<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><ORDER xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.ORDER><REF.CASE FILE="ECRT12005NLA.0900315101.case.xml"><NO.CASE>T-295/04</NO.CASE><NO.CASE>T-296/04</NO.CASE><NO.CASE>T-297/04</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62004B0295</NO.CELEX><NO.SEQ>0003.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>3154</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>3172</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>19</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.ORDER><CURR.TITLE><LEFT>BESCHIKKING VAN <DATE ISO="20050908">8. 9. 2005</DATE> — GEVOEGDE ZAKEN T-295/04-T-297/04</LEFT><RIGHT>ASAJA E.A. / RAAD</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Beschikking van het Gerecht</HT> (Derde kamer)</P><P><DATE ISO="20050908">8 september 2005</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaai: Spaans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><ORDER.INIT><P>In de gevoegde zaken T-295/04 tot en met T-297/04,</P></ORDER.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Centro Provincial de Jóvenes Agricultores de Jaén (ASAJA),</HT> gevestigd te Jaén (Spanje),</P><P><HT TYPE="BOLD">Salvador Contreras Gila, José Ramiro López, Antonio Ramiro López, Cristóbal Gallego Martínez, Benito García Burgos en Antonio Parras Rosa,</HT> wonende te Jaén,</P><P>vertegenwoordigd door J. Vázquez Medina, advocaat,</P><PARTY.STATUS>verzoekers,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Raad van de Europese Unie,</HT> vertegenwoordigd door M. Balta en F. Florindo Gijón als gemachtigden,</P><PARTY.STATUS>verweerder,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><?PAGE NO="II-3155"?><SUBJECT><P>betreffende een beroep tot nietigverklaring van artikel 1, punt 7, van verordening (EG) nr. 864/2004 van de Raad van <DATE ISO="20040429">29 april 2004</DATE> houdende wijziging van verordening (EG) nr. 1786/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, en tot aanpassing daarvan in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="161" DATE.PUB="2004" PAGE.FIRST="48">PB L 161, blz. 48</REF.DOC.OJ>),</P><P>geeft</P></SUBJECT><PREAMBLE.GEN><PREAMBLE.INIT><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),</P><P>samengesteld als volgt: M. Jaeger, kamerpresident, J. Azizi en E. Cremona, rechters,</P><P>griffier: H. Jung,</P></PREAMBLE.INIT><PREAMBLE.FINAL><P>de navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE.GEN><CONTENTS.ORDER><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Beschikking</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Rechtskader</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19660922">22 september 1966</DATE> heeft de Raad verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (<REF.DOC.OJ COLL="P" NO.OJ="172" DATE.PUB="1966" PAGE.FIRST="3025">PB L 172, blz. 3025</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>basisverordening<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>) vastgesteld. De basisverordening heeft in het bijzonder een gemeenschappelijke marktordening voor<?PAGE NO="II-3156"?> olijfolie opgericht, met als voornaamste elementen een stelsel van interventieprijzen, opslagovereenkomsten en steun voor de productie en voor het verbruik.</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Nadien werden de regelingen van de basisverordening herhaaldelijk gewijzigd, onder meer bij verordening (EEG) nr. 1915/87 van de Raad van <DATE ISO="19870702">2 juli 1987</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="183" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="7">PB L 183, blz. 7</REF.DOC.OJ>), verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad van <DATE ISO="19980720">20 juli 1998</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="210" DATE.PUB="1998" PAGE.FIRST="32">PB L 210, blz. 32</REF.DOC.OJ>), en verordening (EG) nr. 1513/2001 van de Raad, die tevens verordening nr. 1638/98 wijzigde wat betreft de geldigheidsduur van de steunregeling en de strategie voor olijfolie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="201" DATE.PUB="2001" PAGE.FIRST="4">PB L 201, blz. 4</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Deze door de uitgangspunten van de in 1992 ingezette hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ingegeven wijzigingen beoogden in wezen het stelsel van prijs- en productiesteun te vervangen door een stelsel van inkomenssteun aan de landbouwproducenten. Deze hervorming heeft voor bepaalde landbouwproducten geleid tot de vaststelling van verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van <DATE ISO="20030929">29 september 2003</DATE> tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="270" DATE.PUB="2003" PAGE.FIRST="1">PB L 270, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Tevens heeft de Raad, ter aanpassing van de gemeenschappelijke marktordeningen voor olijfolie, hop, katoen en ruwe tabak aan de GLB-hervorming, op <DATE ISO="20040429">29 april 2004</DATE> verordening (EG) nr. 864/2004 vastgesteld, houdende wijziging van verordening nr. 1782/2003 en tot aanpassing daarvan in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie (gerectificeerde versie, <REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="206" DATE.PUB="2004" PAGE.FIRST="20">PB L 206, blz. 20</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><?PAGE NO="II-3157"?