32000R0001

Verordening (EG) nr. 1/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor de invoer van schoeisel uit Vietnam

Publicatieblad Nr. L 001 van 04/01/2000 blz. 0001 - 0006


VERORDENING (EG) Nr. 1/2000 VAN DE RAAD

van 17 december 1999

houdende gemeenschappelijke voorschriften voor de invoer van schoeisel uit Vietnam

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het gemeenschappelijke handelsbeleid moet op eenvormige beginselen zijn gebaseerd.

(2) De diensten voor fraudebestrijding hebben van de Commissie bewijsmateriaal verkregen waaruit blijkt dat zendingen schoeisel in de periode 1994-1997 op grond van onjuiste verklaringen betreffende de Vietnamese oorsprong in de Gemeenschap zijn ingevoerd.

(3) De Europese Gemeenschap en de regering van Vietnam hebben onderhandelingen gevoerd over een memorandum van overeenstemming ter bestrijding van fraude bij de handel in schoeisel (hierna het "memorandum" genoemd) dat voorziet in een dubbele controle bij de uitvoer van onder hoofdstuk 64 van het geharmoniseerd systeem/gecombineerde nomenclatuur ingedeeld schoeisel naar de Gemeenschap.

(4) Derhalve moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld voor de toepassing van deze dubbele controle in de Europese Gemeenschap,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Deze verordening is van toepassing op alle onder hoofdstuk 64 van het geharmoniseerd systeem/gecombineerde nomenclatuur ingedeelde producten van oorsprong uit Vietnam die in de Europese Gemeenschap worden ingevoerd.

2. In het kader van deze verordening geldt de in de communautaire wetgeving opgenomen omschrijving van het begrip "producten van oorsprong" en zijn de in die wetgeving omschreven methoden voor de controle op de oorsprong van deze producten van toepassing.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde producten kunnen in de Gemeenschap eerst in het vrije verkeer worden gebracht na overlegging van een invoercertificaat dat door de in artikel 11 bedoelde autoriteiten van de lidstaten is afgegeven overeenkomstig de in deze verordening omschreven procedure.

Artikel 3

1. De bevoegde Vietnamese autoriteiten geven een uitvoercertificaat af voor de in artikel 1 omschreven producten.

2. Het uitvoercertificaat stemt overeen met het model in de bijlage.

3. Een invoercertificaat wordt afgegeven op overlegging door de importeur van het origineel van het in artikel 6 bedoelde uitvoercertificaat. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat geven geen invoercertificaten af voor producten die niet gedekt zijn door een uitvoercertificaat dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening is afgegeven.

Artikel 4

De uitvoer zal worden geregistreerd voor het jaar waarin de goederen waarop het uitvoercertificaat betrekking heeft, werden verzonden.

Artikel 5

1. De door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de afgifte van invoercertificaten te gebruiken formulieren stemmen overeen met het toezichtformulier dat is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling(1).

2. De autoriteiten van de lidstaten stellen de Commissie in kennis van de door hen ontvangen verzoeken om de afgifte van invoercertificaten.

3. De Commissie deelt de autoriteiten van de lidstaten mede of de in de verzoeken om de afgifte van invoercertificaten vermelde gegevens overeenstemmen met de gegevens die zij van de bevoegde Vietnamese autoriteiten hebben ontvangen.

4. De in het voorgaande lid bedoelde mededelingen worden op elektronische wijze verzonden met behulp van het geïntegreerde netwerk voor het beheer van textielvergunningen (SIGL), tenzij het om dwingende technische redenen noodzakelijk is tijdelijk van andere communicatiemiddelen gebruik te maken.

Artikel 6

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven binnen vijf werkdagen na overlegging van het origineel van het uitvoercertificaat door de importeur een invoercertificaat af. Dit origineel moet ten laatste worden overgelegd op 30 juni van het jaar volgende op het jaar waarin de goederen waarop het certificaat betrekking heeft werden verzonden. De invoercertificaten zijn geldig in het gehele douanegebied van de Gemeenschap.

