25.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/117 VAN DE COMMISSIE

van 5 september 2016

tot vaststelling van visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van het mariene milieu in de Oostzee, en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1778

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (1), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 kunnen visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld die noodzakelijk zijn met het oog op de naleving van verplichtingen uit hoofde van de milieuwetgeving van de Unie, onder meer artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (2).

(2)

Krachtens artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad moeten de lidstaten voor de speciale beschermingszones de nodige instandhoudingsmaatregelen treffen die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats en de soorten die in die gebieden voorkomen. Bovendien moeten de lidstaten volgens dat artikel passende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en dat er geen significante storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen.

(3)

Om aan artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG te voldoen, moeten volgens Denemarken instandhoudingsmaatregelen worden getroffen in bepaalde onder zijn soevereiniteit vallende gebieden in de Oostzee. Indien de vereiste visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen gevolgen hebben voor de visserij van andere lidstaten, kunnen de lidstaten deze maatregelen in de vorm van gemeenschappelijke aanbevelingen aan de Commissie voorleggen.

(4)

Duitsland en Zweden hebben een rechtstreeks belang bij het beheer van de visserij die gevolgen van dergelijke maatregelen zou ondervinden. Denemarken heeft Duitsland en Zweden overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 relevante informatie over de benodigde maatregelen verstrekt, met inbegrip van de motivering, wetenschappelijke onderbouwing en nadere informatie omtrent de praktische uitvoering en handhaving.

(5)

Op 13 maart 2015 hebben Denemarken, Duitsland en Zweden bij de Commissie een gemeenschappelijke aanbeveling ingediend betreffende visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van rifstructuren in Deense Natura 2000-gebieden in de Oostzee. Deze aanbeveling is ingediend na overleg met de adviesraad voor de Oostzee.

(6)

De aanbevolen maatregelen betreffen zeven Natura 2000-gebieden in de Oostzee. Ze omvatten onder meer het verbod op visserijactiviteiten met mobiel bodemberoerend vistuig in rifgebieden.

(7)

In zijn wetenschappelijk advies (van 17 april 2015) stelt het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) (3) dat de instandhoudingsdoelstellingen in de speciale beschermingszones die in de gemeenschappelijke aanbeveling worden genoemd, niet volledig kunnen worden bereikt als geen passende maatregelen worden getroffen om visserijactiviteit in die zones te voorkomen.

(8)

Het WTECV stelt zich bovendien vragen bij de controle en handhaving van de instandhoudingsmaatregelen en oppert dat extra controlemaatregelen wellicht passend zouden zijn. Volgens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (4) moeten de lidstaten passende maatregelen vaststellen, adequate middelen toewijzen en alle structuren opzetten die nodig zijn om de onder het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) vallende activiteiten te controleren, te inspecteren en te handhaven. Als antwoord op de vragen van het WTECV kan in het kader van dergelijke maatregelen worden geëist dat alle betrokken vaartuigen hun VMS-positie vaker doorgeven of dat de gebieden, op basis van risicobeheer, in het nationale controlesysteem als gebied met een hoog risico worden aangemerkt.

(9)

Op 25 juni 2015 heeft de Commissie op basis van twee aanbevelingen die de betrokken lidstaten hadden ingediend, Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1778 (5) aangenomen, waarbij visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld ter bescherming van de rifgebieden in kwestie in de Oostzee en het Kattegat, Noordzee.

(10)

Visserij met mobiel bodemberoerend vistuig heeft een negatieve impact op rifhabitats aangezien zowel de rifstructuren als de biodiversiteit bij het rif er gevolgen van ondervinden. Daarom is bij de hierboven bedoelde verordening, overeenkomstig de gemeenschappelijke aanbevelingen, onder meer een verbod ingesteld om in de betrokken rifgebieden met dergelijk vistuig te vissen.

(11)

De bij de hierboven bedoelde verordening vastgestelde maatregelen dienden te worden geëvalueerd, meer bepaald om na te gaan of de visserijverbodsbepalingen werden nageleefd.

(12)

Op 10 juni 2016 hebben Denemarken, Duitsland en Zweden, na raadpleging van de adviesraad voor de Noordzee, bij de Commissie een gemeenschappelijke aanbeveling ingediend voor visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van rifstructuren, pockmarks en gemeenschappen van zeeveren en gravende megafauna in het in het Skagerrak (Noordzee) gelegen Bratten-gebied.

(13)

Naar aanleiding van die nieuwe gemeenschappelijke aanbeveling dient Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1778 te worden ingetrokken en moeten de instandhoudingsmaatregelen per zeegebied worden herschikt in twee afzonderlijke rechtsinstrumenten.

(14)

De onderhavige verordening bevat uitsluitend de visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen die momenteel van toepassing zijn in de Oostzee.

(15)

De instandhoudingsmaatregelen die momenteel van toepassing zijn in het Kattegat en die welke in de gemeenschappelijke aanbeveling van 10 juni 2016 worden voorgesteld voor het Bratten-gebied (Skagerrak), moeten worden ondergebracht in een nieuwe afzonderlijke verordening voor de Noordzee.

(16)

De bij deze verordening ingestelde visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen laten andere bestaande of toekomstige beheersmaatregelen voor de instandhouding van de betrokken gebieden, inclusief visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen, onverlet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening worden visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ingesteld die nodig zijn voor de naleving van de verplichtingen in het kader van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG.

2.   Deze verordening is van toepassing op vissersvaartuigen in de Oostzee.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening zijn naast de definities van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie (6) de volgende definities van toepassing:

a)   „bodemberoerend vistuig”: elk hierna genoemd vistuig: bodemtrawl, boomkor, bodemottertrawl, dubbelebordentrawl, bodemspantrawl, nephropstrawl, garnalentrawl, zegennet, Deense zegen, Schotse zegen, bootzegen en dreg;

b)   „beperkte gebieden”: de geografische gebieden die worden ingesloten door de in de bijlage bij de onderhavige verordening genoemde punten, gemeten volgens het WGS84-coördinatenstelsel, achtereenvolgens door middel van loxodromen met elkaar te verbinden;

c)   „betrokken lidstaten”: Denemarken, Duitsland en Zweden.

Artikel 3

Visserijverbod

1.   Het is verboden om in de beperkte gebieden enige visserijactiviteit te verrichten met bodemberoerend vistuig.

2.   Vissersvaartuigen die bodemberoerend vistuig aan boord hebben, mogen in de beperkte gebieden visserijactiviteiten verrichten met ander dan dat bodemberoerende vistuig als het bodemberoerende vistuig is vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 4

Doorvaart

Vissersvaartuigen die bodemberoerend vistuig aan boord hebben, mogen door de beperkte gebieden varen als het bodemberoerende vistuig is vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 5

Herziening

1.   De betrokken lidstaten evalueren uiterlijk op 30 juni 2017 de uitvoering van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde maatregelen, onder meer wat de controle van de naleving van de visserijverbodsbepalingen betreft.

2.   De betrokken lidstaten dienen uiterlijk op 31 juli 2017 een samenvattend verslag van de herziening in bij de Commissie.

Artikel 6

Intrekking

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1778 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/118 van de Commissie (7), naar gelang van het geval.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 september 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

(2)  Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

(3)  http://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/991908/STECF-PLEN-15-01_JRCxxx.pdf

(4)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1778 van de Commissie van 25 juni 2015 tot vaststelling van visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van rifgebieden in onder de soevereiniteit van Denemarken vallende wateren in de Oostzee en het Kattegat (PB L 259 van 6.10.2015, blz. 5).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/118 van de Commissie van 5 september 2016 tot vaststelling van visserijgerelateerde instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van het mariene milieu in de Noordzee (zie bladzijde 10 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE

Beperkte gebieden: Coördinaten van beschermingsgebieden voor steenrif

1.   Munkegrund

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°57,190′

10°51,690′

2S

55°57,465′

10°51,403′

3S

55°57,790′

10°51,477′

4S

55°57,976′

10°52,408′

5S

55°57,985′

10°54,231′

6S

55°58,092′

10°54,315′

7S

55°58,092′

10°57,432′

8S

55°57,920′

10°57,864′

9S

55°57,526′

10°57,861′

10S

55°56,895′

10°57,241′

11S

55°57,113′

10°53,418′

12S

55°57,050′

10°53,297′

13S

55°57,100′

10°52,721′

14S

55°57,275′

10°52,662′

15S

55°57,296′

10°52,435′

16S

55°57.399′

10°52,244′

17S

55°57,417′

10°52,116′

18S

55°57,251′

10°52,121′

19S

55°57,170′

10°51,919′

20S

55°57,190′

10°51,690′

2.   Hatterbarn

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°51,942′

10°49,294′

2S

55°52,186′

10°49,309′

3S

55°52,655′

10°49,509′

4S

55°52,676′

10°49,407′

5S

55°52,892′

10°49,269′

6S

55°52,974′

10°49,388′

7S

55°53,273′

10°49,620′

8S

55°53,492′

10°50,201′

9S

55°53,451′

10°50,956′

10S

55°53,576′

10°51,139′

11S

55°53,611′

10°51,737′

12S

55°53,481′

10°52,182′

13S

55°53,311′

10°52,458′

14S

55°53,013′

10°52,634′

15S

55°52,898′

10°52,622′

16S

55°52,778′

10°52,335′

17S

55°52,685′

10°52,539′

18S

55°52,605′

10°52,593′

19S

55°52,470′

10°52,586′

20S

55°52,373′

10°52,724′

21S

55°52,286′

10°52,733′

22S

55°52,129′

10°52,572′

23S

55°52,101′

10°52,360′

24S

55°52,191′

10°52,169′

25S

55°51,916′

10°51,824′

26S

55°51,881′

10°51,648′

27S

55°51,970′

10°51,316′

28S

55°51,976′

10°51,064′

29S

55°52,325′

10°50,609′

30S

55°52,647′

10°50,687′

31S

55°52,665′

10°50,519′

32S

55°52,091′

10°50,101′

33S

55°51,879′

10°50,104′

34S

55°51,810′

10°49,853′

35S

55°51,790′

10°49,482′

36S

55°51,942′

10°49,294′

3.   Ryggen

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°37,974′

10°44,258′

2S

55°37,942′

10°45,181′

3S

55°37,737′

10°45,462′

4S

55°37,147′

10°44,956′

5S

55°36,985′

10°45,019′

6S

55°36,828′

10°44,681′

7S

55°36,521′

10°44,658′

8S

55°36,527′

10°43,575′

9S

55°37,163′

10°43,663′

10S

55°37,334′

10°43,889′

11S

55°37,974′

10°44,258′

4.   Broen

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°11,953′

11°00,089′

2S

55°12,194′

11°00,717′

3S

55°12,316′

11°00,782′

4S

55°12,570′

11°01,739′

5S

55°12,743′

11°01,917′

6S

55°12,911′

11°02,291′

7S

55°12,748′

11°02,851′

8S

55°12,487′

11°03,188′

9S

55°12,291′

11°03,088′

10S

55°12,274′

11°03,108′

11S

55°12,336′

11°03,441′

12S

55°12,023′

11°03,705′

13S

55°11,751′

11°02,984′

14S

55°11,513′

11°02,659′

15S

55°11,390′

11°02,269′

16S

55°11,375′

11°02,072′

17S

55°11,172′

11°01,714′

18S

55°11,069′

11°00,935′

19S

55°11,099′

11°00,764′

20S

55°11,256′

11°00,588′

21S

55°11,337′

11°00,483′

22S

55°11,582′

11°00,251′

23S

55°11,603′

11°00,254′

24S

55°11,841′

11°00,033′

25S

55°11,953′

11°00,089′

5.   Ertholmene

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°19,496′

15°09,290′

2S

55°20,441′

15°09,931′

3S

55°20,490′

15°10,135′

4S

55°20,284′

15°10,690′

5S

55°20,216′

15°10,690′

6S

55°20,004′

15°11,187′

7S

55°19,866′

15°11,185′

8S

55°19,596′

15°11,730′

9S

55°19,820′

15°12,157′

10S

55°19,638′

15°12,539′

11S

55°19,131′

15°12,678′

12S

55°18,804′

15°11,892′

13S

55°18,847′

15°10,967′

14S

55°19,445′

15°09,885′

15S

55°19,387′

15°09,717′

16S

55°19,496′

15°09,290′

6.   Davids Banke

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

55°20,167′

14°41,386′

2S

55°20,354′

14°40,754′

3S

55°21,180′

14°39,936′

4S

55°22,000′

14°39,864′

5S

55°22,331′

14°39,741′

6S

55°22,449′

14°39,579′

7S

55°23,150′

14°39,572′

8S

55°23,299′

14°39,890′

9S

55°23,287′

14°40,793′

10S

55°23,011′

14°41,201′

11S

55°22,744′

14°41,206′

12S

55°22,738′

14°41,775′

13S

55°22,628′

14°42,111′

14S

55°22,203′

14°42,439′

15S

55°22,050′

14°42,316′

16S

55°21,981′

14°41,605′

17S

55°21,050′

14°41,818′

18S

55°20,301′

14°41,676′

19S

55°20,167′

14°41,386′

7.   Bakkebrædt & Bakkegrund

Punt

Noorderbreedte

Oosterlengte

1S

54°57,955′

14°44,869′

2S

54°58,651′

14°41,755′

3S

54°59,234′

14°41,844′

4S

54°59,458′

14°43,025′

5S

54°59,124′

14°44,441′

6S

54°59,034′

14°44,429′

7S

54°58,781′

14°45,240′

8S

54°58,298′

14°45,479′

9S

54°58,134′

14°45,406′

10S

54°57,955′

14°44,869′