<!DOCTYPE html PUBLIC "yes" "xhtml1-strict.dtd">
<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
<!--GENDOC2XHTML # converter_version: 1.2.15-->
  <head>
    <title>2025-07-202507C103202305820-00-TRA-DOC-NL-CONCL-C-0582-23-202500875-07_00</title>
    <meta content="text/html; charset=utf-8" http-equiv="Content-Type"/>
    <meta content="" name="Gendoc_DGTGeneratedDate"/>
    <meta content="nl-NL" name="Gendoc_Lang"/>
    <meta content="" name="Gendoc_GenerationDate"/>
    <meta content="" name="IsFlattened"/>
    <meta content="1" name="NumProc"/>
    <meta content="Final" name="Gendoc_EditionType"/>
    <meta content="0001" name="Gendoc_CaseNumberSuite"/>
    <meta content="19/08/2025 11:26:47" name="Gendoc_LastVerificationDate"/>
    <meta content="" name="Gendoc_ProcedureNumber"/>
    <meta content="nl" name="Gendoc_LangCode"/>
    <meta content="CNC" name="TypeDoc"/>
    <meta content="yNF/2+m5XVd4Ae7R6OfTBcmNZMaMAdJn0fGHH7YYIfPFigjFIdenzoI7CnLG3I5uMdOjk+05IBC6hmR6t5zeQlMUnuE+2ixtjdIB056/ynFGCCsbRT4WC4dmYQ/xpbB8KBSBl18N9C0OlIk04E9lcvBEdmPEF1K7sTZGlbHjR0Y=" name="GenDocUID"/>
    <meta content="P" name="TypeProc"/>
    <meta content="" name="CreateCustomParts"/>
    <meta content="OK" name="ReadyToPublish"/>
    <meta content="douilti" name="Gendoc_User"/>
    <meta content="" name="EP_Mode"/>
    <meta content="" name="Gendoc_DGTGenerated"/>
    <meta content="" name="Gendoc_Vademecum"/>
    <meta content="0582" name="NumeroOrdre"/>
    <meta content="2023" name="Annee"/>
    <meta content="P" name="Gendoc_ProcedureType"/>
    <meta content="" name="EP_Version"/>
    <meta content="NL" name="Langue"/>
    <meta content="douilti" name="Gendoc_DGTGeneratedUser"/>
    <meta content="FAST_document_go_ok" name="Gendoc_LastVerificationStatus"/>
    <meta content="CNC_C" name="Gendoc_GendocTemplateType"/>
    <meta content="TRUE" name="WithoutAuthorBlockFlatP"/>
    <meta content="GenDoc 24-02-25 16:38:30" name="Created"/>
    <meta content="" name="Canevas3_Vademecum"/>
    <meta content="TRUE" name="WithoutAuthorBlock"/>
    <meta content="" name="Gendoc_CaseYear"/>
    <meta content="false" name="Generation_In_Progress"/>
    <meta content="C" name="Juridiction"/>
    <meta content="c85060fe06cd4bd39108410c0c95950b" name="DocumentIdentifier"/>
    <meta content="0582" name="Gendoc_CaseNumber"/>
    <meta content="ImportedWithoutSource" name="SdlIdentifier"/>
    <meta content="RP" name="NatureAff"/>
    <meta content="RP" name="Gendoc_CaseNature"/>
    <meta content="0001" name="NumSuite"/>
    <meta content="C" name="Gendoc_Juridiction"/>
  </head>
  <body>
    <div style="header">
      <div id="rId24" style="first"/>
      <div id="rId20" style="even">Conclusie van adv.-gen. Spielmann – Zaak C‑582/23</div>
      <div id="rId21" style="default">Wiszkier</div>
    </div>
    <p class="C36Centre" id="para-1" title="page-1">
      CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
    </p>
    <p class="C36Centre" id="para-2" title="page-1">
      D. SPIELMANN
    </p>
    <p class="C36Centre" id="para-3" title="page-1">
      van 6 maart 2025  (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-1" href="#t-1">1</a>
</span>)
      
    </p>
    <p class="C38Centregrasgrandespacement" id="para-4" title="page-1">
      Zaak C‑582/23 [Wiszkier]  (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-2" href="#t-2">i</a>
</span>)
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-5" title="page-1">
      R.S.
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-6" title="page-1">
      in tegenwoordigheid van:
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-7" title="page-1">
      C. S.A.,
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-8" title="page-1">
      P.C., als curator van R.S. en M.S.,
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-9" title="page-1">
      M.K., als curator van G. S.A., in liquidatie,
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-10" title="page-1">
      J.J.,
    </p>
    <p class="C37Centregras" id="para-11" title="page-1">
      M.G.
    </p>
    <p class="C39Centreespacement" id="para-12" title="page-1">
      [verzoek van de Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi (rechter in eerste aanleg Łódź, Polen) om een prejudiciële beslissing]
    </p>
    <p class="C71Indicateur" id="para-13" title="page-1">
      „Prejudiciële verwijzing – Consumentenbescherming – Richtlijn 93/13/EEG – Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten – Artikel 6, lid 1 – Artikel 7, lid 1 – Bevoegdheden en verplichtingen van de nationale rechter – Aan een vreemde valuta gekoppelde hypotheeklening die oneerlijke bedingen kan bevatten – Faillissementsprocedure – Ambtshalve toetsing van het bestaan van oneerlijke bedingen door de faillissementsrechter en mogelijkheid om voorlopige maatregelen te gelasten”
    </p>
    <p class="C02AlineaAltA" id="para-14" title="page-2">
      
        <br/>
      
    </p>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">1.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het onderhavige verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-3" href="#t-3">2</a>
</span>).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">2.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding dat voortvloeit uit een faillissementsprocedure tussen R.S., een consument in staat van persoonlijk faillissement, en zijn schuldeisers, waaronder de bank G. spółka akcyjna, gevestigd te W. (hierna: „G. Bank”), betreffende de vaststelling van een plan voor de voldoening van de schuldeisers.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">3.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de vraag of een nationale rechter bevoegd is om ambtshalve te onderzoeken of de bedingen van de aan een vreemde valuta gekoppelde hypothecaire kredietovereenkomst tussen de gefailleerde en G. Bank oneerlijk zijn en, zo ja, voorlopige maatregelen te gelasten ter bescherming van de door richtlijn 93/13 aan de consument toegekende rechten.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">4.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Hoewel het Hof bekend is met dit vraagstuk, vertoont de onderhavige zaak bepaalde bijzonderheden. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een faillissementsprocedure van natuurlijke personen die geen economische activiteit uitoefenen, door een rechtbank (de faillissementsrechter) die tot taak heeft om op basis van een door een andere rechterlijke instantie (de rechter-commissaris) goedgekeurde lijst van schuldvorderingen een plan voor de voldoening van de schuldeisers op te stellen dan wel vast te stellen dat de reeds in de failliete boedel bijeengebrachte activa voldoende zijn om alle schulden te voldoen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Toepasselijke bepalingen</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Unierecht</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">5.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13 bepaalt:</p>
</td>
</tr>
</table>
    <p class="C02AlineaAltA" id="para-22" title="page-3">
      „De lidstaten bepalen dat oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een consument onder de in het nationale recht geldende voorwaarden de consument niet binden en dat de overeenkomst voor de partijen bindend blijft indien de overeenkomst zonder de oneerlijke bedingen kan voortbestaan.”
    </p>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">6.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 7, lid 1, van die richtlijn luidt:</p>
</td>
</tr>
</table>
    <p class="C02AlineaAltA" id="para-24" title="page-3">
      „De lidstaten zien erop toe dat er in het belang van de consumenten alsmede van de concurrerende verkopers, doeltreffende en geschikte middelen bestaan om een eind te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen consumenten en verkopers.”
    </p>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Pools recht</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Faillissementswet</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">7.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De faillissementsprocedure wordt geregeld door de ustawa z dnia 28 lutego 2003 r. – Prawo upadłościowe (faillissementswet van 28 februari 2003, Dz. U. van 2019, volgnr. 498, zoals gewijzigd; hierna: „faillissementswet”).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">8.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Krachtens artikel 2, lid 2, van de faillissementswet wordt de door deze wet geregelde procedure ten aanzien van natuurlijke personen die geen economische activiteit uitoefenen, op zodanige wijze gevoerd dat de in de faillissementsprocedure niet uitgevoerde schulden van de gefailleerde kunnen worden kwijtgescholden en dat de vorderingen van de schuldeisers zo veel mogelijk worden voldaan.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">9.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 61 van deze wet bepaalt dat het vermogen van de gefailleerde vanaf de datum van de faillietverklaring wordt omgevormd tot de failliete boedel, die dient ter voldoening van zijn schuldeisers. Bovendien omvat de failliete boedel overeenkomstig artikel 62 van die wet het vermogen dat op de datum van de faillietverklaring toebehoort aan de gefailleerde en het vermogen dat tijdens de faillissementsprocedure werd verworven, behoudens de uitzonderingen vermeld in de artikelen 63 tot en met 67 bis van de faillissementswet. Zo blijkt met name uit artikel 63, lid 1, punt 2, van deze wet dat het niet voor beslag vatbare deel van het arbeidsloon van de gefailleerde geen deel uitmaakt van de failliete boedel.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">10.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Krachtens artikel 152, leden 1 tot en met 3, van de faillissementswet staat het aan de rechter-commissaris om de faillissementsprocedure te leiden, toezicht te houden op de werkzaamheden van de curator, aan te geven voor welke handelingen van de curator toestemming van de rechter-commissaris of de vergadering van schuldeisers vereist is en wangedrag van de curator vast te stellen. Daarnaast verricht de rechter-commissaris de andere bij wet bepaalde taken. De rechter-commissaris en de curator kunnen zowel rechtstreeks als door middel van rechtstreekse communicatie op afstand, met name per telefoon, fax of e-mail, met elkaar communiceren over zaken die verband houden met de faillissementsprocedure.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">11.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 154 van deze wet bepaalt dat de rechter-commissaris in het kader van zijn werkzaamheden de rechten en plichten heeft van de rechtbank en de voorzitter van de rechtbank.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">12.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 236 van de faillissementswet bepaalt:</p>
</td>
</tr>
</table>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-33" title="page-4">
      „1) Schuldeisers die een vordering hebben op het persoonlijke vermogen van de gefailleerde en die voornemens zijn aan de faillissementsprocedure deel te nemen, zijn verplicht, indien dit nodig is voor de vaststelling van hun vordering, deze binnen de in de faillissementsverklaring gestelde termijn bij de rechter-commissaris in te dienen.
    </p>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-34" title="page-4">
      2) Schuldeisers hebben ook het recht om een vordering in te dienen wanneer deze gedekt is door een hypotheek, een pandrecht, een bezitloos pandrecht, een zekerheidsrecht ten gunste van de belastingdienst, een scheepshypotheek of een andere inschrijving in het kadaster of het scheepsregister. Als een schuldeiser deze vorderingen niet indient, worden zij ambtshalve opgenomen in de lijst van schuldvorderingen.
    </p>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-35" title="page-4">
      3) Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op schuldvorderingen die gedekt zijn door een hypotheek, een pandrecht, een bezitloos pandrecht, een zekerheidsrecht ten gunste van de belastingdienst of een scheepshypotheek op goederen die deel uitmaken van de failliete boedel, indien de gefailleerde geen schuldenaar is met betrekking tot zijn persoonlijke vermogen en de schuldeiser voornemens is zijn vorderingen op het bezwaarde goed in de faillissementsprocedure op te eisen.
    </p>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-36" title="page-4">
      4) De bepalingen van dit artikel met betrekking tot schuldvorderingen zijn van toepassing op andere schulden die uit de failliete boedel moeten worden voldaan.”
