tot wijziging van bijlage E bij Richtlijn 92/65/EEG van de Raad met het oog op de opneming van aanvullende gezondheidsmaatregelen voor de handel in levende bijen en de bijwerking van de modellen van de gezondheidscertificaten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1811)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/265/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG (1), en met name op artikel 22,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Het modelcertificaat voor de intracommunautaire handel in levende bijen (Apis mellifera) wordt vastgesteld in deel 2 van bijlage E bij Richtlijn 92/65/EEG. Dit gezondheidscertificaat bevat geen veterinairrechtelijke voorschriften met betrekking tot de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) of de tropilaelapsmijt (Tropilaelaps spp.), aangezien deze plagen niet in de Gemeenschap zijn geconstateerd.
(2)
In verband met de potentiële bedreiging die deze plagen vormen, moet de aanwezigheid daarvan nu echter aan de Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) worden gemeld en zijn bij Beschikking 2003/881/EG van de Commissie (2) beschermende maatregelen voor de invoer van levende bijen uit derde landen vastgesteld.
(3)
Mochten deze plagen ondanks deze maatregelen toch in de Gemeenschap worden binnengebracht, dan is het belangrijk dat aanvullende voorzorgsmaatregelen worden genomen om de verspreiding van de ziekte in de Gemeenschap te beperken. Het is daarom wenselijk dat het certificaat voor de intracommunautaire handel in levende bijen en hommels wordt herzien met het oog op de invoering van veterinairrechtelijke voorschriften betreffende plagen van de kleine bijenkastkever of de tropilaelapsmijt.
(4)
Deze voorschriften moeten tot doel hebben het verkeer van levende bijen (Apis mellifera) en hommels (Bombus spp.) uit besmette gebieden te beperken. Aangezien de kleine bijenkastkever en de tropilaelapsmijt zich snel kunnen verspreiden, moet bij een uitbraak van deze plagen een gebied van ten minste 100 km rond de besmette gebouwen worden ingesteld, waar beperkingen gelden.
(5)
Bovendien is overeenkomstig Beschikking 2003/623/EG van de Commissie (3) het Trade Control and Expert System (Traces), een geïntegreerd veterinair computersysteem, opgezet. Om Traces zo effectief mogelijk te laten functioneren, moeten de modellen voor de certificaten voor de intracommunautaire handel compatibel zijn met dit elektronische systeem.
(6)
Daarom moeten de gezondheidscertificaten in bijlage E bij Richtlijn 92/65/EEG worden gewijzigd om het functioneren van Traces te vergemakkelijken, en het gezondheidscertificaat in deel 2 van bijlage E moet bovendien worden gewijzigd met het oog op de opneming van aanvullende veterinairrechtelijke voorschriften voor de handel in levende bijen en hommels.
(7)
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Bijlage E bij Beschikking 92/65/EEG wordt vervangen door de bijlage bij deze beschikking.
Artikel 2
Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 mei 2007.
92/65 EI Dieren van bedrijven (hoefdieren, vogels, haasachtigen, honden, katten en fretten)
II. Gezondheidsgegevens
II.a. Referentienummer certificaat
II.b. Lokaal referentienummer
Ondergetekende, officiële dierenarts (1)/dierenarts die verantwoordelijk is voor de inrichting van oorsprong en die erkend is door de bevoegde autoriteit verklaart hetgeen volgt:
II.1. op het ogenblik van de inspectie waren de hierboven beschreven dieren geschikt om voor de geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad;
II.2. aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad is voldaan;
II.3.1. herkauwers/suidae (1) die niet vallen onder Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (1):
a) behoren tot de soort;
b) hebben bij onderzoek geen klinische verschijnselen vertoond van een ziekte waarvoor het dier gevoelig is;
c) zijn afkomstig van een beslag dat officieel vrij is van tuberculose/officieel vrij is van brucellose of vrij is van brucellose/van een bedrijf waarvoor geen beperkingen in verband met varkenspest gelden (1) of van een bedrijf waar het dier met negatief resultaat de in artikel 6, lid 2, onder b), van Richtlijn 92/65/EEG bedoelde tests heeft ondergaan;
II.3.2. andere vogels dan die bedoeld in Richtlijn 90/539/EEG van de Raad (1)
voldoen aan de voorschriften van artikel 7 van Richtlijn 92/65/EEG en de dieren hebben bij het onderzoek geen enkel klinisch ziekteverschijnsel vertoond;
II.3.3. haasachtigen (1)
voldoen aan de voorschriften van artikel 9 van Richtlijn 92/65/EEG en de dieren hebben bij het onderzoek geen enkel klinisch ziekteverschijnsel vertoond;
II.3.4. honden, katten en fretten (1)
hetzij [a) voldoen aan de voorschriften van de artikelen 5 en 16 van Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad, en]
hetzij [a) voldoen aan de voorschriften van de artikelen 6 en 16 van Verordening (EG) nr. 998/2003, wanneer de handel plaatsvindt met Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, en]
(b) hebben in de laatste 24 uur vóór verzending een klinisch onderzoek door een door de bevoegde autoriteit erkende dierenarts ondergaan en uit dit onderzoek is gebleken dat de dieren in goede gezondheid verkeren en geschikt zijn om te worden vervoerd.
