<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><CONCLUSION NNC="YES" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.CONCLUSION><REF.CASE FILE="ECRCJ2005NLB.0700732101.case.xml"><NO.CASE>C-349/03</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62003C0349</NO.CELEX><NO.SEQ>0018.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>7323</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>7335</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>13</PAGE.TOTAL></BIB.CONCLUSION><CURR.TITLE><LEFT>CONCLUSIE VAN ADV.-GEN. TIZZANO — ZAAK C-349/03</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / VERENIGD KONINKRIJK</RIGHT></CURR.TITLE><CONTENTS.CONCLUSION><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Conclusie van advocaat-generaal</HT></P><P><HT TYPE="UC">A. Tizzano</HT></P><P>van <DATE ISO="20050310">10 maart 2005</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Oorspronkelijke taal: Italiaans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>I —</NO.P><TXT>Inleiding</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20030808">8 augustus 2003</DATE> heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG een beroep ingesteld bij het Hof van Justitie om te doen vaststellen dat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, door op het grondgebied van Gibraltar geen volledige uitvoering te geven aan richtlijn 77/799/EEG van de Raad van <DATE ISO="19771219">19 december 1977</DATE> betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en de indirecte belastingen<NOTE NOTE.ID="E0002" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="336" DATE.PUB="1977" PAGE.FIRST="15">PB L 336. blz. 15</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE>, zoals gewijzigd (hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>richtlijn 77/799<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/> of eenvoudigweg <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>richtlijn<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/>)<NOTE NOTE.ID="E0003" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Richtlijn 77/799 is, voor zover hier van belang, gewijzigd hij richtlijn 79/1070/EEG van de Raad van <DATE ISO="19791206">6 december 1979</DATE> houdende wijziging van richtlijn 77/799/EEG betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="331" DATE.PUB="1979" PAGE.FIRST="8">RB L 331, blz. 8</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>richtlijn 79/1070<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/>), en bij richtlijn 92/12/EEG van de Raad van <DATE ISO="19920225">25 februari 1992</DATE> betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="076" DATE.PUB="1992" PAGE.FIRST="1">PB L 76, blz.1</REF.DOC.OJ>: hierna <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>richtlijn 92/12<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/>).</P></NOTE>, de krachtens het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>II —</NO.P><TXT>Rechtskader</TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>A —</NO.P><TXT>Relevante verdragsbepalingen</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>Voor de onderhavige zaak moeten om te beginnen de artikelen van hel Verdrag in herinnering worden gebracht die naargelang het geval samengenomen of afzonderlijk de rechtsgrondslag vormen voor de relevante richtlijnen, te welen de artikelen 99 en 100 EEG-Verdrag (thans, na wijziging, artikelen 93 EG en 94 EG).</TXT></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Het eerste artikel (dat was opgenomen in het hoofdstuk <QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>Bepalingen betreffende belastingen<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/>) bepaalde in de op het tijdstip van vaststelling van de betrokken richtlijnen geldende versie dat <QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>[d]e Commissie onderzoekt op welke wijze de wetgevingen van de verschillende lidstaten met belrekking lot de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen [...] in het belang van de gemeenschappelijke markt kunnen worden geharmoniseerd.</TXT><?PAGE NO="I-7324"?><P>De Commissie dient voorstellen in bij de Raad die met eenparigheid van stemmen besluit [...]<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0004" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Thans luidt artikel 93 EG als volgt: <QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>[d]e Raad stelt op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité met eenparigheid van stemmen de bepalingen vast die betrekking hebben op de harmonisatie van de wetgevingen inzake de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen, voor zover deze harmonisatie noodzakelijk is om de instelling en de werking van de interne markt [...] te verzekeren<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/>.</P></NOTE></P></NP><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>Artikel 100 (dat was opgenomen in het hoofdstuk <QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>De aanpassing van de wetgevingen<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/>) bepaalde op zijn beurt dat <QUOT.START ID="QS0009" REF.END="QE0009" CODE="201E"/>[d]e Raad [...] met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie richtlijnen vast[stelt] voor het nader tot elkaar brengen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt [...]