31.10.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/62


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2014

betreffende de gelijkwaardigheid van het regelgevingskader van Hongkong voor centrale tegenpartijen met de voorwaarden van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters

(2014/754/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 25, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De procedure voor de erkenning van in derde landen gevestigde centrale tegenpartijen (hierna „CTP's” genoemd) die in artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 is vastgesteld, is bedoeld om CTP's die zijn gevestigd en een vergunning hebben gekregen in derde landen waarvan de reguleringsnormen gelijkwaardig zijn aan die welke in de betrokken verordening zijn vastgesteld, de mogelijkheid te bieden clearingdiensten te verrichten voor clearingleden of handelsplatforms die in de Unie gevestigd zijn. Die erkenningsprocedure en het besluit tot vaststelling van de gelijkwaardigheid waarin daar wordt voorzien, draagt zodoende bij tot het bereiken van de overkoepelende doelstelling van Verordening (EU) nr. 648/2012 om het systeemrisico te verminderen door het gebruik van veilige en gezonde CTP's uit te breiden naar clearing van over-the-counter (hierna „otc” genoemd) derivatencontracten, met inbegrip van de CTP's die in een derde land zijn gevestigd en daar een vergunning hebben gekregen.

(2)

Om een rechtstelsel van een derde land als gelijkwaardig aan het rechtsstelsel van de Unie met betrekking tot CTP's te beschouwen, dient het inhoudelijke resultaat van het toepasselijke juridische en toezichthoudende kader gelijkwaardig te zijn aan de Unievereisten ten aanzien van de toezichtsdoelstellingen die deze bereiken. Doel van deze gelijkwaardigheidstoetsing is dus na te gaan dat het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong waarborgt dat CTP's die in dat gebiedsdeel zijn gevestigd en een vergunning hebben gekregen, in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatformen niet blootstellen aan een hoger risiconiveau dan dat waaraan de CTP's die in de Unie een vergunning hebben gekregen, kunnen worden blootgesteld en dat zij bijgevolg geen onaanvaardbare niveaus van systeemrisico in de Unie opleveren.

(3)

Op 1 september 2013 heeft de Commissie het technische advies van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (hierna „de ESMA” genoemd) ontvangen betreffende het juridische en toezichthoudende kader dat van toepassing is op CTP's die in Hongkong een vergunning hebben gekregen. In dat technische advies werd een aantal verschillen genoemd tussen de juridisch bindende vereisten die, op juridisdictioneel gebied, gelden voor CTP's in Hongkong en de juridisch bindende vereisten die voor CTP's gelden uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012. Dit besluit is echter niet uitsluitend gebaseerd op een vergelijkende analyse van de juridisch bindende vereisten voor CTP's in Hongkong, maar ook op een beoordeling van de uitkomst van die voorwaarden, en de vraag of zij afdoende zijn om de risico's waaraan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms mogelijk worden blootgesteld, zodanig te limiteren dat deze als aan de uitkomst van de in Verordening (EU) nr. 648/2012 bepaalde voorwaarden gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. In het bijzonder dienen daarbij de aanzienlijk lagere risico's die verbonden zijn aan clearingactiviteiten die worden verricht op financiële markten die kleiner zijn dan de financiële markt van de Unie, in aanmerking te worden genomen.

(4)

Overeenkomstig artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten drie voorwaarden vervuld zijn om te kunnen verklaren dat het juridische en toezichthoudende kader van een derde land ten aanzien van CTP's die in dit land over een vergunning beschikken, gelijkwaardig zijn aan de vereisten zoals die in die verordening zijn neergelegd.

(5)

Volgens de eerste voorwaarde moeten CTP's die in een derde land over een vergunning beschikken, voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten zoals die in titel IV van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn neergelegd.

(6)

De juridisch bindende vereisten van Hongkong voor CTP's die in dat gebiedsdeel over een vergunning beschikken, bestaan uit de Clearing and Settlement Systems Ordinance (hierna „CSSO” genoemd) en de Securities and Futures Ordinance (hierna „SFO” genoemd). Entiteiten met een vergunning op grond van de CSSO vallen onder het toezicht van de Hongkong Monetary Authority (hierna „HKMA” genoemd), terwijl entiteiten met een vergunning op grond van de SFO onder het toezicht vallen van de Hongkong Securities and Futures Commission (hierna „SFC” genoemd). In Hongkong hebben CTP's alleen op grond van de SFO een vergunning gekregen. Dit besluit dient dus te worden beperkt tot de regeling die in de SFO wordt uiteengezet.

(7)

Volgens hoofdstuk III van de SFO heeft de SFC de bevoegdheid om CTP's een vergunning te verlenen als Recognised Clearing House (hierna „RCH” genoemd). Wanneer de SFC de aanvraag van een CTP voor een RCH-vergunning onderzoekt, moet zij rekening houden met het „belang van het investeringspubliek” en de „correcte regulering van markten”. De SFC kan ook „de voorwaarden die zij passend acht” vaststellen voordat zij een RCH-vergunning afgeeft aan een CTP, en zij kan die voorwaarden, na kennisgeving, aanpassen indien „zij zich ervan heeft vergewist dat zulks passend is”. Bij het bepalen van wat passend is, dient de SFC rekening te houden met haar wettelijke taken van het behoud van financiële stabiliteit en het verminderen van systeemrisico.

(8)

In de SFO worden de verplichtingen en voorwaarden uiteengezet die een RCH in acht moet nemen. De SFC heeft richtsnoeren uitgevaardigd overeenkomstig artikel 399, lid 1, van de SFO (hierna „de richtsnoeren” genoemd), waarmee de interne normen ten uitvoer worden gelegd die zijn vastgesteld uit hoofde van de Principles for Financial Market Infrastructures (hierna „PFMI's” genoemd) die in april 2012 zijn uitgevaardigd door het Committee on Payment and Settlement Systems (CPSS) (2) en de International Organization of Securities Commissions (IOSCO). Bij het beoordelen of RCH's hun verplichtingen uit hoofde van de SFO nakomen, houdt de SFC rekening met de richtsnoeren. Wanneer een RCH zijn verplichtingen uit hoofde van de SFO, als aangevuld door de richtsnoeren, niet nakomt, kan de SFC maatregelen namen om die situatie te verhelpen.

(9)

Volgens de SFO moet een RCH ook de interne regels en procedures vaststellen die nodig zijn voor de correcte regulering van haar CSSO en voor de correcte regulering van haar clearingleden. De voorwaarden van de SFO en de richtsnoeren worden dus ten uitvoer gelegd in de interne regels en procedures van RCH's. Volgens de SFO moeten door een RCH vastgestelde interne regels en procedures (en wijzigingen daarvan) door de SFC worden goedgekeurd.

(10)

De juridisch bindende vereisten in Hongkong omvatten dus een tweeledige structuur. De kernbeginselen voor RCH's die in de SFO zijn vastgesteld (hierna „de primaire regels” genoemd), leggen normen van hoog niveau vast die RCH's moeten naleven om een vergunning te kunnen krijgen voor het verrichten van clearingdiensten in Hongkong. Die primaire regels vormen het eerste niveau van de juridisch bindende vereisten in Hongkong. Om aan te tonen dat zij de primaire regels naleven, moeten RCH's hun interne regels en procedures ter goedkeuring voorleggen aan de SFC. Die interne regels en procedures omvatten het tweede niveau van de juridisch bindende vereisten in Hongkong, die gedetailleerde voorschriften moeten bevatten over de wijze waarop de RCH aan die hoge normen voldoet in overeenstemming met de richtsnoeren. Na goedkeuring door de SFC worden de interne regels en procedures juridisch bindend voor de RCH's.

(11)

Bij het beoordelen van de gelijkwaardigheid van het juridische en toezichthoudende kader voor RCH's dient ook rekening te worden gehouden met de bereikte risicolimitering die dat oplevert in termen van het risiconiveau waaraan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms worden blootgesteld als gevolg van hun deelname aan RCH's. De uitkomsten inzake risicolimitering worden bepaald door zowel het risiconiveau dat verbonden is aan de door de betrokken CTP verrichte clearingactiviteiten die afhankelijk zijn van de omvang van de financiële markt waarop deze opereert, en de geschiktheid van het voor CTP's geldende juridische en toezichthoudende kader voor het limiteren van dat risiconiveau. Om dezelfde uitkomsten inzake risicolimitering te verkrijgen, zijn striktere vereisten inzake risicolimitering vereist voor CTP's die hun activiteiten verrichten op grotere financiële markten waarvan het inherente risiconiveau groter is dan voor CTP's die hun activiteiten verrichten op kleinere financiële markten waarvan het inherente risiconiveau lager is.

(12)

De omvang van de financiële markten waarop RCH's hun clearingactiviteiten verrichten, is aanzienlijk kleiner dan de markten waarop in de Unie gevestigde CTP's actief zijn. Meer bepaald vertegenwoordigde de jaarlijkse notionele waarde van in Hongkong verhandelde beursgenoteerde derivatencontracten, de voorbije drie jaar minder dan 1 % van de jaarlijkse notionele waarde van in de Unie verhandelde beursgenoteerde derivatencontracten. In diezelfde periode bedroeg de beurswaarde van op de effectenbeurs van Hongkong verhandelde effecten gemiddeld minder dan 25 % van de beurswaarde van de Unie. Bovendien bevindt clearing door RCH's van complexere producten zoals otc-derivaten zich nog in een vroeg stadium, omdat clearingdiensten voor otc-derivatencontracten pas op 25 november 2013 van start gingen. Daarom stelt deelneming in RCH's clearingleden en handelsplatforms die in de Unie zijn gevestigd, aan aanzienlijk lagere risico's bloot dan wanneer zij deelnemen in CTP's die in de Unie over een vergunning beschikken.

(13)

Bijgevolg kan het juridische en toezichthoudende kader voor RCH's als gelijkwaardig worden beschouwd wanneer dat passend is om dat lagere risiconiveau te limiteren. De primaire regels voor RCH's, aangevuld door hun interne regels en procedures waarmee de PFMI's ten uitvoer worden gelegd, limiteren het lagere risiconiveau dat in Hongkong bestaat en leveren een uitkomst inzake risicolimitering op die gelijkwaardig is aan die welke door Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt nagestreefd.

(14)

Derhalve concludeert de Commissie dat het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong waarborgt dat RCH's met een vergunning voor dat gebiedsdeel voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten zoals die in titel IV van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn neergelegd.

(15)

Volgens de tweede voorwaarde van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moet het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong ten aanzien van de CTP's die in dat gebiedsdeel over een vergunning beschikken, voorzien in doorlopend, effectief toezicht en effectieve handhaving ten aanzien van die CTP's.

(16)

De SFC monitort doorlopend de naleving door RCH's van de voorwaarden voor risicobeheer door toezicht- en risicogebaseerde onderzoeksprocedures, met inbegrip van toetsing aan de prudentiële voorwaarden. De SFC beschikt over bijkomende middelen om naleving af te dwingen. Met name heeft de SFC de bevoegdheid om RCH's te instrueren CSSO's aan te bieden of te opereren dan wel hun vergunning in te trekken. Daarnaast kan de SFC ook eisen dat RCH's indien nodig bepaalde aanpassingen aan hun regels aanbrengen, en is zij gemachtigd om deze aanpassingen van regels eenzijdig te doen wanneer de betrokken RCH een verzoek in die zin niet nakomt. De SFC is bevoegd om RCH's te vragen boeken en bescheiden te verschaffen die zij bijhouden met betrekking tot of ten behoeve van hun activiteiten of ten aanzien van clearing- en afwikkelingsregelingen voor effectentransacties of futurescontracten, alsmede andere informatie met betrekking tot hun activiteiten of clearing- en afwikkelingsregelingen voor effectentransacties of futurescontracten die de SFC redelijkerwijs nodig heeft om haar taken te kunnen uitoefenen. Het niet verschaffen van die informatie of documentatie, zonder dat daar redelijke gronden voor zijn, kan leiden tot het opleggen van geldboeten.

