<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><JUDGMENT xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.JUDGMENT><REF.CASE FILE="ECRCJ2003NLA.0300242901.case.xml"><NO.CASE>C-211/02</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62002J0211</NO.CELEX><NO.SEQ>0010.0002</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>2433</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>2438</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>6</PAGE.TOTAL><AUTHOR>CJ</AUTHOR></BIB.JUDGMENT><CURR.TITLE><LEFT>ARREST VAN <DATE ISO="20030306">6. 3. 2003</DATE> — ZAAK C-211/02</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / LUXEMBURG</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Arrest van het Hof</HT> (Vierde kamer)</P><P><DATE ISO="20030306">6 maart 2003</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Frans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><JUDGMENT.INIT><P>In zaak C-211/02,</P></JUDGMENT.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door C. Schmidt als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,</P><PARTY.STATUS>verzoekster,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Groothertogdom Luxemburg,</HT> vertegenwoordigd door N. Mackel als gemachtigde,</P><PARTY.STATUS>verweerder,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><?PAGE NO="I-2434"?><P>betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19971215">15 december 1997</DATE> betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="024" DATE.PUB="1998" PAGE.FIRST="1">PB 1998, L 24, biz. 1</REF.DOC.OJ>), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,</P><P>wijst</P><PREAMBLE><PREAMBLE.INIT><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),</P><P>samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, D. A. O. Edward (rapporteur) en A. La Pergola, rechters,</P><P>advocaat-generaal: S. Alber,</P><P>griffier: R. Grass,</P></PREAMBLE.INIT><GR.VISA><VISA>gezien het rapport van de rechterrapporteur,</VISA><VISA>gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van <DATE ISO="20021210">10 december 2002</DATE>,</VISA></GR.VISA><?PAGE NO="I-2435"?><PREAMBLE.FINAL><P>het navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE><CONTENTS.JUDGMENT><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Arrest</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="20020604">4 juni 2002</DATE> ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19971215">15 december 1997</DATE> betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="024" DATE.PUB="1998" PAGE.FIRST="1">PB 1998, L 24, blz. 1</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>de richtlijn<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>), de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Rechtskader</P></TI></TITLE><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>De richtlijn heeft ten doel om in alle lidstaten een gelijk niveau van bescherming van fundamentele rechten en vrijheden, met name het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens in de telecommunicatiesector te waarborgen, alsmede om te zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke gegevens en van telecommunicatieapparatuur en-diensten in de Gemeenschap.</TXT></NP><?PAGE NO="I-2436"?><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Artikel 15 van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op <DATE ISO="19981024">24 oktober 1998</DATE> te voldoen aan de bepalingen van de richtlijn, behoudens artikel 5, en om uiterlijk op <DATE ISO="20001024">24 oktober 2000</DATE> te voldoen aan artikel 5, en de Commissie daarvan op de hoogte stellen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Precontentieuze procedure</P></TI></TITLE><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Overeenkomstig de procedure van artikel 226 EG heeft de Commissie, na het Groothertogdom Luxemburg in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken, deze lidstaat bij brieven van <DATE ISO="19990723">23 juli 1999</DATE> en <DATE ISO="20010725">25 juli 2001</DATE> twee met redenen omklede adviezen toegezonden, met het verzoek binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van elk van deze adviezen de nodige maatregelen te nemen om enerzijds te voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn, behoudens artikel 5 daarvan, en anderzijds aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 5. Omdat het Groothertogdom Luxemburg niet op deze met redenen omklede adviezen had gereageerd, heeft de Commissie onderhavig beroep ingesteld.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De niet-nakoming</P></TI></TITLE><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>De Luxemburgse regering betwist niet, dat zij de bepalingen van de richtlijn niet binnen de in deze richtlijn gestelde termijnen heeft omgezet. Zij merkt op dat de omzetting in behandeling is en verklaart om welke redenen daarbij deze vertraging is opgetreden.</TXT></NP><?PAGE NO="I-2437"?><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Dienaangaande volstaat de vaststelling dat het bestaan van een niet-nakoming volgens vaste rechtspraak moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie onder meer arrest van <DATE ISO="20020704">4 juli 2002</DATE>, Commissie/Griekenland, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-173/01" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-6129">C-173/01, Jurispr. blz. I-6129, punt 7</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Ook is het vaste rechtspraak dat een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie onder meer arrest van <DATE ISO="20020613">13 juni 2002</DATE>, Commissie/Frankrijk, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-286/01" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-5463">C-286/01, Jurispr. blz. I-5463, punt 13</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Bijgevolg moet worden vastgesteld dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke bepalingen vast te stellen om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Groothertogdom Luxemburg in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><?PAGE NO="I-2438"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),</P><P>rechtdoende, verstaat:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19971215">15 december 1997</DATE> betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.JUDGMENT><SIGNATURE.CASE><P>Timmermans</P><P>Edward</P><P>La Pergola</P><P>Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op <DATE ISO="20030306">6 maart 2003</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>R. Grass</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Vierde kamer</P><P>C. W. A. Timmermans</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></JUDGMENT>