EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 718 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië
EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 718 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
ALGEMENE OVERWEGINGEN
(1)Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht 1 , samen met de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten 2 en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad tot vaststelling van de begrotingskaders van de lidstaten 3 , vormen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader is gericht op het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei door middel van hervormingen en investeringen. Het bevordert de nationale verantwoordelijkheid en heeft een focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffende en coherente handhaving van de regels.
(2)De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad 4 worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan daadwerkelijk een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de betrokken lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie gaat aanpakken. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.
(3)Na de indiening van het plan beoordeelt de Commissie of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
(4)Op aanbeveling van de Commissie neemt de Raad vervolgens een aanbeveling aan waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.
OVERWEGINGEN BETREFFENDE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN ITALIË
(5)Op 15 oktober 2024 heeft Italië zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond, met het oog op de door Italië aangevoerde redenen, plaats na een verlenging van de in artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie.
Proces voorafgaand aan de indiening van het plan
(6)Op 21 juni 2024 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1263 het referentiepad 5 aan Italië toegezonden. De Commissie heeft het referentiepad op 15 oktober 2024 bekendgemaakt 6 . Het referentiepad is risicogebaseerd en zorgt ervoor dat de overheidsschuld tegen het einde van de begrotingsaanpassingsperiode en zonder verdere begrotingsmaatregelen na de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op middellange termijn op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort tijdens de aanpassingsperiode tot onder 3 % van het bbp wordt teruggebracht en op middellange termijn onder die referentiewaarde blijft. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode. Overeenkomstig artikel 6, punt d), en de artikelen 7 en 8 van Verordening (EU) 2024/1263 is het referentiepad ook consistent met de tekortbenchmark, de schuldhoudbaarheidswaarborg en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort. Het referentiepad van Italië bepaalt dat op basis van de aannamen van de Commissie en uitgaande van een aanpassingsperiode van zeven jaar, de netto-uitgaven niet sneller mogen groeien dan de waarden in tabel 1. Dit komt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven met 1,5 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2031) en met 1,5 % gedurende de door het plan bestreken periode (2025-2029).
Tabel 1: Referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 aan Italië heeft verstrekt
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde 2025-2029 |
Gemiddelde 2025-2031 |
|
|
Maximale groei netto-uitgaven (jaarlijks, %) |
1,6 |
1,6 |
1,5 |
1,4 |
1,3 |
1,3 |
1,4 |
1,5 |
1,5 |
Bron: Berekeningen van de Commissie.
(7)Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 hebben Italië en de Commissie tussen juli en september 2024 een technische dialoog gevoerd. De dialoog was toegespitst op het door Italië beoogde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen (met name macro-economische aannamen en elasticiteiten), de beoogde hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, met inbegrip van hervormingen en investeringen zoals hervormingen op het gebied van civiel recht, overheidsdiensten, kinderopvang, het ondernemingsklimaat, de belastingdienst, het beheer van de overheidsuitgaven, en staatsondernemingen, en de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige groene en digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.
(8)In september 2024 heeft Italië overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 volgens de door Italië in zijn plan verstrekte informatie overleg gepleegd met de sociale partners, lokale en regionale autoriteiten en andere belanghebbenden.
(9)De Italiaanse begrotingsraad (parlementaire begrotingsinstantie) heeft advies uitgebracht over de macro-economische prognose en de macro-economische aannamen die aan het meerjarige netto-uitgavenpad ten grondslag liggen. De begrotingsraad concludeerde dat de prognoses van de belangrijkste macro-economische variabelen binnen aanvaardbare marges liggen, hoewel sommige aan de bovengrens liggen, en dat de algemene vooruitzichten afhankelijk zijn van de volledige en tijdige uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, en van een stabiele internationale context
(10)Het plan werd op 9 oktober door het parlement goedgekeurd na hoorzittingen met verschillende belanghebbenden, zoals gebruikelijk is bij parlementaire goedkeuringen van documenten over begrotingsplanning.
Andere verbonden processen
(11)De Raad heeft op 26 juli 2024 vastgesteld dat er in Italië een buitensporig tekort bestond wegens niet-naleving van het tekortcriterium 7 . Deze aanbeveling valt samen met de aanbeveling van de Raad krachtens artikel 126, lid 7, VWEU om een einde te maken aan de situatie van een buitensporig overheidstekort in Italië 8 . De gelijktijdige goedkeuring van die aanbevelingen, die is afgestemd op en wordt gerechtvaardigd door de overgang naar het nieuwe kader voor economische governance, zorgt voor consistentie tussen de aanbevolen aanpassingspaden.
(12)Italië heeft op 15 oktober 2024 zijn ontwerpbegrotingsplan voor 2025 ingediend. De Commissie heeft op [26 november 2024] een advies over dit ontwerpbegrotingsplan aangenomen 9 .
(13)Op 19 juni 2024 concludeerde de Commissie dat Italië wordt geconfronteerd met macro-economische onevenwichtigheden. In het bijzonder wordt Italië geconfronteerd met kwetsbaarheden die verband houden met een hoge overheidsschuld en zwakke productiviteitsgroei tegen een achtergrond van een fragiele arbeidsmarkt en een aantal resterende zwakke plekken in de financiële sector, die van grensoverschrijdend belang zijn 10 .
(14)De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen tot Italië gericht 11 .
SAMENVATTING VAN HET PLAN EN DE BEOORDELING DAARVAN DOOR DE COMMISSIE
(15)Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld.
Achtergrond: macro-economische en begrotingssituatie en vooruitzichten
(16)De economische activiteit in Italië is in 2023 met 0,7 % gegroeid, wat is toe te schrijven aan het verbruik en de investeringen en aan stimuleringsmaatregelen van de overheid. De netto-uitvoer droeg eveneens bij aan de groei, terwijl de negatieve voorraadcyclus de groei juist temperde. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de economie in 2024 naar verwachting met 0,7 % groeien, omdat de investeringen nog steeds toenemen, terwijl de particuliere bestedingen stagneren. De netto-uitvoer zal de groei ondersteunen dankzij de afnemende invoer, terwijl de voorraden er juist op in mindering worden gebracht. In 2025 zal het reële bbp met 1,0 % stijgen onder invloed van het particuliere verbruik, dat wordt ondersteund door stijgende reële lonen, terwijl de totale investeringen slechts marginaal zullen stijgen als gevolg van de dalende bouw voor de renovatie van woningen. In 2026 zal het reële bbp naar verwachting met 1,2 % stijgen, omdat de kapitaaluitgaven versnellen dankzij uitgaven in verband met het herstel- en veerkrachtplan en gemakkelijkere financieringsvoorwaarden. Gedurende de prognosehorizon (d.w.z. 2024-2026) zal de potentiële bbp-groei in Italië naar verwachting licht afnemen van 1,3 % in 2024 tot 0,9 % in 2026. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 7,7 % en zal volgens de Commissie in 2024 dalen tot 6,8 %, in 2025 tot 6,3 % en in 2026 tot 6,2 %. De inflatie (bbp-deflator) zal naar verwachting dalen van 5,8 % in 2023 tot 1,6 % in 2024, en zal in 2025 1,9 % en in 2026 1,8 % bedragen.
(17)Inzake begrotingsbehandelingen bedroeg het overheidstekort van Italië in 2023 7,2 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Commissie zal het in 2024 naar verwachting op 3,8 % van het bbp uitkomen, in 2025 verder dalen tot 3,4 % van het bbp en, bij ongewijzigd beleid, in 2026 tot 2,9 %. De najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie omvat de ontwerpbegroting van Italië voor 2025 die de regering in oktober bij het nationale parlement heeft ingediend. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 134,8 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting toenemen tot 136,6 % van het bbp. Ondanks de primaire begrotingsoverschotten zal de schuldquote eind 2025 naar verwachting verder stijgen tot 138,2 % van het bbp en eind 2026 tot 139,3 %. In de begrotingsprognose van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn pas in aanmerking genomen als zij worden geschraagd door concrete beleidsmaatregelen die op geloofwaardige wijze zijn aangekondigd en voldoende zijn gespecificeerd.
Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan
(18)Het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn van Italië bestrijkt de periode 2025-2029 en omvat een begrotingsaanpassing voor zeven jaar.
(19)Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie.