    </p>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">13.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Krachtens artikel 241 van de faillissementswet moet de rechter-commissaris, als de indiening van een schuldvordering voldoet aan bepaalde in andere artikelen van deze wet nader omschreven identificatie‑ en informatievereisten, onmiddellijk en uiterlijk binnen vijftien dagen een afschrift van de indiening aan de curator doen toekomen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">14.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 243 van die wet bepaalt dat de curator nagaat of de ingediende schuldvordering wordt gestaafd door de rekeningen of andere documenten van de gefailleerde of door inschrijvingen in het kadaster of andere registers, en de gefailleerde verzoekt om binnen een bepaalde termijn een verklaring over te leggen waarin hij vermeldt of hij de vordering erkent. Artikel 244 van dezelfde wet bepaalt dat de curator na het verstrijken van de termijn voor de indiening van schuldvorderingen en de verificatie van de ingediende schuldvorderingen onmiddellijk of uiterlijk twee maanden na het verstrijken van de termijn voor de indiening van schuldvorderingen een lijst van schuldvorderingen opstelt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">15.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Krachtens artikel 245, leden 2 en 4, van de faillissementswet vermeldt de curator, indien hij de ingediende vorderingen van een schuldeiser geheel of gedeeltelijk afwijst, zijn redenen hiervoor in een afzonderlijke rubriek. Deze redenen omvatten de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de schuldvordering en de bijbehorende documenten. De curator neemt in de lijst van schuldvorderingen in voorkomend geval ook de aangifte van de gefailleerde en de door hem aangevoerde redenen op, of een verklaring dat de gefailleerde die aangifte niet heeft ingediend noch de redenen daarvoor heeft aangegeven.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">16.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Overeenkomstig artikel 255, lid 2, van de faillissementswet wordt de datum van indiening van de lijst bekendgemaakt. Volgens artikel 256 van deze wet heeft de gefailleerde het recht om binnen twee weken na bekendmaking van de lijst van schuldvorderingen bezwaar aan te tekenen bij de curator, voor zover die lijst niet in overeenstemming is met zijn verzoeken of verklaringen. Uit dit artikel blijkt ook dat als de gefailleerde geen bezwaar heeft aangetekend ondanks daartoe te zijn opgeroepen, hij alleen nog bezwaar kan maken als hij aantoont dat dit te wijten is aan redenen buiten zijn wil.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">17.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 260, lid 2, van die wet bepaalt dat de rechter-commissaris, indien geen bezwaar is aangetekend, de lijst van schuldvorderingen na het verstrijken van de bezwaartermijn goedkeurt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">18.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 261 van dezelfde wet bepaalt dat de rechter-commissaris de lijst van schuldvorderingen ambtshalve kan wijzigen wanneer hij vaststelt dat er geheel of gedeeltelijk onbestaande schuldvorderingen op de lijst zijn geplaatst of dat er schuldvorderingen ontbreken die op de lijst zouden moeten staan. Daarnaast bepaalt dit artikel dat het besluit tot wijziging van de lijst ambtshalve wordt bekendgemaakt en dat tegen dit besluit beroep kan worden aangetekend.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">19.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In artikel 264, leden 1 tot en met 3, van de faillissementswet is bepaald dat na beëindiging of stopzetting van de faillissementsprocedure, het uittreksel uit de door de rechter-commissaris goedgekeurde lijst van schuldvorderingen, met daarop de schuldvordering en het bedrag dat de schuldeiser uit hoofde daarvan heeft ontvangen, een executoriale titel vormt die uitvoerbaar is tegen de gefailleerde. Als de gefailleerde de in de faillissementsprocedure ingediende schuldvordering niet heeft erkend en er nog geen definitieve rechterlijke uitspraak over is gedaan, kan hij verzoeken om de vaststelling dat de schuldvordering op de lijst van schuldvorderingen niet bestaat of een lagere waarde heeft. Nadat een formule van tenuitvoerlegging is aangebracht op het uittreksel uit de lijst van schuldvorderingen, kan de gefailleerde in het kader van een vordering tot staking van de tenuitvoerlegging van de executoriale titel aanvoeren dat een schuldvordering die is opgenomen in de lijst van schuldvorderingen niet bestaat of een lagere waarde heeft.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">20.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 49114, leden 1 tot en met 3, van de faillissementswet bepaalt dat de rechtbank, nadat het definitieve terugbetalingsplan is uitgevoerd of wanneer er wegens de ontoereikendheid van het vermogen van de gefailleerde geen terugbetalingsplan is opgesteld, na goedkeuring van de lijst van schuldvorderingen en na de gefailleerde, de curator en de schuldeisers te hebben gehoord, een plan voor de voldoening van de schuldeisers opstelt. Als uit de persoonlijke situatie van de gefailleerde duidelijk blijkt dat hij niet in staat zou zijn om in het kader van het plan voor de voldoening van de schuldeisers enig bedrag te betalen, zal de rechtbank de schulden van de gefailleerde kwijtschelden zonder een plan voor de voldoening van de schuldeisers op te stellen. De beslissing van de faillissementsrechtbank betreffende de vaststelling van een plan voor de voldoening van de schuldeisers of betreffende de kwijtschelding van de schulden van de gefailleerde zonder plan voor de voldoening van de schuldeisers, wordt aan de schuldeisers betekend en er kan beroep tegen worden aangetekend. Het in kracht van gewijsde gaan van deze beslissing maakt een einde aan de procedure.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">21.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In artikel 49115, leden 1 en 4, van de faillissementswet is bepaald dat de rechtbank in de beslissing betreffende de vaststelling van het plan voor de voldoening van de schuldeisers moet aangeven in welke mate en binnen welke termijn, die niet meer dan 36 maanden mag bedragen, de gefailleerde de in de lijst van schuldvorderingen opgenomen schulden die in de loop van de procedure niet zijn betaald op basis van terugbetalingsplannen, moet terugbetalen, en welk deel van de schulden van de gefailleerde die vóór de datum van de faillietverklaring verschuldigd waren, na de uitvoering van het plan voor de voldoening van de schuldeisers zal worden kwijtgescholden. De rechtbank is niet gebonden aan het standpunt van de gefailleerde over de voorwaarden van het plan voor de voldoening van de schuldeisers. Bij de vaststelling van het plan voor de voldoening van de schuldeisers houdt de rechtbank rekening met de verdiencapaciteit van de gefailleerde, de noodzaak voor de gefailleerde en de personen te zijnen laste om in hun behoeften te voorzien, met inbegrip van hun woonbehoefte, het bedrag van de uitstaande schuldvorderingen en de reële mogelijkheid om deze in de toekomst te voldoen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Arbeidswetboek</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">22.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Artikel 87 van de ustawa z dnia 26 czerwca 1974 r. – Kodeks pracy (wet van 26 juni 1974 houdende het arbeidswetboek; Dz. U. van 2022, volgnr. 1510, zoals gewijzigd) bepaalt onder meer dat in geval van uitvoering van andere schulden of verrekening met bedragen die door de werkgever zijn voorgeschoten om beroepskosten te dekken, maximaal de helft van het salaris kan worden ingehouden.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Feiten, hoofdgeding, prejudiciële vragen en procedure bij het Hof</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">23.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Op 30 maart 2007 heeft R.S. samen met zijn echtgenote en twee andere personen met G. Bank een aan de Zwitserse frank (CHF) gekoppelde hypothecaire kredietovereenkomst gesloten voor een bedrag van 489 821,63 Poolse zloty (PLN) (ongeveer 126 673 EUR) en met een looptijd van 360 maanden. Na de koppeling van het krediet hebben de kredietnemers zich ertoe verbonden om een bedrag van 211 952,23 CHF (ongeveer 130 456 EUR) aan G. Bank terug te betalen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-4" href="#t-4">3</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">24.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bij beslissing van 15 oktober 2019 heeft de 14e handelskamer bevoegd inzake faillissement en herstructurering van de Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi (rechter in eerste aanleg Łódź, Polen) R.S. persoonlijk failliet verklaard. Er werd een curator, P.C., aangesteld en een rechter-commissaris aangewezen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">25.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Vervolgens heeft de curator een lijst van schuldvorderingen opgesteld, die bij beslissing van 26 april 2021 van de rechter-commissaris is goedgekeurd. De schuldvordering van G. Bank uit hoofde van de betrokken kredietovereenkomst is in deze lijst opgenomen. R.S. heeft alle schuldvorderingen erkend en zich niet tegen deze lijst verzet. De rechter-commissaris heeft deze lijst ook niet ambtshalve gewijzigd.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">26.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Op 20 juli 2023 is G. Bank failliet verklaard en de procedure is met haar curator voortgezet.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">27.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het huidige stadium van de faillissementsprocedure is het aan de Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi, de verwijzende rechter, om op basis van de opgestelde lijst van schuldvorderingen en rekening houdend met de verdiencapaciteit van R.S. en het bedrag van de uitstaande schulden een plan voor de voldoening van de schuldeisers van R.S. vast te stellen, dan wel vast te stellen dat de reeds in de failliete boedel bijeengebrachte activa voldoende zijn om al zijn schulden te voldoen, zodat een terugbetalingsplan niet nodig is.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">28.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De verwijzende rechter is echter van mening dat de kredietovereenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de schuldvorderingen van G. Bank oneerlijke bedingen bevat die tot de nietigverklaring van die overeenkomst kunnen leiden, en merkt op dat dit aspect niet eerder door de curator en de rechter-commissaris is gecontroleerd. In dit geval zijn de schuldvorderingen van de bank mogelijk al betaald. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-5" href="#t-5">4</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">29.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Volgens de verwijzende rechter heeft de gefailleerde weliswaar alle schuldvorderingen erkend, maar blijkt uit het dossier van de faillissementsprocedure niet dat hij op de hoogte is gebracht van de mogelijk oneerlijke bedingen van de betrokken kredietovereenkomst, noch dat hij met volledige kennis van zaken heeft verklaard dat hij geen beroep doet op de door richtlijn 93/13 geboden bescherming. Integendeel, na afloop van de terechtzitting bij de verwijzende rechter heeft de raadsman van de gefailleerde, die hem sinds 3 november 2022 vertegenwoordigt, in een brief aangegeven dat die overeenkomst mogelijk nietig is omdat deze oneerlijke bedingen bevat en dat de terug te betalen bedragen daarom mogelijk moeten worden verlaagd.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">30.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De verwijzende rechter wijst erop dat het in een faillissementsprocedure moeilijk is om vast te stellen welke autoriteit in voorkomend geval verantwoordelijk is voor de toetsing van de mogelijke oneerlijkheid van de contractuele bedingen waaruit de in de faillissementsprocedure ingediende schuldvorderingen voortvloeien. De curator zendt de lijst van schuldvorderingen namelijk door naar de rechter-commissaris, die deze in beginsel niet ten gronde onderzoekt. De rechter-commissaris kan die lijst inderdaad ambtshalve wijzigen. Echter, wanneer de gefailleerde of de schuldeisers zich niet tegen de lijst verzetten en de rechter-commissaris deze niet ambtshalve wijzigt, is de faillissementsrechter na de goedkeuring ervan aan de lijst gebonden.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">31.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Volgens de verwijzende rechter staan de toepasselijke bepalingen van het nationale recht de faillissementsrechter dus niet toe om bij het opstellen van een plan voor de voldoening van de schuldeisers zelf te toetsen of de contractuele bedingen oneerlijk zijn. Hij kan alleen de behandeling van de zaak schorsen en de zaak verwijzen naar de rechter-commissaris, die volgens de nationale wetgeving de bevoegdheid heeft om de lijst van schuldvorderingen ambtshalve te wijzigen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">32.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Gedurende deze gehele procedure en totdat de beslissing van de faillissementsrechter inzake de vaststelling van een plan voor de voldoening van de schuldeisers in kracht van gewijsde is gegaan, blijven de automatische inhoudingen op het salaris van de gefailleerde naar de failliete boedel vloeien. In casu wordt sinds de faillietverklaring 50 % van het salaris van de gefailleerde automatisch ingehouden en in de failliete boedel gestort, zodat hij na de inhouding nog 3 500 PLN (ongeveer 754 EUR) (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-6" href="#t-6">5</a>
</span>) van zijn salaris overhoudt, en een mogelijk overschot kan hem pas na afloop van de faillissementsprocedure worden uitgekeerd.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">33.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bovendien staat de nationale wetgeving de faillissementsrechter en de rechter-commissaris niet toe om het bedrag van deze inhoudingen op enigerlei wijze te wijzigen. Alleen de faillissementsrechter kan bij het opstellen van een plan voor de voldoening van de schuldeisers rekening houden met de persoonlijke situatie van de gefailleerde, zijn financiële behoeften en die van zijn naaste familieleden, en beslissen dat het bedrag dat na afloop van de procedure maandelijks moet worden afgelost indien nodig wordt vastgesteld op een bedrag dat lager is dan de inhoudingen op zijn salaris.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">34.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Volgens de verwijzende rechter zou de verwijzing van de vraag inzake het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen naar de rechter-commissaris evenwel leiden tot een vertraging van de behandeling van de zaak, aangezien de rechter tijdens de terechtzitting met betrekking tot de vaststelling van het plan voor de voldoening van de schuldeisers doorgaans reeds over alle informatie beschikt die hij nodig heeft om deze vraag te beoordelen. De beslissing om een dergelijke wijziging aan te brengen wordt overgelaten aan de rechter-commissaris, en tegen zijn beslissing kan beroep worden ingesteld bij de faillissementsrechter.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">35.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Voorts heeft de gefailleerde aangevoerd dat het gedeelte van zijn salaris dat hij na inhouding overhield onvoldoende was om in zijn behoeften en die van zijn gezin te voorzien.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">36.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Derhalve is de verwijzende rechter van mening dat de gefailleerde kan worden ontmoedigd om een beroep te doen op de door richtlijn 93/13 geboden bescherming. Als hij geen beroep zou doen op die bescherming, zou de faillissementsrechter rekening houdend met zijn behoeften en die van zijn naaste familieleden sneller een terugbetalingsplan voor hem kunnen opstellen, waarbij hij waarschijnlijk lagere bedragen zou moeten terugbetalen dan de bedragen die tot nu toe op zijn salaris zijn ingehouden. Dit zou echter betekenen dat wordt aanvaard dat de gehele schuldvordering van G. Bank in de lijst van schuldvorderingen wordt opgenomen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">37.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Daarop heeft de Sąd Rejonowy dla Łodzi – Śródmieścia w Łodzi de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:</p>
</td>
</tr>
</table>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-64" title="page-4">
      „1) Moeten artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn [93/93] aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een faillissementsrechter gebonden is aan een lijst van schuldvorderingen die in het kader van een faillissementsprocedure is goedgekeurd door een rechter-commissaris, zodat de faillissementsrechter die de eindbeslissing in de procedure moet geven, niet kan toetsen of de contractuele bedingen oneerlijk zijn?