<QUOT.END ID="QE0009" REF.START="QS0009" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0005" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Thans heeft artikel 94 EG een identieke formulering, maar voorziet het eveneens in een voorafgaande raadpleging van het Europees Parlement en van het Economisch en Sociaal Comité.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>5.</NO.P><TXT>Ten slotte is het mijns inziens ook opportuun artikel 100 A te vermelden, of veeleer de bepaling die dit artikel heeft vervangen, namelijk artikel 95 EG, waarvan, zoals verder zal blijken, de uitlegging aanwijzingen kan verschaffen die voor onderhavig geding nuttig zijn, hoewel die bepaling niet rechtstreeks relevant is voor de onderhavige zaak. Lid 1 van dit artikel bepaalt dat de Raad, ditmaal evenwel niet met eenparigheid van stemmen, maar volgens de medebeslissingsprocedure, <QUOT.START ID="QS0010" REF.END="QE0010" CODE="201E"/>de maatregelen vast [stelt] inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen<QUOT.END ID="QE0010" REF.START="QS0010" CODE="201D"/>. Lid 2 van voormeld artikel preciseert evenwel dat <QUOT.START ID="QS0011" REF.END="QE0011" CODE="201E"/>[l]id 1 niet van toepassing [is] op de fiscale bepalingen<QUOT.END ID="QE0011" REF.START="QS0011" CODE="201D"/>.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>B —</NO.P><TXT>Richtlijn 77/799</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>6.</NO.P><TXT>Aangezien <QUOT.START ID="QS0012" REF.END="QE0012" CODE="201E"/>belastingfraude en belastingvlucht over de landsgrenzen der lidstaten leiden tot verlies van overheidsinkomsten en inbreuk maken op het beginsel van fiscale rechtvaardigheid en [...] zij verstoringen kunnen veroorzaken in het kapitaalverkeer en in de concurrentievoorwaarden [en] zij dus van invloed zijn op de werking van de gemeenschappelijke markt<QUOT.END ID="QE0012" REF.START="QS0012" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0006" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Eerste overweging.</P></NOTE>, heeft de Raad op de grondslag van artikel 100 EEG-Verdrag richtlijn 77/799 vastgesteld. Deze richtlijn beoogt <QUOT.START ID="QS0013" REF.END="QE0013" CODE="201E"/>de samenwerking tussen de belastingadministraties binnen de Gemeenschap<QUOT.END ID="QE0013" REF.START="QS0013" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0007" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Vierde overweging.</P></NOTE> te versterken door de lidstaten te verplichten <QUOT.START ID="QS0014" REF.END="QE0014" CODE="201E"/>elkaar [...] inlichtingen [...] [te] verschaffen met betrekking tot een bepaald geval<QUOT.END ID="QE0014" REF.START="QS0014" CODE="201D"/> en <QUOT.START ID="QS0015" REF.END="QE0015" CODE="201E"/>de noodzakelijke onderzoekingen [...] [te] laten verrichten om deze inlichtingen te verkrijgen<QUOT.END ID="QE0015" REF.START="QS0015" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0008" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Vijfde overweging.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>7.</NO.P><TXT>Artikel 1, lid 1, van de betrokken richtlijn bepaalde in de oorspronkelijke versie in het bijzonder dat <QUOT.START ID="QS0016" REF.END="QE0016" CODE="201E"/>[d]e bevoegde autoriteiten van de lidstaten [...] elkaar overeenkomstig deze<?PAGE NO="I-7325"?> richtlijn alle inlichtingen [verstrekken] die hun van nut kunnen zijn voor een juiste vaststelling van de belastingschuld op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen<QUOT.END ID="QE0016" REF.START="QS0016" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>8.</NO.P><TXT>Richtlijn 79/1070, die op de artikelen 99 en 100 EEG-Verdrag is gegrond, heeft deze bepaling vervolgens gewijzigd door de werkingssfeer ervan uit te breiden tot inlichtingen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: <QUOT.START ID="QS0017" REF.END="QE0017" CODE="201E"/>BTW<QUOT.END ID="QE0017" REF.START="QS0017" CODE="201D"/>).<NOTE NOTE.ID="E0009" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Artikel 1. lid 2, sub a, van richtlijn 79/1070 (zie voetnoot 3).</P></NOTE> Vervolgens heeft richtlijn 92/12, die op artikel 99 EEG-Verdrag is gegrond, de werkingssfeer van voormelde bepaling nog uitgebreid tot accijnzen op minerale oliën, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksfabrikaten.<NOTE NOTE.ID="E0010" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Artikel 30, lid 2, sub a, van richtlijn 92/12 (zie voetnoot 3).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>9.</NO.P><TXT>Ten slotte zij eraan herinnerd dat de lidstaten ertoe gehouden waren om richtlijn 77/799 in haar oorspronkelijke versie uiterlijk op <DATE ISO="19790101">1 januari 1979</DATE> om te zetten. De voormelde wijzigingen moesten uiterlijk op <DATE ISO="19810101">1 januari 1981</DATE> respectievelijk <DATE ISO="19930101">1 januari 1993</DATE> zijn aangebracht.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>C —</NO.P><TXT>Bepalingen met betrekking tot Gibraltar</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>10.</NO.P><TXT>Dit gezegd zijnde, moet, om te bepalen of en hoe richtlijn 77/799 in Gibraltar had moeten worden omgezet, eerst worden verduidelijkt in welke mate het gemeenschapsrecht van toepassing is op dit gebied.</TXT></NP><NP><NO.P>11.