Brussel, 6.2.2026

COM(2026) 75 final

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland


Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

ALGEMENE OVERWEGINGEN

(1)Het EU-kader voor economische governance 1 beoogt gezonde en houdbare overheidsfinanciën te bevorderen, duurzame en inclusieve groei en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen te stimuleren en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. Het bevordert tevens de nationale verantwoordelijkheid, legt de focus meer op de middellange termijn en combineert dit met een doeltreffendere en coherentere handhaving van de regels.

(2)De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld, onder meer aan het einde van de aanpassingsperiode, een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor maximale groeipercentages van de netto-uitgaven 2 worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan daadwerkelijk een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (PMO)), en hoe de lidstaat van plan is om werk te maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.

(3)Na de indiening van het plan moet de Commissie beoordelen of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

(4)Op aanbeveling van de Commissie moet de Raad vervolgens een aanbeveling goedkeuren waarin de maximale groeipercentages van het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat worden vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.

GERELATEERDE PROCESSEN, MET INBEGRIP VAN HET EERDER AANBEVOLEN NETTO-UITGAVENPAD EN DE BEOORDELING DAARVAN

(5)Op 15 oktober 2024 heeft Ierland zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn Commissie ingediend, dat de periode 2025-2029 bestrijkt. Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling aangenomen tot goedkeuring van het plan van oktober 2024 3 . Voor de beoordeling van de naleving in 2025 blijft het in de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 vastgestelde maximale groeipercentage van de netto-uitgaven relevant. De Commissie zal de naleving beoordelen op basis van de feitelijke gegevens in het kader van het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026.

(6)Op 25 november 2025 heeft de Commissie, als onderdeel van het najaarspakket van het Europees Semester 2025, haar meest recente beoordeling gepubliceerd van de naleving door Ierland van de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven zoals in januari 2025 aanbevolen door de Raad 4 . Volgens ramingen van de Commissie lag het groeipercentage van de netto-uitgaven van Ierland in 2025 boven het aanbevolen maximum, wat overeenkomt met een verwachte afwijking van 0,5 % van het bbp. Wanneer 2024 en 2025 samen worden beschouwd, werd ook het cumulatieve groeipercentage van de netto-uitgaven geraamd boven het aanbevolen maximale cumulatieve groeipercentage, wat echter overeenkomt met een kleinere afwijking: 0,2 % van het bbp.

(7)Bij deze beoordeling is rekening gehouden met het ontwerpbegrotingsplan voor 2026 dat Ierland op 15 oktober 2025 heeft ingediend. De Commissie heeft op 25 november 2025 een advies over dit ontwerpbegrotingsplan aangenomen 5 . De Commissie was van oordeel dat het ontwerpbegrotingsplan van Ierland voldeed aan de verplichtingen inzake begrotingsbeleid van het stabiliteits- en groeipact, aangezien de begrotingssituatie voor 2026 naar verwachting een overschot zou vertonen en aldus zou bijdragen tot een vermindering van de overheidsschuldquote. Tegelijkertijd werd in het advies van de Commissie gewezen op de hierboven beschreven afwijking, en de risico’s van afwijking, van de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025.

(8)De Raad heeft op 8 juli 2025 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) tot Ierland gericht 6 .

OVERWEGINGEN BETREFFENDE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN IERLAND

(9)Overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263 kan een lidstaat in het geval van een nieuw benoemde regering een herzien budgettair-structureel plan voor de middellange termijn indienen. Na de algemene verkiezingen van november 2024 werd op 23 januari 2025 een nieuwe regering gevormd. Op 9 januari 2026 heeft Ierland een herzien nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (hierna “het plan”) bij de Raad en de Commissie ingediend. Het plan heeft betrekking op de periode 2026-2030.

Proces voorafgaand aan de indiening van het plan van januari 2026

(10)Ierland kwam in aanmerking om technische informatie 7 van de Commissie te ontvangen, maar heeft daar niet om verzocht. De Commissie heeft Ierland op 19 december 2025 de voornaamste initiële voorwaarden en onderliggende aannamen verstrekt die zijn gebruikt in het kader voor prognoses van de overheidsschuld op middellange termijn van de Commissie 8 , zoals bedoeld in overweging 25 van Verordening (EU) 2024/1263, en heeft deze op 12 januari 2026 bekendgemaakt 9 .

(11)Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 hebben Ierland en de Commissie in oktober en december 2025 een technische dialoog gevoerd. De technische dialoog was toegespitst op de door Ierland beoogde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en de onderliggende aannamen, en op de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige groene en digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.