    </p>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-65" title="page-4">
      2) Moeten artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn [93/13] aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling op grond waarvan in het kader van een faillissementsprocedure geen voorlopige maatregelen kunnen worden gelast, zodat consumenten mogelijk worden ontmoedigd om een beroep te doen op de bescherming die hun door die richtlijn wordt geboden?”
    </p>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">38.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Schriftelijke opmerkingen zijn ingediend door de Poolse regering, de curator van de bank, de curator van de gefailleerde en de Europese Commissie. De Poolse regering, de curator van de bank en de Commissie hebben tijdens de openbare terechtzitting van 14 november 2024 eveneens mondelinge opmerkingen gemaakt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Analyse</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">39.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De kern van het door de verwijzende rechter in deze zaak aan de orde gestelde probleem is in de eerste plaats erin gelegen dat de faillissementsrechter in het kader van de faillissementsprocedure van natuurlijke personen die geen economische activiteit uitoefenen aan de lijst van schuldvorderingen is gebonden zodra die is goedgekeurd bij beslissing van de rechter-commissaris, die zelf een gerechtelijk orgaan is, en de procedure bij de faillissementsrechter aanhangig is gemaakt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">40.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Hoewel de curator de schuldvorderingen in beginsel ten gronde onderzoekt en de rechter-commissaris de bevoegdheid heeft om deze opnieuw te onderzoeken en de lijst van schuldvorderingen ambtshalve te wijzigen, is deze laatste daartoe niet verplicht. Zo heeft de verwijzende rechter aangegeven dat de rechter-commissaris de ingediende schuldvorderingen doorgaans alleen formeel onderzoekt. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-7" href="#t-7">6</a>
</span>) In het onderhavige geval wordt hoe dan ook niet betwist dat de curator en de rechter-commissaris de hypothecaire kredietovereenkomst tussen de gefailleerde en G. Bank niet hebben onderzocht vanuit het oogpunt van de door richtlijn 93/13 geboden bescherming tegen oneerlijke bedingen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">41.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het stadium van de vaststelling van het plan voor de voldoening van de schuldeisers kan een faillissementsrechter die, ambtshalve of na een verzoek van een consument, twijfels heeft over het oneerlijke karakter van de bedingen van een overeenkomst waaruit een in de faillissementsprocedure ingediende schuldvordering voortvloeit, niet beoordelen of deze bedingen oneerlijk zijn en de lijst van schuldvorderingen niet dienovereenkomstig wijzigen, zelfs indien een dergelijk onderzoek niet eerder heeft plaatsgevonden.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">42.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De faillissementsrechter kan daarentegen de behandeling van de zaak schorsen en de vraag inzake het oneerlijke karakter van deze contractuele bedingen verwijzen naar de rechter-commissaris, die bevoegd is om de lijst van schuldvorderingen ambtshalve te wijzigen. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris over de aan hem voorgelegde vraag kan beroep worden aangetekend bij de faillissementsrechter. Een dergelijke wijziging van de lijst van schuldvorderingen wordt echter overgelaten aan de rechter-commissaris, die niet gebonden is aan het standpunt van de faillissementsrechter daarover.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">43.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In de tweede plaats mogen voor de duur van de faillissementsprocedure geen voorlopige maatregelen worden genomen om het ingehouden bedrag van het salaris van de gefailleerde aan te passen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">44.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Tegen deze achtergrond heeft de verwijzende rechter de twee prejudiciële vragen gesteld, die ik achtereenvolgens zal behandelen, waarbij ik tevens een overzicht zal geven van de algemene beginselen die zijn neergelegd in de rechtspraak van het Hof, dat zich herhaaldelijk heeft gebogen over de kwestie van de ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen en, in mindere mate, over de vaststelling van voorlopige maatregelen in het kader van de consumentenbescherming.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Eerste prejudiciële vraag: ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">45.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Gelet op de motivering van de verwijzende rechter in het verzoek om een prejudiciële beslissing en op de kern van het probleem zoals uiteengezet in de punten 39 tot en met 42 van de onderhavige conclusie, en teneinde de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven, stel ik voor de eerste prejudiciële vraag aldus te herformuleren (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-8" href="#t-8">7</a>
</span>) dat het Hof kan beoordelen of artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een faillissementsrechter in een faillissementsprocedure gebonden is aan de lijst van schuldvorderingen zodra die is goedgekeurd door een gerechtelijk orgaan en de procedure bij de faillissementsrechter aanhangig is gemaakt, zodat hij niet kan beoordelen of de contractuele bedingen oneerlijk zijn en die lijst niet dienovereenkomstig kan wijzigen, maar in voorkomend geval de behandeling van de zaak moet schorsen en de vraag inzake het oneerlijke karakter van deze contractuele bedingen naar dat gerechtelijk orgaan moet verwijzen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">46.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Vooraf herinner ik eraan dat het door richtlijn 93/13 ingevoerde beschermingsstelsel berust op de gedachte dat de consument zich tegenover de verkoper in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie dan laatstgenoemde beschikt, waardoor hij met de tevoren door de verkoper opgestelde voorwaarden instemt zonder op de inhoud daarvan invloed te kunnen uitoefenen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-9" href="#t-9">8</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">47.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Gelet op die zwakke positie bepaalt artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13 dat oneerlijke bedingen de consument niet binden. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-10" href="#t-10">9</a>
</span>) Daarnaast verplicht artikel 7, lid 1, van deze richtlijn juncto de vierentwintigste overweging daarvan, de lidstaten om in doeltreffende en geschikte middelen te voorzien om een eind te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">48.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft bovendien benadrukt dat, om de door die richtlijn beoogde bescherming te kunnen waarborgen, de situatie van ongelijkheid tussen de consument en de verkoper enkel kan worden verholpen door een positief ingrijpen van de nationale rechter bij wie dergelijke gedingen aanhangig zijn, buiten de partijen bij de overeenkomst om. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-11" href="#t-11">10</a>
</span>) Zo heeft het Hof onder meer in het kader van een insolventieprocedure geoordeeld dat de nationale rechter, in het kader van de op hem rustende taken, ambtshalve moet toetsen of een contractueel beding dat binnen de werkingssfeer van richtlijn 93/13 valt, oneerlijk is en aldus het gebrek aan evenwicht tussen de consument en de verkoper moet compenseren zodra hij over de daartoe noodzakelijke gegevens, feitelijk en rechtens, beschikt. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-12" href="#t-12">11</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">49.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Net zoals het Hof heeft verduidelijkt met betrekking tot nationale executieprocedures zoals hypothecaire executieprocedures (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-13" href="#t-13">12</a>
</span>), moeten nationale faillissementsprocedures voldoen aan uit de rechtspraak van het Hof voortvloeiende eisen ten aanzien van een effectieve bescherming van de consument.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">50.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bovendien moet de nationale rechter krachtens artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13 alle consequenties trekken die volgens het nationale recht voortvloeien uit de vaststelling van het oneerlijke karakter van het betrokken beding, teneinde zich ervan te vergewissen dat de betrokken consument niet is gebonden aan dit beding, wat inhoudt dat het als oneerlijk beschouwde beding buiten toepassing moet worden gelaten, zodat het geen dwingende werking heeft ten opzichte van de consument en de consument wordt hersteld in de situatie waarin hij zich zonder dat beding rechtens en feitelijk zou hebben bevonden. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-14" href="#t-14">13</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">51.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Uit vaste rechtspraak blijkt ook dat het bij gebreke van een desbetreffende Unieregeling een aangelegenheid van het nationale recht van elke lidstaat is om krachtens het beginsel van procesrechtelijke autonomie de bevoegde rechter aan te wijzen en te voorzien in een procesrechtelijke regeling met betrekking tot vorderingen die gericht zijn op het beschermen van de rechten die justitiabelen aan het Unierecht ontlenen. Uit dien hoofde mag deze procesrechtelijke regeling niet ongunstiger zijn dan die welke geldt voor soortgelijke nationale vorderingen (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten niet in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel). (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-15" href="#t-15">14</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">52.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In casu blijkt niet uit de door de verwijzende rechter verstrekte informatie dat de relevante Poolse wettelijke regeling verschillend wordt toegepast naargelang een geschil betrekking heeft op aan het nationale recht ontleende rechten dan wel op aan het Unierecht ontleende rechten, zodat de navolgende analyse uitsluitend betrekking zal hebben op de vraag of de betrokken nationale wettelijke regeling in overeenstemming is met het doeltreffendheidsbeginsel.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">53.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Wat het doeltreffendheidsbeginsel betreft, volgt uit de rechtspraak van het Hof dat ieder geval waarin de vraag rijst of een nationale procedureregel de toepassing van het Unierecht onmogelijk of uiterst moeilijk maakt, moet worden onderzocht met inaanmerkingneming van de plaats van die regel in de gehele procedure en van het verloop en de bijzondere kenmerken van die procedure, tezamen met, zo nodig, de beginselen die aan het nationale stelsel van rechtspleging ten grondslag liggen, zoals de bescherming van de rechten van de verdediging, het rechtszekerheidsbeginsel en het goede verloop van de procedure. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-16" href="#t-16">15</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">54.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het licht van deze overwegingen zal ik eerst de verwijzing van de beoordeling van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen naar de rechter-commissaris in het licht van artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 onderzoeken. Vervolgens zal ik ingaan op bepaalde argumenten van de curator van de bank en de curator van de gefailleerde, waarmee zij in wezen stellen dat de gefailleerde zich tijdens de faillissementsprocedure heeft kunnen beroepen op het oneerlijke karakter van de bedingen in de betrokken kredietovereenkomst, zodat moet worden geoordeeld dat hij volkomen passief is gebleven, of er zelfs bewust van heeft afgezien om zich te beroepen op de hem door richtlijn 93/13 geboden bescherming. Ten slotte zal ik het Hof in het licht van alle uiteengezette overwegingen en gelet op de omstandigheden van het hoofdgeding een antwoord op de eerste prejudiciële vraag voorstellen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Verwijzing van de beoordeling van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen naar de rechter-commissaris in het licht van het doeltreffendheidsbeginsel</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">55.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft reeds geoordeeld dat het feit dat een actieve houding van de consument en de inleiding van een afzonderlijke procedure op tegenspraak vereist is (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-17" href="#t-17">16</a>
</span>), of dat er in een bijzondere procedure bepaalde procedurele vereisten gelden voor de consument opdat deze zijn rechten kan doen gelden (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-18" href="#t-18">17</a>