II.4. De aanvullende garanties ten aanzien van de in bijlage B (2) bij Richtlijn 92/65/EEG vermelde ziekten zijn als volgt (1):
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.6: Nr. van de begeleidende documenten: Cites, indien van toepassing.
Vak I.19: Gebruik de juiste GS-codes: 01.06.19, 01.06.31, 01.06.32, 01.06.39.
Vak I.31: Identificatie: indien mogelijk moet elk dier apart worden geïdentificeerd, maar voor kleine dieren kan worden volstaan met identificatie van de partij.
Leeftijd en geslacht: alleen in te vullen voor levende dieren, indien van toepassing.
92/65 EII Bijen/koninginnen (Apis mellifera) en hommels (Bombus spp.)
II. Gezondheidsgegevens
II.a. Referentienummer certificaat
II.b. Lokaal referentienummer
Ondergetekende verklaart dat:
II.1. de bijen/hommels:
a) komen uit een gebied waarvoor geen verbodsmaatregel geldt in verband met de aanwezigheid van Amerikaans vuilbroed. (Een eventuele verbodsmaatregel blijft van toepassing tot ten minste 30 dagen na de datum waarop het laatste geval is geconstateerd en na de datum waarop alle bijenkasten en -korven binnen een straal van drie km door de bevoegde autoriteit zijn gecontroleerd en alle besmette kasten en korven zijn verbrand, dan wel zijn behandeld en door de bevoegde autoriteit ziektevrij zijn bevonden.);
b) komen uit een gebied met een straal van ten minste 100 km, waar geen beperkingen gelden in verband met het vermoeden of het bevestigde voorkomen van de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) of van de tropilaelapsmijt (Tropilaelaps spp) en waar deze plagen niet voorkomen;
c) en dat hun verpakking een visueel onderzoek heeft ondergaan met het oog op de detectie van de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) of eieren en larven daarvan, of andere plagen, met name Tropilaelaps spp., die bijen treffen;
II.2. de aanvullende garanties ten aanzien van de in bijlage B (1) bij Richtlijn 92/65/EEG vermelde ziekten als volgt zijn (2):
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.31.: Diersoort: Apis mellifera of Bombus spp. invullen.
Hoeveelheid: aantal volken aangeven.
Partijnummer: indien van toepassing, aantal zegels aangeven.
Deel II:
(1) Op verzoek van een lidstaat die krachtens de communautaire regelgeving aanvullende garanties kan eisen.
(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
Erkende dierenarts of erkende ambtenaar
Naam (in hoofdletters):
Kwalificatie en titel:
Lokale veterinaire eenheid:
Nr. van de lokale veterinaire eenheid:
Datum:
Handtekening:
Stempel
Deel 3 — Gezondheidscertificaat voor de handel in dieren, sperma, embryo’s en eicellen, afkomstig uit erkende instellingen, instituten of centra
92/65 EIII Dieren, sperma, embryo’s en eicellen, afkomstig uit erkende instellingen, instituten of centra
II. Gezondheidsgegevens
II.a. Referentienummer certificaat
II.b. Lokaal referentienummer
Ondergetekende, dierenarts die verantwoordelijk is voor de inrichting van oorsprong en die erkend is door de bevoegde autoriteit, verklaart hetgeen volgt:
II.1. de instelling, het instituut of het centrum van oorsprong is overeenkomstig bijlage C bij Richtlijn 92/65/EEG erkend voor de handel in de hierboven beschreven dieren, sperma, embryo’s of eicellen;
II.2. de in dit certificaat beschreven dieren/donordieren zijn vandaag onderzocht en zijn gezond bevonden en vrij van klinische symptomen van besmettelijke ziekten, met name de in bijlage A bij Richtlijn 92/65/EEG genoemde ziekten; ten aanzien van de dieren gelden geen beperkende maatregelen en zij hebben in de instelling, het instituut of het centrum verbleven sedert hun geboorte, dan wel de laatste (maanden of jaren);
II.3. op het ogenblik van de inspectie waren de hierboven beschreven dieren geschikt om voor de geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad, de voorschriften van de IATA en/of de door de Cites vastgestelde richtsnoeren voor het vervoer, naar gelang van het geval;
II.4. de aanvullende garanties ten aanzien van de in bijlage B (1) bij Richtlijn 92/65/EEG vermelde ziekten zijn als volgt (2):
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
Ziekte
Besluit
II.5. vogels overeenkomstig Beschikking 2006/474/EG van de Commissie zijn op (datum) tegen aviaire influenza ingeënt met het vaccin (benaming).
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.6: Nr. van de begeleidende documenten: Cites, indien van toepassing.
Vak I.19: Gebruik de juiste GS-codes: 01.06.31, 01.06.32, 01.06.39, 01.06.11, 01.06.19, 05.11.99.90.
Vak I.31: Identificatie: indien mogelijk moet elk dier apart worden geïdentificeerd maar voor kleine dieren kan worden volstaan met identificatie van de partij.
Leeftijd en geslacht: alleen in te vullen voor levende dieren, indien van toepassing.
Deel II:
(1) Op verzoek van een lidstaat die krachtens de communautaire regelgeving aanvullende garanties kan eisen.
(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.