|
30.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 81/7 |
VERORDENING (EG) Nr. 488/2005 VAN DE COMMISSIE
van 21 maart 2005
betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (1), en met name op artikel 53, lid 1,
Na raadpleging van de raad van beheer van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, hierna „het Agentschap” genoemd, verkrijgt zijn ontvangsten uit een bijdrage van de Gemeenschap en van alle Europese derde landen die partij zijn bij de in artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bedoelde overeenkomsten, uit de rechten die worden betaald door de aanvragers van de certificaten en goedkeuringen die door het Agentschap worden afgegeven, gehandhaafd of gewijzigd en uit de vergoedingen voor publicaties, behandeling van beroepen, opleiding en alle andere diensten die het Agentschap verricht. |
|
(2) |
De ontvangsten en uitgaven van het Agentschap moeten in evenwicht zijn. |
|
(3) |
De in deze verordening bedoelde vergoedingen en rechten moeten uitsluitend door het Agentschap worden verlangd en geïnd in euro. Zij moeten op transparante, rechtvaardige en uniforme wijze worden berekend. |
|
(4) |
De door het Agentschap in rekening gebrachte rechten mogen het concurrentievermogen van de betrokken Europese industrietakken niet in het gedrang brengen. Bij de berekening van de rechten moet bovendien rekening worden gehouden met de draagkracht van kleine ondernemingen. Voorts mag de vestigingsplaats van de ondernemingen op het grondgebied van de lidstaten niet tot ongelijke behandeling leiden. |
|
(5) |
Alvorens een begin wordt gemaakt met de uitvoering van de dienst, moet de aanvrager in de mate van het mogelijke in kennis worden gesteld van het bedrag dat hij naar verwachting zal moeten betalen voor de verrichte dienst en van de betalingsvoorwaarden. De criteria op basis waarvan het bedrag wordt vastgesteld, moeten duidelijk, uniform en openbaar zijn. Wanneer het niet mogelijk is het bedrag vooraf vast te stellen, moet de aanvrager van het bedrag in kennis worden gesteld alvorens een begin wordt gemaakt met de uitvoering van de dienst. In dat geval moet vóór de uitvoering van de diensten duidelijk worden overeengekomen hoe het te betalen bedrag zal worden vastgesteld naarmate de uitvoering van de dienst vordert. |
|
(6) |
Het bedrag van de door de aanvrager te betalen rechten moet afhankelijk zijn van de complexiteit van de door het Agentschap uitgevoerde taak en van de daarmee gemoeide werkbelasting. |
|
(7) |
Het bedrijfsleven moet een duidelijk beeld hebben van de financiële aspecten en op voorhand weten welke rechten het zal moeten betalen. Tegelijk is het belangrijk een evenwicht te bewaren tussen de totale uitgaven van het Agentschap voor certificeringswerkzaamheden en de totale ontvangsten van het Agentschap. Het moet dan ook mogelijk zijn om de hoogte van de rechten jaarlijks te herzien op basis van de financiële resultaten en vooruitzichten van het Agentschap. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Deze verordening is van toepassing op de vergoedingen en rechten die het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, hierna „het Agentschap” genoemd, in rekening brengt voor de diensten die het verricht, inclusief de levering van goederen.
Zij bepaalt met name in welke gevallen de in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bedoelde vergoedingen en rechten verschuldigd zijn, hoeveel deze vergoedingen en rechten bedragen en op welke wijze zij moeten worden betaald.
Artikel 2
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
„vergoedingen”: de door het Agentschap in rekening gebrachte bedragen die verschuldigd zijn door de aanvragers van de diensten die door het Agentschap worden verricht, met uitzondering van de certificeringswerkzaamheden; |
|
b) |
„rechten”: de door het Agentschap in rekening gebrachte bedragen die verschuldigd zijn door de aanvragers voor het verkrijgen, handhaven of wijzigen van de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 genoemde, door het Agentschap afgegeven, gehandhaafde of gewijzigde certificaten en goedkeuringen; |
|
c) |
„certificeringswerkzaamheden”: alle door het Agentschap uitgevoerde activiteiten die direct of indirect noodzakelijk zijn voor de afgifte, handhaving of wijziging van de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 genoemde certificaten en goedkeuringen; |
|
d) |
„aanvrager”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die verzoekt om een door het Agentschap verrichte dienst, inclusief de handhaving of wijziging van een certificaat of goedkeuring; |
|
e) |
„directe kosten”: de loonkosten van de personeelsleden die direct betrokken zijn bij de certificeringswerkzaamheden en de kosten van het vervoer van deze personeelsleden in het kader van de certificeringswerkzaamheden; |
|
f) |
„specifieke kosten”: de kosten voor logies en maaltijden, de aanvullende kosten en de reisvergoeding van de personeelsleden in het kader van de certificeringswerkzaamheden; |
|
g) |
„indirecte kosten”: het gedeelte van de algemene kosten van het Agentschap dat is toe te schrijven aan de certificeringswerkzaamheden, inclusief de kosten voor het opstellen van een gedeelte van de regelgevende documenten; |
|
h) |
„werkelijke kosten”: de uitgaven die daadwerkelijk door het Agentschap worden gedaan; |
|
i) |
„regelgevende documenten”: alle documenten die door het Agentschap worden opgesteld overeenkomstig artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1592/2002. |
HOOFDSTUK II
VERGOEDINGEN
Artikel 3
Het Agentschap brengt vergoedingen in rekening voor alle diensten, inclusief de levering van goederen, die het voor de aanvragers verricht, behalve voor:
|
a) |
certificeringswerkzaamheden; |
|
b) |
de toezending van documenten en informatie, in welke vorm dan ook, uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (2); |
|
c) |
documenten die gratis beschikbaar zijn op de website van het Agentschap. |
Het Agentschap brengt eveneens vergoedingen in rekening bij het instellen van beroep tegen een besluit van het Agentschap overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1592/2002.
Artikel 4
1. Het bedrag van de door het Agentschap in rekening gebrachte vergoedingen is gelijk aan de werkelijke kosten van de verrichte diensten, met inbegrip van de kosten van de terbeschikkingstelling aan de aanvrager.