</span>), nog niet betekent dat hij geen effectieve rechterlijke bescherming geniet.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">56.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Derhalve rijst de vraag in hoeverre een nieuwe tussenkomst van de rechter-commissaris de consument een effectieve rechterlijke bescherming kan waarborgen en aan de vereisten van artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 kan voldoen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">57.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het onderhavige geval moet worden vastgesteld dat uit het verzoek om een prejudiciële beslissing blijkt dat de rechter-commissaris, aan wie de vraag inzake het oneerlijke karakter van contractuele bedingen wordt voorgelegd zodat hij in voorkomend geval de lijst van schuldvorderingen dienovereenkomstig kan wijzigen, niet gebonden is door het oordeel van de faillissementsrechter over het oneerlijke karakter van de betrokken bedingen en kan beslissen dat deze lijst niet hoeft te worden gewijzigd. Bovendien is de rechter-commissaris krachtens de toepasselijke bepalingen van het nationale recht niet verplicht om het oneerlijke karakter van contractuele bedingen te beoordelen en kan de faillissementsrechter hem krachtens die bepalingen daartoe niet verplichten. Bij de nieuwe tussenkomst van de rechter-commissaris bestaat er dus een zekere mate van onzekerheid over de beoordeling van de mogelijke oneerlijkheid van contractuele bedingen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">58.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Uit het dossier blijkt eveneens dat tegen de beslissing van de rechter-commissaris beroep kan worden ingesteld bij de faillissementsrechter, die dan bevoegd is om de mogelijke oneerlijkheid van de contractuele bedingen te toetsen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-19" href="#t-19">18</a>
</span>) In het geval van verzet tegen de beslissing van de rechter-commissaris zou het daarom onvermijdelijk aan de faillissementsrechter staan om aan het einde van dit „juridische pingpongspel” (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-20" href="#t-20">19</a>
</span>) te beslissen of de betrokken bedingen oneerlijk zijn en of de lijst van schuldvorderingen moet worden gewijzigd.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">59.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bovenop de genoemde onzekerheid komt, zoals de verwijzende rechter benadrukt, nog een ongerechtvaardigde vertraging bij de behandeling van de zaak, aangezien deze rechter reeds beschikt over alle feitelijke en juridische gegevens aan de hand waarvan hij kan beoordelen of de bedingen van de betrokken kredietovereenkomst oneerlijk zijn.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">60.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Ik merk bovendien op dat een beslissing om de behandeling van de zaak te schorsen en de vraag inzake het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen naar de rechter-commissaris te verwijzen, volgens de verwijzende rechter tot gevolg heeft dat, voor de volledige duur van het eventuele onderzoek van die vraag door de rechter-commissaris, de helft van het salaris van de gefailleerde blijft worden ingehouden als bijdrage aan de failliete boedel. In casu heeft de gefailleerde aangevoerd dat het bedrag dat overbleef na deze inhouding onvoldoende was om in zijn behoeften en die van zijn gezin te voorzien. De door de verwijzende rechter beschreven bepalingen die van toepassing zijn op de faillissementsprocedure staan de faillissementsrechter of de rechter-commissaris niet toe het ingehouden bedrag aan te passen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-21" href="#t-21">20</a>
</span>) Zoals ik hierboven in herinnering heb gebracht (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-22" href="#t-22">21</a>
</span>), kan de faillissementsrechter namelijk alleen bij het vaststellen van het plan voor de voldoening van de schuldeisers rekening houden met de persoonlijke situatie van de gefailleerde en bij de vaststelling van het terugbetalingsplan waarmee een einde wordt gemaakt aan de faillissementsprocedure, beslissen dat een lager maandelijks bedrag moet worden terugbetaald.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">61.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Dienaangaande blijkt uit de rechtspraak van het Hof dat de bescherming die richtlijn 93/13 de consument verleent zich uitstrekt tot de gevallen waarin de consument die met een kredietverstrekker een overeenkomst heeft gesloten die een oneerlijk beding bevat, zich niet op het oneerlijke karakter van dat beding beroept, onder meer omdat hij ervan afziet zijn rechten geldend te maken wegens de kosten van een vordering in rechte (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-23" href="#t-23">22</a>
</span>), of wanneer er een niet te onderschatten risico bestaat dat hij niet het vereiste verzet aantekent wegens de verhouding tussen de kosten van een rechtsvordering en het bedrag van de betwiste schuld, die de consument niet mag ontmoedigen om zich tot de rechter te wenden voor het onderzoek of contractuele bedingen oneerlijk zijn (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-24" href="#t-24">23</a>
</span>).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">62.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het kader van een faillissementsprocedure als de onderhavige bestaat mijns inziens een niet te onderschatten risico dat de gefailleerde, die zich reeds in een precaire financiële situatie bevindt, wordt ontmoedigd om de hem door richtlijn 93/13 verleende rechten uit te oefenen. Dit is namelijk het geval wanneer een faillissementsrechter die twijfels heeft over het oneerlijke karakter van bepaalde contractuele bedingen, enkel de behandeling van de zaak kan schorsen en de zaak naar de rechter-commissaris kan verwijzen, waardoor de procedure langer duurt en de gefailleerde nog langer in een situatie blijft waarin automatische inhoudingen op zijn salaris worden toegepast die niet kunnen worden aangepast, vooral wanneer er geen garantie is dat de rechter-commissaris het oneerlijke karakter van de betrokken bedingen zal onderzoeken.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">63.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Voor zover de vraag of bepaalde bedingen oneerlijk zijn reeds door de faillissementsrechter ambtshalve of op verzoek van de gefailleerde naar de rechter-commissaris is verwezen, kan de gefailleerde ook worden ontmoedigd om tegen de beslissing van de rechter-commissaris in beroep te gaan, teneinde het moment waarop de faillissementsrechter bij de vaststelling van het plan voor de voldoening van de schuldeisers rekening kan houden met zijn financiële moeilijkheden, niet verder te vertragen, zelfs indien dit betekent dat de desbetreffende schuldvordering in haar geheel wordt gehandhaafd.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">64.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Derhalve ben ik van mening dat de faillissementsprocedure in het hoofdgeding de verwezenlijking van het doel van richtlijn 93/13 in gevaar brengt en in strijd is met de rechtspraak van het Hof dat de specifieke kenmerken van de gerechtelijke procedure, waar in een nationaalrechtelijke context de kredietverstrekker en de consument tegenover elkaar staan, geen factor kunnen vormen die de rechtsbescherming kan doorkruisen die de consument op grond van richtlijn 93/13 dient toe te komen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-25" href="#t-25">24</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">65.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het hypothetische karakter van de toetsing van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen door een gerechtelijk orgaan moet worden beschouwd als onvoldoende om de volle werking te verzekeren van de door richtlijn 93/13 beoogde bescherming van de consument. Het is noodzakelijk dat een dergelijke toetsing – indien nodig ambtshalve – wordt verricht, hetzij door een eerste rechterlijke instantie die in de procedure optreedt, hetzij door de tweede rechterlijke instantie, en er mag geen significant risico bestaan dat de consument ervan afziet om zich te beroepen op de door richtlijn 93/13 geboden bescherming tegen oneerlijke bedingen, die concreet en effectief moet zijn en niet theoretisch of illusoir.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">66.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In de omstandigheden van deze zaak en in het licht van de rechtspraak van het Hof zijn er dan ook sterke aanwijzingen dat artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 zich verzetten tegen de toepassing van de betrokken nationale procedureregels, die mijns inziens geen geschikt en doeltreffend middel vormen om een einde te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen, zodat de bescherming die de consument wordt geboden onvolledig en ontoereikend is.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">67.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Aan deze conclusie wordt mijns inziens niet afgedaan door het feit dat de beslissing waarbij de rechter-commissaris de lijst van schuldvorderingen aanvankelijk goedkeurt, zoals de curator van de bank ter terechtzitting heeft aangevoerd, in kracht van gewijsde gaat wanneer er geen verzet tegen wordt aangetekend.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">68.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het is juist dat het beginsel van het gezag van gewijsde zowel in de rechtsorde van de Unie als in de nationale rechtsorden van groot belang is, en het Hof heeft bij tal van gelegenheden opgemerkt dat het, om zowel de stabiliteit van het recht en van de rechtsbetrekkingen als een goede rechtspleging te garanderen, van belang is dat rechterlijke beslissingen die definitief zijn geworden nadat de beschikbare beroepsmogelijkheden zijn uitgeput of nadat de voor het instellen van deze beroepen vastgestelde termijnen zijn verstreken, niet meer opnieuw in geding kunnen worden gebracht. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-26" href="#t-26">25</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">69.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft dan ook erkend dat de bescherming van de consument niet absoluut is. Meer in het bijzonder heeft het geoordeeld dat het Unierecht een nationale rechter niet gebiedt de nationale procedureregels buiten toepassing te laten die een beslissing gezag van gewijsde verlenen, ook al kan daardoor een schending van een bepaling van richtlijn 93/13 – van welke aard ook – worden opgeheven, op voorwaarde evenwel dat het gelijkwaardigheids‑ en het doeltreffendheidsbeginsel in acht worden genomen (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-27" href="#t-27">26</a>
</span>), en er geen significant risico bestaat dat de consument niet binnen de daartoe gestelde termijn verzet aantekent (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-28" href="#t-28">27</a>
</span>).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">70.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft eveneens verduidelijkt dat een nationale regeling volgens welke een ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen wordt geacht te hebben plaatsgevonden en gezag van gewijsde te hebben, ook al is er daarvoor geen motivering gegeven in een beslissing, gelet op de aard en het gewicht van het openbaar belang dat ten grondslag ligt aan de bescherming die richtlijn 93/13 aan de consument verleent, de op de nationale rechter rustende verplichting om ambtshalve te onderzoeken of contractuele bedingen mogelijk oneerlijk zijn, volledig kan uithollen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-29" href="#t-29">28</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">71.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Wanneer een beslissing niets bevat waaruit blijkt dat er is getoetst of de betrokken contractuele bedingen oneerlijk waren, is de consument volgens het Hof niet op de hoogte gebracht van die toetsing en ook niet, op zijn minst summier, van de redenen op grond waarvan de rechter heeft geoordeeld dat de betrokken bedingen niet oneerlijk waren. Een doeltreffende controle van de mogelijke oneerlijkheid van contractuele bedingen, zoals vereist door richtlijn 93/13, kan niet worden gewaarborgd indien het gezag van gewijsde ook geldt voor rechterlijke beslissingen waarin van een dergelijke toetsing geen gewag wordt gemaakt. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-30" href="#t-30">29</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">72.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In een dergelijk geval moet de laatst aangezochte rechter op grond van het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming – ook voor het eerst – kunnen beoordelen of de contractuele bedingen die als grondslag hebben gediend voor een beslissing die door een rechter op verzoek van een schuldeiser is gegeven en waartegen de schuldenaar geen verzet heeft aangetekend, oneerlijk zijn. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-31" href="#t-31">30</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">73.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het licht van deze rechtspraak ben ik van mening dat richtlijn 93/13 in de omstandigheden van het hoofdgeding, waarin de rechter-commissaris een beslissing heeft gegeven die kracht van gewijsde heeft, maar niet is getoetst of de contractuele bedingen waaruit een schuldvordering in de faillissementsprocedure voortvloeit oneerlijk zijn, vereist dat de faillissementsrechter ambtshalve of op verzoek van de partijen toetst of dergelijke bedingen oneerlijk zijn, zodra hij over de daartoe noodzakelijke feitelijke en juridische gegevens beschikt, en daaraan de nodige consequenties verbindt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">74.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Volgens de rechtspraak van het Hof kan dit slechts anders zijn indien de rechter-commissaris uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij heeft getoetst of de betrokken contractuele bedingen oneerlijk zijn en dat die toetsing – die minstens summier is gemotiveerd – geen oneerlijke bedingen aan het licht heeft gebracht, in voorkomend geval met de verduidelijking dat de beoordeling die deze rechter-commissaris naar aanleiding van die toetsing heeft gegeven, niet meer ter discussie zal kunnen worden gesteld indien binnen de daartoe gestelde termijn geen verzet wordt aangetekend. In de onderhavige zaak is dit echter niet het geval, hetgeen niet wordt betwist.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Passiviteit van de gefailleerde ten aanzien van de andere mogelijkheden om zich te beroepen op de door richtlijn 93/13 verleende rechten</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">75.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Uit de rechtspraak volgt inderdaad dat de eerbiediging van het doeltreffendheidsbeginsel niet zodanig ver kan worden doorgetrokken dat de volledige passiviteit van de betrokken consument wordt verholpen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-32" href="#t-32">31</a>