</NO.P><TXT>Gibraltar, dat krachtens artikel X van het Verdrag van Utrecht van 1713 door de koning van Spanje aan de Kroon van Groot-Brittannië was afgestaan, heeft sinds 1830 de status van Crown Colony (British Overseas Territory). Zoals bekend, wordt de stad bestuurd op grond van de Gibraltar Constitution Order 1969, die deze stad in haar preambule omschrijft als <QUOT.START ID="QS0018" REF.END="QE0018" CODE="201E"/>part of Her Majesty's dominions<QUOT.END ID="QE0018" REF.START="QS0018" CODE="201D"/>. Ondanks een omvangrijke overdracht van autonome bevoegdheden aan in de kolonie democratisch gekozen lokale instellingen, behoudt de Kroon de bevoegdheden inzake buitenlandse betrekkingen, defensie en openbare veiligheid.</TXT></NP><NP><NO.P>12.</NO.P><TXT>Artikel 299 EG, dal het territoriale toepassingsgebied van hel Verdrag vaststelt, bepaalt in lid 4 dal <QUOT.START ID="QS0019" REF.END="QE0019" CODE="201E"/>[d]e bepalingen van dit Verdrag [...] van toepassing [zijn] op de Europese grondgebieden welker buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd<QUOT.END ID="QE0019" REF.START="QS0019" CODE="201D"/>. Hieruit volgt dal Gibraltar in beginsel is onderworpen aan het gemeenschapsrecht.</TXT></NP><NP><NO.P>13.</NO.P><TXT>Gezien de bijzondere stalus van het betrokken gebied, kent dit beginsel evenwel uitzonderingen. Ik verwijs vanzelfsprekend naar artikel 28 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen, die deel uitmaakt van de documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van hel Koninkrijk Denemarken, Ierland, het Koninkrijk<?PAGE NO="I-7326"?> Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna: <QUOT.START ID="QS0020" REF.END="QE0020" CODE="201E"/>toetredingsakte van 1972<QUOT.END ID="QE0020" REF.START="QS0020" CODE="201D"/> of <QUOT.START ID="QS0021" REF.END="QE0021" CODE="201E"/>toetredingsakte<QUOT.END ID="QE0021" REF.START="QS0021" CODE="201D"/>).<NOTE NOTE.ID="E0011" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="073" DATE.PUB="1972" PAGE.FIRST="1">PB 1972, L 73, blz. 1</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>14.</NO.P><TXT>Zoals bekend, luidt deze bepaling als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0022" REF.END="QE0022" CODE="201E"/>De besluiten van de Instellingen van de Gemeenschap die betrekking hebben op de producten van bijlage II van het EEG-Verdrag en op de producten die bij invoer in de Gemeenschap aan een bijzondere regeling zijn onderworpen als gevolg van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, alsmede de <HT TYPE="ITALIC">besluiten inzake de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de omzetbelasting</HT> zijn niet van toepassing op Gibraltar, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen anders besluit.<QUOT.END ID="QE0022" REF.START="QS0022" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0012" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Cursivering van mij.</P></NOTE></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>15.</NO.P><TXT>Bovendien maakt Gibraltar krachtens de artikelen 29 en 30 van de toetredingsakte junctis de bijlagen I en II hierbij geen deel uit van het communautaire douanegebied. Het wordt bijgevolg behandeld als een derde land voor wat betreft de in- en uitvoer van goederen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>III —</NO.P><TXT>Feiten en procesverloop</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>16.</NO.P><TXT>Aangezien zij geen enkele kennisgeving had ontvangen van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de toepassing van richtlijn 77/799 op het grondgebied van Gibraltar, stuurde de Commissie deze regering op <DATE ISO="19970407">7 april 1997</DATE> een aanmaningsbrief met de vraag naar de stand van zaken.</TXT></NP><NP><NO.P>17.</NO.P><TXT>Bij brieven van <DATE ISO="19970606">6 juni</DATE> en <DATE ISO="19971007">7 oktober 1997</DATE> verklaarde het Verenigd Koninkrijk dat het de nodige maatregelen had getroffen om met ingang van <DATE ISO="19971001">1 oktober 1997</DATE> de toepassing van richtlijn 77/799 op Gibraltar te verzekeren voor wat betreft de directe belastingen. Niets verplichtte het echter hetzelfde te doen voor wat betreft de BTW en de accijnzen, aangezien dit indirecte belastingen zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>18.</NO.P><TXT>In reactie op dit antwoord repliceerde de Commissie bij aanvullende aanmaningsbrief van <DATE ISO="20010718">18 juli 2001</DATE> dat de toepassing van richtlijn 77/799 ook voor wat betreft de BTW en de accijnzen moest worden uitgebreid tot Gibraltar.</TXT></NP><NP><NO.P>19.</NO.P><TXT>Dit standpunt werd op <DATE ISO="20011113">13 november 2001</DATE> door het Verenigd Koninkrijk betwist met de argumentatie dat de richtlijn niet van toepassing is op Gibraltar, aangezien zij<?PAGE NO="I-7327"?> integraal deel uitmaakt van <QUOT.START ID="QS0023" REF.END="QE0023" CODE="201E"/>de bepalingen [...] die betrekking hebben op de harmonisatie van de wetgevingen inzake de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen<QUOT.END ID="QE0023" REF.START="QS0023" CODE="201D"/> waar artikel 93 EG op ziet, welke bepalingen krachtens artikel 28 van de toetredingsakte juist niet van toepassing zijn op Gibraltar.</TXT></NP><NP><NO.P>20.</NO.P><TXT>Van mening dat richtlijn 77/799 evenwel geen enkele harmonisatie van de nationale fiscale regelingen tot stand brengt, bleef de Commissie bij haar standpunt en verstuurde zij dan ook op <DATE ISO="20020626">26 juni 2002</DATE> een met redenen omkleed advies waarmee het Verenigd Koninkrijk werd verzocht om binnen een termijn van twee maanden de nodige maatregelen te treffen.</TXT></NP><NP><NO.P>21.</NO.P><TXT>Na bij schrijven van <DATE ISO="20020815">15 augustus 2002</DATE> om een verlenging van voormelde termijn met twee maanden verzocht te hebben, legde het Verenigd Koninkrijk op <DATE ISO="20020913">13 september 2002</DATE> haar antwoord over, waarbij het in hoofdzaak de voordien reeds geformuleerde argumenten herhaalde.