31983R2373

Verordening (EEG) nr. 2373/83 van de Commissie van 22 augustus 1983 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984

Publicatieblad Nr. L 232 van 23/08/1983 blz. 0005 - 0009


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2373/83 VAN DE COMMISSIE

van 22 augustus 1983

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1595/83 (2), en met name op artikel 11, lid 5, en artikel 65,

Overwegende dat overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 kan worden beslist over te gaan tot preventieve distillatie van tafelwijn en wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, wanneer zulks nodig is op grond van de oogstverwachtingen of om de kwaliteit van de op de markt gebrachte produkten te verbeteren; dat de eerste oogstramingen wijzen op een grote produktie en dat het, gezien de overschotsituatie op de wijnmarkt, derhalve dienstig lijkt om tot toepassing van de bovenbedoelde maatregel over te gaan;

Overwegende dat de preventieve distillatie moet plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2179/83 van de Raad van 25 juli 1983 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de distillatie van wijn en bijprodukten van de wijnbereiding (3);

Overwegende dat de handel in de produkten die worden gebruikt voor de bereiding van de voor distillatie geleverde wijn tot misbruik dreigt te leiden in bepaalde wijnbouwzones of gedeelten daarvan; dat derhalve voor deze wijnbouwzones of gedeelten daarvan de status van producent moet worden gereserveerd voor diegenen die wijn hebben geproduceerd uit door henzelf geteelde verse druiven;

Overwegende dat dient te worden gepreciseerd dat de leveringscontracten en -aangiften onder andere de nodige gegevens moeten bevatten voor de identificatie van de tafelwijn waarop zij betrekking hebben;

Overwegende dat voor de producenten en voor de distilleerders termijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden moeten worden vastgesteld om een maximale doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen; dat bij de vaststelling van deze termijnen rekening moet worden gehouden met de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 vermelde datum met betrekking tot de verplichte distillatie;

Overwegende dat de prijs van de te distilleren wijn het normaliter niet mogelijk maakt de door de distillatie verkregen produkten tegen marktvoorwaarden af te zetten; dat derhalve steun dient te worden verleend, waarvan het bedrag wordt vastgesteld op basis van de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 genoemde criteria;

Overwegende dat preventieve distillatie kan plaatsvinden voor alle tafelwijn en voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt; dat evenwel de minimumaankoopprijzen van voor distillatie geleverde wijn worden vastgesteld in procenten van de oriëntatieprijzen voor de verschillende soorten tafelwijn; dat derhalve moet worden bepaald welke tafelwijn in nauw economisch verband staat met elke soort tafelwijn;

Overwegende dat duidelijkheidshalve en bij gebreke van een communautaire definitie van rosé wijn dient te worden gepreciseerd dat rosé tafelwijn wordt gelijkgesteld met rode tafelwijn wegens het nauwe economische verband tussen beide soorten;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat de gewaarborgde minimumprijs over het algemeen binnen zodanige termijnen moet worden betaald aan de producenten dat dezen een winst maken die vergelijkbaar is met die welke zij bij een normale verkoop zouden maken; dat het daarom nodig is de betaling van de voor de distillatie verschuldigde steun zo vroeg mogelijk te doen plaatsvinden en daarbij het goede verloop van de distillatieverrichtingen door een waarborgregeling te garanderen;

Overwegende dat de voor preventieve distillatie geleverde wijn kan worden verwerkt tot distillatiewijn; dat derhalve de bepalingen voor de distillatie moeten worden aangepast overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 25 en 26 van Verordening (EEG) nr. 2179/83;

Overwegende dat de interventiebureaus en de Commissie van het verloop van de distillatie op de hoogte moeten worden gehouden en met name moeten weten welke hoeveelheden wijn zijn gedistilleerd en welke hoeveelheden produkten daarbij zijn verkregen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

In deze verordening worden voor het wijnoogstjaar 1983/1984 de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde preventieve distillatie van tafelwijn en wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt.

Voor de toepassing van deze verordening en in afwijking van artikel 2, lid 1, eerste alinea, sub a), eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2179/83, worden voor wijnbouwzone A en het Duitse gedeelte van wijnbouwzone B als producenten beschouwd natuurlijke of rechtspersonen of groepen van personen die wijn hebben geproduceerd uit verse, door hen zelf geteelde druiven.

Artikel 2

1. De contracten en aangiften als bedoeld in artikel 4, lid 1, respectievelijk in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 moeten uiterlijk op 20 januari 1984 voor goedkeuring worden ingediend bij het bevoegde interventiebureau.

Indien evenwel het in artikel 41, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde besluit wordt genomen, wordt de in de eerste alinea genoemde datum vervangen door de datum van bekendmaking van dat besluit in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

2. De in lid 1 bedoelde contracten en aangiften moeten ten minste de volgende gegevens bevatten:

a) de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcohol-volumegehalte van de te distilleren wijn, waarbij wordt aangegeven of het gaat om tafelwijn of om wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

b) de naam en het adres van de producent,

c) de plaats waar de wijn is opgeslagen,

d) de naam van de distilleerder of de firma van de distilleerderij,

e) het adres van de distilleerderij.

3. Het interventiebureau deelt aan de producent het resultaat van de goedkeuringsprocedure mede binnen dertig dagen na de datum waarop het contract of de aangifte is ingediend.

Artikel 3

De distillatie mag niet na 30 juni 1984 plaatsvinden.

Artikel 4

1. De in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde minimumaankoopprijs bedraagt:

- 2,07 Ecu per % vol per hectoliter voor rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- 3,08 Ecu per % vol per hectoliter voor rode tafelwijn van soort R III,

- 1,92 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A I en voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

- 4,30 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A II,

- 4,91 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A III.

2. De in lid 1 bedoelde minimumaankoopprijs wordt door de distilleerder aan de producent betaald binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop elke geleverde partij wijn in de distilleerderij is binnengekomen.

3. Indien niet uiterlijk op 20 januari 1984 tot de verplichte distillatie als bedoeld in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 wordt besloten, worden de in lid 1 genoemde prijzen verhoogd met:

- 0,17 Ecu per % vol per hectoliter voor rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- 0,26 Ecu per % vol per hectoliter voor rode tafelwijn van soort R III,

- 0,16 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A I en voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

- 0,36 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A II,

- 0,41 Ecu per % vol per hectoliter voor witte tafelwijn van soort A III.

4. Wanneer de in lid 3 bedoelde verhoging van de minimumaankoopprijs van toepassing is, keert de distilleerder aan de producent het bedrag van die verhoging uit:

- tegelijk met de minimumaankoopprijs, indien deze nog niet is uitgekeerd;

- uiterlijk op 31 maart 1984, indien de minimumaankoopprijs reeds is uitgekeerd.

Artikel 5

1. Het in artikel 11, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde steunbedrag wordt vastgesteld:

a) wanneer het distillatieprodukt voldoet aan de definitie van neutrale alcohol in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2179/83:

- op 1,53 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,56 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,38 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I of uit wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, - op 3,79 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,41 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III;

b) wanneer het distillatieprodukt brandewijn van wijn is die voldoet aan de in de geldende nationale bepalingen vastgestelde kwaliteitseisen:

- op 1,48 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,51 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,33 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I of uit wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

- op 3,74 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,36 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III;

c) wanneer het distillatieprodukt een distillaat of ruwe alcohol is, met een alcoholgehalte van ten minste 52 % vol:

- op 1,47 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,50 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,32 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I of uit wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

- op 3,73 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,35 Ecu per % vol per hectoliter wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III.

2. De steun wordt berekend op basis van het bedrag voor de werkelijk geleverde wijn, rekening houdend met de in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde toleranties.

Wanneer de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging van de minimumaankoopprijs van toepassing is, wordt de steun verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de verhoging. Het interventiebureau betaalt dit bedrag binnen de in artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde termijn.