</span>) In dit verband is het van belang erop te wijzen dat het Hof in het arrest Asturcom (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-33" href="#t-33">32</a>
</span>) voor het eerst heeft verwezen naar deze uitdrukkelijke beperking van het ambtshalve optreden van een nationale rechter met betrekking tot de bescherming die consumenten aan richtlijn 93/13 ontlenen. Dit is ook de enige zaak waarin het Hof aan deze vaststelling een rechtstreeks gevolg heeft verbonden. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-34" href="#t-34">33</a>
</span>) In die zaak kwam de vraag of een arbitragebeding oneerlijk was aan de orde voor de rechter die belast was met de gedwongen tenuitvoerlegging van een definitief arbitraal vonnis. Het Hof oordeelde dat in omstandigheden zoals die in dat geval de inachtneming van het doeltreffendheidsbeginsel niet tevens kan impliceren dat van de nationale rechter wordt verlangd dat hij niet alleen een procedureel verzuim van een met zijn rechten onbekende consument herstelt, maar ook volledig de totale passiviteit verhelpt van de betrokken consument die niet aan de arbitrageprocedure had deelgenomen en niet binnen de in de nationale regeling bepaalde termijn van twee maanden een vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis had ingesteld, waardoor dat vonnis definitief was geworden.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">76.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Ik meen niettemin dat de omstandigheden van de onderhavige zaak verschillen van die welke het Hof tot die conclusie hebben gebracht in het arrest Asturcom. In casu heeft de gefailleerde deelgenomen aan de faillissementsprocedure en is hij via zijn raadsman voor de faillissementsrechter verschenen. Bovendien heeft deze raadsman na de terechtzitting bij de faillissementsrechter een document ingediend waarin hij stelde dat bepaalde contractuele bedingen van de betrokken kredietovereenkomst oneerlijk waren, waardoor de faillissementsrechter deze kwestie kon onderzoeken.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">77.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het is waar dat de gefailleerde geen verzet heeft aangetekend tegen de lijst van schuldvorderingen en geen vordering tot vaststelling van het niet-bestaan van de litigieuze schuldvordering heeft ingesteld.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">78.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Hem kan echter geen volledige passiviteit worden verweten.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">79.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bij een aantal gelegenheden heeft het Hof het in het arrest Asturcom ingenomen standpunt namelijk genuanceerd. Onder verwijzing naar deze rechtspraak betreffende de volledige passiviteit van de consument, heeft het Hof er meermaals aan toegevoegd dat moet worden onderzocht of er, gelet op de bijzonderheden van de betrokken nationale procedure, een niet te onderschatten risico bestaat dat consumenten in door ondernemers tegen hen ingestelde procedures, worden ontmoedigd om de rechten die zij aan richtlijn 93/13 ontlenen, te doen gelden, met name wegens de bijzonder korte verzettermijnen, ofwel omdat de verhouding tussen de kosten van een vordering in rechte en het bedrag van de betwiste schuld hem kan ontmoedigen zich te verdedigen, ofwel omdat hij de omvang van zijn rechten niet kent of niet ten volle beseft. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-35" href="#t-35">34</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">80.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In de onderhavige zaak blijkt uit het dossier dat de gefailleerde in het kader van een faillissementsprocedure naar Pools recht in beginsel geen verzet kan aantekenen tegen de lijst van schuldvorderingen en geen vordering tot vaststelling van het niet-bestaan van een schuldvordering kan instellen, tenzij hij vooraf aan de curator heeft verklaard dat hij weigert de betrokken schuldvordering te erkennen. De verwijzende rechter heeft er echter op gewezen dat indien de gefailleerde zijn twijfels over de oneerlijkheid van de contractuele bedingen aan de curator had geuit, dit zou hebben geleid tot een procedure bij een gewone rechterlijke instantie (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-36" href="#t-36">35</a>
</span>), hetgeen zou hebben geleid tot een verlenging van de faillissementsprocedure, gedurende welke op zijn salaris automatische inhoudingen blijven worden toegepast, en tot extra gerechtskosten.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">81.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Door de schuldvordering te erkennen, verliest de gefailleerde bovendien het recht om zich in een later stadium te beroepen op de nietigheid van de overeenkomst waarop de betrokken schuldvordering is gebaseerd. Ter terechtzitting werd bevestigd dat een dergelijke erkenning impliceert dat de gefailleerde zowel het bedrag van de schuldvordering als de rechtsgrondslag ervan erkent. Wat betreft de termijn waarbinnen de gefailleerde een verklaring houdende erkenning of niet-erkenning van de schuldvordering moet indienen, kan niet uit het dossier worden opgemaakt wat deze termijn is en de faillissementswet stelt alleen dat de curator een „bepaalde termijn” meedeelt. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-37" href="#t-37">36</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">82.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De verwijzende rechter heeft ook verklaard dat het verzet tegen de lijst van schuldvorderingen binnen twee weken na de bekendmaking van die lijst moet worden aangetekend en is onderworpen aan betaling van evenredige gerechtskosten ten belope van 5 % van het bedrag waarop het geding betrekking heeft, dat niet minder dan 30 PLN (ongeveer 6 EUR) en niet meer dan 100 000 PLN (ongeveer 22 000 EUR) mag bedragen (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-38" href="#t-38">37</a>
</span>). Deze kosten moesten bovendien worden betaald uit het eigen vermogen van de gefailleerde, dat bestond uit het restant van zijn salaris na inhoudingen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">83.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft reeds geoordeeld dat een termijn van twee weken bijzonder kort is en een niet te onderschatten risico inhoudt dat de consument niet het vereiste verzet aantekent (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-39" href="#t-39">38</a>
</span>), en dat een schuldenaar die een garantie moet stellen naar rato van het bedrag waarvan betaling wordt gevorderd, kan worden ontmoedigd om verzet aan te tekenen (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-40" href="#t-40">39</a>
</span>).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">84.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Tot slot mag niet worden vergeten dat de erkenning van de ondergeschikte positie van de consument ten opzichte van de verkoper, zowel wat betreft zijn mogelijkheid tot onderhandelen als de informatie waarover hij beschikt, de kern vormt van het stelsel van de door richtlijn 93/13 verleende bescherming. In de rechtspraak is telkens herhaald dat de consument zich mogelijk niet bewust is van het oneerlijke karakter van een beding in een hypothecaire leningsovereenkomst of dat hij de omvang van zijn uit richtlijn 93/13 voortvloeiende rechten niet ten volle beseft (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-41" href="#t-41">40</a>
</span>), wat zelfs het geval kan zijn op het tijdstip van of na de volledige nakoming van de overeenkomst (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-42" href="#t-42">41</a>
</span>).</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">85.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Mijns inziens kan de gefailleerde dan ook niet louter op grond van het feit dat het oneerlijke karakter van bepaalde bedingen van de betrokken kredietovereenkomst pas laat in de faillissementsprocedure aan de orde is gesteld, een volledige passiviteit worden verweten.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">86.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Uit het voorgaande volgt dat de door de verwijzende rechter uiteengezette regels voor de uitoefening van het recht om zich in het kader van een faillissementsprocedure naar Pools recht te beroepen op de door richtlijn 93/13 verleende bescherming, gegevens aan het licht brengen die ernstige twijfels doen rijzen over de doeltreffendheid van de beschikbare rechtsmiddelen. Naar mijn mening bestaat er dus een niet te onderschatten risico dat een consument ervan afziet om de curator om de bescherming te verzoeken die hij krachtens richtlijn 93/13 geniet, omdat hij de omvang van zijn rechten niet kent of niet ten volle beseft, en dat hij ervan afziet om verzet aan te tekenen tegen de lijst van schuldvorderingen, omdat de verhouding tussen de kosten van het verzet en het bedrag van de betwiste schuld hem kan ontmoedigen zich te verdedigen, waarbij het verzet bovendien binnen een bijzonder korte termijn moet worden aangetekend. In deze omstandigheden kan derhalve niet worden geoordeeld dat de gefailleerde zich volledig passief heeft gedragen in de zin van de in punt 75 van deze conclusie aangehaalde rechtspraak.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Besluit om zich niet te beroepen op de door richtlijn 93/13 verleende rechten</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">87.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het Hof heeft verduidelijkt dat het bij richtlijn 93/13 ingevoerde beschermingsstelsel niet verplicht is gesteld. Het recht van de consument op effectieve bescherming behelst ook het recht om rechten juist niet uit te oefenen, zodat de nationale rechter in voorkomend geval rekening moet houden met de door de consument uitgedrukte wil wanneer deze zich ervan bewust is dat een oneerlijk beding niet bindend is, maar toch aangeeft dat hij niet wil dat het buiten toepassing blijft en dus vrij en geïnformeerd met het betrokken beding instemt. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-43" href="#t-43">42</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">88.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het onderhavige geval wijst niets erop dat de gefailleerde vanaf het moment dat de lijst van schuldvorderingen door de curator werd opgesteld, zich ervan bewust was dat bepaalde bedingen van de betrokken kredietovereenkomst niet bindend waren en wist welke gevolgen daaruit voortvloeiden, zodat hij met kennis van zaken afstand zou hebben gedaan van het recht zich te beroepen op het oneerlijke karakter ervan en op de hem door richtlijn 93/13 geboden bescherming. Hij werd op 15 oktober 2019 failliet verklaard en bij beslissing van 26 april 2021 heeft de rechter-commissaris de lijst van schuldvorderingen goedgekeurd. De gefailleerde werd echter pas op 3 november 2022 door een raadsman vertegenwoordigd. Bovendien heeft deze raadsman onmiddellijk na de terechtzitting bij de faillissementsrechter een schriftelijk document ingediend waarin hij zich beriep op het oneerlijke karakter van de bedingen in de betrokken kredietovereenkomst.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">89.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Ik ben derhalve van mening dat, bij gebreke van advies van een raadsman, uit het feit dat de gefailleerde aan de curator heeft verklaard de ingediende schuldvorderingen te erkennen en dat hij geen verzet bij de rechter-commissaris heeft aangetekend, niet kan worden afgeleid dat hij definitief en op vrije en geïnformeerde wijze afstand heeft gedaan van zijn recht om zich te beroepen op het bij richtlijn 93/13 ten behoeve van de consument ingevoerde stelsel van bescherming tegen het gebruik van oneerlijke bedingen door verkopers.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Conclusie over de eerste prejudiciële vraag</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">90.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Gelet op alle voorgaande overwegingen ben ik van mening dat de Poolse procedureregels voor faillissementsprocedures, ten minste op de wijze waarop zij in de Poolse rechtspraktijk worden toegepast, van dien aard zijn dat zij de toepassing van de bescherming die richtlijn 93/13 aan consumenten wil bieden, voor hen uiterst moeilijk maken, en derhalve niet voldoen aan de normen voor een effectieve rechterlijke bescherming van de consument.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">91.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Ik geef het Hof derhalve in overweging op de eerste prejudiciële vraag te antwoorden dat artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan een faillissementsrechter in een faillissementsprocedure gebonden is aan de lijst van schuldvorderingen zodra die is goedgekeurd bij een beslissing van een gerechtelijk orgaan waaruit niet uitdrukkelijk blijkt dat het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen is onderzocht, en de procedure bij de faillissementsrechter aanhangig is gemaakt, zodat hij niet ambtshalve of op verzoek van een consument kan beoordelen of de contractuele bedingen oneerlijk zijn en die lijst niet dienovereenkomstig kan wijzigen, maar in voorkomend geval de behandeling van de zaak moet schorsen en de vraag inzake het oneerlijke karakter van deze contractuele bedingen naar dat gerechtelijk orgaan moet verwijzen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Tweede vraag: vaststelling van voorlopige maatregelen</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">92.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling op grond waarvan in het kader van een faillissementsprocedure als die in de onderhavige zaak geen voorlopige maatregelen kunnen worden gelast.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">93.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Wat de toekenning van voorlopige maatregelen betreft (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-44" href="#t-44">43</a>