</TXT></NP><NP><NO.P>22.</NO.P><TXT>Aangezien deze argumenten de Commissie niet overtuigden, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>23.</NO.P><TXT>Bij beschikking van de president van het Hof van <DATE ISO="20031204">4 december 2003</DATE> is het Koninkrijk Spanje (hierna: <QUOT.START ID="QS0024" REF.END="QE0024" CODE="201E"/>Spanje<QUOT.END ID="QE0024" REF.START="QS0024" CODE="201D"/>) krachtens artikel 93, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering toegelaten tot interventie in onderhavige zaak aan de zijde van de Commissie.</TXT></NP><NP><NO.P>24.</NO.P><TXT>Aangezien geen der partijen wenste te worden gehoord, heeft het Hof overeenkomstig artikel 44 bis van het Reglement voor de procesvoering beslist uitspraak te doen zonder over te gaan lot het mondeling gedeelte.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>IV —</NO.P><TXT>Juridische beoordeling</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>25.</NO.P><TXT>Zoals werd opgemerkt, verwijl de Commissie het Verenigd Koninkrijk dat het richtlijn 77/799 uitsluitend op Gibraltar heeft toegepast voor wat betreft de directe belastingen, terwijl hel deze richtlijn eveneens had moeten omzetten met betrekking tot de BTW en de accijnzen.</TXT></NP><NP><NO.P>26.</NO.P><TXT>Zij erkent dal krachtens artikel 28 van de toetredingsakte <QUOT.START ID="QS0025" REF.END="QE0025" CODE="201E"/>de besluiten inzake de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de omzetbelasting<QUOT.END ID="QE0025" REF.START="QS0025" CODE="201D"/> niet van toepassing zijn op Gibraltar, en zij is voor de onderhavige procedure zelfs bereid ervan uit te gaan dat de gemeenschapsrechtelijke bepalingen inzake harmonisatie van de accijnzen niet Gibraltar betreffen, dat geen deel uitmaakt van hel communautaire douanegebied.</TXT></NP><NP><NO.P>27.</NO.P><TXT>Blijft evenwel volgens de Commissie dal de richtlijn geen enkele harmonisatie van de wetgevingen inzake omzetbelasting of accijnzen<?PAGE NO="I-7328"?> met zich brengt. Overeenkomstig de in de overwegingen vermelde doelstelling wil deze richtlijn integendeel uitsluitend een samenwerking tussen de lidstaten tot stand brengen met het oog op de bestrijding van de fiscale fraude en de belastingvlucht en voorziet zij daartoe enkel in de instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</TXT></NP><NP><NO.P>28.</NO.P><TXT>Haars inziens wordt dit bevestigd door het feit dat het mechanisme voor informatieuitwisseling oorspronkelijk enkel van toepassing was op de directe belastingen, die niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd. De richtlijnen 79/1070 en 92/12 hebben zich ertoe beperkt de werkingssfeer van de samenwerking uit te breiden tot de BTW en de accijnzen, zonder evenwel het doel te wijzigen en bijgevolg zonder van enige invloed te zijn op het materiële fiscale recht van de lidstaten. Zelfs na deze wijzigingen heeft richtlijn 77/799 namelijk noch de tarieven, de belastbare grondslag of enig ander constitutief element van de nationale belastingregelingen, noch de heffingssystemen voor de betrokken belastingen beïnvloed.</TXT></NP><NP><NO.P>29.</NO.P><TXT>Overigens is de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake BTW en accijnzen een doelstelling die duidelijk onderscheiden is en die duidelijk onderscheiden kan worden van die van de strijd tegen de fiscale fraude en de belastingvlucht met behulp van de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten. De uitzondering die Gibraltar geniet met betrekking tot de communautaire bepalingen die het eerste doel nastreven, kan dan ook niet gelden voor de regels die zijn vastgesteld om het tweede doel te bereiken.</TXT></NP><NP><NO.P>30.</NO.P><TXT>De van de belastingautoriteiten van Gibraltar afkomstige informatie zou uitermate nuttig kunnen zijn voor een juiste vaststelling van de BTW of de accijnzen in andere delen van de Gemeenschap, zelfs wanneer deze belastingen niet van toepassing zijn op Gibraltar. Overigens wordt deze informatie in de meeste gevallen in één richting verstrekt, namelijk van Gibraltar naar andere gebieden van de Gemeenschap waar de betrokken belastingen worden toegepast. Zelfs wanneer deze samenwerking aanleiding zou geven tot enige vorm van harmonisatie, zou deze zich bijgevolg enkel voordoen bij de ontvangers van de informatie en dus niet in Gibraltar.</TXT></NP><NP><NO.P>31.</NO.P><TXT>De Commissie betoogt ten slotte dat <QUOT.START ID="QS0026" REF.END="QE0026" CODE="201E"/>in het uiterste geval<QUOT.END ID="QE0026" REF.START="QS0026" CODE="201D"/> de toepassing op Gibraltar van het mechanisme voor informatie-uitwisseling zou kunnen worden gerechtvaardigd op grond van de in artikel 10 EG neergelegde verplichting tot samenwerking.</TXT></NP><NP><NO.P>32.</NO.P><TXT>Het interveniërende Koninkrijk Spanje formuleert niet alleen soortgelijke argumenten als die van de Commissie, maar benadrukt in het bijzonder dat met het oog op de uitlegging van de uitzonderingen met betrekking tot Gibraltar rekening moet worden<?PAGE NO="I-7329"?> gehouden met het feit dat de status van dit gebied is bepaald op een tijdstip waarop de economische systemen van de lidstaten in mindere mate waren geïntegreerd dan vandaag het geval is. Spanje stelt bovendien dat het in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk richtlijn 77/799 wel volledig heeft omgezet, ook in zijn gebieden waar de betrokken indirecte belastingen niet van toepassing zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>33.