Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte /* COM/99/0561 def. - AVC 99/0223 */
Publicatieblad Nr. C 056 E van 29/02/2000 blz. 0006 - 0006
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Sedert de totstandbrenging van de Europese Economische Ruimte behoort het deelnemen van de EER-EVA-Staten aan communautaire programma's tot de normale gang van zaken. Bedoelde deelneming kan echter dikwijls niet van bij de aanvang van een bepaald programma tot stand komen, omdat de nodige procedures eerst na de vaststelling van het programma in de EU op gang kunnen worden gebracht. 2. De langlopende procedures die er de oorzaak van zijn dat de EER-EVA-deelneming met vertraging op gang komt, zijn vooral een obstakel voor het opzetten van consortia met partners uit genoemde landen. De vertraging geeft ook aanleiding tot budgettaire onzekerheid. 3. Op de deelneming van de EER-EVA-Staten wordt doorgaans reeds in het voorbereidend stadium van een nieuw programma geanticipeerd en naar dit feit wordt dikwijls ook in het vaststellingsbesluit verwezen. Er wordt eveneens rekening gehouden met een budgettaire bijdrage. De deelneming komt steeds tot stand op grond van de bestaande bepalingen van de EER-Overeenkomst. In slechts zeer uitzonderlijke gevallen is er behoefte aan speciale regelingen. De bepaling dat de Raad het standpunt van de Gemeenschap moet vaststellen wanneer het in feite slechts gaat om een herhaling van het reeds in het vaststellingbesluit omschreven standpunt, vergroot in de gegeven omstandigheden nodeloos de werkdruk in de comités van de Raad. 4. In Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte wordt bepaald dat met betrekking tot de EER-EVA-deelneming aan programma's de Raad het standpunt van de Gemeenschap vaststelt. Van die regel kan niet worden afgeweken zelfs wanneer in het vaststellingsbesluit voor het programma reeds wordt vermeld dat EER-EVA-deelneming zal worden gewaardeerd en voor die deelneming de gewone procedure wordt afgewikkeld. In tegenstelling tot programma's wordt met betrekking tot de uitbreiding - zonder belangrijke aanpassingen - van wetgeving het standpunt van de Gemeenschap door de Commissie vastgesteld. 5. Met het oog op een meer doeltreffend beheer van de EER-Overeenkomst, een vermindering van de budgettaire onzekerheid en vlottere behandeling van de EER-EVA-deelneming aan programma's wordt de Raad verzocht zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel voor een verordening waarbij de reeds voor gewone uitbreidingen van de toepasselijkheid van wetgeving geldende procedure eveneens voor de deelneming aan programma's wordt voorgeschreven. Aangezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad artikel 310 (voormalig artikel 238) als rechtsgrond heeft, is de instemming van het Parlement vereist. 99/0223 (AVC) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 310, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien de instemming van het Europees Parlement, Overwegende dat de communautaire besluiten betreffende programma's van de Gemeenschap zo spoedig mogelijk na de datum van inwerkingtreding in de Gemeenschap eveneens in de EER in werking dienen te treden; dat het met het oog daarop wenselijk is de Commissie in staat te stellen de besluiten betreffende de uitbreiding van deze programma's tot de EER vast te stellen en Verordening (EG) nr. 2894/94 van 28 November 1994 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte_ dienovereenkomstig te wijzigen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2894/94 wordt vervangen door: "De Commissie stelt het standpunt van de Gemeenschap vast met betrekking tot besluiten van het Gemengd Comité van de EER gericht op a) het zonder meer uitbreiden van communautaire rechtsinstrumenten tot de EER, met de eventueel nodige technische aanpassingen; b) het uitbreiden van programma's van de Gemeenschap tot de EER, indien reeds in het besluit houdende vaststelling van het programma wordt aangegeven dat het programma voor deelneming door de EER-EVA-Staten in aanmerking komt, en het gaat om deelneming overeenkomstig de voorwaarden van deel VI en financiële deelneming overeenkomstig artikel 82, lid 1, sub a), van de EER-Overeenkomst." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter