END="QE0050"/>zij die recht hebben op vergoeding van door voertuigen veroorzaakte schade<QUOT.END REF.START="QS0050" CODE="201D" ID="QE0050"/>. De nationale rechter merkte ook op dat artikel 4 van die richtlijn (thans artikel 5 van de geconsolideerde richtlijn motorrijtuigenverzekering) zowel naar natuurlijke personen als naar rechtspersonen verwijst. In een andere Duitse zaak, van het Oberlandesgericht Frankfurt am Main (hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Hessen, Frankfurt am Main, Duitsland) (arrest van <DATE ISO="20140623">23 juni 2014</DATE>, 16 U 224/13), werd een leasemaatschappij gekwalificeerd als getroffene toen zij een vordering tegen een verzekeringsmaatschappij instelde. De nationale rechter was van oordeel dat de verzoekende partij niet dezelfde expertise op het vlak van verzekeringen had. Zie tot slot voor de algemene stelling dat rechtspersonen gebruik kunnen maken van verzekeringsgerelateerde fora voor getroffenen bijvoorbeeld Staudinger, A., en Czaplinski, P., <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0051" REF.END="QE0051"/>Verkehrsopferschutz im Lichte der Rom I-, Rom II- sowie Brüssel I-Verordnung<QUOT.END REF.START="QS0051" CODE="201D" ID="QE0051"/>, <HT TYPE="ITALIC">NJW</HT> 2009, blz. 2249 e.v.</P></NOTE> Het Hof maakte in het arrest Vorarlberger in zijn verwijzing naar de mogelijkheid die erfgenamen behouden om zich op het verzekeringsgerelateerde forum actoris te beroepen, geen onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen. Ik zie geen enkele reden om rechtspersonen uit te sluiten van die mogelijkheid, voor<?PAGE NO="13"?> zover zij op grond van het toepasselijke recht bekwaam zijn om te erven. Meer in het algemeen, en zoals in wezen betoogd door de Italiaanse regering, zij er nogmaals op gewezen dat in de praktijk een aantal van de personen die gebruik kunnen maken van speciale fora in verzekeringszaken waarschijnlijk rechtspersonen zijn.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0076"><NO.P>76.</NO.P><TXT>Ten derde en tot slot is het bij de voorgestelde toetsing ook waarschijnlijker dat inhoudelijk samenhangende vorderingen kunnen worden behandeld in hetzelfde forum, waardoor de procesvoering minder wordt gefragmenteerd. Dit kan worden aangetoond aan de hand van de onderhavige zaak.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0077"><NO.P>77.</NO.P><TXT>De hoofdprocedure is door de fietser als rechtstreeks getroffene ingesteld bij de rechter in eerste aanleg, waarschijnlijk de rechter van zijn woonplaats. Op grond van de door mij voorgestelde toetsing zal verzoekster zich tot dezelfde nationale rechter kunnen wenden, aangezien zij blijkbaar in het rechtsgebied van die rechter is gevestigd.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0078"><NO.P>78.</NO.P><TXT>Indien verzoekster, anders dan ik voorstel, geen gebruik mag maken van het verzekeringsgerelateerde forum actoris, zal zij een vordering moeten instellen in het land waar de wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar is gevestigd (Frankrijk), of bij de gerechten van de lidstaat waar het verkeersongeval plaatsvond (Italië).</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0079"><NO.P>79.</NO.P><TXT>Wanneer de gesubrogeerde en de rechtstreeks getroffene in dezelfde lidstaat zijn gevestigd en zij beslissen om gebruik te maken van het forum actoris, dan heeft de voorgestelde benadering dus het voordeel dat het aantal fora op het niveau van internationale bevoegdheid niet verder toeneemt.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0080"><NO.P>80.</NO.P><TXT>Het zou me evenwel te ver gaan als de gesubrogeerde <HT TYPE="ITALIC">verplicht</HT> zou zijn om de rechterkeuze van de rechtstreeks getroffene te volgen en zich tot dezelfde rechter als de rechtstreeks getroffene zou moeten wenden. Ik zie daarvoor drie redenen.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0081"><NO.P>81.