(12)In juni 2025 heeft Ierland overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1263 volgens de door Ierland in het plan verstrekte informatie overleg gepleegd met het maatschappelijk middenveld, de sociale partners, regionale autoriteiten en andere belanghebbenden. Volgens de informatie die Ierland in zijn plan heeft verstrekt, heeft de regering de nationale economische dialoog (NED) georganiseerd, een jaarlijks evenement dat belanghebbenden een forum biedt om met de regering van gedachten te wisselen over economische en sociale prioriteiten. De besprekingen tijdens de NED 2025 waren gekaderd rond het thema van de begrotingsplanning op middellange termijn in de context van de verplichtingen van Ierland uit hoofde van het herziene EU-begrotingskader.

(13)De Irish Fiscal Advisory Council (IFAC) heeft advies uitgebracht over de macro-economische prognose en de macro-economische aannamen die aan het netto-uitgavenpad in het plan ten grondslag liggen. Het plan is gebaseerd op de macro-economische prognoses die ten grondslag liggen aan de nationale begroting voor 2026 voor de periode 2025-2030, die op 26 september 2025 door de IFAC zijn goedgekeurd. De IFAC was van oordeel dat de prognoses “binnen een aanvaardbare marge” lagen.

(14)Het plan werd op 19 december 2025 door de regering goedgekeurd en op 9 januari 2026 aan het nationale parlement voorgelegd.

SAMENVATTING VAN HET PLAN EN BEOORDELING DOOR DE COMMISSIE

(15)Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan van januari 2026 op onderstaande wijze beoordeeld:

Achtergrond: macro-economische en begrotingssituatie en vooruitzichten

(16)Het reële bbp in Ierland is in 2024 met 2,6 % gegroeid als gevolg van de groei van de uitvoer, voornamelijk in specifieke door multinationals gedomineerde sectoren. Volgens de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie zal de economie in 2025 naar verwachting met 10,7 % zijn gegroeid als gevolg van de sterke uitvoer van farmaceutische producten, die deels het gevolg is van het anticiperen op verwachte veranderingen in het Amerikaanse tariefbeleid. Verwacht wordt dat de gewijzigde binnenlandse vraag, die een betere weerspiegeling is van de binnenlandse economische activiteit in Ierland, met 3,4 % zal stijgen. In 2026 zal het reële bbp naar verwachting met 0,2 % toenemen, waarbij het negatief wordt beïnvloed door het wegvallen van de frontloading in 2025, maar wordt ondersteund door de groei van de uitvoer van diensten en de binnenlandse vraag. In 2027 zal het reële bbp naar verwachting stijgen met 2,9 %, ten gevolge van positieve bijdragen van zowel de uitvoer als de binnenlandse vraag. Gedurende de prognoseperiode (d.w.z. 2025-2027) zal de potentiële bbp-groei in Ierland naar verwachting geleidelijk afnemen van 4,5 % in 2025 tot 3,5 % in 2027, ten gevolge van een afnemende bijdrage van arbeid. De werkloosheid bedroeg in 2024 4,3 %. Volgens de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie zal deze in 2025 naar schatting 4,6 % bedragen en in 2026 en 2027 naar verwachting 4,7 % bedragen. De inflatie (bbp-deflator) zal naar verwachting zijn gedaald van 4,5 % in 2024 tot 2,1 % in 2025 en zal naar verwachting uitkomen op 2,0 % in 2026 en 1,8 % in 2027.

(17)Wat de begrotingsontwikkelingen betreft, bedroeg het overheidsoverschot van Ierland in 2024 4,0 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie zal het in 2025 naar verwachting 1,5 % van het bbp bedragen, verder dalen tot 1,0 % van het bbp in 2026 en, bij ongewijzigd beleid, uitkomen op 0,8 % in 2027.In de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie wordt rekening gehouden met de ontwerpbegroting van Ierland voor 2026 die de regering in oktober 2025 heeft voorgesteld en die inmiddels door het nationale parlement is aangenomen. De overheidsschuld bedroeg eind 2024 38,3 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2025 naar verwachting zijn gedaald tot 33,1 % van het bbp. Naar verwachting zal zij eind 2026 verder dalen tot 32,5 % van het bbp en eind 2027 tot 31,3 %.

Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan van januari 2026

(18)Het plan bestrijkt de periode 2026-2030 en voorziet in een begrotingsaanpassing over een periode van vier jaar.

(19)Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie.

(20)Het plan bevat verbintenissen met betrekking tot de in tabel 1 vermelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven, wat overeenkomt met een gemiddelde jaarlijkse groei van de netto-uitgaven van 6,7 % in de periode 2026-2030.