2. Voor een overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 ingesteld beroep worden de in de bijlage gepreciseerde forfaitaire vergoedingen in rekening gebracht. Wanneer de beroepsprocedure in het voordeel van de eiser wordt beslecht, wordt dit bedrag hem automatisch terugbetaald door het Agentschap.
3. Het bedrag van de vergoedingen wordt uitgedrukt in euro. Het bedrag en de wijze van betaling van de vergoedingen worden vóór de uitvoering van de dienst aan de aanvrager meegedeeld.
Artikel 5
De vergoedingen zijn verschuldigd door de aanvrager of, in voorkomend geval, door de eiser.
De vergoedingen moeten worden betaald in euro.
Tenzij bij overeenkomst iets anders is bepaald, moeten de vergoedingen vóór de uitvoering van de dienst of, in voorkomend geval, vóór de aanvang van de beroepsprocedure worden betaald.
HOOFDSTUK III
RECHTEN
Artikel 6
1. De rechten leveren voldoende ontvangsten op om alle directe, indirecte en specifieke kosten te dekken die worden veroorzaakt door de certificeringswerkzaamheden, met inbegrip van de kosten van het daarmee gepaard gaande voortdurende toezicht.
2. Het Agentschap moet bepalen welke ontvangsten en uitgaven zijn toe te schrijven aan certificeringswerkzaamheden.
Hiertoe:
|
a) |
worden de rechten die het Agentschap in rekening brengt voor de certificeringswerkzaamheden op een afzonderlijke rekening gestort en in een afzonderlijke boekhouding bijgehouden; |
|
b) |
stelt het Agentschap een analytische boekhouding op, zowel voor de ontvangsten als voor de uitgaven. Aan de hand van een verdeelsleutel wordt bepaald welk gedeelte van alle in de begrotingsnomenclatuur opgesomde uitgaven kan worden toegeschreven aan certificeringswerkzaamheden. |
3. Aan het begin van elk boekjaar wordt een voorlopige globale raming van de rechten opgesteld. Deze raming is gebaseerd op de financiële resultaten die het Agentschap in het verleden heeft geboekt, op een raming van de uitgaven en ontvangsten en op het voorlopige werkprogramma.
4. Om discriminatie tussen de op het grondgebied van de lidstaten gevestigde ondernemingen te vermijden, worden de vervoerskosten die verbonden zijn aan de voor rekening van deze ondernemingen uitgevoerde certificeringswerkzaamheden samengevoegd en uniform over de aanvragers omgeslagen.
5. De bijlage wordt opnieuw bezien, en indien nodig herzien binnen 14 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Vervolgens kan de bijlage jaarlijks worden herzien.
De in de bijlage vervatte bedragen en coëfficiënten worden in de officiële publicatie van het Agentschap bekendgemaakt.
Artikel 7
De rechten zijn samengesteld uit één of meer van de volgende elementen:
|
a) |
een vast gedeelte, dat varieert naar gelang van de complexiteit van de door het Agentschap uitgevoerde taak; de verschillende waarden van het vaste gedeelte en van de daarop toegepaste coëfficiënten zijn vermeld in de bijlage; |
|
b) |
een variabel gedeelte dat in verhouding staat tot de werkbelasting, uitgedrukt in aantal uren maal het uurtarief, berekend overeenkomstig artikel 9, lid 2; het bedrag van het uurtarief is gepreciseerd in de bijlage; |
|
c) |
het bedrag dat overeenstemt met de specifieke kosten van een certificeringswerkzaamheid, die integraal tegen de werkelijke kosten in rekening worden gebracht. |
Artikel 8
1. De rechten worden als volgt berekend:
Σ R = x D
waarbij:
|
Σ R |
= |
de jaarlijkse rechten die door het Agentschap in rekening worden gebracht, |
|
D |
= |
de jaarlijkse uitgaven die op de begroting van het Agentschap worden ingeschreven, |
|
x |
= |
het percentage van de jaarlijkse uitgaven dat direct of indirect kan worden toegeschreven aan certificeringswerkzaamheden |
2. Tijdens de in artikel 53, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bedoelde overgangsperiode kan een gedeelte van de in artikel 48, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde bijdrage worden gebruikt, voorzover nodig, om de kosten van de certificeringswerkzaamheden van het Agentschap te dekken. Indien dit het geval is, worden de rechten tijdens deze periode als volgt berekend:
Σ R = x D - Cp
waarbij:
|
Cp |
= |
het in artikel 48, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bedoelde gedeelte van de bijdrage dat wordt gebruikt om de door het Agentschap uitgevoerde certificeringswerkzaamheden te financieren. |
Vanaf uiterlijk 1 januari 2008: Cp = 0.
Artikel 9
1. Het bedrag van de rechten hangt af van de complexiteit van de certificeringswerkzaamheid en van de daarmee gemoeide werkbelasting. Het wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule:
R = F + (nh * t) + S
waarbij:
|
R |
= |
verschuldigde rechten, |
|
F |
= |
vast gedeelte, afhankelijk van de aard van de uitgevoerde werkzaamheden (zie bijlage), |
|
nh |
= |
aantal in rekening gebrachte uren (indien van toepassing, zie bijlage), |
|
t |
= |
uurtarief (indien van toepassing, zie bijlage), |
|
S |
= |
specifieke kosten |
2. Het uurtarief (t) hangt af van de totale jaarlijkse loonkosten van de personeelsleden van het Agentschap die direct betrokken zijn bij de certificeringswerkzaamheden. Het wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
t = Cs/N
waarbij:
|
Cs |
= |
totale jaarlijkse loonkosten (salarissen, pensioenbijdragen en sociale bijdragen) van de personeelsleden van het Agentschap die direct betrokken zijn bij de certificeringswerkzaamheden, |
|
N |
= |
jaarlijks totaal van de arbeidsuren van de personeelsleden van het Agentschap die direct betrokken zijn bij de certificeringswerkzaamheden. |
Artikel 10
Wanneer de certificeringswerkzaamheden geheel of gedeeltelijk buiten het grondgebied van de lidstaten plaatsvinden, zijn de kosten van het vervoer buiten het grondgebied van de lidstaten begrepen in de rechten die aan de aanvrager wordt gefactureerd, onverminderd het bepaalde in artikel 9. De verschuldigde rechten voor deze werkzaamheden, of voor een gedeelte van deze werkzaamheden, worden berekend aan de hand van de volgende formule:
R = F + (nh * t) + S + V
waarbij:
|
R |
= |
verschuldigde rechten, |
|
F |
= |
vast gedeelte, afhankelijk van de aard van de uitgevoerde werkzaamheden (zie bijlage), |
|
nh |
= |
aantal in rekening gebrachte uren (indien van toepassing, zie bijlage), |
|
t |
= |
uurtarief (indien van toepassing, zie bijlage), |
|
S |
= |
specifieke kosten, |
|
V |
= |
aanvullende vervoerskosten |
De aan de aanvrager gefactureerde aanvullende vervoerskosten omvatten de werkelijke kosten van het vervoer buiten het grondgebied van de lidstaten en de tijd die door de deskundigen aan dit vervoer wordt besteed, gefactureerd tegen het uurtarief.