Indien evenwel de in de tweede alinea bedoelde termijn afloopt voordat de bovenbedoelde verhoging van toepassing is, keert het interventiebureau uiterlijk op 30 april 1984 het bedrag van de verhoging uit.

Artikel 6

1. De bepalingen van deze verordening met betrekking tot rode wijn gelden eveneens voor rosé wijn.

2. De bepalingen van deze verordening met betrekking tot een bepaalde soort tafelwijn gelden eveneens voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat.

Voor de toepassing van deze verordening worden geacht in nauw economisch verband te staan met tafelwijn van soort:

- A I, witte tafelwijn die niet behoort tot de soorten A I, A II of A III;

- R I, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van niet meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot de soorten R I of R III;

- R II, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot soort R III.

Artikel 7

De distilleerder moet binnen vier maanden na de datum van indiening van het bewijs dat de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn is gedistilleerd, aan het interventiebureau het bewijs leveren dat hij heeft betaald:

- de in artikel 4, lid 1, bedoelde minimumaankoopprijs binnen de in artikel 4, lid 2, bedoelde termijn,

- en, eventueel, de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging van de minimumaankoopprijs binnen de in artikel 4, lid 4, bedoelde termijn.

Indien dit bewijs niet binnen de vastgestelde termijn wordt geleverd, wordt de uitgekeerde steun door het interventiebureau teruggevorderd. Indien dit bewijs evenwel wordt geleverd na afloop van de gestelde termijn maar uiterlijk op 31 december 1984, vordert het interventiebureau 20 % van de uitgekeerde steun terug.

Indien wordt geconstateerd dat de distilleerder de minimumaankoopprijs niet heeft betaald aan de producent, keert het interventiebureau, vóór 1 mei 1985, aan de producent een bedrag uit dat gelijk is aan de steun, eventueel via het interventiebureau van de Lid-Staat van de producent.

Artikel 8

1. Het in artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde voorschot wordt uitgekeerd binnen drie maanden nadat het bewijs is geleverd dat de waarborg is gesteld. 2. Voor het vrijgeven van de in lid 1 bedoelde waarborg moet uiterlijk op 31 oktober 1984 het bewijs worden geleverd dat de totale hoeveelheid wijn is gedistilleerd en, eventueel, het bewijs dat de aankoopprijs voor de wijn binnen de gestelde termijn is betaald.

Indien evenwel de in de eerste alinea bedoelde bewijzen worden geleverd na afloop van de in die alinea gestelde termijn maar vóór 1 februari 1985, wordt 80 % van de waarborg vrijgegeven en wordt het verschil verbeurd.

Indien deze bewijzen niet vóór 1 februari 1985 worden geleverd, wordt de waarborg volledig verbeurd.

Wanneer de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging van de minimumaankoopprijs van toepassing is geweest, verricht het interventiebureau de nodige aanpassingen bij de vrijgave van de waarborg.

Artikel 9

1. In het in artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde geval wordt het leveringscontract of de leveringsaangifte voor bereiding van distillatiewijn uiterlijk op 20 januari 1984 voor goedkeuring ingediend bij het bevoegde interventiebureau.

Het interventiebureau deelt aan de producent het resultaat van de goedkeuringsprocedure mede binnen vijftien dagen na de datum waarop het contract of de aangifte is ingediend.

2. De bereiding van de distillatiewijn mag eerst plaatsvinden na de goedkeuring van het contract of de aangifte, maar niet later dan 30 juni 1984.

3. De distillatie van de distillatiewijn mag niet na 31 juli 1984 plaatsvinden.

4. De bereiders sturen uiterlijk de tiende van elke maand aan het interventiebureau een overzicht toe van de hun in de voorafgaande maand geleverde hoeveelheden wijn.