Tabel 1: Maximale groei van de netto-uitgaven en belangrijkste aannamen in het plan van Ierland

2026

2027

2028

2029

2030

Gemiddelde over de looptijd van het plan

2026-2030

Gemiddelde gedurende de aanpassingsperiode

2026-2029

Groei van de netto-uitgaven 
(jaarlijks, %)

6,6

6,0

7,6

6,7

6,4

6,7

6,7

Groei van de netto-uitgaven 
(cumulatief, vanaf referentiejaar 2024(*), %)

16,5

23,5

32,9

41,7

50,9

–

–

Potentiële bbp-groei (%)

1,0

4,6

3,6

3,6

3,6

3,3

3,2

Inflatie (groei bbp-deflator) (%)

2,0

2,1

2,2

2,2

2,3

2,2

2,1

Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland (januari 2026) en berekeningen van de Commissie.

(*) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2024, het laatste jaar waarvoor begrotingsresultaten zijn gepubliceerd door het nationaal bureau voor de statistiek en Eurostat. Voor 2025 wordt in het plan uitgegaan van een groei van de netto-uitgaven van 9,3 %. Het gecumuleerde saldo van de controlerekening voor het eerste jaar (2026) en de daaropvolgende jaren van het plan van januari 2026 is het verschil tussen die prognose en de feitelijke gegevens voor 2025.

(21)In het plan wordt het groeipercentage van de netto-uitgaven in 2025 geraamd op 9,3 %. Dit groeipercentage is relevant voor het bepalen van de cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven voor 2026-2030 in tabel 1, aangezien het referentiejaar van het plan 2024 is, het laatste jaar waarvoor het nationaal bureau voor de statistiek en Eurostat feitelijke gegevens hebben gepubliceerd. Indien de in het voorjaar van 2026 beschikbare feitelijke gegevens voor 2025 in overeenstemming zijn met het in het plan geraamde groeipercentage van de netto-uitgaven, zou dit betekenen dat Ierland, in vergelijking met de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025, een jaarlijkse afwijking van 0,8 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,5 % van het bbp zou registreren (zie tabel 2). Als de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp in 2025 niet hoger is dan de referentiewaarde van 60 % van het bbp, zoals in het plan wordt gemeld, zal de Commissie echter geen verslag opstellen overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU 10 .Volgens de autoriteiten wordt de hogere groei van de netto-uitgaven in 2025 ten opzichte van de raming van de Commissie in haar advies over het ontwerpbegrotingsplan van Ierland voor 2026 verklaard door de recentere resultaten van de geraamde uitgaven in 2025, zoals gepubliceerd in het Revised Estimates Volume for Public Services 2026.

Tabel 2: Groei van de netto-uitgaven in 2025

 

Groeipercentage van de netto-uitgaven (%)

Verwachte afwijkingen ten opzichte van de aanbeveling van januari 2025, % van het bbp

 

2024

2025

2025

Maximaal groeipercentage, jaarlijks (aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025)

9,8 (*)

5,1

-

Maximaal groeipercentage, gecumuleerd (aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025)

-

15,4

-

Jaarlijks (najaarsprognose 2025 van de Commissie)

8,0

7,7

0,5

Gecumuleerd (najaarsprognose 2025 van de Commissie)

 -

16,3

0,2

Jaarlijks (raming in het herziene plan van januari 2026)

7,9

9,3

0,8

Gecumuleerd (op basis van de raming van de groei van de netto-uitgaven in het herziene plan van januari 2026)

 -

17,9

0,5

Bron: Najaarsprognose 2025 van de Commissie, budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland (januari 2026) en berekeningen van de diensten van de Commissie.

(*) Het groeipercentage voor 2024 dat impliciet deel uitmaakt van het gecumuleerde groeipercentage.

(22)De in het plan vastgelegde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven zullen naar verwachting aan het einde van de aanpassingsperiode van vier jaar (2029) leiden tot een structureel primair saldo van 0,9 % van het bbp en in 2030 tot een structureel primair saldo van 1,1 % van het bbp. Dit is hoger dan het percentage van het bbp van het structurele primaire saldo in 2029 dat, op basis van de aannamen van de Commissie, de naleving van de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 zou waarborgen 11 .

(23)Het plan berust op de aanname dat de potentiële bbp-groei zal stijgen van 1 % in 2026 tot 4,6 % in 2027 en zich vanaf 2028 zal stabiliseren op 3,6 %. Verder berust het plan op de verwachting dat het groeipercentage van de bbp-deflator geleidelijk zal stijgen van 2,0 % in 2026 tot 2,3 % in 2030.

