EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 14.7.2021
COM(2021) 568 final
BIJLAGEN
bij
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot oprichting van een sociaal klimaatfonds
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 14.7.2021
COM(2021) 568 final
BIJLAGEN
bij
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot oprichting van een sociaal klimaatfonds
BIJLAGE I
Methode voor de berekening van de maximale financiële toewijzing per lidstaat in het kader van het fonds overeenkomstig artikel 13
In deze bijlage is de methode beschreven voor de berekening van de maximale financiële toewijzing die voor elke lidstaat beschikbaar is overeenkomstig de artikelen 9 en 13.
In de methode is ten aanzien van elke lidstaat rekening gehouden met de volgende variabelen:
–bevolking met risico op armoede in plattelandsgebieden (2019);
–koolstofdioxide-emissies door verbranding van brandstoffen door huishoudens (gemiddelde 2016‑2018);
–percentage huishoudens met risico op armoede met achterstallige betalingen op hun energierekeningen (2019);
–totale bevolking (2019);
–het bni per hoofd van de bevolking van de lidstaat, in koopkrachtstandaard (2019);
–aandeel van de referentie-emissies overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/842 voor de sectoren die onder [hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG] vallen (gemiddelde 2016‑2018).
De maximale financiële toewijzing per lidstaat in het kader van het fonds (MFAi) wordt als volgt bepaald:
waarbij:
de totale financiële middelen (TFE) voor de uitvoering van het Fonds de som zijn van de financiële middelen als bedoeld in artikel 9, leden 1 en 2, en het aandeel van de lidstaat i in de totale financiële middelen is, bepaald op basis van de volgende stappen:
met
βi = min(
γi =
δi = min(
fi = 1 als ; fi = 2,5 als
waarbij voor elke lidstaat i:
= de bevolking met risico op armoede in plattelandsgebieden van lidstaat i;
= de som van de bevolking met risico op armoede in plattelandsgebieden in de lidstaten van de EU‑27;
= de bevolking van lidstaat i;
= de som van de bevolking van de lidstaten van de EU‑27;
= de koolstofdioxide-emissies van de verbranding van brandstoffen door huishoudens in lidstaat i;
= de som van koolstofdioxide-emissies van de verbranding van brandstoffen door huishoudens in de lidstaten van de EU‑27;
= het percentage huishoudens met risico op armoede met achterstallige betalingen op hun energierekeningen in lidstaat i;
= het percentage huishoudens met risico op armoede met achterstallige betalingen op hun energierekeningen in de EU‑27;
= het bni per hoofd van de bevolking van lidstaat i;
= het bni per hoofd van de bevolking van de EU‑27.
De waarde βi van de lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat lager is dan dat van de EU‑27 en waarvoor de minimumcomponent is, wordt naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som van βi voor alle lidstaten neerkomt op 100 %. Alle waarden λi worden naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som neerkomt op 100 %.
Voor lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat lager is dan 90 % van dat van de EU‑27, kan niet lager zijn dan het aandeel referentie-emissies overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/842 voor de sectoren die onder [hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG] vallen voor het gemiddelde van de periode 2016‑2018. De waarde van lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat hoger is dan dat van de EU‑27 wordt naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som van alle waarden neerkomt op 100 %.
BIJLAGE II
Maximale financiële toewijzing per lidstaat in het kader van het fonds overeenkomstig de artikelen 9 en 13
De toepassing van de methode van bijlage I op de in artikel 9, leden 1 en 2, bedoelde bedragen resulteert in de volgende aandelen en maximale financiële toewijzing (MFA) per lidstaat.