><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Verordening nr. 864/2004 heeft het oude stelsel van steun voor de productie van olijfolie vervangen door een stelsel van <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>bedrijfstoeslagen<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/> ofwel <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>ontkoppelde steun<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/>, dat wil zeggen steun die niet aan de daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheid olijfolie is gerelateerd. Voor bepaalde categorieën producten is echter een stelsel van <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>gekoppelde<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/> of productiegebonden steun gehandhaafd, waarvoor bepaalde voorwaarden en grenzen gelden.</TXT></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Wat olijfolie betreft heeft artikel 1, punt 7 van verordening nr. 864/2004 (hierna: <QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>bestreden bepaling<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/>) artikel 37, lid 1, van verordening (EG) nr. 1782/2003 aldus gewijzigd, dat het referentiebedrag voor de berekening van de hoogte van de ontkoppelde steun <QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>het gemiddelde [is] over vier jaar van het totale bedrag aan betalingen die een landbouwer toegewezen kreeg uit hoofde van de in bijlage VI [van verordening nr. 1782/2003, zoals gewijzigd] bedoelde steunregeling voor olijfolie, berekend en aangepast overeenkomstig bijlage VII [van verordening nr. 1782/2003, zoals gewijzigd], in de verkoopjaren 1999/2000, 2000/2001, 2001/2002 en 2002/2003<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Bovendien is bij artikel 1, punt 11, van verordening nr. 864/2004 een wijziging aangebracht in artikel 44, lid 2, van verordening nr. 1782/2003. Volgens een nieuw toegevoegde alinea wordt onder een voor ontkoppelde steun in aanmerking komende hectare verstaan de oppervlakte waarop in een geografisch informatiesysteem geregistreerde, vóór <DATE ISO="19980501">1 mei 1998</DATE> (voor Cyprus en Malta <DATE ISO="20011231">31 december 2001</DATE>) aangeplante olijfbomen of nieuwe olijfbomen ter vervanging van bestaande olijfbomen of onder een goedgekeurd aanplantprogramma vallende olijfbomen staan.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Procesverloop en conclusies van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="20040722">22 juli 2004</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegde verzoekschriften hebben verzoekers de onderhavige beroepen ingesteld.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3158"?><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Verzoeker in zaak T-295/04, Centro Provincial de Jóvenes Agricultores de Jaén (ASAJA), is een agrarische beroepsorganisatie die volgens haar statuten is opgericht om de beroepsbelangen van haar leden in de provincie Jaén (Spanje) te vertegenwoordigen en te behartigen.</TXT></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>Verzoekers in de zaken T-296/04 en T-297/04 zijn olijfolieproducenten en hebben in deze sector steun ontvangen voor de verkoopjaren 1999/2000, 2000/2001 en 2001/2002.</TXT></NP><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>Bij afzonderlijke akten, ter griffie van het Gerecht neergelegd op <DATE ISO="20041029">29 oktober 2004</DATE> in zaak T-295/04 en op <DATE ISO="20041129">29 november 2004</DATE> in de zaken T-296/04 en T-297/04, heeft de Raad krachtens artikel 114, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht een niet-ontvankelijkheidsexceptie opgeworpen.</TXT></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="20041115">15 november 2004</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegde akten heeft de Commissie verzocht om toelating tot interventie in elk van de betrokken zaken.</TXT></NP><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20050110">10 januari 2005</DATE> hebben verzoekers hun opmerkingen over de door de Raad opgeworpen excepties van niet-ontvankelijkheid ingediend.