31990R2367

Verordening (EEG) nr. 2367/90 van de Commissie van 25 juli 1990 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden, overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen

Publicatieblad Nr. L 219 van 14/08/1990 blz. 0005 - 0025


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2367/90 VAN DE COMMISSIE

van 25 juli 1990

betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden, overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (1), inzonderheid op artikel 23,

Gelet op Verordening nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962, Eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag (2), laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van Spanje en Portugal, inzonderheid op artikel 24,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1017/68 van de Raad van 19 juli 1968 houdende de toepassing van mededingingsregels op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (3), laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van Spanje en Portugal, inzonderheid op artikel 29,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 4056/86 van de Raad van 22 december 1986 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer (4), inzonderheid op artikel 26,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3975/87 van de Raad van 14 december 1987 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de mededingingsregels op ondernemingen in de sector luchtvervoer (5), inzonderheid op artikel 19,

Gezien het advies van het Raadgevend Comité voor concentraties, alsmede van de Raadgevende Comités voor mededingingsregelingen en economische machtsposities op het gebied van het vervoer, het vervoer over zee en het luchtvervoer,

1. Overwegende dat artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 4064/89 de Commissie de bevoegdheid verleent uitvoeringsbepalingen vast te stellen met betrekking tot vorm, inhoud en overige bijzonderheden van aanmeldingen op grond van artikel 4, met betrekking tot de op grond van artikel 10 vastgestelde termijnen, alsmede met betrekking tot het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig artikel 18;

2. Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 4064/89 als beginsel is gesteld dat concentraties moeten worden aangemeld voordat zij tot stand worden gebracht; dat enerzijds een aanmelding belangrijke, voor de betrokkenen gunstige rechtsgevolgen heeft, terwijl anderzijds bij niet-nakoming van de aanmeldingsverplichting geldboeten aan de betrokkenen kunnen worden opgelegd en deze niet-nakoming ook andere voor hen nadelige civielrechtelijke gevolgen kan hebben; dat bijgevolg in het belang van de rechtszekerheid voorwerp en inhoud van de in de aanmelding te verstrekken gegevens nauwkeurig moeten worden vastgesteld;

3. Overwegende dat het aan de betrokkenen staat de Commissie volledig en naar waarheid in te lichten over de feiten en omstandigheden die voor het geven van een beschikking over de aangemelde concentratie relevant zijn;

4. Overwegende dat het, ten einde het onderzoek van de aanmelding te vereenvoudigen en te bespoedigen, wenselijk is dat het gebruik van een formulier wordt voorgeschreven;

5. Overwegende dat, aangezien de aanmelding wettelijke termijnen voor het inleiden van de procedure en voor het geven van de beschikkingen doet ingaan, ook moet worden vastgesteld aan welke voorwaarden zij moet voldoen om geldig te zijn, en welk tijdstip als datum van de aanmelding geldt;

6. Overwegende dat in het belang van de rechtszekerheid regels moeten worden vastgesteld voor de berekening van de in Verordening (EEG) nr. 4064/89 bepaalde wettelijke termijnen, met name wat betreft het begin en einde van die termijnen en de omstandigheden waaronder zij worden geschorst; dat de desbetreffende bepalingen moeten zijn gebaseerd op de beginselen van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (6), onder voorbehoud van bepaalde aanpassingen die noodzakelijk zijn omdat de genoemde wettelijke termijnen uitzonderlijk kort zijn;

7. Overwegende dat de bepalingen betreffende de procedure voor de Commissie zo moeten worden opgesteld dat het recht om te worden gehoord en de rechten van de verdediging ten volle zijn gewaarborgd;

8. Overwegende dat de Commissie de betrokkenen desgevraagd in de gelegenheid zal stellen vóór de aanmelding op informele wijze en in strikt vertrouwen met haar van gedachten te wisselen over de voorgenomen concentratie; dat zij bovendien zo nodig na de aanmelding nauw contact met de betrokkenen zal houden, ten einde te zamen met hen de praktische of juridische problemen die bij haar eerste onderzoek van het geval aan het licht zouden komen, te bespreken en, indien mogelijk, in der minne op te lossen;