</NO.P><TXT>In de eerste plaats is er in artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001 al rechtstreeks een veelheid aan fora neergelegd. Volgens die bepalingen en in het licht van de uitlegging die het Hof heeft gegeven van die tweede bepaling, hebben de verzekeringnemer, de begunstigde, de verzekerde en de getroffene elk een eigen forum actoris op grond van hun woonplaats. Ondanks deze bestaande veelheid aan fora blijkt uit de tekst van verordening nr. 44/2001 echter geen <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0052" REF.END="QE0052"/>verplichting om te volgen<QUOT.END REF.START="QS0052" CODE="201D" ID="QE0052"/>, teneinde het aantal fora te verminderen. Binnen het wetgevende kader zie ik dus geen reden (of aanknopingspunt in de tekst) om in de rechtspraak enkel voor de gesubrogeerde een dergelijke verplichting te scheppen.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0082"><NO.P>82.</NO.P><TXT>In de tweede plaats blijkt uit de in artikel 9, lid 1, onder b), gebruikte bewoordingen dat deze bepaling niet enkel geldt voor internationale bevoegdheid, maar ook voor lokale bevoegdheid (de <HT TYPE="ITALIC">plaats</HT>, niet de <HT TYPE="ITALIC">lidstaat</HT> waar de verzoeker woont). Een <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0053" REF.END="QE0053"/>verplichting om te volgen<QUOT.END REF.START="QS0053" CODE="201D" ID="QE0053"/>, op grond waarvan de gesubrogeerde een vordering moet instellen bij precies dezelfde rechter als de voor de rechtstreeks getroffene bevoegde rechter, zou dus mogelijkerwijze inhouden dat de gesubrogeerde een vordering moet instellen bij een andere rechter dan die van zijn woonplaats.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0083"><NO.P>83.</NO.P><TXT>In de derde plaats zou de <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0054" REF.END="QE0054"/>verplichting om te volgen<QUOT.END REF.START="QS0054" CODE="201D" ID="QE0054"/> sterk kunnen afhangen van de chronologie van de gebeurtenissen in elke zaak, meer bepaald van de keuze van de rechtstreeks getroffene wat betreft het al dan niet instellen van een vordering en het tijdstip van instelling. Maar wat zou er gebeuren indien de gesubrogeerde zijn vordering als eerste instelt? Zou de rechtstreeks getroffene dan ook verplicht zijn de keuze van de gesubrogeerde te volgen? Zo nee, dan zou afbreuk worden gedaan aan de consistentieregel. Zo ja, dan zou de gehele logica van de vordering, die bij wijze van <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0055" REF.END="QE0055"/>subrogatie<QUOT.END REF.START="QS0055" CODE="201D" ID="QE0055"/> wordt ingesteld, op zijn kop worden gezet. De regel om de andere getroffene te volgen kan dus enkel in één richting worden toegepast: de gesubrogeerde volgt de rechtstreeks getroffene, maar niet omgekeerd. Bovendien zou hij enkel worden toegepast indien de rechtstreeks getroffene zijn vordering <QUOT.START CODE="201E" ID="QS0056" REF.END="QE0056"/>tijdig<QUOT.END REF.START="QS0056" CODE="201D" ID="QE0056"/> instelt, te weten vóór de gesubrogeerde.</TXT></NP.ECR><?PAGE NO="14"?><NP.ECR IDENTIFIER="NP0084"><NO.P>84.</NO.P><TXT>Hoe dan ook volgt volgens mij uit het mogelijke bestaan van dergelijke interne inconsistenties bij de toepassing van een regel die juist zou worden ingevoerd met het oog op consistentie, dat een dergelijke regel eigenlijk geen goede regel is.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="5"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="ITALIC">iii)</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="ITALIC">Onderhavige zaak</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0085"><NO.P>85.</NO.P><TXT>In de onderhavige zaak lijkt het – en het staat uiteindelijk aan de verwijzende rechter om dit na te gaan – dat de reden voor verzoekster om een vordering in te stellen, de door het nationale recht verplichte doorbetaling van het loon was en de wettelijke overgang van de daaruitvolgende schade op verzoekster. De reden (titel) voor de subrogatie lijkt dus te worden gevormd door de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke wettelijke bepalingen. Tussen verzoekster en de fietser bestaat geen enkele verzekeringsverhouding.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0086"><NO.P>86.</NO.P><TXT>Geen van de twee in punt 67 hierboven uiteengezette uitzonderingen, waardoor het forum actoris niet zou kunnen overgaan, lijkt dus op verzoekster van toepassing.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0087"><NO.P>87.