Bedragen als bedoeld in artikel 9, lid 3, worden pro rata gedekt tot de maximale financiële toewijzing per lidstaat.
|
Maximale financiële toewijzing per lidstaat van de Unie |
||||
|
Lidstaat |
Aandeel als % van het totaal |
TOTAAL 2025‑2032 (in EUR, lopende prijzen) |
Bedrag voor 2025‑2027 (in EUR, lopende prijzen) |
Bedrag voor 2028‑2032 (in EUR, lopende prijzen) |
|
België |
2,56 |
1 844 737 639 |
605 544 073 |
1 239 193 566 |
|
Bulgarije |
3,85 |
2 778 104 958 |
911 926 420 |
1 866 178 538 |
|
Tsjechië |
2,40 |
1 735 707 679 |
569 754 460 |
1 165 953 219 |
|
Denemarken |
0,50 |
361 244 536 |
118 580 270 |
242 664 266 |
|
Duitsland |
8,19 |
5 910 983 488 |
1 940 308 984 |
3 970 674 504 |
|
Estland |
0,29 |
207 004 992 |
67 950 392 |
139 054 600 |
|
Ierland |
1,02 |
737 392 966 |
242 052 816 |
495 340 150 |
|
Griekenland |
5,52 |
3 986 664 037 |
1 308 641 796 |
2 678 022 241 |
|
Spanje |
10,53 |
7 599 982 898 |
2 494 731 228 |
5 105 251 670 |
|
Frankrijk |
11,20 |
8 087 962 701 |
2 654 912 964 |
5 433 049 737 |
|
Kroatië |
1,94 |
1 403 864 753 |
460 825 411 |
943 039 343 |
|
Italië |
10,81 |
7 806 923 117 |
2 562 660 358 |
5 244 262 759 |
|
Cyprus |
0,20 |
145 738 994 |
47 839 531 |
97 899 463 |
|
Letland |
0,71 |
515 361 901 |
169 170 042 |
346 191 859 |
|
Litouwen |
1,02 |
738 205 618 |
242 319 573 |
495 886 046 |
|
Luxemburg |
0,10 |
73 476 421 |
24 118 991 |
49 357 430 |
|
Hongarije |
4,33 |
3 129 860 199 |
1 027 391 783 |
2 102 468 416 |
|
Malta |
0,01 |
5 112 942 |
1 678 348 |
3 434 594 |
|
Nederland |
1,11 |
800 832 270 |
262 877 075 |
537 955 195 |
|
Oostenrijk |
0,89 |
643 517 259 |
211 237 660 |
432 279 599 |
|
Polen |
17,61 |
12 714 118 688 |
4 173 471 093 |
8 540 647 595 |
|
Portugal |
1,88 |
1 359 497 281 |
446 261 573 |
913 235 708 |
|
Roemenië |
9,26 |
6 682 901 998 |
2 193 694 977 |
4 489 207 021 |
|
Slovenië |
0,55 |
397 623 987 |
130 522 001 |
267 101 985 |
|
Slowakije |
2,36 |
1 701 161 680 |
558 414 568 |
1 142 747 112 |
|
Finland |
0,54 |
386 966 933 |
127 023 772 |
259 943 161 |
|
Zweden |
0,62 |
445 050 067 |
146 089 842 |
298 960 225 |
|
EU-27 |
100 % |
72 200 000 000 |
23 700 000 000 |
48 500 000 000 |
BIJLAGE III
Hoofdvereisten voor het controlesysteem van de lidstaat
1.De lidstaat voorziet in een doeltreffend en efficiënt internecontrolesysteem, met inbegrip van functiescheiding en regelingen voor verslaglegging, toezicht en monitoring.
