5.7.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 178/9


VERORDENING (EG) Nr. 639/2008 VAN DE COMMISSIE

van 24 juni 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1043/2005 houdende de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad met betrekking tot de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer van bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, en de criteria voor de vaststelling van de restitutiebedragen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen (1), en met name op artikel 8, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De recente daling van de uitvoerrestituties als gevolg van het gecombineerde effect van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de gestegen prijzen van landbouwproducten op de wereldmarkt hebben geleid tot minder aanvragen om restitutiecertificaten, waardoor de druk op de EU-begroting voor uitvoerrestituties voor goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, is verminderd. Voor zover de Gemeenschap haar internationale verplichtingen niet dreigt te schenden, is het dienstig de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer van bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, te vereenvoudigen en zo de administratieve lasten voor marktdeelnemers die die goederen uitvoeren, te verlichten.

(2)

Op grond van artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie (2) kunnen de uit restitutiecertificaten voortvloeiende rechten onder bepaalde voorwaarden worden overgedragen. Ter wille van een consequente behandeling van certificaten dient de procedure voor die overdrachten waar mogelijk te worden afgestemd op de bepalingen met betrekking tot de overdracht van uit certificaten voortvloeiende rechten zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (3).

(3)

Artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 stelt de periode vast waarbinnen de tot betaling gemachtigde instantie de aangevraagde bedragen van uitvoerrestituties op het restitutiecertificaat moet afboeken. Gezien de tijd die nodig is voor de verwerking van de documenten met betrekking tot naar bestemming gedifferentieerde uitvoerrestituties, is deze periode mogelijk ontoereikend en moet zij daarom worden verlengd.

(4)

Artikel 38 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 stelt de voorwaarden vast waaronder de lidstaten de Commissie van de aanvragen in kennis moeten stellen en vervolgens de restitutiecertificaten afgeven. Aangezien intussen efficiëntere verslagleggings- en communicatiesystemen zijn ingevoerd, moeten de termijnen worden aangepast.

(5)

Artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1043/2005 voorziet in een tranchesysteem voor de afgifte van restitutiecertificaten. De geldigheidsduur van die restitutiecertificaten is vastgesteld in artikel 39 van die verordening. Om het functioneren van het systeem van restitutiecertificaten te vergemakkelijken, moet de geldigheidsduur van de onder de eerste tranche afgegeven certificaten en van de op grond van artikel 38 bis aangevraagde certificaten worden verlengd.

(6)

Om in aanmerking te kunnen komen voor een vermindering van het te verbeuren zekerheidsbedrag, bepaalt artikel 45, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 dat ongebruikte certificaten of uittreksels van certificaten uiterlijk op 30 juni van de begrotingsperiode waarvoor zij zijn afgegeven, aan de instantie van afgifte moeten worden teruggezonden. Dankzij de invoering van efficiëntere verslagleggingssystemen kan deze termijn worden verlengd.

(7)

Artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1043/2005 bevat bijzondere voorwaarden waaronder aan kleine exporteurs uitvoerrestituties kunnen worden toegekend. Ter wille van de vereenvoudiging moeten kleine exporteurs het recht krijgen restitutiecertificaten te gebruiken zonder hun status van kleine exporteur te verliezen en moet daarnaast de toekenningsdrempel worden opgetrokken.

(8)

Teneinde de in deze verordening vervatte maatregelen tijdig van kracht te laten zijn, dient de verordening op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking te treden.

(9)

Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer in verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1043/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 27 wordt vervangen door:

„Artikel 27

1.   De uit certificaten voortvloeiende verplichtingen zijn niet overdraagbaar. De uit certificaten voortvloeiende rechten kunnen door de houder gedurende de geldigheidsduur van het certificaat worden overgedragen, mits de uit elk certificaat of uittreksel daarvan voortvloeiende rechten slechts aan één enkele cessionaris worden overgedragen. Deze overdracht heeft betrekking op de nog niet op het certificaat of uittreksel afgeschreven hoeveelheden.

2.   De cessionaris mag zijn recht niet op zijn beurt overdragen, maar mag het aan de houder retrocederen. De retrocessie heeft betrekking op de nog niet op het certificaat of uittreksel afgeschreven hoeveelheden.

In dit geval brengt de instantie van afgifte in vak 6 van het certificaat één van de in bijlage VIII opgenomen vermeldingen aan.”.

2.

In artikel 32, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

„De tot betaling gemachtigde instantie boekt dit bedrag van het restitutiecertificaat af binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van ontvangst van de specifieke aanvraag.”.

3.

In artikel 38 bis wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De aanvragen die in de loop van een week zijn ingediend, worden de daaropvolgende maandag door de lidstaten aan de Commissie meegedeeld. De desbetreffende certificaten kunnen worden afgegeven vanaf de woensdag die volgt op de mededeling, op voorwaarde dat de Commissie geen andere maatregelen vaststelt.”.

4.

In artikel 39 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Behoudens de tweede en derde alinea zijn restitutiecertificaten geldig tot de laatste dag van de vijfde maand die volgt op de maand waarin de certificaataanvraag is ingediend, of tot de laatste dag van de begrotingsperiode indien deze op een eerdere datum valt.

Restitutiecertificaten die in overeenstemming met artikel 33, onder a), of artikel 38 bis uiterlijk op 7 november zijn aangevraagd, zijn geldig tot de laatste dag van de tiende maand die volgt op de maand waarin de certificaataanvraag is ingediend.

De in artikel 40 bedoelde restitutiecertificaten zijn geldig tot de laatste dag van de vijfde maand die volgt op de maand waarin de certificaataanvraag is ingediend.

In geval van vaststelling vooraf van de restitutievoeten overeenkomstig artikel 29 blijven deze restitutievoeten geldig tot de laatste dag van de geldigheidstermijn van het certificaat.”.

5.

In artikel 45 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Lid 1 geldt slechts voor certificaten en uittreksels van certificaten die gedurende de begrotingsperiode waarvoor de certificaten zijn afgegeven, aan de instantie van afgifte worden teruggezonden, mits zij uiterlijk op 31 augustus van die periode worden teruggezonden.”.

6.

In artikel 47, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

„2.   Artikel 46 is van toepassing op de uitvoer waarvoor de aanvragen die de marktdeelnemer onder de voorwaarden van artikel 32, lid 1, in het desbetreffende begrotingsjaar heeft ingediend, met inbegrip van de indiening van de aanvraag voor de betrokken uitvoer, geen aanleiding geeft tot betaling van meer dan 100 000 EUR.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juni 2008.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)   PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2580/2000 (PB L 298 van 25.11.2000, blz. 5).

(2)   PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 246/2008 (PB L 75 van 18.3.2008, blz. 64).

(3)   PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.