Brussel, 12.10.2022

COM(2022) 531 final

2022/0327(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de algehele opschorting van de toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf


TOELICHTING

De Republiek Vanuatu wordt vermeld in de in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1806 1 opgenomen lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten van de visumplicht zijn vrijgesteld voor een verblijf van maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

De vrijstelling van de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu is van toepassing sinds 28 mei 2015, de datum waarop de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (hierna “de overeenkomst” genoemd) werd ondertekend en voorlopig van toepassing werd overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de overeenkomst. De overeenkomst is op 1 april 2017 in werking getreden.

Sinds 25 mei 2015 past Vanuatu burgerschapsregelingen voor investeerders toe die risico’s voor de openbare orde en veiligheid met zich meebrengen voor de EU-lidstaten. Dankzij deze regelingen kunnen visumplichtige onderdanen van derde landen namelijk gemakkelijk de nationaliteit van een visumvrij land verkrijgen, waardoor zij de Schengenvisumprocedure kunnen omzeilen en visumvrije toegang tot de EU kunnen krijgen.

De Commissie heeft de door Vanuatu toegepaste burgerschapsregelingen voor investeerders beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat dergelijke regelingen een verhoogd risico voor de binnenlandse veiligheid van de lidstaten inhouden. Bij de beoordeling werd ook geconcludeerd dat de burgerschapsregelingen voor investeerders van Vanuatu onderdanen van derde landen in staat zouden kunnen stellen de procedure van de Unie inzake visa voor kort verblijf en de bijbehorende beoordeling van de veiligheids- en migratierisico’s te omzeilen.

Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van de overeenkomst kunnen de partijen de overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten omwille van de openbare orde of de bescherming van de nationale veiligheid.

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie op 12 januari 2022 een voorstel aangenomen voor een besluit van de Raad om de toepassing van de overeenkomst gedeeltelijk op te schorten. Het besluit is op 3 maart 2022 door de Raad vastgesteld. De opschorting van de overeenkomst is beperkt tot gewone paspoorten die zijn afgegeven vanaf 25 mei 2015, toen het aantal succesvolle aanvragers in het kader van de Vanuataanse burgerschapsregelingen voor investeerders sterk begon te stijgen.

Na de gedeeltelijke opschorting van de overeenkomst bij Besluit (EU) 2022/366 van de Raad, en overeenkomstig artikel 8, lid 2, punt d), en artikel 8, leden 3 en 6, van Verordening (EU) 2018/1806, concludeerde de Commissie dat de verlening van het burgerschap door Vanuatu in het kader van de Vanuataanse burgerschapsregelingen voor investeerders een toegenomen risico vormt voor de openbare orde en de binnenlandse veiligheid van de lidstaten, en besloot de Commissie dat moet worden opgetreden. Op grond van artikel 8, lid 6, punt a), van Verordening (EU) 2018/1806 is Uitvoeringsverordening (EU) 2022/693 van de Commissie betreffende de tijdelijke opschorting van de vrijstelling van de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu vastgesteld voor houders van een vanaf 25 mei 2015 door Vanuatu afgegeven gewoon paspoort en deze uitvoeringsverordening is van toepassing van 4 mei 2022 tot en met 3 februari 2023 2 .

Na de inwerkingtreding van de opschorting van de vrijstelling van de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu op 4 mei 2022 en overeenkomstig artikel 8, lid 6, punt a), laatste alinea, van Verordening (EU) 2018/1806 is de Commissie een intensievere dialoog met Vanuatu aangegaan om de situatie te verhelpen die tot de tijdelijke opschorting van de visumvrijstelling heeft geleid.

Op 12 mei 2022 vond de startvergadering van deze dialoog plaats, waarbij beide partijen overeenkwamen tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen. De Commissie stelde daartoe voor maandelijkse technische vergaderingen te houden. Vanuatu stemde ermee in een gesprekspartner aan te wijzen en hierover contact op te nemen met de Commissie, met het oog op het overgaan tot de technische vergaderingen. Ondanks de herinneringen die de Commissie op 1 juni en 23 juni 2022 heeft verstuurd, heeft Vanuatu echter geen contact meer opgenomen met de Commissie en haar evenmin informatie verstrekt.