(20)Het plan bevat de toezegging dat het in tabel 2 vermelde netto-uitgavenpad zal worden aangehouden, dat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 1,6 % over de jaren 2025-2029. Bovendien verbindt Italië zich tot een reeks hervormingen en investeringen teneinde de aanpassingsperiode te verlengen tot zeven jaar (2025-2031), met een geplande gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 1,5 % gedurende die termijn. De in het plan opgenomen gemiddelde groei van de netto-uitgaven tijdens de aanpassingsperiode (2025-2031) is gelijk aan het referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 heeft toegezonden. In het plan wordt ervan uitgegaan dat de potentiële bbp-groei geleidelijk zal afnemen van 1,4 % in 2024 tot 0,3 % in 2031. Daarnaast wordt er in het plan van uitgegaan dat het groeipercentage van de bbp-deflator tijdens de aanpassingsperiode min of meer stabiel zal blijven op ongeveer 2 %.
Gevolgen van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan voor de overheidsschuld
(21)Als het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan stijgen tot 137,5 % van het bbp aan het einde van 2027 (ten opzichte van 135,8 % van het bbp in 2024) en vervolgens dalen tot 132,5 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2031), zoals blijkt uit onderstaande tabel. Na de aanpassing zal de schuldquote op middellange termijn (d.w.z. tot 2041) volgens het plan gestaag dalen tot 113,7 % in 2041. De overheidsschuldquote zou volgens het plan aan het einde van de aanpassingsperiode (2031) dus een neerwaartse trend gaan vertonen. Dit is plausibel, aangezien op basis van de aannamen van het plan wordt verwacht dat de schuld in de tien jaar na de aanpassingsperiode zal dalen op basis van alle deterministische stresstests van de schuldhoudbaarheidsanalyse van de Commissie, en op basis van de stochastische prognoses zou de schuld met een voldoende hoge waarschijnlijkheid afnemen.
Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de schuldvereisten van artikel 6, punt a), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Italië
|
Verlenging van de aanpassingsperiode |
||||||||||
|
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan 2025-2029 |
Gemiddelde over de aanpassingsperiode 2025-2031 |
|
|
Groei van de netto-uitgaven
|
–1,9 |
1,3 |
1,6 |
1,9 |
1,7 |
1,5 |
1,1 |
1,2 |
1,6 |
1,5 |
|
Groei van de netto-uitgaven
|
–1,9 |
–0,7 |
0,9 |
2,8 |
4,6 |
6,2 |
7,4 |
8,7 |
n.b. |
n.b. |
|
Potentiële bbp-groei (%) |
1,4 |
1,3 |
1,1 |
1,0 |
0,9 |
0,7 |
0,5 |
0,3 |
1,1 |
0,8 |
|
Inflatie (groei bbp-deflator) (%) |
1,9 |
2,1 |
2,0 |
1,8 |
2,0 |
2,0 |
2,1 |
2,2 |
2,0 |
2,0 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië en berekeningen van de Commissie.
Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Italië
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2041 |
|
|
Overheidsschuld
|
134,8 |
135,8 |
136,9 |
137,8 |
137,5 |
136,4 |
134,9 |
133,9 |
132,5 |
113,7 |
|
Overheidssaldo
|
–7,2 |
–3,8 |
–3,3 |
–2,8 |
–2,6 |
–2,3 |
–1,8 |
–1,7 |
–1,5 |
–1,9 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië.
Gevolgen van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan voor het overheidssaldo
(22)Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zou het overheidstekort dalen tot 2,8 % van het bbp in 2026 en tot 1,5 % van het bbp in 2031. Volgens het plan zou het overheidssaldo dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2031) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden. Het overheidstekort zou verder in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2041) de 3 % van het bbp niet overschrijden. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de tekortvereisten van artikel 6, punt b), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tijdsprofiel van de begrotingsaanpassing
(23)Het tijdsprofiel van de begrotingsaanpassing, gemeten als de verandering in het structurele primaire saldo, zoals beschreven in het plan, is iets versneld uitvoerbaar, in vergelijking met het lineaire pad waarnaar als regel wordt verwezen in artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. In het bijzonder zal het structurele primaire saldo naar verwachting met 0,6 % verbeteren in zowel 2025 als 2026, gevolgd door een verbetering met 0,5 % van het bbp elk jaar tot 2031. Bijgevolg is de begrotingsaanpassing gedurende de eerste vier jaar van het plan meer dan evenredig aan de totale aanpassingsinspanning. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de in artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 bedoelde waarborg om geen uitstel toe te staan.
Tabel 4: Ontwikkeling van het structurele primaire saldo in het plan van Italië
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Structureel primair saldo
|
–4,5 |
–0,5 |
0,0 |
0,6 |
1,1 |
1,6 |
2,2 |
2,7 |
3,2 |
|
Wijziging van het structurele primaire saldo
|
n.b. |
4,0 |
0,6 |
0,6 |
0,5 |
0,5 |
0,5 |
0,5 |
0,5 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië.
Samenhang tussen het plan en de buitensporigtekortprocedure
(24)Het in het plan uitgestippelde netto-uitgavenpad is in overeenstemming met de vereisten in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten (en met name met de minimale jaarlijkse structurele aanpassing als bedoeld in artikel 3, lid 4, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad).
Consistentie tussen het plan en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort
(25)Het in artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1263 neergelegde vereiste van het preventieve deel met betrekking tot de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort, die is bedoeld om te voorzien in een gemeenschappelijke marge ten opzichte van de tekortreferentiewaarde van 3 % van het bbp, is vanaf 2027 van toepassing op Italië, aangezien het tekort volgens de plannen vanaf 2026 onder de 3 % van het bbp zal uitkomen. De jaarlijkse aanpassing van het structurele primaire saldo mag daarom vanaf 2027 niet lager zijn dan 0,25 % van het bbp als het structurele tekort in het voorgaande jaar boven 1,5 % van het bbp is gebleven, om een structurele gemeenschappelijke weerbaarheidsmarge van 1,5 % van het bbp te bereiken. De uit de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan voortvloeiende jaarlijkse begrotingsaanpassing bedraagt meer dan 0,25 % in elk van de jaren 2027, 2028, 2029, 2030 en 2031. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
Consistentie tussen het plan en de schuldhoudbaarheidswaarborg
(26)Aangezien de overheidsschuld volgens het plan meer dan 90 % van het bbp gedurende de aanpassingsperiode zal bedragen, moet de schuldquote, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2024/1263, met gemiddeld ten minste 1 procentpunt per jaar afnemen totdat die onder 90 % daalt, waarna zij met gemiddeld 0,5 procentpunt zal dalen. Deze gemiddelde daling wordt berekend over de periode 2027-2031, d.w.z. vanaf het jaar waarin de procedure bij buitensporige tekorten volgens het plan zou worden stopgezet, en bedraagt 1,2 procentpunt (zie tabel 3). Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de schuldhoudbaarheidswaarborg.
Macro-economische aannamen van het plan
(27)Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni 2024 aan Italië zijn toegezonden. Met name worden in het plan verschillende aannamen gehanteerd voor negen variabelen, namelijk het uitgangspunt (d.w.z. het structurele primaire saldo in 2024), de potentiële bbp-groei, de reële bbp-groei, de nominale impliciete rentevoet, de begrotingsmultiplicator, stock-flow adjustments, eenmalige maatregelen, aannamen met betrekking tot de ontvangsten (d.w.z. aangenomen elasticiteiten) en het verminderen van de outputgap. Bovendien is de begrotingsaanpassing iets versneld uitvoerbaar. Hieronder volgt een beoordeling van de verschillen in aannamen. De verschillen in aannamen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil afzonderlijk.
·In het plan wordt uitgegaan van een gunstigere budgettaire uitgangssituatie, met een begrotingstekort van 3,8 % van het bbp voor 2024, terwijl in het referentiepad werd uitgegaan van 4,4 % van het bbp. Dit impliceert een beter initieel structureel primair saldo in de prognoses voor de schuldhoudbaarheidsanalyse van Italië (‑0,5 % ten opzichte van ‑1,1 % van het bbp in het referentiepad). Dit is een afspiegeling van recentere begrotingsgegevens (met hogere belastingopbrengsten dan verwacht in de aannamen van de Commissie in de voorafgaande richtsnoeren, evenals geactualiseerde ramingen van de uitgaven). Dit is in grote lijnen in overeenstemming met de najaarsprognose 2024 van de Commissie. Dit verschil in aannamen draagt bij tot een iets hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Deze aanname wordt naar behoren gemotiveerd geacht.