</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>Bij beschikking van <DATE ISO="20050606">6 juni 2005</DATE> zijn de zaken T-295/04, T-296/04 en T-297/04, partijen gehoord, overeenkomstig artikel 50 van het reglement voor de procesvoering gevoegd voor de mondelinge behandeling en voor het arrest wegens verknochtheid en zelfs identiteit van hun onderwerp.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3159"?><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>In hun verzoekschriften concluderen verzoekers dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>hun beroepen ontvankelijk te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>de bestreden bepaling nietig te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>de beslissing omtrent de kosten aan te houden.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>In zijn excepties van niet-ontvankelijkheid concludeert de Raad dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren;</P></ITEM><ITEM><P>verzoekers in de kosten te verwijzen.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>In hun opmerkingen over de excepties van niet-ontvankelijkheid concluderen verzoekers dat het het Gerecht behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>de door de Raad opgeworpen excepties van niet-ontvankelijkheid te verwerpen;</P></ITEM><ITEM><P>de Raad in de kosten te verwijzen.</P></ITEM></LIST></P></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="II-3160"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>In rechte</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Argumenten van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>De Raad betoogt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn omdat verzoekers door de bestreden bepaling niet individueel worden geraakt.</TXT></NP><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>De Raad brengt in herinnering dat een natuurlijke of rechtspersoon slechts beroep tot nietigverklaring tegen een normatieve handeling van algemene strekking kan instellen, indien hij door die handeling wordt geraakt uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hem ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hem daardoor op overeenkomstige wijze individualiseert als de adressaat (arrest Hof van <DATE ISO="20020725">25 juli 2002</DATE>, Unión de Pequeños Agricultores/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-50/00 P" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-6677">C-50/00 P, Jurispr. blz. I-6677, punten 36 en 37</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>Verzoekers antwoorden hierop dat zij bevoegd zijn om beroep tot nietigverklaring in te stellen en dat hun beroepen derhalve ontvankelijk zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>In de eerste plaats betwisten zij dat de bestreden bepaling van algemene strekking is, en stellen dat het in werkelijkheid om een bundel van individuele beschikkingen gaat.</TXT></NP><NP><NO.P>22</NO.P><TXT>Zo merken zij op dat de enige functie van de bestreden bepaling is, de hoogte van de referentiebedragen voor de berekening van de steun in de olijfoliesector vast te stellen. Deze bepaling heeft derhalve als onmiddellijk en rechtstreeks gevolg dat elke producent in kennis wordt gesteld van de exacte bedragen waarop hij voor de<?PAGE NO="II-3161"?> referentieverkoopjaren 1999/2000, 2000/2001, 2001/2002 en 2002/2003 recht heeft, en - op basis van het gemiddelde over vier jaar van het totale bedrag aan betalingen dat hij in die referentieverkoopjaren heeft toegewezen gekregen — van het definitieve steunbedrag waarop hij recht heeft.</TXT></NP><NP><NO.P>23</NO.P><TXT>Bovendien heeft de bestreden bepaling slechts <QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>rechtstreekse<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/> rechtsgevolgen voor een specifieke categorie rechtssubjecten, te weten de landbouwproducenten die gedurende die verkoopjaren olijfolie hebben geproduceerd.</TXT></NP><NP><NO.P>24</NO.P><TXT>Verzoekers menen derhalve dat zij door de bestreden bepaling rechtstreeks en individueel worden geraakt (arresten Hof van <DATE ISO="19910516">16 mei 1991</DATE>, Extramet Industrie/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-358/89" YEAR="1991" PAGE.ECR="I-2501">C-359/89, Jurispr. blz. I-2501, punt 13</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="20010531">31 mei 2001</DATE>, Sadam Zuccherifici e.a./Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-41/99 P" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-4239">C-41/99 P, Jurispr. blz. I-4239, punt 27</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20011122">22 november 2001</DATE>, Nederlandse Antillen/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-452/98" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-8973">C-452/98, Jurispr. blz. I-8973, punt 60</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>25</NO.P><TXT>Zij merken in het bijzonder op dat zij bijzondere hoedanigheden bezitten, aangezien zij gedurende de referentieperiode olijfolie hebben geproduceerd en derhalve behoren tot de categorie rechtssubjecten waarop de bestreden bepaling betrekking heeft.