</NO.P><TXT>De argumenten die het Verenigd Koninkrijk in antwoord op deze bezwaren heeft ingeroepen, lijken mij overtuigender, zoals ik hoop te kunnen aantonen in de navolgende analyse.</TXT></NP><NP><NO.P>34.</NO.P><TXT>Vooraf moeten de argumenten die niet juridisch van aard zijn of die geen rechtstreeks verband houden met de onderhavige specifieke problematiek, opzij worden geschoven.</TXT></NP><NP><NO.P>35.</NO.P><TXT>Aangaande het eerste aspect zij eraan herinnerd dat de problematiek betrekking heeft op de toepasselijkheid van de gemeenschapsrechtelijke bepalingen inzake de BTW en de accijnzen op het grondgebied van Gibraltar. Zoals het Verenigd Koninkrijk terecht opmerkt, moet deze problematiek dus aan de hand van de specifieke termen ervan worden onderzocht, namelijk door de draagwijdte van de door de toetredingsakte voorziene uitzonderingen te verduidelijken, zonder dat deze beoordeling op enige wijze wordt beïnvloed door het nut dat de lidstaten zouden kunnen halen uit de toepassing op Gibraltar van het mechanisme voor informatie-uitwisseling dat door de richtlijn is ingesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>36.</NO.P><TXT>Overigens heb ik ernstige twijfels over de relevantie van artikel 10 EG voor de onderhavige zaak, hoewel dit artikel werd ingeroepen door de Commissie. Voor zover hier van belang, bepaalt dit artikel immers dal <QUOT.START ID="QS0027" REF.END="QE0027" CODE="201E"/>[d]e lidstaten [...] alle algemene of bijzondere maatregelen [treffen] welke geschikt zijn om de nakoming van de uit dit Verdrag of uit handelingen van de instellingen der Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te verzekeren. Zij vergemakkelijken de vervulling van haar taak.<QUOT.END ID="QE0027" REF.START="QS0027" CODE="201D"/></TXT></NP><NP><NO.P>37.</NO.P><TXT>Ik zie evenwel niet hoe een dergelijke bepaling van belang zou kunnen zijn in deze zaak. In feite is het óf het een óf het ander: ofwel het door de betrokken richtlijn met betrekking tol de indirecte belastingen bedoelde mechanisme voor informatie-uitwisseling valt niet onder de voor Gibraltar toegestane uilzonderingen, en dan moet het Verenigd Koninkrijk deze richtlijn krachtens artikel 249 EG juncto artikel 299, lid 4, EG volledig in dit gebied omzetten, zonder dal hiervoor nog beroep behoeft te worden gedaan op artikel 10 EG; ofwel deze situatie valt onder de voormelde uitzonderingen en dan zijn de toepassingsvoorwaarden van deze bepaling niet vervuld.</TXT></NP><NP><NO.P>38.</NO.P><TXT>De eerste vraag die moet worden beantwoord om in de onderhavige zaak tot een beslissing te komen, is dan ook juist te weten of richtlijn 77/799, voor zover zij betrekking heeft op de BTW, ook voor Gibraltar geldt, dan wel of deze richtlijn behoort tol <QUOT.START ID="QS0028" REF.END="QE0028" CODE="201E"/>de besluiten inzake de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de<?PAGE NO="I-7330"?> omzetbelasting<QUOT.END ID="QE0028" REF.START="QS0028" CODE="201D"/> die krachtens artikel 28 van de toetredingsakte niet op dit gebied van toepassing zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>39.</NO.P><TXT>Een aantal argumenten lijkt mij voor de tweede oplossing te pleiten.</TXT></NP><NP><NO.P>40.</NO.P><TXT>Eerst zij eraan herinnerd dat richtlijn 77/799 was gegrond op het oorspronkelijke artikel 100 EEG-Verdrag (zie punt 4 hierboven), op grond waarvan <QUOT.START ID="QS0029" REF.END="QE0029" CODE="201E"/>richtlijnen [...] voor <HT TYPE="ITALIC">het nader tot elkaar brengen</HT> van de [nationale] bepalingen [...] welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt<QUOT.END ID="QE0029" REF.START="QS0029" CODE="201D"/> konden worden vastgesteld.<NOTE NOTE.ID="E0013" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Cursivering van mij.</P></NOTE> Toen de gemeenschapswetgever vervolgens besliste het mechanisme voor informatie-uitwisseling dat deze richtlijn aanvankelijk enkel voor directe belastingen had voorzien, uit te breiden tot de BTW, heeft hij de hiervoor noodzakelijke handeling (te weten richtlijn 79/1070) gegrond op artikel 99 EEG-Verdrag, dat destijds bepaalde dat <QUOT.START ID="QS0030" REF.END="QE0030" CODE="201E"/>[d]e Commissie onderzoekt op welke wijze de wetgevingen van de verschillende lidstaten met betrekking tot de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen [...] kunnen worden <HT TYPE="ITALIC">geharmoniseerd [...]</HT><QUOT.END ID="QE0030" REF.START="QS0030" CODE="201D"/> en hiertoe voorstellen indient bij de Raad.<NOTE NOTE.ID="E0014" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Cursivering van mij.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>41.</NO.P><TXT>De keuze van deze rechtsgrondslagen vormt mijns inziens een belangrijke aanwijzing voor het feit dat de informatie-uitwisseling, voor wat zowel de directe als de indirecte belastingen betreft, een vorm van harmonisatie of nader tot elkaar brengen van de betrokken nationale wettelijke regelingen uitmaakt.</TXT></NP><NP><NO.P>42.</NO.P><TXT>Bovendien moet samen met het Verenigd Koninkrijk worden opgemerkt dat de informatie-uitwisseling geen op zich staand doel vormt, maar een instrument is om de efficiëntie van de nationale belastingsystemen te vergroten en die dus beter in staat te stellen belastingen te heffen voor het daadwerkelijk verschuldigde bedrag.</TXT></NP><NP><NO.P>43.