</span>), herinner ik eraan dat het Unierecht de procedures voor de beoordeling van het vermeende oneerlijke karakter van een contractueel beding niet harmoniseert. Deze procedures zijn een zaak van de interne rechtsorde van de lidstaten, overeenkomstig het beginsel van de procedurele autonomie van de lidstaten, op voorwaarde evenwel dat zij het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel in acht nemen. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-45" href="#t-45">44</a>
</span>) Zoals hierboven aangegeven, is de onderstaande analyse toegespitst op het doeltreffendheidsbeginsel, dat als enige aan de orde is in de vragen van de verwijzende rechter.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">94.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Wat in het bijzonder de voorlopige maatregelen betreft waarom wordt verzocht teneinde de uit richtlijn 93/13 voortvloeiende rechten te doen gelden, heeft het Hof reeds geoordeeld dat artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van die richtlijn zich verzetten tegen een nationale regeling die de rechter ten gronde, die bevoegd is om te beoordelen of een contractueel beding oneerlijk is, belet om voorlopige maatregelen op te leggen, zoals de opschorting van een hypothecaire executieprocedure, wanneer die maatregelen noodzakelijk zijn ter verzekering van de volle werking van de beslissing die over het oneerlijke karakter van contractuele bedingen moet worden gegeven, aangezien die regeling afbreuk kan doen aan de doeltreffendheid van de door die richtlijn beoogde bescherming. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-46" href="#t-46">45</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">95.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Deze rechtspraak past echter in een bijzondere context. Zonder die mogelijkheid om voorlopige maatregelen te nemen kan met de einduitspraak van de rechter ten gronde waarbij het oneerlijke karakter van het betrokken contractuele beding wordt vastgesteld, aan de consument immers slechts bescherming achteraf worden geboden die uitsluitend in schadevergoeding bestaat en die onvolledig en ontoereikend is en geen geschikt en doeltreffend middel vormt om een einde te maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen, hetgeen in strijd is met artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-47" href="#t-47">46</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">96.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Zo ook heeft het Hof geoordeeld dat een individuele vordering van een consument tot vaststelling van het oneerlijke karakter van een contractueel beding moest kunnen worden geschorst in afwachting van een definitieve uitspraak met betrekking tot een tegelijkertijd aanhangige collectieve vordering, waarvan de uitkomst kon worden toegepast op de individuele vordering, omdat er een risico bestond dat de consument tijdens de gerechtelijke procedure tot nietigverklaring van een overeenkomst inzake een hypothecaire lening, die lang kon duren, hogere maandelijkse aflossingen betaalt dan de aflossingen die daadwerkelijk verschuldigd zijn indien dat beding buiten toepassing zou moeten worden gelaten. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-48" href="#t-48">47</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">97.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bovendien heeft het Hof verduidelijkt dat, wanneer de betrokken nationale regeling de vaststelling van voorlopige maatregelen toestaat, de door richtlijn 93/13 beoogde volle werking van de consumentenbescherming vereist dat deze maatregelen worden genomen op een wijze die de consument niet kan ontmoedigen een procedure in te leiden en voort te zetten. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-49" href="#t-49">48</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">98.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In een andere zaak waarin de nationale regeling ook de toekenning van voorlopige maatregelen toestond maar die maatregelen gewoonlijk werden geweigerd, heeft het Hof verklaard dat, indien de nationale rechter van oordeel is dat, ten eerste, er voldoende aanwijzingen zijn dat de betrokken contractuele bedingen oneerlijk zijn en dat de bedragen die de betrokken consument op grond van de leningsovereenkomst in het hoofdgeding heeft betaald, waarschijnlijk zullen worden terugbetaald, en ten tweede, de volle werking van de eindbeslissing ten gronde niet kan worden gewaarborgd indien geen voorlopige maatregel tot opschorting van de betaling van de op grond van die overeenkomst verschuldigde maandelijkse aflossingen wordt gelast, waarbij het aan de nationale rechter staat om dit te beoordelen rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, deze rechter dan voorlopige maatregelen moet toestaan houdende opschorting van de verplichting van die consument om betalingen te doen op grond van die overeenkomst. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-50" href="#t-50">49</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">99.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">In het onderhavige geval maakt de betrokken Poolse wettelijke regeling het niet mogelijk dat voorlopige maatregelen worden genomen om de situatie van een failliete consument in de loop van een faillissementsprocedure te verbeteren. (<span class="note footnote notemarker">
<a id="c-51" href="#t-51">50</a>
</span>)
      </p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">100.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Voorts is er geen risico op onverschuldigde betaling aan de schuldeiser die partij is bij de overeenkomst met het oneerlijke beding. De gefailleerde voldoet de schuldeisers nog niet tijdens de procedure, maar pas wanneer het door de faillissementsrechter opgestelde terugbetalingsplan van kracht wordt. Bovendien krijgt de gefailleerde na afloop van de faillissementsprocedure het mogelijke overschot in de failliete boedel terug.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">101.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De verwijzende rechter heeft echter aangegeven dat de middelen die tot op heden in de failliete boedel zijn gestort, rekening houdend met het bedrag daarvan en het bedrag van de schulden van de gefailleerde, mogelijk voldoende zijn om de schuldvorderingen – met uitzondering van de litigieuze schuldvordering – te voldoen. Men mag niet vergeten dat de failliete consument zich in een faillissementsprocedure reeds in een precaire situatie bevindt. Hoewel hij het in de failliete boedel gestorte overschot kan terugkrijgen, is hij niettemin gedurende de hele faillissementsprocedure beroofd van een deel van zijn salaris, dat automatisch wordt ingehouden, ook al zouden de middelen in de failliete boedel voldoende zijn om de schuldeisers te voldoen, met uitzondering van een schuldeiser die zich beroept op een overeenkomst met mogelijk oneerlijke bedingen. Het valt niet uit te sluiten dat de financiële problemen van de gefailleerde in een dergelijke situatie verslechteren, wat ook gevolgen kan hebben voor zijn naaste familieleden.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">102.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De verwijzende rechter sluit bovendien niet uit dat er bij gebreke van voorlopige maatregelen tot vermindering van het op het salaris van de gefailleerde ingehouden bedrag, gelet op de verlenging van de betrokken procedure indien het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen wordt onderzocht en het risico van verslechtering van zijn financiële situatie, een niet te onderschatten risico bestaat dat de gefailleerde ervan afziet de vorderingen in te stellen die nodig zijn om de hem door richtlijn 93/13 geboden bescherming te genieten, en genoegen neemt met een terugbetalingsplan met bedragen die lager zijn dan de op zijn salaris ingehouden bedragen, zoals in punt 60 van deze conclusie is opgemerkt.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">103.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">De door richtlijn 93/13 aan de consument verleende bescherming en het daaruit voortvloeiende vereiste van een effectieve rechterlijke bescherming laten mijns inziens dan ook duidelijk te wensen over wanneer de inhoudingen op zijn salaris ondanks een ambtshalve of op verzoek van de gefailleerde door een nationale rechter ingesteld onderzoek naar het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen op geen enkele manier kunnen worden aangepast, ook al kunnen de middelen in de failliete boedel het bedrag aan openstaande vorderingen, met uitzonderingen van de litigieuze vordering, dekken of zelfs overtreffen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">104.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Het is evenwel aan de nationale rechter om gelet op de specifieke omstandigheden van het geval te bepalen of de vaststelling van voorlopige maatregelen tot vermindering van de inhoudingen op het salaris van de gefailleerde, noodzakelijk is om de door richtlijn 93/13 aan de gefailleerde geboden bescherming, de volle werking van de met betrekking tot het oneerlijke karakter van de betrokken bedingen te wijzen beslissing, en het herstel van de juridische en feitelijke situatie van de gefailleerde te waarborgen. Daarbij kan de nationale rechter met name rekening houden met het bestaan van voldoende aanwijzingen dat de betrokken contractuele bedingen oneerlijk zijn, met de concrete mogelijkheid dat de failliete boedel reeds voldoende middelen bevat om de schuldeisers te voldoen, met uitzondering van, in voorkomend geval, de litigieuze schuldvordering, alsmede met de financiële situatie van de gefailleerde en het risico dat hij te maken krijgt met een verlenging van de procedure die tot een ongerechtvaardigde verslechtering van zijn financiële situatie zou kunnen leiden in afwachting van de beëindiging van de faillissementsprocedure.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">105.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Bijgevolg geef ik het Hof in overweging om op de tweede prejudiciële vraag te antwoorden dat artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die het in een faillissementsprocedure niet mogelijk maakt dat passende voorlopige maatregelen worden genomen, indien de toekenning van dergelijke maatregelen nodig is om de volle werking van de met betrekking tot het oneerlijke karakter van contractuele bedingen te wijzen beslissing te waarborgen, hetgeen de verwijzende rechter dient te beoordelen.</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count"/>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Conclusie</p>
</td>
</tr>
</table>
    <table cellpadding="0" cellspacing="0" border="0" width="100%">
<col width="5%"/>
<col width="95%"/>
<tr>
<td valign="top">
<p class="count">106.</p>
</td>
<td valign="top">
<p class="normal">Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de Sąd Rejonowy dla Łodzi-Śródmieścia w Łodzi te beantwoorden als volgt:</p>
</td>
</tr>
</table>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-143" title="page-4">
      „1) Artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
    </p>
    <p class="C10Marge1" id="para-144" title="page-4">
      moeten aldus worden uitgelegd dat
    </p>
    <p class="C10Marge1" id="para-145" title="page-4">
      zij in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan een faillissementsrechter in een faillissementsprocedure gebonden is aan de lijst van schuldvorderingen zodra die is goedgekeurd bij een beslissing van een gerechtelijk orgaan waaruit niet uitdrukkelijk blijkt dat het oneerlijke karakter van de contractuele bedingen is onderzocht, en de procedure bij de faillissementsrechter aanhangig is gemaakt, zodat hij niet ambtshalve of op verzoek van een consument kan beoordelen of de contractuele bedingen oneerlijk zijn en die lijst niet dienovereenkomstig kan wijzigen, maar in voorkomend geval de behandeling van de zaak moet schorsen en de vraag inzake het oneerlijke karakter van deze contractuele bedingen naar dat gerechtelijk orgaan moet verwijzen.
    </p>
    <p class="C09Marge0avecretrait" id="para-146" title="page-4">
      2) Artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13
    </p>
    <p class="C10Marge1" id="para-147" title="page-4">
      moeten aldus worden uitgelegd dat
    </p>
    <p class="C10Marge1" id="para-148" title="page-4">
      zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die het in een faillissementsprocedure niet mogelijk maakt dat passende voorlopige maatregelen worden genomen, indien de toekenning van dergelijke maatregelen nodig is om de volle werking van de met betrekking tot het oneerlijke karakter van contractuele bedingen te wijzen beslissing te waarborgen, hetgeen de verwijzende rechter dient te beoordelen.”
    </p>
    <div/>
  <hr class="note"/>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-1" href="#c-1">1</a>
</span>) Oorspronkelijke taal: Frans.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-2" href="#c-2">i</a>
</span>) Dit is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-3" href="#c-3">2</a>
</span>) Richtlijn van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-4" href="#c-4">3</a>
</span>) Tegen de wisselkoers van 30 maart 2007.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-5" href="#c-5">4</a>
</span>) De verwijzende rechter heeft erop gewezen dat de schuld jegens G. Bank in geval van nietigverklaring van de betrokken kredietovereenkomst niet hoger zou zijn dan 489 821,63 PLN (ongeveer 126 673 EUR). Deze rechter heeft daaraan toegevoegd dat er ten aanzien van de twee andere personen met wie R.S. deze kredietovereenkomst had gesloten eveneens een faillissementsprocedure aanhangig is en dat G. Bank dit bedrag heeft verkregen uit de verkoop van de onverdeelde helft van het betreffende onroerende goed.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-6" href="#c-6">5</a>
</span>) Tegen de wisselkoers van 20 september 2023.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-7" href="#c-7">6</a>
</span>) Opgemerkt moet worden dat de Poolse regering ter terechtzitting heeft bevestigd dat de rechter-commissaris weliswaar het dossier van de curator kan opvragen en bewijsmateriaal kan verzamelen, maar dat hij dit dossier niet ambtshalve verkrijgt en niet automatisch bewijsmateriaal verzamelt.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-8" href="#c-8">7</a>
</span>) Volgens vaste rechtspraak is het in het kader van de bij artikel 267 VWEU ingestelde procedure van samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties en het Hof, de taak van het Hof om de nationale rechter een nuttig antwoord te geven aan de hand waarvan deze het bij hem aanhangige geding kan beslechten. Daartoe dient het Hof de voorgelegde vragen indien nodig te herformuleren [zie arrest van 16 juli 2020, Caixabank en Banco Bilbao Vizcaya Argentaria (C‑224/19 en C‑259/19, EU:C:2020:578, punt 46)].</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-9" href="#c-9">8</a>
</span>) Zie met name arresten van 15 juni 2023, Bank M. (Gevolgen van de nietigverklaring van een overeenkomst) (C‑520/21, EU:C:2023:478, punt 54 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 11 april 2024, Air Europa Líneas Aéreas (C‑173/23, EU:C:2024:295, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-10" href="#c-10">9</a>
</span>) Het gaat om een dwingende bepaling die beoogt het in de overeenkomst vastgelegde formele evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de contractpartijen te vervangen door een reëel evenwicht dat de gelijkheid tussen deze partijen herstelt. Zie in dit verband met name arresten van 11 april 2024, Air Europa Líneas Aéreas (C‑173/23, EU:C:2024:295, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 17 juli 2014, Sánchez Morcillo en Abril García (C‑169/14, EU:C:2014:2099, punt 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-11" href="#c-11">10</a>
</span>) Zie arresten van 21 april 2016, Radlinger en Radlingerová (C‑377/14, EU:C:2016:283, punt 53 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 14 december 2023, Getin Noble Bank (Verjaringstermijn voor vorderingen tot terugbetaling) (C‑28/22, EU:C:2023:992, punt 78 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-12" href="#c-12">11</a>
</span>) Zie met name arresten van 4 juni 2009, Pannon GSM (C‑243/08, EU:C:2009:350, punt 35); 14 maart 2013, Aziz (C‑415/11, EU:C:2013:164, punt 46); 30 april 2014, Barclays Bank (C‑280/13, EU:C:2014:279, punt 34); 17 juli 2014, Sánchez Morcillo en Abril García (C‑169/14, EU:C:2014:2099, punt 24), en 21 april 2016, Radlinger en Radlingerová (C‑377/14, EU:C:2016:283, punt 59), waarin het Hof onder meer heeft geoordeeld dat artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 zich verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die in een insolventieprocedure de rechter bij wie die procedure aanhangig is, belet ambtshalve te onderzoeken of contractuele bedingen waaruit de in die procedure aangemelde vorderingen voortvloeien, oneerlijk zijn, ook al beschikt die rechter over de daartoe noodzakelijke gegevens, feitelijk en rechtens.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-13" href="#c-13">12</a>
</span>) Zie arrest van 29 oktober 2015, BBVA (C‑8/14, EU:C:2015:731, punt 20 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-14" href="#c-14">13</a>
</span>) Zie in die zin arresten van 30 juni 2022, Profi Credit Bulgaria (Ambtshalve verrekening bij oneerlijke bedingen) (C‑170/21, EU:C:2022:518, punten 41 en 42; hierna: „arrest Profi Credit Bulgaria”); 15 juni 2023, Getin Noble Bank (Opschorting van de uitvoering van een kredietovereenkomst) (C‑287/22, EU:C:2023:491, punt 39), en 5 september 2024, Novo Banco e.a. (C‑498/22–C‑500/22, EU:C:2024:686, punten 138 en 139 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-15" href="#c-15">14</a>
</span>) Zie in die zin arrest van 12 februari 2015, Baczó en Vizsnyiczai (C‑567/13, EU:C:2015:88, punten 41 en 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-16" href="#c-16">15</a>
</span>) Zie met name arresten van 27 februari 2014, Pohotovosť (C‑470/12, EU:C:2014:101, punt 51 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 22 april 2021, Profi Credit Slovakia (C‑485/19, EU:C:2021:313, punt 53).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-17" href="#c-17">16</a>
</span>) Zie in die zin het arrest Profi Credit Bulgaria (punten 45‑49), waarin het Hof heeft geoordeeld dat een nationale regeling op grond waarvan de rechter in het kader van een betalingsbevelprocedure niet bevoegd is om na te gaan of een schuldvordering bestaat en de betrokken consument derhalve voor de uitoefening van zijn recht op volledige terugbetaling een afzonderlijke procedure moet inleiden, niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-18" href="#c-18">17</a>
</span>) Zie arrest van 31 mei 2018, Sziber (C‑483/16, EU:C:2018:367, punten 50 en 54), waarin het Hof onder meer heeft geoordeeld dat het doeltreffendheidsvereiste van de door richtlijn 93/13 nagestreefde bescherming niet in de weg stond aan het feit dat de consument via een andere doeltreffende procedurele voorziening terugbetaling kon vorderen van onverschuldigd betaalde bedragen.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-19" href="#c-19">18</a>
</span>) Ik baseer mij op de opmerkingen van de curator van de bank over de klacht die kan worden ingediend tegen de beslissing van de rechter-commissaris nadat hij het bezwaar heeft onderzocht dat is ingediend tegen de aanvankelijk door de curator opgestelde lijst van schuldvorderingen.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-20" href="#c-20">19</a>
</span>) Deze uitdrukking werd door advocaat-generaal Bobek in zijn conclusie in de zaak Torubarov (C‑556/17, EU:C:2019:339, punt 2) gebruikt om te verwijzen naar de ongewenste situatie waarin een zaak binnen een gerechtelijke structuur herhaaldelijk heen en weer wordt geschoven tussen rechters of, binnen het bestuursrecht, tussen rechters en administratieve autoriteiten.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-21" href="#c-21">20</a>
</span>) Ik merk op dat ik aan de hand van de opmerkingen van partijen, met inbegrip van hun antwoorden op de ter terechtzitting gestelde vragen, niet heb kunnen vaststellen of, en zo ja onder welke voorwaarden, de gefailleerde op grond van het betrokken nationale recht kan verzoeken en bewerkstelligen dat bepaalde van zijn vermogensbestanddelen niet in de boedel worden opgenomen, en in hoeverre de aldus bedoelde vermogensbestanddelen betrekking zouden kunnen hebben op de inhoudingen op zijn salaris. Aangezien de nationale rechter bij uitsluiting bevoegd is om de feiten van het hoofdgeding vast te stellen en te beoordelen en het nationale recht uit te leggen en toe te passen (arrest van 9 juli 2020, Raiffeisen Bank en BRD Groupe Société Générale, C‑698/18 en C‑699/18, EU:C:2020:537, punt 46; hierna: „arrest Raiffeisen Bank en BRD Groupe Société Générale”), ga ik er voor de onderhavige analyse van uit dat het op de betrokken faillissementsprocedure toepasselijke nationale recht de faillissementsrechter of de rechter-commissaris niet toestond de inhoudingen op het salaris van de gefailleerde aan te passen, zoals blijkt uit het verzoek om een prejudiciële beslissing.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-22" href="#c-22">21</a>
</span>) Zie punt 33 van deze conclusie.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-23" href="#c-23">22</a>
</span>) Zie in die zin bijvoorbeeld beschikking van 16 november 2010, Pohotovosť (C‑76/10, EU:C:2010:685, punten 43 en 44); arresten van 21 november 2002, Cofidis (C‑473/00, EU:C:2002:705, punt 34); 14 juni 2012, Banco Español de Crédito (C‑618/10, EU:C:2012:349, punt 54), en 4 juni 2020, Kancelaria Medius (C‑495/19, EU:C:2020:431, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-24" href="#c-24">23</a>
</span>) Zie arrest van 17 mei 2022, Impuls Leasing România (C‑725/19, EU:C:2022:396, punten 50, 58 en 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak; hierna: „arrest Impuls Leasing România”), waarin het Hof heeft verduidelijkt dat het waarschijnlijk is dat een schuldenaar die niet betaalt, niet beschikt over de nodige financiële middelen om de garantie te stellen die vereist is om verzet aan te tekenen, wat des te meer geldt wanneer de waarde van het voorwerp van de ingestelde vorderingen aanzienlijk hoger is dan de volledige waarde van de overeenkomst. Zie in dit verband ook arresten van 13 september 2018, Profi Credit Polska (C‑176/17, EU:C:2018:711, punten 67 en 68); 26 juni 2019, Addiko Bank (C‑407/18, EU:C:2019:537, punt 60), en 4 mei 2023, BRD Groupe Societé Générale en Next Capital Solutions (C‑200/21, EU:C:2023:380, punten 38 en 39).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-25" href="#c-25">24</a>
</span>) Zie met name arresten van 14 juni 2012, Banco Español de Crédito (C‑618/10, EU:C:2012:349, punt 55); 14 maart 2013, Aziz (C‑415/11, EU:C:2013:164, punt 62); 17 juli 2014, Sánchez Morcillo en Abril García (C‑169/14, EU:C:2014:2099, punt 46), en arrest Impuls Leasing România (punt 45 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-26" href="#c-26">25</a>
</span>) Zie met name arresten van 16 maart 2006, Kapferer (C‑234/04, EU:C:2006:178, punt 20 en aldaar aangehaalde rechtspraak); 6 oktober 2009, Asturcom Telecomunicaciones (C‑40/08, EU:C:2009:615, punten 35 en 36; hierna: „arrest Asturcom”); 26 januari 2017, Banco Primus (C‑421/14, EU:C:2017:60, punt 46), en 17 mei 2022, SPV Project 1503 e.a. (C‑693/19 en C‑831/19, EU:C:2022:395, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak; hierna: „arrest SPV Project 1503”).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-27" href="#c-27">26</a>