</TXT></NP><NP><NO.P>26</NO.P><TXT>Voorts stellen verzoekers economische schade te hebben geleden doordat het verkoopjaar 1999/2000 wordt betrokken bij de berekening van de steun in de olijfoliesector.</TXT></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="II-3162"?><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Beoordeling door het Gerecht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>27</NO.P><TXT>Volgens artikel 114 van het Reglement voor de procesvoering kan het Gerecht, indien een partij daarom verzoekt, uitspraak doen over de niet-ontvankelijkheid zonder daarbij op de zaak ten gronde in te gaan. In casu acht het Gerecht zich voldoende voorgelicht door de processtukken om zonder mondelinge behandeling te kunnen beslissen.</TXT></NP><NP><NO.P>28</NO.P><TXT>Artikel 230, vierde alinea, EG, bepaalt: <QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan [...] beroep instellen tegen de tot hem gerichte beschikkingen, alsmede tegen beschikkingen die, hoewel genomen in de vorm van een verordening, of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hem rechtstreeks en individueel raken<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>29</NO.P><TXT>Volgens vaste rechtspraak heeft artikel 230, vierde alinea, EG, dat aan particulieren het recht verleent om beroep in te stellen tegen elke beschikking die, hoewel in de vorm van een verordening genomen, hen rechtstreeks en individueel raakt, met name tot doel te voorkomen dat de gemeenschapsinstellingen enkel door de vorm van een verordening te kiezen, het beroep van een particulier tegen een beschikking die hem rechtstreeks en individueel raakt, onmogelijk kunnen maken, en daarmee duidelijk te maken dat de keuze van de vorm de aard van de handeling niet kan wijzigen (arrest Hofvan <DATE ISO="19800617">17 juni 1980</DATE>, Calpak en Società emiliana lavorazione frutta/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="789/79+790/79" YEAR="1980" PAGE.ECR="1949">789/79 en 790/79, Jurispr. blz. 1949, punt 7</REF.DOC.ECR>; beschikkingen Gerecht van <DATE ISO="19970930">30 september 1997</DATE>, Federolio/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-122/96" YEAR="1997" PAGE.ECR="II-1559">T-122/96, Jurispr. blz. II-1559, punt 50</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="19991123">23 november 1999</DATE>, Unión de Pequeños Agricultores/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-173/98" YEAR="1999" PAGE.ECR="II-3357">T-173/98, Jurispr. blz. II-3357, punt 34</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>30</NO.P><TXT>Met hun betoog dat de bestreden bepaling moet worden opgevat als een bundel individuele beschikkingen, trekken verzoekers de regelgevende aard van de bestreden bepaling in twijfel. Derhalve moet in de eerste plaats worden onderzocht wat de aard is van artikel 1, punt 7, van verordening nr. 864/2004.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3163"?><NP><NO.P>31</NO.P><TXT>Volgens vaste rechtspraak moet het criterium voor het onderscheid tussen een verordening en een beschikking in de al dan niet algemene strekking van de betrokken handeling worden gezocht (arresten Mof van <DATE ISO="19621214">14 december 1962</DATE>, Confédération nationale des producteurs de fruits en légumes e.a./Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="16/62+17/62" YEAR="1962" PAGE.ECR="901">16/62 en 17/62, Jurispr. blz. 901, 918</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="19821006">6 oktober 1982</DATE>, Alusuisse/Raad en Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="307/81" YEAR="1982" PAGE.ECR="3463">307/81, Jurispr. blz. 3463, punt 19</REF.DOC.ECR>, en beschikking Hof van <DATE ISO="19951123">23 november 1995</DATE>, Asocarne/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-10/95 P" YEAR="1995" PAGE.ECR="I-4149">C-10/95 P, Jurispr. blz. I-4149, punt 28</REF.DOC.ECR>). Zo heeft een handeling een algemene strekking indien zij van toepassing is op objectief bepaalde situaties en rechtsgevolgen heeft voor abstract en algemeen omschreven categorieën van personen (zie arresten Hof van <DATE ISO="19891121">21 november 1989</DATE>, Usines coopératives de déshydratation du Vexin e.a./Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-244/88" YEAR="1989" PAGE.ECR="3811">C-244/88, Jurispr. blz. 3811, punt 13</REF.DOC.ECR>, en Sadam Zuccherifici e.a./Raad, punt 24 hierboven, punt 24; beschikking Gerecht van <DATE ISO="20040402">2 april 2004</DATE>, Gonnelli en AIFO/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-231/02" YEAR="2004" PAGE.ECR="II-1051">T-231/02, Jurispr. blz. II-1051, punt 29</REF.DOC.ECR>, en aldaar aangehaalde rechtspraak).