·Italië verwacht een iets hogere (0,1 procentpunt) gemiddelde potentiële bbp-groei in de gehele aanpassingsperiode 2025-2031 in vergelijking met het referentiepad (0,8 % tegenover 0,7 %). Dit is een afspiegeling van de macro-economische vooruitzichten en is in overeenstemming met de algemeen aanvaarde methode. Deze actualisering draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Deze aanname wordt naar behoren gemotiveerd geacht.
·In het plan wordt uitgegaan van een iets lagere gemiddelde bbp-deflator over de periode 2025-2031 dan volgens de aannamen van de Commissie, namelijk 2,0 % tegenover 2,1 %. In 2024 komt het plan, op basis van de begrotingsresultaten tot en met het tweede kwartaal, uit op een bbp-deflator van 1,9 %, wat lager is dan de 2,2 % die de Europese Commissie had geraamd. In 2025 blijft de bbp-deflator 0,3 procentpunt hoger dan in de voorafgaande richtsnoeren, terwijl hij in 2027-2029 lager zal worden. Dit draagt bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Dit is een aanname die naar behoren gemotiveerd wordt geacht.
·In het plan wordt uitgegaan van een meer prudente elasticiteit van de ontvangsten, in tegenstelling tot de door de Commissie aangenomen unitaire elasticiteit ten aanzien van het potentiële bbp. Dit draagt bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Deze aanname wordt naar behoren gemotiveerd geacht.
De resterende verschillen hebben geen significante gevolgen voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Commissie. Al met al leiden alle verschillen in aannamen tezamen tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan die gelijk is aan die in het referentiepad. De Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van het netto-uitgavenpad rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan.
Begrotingsstrategie van het plan
(28)Volgens de indicatieve begrotingsstrategie in het plan zullen de toezeggingen voor de netto-uitgaven door zowel uitgavenbeheersing als discretionaire verhogingen van de ontvangsten worden nagekomen. In het plan wordt in het bijzonder een prudenter en efficiënter beheer van de overheidsuitgaven genoemd in combinatie met hogere ontvangsten uit de bestrijding van belastingontduiking. De specificatie van de vast te stellen beleidsmaatregelen moet in de jaarlijkse begrotingen worden bevestigd of aangepast, en gekwantificeerd. Tegelijkertijd bestaan er risico’s voor de uitvoering van de indicatieve begrotingsstrategie in het plan, die voortvloeien uit een mogelijke werkelijke reële bbp-groei die lager is dan aangegeven in het plan van Italië, alsook uit een gebrek aan informatie over de voorgenomen begrotingsstrategie (zoals hierboven beoordeeld). Bovendien specificeert het ontwerpbegrotingsplan voor 2025 de beleidsmaatregelen waarmee de toezegging van netto-uitgaven voor 2025 zal worden gehaald 12 .
Reeks hervormings- en investeringstoezeggingen in het plan die ten grondslag liggen aan een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode
(29)In het plan verbindt Italië zich tot 24 hervormingen en investeringen, gericht op het verbeteren van de potentiële groei en de houdbaarheid van de begroting, als grondslag voor een verlenging van de aanpassingsperiode van vier tot zeven jaar. De hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode bestaan uit verschillende toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan, en uit een aantal nieuwe hervormingen en investeringen. Dit omvat de volgende maatregelen:
·Hervormingen en investeringen op het gebied van civiel recht: de maatregelen houden verband met M1C1 Hervorming 1.4 (civiel recht) die is opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 moeten worden gehaald. Het plan bevat aanvullende toezeggingen die in het algemeen zijn gericht op i) het waarborgen van de uitvoering van de insolventiehervorming, onder andere door verdere ondersteuning van de rechtbanken in insolventiezaken en de systematische verzameling van gegevens; ii) het vergroten van de efficiëntie van de civiele rechtbanken door hun achterstand en de doorlooptijd van zaken te verminderen; en iii) het verbeteren van de efficiëntie van het rechtsstelsel als geheel. Om deze maatregelen uit te voeren, moet ervoor worden gezorgd dat de rechtbanken over voldoende personeel beschikken. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029 zijn voltooid.
·Hervormingen en investeringen op het gebied van de belastingdienst: de maatregelen houden verband met Hervorming 1.12 (hervorming van de belastingdienst) die is opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 moeten worden gehaald. Het plan omvat aanvullende toezeggingen die in het algemeen zijn gericht op een verdere verhoging van de inkomsten uit: i) preventie- en handhavingsactiviteiten voor de naleving van de belastingwetgeving, met inbegrip van inkomsten uit nalevingsbrieven en beter toegesneden nalevingsstrategieën; ii) meer gerichte en risicogebaseerde acties ter bestrijding van ontduiking, onder meer op basis van bredere interoperabele reeksen belastinggegevens en technieken op het gebied van artificiële intelligentie. Andere wetgevende maatregelen zullen naar verwachting de bestrijding van belastingontduiking als gevolg van niet-gedane aangiften versterken door de invoering van sterkere prikkels voor belastingbetalers en een breder gebruik van traceerbare betaalmiddelen. Andere maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de zekerheid in de relatie tussen belastingbetalers en de belastingdienst door de gemiddelde termijn voor btw-teruggaaf te verkorten. De belangrijkste stappen in verband met de bovengenoemde maatregelen op het gebied van de belastingdienst zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029 zijn voltooid.
·Hervormingen en investeringen op het gebied van het ondernemingsklimaat: de maatregelen houden verband met Hervorming 2 (jaarlijkse mededingingswetten 2021, 2022, 2023 en 2024) die is opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 moeten worden gehaald. Het plan bevat aanvullende toezeggingen die in het algemeen zijn gericht op verdere verbetering van het ondernemingsklimaat door i) verhoging van de overheidsuitgaven voor O&O; ii) rationalisering en vereenvoudiging van stimulansen voor ondernemingen; iii) goedkeuring van jaarlijkse mededingingswetten om knelpunten en toegangsbelemmeringen (ook van wet- of regelgevende aard) te liberaliseren en weg te nemen op basis van passende effectbeoordelingen van de regelgeving; en iv) vaststelling van een kaderwet voor kmo’s, uitvoeringsinstrumenten en actualiseringen op jaarbasis. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029 zijn voltooid.
·Hervormingen en investeringen op het gebied van het openbaar bestuur: de maatregelen houden verband met M1C1 Hervorming 1.9 (hervorming van de werkgelegenheid in de openbare sector en vereenvoudiging) van het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 moeten worden gehaald. Het plan bevat aanvullende toezeggingen die zijn gericht op: i) het bevorderen van verticale en horizontale mobiliteit; en ii) het stimuleren van een prestatiegericht kader. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 zijn voltooid.
·Hervormingen en investeringen op het gebied van kinderopvang: de maatregelen houden verband met Investering 1.1 (plan voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang) van het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 moeten zijn bereikt. De maatregelen zijn gericht op: i) het verhogen van de jaarlijkse overheidsuitgaven ter dekking van de exploitatiekosten van de bestaande en nieuwe kinderopvangfaciliteiten, met inbegrip van de faciliteiten die met het herstel- en veerkrachtplan worden gecreëerd; ii) het verbeteren van de beschikbaarheid van kinderopvangfaciliteiten; en iii) het betaalbaarder maken van kinderopvang. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 zijn voltooid.
·Hervormingen en investeringen op het gebied van overheidsuitgaven: de maatregelen houden verband met Hervorming 1.13 (hervorming van het kader voor uitgaventoetsing) die is opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de laatste mijlpalen en streefdoelen uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 moeten worden gehaald. Het plan bevat aanvullende toezeggingen die zijn gericht op: i) het versterken van de capaciteit voor het programmeren, monitoren en evalueren van overheidsuitgaven; ii) het geven van meer bevoegdheid aan het ministerie van Economische Zaken en Financiën om inspecties uit te voeren van het beheer van de overheidsuitgaven van alle entiteiten die overheidssteun ontvangen, met inbegrip van subnationale autoriteiten en staatsondernemingen; en iii) het hervormen van het kader voor de controle van de overheidsuitgaven voor centrale overheidsdiensten, onder meer door de financiële verantwoordelijkheid van de overheidsdiensten te vergroten. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het tweede kwartaal van 2029 zijn voltooid.
·Het plan omvat hervormingen die nieuw zijn ten opzichte van het herstel- en veerkrachtplan op het gebied van de belastingdienst en de rationalisering van staatsondernemingen. Meer in het bijzonder bevat het plan op belastinggebied toezeggingen die zijn gericht op: i) het vereenvoudigen van het belastingstelsel door belastinguitgaven te herzien en te stroomlijnen, ook op het gebied van milieuschadelijke subsidies; ii) het structureel verlagen van de belastingdruk op gezinnen met een laag tot middelhoog inkomen en het ondersteunen van de werkgelegenheid; en iii) het bijwerken van het kadaster door eigendommen in kaart te brengen die momenteel niet zijn opgenomen en door de kadastrale waarden bij te werken voor gebouwen die hebben geprofiteerd van overheidsregelingen voor energie-efficiëntie en/of maatregelen inzake renovaties van woningen. De overeenkomstige belangrijke stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 zijn voltooid. Op het gebied van staatsondernemingen omvat het plan toezeggingen om de efficiëntie van staatsondernemingen te stroomlijnen en te verbeteren in overeenstemming met de nationale wetgeving (Wetsbesluit nr. 175/2016), door de uitvoering van het rechtskader te waarborgen en waar nodig te versterken. De overeenkomstige belangrijke stap zal naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 zijn voltooid.
(30)Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1263 is elke hervormings- en investeringstoezegging die ten grondslag ligt aan een verlenging van de aanpassingsperiode voldoende gedetailleerd, versneld uitvoerbaar, tijdgebonden en verifieerbaar.
(31)De toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan die aan de verlenging ten grondslag liggen, bevatten aanzienlijke hervormingen en investeringen die gericht zijn op het verbeteren van de budgettaire houdbaarheid en het vergroten van het groeipotentieel van de economie. Daarnaast verbindt Italië zich ertoe de hervormingen voor de middellange termijn van het budgettair-structurele plan voort te zetten en de tijdens het herstel- en veerkrachtplan gerealiseerde nationaal gefinancierde investeringsniveaus te handhaven (zie tabel 5 hieronder). De toezeggingen worden gedurende de gehele uitvoering van het plan gemonitord. Bijgevolg kunnen toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan in aanmerking worden genomen voor de verlenging van de aanpassingsperiode krachtens artikel 36, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263.
(32)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zal naar verwachting het groei- en weerbaarheidspotentieel van de economie van Italië op duurzame wijze verbeteren, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263. In het plan van Italië wordt melding gemaakt van het verwachte effect op de bbp-groei van een aantal hervormingen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode (met name werkgelegenheid in de openbare sector, het ondernemingsklimaat en civiel recht). Het macro-economische model dat voor de simulatie is gebruikt, is het O&O-model QUEST-III dat door de Europese Commissie is ontwikkeld. Volgens het plan zouden deze hervormingen, die gelden voor de verlenging van de aanpassingsperiode, in 2028 de eerste effecten op de economie beginnen te sorteren en zouden ze (in een prudent scenario) het bbp-niveau in 2031 naar schatting met in totaal 0,5 % doen toenemen. Meer in detail wordt verwacht dat de hervormingen op het gebied van de werkgelegenheid in de openbare sector het bbp-niveau in 2031 met 0,2 % zullen doen toenemen, dat de hervormingen op het gebied van het civiel recht het bbp-niveau in 2031 met 0,2 % zullen doen toenemen en dat de hervormingen op het gebied van het ondernemingsklimaat het bbp-niveau in 2031 met 0,1 % zullen doen toenemen. In het plan wordt ook geraamd dat de impact van de nog niet uitgevoerde hervormingen en investeringen in het herstel- en veerkrachtplan het bbp-niveau in 2031 met 3,2 % zal doen toenemen (waarvan 1,7 % door hervormingen en 1,5 % door investeringen). Als rekening wordt gehouden met de nog niet uitgevoerde hervormingen en investeringen in het herstel- en veerkrachtplan en met een deel van de hervormingen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode, zal het bbp-niveau in 2031 naar schatting met 3,8 % stijgen ten opzichte van de basislijn. In het plan wordt ook melding gemaakt van een gevoeligheidsanalyse. In het ongunstige scenario zou het effect op het bbp-niveau van de hervormingen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode afnemen tot 0,3 % (tegenover 0,5 % in het prudente scenario). Over het algemeen worden de in het plan gemaakte ramingen plausibel geacht.
(33)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen naar verwachting de houdbaarheid van de begroting ondersteunen, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263. Het plan toont de ontwikkeling van de schuldquote in verschillende scenario’s aan de hand van de schuldhoudbaarheidsanalyse die aan het plan ten grondslag ligt (2025-2041): het beleidsscenario dat aan het plan ten grondslag ligt en in de alternatieve scenario’s waarin de gevolgen van een hogere potentiële en reële bbp-groei worden geïsoleerd (“Plan + hervormingen”) en waarin ook de gevolgen voor de overheidsontvangsten in aanmerking worden genomen (“Plan + hervormingen + wijziging van de ontvangsten”). In het eerste alternatieve scenario leidt het effect van de hervormingen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode tot betere vooruitzichten voor de bbp-groei. Dit resulteert in een sterkere daling van de schuldquote in vergelijking met het beleidsscenario dat aan het plan ten grondslag ligt, en is waarneembaar vanaf 2030. De schuldquote zou nog meer dalen en in 2041 een niveau van 109,6 % bereiken. Als ook rekening wordt gehouden met de verbetering van het primaire saldo als gevolg van de stijging van de ontvangsten door de hogere groei (d.w.z. door rekening te houden met de verbetering van het primaire saldo door de semi-elasticiteit van de ontvangsten toe te passen op de gewijzigde conjunctuurfase), zou de schuldquote verder dalen tot 102,5 % van het bbp. Over het algemeen worden de in het plan gemaakte ramingen plausibel geacht. Er kunnen aanvullende overwegingen worden gemaakt over het effect van de hervormingen die aan de verlenging ten grondslag liggen. Hoewel er in dit stadium nog geen specifieke streefdoelen zijn vastgesteld voor toekomstige uitgaventoetsingen, mag met name worden verwacht dat het proces van uitgaventoetsing het groeipercentage en het niveau van de overheidsuitgaven zal verlagen als gevolg van een verbeterde efficiëntie, en zal bijdragen tot een groeivriendelijkere samenstelling van de begroting door het mogelijk te maken de uitgaven naar groeivriendelijkere posten te heroriënteren, met een positief effect op de houdbaarheid van de begroting. Verwacht wordt dat maatregelen op het gebied van de belastingdienst de groei sterker zullen stimuleren door de belastingwig op arbeid te verkleinen en ervoor te zorgen dat het belastingstelsel eerlijk, efficiënt en progressief is, met een positief effect op de houdbaarheid van de begroting. Met betrekking tot de maatregelen op het gebied van belastinginning is weliswaar slechts voor één maatregel inzake de naleving van de belastingwetgeving een specifiek streefcijfer vastgesteld (ongeveer 0,1 % van het bbp), maar zullen de andere maatregelen de naleving van de belastingwetgeving naar verwachting verder verbeteren. De maatregelen op het gebied van kinderopvang zijn bedoeld om het aanbod op de arbeidsmarkt te stimuleren en de overheidsinkomsten en de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn te ondersteunen. Hoewel er nog geen specifieke details beschikbaar zijn, wordt ten slotte ook verwacht dat de maatregel met betrekking tot staatsondernemingen een positief effect zal hebben, in overeenstemming met de ambitie ervan.
(34)Met de hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, worden de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aangepakt, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. Met name wordt verwacht dat alle hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging zullen bijdragen aan de sociale en economische veerkracht door: i) de duur van gerechtelijke procedures te verkorten, de achterstand in het justitiële stelsel te verminderen en de bevordering van het digitale overgangsproces te voltooien; ii) de toezeggingen op het gebied van de bestrijding van belastingontduiking te versterken door de acties die al in het herstel- en veerkrachtplan zijn opgenomen te versterken; iii) de onderliggende voorwaarden waaronder bedrijven en investeerders opereren te verbeteren door meer concurrentie en efficiëntie in het openbaar bestuur te bevorderen, de administratieve lasten en belemmeringen die de toegang tot krediet ondermijnen te verminderen en de dynamiek van bedrijven, de schaalvergroting van die bedrijven en hogere investeringen te bevorderen; iv) het menselijk kapitaal van het openbaar bestuur te versterken om de productiviteit, kwaliteit en kwantiteit van de verleende overheidsdiensten te verhogen; en v) te zorgen voor efficiëntere overheidsuitgaven, met de nadruk op prioritaire gebieden als O&O en kinderopvang. Daarnaast wordt verwacht dat hervormingen en investeringen op het gebied van openbaar bestuur zullen bijdragen tot de verbetering van het algemene ondernemingsklimaat door een efficiënter beheer van de werkgelegenheid in de openbare sector, met name door de versterking van het interne loopbaantraject, de horizontale mobiliteit en het systeem voor prestatie-evaluatie.
(35)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, hebben tot doel de relevante 13 landspecifieke aanbevelingen aan te pakken die in het kader van het Europees Semester zijn gedaan, met inbegrip van die welke in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden zijn behandeld, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263. De maatregelen op het gebied van de belastingdienst zijn met name bedoeld om de budgettair-structurele landspecifieke aanbevelingen aan te pakken waarin Italië van 2019 tot 2024 wordt verzocht het belastingstelsel beter af te stemmen op groei, met name door de samenstelling van de overheidsinkomsten te verbeteren en de groei en houdbaarheid van de begroting te ondersteunen (zie ook hierboven). Evenzo wordt verwacht dat maatregelen op het gebied van uitgavenbeheer en de stroomlijning van staatsondernemingen zullen bijdragen tot een groeivriendelijker samenstelling van de begroting, met een positief effect op de houdbaarheid van de begroting (zie ook hierboven). De landspecifieke aanbeveling uit 2019-2024 op het gebied van justitie zal naar verwachting worden aangepakt door de maatregelen inzake insolventie en door een aantal investeringen om de efficiëntie van het rechtsstelsel te vergroten. De maatregelen met betrekking tot het overheidspersoneel, die naar verwachting het loopbaantraject, de horizontale mobiliteit en het systeem voor prestatie-evaluatie zullen versterken, zijn bedoeld om de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2020 met betrekking tot het openbaar bestuur aan te pakken. Naar verwachting zal de vaststelling van een jaarlijkse wet inzake mededinging de belemmeringen voor de mededinging verminderen en het ondernemingsklimaat verbeteren, waarmee wordt beoogd de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2024 inzake mededinging en het ondernemingsklimaat aan te pakken. Maatregelen op het gebied van kinderopvang zijn bedoeld om de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt te ondersteunen en helpen negatieve demografische trends aan te pakken, in overeenstemming met de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2024 inzake werkgelegenheid en sociaal beleid. Alle bovengenoemde landspecifieke aanbevelingen zijn relevant in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden.
(36)Het plan zorgt ervoor dat het geplande algemene niveau van de nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen dat gemiddeld wordt gerealiseerd in de periode waarop het herstel- en veerkrachtplan betrekking heeft, in stand blijft, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tabel 5: Nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen volgens het plan (% van het bbp)
|
Gemiddeld niveau in de periode 2021 tot en met 2026 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan |
|
2,9 |
3,1 |
2,9 |
3,3 |
3,3 |
3,2 |
3,2 |
Bron: Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Italië.
(37)Tot slot kunnen de hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging ten grondslag liggen in overeenstemming worden geacht met de toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan en de in het kader van het meerjarig financieel kader gesloten partnerschapsovereenkomst, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263.
(38)Concluderend kan worden gesteld dat de reeks hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, aan de criteria van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen. Bijgevolg kan de aanpassingsperiode worden verlengd van vier tot zeven jaar, zoals in het plan is voorgesteld.
Andere hervormings- en investeringsvoornemens in het plan die inspelen op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en die de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken
(39)Naast de hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, worden in het plan beleidsvoornemens met betrekking tot andere hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name de landspecifieke aanbevelingen, inclusief de aanbevelingen met betrekking tot de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, en om de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU aan te pakken. Het plan omvat 119 hervormingen en investeringen, waarvan er 65 financieel worden ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit.
(40)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, bevat het plan een reeks hervormingen en investeringen. Onder andere de maatregelen op het gebied van duurzame financiering, met inbegrip van de maatregelen voor het verminderen van onderverzekering, maatregelen inzake groene obligaties en een aantal maatregelen in het kader van de missies 2 en 7 van het herstel- en veerkrachtplan zullen naar verwachting bijdragen aan de groene transitie. Deze maatregelen zullen naar verwachting de landspecifieke aanbevelingen op het gebied van de energie-infrastructuur, energie-efficiëntie en duurzame mobiliteit aanpakken die in 2022 en 2023 tot Italië zijn gericht. Met de digitale transitie wordt voortgebouwd op de doelstellingen die zijn vastgesteld in het kader van het beleidsprogramma voor het digitale decennium en zal naar verwachting worden geprofiteerd van bijvoorbeeld de nationale strategie voor digitale vaardigheden of van de voortzetting van de maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, waaronder die voor de digitale infrastructuur, IPCEI’s, maatregelen ter versterking van de technologieoverdracht (via kenniscentra en digitale-innovatiehubs) en de digitalisering van centrale overheidsdiensten. Deze maatregelen zullen ook helpen bij het aanpakken van de landspecifieke aanbevelingen inzake openbaar bestuur, het rechtsstelsel en digitale connectiviteit die tussen 2019 en 2024 tot Italië zijn gericht en relevant zijn in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden.
(41)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan een aantal maatregelen en investeringen, bijvoorbeeld de versterking van Assegno Unico Universale, een verdere toename van het aanbod van kinderdagverblijven en opvang voor jonge kinderen, en de versterking van het ouderschapsverlof. Het onderwijssysteem zal ook profiteren van maatregelen zoals Agenda Sud, om de basisvaardigheden in het zuiden te versterken, en de voortzetting van de inspanningen voor beroepsgericht onderwijs, met de hervorming van de beroeps- en technische instituten en de nationale en regionale plannen voor vaardigheden. De maatregelen op het gebied van volwasseneneducatie, met name met betrekking tot de dubbele transitie, en de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld het programma GOL en maatregelen om de territoriale kloof op de arbeidsmarkt te verkleinen, zullen naar verwachting ook bijdragen aan het versterken van de sociale en economische veerkracht. Dit laatste zal naar verwachting ook profiteren van hervormingen die zijn gericht op het versterken van de kapitaalmarkten om de toegang tot financiering voor bedrijven, en met name kmo’s, te ondersteunen. Met deze maatregelen zullen naar verwachting ook de landspecifieke aanbevelingen worden aangepakt die van 2019 tot 2024 zijn uitgevaardigd met betrekking tot de werking van de arbeidsmarkt, actief arbeidsmarktbeleid, vaardigheden en onderwijs en die relevant zijn in het kader van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, evenals de landspecifieke aanbevelingen die in dezelfde periode aan bod komen met betrekking tot gelijke kansen, sociale inclusie, regionale ontwikkeling en toegang tot financiering. Het plan omvat onder meer ook maatregelen ter versterking van gezondheidszorgfaciliteiten (gemeenschapsziekenhuizen) en ter verbetering van de beschikbaarheid van apparatuur voor zorgtechnologie in ziekenhuizen, waarmee wordt beoogd de landspecifieke aanbeveling uit 2020 op het gebied van gezondheidszorg aan te pakken. Anderzijds bevat het plan geen specifieke hervormingen inzake pensioenen die zouden bijdragen aan de landspecifieke aanbeveling van 2019 voor Italië.
(42)Wat de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid betreft, omvat het plan verschillende maatregelen en investeringen, zoals de Tyrreense verbinding of de verlaging van de kosten van de aansluiting op het gasnet van biomethaan, alsmede een toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen waardoor de strategische afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen wordt verminderd, of een aantal maatregelen om de energie-efficiëntie in particuliere en openbare gebouwen te verbeteren. Van de reeks maatregelen en investeringen in het plan wordt over het algemeen verwacht dat zij bijdragen tot het aanpakken van de landspecifieke aanbeveling inzake energiezekerheid.
(43)Met betrekking tot de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens wordt in het plan herinnerd aan maatregelen die reeds in het herstel- en veerkrachtplan zijn opgenomen met betrekking tot investeringen in cyberbeveiliging en de digitalisering van het ministerie van Defensie.
(44)Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Italië. In het plan wordt namelijk kort aangegeven dat de in het plan opgenomen hervormingen en investeringen waarmee wordt ingespeeld op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld en waarmee de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie worden aangepakt, samenhangen met de in het herstel- en veerkrachtplan en in de cohesieprogramma’s vastgestelde acties.
(45)Het plan biedt een overzicht van de behoeften aan overheidsinvesteringen van Italië in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Met betrekking tot een rechtvaardige digitale transitie wordt in het plan verwezen naar de doelstellingen van het digitale decennium en wordt gewezen op de noodzaak van verdere investeringen om te voorzien in de behoefte aan digitale vaardigheden, met inbegrip van investeringen die de verbetering van kennis en de herscholing van werknemers bevorderen om vraag en aanbod van arbeid af te stemmen op de nieuwe uitdagingen en de mogelijke negatieve gevolgen van de digitale overgang te verzachten, evenals extra investeringen in digitale infrastructuur, met name voor de ontwikkeling van edge nodes om de doelstelling voor 2030 te halen en de digitale transformatie van bedrijven en overheidsdiensten te ondersteunen. Met betrekking tot een rechtvaardige groene transitie wordt in het plan de aandacht gevestigd op de noodzaak van bevordering van het koolstofvrij maken van het vervoer, de verschuiving tussen vervoerswijzen en de ontwikkeling van infrastructuur waarmee het vervoer van personen en goederen duurzamer zal worden gemaakt, onder meer door de rol van het spoorvervoer te vergroten. Dit wordt aangevuld met verdere investeringen ter verbetering van het beheer en de efficiëntie van het waterdistributiesysteem en de paraatheid van het land voor risico’s van natuurrampen en klimaatverandering, evenals investeringen ter versterking van de biodiversiteit en ecosystemen. Verschillende van deze maatregelen maken deel uit van het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan. Met betrekking tot de sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, wordt in het plan gewezen op de noodzaak van extra investeringen op de volgende gebieden: i) de arbeidsmarkt (versterking van het actieve arbeidsmarktbeleid, voortzetting van de investeringen waarmee een begin is gemaakt om de participatie op de arbeidsmarkt te bevorderen en van de opleidingsactiviteiten die nodig zijn om de vaardigheden van werknemers af te stemmen op de behoefte aan vaardigheden van de arbeidsmarkt, onder meer door voortzetting van de maatregelen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, zoals het “duale systeem”, het leerlingwezen en de universele overheidsdienst); ii) onderwijs en opleiding (voortzetting van de investeringen waarmee een begin is gemaakt met het herstel- en veerkrachtplan en de initiatieven die zijn gericht op het verkleinen van de verschillen in vaardigheden, territoriale lacunes en genderkloven, onder meer door begrotingsmiddelen beschikbaar te stellen voor het nieuwe vaardighedenplan); iii) het verkleinen van territoriale lacunes (door te blijven investeren in de strategische sectoren die zijn gedefinieerd in het cohesiebeleid en het strategisch plan van de afzonderlijke speciale economische zone — waaronder hydrogeologische risico’s, watervoorraden en wederopbouw na rampen) en het verbeteren van de infrastructuur (voortbouwend op interventies die reeds zijn gestart met het herstel- en veerkrachtplan, onder meer voor hogesnelheidslijnen en regionale spoorwegen, de technologische en digitale verbetering van de TEN-T-netwerken, havens en hun verbindingen, naast het versterken van de infrastructuurinvesteringen in het strategisch plan van de afzonderlijke speciale economische zone); iv) ondersteuning van strategische toeleveringsketens, innovatie en technologieoverdracht (door voortzetting van de investeringen in het herstel- en veerkrachtplan voor samenwerking tussen universiteiten, onderzoekscentra en bedrijven en voor de technologische en digitale transformatie van kmo’s en bedrijfsnetwerken en door ondersteuning van het concurrentievermogen in belangrijke sectoren van de Italiaanse economie en meer investeringen, ook in de toeristische sector); en v) de gezondheidszorg, armoedebestrijding en opvang voor jonge kinderen (door verdere investeringen in de gezondheidszorg om netwerken van eerstelijnsgeneeskunde efficiënter te maken, met inbegrip van nabijheidsnetwerken, faciliteiten en telegeneeskunde voor hulpverlening, modernisering van grote apparatuur voor gezondheidszorg en onderzoek, opleiding en ontwikkeling van de vaardigheden van het personeel, verdere investeringen in de bestrijding van armoede onder werkenden, in het huisvestingsbeleid en in de vermindering van het risico van energiearmoede, verdere verbetering van de goedkope toegang tot voorzieningen voor opvang van jonge kinderen, alsmede de uitbreiding van zorgvoorzieningen voor mensen met een handicap en niet-zelfvoorzienende ouderen). Met betrekking tot het waarborgen van de energiezekerheid wordt in het plan gewezen op de noodzaak van extra investeringen in de bouw van infrastructuur en de ontwikkeling en verspreiding van energietechnologieën die ertoe zullen bijdragen dat Italië een Europese energiehub wordt, evenals in de efficiëntie van gebouwen om hun energieverbruik te verminderen, en in onderzoek en ontwikkeling en experimenten op het gebied van energiedragers, met inbegrip van kernenergie van de nieuwe generatie. Met betrekking tot de opbouw van defensievermogens, zullen de defensie-uitgaven volgens het plan uiterlijk in 2028 stijgen tot 2 % van het bbp, overeenkomstig de NAVO-verbintenissen. Er zullen extra investeringen nodig zijn om te zorgen voor een aanzienlijke deelname aan internationale missies in verband met vredeshandhavingsoperaties en andere activiteiten, een verhoging van de middelen voor de samenwerkingsovereenkomst met Oekraïne, de stroomlijning van de levering van materiaal in het kader van internationale samenwerking en voor de herfinanciering van de operaties “Veilige wegen” en “Veilige stations”, het fonds voor middelen voor hoge en zeer hoge operationele paraatheid en het fonds voor nationale defensiebehoeften.
Conclusie van de beoordeling door de Commissie
(46)Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Italië aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
ALGEMENE CONCLUSIE
(47)Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad aan Italië worden aanbevolen en moeten de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen, worden goedgekeurd.
BEVEELT AAN dat Italië
1.Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.
2.Binnen de aangegeven termijnen uitvoering geeft aan de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen, zoals vastgesteld in bijlage II bij deze aanbeveling.
Voorts verzoekt de Raad Italië te zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen, en voor de aanpak van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie.
BIJLAGE I
Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)
Italië
|
Jaren |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
|
Groeipercentages (%) |
Jaarlijks |
1,3 |
1,6 |
1,9 |
1,7 |
1,5 |
|
Cumulatief (*) |
–0,7 |
0,9 |
2,8 |
4,6 |
6,2 |
|
*) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2023.
BIJLAGE II
Hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen
Italië
|
Belangrijkste doelstelling |
Beschrijving en timing van de belangrijkste stappen |
Monitoringindicator(en) |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van justitie — Bijdragen aan de mijlpalen en streefdoelen van het herstel- en veerkrachtplan in verband met M1C1.R1.4 — Hervorming van het civiel recht |
De duur van faillissementsprocedures verkorten en het gebruik van buitengerechtelijke instrumenten bevorderen. |
Stap 1: Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 maatregelen nemen om de uitvoering van de insolventiehervorming te waarborgen en te versterken. Daartoe de competenties van rechtbanken in insolventiezaken blijven ondersteunen en zorgen voor voldoende personeel; het informatiesysteem versterken om gedetailleerde informatie te verzamelen over de kosten, de efficiëntie en de resultaten van insolventie- en herstructureringsprocedures (zowel voor buitengerechtelijke als gerechtelijke zaken). |
De competenties van rechtbanken op het gebied van insolventieprocedures blijven ondersteunen en zorgen voor voldoende personeel. Het informatiesysteem versterken om gedetailleerde informatie te verzamelen over de kosten, de efficiëntie en de resultaten van insolventie- en herstructureringsprocedures (zowel voor buitengerechtelijke als gerechtelijke zaken). |
|
Stap 2: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 een effectbeoordeling van de insolventiehervorming uitvoeren en waar nodig corrigerende maatregelen nemen. |
Goedkeuring van een effectbeoordeling van de insolventiehervorming. Goedkeuring en inwerkingtreding van corrigerende maatregelen, waar nodig. |
||
|
De achterstand bij civiele rechtbanken verminderen. |
Stap 3: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 het aantal achterstallige zaken voor de gewone civiele rechtbanken (eerste aanleg) verminderen. |
Vermindering met 90 % van het aantal aanhangige zaken die waren geopend tussen 1 januari 2023 en 31 december 2025 en die op 31 december 2025 nog aanhangig waren bij de gewone civiele rechtbanken (eerste aanleg). |
|
|
De achterstand bij civiele rechtbanken verminderen. |
Stap 4: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 het aantal achterstallige zaken voor het civiele hof van beroep (tweede aanleg) verminderen. |
Vermindering met 90 % van het aantal aanhangige zaken die waren geopend tussen 1 januari 2023 en 31 december 2025 en die op 31 december 2025 nog aanhangig waren bij het civiele hof van beroep (tweede aanleg). |
|
|
Verkorting van de beslissingstermijn voor civiele zaken. |
Stap 5: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 de duur van civiele procedures verkorten. |
Verkorting van de beslissingstermijn met 12 % van alle gevallen van litigieuze civiele en handelszaken ten opzichte van de op 31 december 2026 geregistreerde beslissingstermijn. |
|
|
Zorgen voor voldoende personele middelen in de rechtbanken. |
Stap 6: Uiterlijk in, respectievelijk, het vierde kwartaal van 2026; het vierde kwartaal van 2027; het vierde kwartaal van 2028; het vierde kwartaal van 2029, zorgen voor voldoende personeel voor het bureau van de rechtbank en voldoende technisch administratief personeel. |
Handhaving van 6 000 posities die gekenmerkt worden door taken die gelijkwaardig zijn aan die in het kader van M1C1 Investering 1.8 van het herstel- en veerkrachtplan. |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van de belastingdienst — Bijdragen aan de mijlpalen en streefdoelen van het herstel- en veerkrachtplan van Italië in verband met M1C1.R1.12 — Hervorming van de belastingdienst |
Vereenvoudigde interacties met belastingbetalers bevorderen via snellere btw-teruggaven. |
Stap 1: Uiterlijk in, respectievelijk, het vierde kwartaal van 2025; het vierde kwartaal van 2027; het vierde kwartaal van 2029, de jaarlijkse prestatiestreefdoelen halen waarmee geleidelijk de termijnen voor btw-teruggaaf worden verkort. |
Verkorting van de gemiddelde betalingstermijn voor btw-teruggaaf (uitgedrukt in dagen), ten opzichte van 2024: • 5 % uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025; • 10 % uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027; • 15 % uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029. |
|
Meer inkomsten genereren uit preventieactiviteiten, bevordering van de naleving van de belastingwetgeving, waaronder inkomsten uit nalevingsbrieven, en meer gerichte en risicogebaseerde acties ter bestrijding van ontduiking (waaronder acties op basis van het gebruik van artificiële-intelligentietechnieken en de ontwikkeling van de interoperabiliteit van databanken). |
Stap 2: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 en het vierde kwartaal van 2029 de jaarlijkse prestatiestreefdoelen halen waarmee geleidelijk hogere inkomsten uit preventie- en handhavingsactiviteiten worden gewaarborgd. |
Bijkomende totale inkomsten uit preventie- en handhavingsactiviteiten ten opzichte van 2024 (14 miljard EUR), met inbegrip van inkomsten uit nalevingsbrieven, inviti al contraddittorio, atti istruttori ravvedibili, maar met uitsluiting van ruoli, concordato preventivo en alle maatregelen die zijn gericht op het vereffenen van belastingverplichtingen uit het verleden tegen voordelige voorwaarden, zoals rottamazione cartelle esattoriali, saldo&stralcio en ravvedimento speciale: • 5 % uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027; • 10 % uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029. |
|
|
Meer inkomsten genereren uit preventieactiviteiten, bevordering van de naleving van de belastingwetgeving, waaronder inkomsten uit nalevingsbrieven, en meer selectieve en risicogebaseerde acties ter bestrijding van ontduiking (waaronder acties op basis van het gebruik van artificiële-intelligentietechnieken en de ontwikkeling van de interoperabiliteit van databanken). |
Stap 3: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 de bestrijding van belastingontduiking als gevolg van niet-gedane aangiften opvoeren door i) in geval van vastgestelde belastingontduiking, belastingvoordelen (compensazione orizzontale, rimborsi di imposte, regimi premiali) af te schaffen en, in voorkomend geval, de uitoefening van de openbare concessies op te schorten; ii) opneming van nationale codes voor kortetermijnverhuur in de databanken voor belastingrisico-analysen van de belastingdienst; iii) invoering van verplichte koppelingen tussen automatische kasregisters en elektronische betalingen voor alle bedrijven; en iv) het verplicht stellen van traceerbare betaalmiddelen voor de fiscale aftrekbaarheid van uitgaven in verband met vervoer, levensmiddelen en huisvesting. |
Inwerkingtreding van de primaire en secundaire wetgeving. |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van het ondernemingsklimaat — Bijdragen aan de mijlpalen en streefdoelen van het herstel- en veerkrachtplan van Italië in verband met M1C2.R2 — Jaarlijkse mededingingswetgeving |
Investeringen in O&O verhogen door prioriteit te geven aan projecten waarmee aanvullende particuliere investeringen kunnen worden aangetrokken. |
Stap 1: Uiterlijk in, respectievelijk, het vierde kwartaal van 2025, het vierde kwartaal van 2026, het vierde kwartaal van 2027, het vierde kwartaal van 2028 en het vierde kwartaal van 2029, verhoging van de overheidsuitgaven voor O&O. |
De overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling verhogen om de verhouding tussen deze uitgaven en het bbp, die voor 2024 wordt geraamd op bijna 0,5 %, te verhogen tot 0,6 % in 2029 14 . |
|
De doeltreffendheid en doelmatigheid van overheidsstimulansen voor investeringen bevorderen. |
Stap 2: Uiterlijk in het tweede kwartaal 2028, rationalisering en vereenvoudiging van stimuleringsmaatregelen voor bedrijven, als vervolg op hervorming M1C2-R3 in het herstel- en veerkrachtplan. |
Drastische vermindering van het aantal stimuleringsmaatregelen en vermindering van het aantal vergunningverlenende autoriteiten op basis van de resultaten van de in 2025 uitgevoerde effectbeoordeling. |
|
|
Bevordering van de mededinging om efficiëntie en economische groei te stimuleren door het wegnemen van knelpunten en toegangsbelemmeringen (ook van wetgevende aard). Afschaffing of herziening van wet- en regelgeving die een soepele werking van de markten belemmert. |
Stap 3: Uiterlijk in, respectievelijk, het vierde kwartaal van 2026, het vierde kwartaal van 2027, het vierde kwartaal van 2028 en het vierde kwartaal van 2029 vaststelling van jaarlijkse mededingingswetgeving. |
Jaarlijkse vaststelling en inwerkingtreding van jaarlijkse mededingingswetgeving en bijbehorende uitvoeringsbesluiten, door de landspecifieke aanbevelingen aan te pakken en de aanbevelingen van de mededingings‑ en marktautoriteit van Italië (AGCM) naar behoren in overweging te nemen, op basis van passende effectbeoordelingen van de regelgeving. |
|
|
Het concurrentievermogen van kmo’s vergroten door de groei in omvang van bedrijven te vergemakkelijken en de overdracht tussen generaties alsook investeringsoriëntatie te bevorderen en vaardigheden op elkaar af te stemmen. |
