29.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 197/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 745/2011 VAN DE COMMISSIE

van 28 juli 2011

houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Karlovarské trojhránky (BGA))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 7, lid 5, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, en artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 is de op 19 oktober 2004 door Tsjechië ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Karlovarské trojhránky” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Oostenrijk en Duitsland hebben overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 510/2006 bezwaar tegen de registratie aangetekend. Dit bezwaar is ontvankelijk verklaard op grond van artikel 7, lid 3, eerste alinea, onder a), b), c) en d), van die verordening.

(3)

Bij schrijven van 6 mei 2008 heeft de Commissie de betrokken lidstaten verzocht om in overeenstemming met hun interne procedures met elkaar tot een akkoord te komen.

(4)

Aangezien Tsjechië noch met Oostenrijk, noch met Duitsland een akkoord heeft bereikt binnen de vastgestelde termijn, moet de Commissie een besluit nemen volgens de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 bedoelde procedure.

(5)

Ten aanzien van de vermeende niet-naleving van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 510/2006, omdat de productie niet in het geografische gebied zou plaatsvinden en vanwege de hoedanigheid en de faam van het product, hebben de verantwoordelijke nationale autoriteiten bevestigd dat de productie wel degelijk in het geografische gebied plaatsvindt. Het verband was gebaseerd op de specifieke hoedanigheid van het product die is toe te schrijven aan het geografische gebied, namelijk het thermale water dat bij de productie wordt gebruikt, hetgeen voldoende is om aan de eisen van artikel 2, lid 1, onder b), te voldoen; of het product voldoende faam heeft om voor het overige aan artikel 2, lid 1, te voldoen, doet verder niet ter zake.

(6)

Uit de bezwaarschriften van Duitsland bleek dat merken met de benaming „Karlsbader Oblaten” reeds waren geregistreerd vóór de aanvraag tot registratie van de term „Karlovarské trojhránky” als beschermde geografische aanduiding. Verder is bewijs geleverd dat de consumenten in Duitsland de naam „Karlsbader Oblaten” met een bepaald soort wafel associëren. In de bezwaarschriften is echter geen bewijs geleverd dat de consumenten de wafels sterk associëren met een van de handelsmerken of alle handelsmerken als duidelijk onderscheiden van de beschrijvende term „Karlsbader Oblaten”, noch dat de consumenten misleid zouden kunnen worden ten aanzien van de werkelijke identiteit van een product dat onder de naam „Karlovarské trojhránky” op de markt wordt gebracht. De Commissie kan derhalve niet concluderen dat de registratie van de naam „Karlovarské trojhránky” strijdig is met artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 510/2006.

(7)

Aangezien een belangrijk deel van de namen „Karlsbader Oblaten” en „Karlovarské trojhránky” identiek is, is het redelijk de conclusie te trekken dat de namen gedeeltelijk identiek zijn in de zin van artikel 7, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 510/2006. Gezien de gelijkenissen tussen beide producten en hun gemeenschappelijke oorsprong, zou de aanvraag tot bescherming in de zin van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 510/2006, en met name lid 1, onder b), er bovendien toe kunnen leiden dat de benaming „Karlovarské trojhránky” bij registratie door een bevoegde rechterlijke instantie wordt beschouwd als beschermd tegen het gebruik van de benaming „Karlsbader Oblaten”. Uit de bewijzen blijkt bijgevolg dat het voortbestaan van de benaming „Karlsbader Oblaten” overeenkomstig artikel 7, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 510/2006 door de registratie van „Karlovarské trojhránky” in gevaar kan worden gebracht.

(8)

De bezwaarschriften zijn onder meer ontvankelijk verklaard op grond van het feit dat de registratie van de voorgestelde benaming het voortbestaan van een gedeeltelijk identieke naam, namelijk „Karlsbader Oblaten”, in gevaar zou brengen voor zover die naam wordt gebruikt voor een product en niet op grond van het merkenrecht is beschermd. Verder is gebleken dat de naam „Karlsbader Oblaten” zijn oorsprong vindt bij producenten in de stad die vroeger bekend stond als Karlsbad, en dat de productie van de wafel met die naam reeds geruime tijd plaatsvindt. Bovendien blijkt dat de benaming „Karlsbader Oblaten” verwijst naar een authentiek en traditioneel product, maar geen munt slaat uit de faam van de benaming „Karlovarské trojhránky”. Om deze redenen dient te worden voorzien in de maximale overgangsperiode als bedoeld in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 510/2006.

(9)

Aangezien de voorwaarden van artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 510/2006 niet zijn vervuld, kunnen merken die de term „Karlsbader Oblaten” bevatten, en die waren beschermd door registratie of waarop door gebruik rechten zijn verworven vóór de datum waarop de aanvraag tot registratie van „Karlovarské trojhránky” was ingediend, niet nietig worden verklaard en kan het verdere gebruik ervan niet worden belemmerd op grond van de registratie van „Karlovarské trojhránky” als beschermde geografische aanduiding, mits aan de overige algemene voorschriften van het merkenrecht wordt voldaan.

(10)

Ten aanzien van het generieke karakter had het bewijs dat in de bezwaarschriften wordt geleverd, betrekking op het algemene gebruik van de term „Karlsbader Oblaten”, en niet op de term „Karlovarské trojhránky”. Hoewel in de bezwaarschriften nog wel het bewijs is geleverd dat in een aantal gevallen sprake is van het gebruik van algemene beschrijvende termen, waaronder de Duitse vermelding „Karlsbader Oblaten”, is niet aangetoond dat de naam „Karlovarské trojhránky” is gebruikt om een categorie producten aan te duiden die niet van oorsprong uit de streek van Karlovy Vary afkomstig is. De bezwaarschriften houden geen rekening met de situatie in Tsjechië. Op basis van de verstrekte informatie kan de naam „Karlovarské trojhránky” derhalve niet als soortnaam worden beschouwd, zodat artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 510/2006 niet van toepassing is.

(11)

In het licht van het voorafgaande dient de benaming „Karlovarské trojhránky” te worden opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, en mag de benaming „Karlsbader Oblaten” gedurende een overgangsperiode van vijf jaar verder worden gebruikt in omstandigheden die, zonder een dergelijke overgangsperiode, in strijd zouden kunnen zijn met de bescherming in de zin van artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 510/2006.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde benaming wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 2

1.   De term „Karlsbader Oblaten” mag voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt voor de aanduiding van wafels die niet in overeenstemming zijn met het productdossier voor „Karlovarské trojhránky”.

2.   Handelsmerken die de term „Karlsbader Oblaten” bevatten en die vóór 19 oktober 2004 waren beschermd door registratie of waarop vóór die datum door gebruik rechten zijn verworven, kunnen niet nietig worden verklaard en het verdere gebruik ervan kan niet worden belemmerd op grond van de registratie van „Karlovarské trojhránky” als beschermde geografische aanduiding, mits aan de overige algemene voorschriften van het merkenrecht wordt voldaan.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(2)   PB C 206 van 5.9.2007, blz. 29.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 510/2006 genoemde levensmiddelen:

Categorie 2.4.   Brood, gebak, suikerwerk, biscuits en andere bakkerswaren

TSJECHIË

Karlovarské trojhránky (BGA)