Artikel 11
Op verzoek van de aanvrager kan een certificeringswerkzaamheid op bijzondere wijze worden uitgevoerd, voorzover de uitvoerend directeur daarmee instemt.
In dat geval wordt de certificeringswerkzaamheid als volgt uitgevoerd:
|
a) |
door categorieën van personeelsleden in te zetten die het Agentschap volgens de gebruikelijke procedures niet zou inzetten, en/of |
|
b) |
door personele middelen in te zetten om de werkzaamheid sneller uit te voeren dan het geval zou zijn volgens de gebruikelijke procedures van het Agentschap. |
In dat geval wordt een buitengewone toeslag op de rechten in rekening gebracht om alle kosten te dekken die het Agentschap heeft gemaakt om dit bijzondere verzoek in te willigen.
Artikel 12
1. De rechten zijn verschuldigd door de aanvrager. Zij moeten worden betaald in euro.
2. Een certificaat of goedkeuring wordt pas afgegeven, gehandhaafd of gewijzigd wanneer de verschuldigde rechten volledig zijn betaald. Wanneer de rechten niet worden betaald, kan het Agentschap het certificaat of de goedkeuring intrekken na de aanvrager hiervan formeel in kennis te hebben gesteld.
3. De schaal van de door het Agentschap in rekening gebrachte rechten en de wijze waarop deze moeten worden betaald, worden aan de aanvrager meegedeeld wanneer hij zijn aanvraag indient.
4. Indien voor de certificeringswerkzaamheden een variabel gedeelte moet worden betaald, stelt het Agentschap een kostenraming op die door de aanvrager moet worden goedgekeurd alvorens de desbetreffende werkzaamheden aanvangen. Deze raming kan door het Agentschap worden aangepast indien blijkt dat de werkzaamheden eenvoudiger en sneller kunnen worden uitgevoerd dan aanvankelijk gepland of, in het tegenovergestelde geval, indien zij complexer zijn en meer tijd in beslag nemen dan het Agentschap redelijkerwijze kon verwachten.
5. Indien voor de certificeringswerkzaamheden alleen een vast gedeelte moet worden betaald, dient de helft hiervan te worden betaald alvorens de desbetreffende werkzaamheden aanvangen; het saldo dient te worden betaald bij de afgifte van het certificaat of de goedkeuring.
6. Indien voor de certificeringswerkzaamheden een variabel gedeelte moet worden betaald, dient 30 % van de totale rechten (met inbegrip van een eventueel vast gedeelte) te worden betaald alvorens de desbetreffende werkzaamheden aanvangen. 40 % dient in driemaandelijkse termijnen te worden betaald naarmate de werkzaamheden vorderen. Het saldo van 30 % dient te worden betaald bij afgifte van het certificaat of de goedkeuring.
7. De rechten voor de handhaving van bestaande certificaten en goedkeuringen dienen te worden betaald volgens een tijdschema dat door het Agentschap wordt vastgesteld en aan de houders van deze certificaten en goedkeuringen wordt meegedeeld. Dit tijdschema is gebaseerd op de inspecties die het Agentschap uitvoert om na te gaan of de geldigheid van de certificaten en goedkeuringen kan worden gehandhaafd.
8. Indien het Agentschap, na een eerste onderzoek, besluit om geen gevolg te geven aan een aanvraag, worden alle reeds betaalde rechten aan de aanvrager terugbetaald, met uitzondering van een bedrag dat de administratieve kosten van de behandeling van de aanvraag dekt. Dit bedrag stemt overeen met het in de bijlage vermelde vaste recht D.
9. Indien het Agentschap certificeringswerkzaamheden moet onderbreken omdat de aanvrager over ontoereikende middelen beschikt of zijn verplichtingen niet naleeft, dient het saldo van de verschuldigde rechten volledig te worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap zijn werkzaamheden beëindigt.
HOOFDSTUK IV
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 13
Met ingang van 1 juni 2005 worden de rechten uitsluitend door het Agentschap verlangd en geïnd.
De lidstaten heffen geen rechten voor certificeringswerkzaamheden, zelfs niet wanneer zij deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren.
Het Agentschap vergoedt de lidstaten voor de certificeringswerkzaamheden die deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren.
Voor de op 1 juni 2005 lopende certificeringswerkzaamheden die door de lidstaten voor rekening van het Agentschap worden uitgevoerd, brengt het Agentschap de rechten op een dusdanige wijze in rekening dat dubbele betaling door de aanvragers wordt vermeden.
Artikel 14
Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening bevestigt het Agentschap, uiterlijk 30 dagen vóór de datum van toepassing van de artikelen 1 tot en met 13, schriftelijk aan de Commissie dat het in staat is de taken uit te voeren waarmee het krachtens deze verordening wordt belast, en met name de door de aanvragers verschuldigde rechten te berekenen en te factureren en de lidstaten terug te betalen.
Artikel 15
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De artikelen 1 tot en met 13 zijn van toepassing met ingang van 1 juni 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 maart 2005.
Voor de Commissie
Jacques BARROT
Vice-voorzitter
(1) PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1701/2003 van de Commissie (PB L 243 van 27.9.2003, blz. 5).