Gevolgen voor het overheidssaldo van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(24)Op basis van de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en de aannamen van het plan zou het overheidsoverschot geleidelijk afnemen van 1,5 % van het bbp in 2025 tot 0,5 % van het bbp in 2029. Volgens het plan zou dus aan het einde van de aanpassingsperiode in 2029 geen sprake zijn van een overheidstekort dat hoger is dan de referentiewaarde van 3 % van het bbp. Het overheidstekort zou verder in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2039) de 3 % van het bbp niet overschrijden. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de tekortvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Gevolgen voor de overheidsschuld van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(25)Indien de in het plan vastgelegde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan geleidelijk afnemen van 33,0 % van het bbp in 2025 tot 30,0 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2029), volgens de onderstaande tabel. Na de aanpassingsperiode van vier jaar zal de schuldquote op middellange termijn (d.w.z. tot 2039) naar verwachting blijven dalen tot ruim onder 60 % van het bbp om uiterlijk in 2039 uit te komen op 23,7 % van het bbp. De overheidsschuld zou volgens het plan dus op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp blijven. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan zijn de in het plan voorgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven derhalve in overeenstemming met de schuldvereisten van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Ierland

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2039

Overheidsschuld

(% van het bbp)

38,3

33,0

32,4

31,5

30,7

30,0

28,8

23,7

Overheidssaldo

(% van het bbp)

4,0

1,5

0,8

1,0

0,7

0,5

0,5

-0,8

Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland (januari 2026)

Macro-economische aannamen van het plan

(26)Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 19 december 2025 aan Ierland zijn toegezonden. In het bijzonder worden in het plan verschillende aannamen gedaan voor acht variabelen, namelijk: het uitgangspunt (het structurele primaire saldo in 2025), de potentiële bbp-groei, de reële bbp-groei en vermindering van de outputgap, de groei van de bbp-deflator, de inkomstenelasticiteit ten opzichte van het nominale potentiële bbp, de stock-flow adjustment en de nominale impliciete rentevoet. Deze verschillen in aannamen moeten zorgvuldig worden beoordeeld, vooral omdat de gemiddelde maximale groei van de netto-uitgaven in het plan hoger ligt dan de groei die zou voortvloeien uit de aannamen van de Commissie. De verschillen in aannamen met het grootste effect op het plafond van de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd en beoordeeld.

·Het plan gaat uit van een hoger structureel primair saldo voor 2025, namelijk een overschot van 1,1 % van het bbp, terwijl in de najaarsprognose 2025 van de Commissie werd verwacht dat het saldo in evenwicht zou zijn (0 % van het bbp). Tegelijkertijd is het in het plan geraamde nominale saldo voor 2025, namelijk een overschot van 1,5 % van het bbp, in overeenstemming met de najaarsprognose 2025 van de Commissie. De gunstigere aanname in het plan wat betreft het structurele primaire saldo wordt verklaard doordat in het plan wordt uitgegaan van een nationaal concept van de outputgaps dat verschilt van de algemeen aanvaarde methode van de EU en een kleinere cyclische bijdrage impliceert. Hoewel de nationale beoordeling van de outputgap conceptueel afwijkt van de algemeen aanvaarde methode van de EU, zijn er sterke aanwijzingen dat de positieve outputgap die voortvloeit uit de algemeen aanvaarde methode van de EU buitensporig groot is. Het bbp van Ierland zal in 2025 naar verwachting een uitzonderlijk groeipercentage van meer dan 10 % hebben gerealiseerd, mede dankzij de sterke stijging van de uitvoer van farmaceutische producten na de aankondiging van nieuwe hogere tarieven door de Amerikaanse regering 12 . De ramingen van de slapte op de arbeidsmarkt en de capaciteitsdruk in de economie 13 , in combinatie met de afnemende binnenlandse inflatie 14 , zijn niet in overeenstemming met een grote positieve outputgap. Gezien het structurele primaire saldo in 2024 (3,1 %) en in 2026 (1,4 %) in de najaarsprognose 2025 van de Commissie, kan de aanname in het plan van een structureel primair overschot van 1,1 % van het bbp in 2025 bovendien als een conservatieve aanname worden beschouwd. Bijgevolg wordt dit verschil in deze aanname naar behoren gemotiveerd geacht. Op zichzelf beschouwd, verhoogt het verschil het plafond voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven tijdens de aanpassingsperiode in vergelijking met de aannamen van de Commissie.