Dit omvat:
·het aanwijzen van een autoriteit als “coördinator” die de algemene verantwoordelijkheid voor het sociale klimaatplan draagt en het enige contactpunt voor de Commissie is;
·ervoor zorgen dat de coördinator beschikt over i) de administratieve capaciteit wat betreft personele middelen (aantal personeelsleden en profielen), institutionele ervaring en deskundigheid, en ii) het mandaat en de bevoegdheid om alle relevante taken uit te voeren, met inbegrip van verantwoordelijkheden met betrekking tot toezicht en verslaglegging;
·het aanwijzen van de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van het sociale klimaatplan en de toewijzing van de bijbehorende functies;
·het aanwijzen van de autoriteit die verantwoordelijk is voor het ondertekening van de beheersverklaring bij de betalingsverzoeken;
·procedures om ervoor te zorgen dat die autoriteit de zekerheid krijgt dat de mijlpalen en streefdoelen van het plan zijn verwezenlijkt en dat de middelen in overeenstemming met alle toepasselijke voorschriften zijn beheerd, met name met betrekking tot het voorkomen van belangenconflicten en de preventie van fraude, corruptie en dubbele financiering;
·een passende scheiding tussen beheers- en auditfuncties.
2.De lidstaat treft op doeltreffende wijze evenredige maatregelen tegen fraude en corruptie, en treft eventuele maatregelen die nodig zijn om op doeltreffende wijze belangenconflicten te voorkomen.
Dit omvat:
·passende maatregelen in verband met het voorkomen, opsporen en corrigeren van fraude, corruptie en belangenconflicten, en het voorkomen van dubbele financiering, alsook voor het nemen van juridische stappen om onrechtmatig verstrekte middelen terug te vorderen;
·een beoordeling van het risico op fraude en het vaststellen van passende fraudebestrijdingsmaatregelen.
3.De lidstaat past passende procedures toe voor het opstellen van de beheersverklaring en de samenvattingen van de op nationaal niveau uitgevoerde audits en controles.
Dit omvat:
·een doeltreffende procedure voor het opstellen van de beheersverklaring, het registreren van de samenvattingen van de audits en controles, en het bewaren van de onderliggende informatie van het auditspoor;
·doeltreffende procedures om ervoor te zorgen dat alle gevallen van fraude, corruptie en belangenconflicten naar behoren worden gemeld en door middel van terugvorderingen worden gecorrigeerd.
4.Om de nodige informatie te verstrekken, zorgt de lidstaat voor passende beheersverificaties, met inbegrip van procedures om te controleren of de mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt en of de horizontale beginselen van goed financieel beheer zijn nageleefd.
Dit omvat:
·passende beheersverificaties waarmee de uitvoerende autoriteiten controleren of de mijlpalen en streefdoelen van het fonds zijn verwezenlijkt (bijvoorbeeld controle van de stukken of controles ter plaatse);
·passende beheersverificaties waarmee de uitvoerende autoriteiten controleren of er geen sprake is van ernstige onregelmatigheden (fraude, corruptie en belangenconflicten) of dubbele financiering (bijvoorbeeld controle van de stukken of controles ter plaatse).
5.De lidstaat voert passende en onafhankelijke audits van systemen en verrichtingen uit overeenkomstig internationaal aanvaarde auditnormen.
Dit omvat:
·aanwijzing van de instantie(s) die de audits van systemen en concrete acties uitvoert/uitvoeren, en hoe de functionele onafhankelijkheid van die instantie(s) wordt gewaarborgd;
·toewijzing van voldoende middelen aan die instantie(s) ten behoeve van het fonds;
·een doeltreffende aanpak door de auditinstantie(s) van het risico op fraude, corruptie, belangenconflicten en dubbele financiering, zowel via systeemaudits als via audits van concrete acties.
6.De lidstaat onderhoudt een doeltreffend systeem om ervoor te zorgen dat alle informatie en documenten die ten behoeve van de controleerbare vastlegging nodig zijn, worden bewaard.
Dit omvat:
·het op doeltreffende wijze verzamelen, registreren en opslaan in een elektronisch systeem van gegevens over de eindontvangers van maatregelen of investeringen die nodig zijn om de mijlpalen/streefdoelen te verwezenlijken;
·toegang voor de Commissie, het OLAF, de Europese Rekenkamer en (indien van toepassing) het EOM tot de gegevens over eindontvangers.