BIJLAGE
INHOUD
|
i) |
Typecertificaten en beperkte typecertificaten of equivalent | 13 |
|
ii) |
Aanvullende typecertificaten | 14 |
|
iii) |
Grote wijzigingen en grote reparaties | 15 |
|
iv) |
Kleine wijzigingen en kleine reparaties | 17 |
|
v) |
Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het Agentschap en andere typecertificaten die geacht worden te worden aanvaard krachtens Verordening (EG) nr. 1592/2002 | 18 |
|
vi) |
Erkenning als ontwerporganisatie | 19 |
|
vii) |
Bewijs van ontwerpbekwaamheid door middel van alternatieve procedures | 21 |
|
viii) |
Erkenning als productieorganisatie | 21 |
|
ix) |
Productie zonder erkenning | 22 |
|
x) |
Erkenning als onderhoudsorganisatie | 22 |
|
xi) |
Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement | 23 |
|
xii) |
Rechten voor aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan deel 145-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten | 23 |
|
xiii) |
Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining | 24 |
|
xiv) |
Beroepen | 25 |
Toelichting
|
— |
In deze bijlage opgenomen certificeringsspecificaties (CS) zijn vastgesteld ingevolge artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 en bekendgemaakt in de officiële publicatie van het Agentschap in overeenstemming zijn besluit 2003/8 van 30 oktober 2003 (www.easa.eu.int). |
|
— |
Voor de toepassing van deze bijlage:
|
i) Typecertificaten en beperkte typecertificaten of equivalent (bedoeld in de subdelen B en O van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie (1))
|
— |
Voor alle aanvragen geldt vast recht A in de tabel, vermenigvuldigd met de voor het product in kwestie vermelde coëfficiënt. |
|
— |
Voor gearceerde producten in de tabel geldt eveneens een per uur berekend recht voor door personeelsleden van het Agentschap bestede tijd, tegen het in de tabel vermelde tarief. |
|
— |
Afgeleide producten en belangrijke wijzigingen zoals beschreven in deel 21, subdeel D, van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003 (met name punt 21A.101), die wijzigingen van de configuratie en/of het voortstuwingssysteem van het vliegtuig omvatten, vallen onder deze tabel. |
|
Vast recht A |
21 000 EUR |
|
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
|
Producttype |
Commentaar |
Coëfficiënt vast recht |
|
CS-25 |
Grote vliegtuigen |
8 |
|
— CS-25(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
4 |
|
CS-23.A |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.2 (pendelvliegtuigen) |
6 |
|
— CS-23.A(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
3 |
|
CS-23.B |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG tussen 2 000 en 5 670 kg |
0,5 |
|
— CS-23.B(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,25 |
|
CS-29 |
Grote draagschroefvliegtuigen |
5 |
|
— CS-29(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
2,5 |
|
CS-27 |
Kleine draagschroefvliegtuigen |
0,8 |
|
— CS-27(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,4 |
|
CS-E.T.A |
Turbinemotoren met een startstuwkracht gelijk aan of groter dan 25 000 N of een afgegeven vermogen gelijk aan of groter dan 2 000 kW |
5,25 |
|
— CS-E.T.A(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
1,55 |
|
CS-E.T.B |
Turbinemotoren met een startstuwkracht van minder dan 25 000 N of een afgegeven vermogen van minder dan 2 000 kW |
2 |
|
— CS-E.T.B(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,55 |
|
CS-E.NT |
Niet-turbinemotoren |
0,1 |
|
— CS-E.NT(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,03 |
|
CS-23.C |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG van minder dan 2 000 kg |
0,2 |
|
— CS-23.C(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,1 |
|
CS-22 |
Zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen |
0,2 |
|
CS-VLA |
Heel lichte luchtvaartuigen |
0,2 |
|
CS-VLR |
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
0,25 |
|
CS-APU |
Hulpaggregaat |
0,15 |
|
CS-P.A |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-25 (of equivalent) |
0,2 |
|
— CS-P.A(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,1 |
|
CS-P.B |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-23, CS-VLA en CS-22 (of equivalent) |
0,05 |
|
— CS-P.B(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,025 |
|
CS-22.J |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-22 |
0,04 |
|
— CS-22.J(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,02 |
|
CS-22.H |
Niet-turbinemotoren |
0,07 |
|
CS-22.H(D) |
— afgeleide producten en belangrijke wijzigingen ervan |
0,05 |
|
CS-balloons |
Nog niet beschikbaar |
0,1 |
|
CS-airships |
Nog niet beschikbaar |
0,5 |
|
CS-34 |
Geen extra vast recht wanneer deel uitmakend van initieel TC – extra uren enkel zoals vereist |
|
|
CS-36 |
Geen extra vast recht wanneer deel uitmakend van initieel TC – extra uren enkel zoals vereist |
|
|
CS-AWO |
Post-TC-activiteit, certificering voor AWO behandeld als wijziging van TC |
|
|
CS-ETSO.A |
Waarde van de uitrusting meer dan 20 000 EUR |
0,045 |
|
CS-ETSO.B |
Waarde van de uitrusting tussen 2 000 en 20 000 EUR |
0,025 |
|
CS-ETSO.C |
Waarde van de uitrusting minder dan 2 000 EUR |
0,01 |
ii) Aanvullende typecertificaten (bedoeld in subdeel E van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
|
— |
Voor alle aanvragen geldt vast recht B in de tabel, vermenigvuldigd met de voor het product in kwestie vermelde coëfficiënt. |
|
— |
Voor gearceerde producten in de tabel geldt eveneens een per uur berekend recht voor door personeelsleden van het Agentschap bestede tijd, tegen het in de tabel vermelde tarief. |
|
— |