·In het plan is de potentiële bbp-groei gedurende de programmaperiode gemiddeld 0,5 procentpunten lager dan in de aannamen van de Commissie. Dienovereenkomstig wordt er in het plan ook van uitgegaan dat de reële bbp-groei lager uitvalt. In het plan wordt ervan uitgegaan dat de outputgap tegen 2031 zal zijn gedicht, d.w.z. een jaar eerder dan in de aannamen van de Commissie. Bijgevolg worden deze aannamen als prudent en dus naar behoren gerechtvaardigd beschouwd. Samen dragen zij bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie.

·In het plan wordt ervan uitgegaan dat de groei van de bbp-deflator gedurende de periode 2027-2030 0,3 procentpunt hoger zal zijn in vergelijking met de aannamen van de Commissie. Het verschil in de prognose voor de groei van de bbp-deflator in 2027 (2,1 % in het plan tegenover 1,8 % in de najaarsprognose 2025 van de Commissie) lijkt voornamelijk te worden veroorzaakt door een hoger groeipercentage van de deflator voor overheidsconsumptie. Dit weerspiegelt voornamelijk recentere informatie over de kostenfactoren van de openbare dienstverlening, waaronder de verwachte personeelsbezetting en lonen, waardoor de overheidsuitgaven voor personeelsbeloningen sterker stijgen dan in de najaarsprognose 2025 van de Commissie werd aangenomen. Deze aanname wordt naar behoren gemotiveerd geacht. Voor de periode 2028-2030 ligt de groei van de bbp-deflator ook 0,3 procentpunten hoger dan de aannamen van de Commissie en 0,1 procentpunten hoger dan wat vereist zou zijn op grond van het gemeenschappelijk kader van de schuldhoudbaarheidsanalyse op basis van een geactualiseerde prognose voor 2027 die in overeenstemming is met het plan (d.w.z. uitgaande van een lineaire convergentie vanaf het groeipercentage van de deflator in 2027 naar marktgebaseerde inflatieverwachtingen voor 2036). In de macro-economische prognose van het plan wordt de hogere groei van de bbp-deflator aangedreven door trends in de deflatorgroei voor particuliere en overheidsconsumptie, evenals door de sterke binnenlandse activiteit die op middellange termijn wordt verwacht. Over het algemeen zijn de aannamen voor de periode 2028-2030 niet in overeenstemming met het gemeenschappelijke kader van de schuldhoudbaarheidsanalyse. Op zichzelf beschouwd dragen zij bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode dan op basis van de aannamen van de Commissies.

·In het plan wordt uitgegaan van een hogere inkomstenelasticiteit ten opzichte van de nominale potentiële bbp-groei dan in de aannamen van de Commissie. Dit heeft te maken met verschillen in de gebruikte methodologieën. De aannamen van het plan zijn gebaseerd op een bottom-upbenadering met een gedetailleerde beoordeling van de verwachte ontwikkelingen in de overheidsinkomsten, terwijl de prognoses van de Commissie op middellange termijn uitgaan van een unitaire inkomstenelasticiteit. Tegelijkertijd is de overheid voornemens de overmakingen naar de twee in 2024 opgerichte spaarfondsen (het Future Ireland Fund en het Infrastructure, Climate and Nature Fund) voort te zetten. Dit komt tot uiting in de hogere stock-flow adjustments van het plan dan in de aannamen van de Commissie. Al met al worden deze aannamen met betrekking tot de inkomsten als gerechtvaardigd beschouwd.

De resterende verschillen (de aannamen inzake de nominale impliciete rente) hebben geen significante gevolgen voor het plafond voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Commissie.

Al met al leiden de verschillen in aannamen samen tot een theoretisch plafond voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven dat hoger ligt dan wat vereist zou zijn om te voldoen aan de toepasselijke begrotingsregels op basis van de aannamen van de Commissie in het najaar van 2025. Per saldo weegt het gezamenlijke effect van voorzichtigere aannamen en verschillen in aannamen die naar behoren gemotiveerd worden geacht zwaarder dan het gezamenlijke effect van de verschillen in aannamen die niet in overeenstemming zijn met het kader van de schuldhoudbaarheidsanalyse. Bovendien verbindt Ierland zich in zijn plan tot een netto-uitgavenpad dat lager ligt dan dit theoretische plafond.

De beoordeling van de Commissie dat het plan aan de wettelijke eisen voldoet, geldt ook wanneer geen rekening wordt gehouden met de aanname in het plan dat het structurele primaire saldo in 2030 met 0,2 procentpunt van het bbp stijgt, hetgeen een afwijking vormt van de aanname van “geen wijziging van het begrotingsbeleid” van het gemeenschappelijke kader van de schuldhoudbaarheidsanalyse (waarbij het structureel primair saldo in het laatste jaar van de aanpassingsperiode (2029) constant blijft).

De Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan.

Begrotingsstrategie van het plan

(27)Volgens de indicatieve begrotingsstrategie in het plan zijn de netto-uitgaventoezeggingen in overeenstemming met verdere stijgingen van de overheidsuitgaven, met name om aanvullende overheidsdiensten te verlenen om in de behoeften van een snel groeiende bevolking te voorzien en om het investeringsniveau in de publieke sector aanzienlijk te verhogen, op een wijze die de groei van de uitgaven beter afstemt op de groei van de economische en belastinginkomsten op middellange en lange termijn. Dit wordt aangevuld met structurele hervormingen om vertragingen te verminderen en de uitvoering van grote infrastructuurprojecten te verbeteren, zoals uiteengezet in het “Accelerating Infrastructure Action Plan” (actieplan voor versnelde infrastructuurontwikkeling). Ierland is voornemens om met het oog op het opbouwen van begrotingsbuffers de overmakingen naar de twee in 2024 opgerichte spaarinstrumenten voort te zetten. Hoewel het plan geen maatregelen aan de ontvangstenzijde bevat, wordt verwacht dat het nominale saldo gedurende de gehele looptijd van het plan een overschot blijft vertonen dankzij de aanzienlijke impact van uitzonderlijke inkomsten uit de vennootschapsbelasting. De specificatie van de vast te stellen beleidsmaatregelen moet in de jaarlijkse begrotingen worden bevestigd of aangepast, en gekwantificeerd. Tegelijkertijd zijn er risico’s voor het macro-economische en budgettaire scenario dat ten grondslag ligt aan de indicatieve begrotingsstrategie in het plan, die voortvloeien uit het zeer open karakter van de Ierse economie en de concentratie ervan in een klein aantal door multinationals gedomineerde sectoren, waardoor zij kwetsbaar is voor ongunstige internationale ontwikkelingen, zoals een verschuiving van het handels- en belastingbeleid van de VS of wereldwijde belastingregels. In de begroting van Ierland voor 2026 worden de beleidsmaatregelen gespecificeerd waarmee de netto-uitgaventoezegging voor 2026 zal worden gehaald 15 .

Hervormings- en investeringsvoornemens in het plan die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen in het kader van het Europees Semester en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie

(28)In het plan worden beleidsvoornemens met betrekking tot hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, zoals met name uiteengezet in de landspecifieke aanbevelingen 2025 en in overeenstemming met de prioriteiten van de mededeling “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” 16 . Het plan omvat 20 hervormings- en investeringsterreinen, waarvan er twaalf financieel worden ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit en tien door fondsen van het cohesiebeleid.

(29)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, wordt in het plan een samenhangende reeks hervormingen en investeringen vastgesteld. In de maatregelen op het gebied van water en afvalwater zijn kritieke infrastructuurprojecten opgenomen, evenals acties die zijn beschreven in het wateractieplan 2024. In het plan wordt verwezen naar maatregelen inzake afvalbeheer en het stimuleren van de circulaire economie, die zullen worden uiteengezet in het komende afvalactieplan voor een circulaire economie, evenals in de komende overheidsstrategie voor de circulaire economie 2026-2028. Maatregelen in verband met duurzaam vervoer omvatten acties in het kader van het beleid inzake hernieuwbare transportbrandstoffen 2025-2027 en kapitaalinvesteringsprojecten in het kader van het nationale ontwikkelingsplan. Maatregelen inzake de installatie van openbare oplaadpunten voor emissieloze voertuigen zijn opgenomen in het oplaadplan voor elektrische voertuigen van het nationale wegennet 2024-2030 en de bijbehorende regionale plannen.

(30)Met betrekking tot de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan maatregelen om het aanbod van sociale en betaalbare woningen te vergroten door de uitvoering van het plan “Delivering Homes, Building Communities 2025-2030”. Daarnaast omvatten de maatregelen om de capaciteitsbeperkingen in de woningbouwsector aan te pakken onder meer de lopende hervorming van de ruimtelijke ordening, verhoogde investeringen in het kader van het bijgewerkte nationale ontwikkelingsplan, een uitgebreide bevoegdheid van het agentschap voor landontwikkeling (sommige maatregelen zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan van Ierland), de invoering van een belasting op grond bestemd voor woningbouw en een hervorming van de huursector. Maatregelen ter ondersteuning van onderzoek en innovatie omvatten acties in het kader van de Impact 2030-strategie, die momenteel strategisch wordt geëvalueerd om de toekomstige uitvoering ervan te sturen, naast andere maatregelen in het actieplan voor concurrentievermogen en productiviteit. Ten aanzien van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan maatregelen om de arbeidsmarkt en de sociale inclusie van personen met een handicap en alleenstaande ouders te versterken. De maatregelen omvatten acties die zijn uiteengezet in de nationale mensenrechtenstrategie voor mensen met een handicap 2025-2030, subsidies die worden verstrekt via de nationale regeling voor kinderopvang en een toezegging om een plafond in te voeren voor vergoedingen voor voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang.