2. De invoercertificaten zijn vanaf de datum van afgifte zes maanden geldig, welke geldigheidsduur door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat met drie maanden kan worden verlengd.

3. Het verzoek dat door een importeur aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten wordt gericht ten einde een invoercertificaat te verkrijgen, bevat de volgende gegevens:

a) de naam en het volledig adres van de importeur (met inbegrip van eventuele telefoon- en/of faxnummers en het bij de bevoegde nationale autoriteiten geregistreerde identificatienummer), en het BTW-nummer indien de importeur BTW-plichtige is;

b) naam en volledig adres van de aangever;

c) naam en volledig adres van de exporteur;

d) het land van oorsprong van de producten en het land van verzending;

e) de omschrijving van de producten die met de omschrijving in het uitvoercertificaat overeenstemt;

f) de hoeveelheid van elke zending;

g) datum en nummer van afgifte van het uitvoercertificaat;

h) datum en handtekening van de importeur.

De bevoegde autoriteiten kunnen, onder door hen vast te stellen voorwaarden, toestaan dat aanvragen elektronisch worden doorgezonden of geprint. Alle documenten en bewijsstukken moeten evenwel ter beschikking staan van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

4. De importeurs zijn niet verplicht de totale hoeveelheid waarop een invoercertificaat betrekking heeft in een enkele zending in te voeren.

Artikel 7

De geldigheid van door de autoriteiten van de lidstaten afgegeven invoercertificaten is afhankelijk van de geldigheid van de door de bevoegde Vietnamese autoriteiten afgegeven uitvoercertificaten op grond waarvan de invoercertificaten zijn afgegeven.

Artikel 8

Invoercertificaten worden zonder onderscheid afgegeven aan importeurs in de Gemeenschap, ongeacht hun plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Artikel 9

1. Invoercertificaten en uittreksels van invoercertificaten worden in tweevoud opgesteld. Exemplaar nr. 1 waarop "voor de aanvrager" is vermeld wordt aan de aanvrager afgegeven en exemplaar nr. 2 waarop "voor de afgever" is vermeld wordt bewaard door de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteiten mogen voor administratieve doeleinden extra kopieën aan exemplaar 2 toevoegen.

2. De invoercertificaten worden gedrukt op wit, houtvrij, goed beschrijfbaar papier dat tussen 55 en 65 g per m2 weegt. De afmetingen zijn 210 x 297 mm en de ruimte tussen de lijnen bedraagt 4,24 mm (een zesde inch); het model van de formulieren dient nauwlettend te worden gevolgd. Beide zijden van exemplaar 1, dat het certificaat zelf is, worden bovendien van een geel geguillocheerde achtergrond voorzien die vervalsingen met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

3. De lidstaten zijn met het drukken van de formulieren belast. De formulieren mogen worden gedrukt door speciaal daartoe aangewezen drukkerijen in de betrokken lidstaat. In dit geval moet op elk formulier naar de door de lidstaat afgegeven vergunning worden verwezen en moeten naam en adres van de drukker worden vermeld of moet elk formulier van een speciaal merkteken zijn voorzien aan de hand waarvan de drukker kan worden geïdentificeerd.

4. Bij afgifte worden de invoercertificaten of de uittreksels van invoercertificaten van een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat vastgesteld nummer van afgifte voorzien. Het nummer van het invoercertificaat wordt de Commissie op elektronische wijze medegedeeld met behulp van het geïntegreerde netwerk dat is opgezet op grond van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad van 12 oktober 1993 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen(2).

5. Certificaten en uittreksels worden ingevuld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat van afgifte.

6. Het waarmerk van de instanties van afgifte of van afschrijving wordt door middel van een stempel aangebracht. In plaats van een inktstempel kan de autoriteit van afgifte ook een droogstempel gebruiken waarmee een letter-cijfercombinatie door middel van perforatie wordt aangebracht of kan het stempel op het formulier worden voorgedrukt. De autoriteiten van afgifte gebruiken bij de vermelding van de toegewezen hoeveelheden een fraudebestendige methode waardoor het niet mogelijk is cijfers of letters toe te voegen (bijv. *EURO*1,000*).