</TXT></NP><NP><NO.P>32</NO.P><TXT>In casu is het Gerecht van oordeel dat de bestreden bepaling een handeling van algemene strekking is en derhalve niet als een bundel individuele beschikkingen kan worden aangemerkt.</TXT></NP><NP><NO.P>33</NO.P><TXT>De bestreden bepaling vermeldt de criteria voor de berekening van de steun in de olijfoliesector in het kader van verordening nr. 1782/2003 (zie punt 6 hierboven).</TXT></NP><NP><NO.P>34</NO.P><TXT>Deze criteria zijn in algemene en abstracte bewoordingen geformuleerd. De wijze van berekening van de referentiebedragen en van het steunbedrag gaat namelijk niet uit van de specifieke situatie van iedere olijfolieproducent die door de betrokken bepaling wordt geraakt, maar van objectieve en algemene criteria.</TXT></NP><NP><NO.P>35</NO.P><TXT>De bestreden bepaling is dus van toepassing op objectief bepaalde situaties en heeft rechtsgevolgen voor abstract en algemeen omschreven categorieën van personen.<?PAGE NO="II-3164"?> Het Gerecht herinnert eraan dat bepalingen van een handeling geacht worden op objectief omschreven situaties van toepassing te zijn, wanneer die toepassing plaatsvindt op grond van een in de handeling in relatie tot haar doelstelling omschreven objectieve feitelijke of rechtssituatie (beschikking Unión de Pequeños Agricultores/Raad, punt 29 hierboven, punt 40).</TXT></NP><NP><NO.P>36</NO.P><TXT>In casu worden verzoekers door de bestreden bepaling juist geraakt wegens een objectieve feitelijke situatie, te weten het feit dat zij tijdens de referentieperiode olijfolie hebben geproduceerd en steun hebben genoten op grond van een van de steunregelingen in de eerdere regelgeving. Deze situatie is omschreven in relatie tot de doelstelling van de verordening waarin de bestreden bepaling staat, te weten de invoering van een nieuwe steunregeling voor de olijfoliesector.</TXT></NP><NP><NO.P>37</NO.P><TXT>De omstandigheid dat de bestreden bepaling ertoe kan leiden dat minder marktdeelnemers voor bepaalde vormen van steun in aanmerking komen, gelet op de voorwaarde dat de olie afkomstig moet zijn van al vóór de vaststelling en inwerkingtreding van de bepaling bestaande aanplant, kan niet afdoen aan de algemene strekking van deze bepaling, aangezien vaststaat dat zij van toepassing is op alle marktdeelnemers die in dezelfde, objectief omschreven feitelijke of rechtssituatie verkeren (zie, in die zin, beschikking Unión de Pequeños Agricultores/Raad, punt 29 hierboven, punt 39). Verzoekers hebben niet het bewijs geleverd dat dit bij de toepassing van de bestreden bepaling anders is.</TXT></NP><NP><NO.P>38</NO.P><TXT>De stelling van verzoekers, dat de bestreden bepaling geen algemene strekking zou hebben omdat zij enkel op een specifieke categorie landbouwers betrekking heeft, te weten diegenen die in de referentieperiode olijfolie hebben geproduceerd en steun hebben genoten op grond van een van de steunregelingen in de eerdere regelgeving, kan derhalve niet worden aanvaard. Verzoekers worden door de bestreden bepaling namelijk zonder onderscheid geraakt, op grond van zuiver objectieve en abstracte criteria.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3165"?><NP><NO.P>39</NO.P><TXT>De bestreden bepaling is derhalve een handeling van regelgevende aard en kan niet worden opgevat als een bundel van tot verzoekers gerichte individuele beschikkingen.</TXT></NP><NP><NO.P>40</NO.P><TXT>De bewering van verzoekers dat de bestreden bepaling hen in kennis stelt van het definitieve steunbedrag dat aan hen individueel wordt toegekend, doet niet af aan deze conclusie.</TXT></NP><NP><NO.P>41</NO.P><TXT>De zaken waarin het Hof en het Gerecht een handeling als een bundel individuele beschikkingen hebben aangemerkt, verschilden aanzienlijk van de onderhavige zaak. Een handeling in de vorm van een handeling van algemene strekking is aldus aangemerkt als een bundel individuele beschikkingen, omdat zij was vastgesteld in reactie op individuele aanvragen en derhalve de rechtssituatie van iedere aanvrager raakte (arresten Hof van <DATE ISO="19901106">6 november 1990</DATE>, Weddel/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-354/87" YEAR="1990" PAGE.ECR="I-3847">C-354/87, Jurispr. blz. I-3847, punten 20-23</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="19710513">13 mei 1971</DATE>, International Fruit Company e.a./Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="41/70—44/70" YEAR="1971" PAGE.ECR="411">41/70-44/70, Jurispr. blz. 411, punten 13-22</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>42</NO.P><TXT>In de onderhavige zaken bestaat het doel en het rechtsgevolg van de bestreden bepaling er echter niet in een beslissing te nemen over het te geven gevolg aan bij de nationale autoriteiten ingediende individuele aanvragen van marktdeelnemers voor steun in de olijfoliesector. Zij is