Voor aanvullende typecertificaten die wijzigingen van de configuratie en/of het voortstuwingssysteem van het vliegtuig omvatten, is het respectieve recht voor typecertificaten en beperkte typecertificaten zoals vastgelegd in afdeling i) van toepassing. |
|
Vast recht B |
680 EUR |
|
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
|
Producttype |
Commentaar |
Coëfficiënt vast recht |
|
CS-25 |
Grote vliegtuigen |
— |
|
belangrijk (niveau 1) |
5 |
|
|
niveau 2 |
4 |
|
|
CS-23.A |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.2 (pendelvliegtuigen) |
— |
|
belangrijk (niveau 1) |
5 |
|
|
niveau 2 |
4 |
|
|
CS-23.B |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 art. 1. a.1 met MSG tussen 2 000 en 5 670 kg |
— |
|
belangrijk (niveau 1) |
3 |
|
|
niveau 2 |
2 |
|
|
CS-29 |
Grote draagschroefvliegtuigen |
— |
|
belangrijk (niveau 1) |
4 |
|
|
niveau 2 |
4 |
|
|
CS-27 |
Kleine draagschroefvliegtuigen |
0,5 |
|
CS-E.T.A |
Turbinemotoren met een startstuwkracht gelijk aan of groter dan 25 000 N of een afgegeven vermogen gelijk aan of groter dan 2 000 kW |
— |
|
belangrijk (niveau 1) |
1 |
|
|
niveau 2 |
1 |
|
|
CS-E.T.B |
Turbinemotoren met een startstuwkracht van minder dan 25 000 N of een afgegeven vermogen van minder dan 2 000 kW |
0,5 |
|
CS-E.NT |
Niet-turbinemotoren |
0,2 |
|
CS-23.C |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG van minder dan 2 000 kg |
1 |
|
CS-22 |
Zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen |
0,2 |
|
CS-VLA |
Heel lichte luchtvaartuigen |
0,2 |
|
CS-VLR |
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
0,2 |
|
CS-APU |
Hulpaggregaat |
0,25 |
|
CS-P.A |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-25 (of equivalent) |
0,25 |
|
CS-P.B |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-23, CS-VLA en CS-22 (of equivalent) |
0,15 |
|
CS-22.J |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-22 |
0,15 |
|
CS-22.H |
Niet-turbinemotoren |
0,15 |
|
CS-balloons |
Nog niet beschikbaar |
0,2 |
|
CS-airships |
Nog niet beschikbaar |
0,5 |
iii) Grote wijzigingen en grote reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
|
— |
Voor alle aanvragen geldt vast recht C in de tabel, vermenigvuldigd met de voor het product in kwestie vermelde coëfficiënt. |
|
— |
Voor gearceerde producten in de tabel geldt eveneens een per uur berekend recht voor door personeelsleden van het Agentschap bestede tijd, tegen het in de tabel vermelde tarief. |
|
— |
Voor belangrijke grote wijzigingen zoals beschreven in deel 21, subdeel D, van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003 (met name punt 21A.101), die wijzigingen van de configuratie en/of het voortstuwingssysteem van het vliegtuig omvatten, geldt het recht voor het respectieve typecertificaat/beperkte typecertificaat zoals vastgelegd in de tabel in afdeling i). |
|
— |
De rechten in de onderstaande tabel zijn niet van toepassing op grote reparaties die door ontwerporganisaties worden uitgevoerd in overeenstemming met punt 21A.263 (c) (5) van deel 21, subdeel D, van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003. |
|
Vast recht C |
385 EUR |
|
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
|
Producttype |
Commentaar |
Coëfficiënt vast recht |
|
CS-25 |
Grote vliegtuigen — „met uitgebreid technisch onderzoek” |
5 |
|
Grote vliegtuigen — „met beperkt technisch onderzoek” |
4 |
|
|
CS-23.A |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.2 (pendelvliegtuigen) |
5 |
|
CS-23.B |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 art. 1.a.1 met MSG tussen 2 000 en 5 670 kg |
3 |
|
CS-29 |
Grote draagschroefvliegtuigen |
4 |
|
CS-27 |
Kleine draagschroefvliegtuigen |
0,5 |
|
CS-E.T.A |
Turbinemotoren met een startstuwkracht gelijk aan of groter dan 25 000 N of een afgegeven vermogen gelijk aan of groter dan 2 000 kW |
1 |
|
CS-E.T.B |
Turbinemotoren met een startstuwkracht van minder dan 25 000 N of een afgegeven vermogen van minder dan 2 000 kW |
0,5 |
|
CS-E.NT |
Niet-turbinemotoren |
0,2 |
|
CS-23.C |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG van minder dan 2 000 kg |
1 |
|
CS-22 |
Zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen |
0,3 |
|
CS-VLA |
Heel lichte luchtvaartuigen |
0,3 |
|
CS-VLR |
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
0,3 |
|
CS-APU |
Hulpaggregaat |
0,4 |
|
CS-P.A |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-25 (of equivalent) |
0,4 |
|
CS-P.B |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-23, CS-VLA en CS-22 (of equivalent) |
0,3 |
|
CS-22.J |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-22 |
0,3 |
|
CS-22.H |
Niet-turbinemotoren |
0,3 |
|
CS-balloons |
Nog niet beschikbaar |
0,3 |
|
CS-airships |
Nog niet beschikbaar |
0,5 |
|
CS-ETSO.A |
Waarde van de uitrusting meer dan 20 000 EUR |
0,4 |
|
CS-ETSO.B |
Waarde van de uitrusting tussen 2 000 en 20 000 EUR |
0,3 |
|
CS-ETSO.C |
Waarde van de uitrusting minder dan 2 000 EUR |
0,25 |
iv) Kleine wijzigingen en kleine reparaties (bedoeld in de subdelen D en M van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
|
— |
Voor alle aanvragen geldt het vaste recht D in de tabel, vermenigvuldigd met de voor het product in kwestie vermelde coëfficiënt. |
|
— |
De rechten in de onderstaande tabel zijn niet van toepassing op kleine wijzigingen en reparaties die door ontwerporganisaties worden uitgevoerd in overeenstemming met punt 21A.263 (c) (2) van deel 21, subdeel D, van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003. |
|
Vast recht D |
375 EUR |
|
|
Producttype |
Commentaar |
Coëfficiënt vast recht |
|
CS-25 |
Grote vliegtuigen |
2 |
|
CS-23.A |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.2 (pendelvliegtuigen) |