5. Voor de tot distillatiewijn verwerkte wijn wordt aan de bereiders steun toegekend, berekend per hl en per % vol effectief alcoholgehalte van de wijn vóór verwerking tot distillatiewijn, en gelijk aan:

- 1,45 Ecu voor rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- 2,46 Ecu voor rode tafelwijn van soort R III,

- 1,30 Ecu voor witte tafelwijn van soort A I en voor wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,

- 3,68 Ecu voor witte tafelwijn van soort A II,

- 4,29 Ecu voor witte tafelwijn van soort A III.

Om de steun te ontvangen, dient de bereider uiterlijk op 30 juni 1984 een aanvraag in bij het bevoegde interventiebureau, en hij voegt daarbij een kopie van de geleidedocumenten betreffende het transport van de wijn waarvoor de steun wordt aangevraagd, of een samenvattend overzicht van die documenten.

De Lid-Staten kunnen verlangen dat de kopieën of overzichten als bedoeld in de tweede alinea door een controle-instantie worden geviseerd.

De steun wordt uitbetaald uiterlijk drie maanden na de datum waarop het bewijs is geleverd dat de in artikel 26, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde waarborg is gesteld en, in ieder geval, na de datum waarop het contract of de aangifte is goedgekeurd.

In geval de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging verschuldigd is, wordt deze binnen de in artikel 4, lid 4, vastgestelde termijn betaald.

6. Behoudens het bepaalde in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 wordt de waarborg slechts vrijgegeven indien uiterlijk op 30 november 1984 het bewijs wordt geleverd:

- dat de totale in het contract of in de aangifte vermelde hoeveelheid wijn tot distillatiewijn is verwerkt en is gedistilleerd;

- dat de aankoopprijs voor de wijn aan de producent is betaald binnen de in artikel 4, lid 2, vastgestelde termijn;

- dat, eventueel, de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging van de aankoopprijs aan de producent is betaald binnen de in artikel 4, lid 4, vastgestelde termijn.

Indien de in de eerste alinea bedoelde bewijzen niet uiterlijk op 30 november 1984 worden geleverd, vordert het interventiebureau de steun terug van de bereider van de distillatiewijn.

Indien evenwel deze bewijzen worden geleverd na afloop van de gestelde termijn maar vóór 1 maart 1985, vordert het interventiebureau 20 % van de uitgekeerde steun terug.

Indien wordt geconstateerd dat de bereider van distillatiewijn de aankoopprijs voor de wijn niet heeft betaald aan de producent, keert het interventiebureau vóór 1 april 1985 aan de producent een bedrag uit dat gelijk is aan de steun, eventueel via het interventiebureau van de Lid-Staat van de producent.

Wanneer de in artikel 4, lid 3, bedoelde verhoging van de minimumaankoopprijs van toepassing is geweest, verricht het interventiebureau de nodige aanpassingen bij de vrijgave van de waarborg.

Artikel 10

1. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 29 februari 1984 de hoeveelheden wijn mede waarop de goedgekeurde distillatiecontracten betrekking hebben. 2. De distilleerders doen het interventiebureau uiterlijk de tiende van elke maand een overzicht toekomen van de hoeveelheden wijn die in de afgelopen maand werden gedistilleerd, onderverdeeld volgens de categorieën bedoeld in artikel 3, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2179/83.

3. Uiterlijk de twintigste van elke maand delen de Lid-Staten voor de afgelopen maand aan de Commissie per telexbericht mede welke hoeveelheden wijn werden gedistilleerd en welke hoeveelheden produkten, uitgedrukt in zuivere alcohol, werden verkregen; hierbij wordt hetzelfde onderscheid gemaakt als voorgeschreven in lid 2.

4. De Lid-Staten melden op 30 september 1984 de gevallen waarin distilleerders of bereiders hun verplichtingen niet zijn nagekomen en welke maatregelen naar aanleiding daarvan zijn genomen.

Artikel 11

De in deze verordening genoemde bedragen worden in nationale valuta omgerekend aan de hand van de op 16 december 1983 in de wijnsector geldende representatieve koers, met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 september 1983.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 september 1983.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 augustus 1983.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 48.

(3) PB nr. L 212 van 3. 8. 1983, blz. 1.