</NO.P><TXT>Dit lijkt eveneens te worden bevestigd door de zesde overweging van richtlijn 77/799, volgens welke <QUOT.START ID="QS0031" REF.END="QE0031" CODE="201E"/>de lidstaten [...] alle inlichtingen moeten uitwisselen welke nuttig kunnen zijn voor een <HT TYPE="ITALIC">juiste vaststelling</HT> van de belastingschuld op het gebied van de belastingen naar het inkomen en naar het vermogen<QUOT.END ID="QE0031" REF.START="QS0031" CODE="201D"/>, alsook door de derde overweging van richtlijn 79/1070, volgens welke de samenwerking moet worden uitgebreid tot de indirecte belastingen <QUOT.START ID="QS0032" REF.END="QE0032" CODE="201E"/>om met betrekking tot laatstgenoemde belastingen voor een <HT TYPE="ITALIC">juiste vaststelling en een juiste heffing</HT> zorg te kunnen dragen<QUOT.END ID="QE0032" REF.START="QS0032" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0015" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Cursivering van mij.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>44.</NO.P><TXT>Of het nu directe belastingen betreft, waarvan de constitutieve elementen niet aan een gemeenschapsregeling zijn onderworpen, of BTW, waarvan de constitutieve<?PAGE NO="I-7331"?> elementen daarentegen wel zijn geharmoniseerd<NOTE NOTE.ID="E0016" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van <DATE ISO="19770517">17 mei 1977</DATE> betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="145" DATE.PUB="1977" PAGE.FIRST="1">PB L 145, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</P></NOTE>, mij lijkt het instellen van een mechanisme voor informatie-uitwisseling hoe dan ook een harmonisatie-element te zijn, omdat het beoogt de regels met betrekking tot de vaststelling en de heffing van belastingen, ongeacht of deze direct dan wel indirect zijn, te uniformeren teneinde ze doeltreffender te maken.</TXT></NP><NP><NO.P>45.</NO.P><TXT>Voorts ben ik van mening dat het feit dat maatregelen die niet van invloed zijn op de constitutieve elementen van een belasting, eveneens het voorwerp van harmonisatiemaatregelen kunnen vormen, nog wordt bevestigd door een recent arrest van het Hof in een geding tussen de Commissie en de Raad.<NOTE NOTE.ID="E0017" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="20040429">29 april 2004</DATE>, Commissie/Raad (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-338/01" YEAR="2004" PAGE.ECR="I-4829">C-338/01, Jurispr. blz. I-4829</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>46.</NO.P><TXT>In deze zaak ging het om de keuze van de rechtsgrondslag voor richtlijn 2001/44/EG van de Raad van <DATE ISO="20010615">15 juni 2001</DATE> lot wijziging van richtlijn 76/308/EEG betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen (hierna: <QUOT.START ID="QS0033" REF.END="QE0033" CODE="201E"/>richtlijn 2001/44<QUOT.END ID="QE0033" REF.START="QS0033" CODE="201D"/>).<NOTE NOTE.ID="E0018" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="175" DATE.PUB="2001" PAGE.FIRST="17">PB L 175, blz. 17</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>47.</NO.P><TXT>Naar de mening van de Commissie had de Raad de richtlijn ten onrechte gebaseerd op de artikelen 93 EG en 94 EG, terwijl de juiste rechtsgrondslag artikel 95 EG (zie hierboven punten 3-5) had moeten zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>48.</NO.P><TXT>Zoals reeds is opgemerkt, machtigt zowel artikel 93 EG als artikel 94 EG de Raad om met eenparigheid van stemmen maatregelen vast te stellen inzake de harmonisatie van nationale regels (het eerste artikel betreft <QUOT.START ID="QS0034" REF.END="QE0034" CODE="201E"/>wetgevingen inzake de omzetbelasting, de accijnzen en de andere indirecte belastingen<QUOT.END ID="QE0034" REF.START="QS0034" CODE="201D"/>, hel tweede artikel <QUOT.START ID="QS0035" REF.END="QE0035" CODE="201E"/>wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt<QUOT.END ID="QE0035" REF.START="QS0035" CODE="201D"/>). Artikel 95, lid 1, EG voert daarentegen de medebeslissingsprocedure in voor de vaststelling van <QUOT.START ID="QS0036" REF.END="QE0036" CODE="201E"/>maatregelen [...] inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen<QUOT.END ID="QE0036" REF.START="QS0036" CODE="201D"/>. In lid 2 verduidelijkt hel evenwel dat <QUOT.START ID="QS0037" REF.END="QE0037" CODE="201E"/>[l]id 1 [...] niet van toepassing [is] op de fiscale bepalingen [...]<QUOT.END ID="QE0037" REF.START="QS0037" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>49.</NO.P><TXT>In deze zaak stelde de Commissie, om aan deze uilzondering te ontsnappen, juist dat richtlijn 2001/44 niet zag op <QUOT.START ID="QS0038" REF.END="QE0038" CODE="201E"/>fiscale bepalingen<QUOT.END ID="QE0038" REF.START="QS0038" CODE="201D"/>. Zij betoogde hierbij dat dit begrip enkel doelde op de materiële bepalingen tot vaststelling van de belastingplichtigen, de belastbare handelingen, de heffings-grondslag,<?PAGE NO="I-7332"?> de tarieven en de vrijstellingen, alsook de wijze van heffing en invordering van de belastingen. Aangezien deze elementen niet door de richtlijn worden geraakt, heeft deze, nog steeds volgens de Commissie, geen enkele harmonisatie of onderlinge aanpassing van het materiële fiscale recht van de lidstaten meegebracht.</TXT></NP><NP><NO.P>50.</NO.P><TXT>In zijn arrest heeft het Hof de stelling van de Commissie verworpen en heeft het de keuze van de Raad voor de artikelen 93 EG en 94 EG als rechtsgrondslag voor richtlijn 2001/44 juist bevonden.</TXT></NP><NP><NO.P>51.