2 |
|
CS-23.B |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 art. 1.a.1 met MSG tussen 2 000 en 5 670 kg |
1 |
|
CS-23.C |
Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG van minder dan 2 000 kg |
0 |
|
CS-22 |
Zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen |
0 |
|
CS-VLA |
Heel lichte luchtvaartuigen |
0 |
|
CS-29 |
Grote draagschroefvliegtuigen |
2 |
|
CS-27 |
Kleine draagschroefvliegtuigen |
1,5 |
|
CS-VLR |
Heel lichte draagschroefvliegtuigen |
0 |
|
CS-APU |
Hulpaggregaat |
1 |
|
CS-P.A |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-25 (of equivalent) |
0 |
|
CS-P.B |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-23, CS-VLA en CS-22 (of equivalent) |
0 |
|
CS-22.J |
Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-22 |
0 |
|
CS-E.T.A |
Turbinemotoren met een startstuwkracht gelijk aan of groter dan 25 000 N of een afgegeven vermogen gelijk aan of groter dan 2 000 kW |
1 |
|
CS-E.T.B |
Turbinemotoren met een startstuwkracht van minder dan 25 000 N of een afgegeven vermogen van minder dan 2 000 kW |
1 |
|
CS-E.NT/CS-22H |
Alle niet-turbinemotoren |
0 |
|
CS-balloons |
Nog niet beschikbaar |
0 |
|
CS-airships |
Nog niet beschikbaar |
0 |
|
CS-ETSO.A |
Waarde van de uitrusting meer dan 20 000 EUR |
0 |
|
CS-ETSO.B |
Waarde van de uitrusting tussen 2 000 en 20 000 EUR |
0 |
|
CS-ETSO.C |
Waarde van de uitrusting minder dan 2 000 EUR |
0 |
v) Jaarlijkse rechten voor houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het Agentschap en andere typecertificaten die geacht worden te worden aanvaard krachtens Verordening (EG) nr. 1592/2002
|
— |
Jaarlijkse rechten worden geheven van alle huidige houders van typecertificaten en beperkte typecertificaten van het Agentschap. |
|
— |
Deze rechten dienen ter dekking van de kosten van het Agentschap om ervoor te zorgen dat zijn typecertificaten inclusief permanente-luchtwaardigheidselementen die geen verband houden met wijzigingen en reparaties na de typecertificering geldig blijven. |
|
— |
De rechten worden jaarlijks geheven. Zij worden voor na de inwerkingtreding van deze verordening gecertificeerde producten voor het eerst geheven aan het begin van het kalenderjaar volgend op de initiële certificering. Voor andere certificaten worden de rechten voor het eerst toegepast bij de inwerkingtreding van deze verordening en daarna jaarlijks. |
|
— |
De te betalen rechten staan in de onderstaande tabel bij de overeenkomstige productcategorie:
|
|
— |
Voor houders van meerdere typecertificaten en/of meerdere beperkte typecertificaten wordt een korting op de jaarlijkse rechten toegepast voor het tweede en elk daaropvolgende typecertificaat in dezelfde productcategorie zoals aangegeven in onderstaande tabel:
|
|
— |
Voor luchtvaartuigen waarvan wereldwijd nog minder dan 50 exemplaren zijn geregistreerd, worden permanente-luchtwaardigheidsactiviteiten in rekening gebracht tegen het uurtarief, tot maximaal de rechten voor de relevante luchtvaartuigproductcategorie zoals vermeld in de onderstaande tabel. Voor producten, onderdelen en uitrustingsstukken die geen luchtvaartuig zijn, heeft de beperking betrekking op het aantal luchtvaartuigen waarop het product, onderdeel of uitrustingsstuk in kwestie is geïnstalleerd.
|
vi) Erkenning als ontwerporganisatie (bedoeld in subdeel J van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
1. Algemeen
|
a) |
Er worden rechten geheven voor de afgifte van een erkenning als ontwerporganisatie en voor toezicht daarop. |
|
b) |
Het Agentschap heft extra per uur berekende rechten (tegen het in de tabel vermelde tarief) ter dekking van de extra kosten van erkenning van en toezicht op organisaties met ontwerpfaciliteiten in meer dan een vestigingsplaats. |
2. Aanvraagrechten
|
a) |
Voor alle nieuwe aanvragen voor een erkenning als ontwerporganisatie geldt vast recht E in de tabel, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
Voor nieuwe erkenningen en voor toezicht zijn de per uur berekende rechten (tegen het in de tabel aangegeven tarief) eveneens van toepassing op aanvragen waarvan het onderzoek leidt tot niveau 1-bevindingen en/of meer dan drie niveau 2-bevindingen per jaar zoals beschreven in punt 21.A.258 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003. De per uur berekende rechten worden geheven ter dekking van de kosten van de follow-up van deze bevindingen door het Agentschap. |
3. Toezichtrechten
|
a) |
Erkende ontwerporganisaties wordt de toezichtrechten in rekening gebracht, gelijk aan vast recht E, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
De toezichtrechten zijn om de drie jaar verschuldigd, in de vorm van drie gelijke jaarlijkse termijnen. Voor bestaande erkenningen is de eerste termijn betaalbaar bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Voor daaropvolgende erkenningen wordt de eerste termijn onmiddellijk na het verlenen van de erkenning in rekening gebracht. |
|
c) |
De toezichtrechten hebben betrekking op wijzigingen van bestaande erkenningen, onverminderd punt 2, onder b). |
|
Vast recht E |
12 000 EUR |
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (EUR) |
Coëfficiënt vast recht |
|
minder dan 500 001 |
0,1 |
|
tussen 500 001 en 700 000 |
0,2 |
|
tussen 700 001 en 1 200 000 |
0,5 |
|
tussen 1 200 001 en 2 800 000 |
1 |
|
tussen 2 800 001 en 4 200 000 |
1,5 |
|
tussen 4 200 001 en 5 000 000 |
2,5 |
|
tussen 5 000 001 en 7 000 000 |
3 |
|
tussen 7 000 001 en 9 800 000 |
3,5 |
|
tussen 9 800 001 en 14 000 000 |
4 |
|
tussen 14 000 001 en 50 000 000 |
5 |
|
tussen 50 000 001 en 140 000 000 |
8 |
|
tussen 140 000 001 en 250 000 000 |
10 |