7. Indien de voor de vermelding van afgeschreven hoeveelheden bestemde ruimte op een certificaat of een uittreksel niet voldoende groot is, mogen de bevoegde autoriteiten een of meer bladen toevoegen waarop vakken voorkomen die overeenstemmen met die welke zich op de achterzijde van de exemplaren 1 en 2 van het certificaat of van het uittreksel bevinden. De instantie die hoeveelheden afschrijft plaatst het stempel op zodanige wijze dat de ene helft zich op het certificaat of uittreksel bevindt en de andere helft op het toegevoegde blad. Indien meer dan een blad is toegevoegd, wordt op dezelfde wijze nog een stempel geplaatst.

8. Invoercertificaten en uittreksels die door de autoriteiten van een lidstaat worden afgegeven en gegevens die door de autoriteiten van een lidstaat op die certificaten en uittreksels worden vermeld hebben in elk van de andere lidstaten rechtskracht alsof zij door de autoriteiten van die andere lidstaten waren afgegeven of vermeld.

9. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat kunnen zo nodig eisen dat de op de certificaten of uittreksels vermelde gegevens worden vertaald in de officiële taal of in een van de officiële talen van die lidstaat.

10. De invoercertificaten kunnen op elektronische wijze worden afgegeven voor zover de betrokken douanekantoren via een computernetwerk toegang hebben tot die certificaten.

Artikel 10

In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een uitvoercertificaat, invoercertificaat of een certificaat van oorsprong kan de exporteur bij de bevoegde autoriteit die het document heeft afgegeven een duplicaat aanvragen dat wordt opgemaakt aan de hand van de in zijn bezit zijnde uitvoerdocumenten. Op het duplicaat wordt "duplicata", "duplicate" of "duplicado" vermeld.

Het duplicaat draagt de datum van het oorspronkelijke certificaat.

Artikel 11

De in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn vermeld in artikel 2, lid 7, van Verordening (EG) nr. 520/94 van 7 maart 1994(3) en artikel 2 van Verordening (EG) nr. 738/94 van de Commissie van 30 maart 1994(4).

De lijst van de in de voorgaande alinea bedoelde autoriteiten is voor het laatst gepubliceerd in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1369/1999 van de Commissie van 25 juni 1999(5).

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing van 1 januari 2000 tot het einde van de periode van toepassing van het memorandum(6).

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

K. HEMILÄ

(1) PB L 349 van 31.12.1994, blz. 53. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 136/96 (PB L 21 van 27.1.1996, blz. 7).

(2) PB L 275 van 8.11.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1072/1999 van de Commissie van 10 mei 1999 (PB L 134 van 28.5.1999, blz. 1).

(3) Verordening (EG) nr. 520/94 van de Raad van 7 maart 1994 houdende de totstandbrenging van een communautaire procedure voor het beheer van de kwantitatieve contingenten (PB L 66 van 10.3.1994, blz. 1). Verordening gewijzigd bij Verordening 138/96 (PB L 21 van 27.1.1996, blz. 6).

(4) Verordening (EG) nr. 738/94 van de Commissie van 30 maart 1994 tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 520/94 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke procedure voor het beheer van kwantitatieve contingenten (PB L 87 van 31.3.1994, blz. 47). Verordening gewijzigd bij Verordening van de Commissie 983/96 (PB L 131 van 1.6.1996, blz. 47).

(5) Verordening (EG) nr. 1369/1999 van de Commissie van 25 juni 1999 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor het beheer van de kwantitatieve contingenten die in 2000 van toepassing zijn op bepaalde producten uit de Volksrepubliek China, (PB L 162 van 26.6.1999, blz. 35).

(6) Indien de periode waarin het memorandum van toepassing is, wordt verlengd overeenkomstig artikel 7, lid 2 van het memorandum, zal de Commissie hiervan kennis geven door middel van een bericht in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

BIJLAGE

""

BIJLAGE I

>PIC FILE= "L_2000001NL.000503.EPS">

Aanhangsel A bij bijlage I

>PIC FILE= "L_2000001NL.000602.EPS">