(31)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid, bevat het plan maatregelen voor de inzet van hernieuwbare energiebronnen, waaronder een steunregeling voor hernieuwbare elektriciteit, de oprichting van de taskforce voor de levering van offshore-windenergie, acties in het toekomstige kader voor hernieuwbare offshore-energiebronnen en de voorbereiding van het nationale aangewezen plan voor het maritieme gebied. Het plan bevat ook maatregelen om de flexibiliteit van het elektriciteitsnet te verbeteren en de capaciteit te moderniseren en uit te breiden om curtailment te verminderen door middel van de ontwikkeling van netwerkaansluitingen met Noord-Ierland en Frankrijk. In het plan worden ook aanvullende kapitaalinvesteringen in netontwikkeling in de periode 2026-2030 beschreven. Maatregelen inzake energie-efficiëntie omvatten acties die zijn uiteengezet in het nationale energie- en klimaatplan en de klimaatactieplannen.

(32)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens, bevat het plan maatregelen om de algemene defensie- en veiligheidsuitgaven en paraatheid te versterken door middel van een geactualiseerd gedetailleerd uitvoeringsplan om gevolg te geven aan de resterende aanbevelingen in het verslag van de Commissie over de strijdkrachten, alsook acties om de aanwerving en het behoud van defensiepersoneel te ondersteunen en de fysieke werkomgeving en uitrusting te verbeteren.

(33)Daarnaast worden in het plan andere beleidsmaatregelen geschetst die verder gaan dan de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU, onder meer om het gezondheidszorgstelsel kosteneffectiever te maken door besparings- en productiviteitsmaatregelen uit te voeren die zijn opgenomen in de actieplannen van de taskforce voor productiviteit en besparingen en de taskforce voor de duurzaamheid van geneesmiddelen, door de registratie- en informatiesystemen voor de gezondheidszorg verder te digitaliseren, door betere eerstelijns- en gemeenschapszorg te ontwikkelen (sommige acties in het herstel- en veerkrachtplan) en door de uitvoerende macht van de gezondheidszorg te herstructureren in zes operationele gezondheidsregio’s. In het plan worden ook maatregelen genoemd die de duurzaamheid van het socialezekerheidsfonds verbeteren en de pensioendekking vergroten. Hoewel er geen recente maatregelen ter verbreding van de belastinggrondslag worden genoemd, worden in het plan bovendien voorlopige maatregelen geschetst om de reikwijdte en het effect van belastinguitgaven te evalueren door richtsnoeren te publiceren om de transparantie en rapportage van belastinguitgaven te verbeteren.

(34)Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Ierland. Het plan bevat informatie over de omvang en de doelstellingen van de verschillende fondsen van het cohesiebeleid. Het plan bevat ook een tabel waarin wordt aangegeven welke structurele hervormingen en investeringsprioriteiten gedeeltelijk zullen worden aangepakt via maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan van Ierland of de fondsen van het cohesiebeleid.

(35)Het plan biedt een algemeen overzicht van de behoeften aan overheidsinvesteringen van Ierland in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie. De bedragen van de overheidsinvesteringen zijn gebaseerd op de actualisering van 2025 van het nationale ontwikkelingsplan. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, bevat het plan een algemeen overzicht van het investeringskapitaal dat tot 2030 beschikbaar wordt gesteld voor water- en afvalwaterinfrastructuur en vervoer. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, bevat het plan een algemeen overzicht van het investeringskapitaal dat tot 2030 beschikbaar wordt gesteld voor huisvesting, alsook van de streefcijfers voor huisvesting na een behoefteanalyse. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid, bevat het plan een algemeen overzicht van het investeringskapitaal dat tot 2030 beschikbaar wordt gesteld voor de energie- en elektriciteitsinfrastructuur. Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens, omvat het plan een streefcijfer voor de groei van de defensie-uitgaven.