|
tussen 250 000 001 en 500 000 000 |
25 |
|
tussen 500 000 001 en 750 000 000 |
50 |
|
meer dan 750 000 000 |
75 |
vii) Bewijs van ontwerpbekwaamheid door middel van alternatieve procedures (bedoeld in subdeel B punt 21.A.14 (b) van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
|
— |
Certificering van ontwerpbekwaamheid door middel van alternatieve procedures wordt op uurbasis in rekening gebracht tegen het vermelde tarief. |
|
Uurtarief |
99 EUR |
viii) Erkenning als productieorganisatie (bedoeld in subdeel G van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
1. Algemeen
|
a) |
Er worden rechten geheven voor de afgifte van een erkenning als productieorganisatie en voor toezicht daarop. |
|
b) |
Het Agentschap heft extra per uur berekende rechten (tegen het in de tabel vermelde tarief) ter dekking van de extra kosten van erkenning van en toezicht op organisaties met productiefaciliteiten in meer dan een vestigingsplaats. Voor complexe internationale organisaties met meerdere productielocaties verspreid over meer dan twee lidstaten wordt de relevante coëfficiënt met twee vermenigvuldigd ter dekking van de extra kosten van multinationale toezichtactiviteiten. |
2. Aanvraagrechten
|
a) |
Voor alle nieuwe aanvragen voor een erkenning als productieorganisatie geldt vast recht F in de tabel, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
Voor nieuwe erkenningen en voor toezicht zijn de per uur berekende rechten (tegen het in de tabel aangegeven tarief) eveneens van toepassing op aanvragen waarvan het onderzoek leidt tot niveau 1-bevindingen en/of meer dan drie niveau 2-bevindingen per jaar zoals beschreven in punt 21.A.158 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003. De per uur berekende rechten worden geheven ter dekking van de kosten van de follow-up van deze bevindingen door het Agentschap. |
3. Toezichtrechten
|
a) |
Erkende productieorganisaties worden toezichtrechten in rekening gebracht, gelijk aan vast recht F, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
De toezichtrechten zijn om de twee jaar verschuldigd, in de vorm van twee gelijke jaarlijkse termijnen. Voor bestaande erkenningen is de eerste termijn betaalbaar bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Voor daaropvolgende erkenningen wordt de eerste termijn onmiddellijk na het verlenen van de erkenning in rekening gebracht. |
|
c) |
De toezichtrechten hebben betrekking op wijzigingen van bestaande erkenningen, onverminderd punt 2, onder b). |
|
Vast recht F |
12 000 EUR |
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (EUR) |
Coëfficiënt vast recht |
|
minder dan 500 001 |
0,1 |
|
tussen 500 001 en 700 000 |
0,25 |
|
tussen 700 001 en 1 400 000 |
0,5 |
|
tussen 1 400 001 en 2 800 000 |
1,25 |
|
tussen 2 800 001 en 5 000 000 |
2 |
|
tussen 5 000 001 en 7 000 000 |
4 |
|
tussen 7 000 001 en 14 000 000 |
6 |
|
tussen 14 000 001 en 21 000 000 |
8 |
|
tussen 21 000 001 en 42 000 000 |
12 |
|
tussen 42 000 001 en 70 000 000 |
16 |
|
tussen 70 000 001 en 84 000 000 |
20 |
|
tussen 84 000 001 en 105 000 000 |
25 |
|
tussen 105 000 001 en 140 000 000 |
30 |
|
tussen 140 000 001 en 420 000 000 |
40 |
|
tussen 420 000 001 en 700 000 000 |
55 |
|
tussen 700 000 001 en 1 400 000 000 |
65 |
|
tussen 1 400 000 001 en 2 100 000 000 |
75 |
|
meer dan 2 100 000 000 |
120 |
ix) Productie zonder erkenning (bedoeld in subdeel F van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1702/2003)
|
— |
Certificering van productie zonder erkenning wordt op uurbasis in rekening gebracht tegen het aangegeven tarief. |
|
Uurtarief |
99 EUR |
x) Erkenning als onderhoudsorganisatie (bedoeld in bijlage I, subdeel F, en bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie (3))
1. Algemeen
|
a) |
Er worden rechten geheven voor de afgifte van een erkenning als onderhoudsorganisatie en voor toezicht daarop. |
|
b) |
Het Agentschap heft extra per uur berekende rechten (tegen het in de tabel vermelde tarief) ter dekking van de extra kosten van erkenning van en toezicht op organisaties met onderhoudsfaciliteiten in meer dan een vestigingsplaats. |
2. Aanvraagrechten
|
a) |
Voor alle nieuwe aanvragen voor een erkenning als onderhoudsorganisatie geldt vast recht G in de tabel, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
Voor nieuwe erkenningen en voor toezicht zijn de per uur berekende rechten (tegen het in de tabel aangegeven tarief) eveneens van toepassing op aanvragen waarvan het onderzoek leidt tot niveau 1-bevindingen en/of meer dan drie niveau 2-bevindingen per jaar zoals beschreven in deel M.A.619 van bijlage I of deel 145.B.50 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2042/2003. De per uur berekende rechten worden geheven ter dekking van de kosten van de follow-up van deze bevindingen door het Agentschap. |
3. Toezichtrechten
|
a) |
Erkende onderhoudsorganisaties worden de toezichtrechten in rekening gebracht, gelijk aan vast recht G, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
De toezichtrechten zijn om de twee jaar verschuldigd, in de vorm van twee gelijke jaarlijkse termijnen. Voor bestaande erkenningen is de eerste termijn betaalbaar bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Voor daaropvolgende erkenningen wordt de eerste termijn onmiddellijk na het verlenen van de erkenning in rekening gebracht. |
|
c) |
De toezichtrechten hebben betrekking op wijzigingen van bestaande erkenningen, onverminderd punt 2, onder b). |
|
Vast recht G |
12 000 EUR |
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (EUR) |
Coëfficiënt vast recht |
|
minder dan 500 001 |
0,1 |
|
tussen 500 001 en 700 000 |