In september 2022 hebben de diensten van de Commissie van vertegenwoordigers van Vanuatu een update ontvangen over de politieke situatie in het land, aangezien het parlement op 18 augustus 2022 was ontbonden en er op 13 oktober 2022 algemene verkiezingen gepland waren. In dit verband verklaarden de vertegenwoordigers van Vanuatu dat pas over de voortzetting van de dialoog met de Commissie zou kunnen worden besloten na de uitslag van de algemene verkiezingen en de vorming van een nieuwe regering.

Vanuatu heeft geen maatregelen genomen om de omstandigheden te verhelpen die hebben geleid tot de tijdelijke opschorting van de visumvrijstelling, waardoor het toegenomen risico voor de binnenlandse veiligheid en de openbare orde van de lidstaten voortduurt. Tegelijkertijd is de Commissie van oordeel dat Vanuatu geen dialoog voert met de Unie. De Commissie is derhalve van mening dat de overeenkomst geheel moet worden opgeschort.

Besluit (EU) 2022/366 van de Raad zou derhalve moeten worden vervangen door een besluit van de Raad tot algehele opschorting van de toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf.

2022/0327 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de algehele opschorting van de toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, punt a), in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf 3 (hierna “de overeenkomst” genoemd) is ondertekend op, en wordt voorlopig toegepast sinds 28 mei 2015 4 om het reizen naar de Unie voor onderdanen van Vanuatu en het reizen naar Vanuatu voor burgers van de Unie te vergemakkelijken.

(2)De overeenkomst is gebaseerd op de gemeenschappelijke wens van de Unie en Vanuatu om de interpersoonlijke contacten, het toerisme en de handel tussen de Unie en Vanuatu te stimuleren.

(3)Krachtens artikel 8, lid 4, van de overeenkomst kan elk van beide partijen de overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten, met name in verband met de openbare orde of de bescherming van de nationale veiligheid. Het besluit tot opschorting moet uiterlijk twee maanden vóór de voorgenomen inwerkingtreding ervan worden meegedeeld aan de andere partij. Indien de redenen voor de opschorting niet langer bestaan, moet de partij die de toepassing van de overeenkomst heeft opgeschort, de andere partij onmiddellijk daarvan in kennis stellen en een einde aan de opschorting maken.

(4)Vanuatu past burgerschapsregelingen voor investeerders toe op grond waarvan onderdanen van andere landen die eerder geen banden met Vanuatu hadden, de Vanuataanse nationaliteit hebben gekregen en de overgrote meerderheid van de aanvragen is goedgekeurd. In de periode tot maart 2021 heeft Vanuatu meer dan 10 500 paspoorten afgegeven en was het afwijzingspercentage extreem laag 5 . Dit roept twijfels op over de betrouwbaarheid van de veiligheids- en de due-diligencescreening door de Vanuataanse autoriteiten.

(5)Bovendien behoren tot de landen van herkomst van succesvolle aanvragers verschillende landen waarvan de onderdanen in het bezit moeten zijn van een visum wanneer zij de buitengrenzen van de Unie overschrijden.

(6)Tijdens contacten tussen de Commissie en de Vanuataanse autoriteiten in oktober 2017, november 2019, juni 2020 en maart 2021 heeft de Commissie zich zeer bezorgd getoond over Vanuatu’s burgerschapsregelingen voor investeerders, en met name de verlening van het burgerschap aan in Interpol-databanken geregistreerde personen, het ontbreken van vereisten op het gebied van fysieke aanwezigheid of fysiek verblijf, de korte behandelingstermijnen voor de regelingen en het gebrek aan systematische uitwisseling van informatie met het land van herkomst van de aanvragers of het land waar zij eerder hun hoofdverblijfplaats hadden; de Commissie heeft de regering van Vanuatu bij die gelegenheden gewaarschuwd dat wederinvoering van de visumplicht tot de mogelijkheden behoorde, mocht er geen rekening worden gehouden met haar bezorgdheid. De door Vanuatu verstrekte uitleg volstond niet om die bezorgdheid weg te nemen.