</NO.P><TXT>Voor de duidelijkheid voeg ik hieraan toe dat in het algemeen grensgevallen denkbaar zijn, zoals een vordering die wordt ingesteld door een werkgever die zelf een verzekeringsmaatschappij is. De oorzaak (of de titel) van het overgaan van de vordering of een deel daarvan op de verzekeringsmaatschappij is geen verzekeringsovereenkomst, maar, zoals in het hoofdgeding, de omstandigheid dat de getroffene haar werknemer was. Zou het forum actoris in dergelijke omstandigheden overgaan?</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0088"><NO.P>88.</NO.P><TXT>Volgens mij wel. Nogmaals, overeenkomstig de in deze conclusie voorgestelde verduidelijkingen zou het doorslaggevende element de specifieke juridische titel zijn die ten grondslag ligt aan de vordering van een dergelijke verzekeraar-werkgever. In een dergelijk geval zou de vordering niet zijn overgegaan op de werkgever omdat hij beroepsmatig handelde in de verzekeringssector, maar omdat hij een getroffen werknemer had en wettelijk wordt gesubrogeerd in de rechten van getroffen werknemers.</TXT></NP.ECR><NP.ECR IDENTIFIER="NP0089"><NO.P>89.</NO.P><TXT>Ik geef toe dat de benadering die ik in deze conclusie voorstel, mogelijk geldt voor te veel gevallen, zoals dat in het voorbeeld hierboven. Zij zou immers het voordeel van het verzekeringsgerelateerde forum actoris toekennen aan economisch zekere en/of juridisch ervaren entiteiten die in feite geen bescherming behoeven. Niettemin meen ik alles bij elkaar dat de omstandigheid dat de benadering af en toe op feitelijke basis te ruim is, redelijker is dan een in de praktijk problematisch contextgebonden onderzoek per geval van de <HT TYPE="ITALIC">rapport des forces</HT> van de partijen.</TXT></NP.ECR></GR.SEQ></GR.SEQ></GR.SEQ></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">V.</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Conclusie</HT></TXT></NP></TI></TITLE><NP.ECR IDENTIFIER="NP0090"><NO.P>90.</NO.P><TXT>In het licht van het voorgaande geef ik het Hof in overweging de door het Oberste Gerichtshof gestelde vragen te beantwoorden als volgt:</TXT><P><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P><QUOT.START CODE="201E" ID="QS0057" REF.END="QE0057"/>1)</NO.P><TXT>Een vordering zoals die in het hoofdgeding, die een werkgever in een lidstaat die vergoeding vordert van de schade die hij moet dragen door de doorbetaling van het loon van zijn werknemer, instelt tegen de in een andere lidstaat gevestigde wettelijkeaansprakelijkheidsverzekeraar voor de schade die wordt veroorzaakt door een door die verzekeraar verzekerd voertuig, is een <QUOT.START CODE="201A" ID="QS0058" REF.END="QE0058"/>verzekeringszaak<QUOT.END REF.START="QS0058" CODE="2019" ID="QE0058"/> in de zin van artikel 8 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van <DATE ISO="20001222">22 december 2000</DATE> betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Een in een lidstaat gevestigde persoon zoals een publiekrechtelijke instelling in haar hoedanigheid van werkgever kan zich als getroffene beroepen op de regel die is neergelegd in artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 11, lid 2, van verordening nr. 44/2001, om rechtstreeks een vordering in te<?PAGE NO="15"?> stellen (voor zover het betrokken nationale recht in een dergelijke rechtstreekse vordering voorziet) tegen de verzekeraar van de persoon die aansprakelijk is voor een verkeersongeval, ingeval de in te roepen rechten voortvloeien uit schade die deze werkgever moet dragen, te weten de doorbetaling van het loon van zijn werknemer die het slachtoffer van een verkeersongeval was:</TXT><P><LIST TYPE="NDASH"><ITEM><P>indien de reden voor het instellen van de vordering het bestaan van een verzekeringsverhouding tussen de voor het ongeval aansprakelijke partij en haar verzekeraar is, en</P></ITEM><ITEM><P>voor zover de verzoeker niet in de vordering is gesubrogeerd</P><P><LIST TYPE="roman"><ITEM><NP><NO.P>i)</NO.P><TXT>op grond van een verzekeringsverhouding tussen de verzoeker en de rechtstreeks getroffene, of</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>ii)</NO.P><TXT>omdat de verzoeker het geldend maken van de vordering op zich heeft genomen in het kader van zijn commerciële of anderszins beroepsmatige activiteit.<QUOT.END REF.START="QS0057" CODE="201D" ID="QE0057"/></TXT></NP></ITEM></LIST></P></ITEM></LIST></P></NP></ITEM></LIST></P></NP.ECR></GR.SEQ></CONTENTS.CONCLUSION></CONCLUSION>