0,25 |
|
tussen 700 001 en 1 400 000 |
0,5 |
|
tussen 1 400 001 en 2 800 000 |
1,25 |
|
tussen 2 800 001 en 5 000 000 |
2 |
|
tussen 5 000 001 en 7 000 000 |
4 |
|
tussen 7 000 001 en 14 000 000 |
6 |
|
tussen 14 000 001 en 21 000 000 |
8 |
|
tussen 21 000 001 en 42 000 000 |
12 |
|
tussen 42 000 001 en 70 000 000 |
16 |
|
tussen 70 000 001 en 84 000 000 |
20 |
|
tussen 84 000 001 en 105 000 000 |
25 |
|
meer dan 105 000 000 |
30 |
xi) Erkenning van een organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement (bedoeld in deel M, subdeel G, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)
|
— |
Er worden rechten geheven voor de afgifte van een erkenning als organisatie voor permanent luchtwaardigheidsmanagement en toezicht daarop. De in rekening gebrachte vaste rechten zijn identiek aan die voor een erkenning als onderhoudsorganisatie welke zijn opgenomen in afdeling x), behoudens toepassing van een aanvullende coëfficiënt van 1,5. |
|
— |
Verwijzingen naar bevindingen opgenomen in afdeling x) gelden naar analogie als verwijzingen naar bevindingen beschreven in deel M.A.716 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2042/2003. |
xii) Rechten voor aanvaarding van erkenningen die equivalent zijn aan deel 145-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten
|
— |
Voor nieuwe erkenningen geldt vast recht H in de tabel. |
|
— |
De verlengingsrechten, gelijk aan vast recht I in de tabel, is om de twee jaar verschuldigd. |
Nieuwe erkenningen
|
Vast recht H |
1 500 EUR |
Verlengingen van bestaande erkenningen
|
Vast recht I |
1 200 EUR |
xiii) Erkenning van een organisatie voor onderhoudstraining (bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003)
1. Algemeen
|
a) |
Er worden rechten geheven voor de afgifte van een erkenning als organisatie voor onderhoudstraining en voor toezicht daarop. |
|
b) |
Het Agentschap heft extra per uur berekende rechten (tegen het in de tabel vermelde tarief) ter dekking van de extra kosten van erkenning van en toezicht op organisaties met onderhoudstrainingsfaciliteiten in meer dan een vestigingsplaats. |
2. Aanvraagrechten
|
a) |
Voor alle nieuwe aanvragen voor een erkenning als organisatie voor onderhoudstraining geldt vast recht J in de tabel, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
Voor nieuwe erkenningen en voor toezicht zijn de per uur berekende rechten (tegen het in de tabel aangegeven tarief) eveneens van toepassing op aanvragen waarvan het onderzoek leidt tot niveau 1-bevindingen en/of meer dan drie niveau 2-bevindingen per jaar zoals beschreven in deel 147.B.130 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2042/2003. De per uur berekende rechten worden geheven ter dekking van de kosten van de follow-up van deze bevindingen door het Agentschap. |
3. Toezichtrechten
|
a) |
Erkende organisaties voor onderhoudstraining worden toezichtrechten in rekening gebracht, gelijk aan vast recht J, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie rechten voor de organisatie in kwestie. |
|
b) |
De toezichtrechten zijn om de twee jaar verschuldigd, in de vorm van twee gelijke jaarlijkse termijnen. Voor bestaande erkenningen is de eerste termijn betaalbaar bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Voor daaropvolgende erkenningen wordt de eerste termijn onmiddellijk na het verlenen van de erkenning in rekening gebracht. |
|
c) |
De toezichtrechten hebben betrekking op wijzigingen van bestaande erkenningen, onverminderd punt 2, onder b). |
|
Vast recht J |
12 000 EUR |
|
Uurtarief |
99 EUR |
|
Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (EUR) |
Coëfficiënt vast recht |
|
minder dan 500 001 |
0,1 |
|
tussen 500 001 en 700 000 |
0,25 |
|
tussen 700 001 en 1 400 000 |
0,75 |
|
tussen 1 400 001 en 2 800 000 |
1 |
|
tussen 2 800 001 en 5 000 000 |
1,5 |
|
tussen 5 000 001 en 7 000 000 |
3 |
|
tussen 7 000 001 en 14 000 000 |
6 |
|
tussen 14 000 001 en 21 000 000 |
8 |
|
tussen 21 000 001 en 42 000 000 |
10 |
|
tussen 42 000 001 en 84 000 000 |
15 |
|
meer dan 84 000 000 |
20 |
xiv) Beroepen
|
— |
Er worden vergoedingen geheven voor de behandeling van de in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bedoelde beroepen. |
|
— |
Voor alle beroepsprocedures geldt de vaste vergoeding K in de tabel, vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de desbetreffende categorie vergoedingen voor de persoon of organisatie in kwestie. |
|
— |
De vergoeding wordt terugbetaald in gevallen waarin het beroep resulteert in nietigverklaring van een besluit van het Agentschap. |
|
— |
Organisaties dienen een door een gemachtigde vertegenwoordiger ondertekend certificaat te verstrekken opdat het Agentschap de van toepassing zijnde categorie vergoedingen kan vaststellen. |
|
Vaste vergoeding K |
10 000 EUR |
|
Categorie vergoedingen voor natuurlijke personen |
Coëfficiënt vast recht |
|
|
0,1 |
|
Categorie vergoedingen voor organisaties, overeenkomstig de omzet van de beroep instellende organisatie (EUR) |
Coëfficiënt vast recht |
|
minder dan 100 001 |
0,25 |
|
tussen 100 001 en 1 200 000 |
0,5 |
|
tussen 1 200 001 en 2 500 000 |
0,75 |
|
tussen 2 500 001 en 5 000 000 |
1 |
|
tussen 5 000 001 en 50 000 000 |
2,5 |
|
tussen 50 000 001 en 500 000 000 |
5 |
|
tussen 500 000 001 en 1 000 000 000 |
7,5 |
|
meer dan 1 000 000 000 |
10 |
(1) Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 243 van 27.9.2003, blz. 6).
(2) Voor vrachtversies van een luchtvaartuig wordt een coëfficiënt van 0,85 toegepast op de rechten voor de equivalente passagiersversie.
(3) Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 315 van 28.11.2003, blz. 1).