</NO.P><TXT>Na te hebben verduidelijkt dat het Verdrag geen enkele aanwijzing bevat voor de uitlegging van de woorden <QUOT.START ID="QS0039" REF.END="QE0039" CODE="201E"/>fiscale bepalingen<QUOT.END ID="QE0039" REF.START="QS0039" CODE="201D"/>, stelt het Hof vast dat <QUOT.START ID="QS0040" REF.END="QE0040" CODE="201E"/>deze woorden, gelet op hun algemene aard, niet alleen alle gebieden van de fiscaliteit, zonder onderscheid tussen de verschillende soorten belastingen of heffingen, maar ook alle aspecten van deze materie dekken, ongeacht of het nu gaat om materiële regels dan wel om procedureregels<QUOT.END ID="QE0040" REF.START="QS0040" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0019" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="20040429">29 april 2004</DATE>, reeds aangehaald, punt 63.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>52.</NO.P><TXT>Bovendien heeft het Hof eveneens benadrukt dat <QUOT.START ID="QS0041" REF.END="QE0041" CODE="201E"/>de wijze van invordering van een belasting niet los van het heffings- of belastingstelsel kan worden gezien waartoe zij behoort<QUOT.END ID="QE0041" REF.START="QS0041" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0020" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, punt 66.</P></NOTE>, vooraleer te concluderen dat <QUOT.START ID="QS0042" REF.END="QE0042" CODE="201E"/>de woorden <QUOT.START ID="QS0043" REF.END="QE0043" CODE="201A"/>fiscale bepalingen<QUOT.END ID="QE0043" REF.START="QS0043" CODE="2019"/> in artikel 95, lid 2, EG aldus [moeten] worden uitgelegd, dat zij niet alleen betrekking hebben op de bepalingen tot vaststelling van de belastingplichtigen, de belastbare handelingen, de heffingsgrondslag, de tarieven en de vrijstellingen van de directe en indirecte belastingen, maar ook op de bepalingen betreffende de wijze van invordering van deze belastin-gen<QUOT.END ID="QE0042" REF.START="QS0042" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0021" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibidem, punt 67</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>53.</NO.P><TXT>Uit het voorgaande volgt dan ook dat een mechanisme van samenwerking ter vergemakkelijking van de invordering van in een andere lidstaat ontstane belastingsschulden een maatregel tot harmonisatie van voormelde wetgevingen kan vormen als bedoeld in artikel 95, lid 2, EG. Welnu, om terug te keren naar de onderhavige zaak, deze oplossing moet eveneens gelden voor het bij richtlijn 77/799 ingestelde mechanisme voor de uitwisseling van BTW-informatie.</TXT></NP><NP><NO.P>54.</NO.P><TXT>Om deze conclusie verder te onderbouwen, moet ten slotte worden verwezen naar verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van <DATE ISO="20031007">7 oktober 2003</DATE> betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 218/92.<NOTE NOTE.ID="E0022" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P><REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="264" DATE.PUB="2003" PAGE.FIRST="1">PB L 264, biz. 1</REF.DOC.OJ>.</P></NOTE> Volgens overweging 3 van deze verordening dient immers <QUOT.START ID="QS0044" REF.END="QE0044" CODE="201E"/><HT TYPE="ITALIC">[i]n het kader van de maatregelen inzake belastingharmonisatie</HT><?PAGE NO="I-7333"?> <HT TYPE="ITALIC">met het oog op de voltooiing van de interne markt [...] te worden voorzien in een gemeenschappelijke regeling voor de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten,</HT> met behulp waarvan de administratieve autoriteiten van de lidstaten elkaar wederzijdse bijstand moeten verlenen en met de Commissie moeten samenwerken teneinde een juiste BTW-toepassing op leveringen van goederen [en] dienstverrichtingen [...] te waarborgen<QUOT.END ID="QE0044" REF.START="QS0044" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0023" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Cursivering van mij.</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>55.</NO.P><TXT>Aangezien ook de informatie-uilwisselingen dus een vorm van harmonisatie of onderlinge aanpassing van de betrokken nationale wetgevingen vormen, lijkt het mij legitiem dat het Verenigd Koninkrijk in casu aanspraak maakt op de uitzondering van artikel 28 van de toetredingsakte (zie hierboven punten 13 en 14), nu het hier juist <QUOT.START ID="QS0045" REF.END="QE0045" CODE="201E"/>besluiten inzake de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de omzetbelasting<QUOT.END ID="QE0045" REF.START="QS0045" CODE="201D"/> betreft.</TXT></NP><NP><NO.P>56.</NO.P><TXT>Voor het feit dat het Verenigd Koninkrijk zich met betrekking tot de informatieuitwisseling inzake de directe belastingen niet hierop heeft beroepen, lijkt mij de verklaring al te evident. Aangezien de uitzondering van voormeld artikel 28 van de toetredingsakte zich niet uitstrekt tol deze soort belastingen, ontbreekt de rechtsgrondslag om het artikel in dit verband in te roepen.</TXT></NP><NP><NO.P>57.</NO.P><TXT>In het licht van voorgaande overwegingen ben ik derhalve van mening dat de uitzondering van artikel 28 van de toetredingsakte hel Verenigd Koninkrijk toeslaat het bij richtlijn 77/799 ingestelde mechanisme voor informatie-uitwisseling, voor zover het de BTW betreft, niet toe te passen op het grondgebied van Gibraltar.</TXT></NP><NP><NO.P>58.</NO.P><TXT>Nu dit is opgehelderd, moet nog worden vastgesteld of dezelfde conclusie kan worden doorgetrokken naar de uitwisseling van informatie over de accijnzen.</TXT></NP><NP><NO.P>59.