(17)

Bijgevolg concludeert de Commissie dat het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong met betrekking tot CTP's die over een vergunning voor dat gebiedsdeel beschikken, voorziet in doorlopend, effectief toezicht en effectieve handhaving.

(18)

Volgens de derde voorwaarde van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moet het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong voorzien in een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP's waaraan uit hoofde van buitenlandse rechtsstelsels een vergunning is verleend (hierna „CTP's uit derde landen” genoemd).

(19)

Om als CTP in Hongkong te kunnen opereren, moet een entiteit worden aangewezen als een RCH of worden erkend als een verrichter van Automated Trading Services (hierna „ATS” genoemd) op grond van de SFO. ATS worden omschreven als entiteiten die, via elektronische faciliteiten, diensten verrichten ten behoeve van de handel in of de clearing van effecten of futurescontracten. In maart 2014 keurde de Hongkong Legislative Council een Amendment Ordinance goed om het toepassingsgebied van de ATS-definitie uit te breiden tot otc-derivaten.

(20)

De ATS-regeling is geschikt voor CTP's uit derde landen die diensten willen aanbieden aan deelnemers uit Hongkong. CTP's uit derde landen kunnen een verzoek indienen om in Hongkong als ATS te worden erkend, waardoor zij in Hongkong dezelfde diensten kunnen verrichten als die welke zij gemachtigd zijn te verrichten in het derde land.

(21)

Bij de behandeling van de ATS-aanvraag van een CTP uit een derde land gaat de SFC de naleving door die CTP na aan de hand van PFMI's. Ook moet er een Memorandum of Understanding worden gesloten tussen de SFC en de bevoegde buitenlandse toezichthouder van de verzoekende CTP voordat de ATS-aanvraag kan worden goedgekeurd, omdat de SFC zich op de toezichthouder van het thuisland verlaat voor het dagdagelijkse toezicht op de CTP uit het derde land.

(22)

De structuur van de erkenningsprocedure van het in Hongkong voor CTP's uit derde landen geldende rechtsstelsel verschilt weliswaar van de in Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde procedure, maar niettemin moet deze worden beschouwd als een procedure die, wat de erkenning van CTP's uit derde landen betreft, voorziet in een stelsel dat daadwerkelijk gelijkwaardig is.

(23)

Mitsdien kunnen de voorwaarden van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 geacht worden te zijn vervuld door het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong voor RCH's die in dat gebiedsdeel over een vergunning beschikken, en dient dat juridische en toezichthoudende kader als gelijkwaardig aan de in Verordening (EU) nr. 648/2012 bepaalde voorwaarden te worden beschouwd. De Commissie, daarbij geïnformeerd door de ESMA, dient de ontwikkeling van het juridische en toezichthoudende kader van Hongkong inzake CTP's en de inachtneming van de voorwaarden op grond waarvan dit besluit is genomen, te blijven monitoren.

(24)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het effectenbedrijf,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt het in Hongkong van kracht zijnde juridische en toezichthoudende kader bestaande uit de Securities and Futures Ordinance (SFO) als aangevuld door richtsnoeren goedgekeurd op grond van artikel 399, lid 1, van de SFO en van toepassing op Recognised Clearing Houses (RCH's) met een vergunning voor dat gebiedsdeel, als gelijkwaardig aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012 beschouwd.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Per 1 september 2014 is de naam van het Committee on Payment and Settlement Systems veranderd in Committee on Payment and Market Infrastructures (CPMI).