namelijk niet vastgesteld om te komen tot een specifiek resultaat voor sommige, nader omschreven rechtssubjecten, maar om consequenties te verbinden aan een objectieve feitelijke situatie, namelijk toepassing van de nieuwe steunregeling in de olijfoliesector op de olijfolieproducenten in de referentieperiode die op grond van eerdere regelgeving steun hebben genoten (zie, in die zin, arrest Hofvan <DATE ISO="19990121">21 januari 1999</DATE>, Franse Republiek/Comafrica e.a., <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-73/97 P" YEAR="1999" PAGE.ECR="I-185">C-73/97 P, Jurispr. blz. I-185, punten 34-38</REF.DOC.ECR>; arresten Gerecht van <DATE ISO="20000222">22 februari 2000</DATE>, ACAV e.a./Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-138/98" YEAR="2000" PAGE.ECR="II-341">T-138/98, Jurispr. blz. II-341, punt 55</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20010712">12 juli 2001</DATE>, Comafrica en Dole Fresh Fruit Europe/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-198/95+T-171/96+T-230/97+T-174/98+T-225/99" YEAR="2001" PAGE.ECR="II-1975">T-198/95, T-171/96, T-230/97, T-174/98 en T-225/99, Jurispr. blz. II-1975, punt 106</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><?PAGE NO="II-3166"?><NP><NO.P>43</NO.P><TXT>Hieruit volgt dat de bestreden bepaling een handeling van algemene strekking is.</TXT></NP><NP><NO.P>44</NO.P><TXT>Niettemin is herhaaldelijk geoordeeld dat de omstandigheid dat de bestreden handeling naar haar aard van algemene strekking is en niet een beschikking in de zin van artikel 249 EG, op zich nog niet uitsluit dat een particulier een beroep tot nietigverklaring van deze handeling kan instellen (zie arresten Hofvan <DATE ISO="19940518">18 mei 1994</DATE>, Codorniu/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-309/89" YEAR="1994" PAGE.ECR="I-1853">C-309/89, Jurispr. blz. I-1853, punt 19</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20011122">22 november 2001</DATE>, Antillean Rice Mills/Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-451/98" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-8949">C-451/98, Jurispr. blz. I-8949, punt 49</REF.DOC.ECR>; beschikking Gonnelli en AIFO/Commissie, punt 31 hierboven, punt 31, en aldaar aangehaalde rechtspraak).</TXT></NP><NP><NO.P>45</NO.P><TXT>In bepaalde omstandigheden kan namelijk zelfs een handeling van algemene strekking die voor alle betrokken marktdeelnemers geldt, sommige van hen rechtstreeks en individueel raken (arresten Extramet Industrie/Raad, punt 24 hierboven, punt 13, en Codorniu/Raad, punt 44 hierboven, punt 19; beschikkingen Gerecht van <DATE ISO="20020910">10 september 2002</DATE>, Japan Tobacco en JT International/Parlement en Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-223/01" YEAR="2002" PAGE.ECR="II-3259">T-223/01, Jurispr. blz. II-3259, punt 29</REF.DOC.ECR>, en Gonnelli en AIFO/Commissie, punt 31 hierboven, punt 32).</TXT></NP><NP><NO.P>46</NO.P><TXT>Hiertoe moet een natuurlijke of rechtspersoon door de betrokken handeling rechtstreeks en individueel worden geraakt uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hem ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hem daardoor op overeenkomstige wijze individualiseert als de adressaat van een beschikking (arrest Hof van <DATE ISO="19630715">15 juli 1963</DATE>, Plaumann/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="25/62" YEAR="1963" PAGE.ECR="197">25/62, Jurispr. blz. 197, 223</REF.DOC.ECR>, en beschikking Hof van <DATE ISO="20031212">12 december 2003</DATE>, Bactria/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-258/02 P" YEAR="2003" PAGE.ECR="I-15105">C-258/02 P, Jurispr. blz. I-15105, punt 34</REF.DOC.ECR>; beschikking Gonnelli en AIFO/Commissie, punt 31 hierboven, punt 35).</TXT></NP><?PAGE NO="II-3167"?><NP><NO.P>47</NO.P><TXT>Indien deze voorwaarde niet wordt vervuld, is een natuurlijke of rechtspersoon niet-ontvankelijk in zijn beroep tot nietigverklaring (arrest Unión de Pequeños Agricultores/Raad, punt 19 hierboven, punt 37, en beschikking Asocarne/Raad, punt 31 hierboven, punt 26).</TXT></NP><NP><NO.P>48</NO.P><TXT>Bijgevolg moet worden onderzocht of verzoekers door de bestreden bepaling worden geraakt uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert.</TXT></NP><NP><NO.P>49</NO.P><TXT>In de eerste plaats dient de ontvankelijkheid te worden onderzocht van het beroep in zaak T-295/04, dat is ingesteld door ASAJA, een agrarische beroepsorganisatie die de belangen van haar leden vertegenwoordigt en behartigt.</TXT></NP><NP><NO.P>50</NO.P><TXT>Een beroepsvereniging die is opgericht om de belangen van haar leden te behartigen en te vertegenwoordigen, is in drie situaties bevoegd een beroep tot nietigverklaring in te stellen. Ten eerste wanneer een wettelijke bepaling uitdrukkelijk een aantal procedurele bevoegdheden aan beroepsverenigingen toekent; ten tweede wanneer de vereniging wordt geïndividualiseerd wegens een aantasting van haar eigen belangen als vereniging, met name doordat haar positie als onderhandelingspartner door de voor nietigverklaring voorgedragen handeling is aangetast, en ten derde wanneer de vereniging de belangen vertegenwoordigt van ondernemingen die zelf bevoegd zouden zijn beroep in te stellen (beschikkingen Gerecht Federolio/Commissie, punt 29 hierboven, punt 61; van <DATE ISO="19981208">8 december 1998</DATE>, ANB e.a./Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-38/98" YEAR="1998" PAGE.ECR="II-4191">T-38/98, Jurispr. blz. II-4191, punt 25</REF.DOC.ECR>; Unión de Pequeños Agricultores/Raad, punt 29 hierboven, punt 47, en <DATE ISO="20041210">10 december 2004</DATE>, EFfCI/Parlement en Raad, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-196/03" YEAR="2004" PAGE.ECR="II-4263">T-196/03, Jurispr. blz. II-4263, punt 42</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><?PAGE NO="II-3168"?><NP><NO.P>51</NO.P><TXT>In casu moet worden vastgesteld dat ASAJA zich in geen van de drie hierboven genoemde situaties bevindt die de ontvankelijkheid van zijn beroep tot nietigverklaring zouden rechtvaardigen.</TXT></NP><NP><NO.P>52</NO.P><TXT>In de eerste plaats beroept ASAJA zich niet op enig procedureel recht dat het gemeenschapsrecht op het gebied van de gemeenschappelijke marktordening voor olijfolie haar zou toekennen.</TXT></NP><NP><NO.P>53</NO.P><TXT>De derde situatie waarin de ontvankelijkheid van het beroep kan worden aanvaard, is evenmin aan de orde. Volgens vaste rechtspraak wordt een vereniging die is opgericht ter behartiging van de collectieve belangen van een groep justitiabelen, niet individueel geraakt wanneer haar leden dat zelf ook niet worden (beschikkingen Hof van <DATE ISO="19971218">18 december 1997</DATE>, Sveriges Betodlares en Henrikson/Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-409/96 P" YEAR="1997" PAGE.ECR="I-7531">C-409/96 P, Jurispr. blz. I-7531, punt 45</REF.DOC.ECR>, en beschikking Gerecht van <DATE ISO="19990429">29 april 1999</DATE>, Unione provinciale degli agricoltori di Firenze e.a./Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-78/98" YEAR="1999" PAGE.ECR="II-1377">T-78/98, Jurispr. blz. II-1377, punten 36 en 37</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>54</NO.P><TXT>De verzoekende vereniging heeft geen bewijs aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat haar leden door de bestreden bepaling worden geraakt uit hoofde van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert.</TXT></NP><NP><NO.P>55</NO.P><TXT>Met betrekking tot de tweede situatie kan niet uit het dossier worden afgeleid dat ASAJA ten opzichte van de bestreden bepaling zou worden geïndividualiseerd wegens een aantasting van haar positie als onderhandelingspartner door de voor nietigverklaring voorgedragen handeling.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3169"?><NP><NO.P>56</NO.P><TXT>Hieruit volgt dat ASAJA niet kan worden aangemerkt als individueel geraakt in de zin van de in punt 50 hierboven in herinnering gebrachte rechtspraak.</TXT></NP><NP><NO.P>57</NO.P><TXT>Wat in de tweede plaats de ontvankelijkheid van de door olijfolieproducenten ingestelde beroepen in de zaken T-296/04 en T-297/04 betreft, deze producenten worden evenmin individueel geraakt door de bestreden bepaling.</TXT></NP><NP><NO.P>58</NO.P><TXT>Verzoekers in de zaken T-296/04 en T-297/04 worden door de bestreden bepaling namelijk alleen geraakt uit hoofde van hun objectieve hoedanigheid van olijfolieproducent gedurende de referentieperiode, en van begunstigde van in de eerdere regelgeving vervatte steunregelingen, en wel evenzo als iedere andere olijfolieproducent die door de bestreden bepaling wordt geraakt. Ten opzichte van de andere marktdeelnemers die behoren tot de categorie rechtssubjecten die door de bestreden bepaling wordt geraakt, worden verzoekers dus niet door een bijzondere hoedanigheid of een feitelijke situatie gekarakteriseerd.</TXT></NP><NP><NO.P>59</NO.P><TXT>Dienaangaande zij eraan herinnerd dat, zoals de Raad in zijn excepties van niet-ontvankelijkheid betoogt, de bestreden bepaling waarin de criteria voor de berekening van de steun in de olijfoliesector zijn vastgelegd, zonder onderscheid op alle betrokken producenten van toepassing is, ongeacht de door hen daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheid, of zelfs elke productie, gedurende de referentieperiode.</TXT></NP><NP><NO.P>60</NO.P><TXT>Bovendien kan volgens de rechtspraak de omstandigheid dat een normatieve handeling uiteenlopende concrete gevolgen kan hebben voor de verschillende rechtssubjecten waarop zij van toepassing is, hen niet ten opzichte van alle andere betrokken marktdeelnemers karakteriseren, wanneer de toepassing van die<?PAGE NO="II-3170"?