</span>) Zie in die zin arresten van 26 januari 2017, Banco Primus (C‑421/14, EU:C:2017:60, punt 49 en aldaar aangehaalde rechtspraak); SPV Project 1503 (punt 58 en aldaar aangehaalde rechtspraak); 17 mei 2022, Ibercaja Banco (C‑600/19, EU:C:2022:394, punten 41 en 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 18 januari 2024, Getin Noble Bank e.a. (Ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen) (C‑531/22, EU:C:2024:58, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Zie ook de conclusie van advocaat-generaal Tanchev in de gevoegde zaken SPV Project 1503 e.a. (C‑693/19 en C‑831/19, EU:C:2021:615, punten 71 en 72), en beschikking van 28 november 2018, PKO Bank Polski (C‑632/17, EU:C:2018:963, punt 45 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-28" href="#c-28">27</a>
</span>) Zie arrest van 18 februari 2016, Finanmadrid EFC (C‑49/14, EU:C:2016:98, punten 45‑55).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-29" href="#c-29">28</a>
</span>) Zie arrest SPV Project 1503 (punt 65).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-30" href="#c-30">29</a>
</span>) Zie in die zin arrest van 17 mei 2022, Ibercaja Banco (C‑600/19, EU:C:2022:394, punten 49 en 50), en conclusie van advocaat-generaal Medina in de zaak Všeobecná úverová banka (C‑598/17, EU:C:2023:22, punt 99). In punt 51 van het reeds aangehaalde arrest Ibercaja Banco heeft het Hof daarentegen geoordeeld dat deze bescherming zou worden gewaarborgd indien de nationale rechter in zijn beslissing waarbij verlof tot hypothecaire executie wordt verleend, uitdrukkelijk zou vermelden dat hij ambtshalve heeft getoetst of de bedingen van de aan de hypothecaire executieprocedure ten grondslag liggende titel oneerlijk zijn, dat die toetsing – die minstens summier is gemotiveerd – geen oneerlijke bedingen aan het licht heeft gebracht en dat de consument zich niet meer zal kunnen beroepen op het mogelijk oneerlijke karakter van die bedingen indien hij niet binnen de in het nationale recht vastgestelde termijn verzet aantekent.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-31" href="#c-31">30</a>
</span>) Zie in die zin arrest SPV Project 1503 (punten 65 en 66) en arrest van 18 januari 2024, Getin Noble Bank e.a. (Ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen) (C‑531/22, EU:C:2024:58, punt 58 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-32" href="#c-32">31</a>
</span>) Zie onder meer arresten van 17 mei 2022, Unicaja Banco (C‑869/19, EU:C:2022:397, punt 28); 22 september 2022, Vicente (Vordering tot betaling van advocatenhonorarium) (C‑335/21, EU:C:2022:720, punt 56; hierna: „arrest Vicente”); 13 juli 2023, CAJASUR Banco (C‑35/22, EU:C:2023:569, punt 28), en 18 januari 2024, Getin Noble Bank e.a. (Ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen) (C‑531/22, EU:C:2024:58, punt 45).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-33" href="#c-33">32</a>
</span>) Arrest Asturcom (punten 47 en 48).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-34" href="#c-34">33</a>
</span>) Het Hof heeft soms ook herinnerd aan het begrip „passiviteit” in verband met het feit dat de eis dat de consument een gerechtelijke procedure aanspant, op zich niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel [zie arresten van 10 september 2014, Kušionová, (C‑34/13, EU:C:2014:2189, punten 55‑57); 1 oktober 2015, ERSTE Bank Hungary (C‑32/14, EU:C:2015:637, punten 62 en 63), en Profi Credit Bulgaria (punt 48)].</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-35" href="#c-35">34</a>
</span>) Zie in die zin met name arrest van 13 juli 2023, CAJASUR Banco (C‑35/22, EU:C:2023:569, punt 28), waarin wordt verwezen naar het arrest Vicente (punt 56 en aldaar aangehaalde rechtspraak), waarin op zijn beurt wordt verwezen naar de punten 54 en 56 van het arrest van 14 juni 2012, Banco Español de Crédito (C‑618/10, EU:C:2012:349). Zie ook arrest van 18 januari 2024, Getin Noble Bank e.a. (Ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen) (C‑531/22, EU:C:2024:58, punten 53 en 60). Het Hof heeft ook op grond van andere omstandigheden geoordeeld dat er geen sprake was van passiviteit van de consument in de zin van de Asturcom-rechtspraak: zie arrest van 17 mei 2022, Unicaja Banco (C‑869/19, EU:C:2022:397, punt 38), en conclusie van advocaat-generaal Medina in de zaak GR REAL (C‑351/23, EU:C:2024:950, punt 105).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-36" href="#c-36">35</a>
</span>) Hoewel de curator van de bank dit ter terechtzitting heeft betwist, breng ik in herinnering dat in het kader van de procedure van artikel 267 VWEU, die op een duidelijke afbakening van de taken van de nationale rechterlijke instanties en van het Hof berust, de nationale rechter bij uitsluiting bevoegd is om de feiten van het hoofdgeding vast te stellen en te beoordelen en het nationale recht uit te leggen en toe te passen (zie arrest Raiffeisen Bank en BRD Groupe Société Générale, punt 46).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-37" href="#c-37">36</a>
</span>) Artikel 243 van de faillissementswet.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-38" href="#c-38">37</a>
</span>) Tegen de wisselkoers van 20 september 2023.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-39" href="#c-39">38</a>
</span>) Zie arresten van 13 september 2018, Profi Credit Polska (C‑176/17, EU:C:2018:711, punten 65 en 66), en 18 januari 2024, Getin Noble Bank e.a. (Ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen) (C‑531/22, EU:C:2024:58, punten 53‑55 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-40" href="#c-40">39</a>
</span>) Zie de conclusie van advocaat-generaal Tanchev in de zaak Impuls Leasing România (C‑725/19, EU:C:2021:616, punt 58), en arrest Impuls Leasing România (punt 60).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-41" href="#c-41">40</a>
</span>) Zie met name arresten van 20 september 2018, OTP Bank en OTP Faktoring (C‑51/17, EU:C:2018:750, punt 88); 10 juni 2021, BNP Paribas Personal Finance (C‑776/19–C‑782/19, EU:C:2021:470, punt 45), en 25 april 2024, Banco Santander (Aanvang van de verjaringstermijn) (C‑561/21, EU:C:2024:362, punt 33).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-42" href="#c-42">41</a>
</span>) Zie arrest Raiffeisen Bank en BRD Groupe Société générale (punt 65 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-43" href="#c-43">42</a>
</span>) Zie met name arresten van 14 april 2016, Sales Sinués en Drame Ba (C‑381/14 en C‑385/14, EU:C:2016:252, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 9 juli 2020, Ibercaja Banco (C‑452/18, EU:C:2020:536, punten 25‑28 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-44" href="#c-44">43</a>
</span>) Bij wijze van voorbeeld merk ik op dat de verwijzende rechter heeft aangegeven dat de voorlopige maatregelen die hij voornemens is te nemen, zouden bestaan in een vermindering van de maandelijkse inhouding op het salaris van de gefailleerde.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-45" href="#c-45">44</a>
</span>) Zie de conclusie van advocaat-generaal Medina in de zaak M.K. (C‑324/23, EU:C:2024:1031, punt 40), en onder meer arresten van 13 september 2018, Profi Credit Polska (C‑176/17, EU:C:2018:711, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak); Vicente (punt 53 en aldaar aangehaalde rechtspraak), en 15 juni 2023, Getin Noble Bank (Opschorting van de uitvoering van een kredietovereenkomst) (C‑287/22, EU:C:2023:491, punt 40).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-46" href="#c-46">45</a>
</span>) Zie in die zin arresten van 14 maart 2013, Aziz (C‑415/11, EU:C:2013:164, punten 59, 60 en 64), en 17 juli 2014, Sánchez Morcillo en Abril García (C‑169/14, EU:C:2014:2099, punt 28); zie ook beschikking van 14 november 2013, Banco Popular Español en Banco de Valencia (C‑537/12 en C‑116/13, EU:C:2013:759, punt 60).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-47" href="#c-47">46</a>
</span>) Dit is het geval wanneer de executie van de verhypothekeerde onroerende zaak heeft plaatsgevonden vóór de uitspraak van de rechter ten gronde waarbij het oneerlijke karakter van het aan de hypotheek ten grondslag liggende contractueel beding wordt vastgesteld en de executieprocedure dus nietig wordt verklaard, waardoor de woning definitief en onomkeerbaar verloren gaat, en dit des te meer wanneer het de gezinswoning van de consument is, zoals het geval was in de zaken Aziz, Banco Popular Español en Banco de Valencia en Sánchez Morcillo en Abril García (zie punt 94 van deze conclusie). Het Hof heeft in de zaak die heeft geleid tot de beschikking van 6 november 2019, BNP Paribas Personal Finance SA Paris Sucursala Bucureşti en Secapital (C‑75/19, EU:C:2019:950), op dezelfde wijze geredeneerd dat de van verzet te onderscheiden procedure in het kader waarvan een beroep kan worden gedaan op het oneerlijke karakter van een contractueel beding, geen gevolgen heeft voor de procedure van gedwongen tenuitvoerlegging, aangezien die bindend kan zijn voor de consument voordat er uitspraak is gedaan op de vordering tot vaststelling van het bestaan van dergelijke oneerlijke bedingen.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-48" href="#c-48">47</a>
</span>) Zie beschikking van 26 oktober 2016, Fernández Oliva e.a. (C‑568/14–C‑570/14, EU:C:2016:828, punten 34‑36), aangehaald in punt 42 van het arrest van 15 juni 2023, Getin Noble Bank (Opschorting van de uitvoering van een kredietovereenkomst) (C‑287/22, EU:C:2023:491).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-49" href="#c-49">48</a>
</span>) Zie in die zin arrest Impuls Leasing România (punt 60) betreffende de schorsing van een executieprocedure, en arrest van 9 april 2024 Profi Credit Polska (Heropening van een procedure die is afgesloten met een definitieve rechterlijke beslissing) (C‑582/21, EU:C:2024:282, punt 82).</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-50" href="#c-50">49</a>
</span>) Zie in die zin arrest van 15 juni 2023, Getin Noble Bank (Opschorting van de uitvoering van een kredietovereenkomst) (C‑287/22, EU:C:2023:491, punt 59), aangehaald in punt 85 van de conclusie van advocaat-generaal Medina in de zaak M.K. (C‑324/23, EU:C:2024:1031), die dienaangaande opmerkt dat uit dat arrest blijkt dat de noodzaak om voorlopige maatregelen toe te kennen in concreto moet worden beoordeeld, gelet op het doel om de volle werking van de te nemen beslissing te verzekeren.</p>
<p class="note footnote">(<span class="note footnote notemarker">
<a id="t-51" href="#c-51">50</a>
</span>) Er wordt niet betwist dat de nationale bepalingen die van toepassing zijn op faillissementsprocedures, niet voorzien in de toekenning van voorlopige maatregelen. Zoals de verwijzende rechter opmerkt, bepaalt artikel 229 van de faillissementswet dat de bepalingen van boek I van deel I van de Ustawa z dnia 17 listopada 1964 r. – Kodeks postępowania cywilnego (wet van 17 november 1964 – Pools wetboek van burgerlijke rechtsvordering; Dz. U. van 2021, volgnr. 1805, zoals gewijzigd), behoudens uitzonderingen, van overeenkomstige toepassing zijn op insolventieprocedures. De procedures betreffende conservatoire maatregelen staan echter in deel II van dat wetboek, wat ter terechtzitting is bevestigd.</p>
</body>
</html>