Stap 4: Uiterlijk in, respectievelijk, het vierde kwartaal van 2026 (a), het vierde kwartaal van 2027 (b) en het vierde kwartaal van 2028 (b): vaststelling van een kaderwet voor kmo’s op basis van een effectbeoordeling en inwerkingtreding van de uitvoeringsinstrumenten en jaarlijkse actualiseringen. De wet omvat ten minste de volgende elementen: • de groei in omvang van bedrijven en de aggregatie van ondernemingen vergemakkelijken; • administratieve vereenvoudiging; • gemakkelijk zakendoen; • de overdracht tussen generaties bevorderen, onder meer door het aannemen van professioneel management; • investeringen stimuleren; • vaardigheden vergroten. |
(a) Inwerkingtreding van de kaderwet voor kmo’s. (b) Inwerkingtreding van alle uitvoeringsinstrumenten en jaarlijkse actualiseringen. |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van openbaar bestuur en kinderopvang — Bijdragen aan de mijlpalen en streefdoelen van het herstel- en veerkrachtplan van Italië in verband met M1C1.R1.9 — Hervorming van het openbaar bestuur |
Verticale mobiliteit bevorderen. |
Stap 1: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026, uitvoering van de verticale mobiliteit van personeel. |
Ten minste 20 % van de jaarlijkse vacatures voor leidinggevende posities toegewezen aan zittende functionarissen via een bevorderingsmechanisme gekoppeld aan prestaties. |
|
Horizontale mobiliteit bevorderen. |
Stap 2: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026, uitvoering van de horizontale mobiliteit van personeel. |
Ten minste 15 % van de jaarlijkse vacatures voor functionarissen die overkomen van een andere overheidsdienst of een ander agentschap. |
|
|
Het prestatiegerichte kader valoriseren. |
Stap 3: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028, valorisatie van het prestatiegerichte kader. |
Eerste ronde van prestatie-evaluatie en bonusbetalingen voltooid binnen het nieuwe kader. |
|
|
Stijging van de jaarlijkse overheidsuitgaven. |
Stap 4: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, toereikende financiële dekking voor de exploitatie van beschikbare kinderopvangvoorzieningen waarborgen. |
Verhoging van de overheidsuitgaven ter dekking van de exploitatiekosten van de bestaande en nieuwe kinderopvangfaciliteiten voor kinderen van 0-2 jaar, die worden gerealiseerd door middel van investeringen in het nationale herstel- en veerkrachtplan, en nationale middelen. De verhoging bedraagt ten minste 20 % van de jaarlijkse overheidsuitgaven voor de exploitatiekosten van beschikbare kinderopvangvoorzieningen voor kinderen jonger dan drie jaar, met inbegrip van de kosten van nieuwe plaatsen die voortvloeien uit de infrastructuur van het nationale herstel- en veerkrachtplan. |
|
|
De toereikende beschikbaarheid van kinderopvangfaciliteiten. |
Stap 5: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 zorgen voor een toereikend aanbod van kinderopvang in overeenstemming met de doelstelling van Barcelona en de nationale doelstelling voor 2027, rekening houdend met regionale verschillen. |
Ervoor zorgen dat 33 % van de kinderen jonger dan drie jaar toegang heeft (dekkingspercentage) tot openbare en particuliere kinderopvangfaciliteiten op nationaal niveau. Op regionaal niveau ten minste 15 % dekking garanderen. |
|
|
Definitie van tariefgroepen voor ouderbijdragen. |
Stap 6: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 de betaalbaarheid van kinderopvang verbeteren door nationale minimumnormen vast te leggen voor zowel de toegang tot kinderopvang als voor de tariefcategorieën, met als doel de betaalbaarheid te verbeteren. |
Inwerkingtreding van de wetgeving |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van overheidsuitgaven — Bijdragen aan de mijlpalen en streefdoelen van het herstel- en veerkrachtplan van Italië in verband met M1C1.R1.13 — Hervorming van het kader voor uitgaventoetsing |
De capaciteit voor de programmering, monitoring en evaluatie van overheidsuitgaven versterken. |
Stap 1: Uiterlijk in, respectievelijk, het tweede kwartaal van 2027, het tweede kwartaal van 2028 en het tweede kwartaal van 2029, uitvoering van de jaarlijkse uitgaventoetsingen op basis van het nationale rechtskader. |
Goedkeuring van ten minste één jaarlijks monitoring- en evaluatieplan dat voorziet in een interventie voor elk ministerie, die gedurende de looptijd van het plan een uitgaventerrein bestrijkt dat gelijk is aan een totaal van 10 % van de uitgaven die zijn toegewezen aan beleid dat onder de directe verantwoordelijkheid van centrale overheidsdiensten valt. In de monitoring- en evaluatieplannen worden voorstellen en acties geformuleerd ter verbetering van de efficiëntie of kwaliteit van de uitgaven. Een jaarlijks verslag van het ministerie van Economie en Financiën geeft de uitvoeringsstatus van de monitoring- en evaluatieplannen weer, en in het bijzonder de goedkeuring van ten minste één actie per ministerie die bijdraagt aan de duurzaamheid van de overheidsfinanciën. |
|
Om het toezicht op de uitgaven verbeteren, onder meer door binnen overheidsdiensten speciale structuren op te zetten en te versterken voor de beoordeling van de kwaliteit en het effect van de geleverde diensten. |
Stap 2: Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2028, het geven van meer bevoegdheid aan het ministerie van Economische Zaken en Financiën om inspecties uit te voeren van het beheer van de overheidsuitgaven van alle entiteiten die overheidssteun ontvangen, met inbegrip van subnationale autoriteiten en staatsondernemingen. |
Inwerkingtreding van de primaire en secundaire wetgeving. |
|
|
De beheersing van de overheidsuitgaven versterken. |
Stap 3: Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 en het eerste kwartaal van 2028, hervorming van het kader voor de controle van de overheidsuitgaven voor centrale overheidsdiensten, waarbij wordt voorzien in een grotere financiële verantwoordelijkheid van de overheidsdiensten voor het beheer van de middelen alsook een versterkte programmering en een verbeterde monitoring en evaluatie van de beleidsoutputs en -effecten. |
a) Inwerkingtreding van de primaire wetgeving; b) Inwerkingtreding van de secundaire wetgeving. |
|
|
Hervormingen en investeringen op belastinggebied (nieuwe maatregel) |
Om in te grijpen in het belastingstelsel en het af te stemmen op de doelstellingen van ondersteuning van gezinstaken, economische groei en ecologische transitie binnen een meerjarenperspectief. |
Stap 1: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028, het belastingstelsel vereenvoudigen door de omvang van de belastinguitgaven te herzien. |
Een vermindering met 15 % van de inkomstenderving in verband met belastinguitgaven in vergelijking met het regeringsverslag van 2019 (49 miljard EUR), onder meer op het gebied van milieuschadelijke subsidies, verlaagde btw-tarieven en -vrijstellingen en inkomstenbelasting (IRPEF). De vermindering van milieuschadelijke subsidies met 3,5 miljard EUR die in het kader van het herstel- en veerkrachtplan uiterlijk in 2030 wordt beoogd, is relevant voor de vermindering van de inkomstenderving in verband met belastinguitgaven. |
|
Verlaging van de belastingdruk op gezinnen met een laag tot middelhoog inkomen en ondersteuning van de werkgelegenheid. |
Stap 2: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026, vermindering van de loonbelastingwig. |
De gemiddelde loonbelastingwig wordt permanent verkleind ten opzichte van het in 2023 geregistreerde niveau. |
|
|
Kadaster bijwerken. |
Stap 3: a) Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 eigendommen in kaart brengen die momenteel niet in het kadaster zijn opgenomen; b) Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2028 de kadastrale waarden actualiseren voor de onroerendgoedbelastingen voor gebouwen die werkzaamheden in het kader van energie-efficiëntie en/of woningrenovatie hebben ondergaan, geheel of gedeeltelijk gefinancierd met overheidsmiddelen, sinds 2019. |
a) Invoering van de referentiewetgeving en inwerkingtreding, voltooiing van de activiteiten voor het in kaart brengen, controleren en bijwerken van het kadaster; b) Invoering van de referentiewetgeving en inwerkingtreding en voltooiing van de actualisering van het kadaster voor alle eigendommen die zijn gedefinieerd in de kolom/afdeling met de belangrijkste stappen. |
|
|
Hervormingen en investeringen op het gebied van de rationalisering van staatsondernemingen (nieuwe maatregel) |
Staatsondernemingen stroomlijnen in overeenstemming met de nationale wetgeving (Wetsbesluit nr. 175/2016). |
Stap 1: Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 maatregelen nemen om de uitvoering van het rechtskader inzake staatsondernemingen te waarborgen en te versterken. |
Goedkeuring van passende maatregelen om de daadwerkelijke uitvoering van het rechtskader (Wetsbesluit nr. 175/2016) met betrekking tot de activiteiten en operationele efficiëntie van staatsondernemingen te waarborgen en waar nodig te versterken, teneinde een effectieve rationalisering van en afstoting van niet-efficiënte staatsondernemingen te waarborgen zonder de verlening van overheidsdiensten in gevaar te brengen. |
Gedaan te Straatsburg,
Voor de Raad
De voorzitter