> handeling plaatsvindt op grond van een objectief bepaalde situatie (zie arrest ACAV e.a./Raad, punt 42 hierboven, punt 66, en de aangehaalde rechtspraak). Ook al kan de bestreden bepaling naargelang de betrokken olijfolieproducent verschillende effecten sorteren, toch kan deze omstandigheid in casu niet volstaan om aan te tonen dat verzoekers bijzondere hoedanigheden bezitten of zich in een feitelijke situatie bevinden die hen ten opzichte van andere marktdeelnemers karakteriseert.</TXT></NP><NP><NO.P>61</NO.P><TXT>Ook indien verzoekers door de toepassing van de bestreden bepaling niet langer voor de betrokken steun voor de olijfoliesector in aanmerking kwamen, zouden zij nochtans niet individueel worden geraakt door die bepaling. Dat bepaalde marktdeelnemers door een handeling economisch sterker worden getroffen dan de andere marktdeelnemers uit dezelfde sector, volstaat namelijk niet om hen als door de betrokken handeling individueel geraakt te beschouwen (beschikkingen van <DATE ISO="19990915">15 september 1999</DATE>, Van Parys e.a./Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="T-11/99" YEAR="1999" PAGE.ECR="II-2653">T-11/99, Jurispr. blz. II-2653, punten 50 en 51</REF.DOC.ECR>, en Gonnelli en AIFO/Commissie, aangehaald in punt 31 hierboven, punt 45).</TXT></NP><NP><NO.P>62</NO.P><TXT>Bovendien, ook al zouden zij niet langer voor steun in aanmerking komen, zouden de andere olijfolieproducenten die door de bestreden bepaling worden geraakt, met soortgelijke gevolgen te maken hebben (zie, in die zin, arrest Hof van <DATE ISO="20030410">10 april 2003</DATE>, Commissie/Nederlandse Antillen, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-142/00 P" YEAR="2003" PAGE.ECR="I-3483">C-142/00 P, Jurispr. blz. I-3483, punt 77</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>63</NO.P><TXT>Uit het voorgaande volgt, dat verzoekers in de zaken T-296/04 en T-297/04 niet individueel worden geraakt door de bestreden beschikking.</TXT></NP><NP><NO.P>64</NO.P><TXT>De stelling van verzoekers in de drie zaken, dat zij door de in de bestreden verordening genoemde criteria voor de berekening van de steun in de olijfoliesector schade lijden, doet aan deze conclusie niet af.</TXT></NP><?PAGE NO="II-3171"?><NP><NO.P>65</NO.P><TXT>Deze stelling betreft het onderzoek ten gronde en niet het onderzoek naar de ontvankelijkheid.</TXT></NP><NP><NO.P>66</NO.P><TXT>Ten overvloede overweegt het Gerecht dat, gesteld dat dit argument gegrond zou zijn, verzoekers op dezelfde wijze als elke andere door de bestreden bepaling geraakte olijfolieproducent schade zouden lijden. Verzoekers hebben namelijk geen omstandigheden aangetoond die de conclusie toelaten dat de gestelde schade hen individualiseert ten opzichte van iedere andere persoon die door de bestreden bepaling wordt geraakt (zie, in die zin, beschikking Gonnelli en AIFO/Commissie, aangehaald in punt 31 hierboven, punten 43-45).</TXT></NP><NP><NO.P>67</NO.P><TXT>Aangezien verzoekers blijkens het voorgaande niet voldoen aan een van de ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 230, vierde alinea, EG, behoeft niet te worden onderzocht of zij door de bestreden bepaling rechtstreeks worden geraakt.</TXT></NP><NP><NO.P>68</NO.P><TXT>De beroepen in de zaken T-295/04, T-296/04 en T-297/04 moeten derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard, zonder dat op het interventieverzoek van de Commissie behoeft te worden beslist (zie, in die zin, arrest Hof van <DATE ISO="20010705">5 juli 2001</DATE>, Conseil national des professions de l'automobile e.a./Commissie, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-341/00 P" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-5263">C-341/00 P, Jurispr. blz. I-5263, punten 35-37</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>69</NO.P><TXT>Volgens artikel 82, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien verzoekers in het ongelijk zijn gesteld, moeten zij overeenkomstig de vordering van de Raad in de kosten, met inbegrip van die van de Raad, worden verwezen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><?PAGE NO="II-3172"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer)</P><P>beschikt:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Verzoekers worden in hun eigen kosten alsmede in die van de Raad verwezen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>3)</NO.P><TXT>Op het interventieverzoek van de Commissie behoeft niet te worden beslist.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.ORDER><SIGNATURE.CASE><P>Luxemburg, <DATE ISO="20050908">8 september 2005</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>H. Jung</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Derde kamer</P><P>M. Jaeger</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></ORDER>