Conclusie van de beoordeling door de Commissie

(36)Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Ierland van januari 2026 aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

ALGEMENE CONCLUSIE

(37)Deze aanbeveling vervangt de aanbeveling van 21 januari 2025. De maximale groeipercentages van de netto-uitgaven voor 2025, in jaarlijkse en cumulatieve termen, in bijlage I bij de aanbeveling van 21 januari 2025, blijven echter relevant voor de beoordeling van de naleving tot en met 2025.

(38)Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moeten de in het plan van januari 2026 vastgelegde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven door de Raad aan Ierland worden aanbevolen.

BEVEELT AAN dat Ierland:

1.Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.



BIJLAGE I

Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)

Ierland

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

Groeipercentages (%)

Jaarlijks

6,6

6,0

7,6

6,7

6,4

Cumulatief (*)

16,5

23,5

32,9

41,7

50,9

(*) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2024. De cumulatieve groeipercentages worden gebruikt bij de jaarlijkse controle van naleving achteraf in de controlerekening.

Opmerking: Voor 2025 zijn de maximale jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven die in de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 zijn vastgesteld, nog steeds van toepassing en zullen deze door de Commissie worden getoetst aan de hand van de feitelijke gegevens.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht (PB L, 2024/1263 van 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj ), samen met Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/1467/2024-04-30 ), en Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L 306 van 23.11.2011, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/85/2024-04-30).
(2)    Netto-uitgaven in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263, namelijk de overheidsuitgaven ongerekend i) rente-uitgaven, ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd, iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s, v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.
(3)    Aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Ierland (PB C, C/2025/667, 10.2.2025).
(4)    Mededeling van de Commissie “Nadenken over het kader voor economische governance in het nationale begrotingsbeleid” van 25 november 2025 (COM(2025) 951 final).
(5)    Advies van de Commissie over het ontwerpbegrotingsplan van Ierland van 25.11.2025 (C(2025) 9059 final).
(6)    Aanbeveling van de Raad inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Ierland (PB C/2025/3981, 20.8.2025).
(7)    Volgens artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263 wordt verstaan onder “technische informatie”: de richtsnoeren die de Commissie op verzoek toezendt aan lidstaten met een overheidsschuld van ten hoogste 60 % van het bbp en een overheidstekort van ten hoogste 3 % van het bbp, voordat de lidstaten hun nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn opstellen.
(8)    De belangrijkste initiële voorwaarden en onderliggende aannamen zijn in overeenstemming met de methode die is beschreven in de Debt Sustainability Monitor 2023 van de Commissie ( https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/debt-sustainability-monitor-2023_en ). Zij zijn gebaseerd op de najaarsprognose 2025 van de Europese Commissie en de verlenging ervan op middellange termijn tot 2033, en de bbp-groei op lange termijn en de vergrijzingskosten zijn in overeenstemming met het gezamenlijke vergrijzingsverslag 2024 van de Commissie en de Raad ( https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-and-budgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_en ).
(9)    https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/3b78cf93-fed7-419c-bb9a-ed6b74913733_en?filename=Commission_prior_guidance-2025-ireland_en.pdf
(10)    In artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1467/97 is het volgende bepaald: “De Commissie stelt overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU een verslag op indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt, de begrotingssituatie niet vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont en indien de in de controlerekening van de lidstaat geregistreerde afwijkingen groter zijn dan: a) hetzij 0,3 procentpunt van het bbp per jaar; b) hetzij cumulatief 0,6 procentpunt van het bbp.”
(11)    In het scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
(12)    Omdat Ierland een kleine open economie is met sterke handels- en investeringsbanden met de VS, is het land zeer gevoelig voor mondiale economische omstandigheden, met name voor ontwikkelingen in de Amerikaanse economie.
(13)    De slapte op de arbeidsmarkt, een brede maatstaf van onderbenutting van arbeidskrachten, nam in Ierland in de eerste drie kwartalen van 2025 toe, wat wijst op een matiging van de situatie op de arbeidsmarkt. De bezettingsgraad in de maakindustrie bleef in 2025 grotendeels stabiel, wat erop wijst dat de druk op de productiecapaciteit niet is toegenomen.
(14)    Dit wordt weerspiegeld in de GICP-inflatie met betrekking tot diensten, die in 2025 is afgenomen. De GICP-inflatie met betrekking tot diensten geeft een nauwkeuriger beeld van de binnenlandse prijsdruk dan de bbp-deflator, die kan worden vertekend door de activiteiten van multinationals in Ierland.
(15)    Zie het advies van de Commissie over het ontwerpbegrotingsplan van Ierland van 25.11.2025 (C(2025) 9059 final).
(16)    Zie de mededeling van de Commissie “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” van 29 januari 2025 (COM(2025) 30 final).