(7)Bijgevolg is de toepassing van de overeenkomst bij Besluit (EU) 2022/366 van de Raad 6 gedeeltelijk opgeschort. De opschorting van de overeenkomst is beperkt tot gewone paspoorten die door Vanuatu zijn afgegeven vanaf 25 mei 2015, toen het aantal succesvolle aanvragers in het kader van de Vanuataanse burgerschapsregelingen voor investeerders sterk begon te stijgen.

(8)Hoewel de overeenkomst bij Besluit (EU) 2022/366 gedeeltelijk werd opgeschort, moest ook worden voorzien in opschorting op het niveau van het recht van de Unie.

(9)Derhalve heeft de Commissie op 27 april 2022 op basis van Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad 7 Uitvoeringsverordening (EU) 2022/693 8 vastgesteld, waarbij de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu die houder zijn van een vanaf 25 mei 2015 door Vanuatu afgegeven gewoon paspoort tijdelijk, voor een periode van negen maanden, namelijk van 4 mei 2022 tot en met 3 februari 2023, is opgeschort.

(10)Na de inwerkingtreding van die opschorting is de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1806 een intensievere dialoog met Vanuatu aangegaan om de situatie te verhelpen die tot de tijdelijke opschorting van de vrijstelling van de visumplicht heeft geleid.

(11)Hoewel deze dialoog op 12 mei 2022 van start is gegaan, heeft Vanuatu sindsdien zinvolle bijdrage meer geleverd. Tijdens de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/693 vastgestelde periode van negen maanden is het dan ook niet mogelijk gebleken de situatie te verhelpen die tot de tijdelijke opschorting van de vrijstelling van de visumplicht heeft geleid.

(12)De door Vanuatu toegepaste burgerschapsregelingen voor investeerders vormen nog steeds een verhoogd risico voor de binnenlandse veiligheid van de lidstaten en een omzeiling van de procedure van de Unie voor visa voor kort verblijf en van de bijbehorende beoordeling van de veiligheids- en migratierisico’s. Aangezien Vanuatu niets onderneemt om deze situatie te verhelpen, moet Besluit (EU) 2022/366 worden ingetrokken en moet de toepassing van de overeenkomst voor alle onderdanen van Vanuatu geheel worden opgeschort.

(13)Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad 9 ; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf voor onderdanen van Vanuatu wordt met ingang van 4 februari 2023 geheel opgeschort.

Artikel 2

Besluit (EU) 2022/366 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 39).
(2)    Uitvoeringsverordening (EU) 2022/693 van de Commissie van 27 april 2022 betreffende de tijdelijke opschorting van de vrijstelling van de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu (PB L 129 van 3.5.2022, blz. 18).
(3)    PB L 173 van 3.7.2015, blz. 48.
(4)    Besluit (EU) 2015/1035 van de Raad van 7 mei 2015 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (PB L 173 van 3.7.2015, blz. 46).
(5)    Op 14 juni 2021 door de dienst Paspoorten van Vanuatu verstrekte informatie.
(6)    Besluit (EU) 2022/366 van de Raad van 3 maart 2022 betreffende de gedeeltelijke opschorting van de toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Vanuatu inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (PB L 69 van 4.3.2022, blz. 105).
(7)    Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 39).
(8)    Uitvoeringsverordening (EU) 2022/693 van de Commissie van 27 april 2022 betreffende de tijdelijke opschorting van de vrijstelling van de visumplicht voor onderdanen van Vanuatu (PB L 129 van 3.5.2022, blz. 18).
(9)    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).