</NO.P><TXT>Dienaangaande moet worden uitgegaan van de door de Commissie zelf allhans voor onderhavig geval aanvaarde premisse dal de geharmoniseerde bepalingen inzake accijnzen niet van toepassing zijn op Gibraltar, aangezien dit geen deel uitmaakt van hel communautaire douanegebied.</TXT></NP><NP><NO.P>60.</NO.P><TXT>Het Hof heeft immers vastgesteld dal <QUOT.START ID="QS0046" REF.END="QE0046" CODE="201E"/>de uitsluiting van Gibraltar van het douanegebied van de Gemeenschap mei zich brengt dat daarop noch de regels van het Verdrag met belrekking tot hel vrije verkeer van goederen van toepassing zijn noch die van afgeleid gemeenschapsrecht welke, mei het oog op het vrije verkeer van goederen, de aanpassing van de wettelijke en besluurs-rechtelijke<?PAGE NO="I-7334"?> bepalingen van de lidstaten beogen te verzekeren overeenkomstig de artikelen 94 EG en 95 EG<QUOT.END ID="QE0046" REF.START="QS0046" CODE="201D"/>.<NOTE NOTE.ID="E0024" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="20030923">23 september 2003</DATE>, Commissie/Verenigd Koninkrijk (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-30/01" YEAR="2003" PAGE.ECR="I-9481">C-30/01, Jurispr. blz. I-9481, punt 59</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>61.</NO.P><TXT>Mijns inziens moeten dezelfde overwegingen gelden, zoals het Verenigd Koninkrijk onderstreept, voor de op artikel 93 EG (of artikel 99 EG-Verdrag, dat hieraan voorafging) gegronde communautaire bepalingen die de harmonisatie van de nationale wetgevingen <QUOT.START ID="QS0047" REF.END="QE0047" CODE="201E"/>inzake [...] de accijnzen<QUOT.END ID="QE0047" REF.START="QS0047" CODE="201D"/> beogen om te vermijden dat in de lidstaten uiteenlopende regels van kracht blijven die een hindernis vormen voor het vrij verkeer van goederen.</TXT></NP><NP><NO.P>62.</NO.P><TXT>Dit is juist het geval met richtlijn 92/12, die inderdaad, zoals blijkt uit de eerste en de vierde overweging ervan, werd vastgesteld met het oog op de gelijke regeling van <QUOT.START ID="QS0048" REF.END="QE0048" CODE="201E"/>de verschuldigdheid van de accijnzen in alle lidstaten<QUOT.END ID="QE0048" REF.START="QS0048" CODE="201D"/> om <QUOT.START ID="QS0049" REF.END="QE0049" CODE="201E"/>de totstandbrenging en de werking van de interne markt te waarborgen<QUOT.END ID="QE0049" REF.START="QS0049" CODE="201D"/>, die <QUOT.START ID="QS0050" REF.END="QE0050" CODE="201E"/>het vrije verkeer van goederen, ook van accijnsgoederen, impliceren<QUOT.END ID="QE0050" REF.START="QS0050" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>63.</NO.P><TXT>In het kader van deze harmonisatie heeft richtlijn 92/12 onder meer de werkingssfeer van het bij richtlijn 77/799 ingestelde mechanisme voor informatie-uitwisseling uitgebreid door de accijnzen hieronder te begrijpen.</TXT></NP><NP><NO.P>64.</NO.P><TXT>Voorts, en evenals hogerop werd gesteld voor de BTW, ben ik van mening dat ook inzake de accijnzen het onderscheid dat de Commissie tracht te maken tussen maatregelen tot harmonisatie van de constitutieve elementen van deze indirecte belastingen — en die bijgevolg niet op Gibraltar van toepassing zijn — en maatregelen die enkel voorzien in een samenwerkingsmechanisme tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten — en die dus op Gibraltar van toepassing zouden zijn voor zover zij <QUOT.START ID="QS0051" REF.END="QE0051" CODE="201E"/>niet harmoniseren<QUOT.END ID="QE0051" REF.START="QS0051" CODE="201D"/>-, iedere grond mist.</TXT></NP><NP><NO.P>65.</NO.P><TXT>In dit verband kan namelijk eveneens mutatis mutandis opnieuw een redenering worden toegepast die analoog is aan die welke hierboven werd ontwikkeld met betrekking tot de BTW (zie punten 40 en volgende) en kan dus een uitlegging van het begrip maatregelen <QUOT.START ID="QS0052" REF.END="QE0052" CODE="201E"/>die betrekking hebben op de harmonisatie van de wetgevingen inzake [...] de accijnzen<QUOT.END ID="QE0052" REF.START="QS0052" CODE="201D"/> worden aanvaard die de regels inzake het mechanisme voor informatie-uitwisseling omvat.</TXT></NP><NP><NO.P>66.</NO.P><TXT>Op basis hiervan kan ik concluderen dat het Verenigd Koninkrijk evenmin ertoe gehouden was het bij richtlijn 77/799 voorziene mechanisme voor informatie-uitwisseling<?PAGE NO="I-7335"?> toe te passen op het grondgebied van Gibraltar wat de accijnzen betreft.</TXT></NP><NP><NO.P>67.</NO.P><TXT>In het licht van bovenstaande overwegingen stel ik dus voor het beroep van de Commissie te verwerpen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>V —</NO.P><TXT>Kosten</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>68.</NO.P><TXT>Gelet op artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering en gezien het feit dat ik de verwerping van het beroep heb voorgesteld, moet de Commissie mijns inziens worden verwezen in de door het Verenigd Koninkrijk gemaakte kosten. Overeenkomstig artikel 69, lid 4, van dit Reglement moet Spanje zijn eigen kosten dragen</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>VI —</NO.P><TXT>Conclusie</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>69.</NO.P><TXT>Gelet op het voorgaande, geef ik het Hof in overweging als volgt te beslissen:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0053" REF.END="QE0053" CODE="201E"/>1)</NO.P><TXT>Het beroep wordt verworpen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>De Commissie wordt in de kosten verwezen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>3)</NO.P><TXT>Het Koninkrijk Spanje draagt zijn eigen kosten.<QUOT.END ID="QE0053" REF.START="QS0053" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ></CONTENTS.CONCLUSION></CONCLUSION>