9. Overwegende dat in overeenstemming met het beginsel van de eerbiediging van het recht om te worden gehoord de betrokkenen in de gelegenheid moeten worden gesteld hun opmerkingen te maken over alle bezwaren die de Commissie voornemens is in haar beschikkingen in aanmerking te nemen;

10. Overwegende dat derden die daarbij een voldoende belang hebben, eveneens in de gelegenheid moeten worden gesteld hun standpunt kenbaar te maken, indien zij schriftelijk daarom verzoeken;

11. Overwegende dat het wenselijk is dat alle personen die gerechtigd zijn opmerkingen te maken, dit schriftelijk doen, zowel in hun eigen belang als uit een oogpunt van behoorlijk bestuur, met dien verstande evenwel dat zij het recht moeten hebben zo nodig hun schriftelijke opmerkingen mondeling aan te vullen tijdens een hoorzitting; dat echter in dringende gevallen de Commissie de mogelijkheid moet hebben onmiddellijk over te gaan tot het horen van betrokkenen of derden; dat in dergelijke gevallen de te horen personen het recht moeten hebben hun mondelinge verklaringen schriftelijk te bevestigen;

12. Overwegende dat moet worden bepaald wat de rechten zijn van de personen die moeten worden gehoord, in welke mate hun toegang tot het dossier van de Commissie moet worden verleend en onder welke voorwaarden zij zich kunnen laten vertegenwoordigen of bijstaan;

13. Overwegende dat ook regels betreffende de bepaling en berekening van de door de Commissie opgelegde antwoordtermijnen moeten worden vastgesteld;

14. Overwegende dat het Raadgevend Comité voor concentraties advies zal uitbrengen op basis van een voorontwerp voor een beschikking; dat het bijgevolg over een geval moet worden geraadpleegd, nadat het onderzoek daarvan is voltooid; dat deze raadpleging de Commissie evenwel niet belet zo nodig het onderzoek te heropenen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

AFDELING I

AANMELDINGEN

Artikel 1

Personen die tot het indienen van aanmeldingen gerechtigd zijn

1. Aanmeldingen moeten worden ingediend door de personen of ondernemingen, bedoeld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4064/89.

2. Tekenen vertegenwoordigers van personen of ondernemingen de aanmeldingen, dan moeten zij hun bevoegdheid tot vertegenwoordiging bij geschrifte aantonen.

3. Collectieve aanmeldingen dienen te worden ingediend door een gemeenschappelijke gevolmachtigde, die gemachtigd is namens alle indieners van de aanmelding documenten door te geven en te ontvangen.

Artikel 2

Indiening van de aanmeldingen

1. Aanmeldingen moeten worden ingediend op de wijze als voorgeschreven in formulier CO, waarvan het model is opgenomen in bijlage I. Voor het indienen van een collectieve aanmelding moet één enkel formulier worden gebruikt.

2. De aanmelding moet in twintigvoud en de bijlagen moeten in vijftienvoud worden toegezonden aan de Commissie op het in het formulier CO vermelde adres.

3. Van de bijlagen moet het origineel of een kopie worden ingezonden; de eensluidendheid en de volledigheid van de kopie moeten door de indieners van de aanmelding worden bevestigd.

4. De aanmelding moet in een van de officiële talen van de Gemeenschap worden gesteld. Deze taal is ten aanzien van alle betrokkenen de taal waarin de procedure wordt gevoerd. Bijlagen moeten in de oorspronkelijke taal worden ingezonden. Indien deze taal geen van de officiële talen is, moet een vertaling worden bijgevoegd in de taal waarin de procedure wordt gevoerd.

Artikel 3

Te verstrekken gegevens

1. De aanmelding moet alle in het formulier CO verlangde gegevens bevatten. De gegevens moeten juist en volledig zijn.

2. Materiële wijzigingen in de in de aanmelding vermelde feiten waarvan de indieners van de aanmelding op de hoogte zijn of behoorden te zijn, moeten eigener beweging onverwijld aan de Commissie worden meegedeeld.

3. Onjuiste of misleidende gegevens worden met onvolledige gegevens gelijkgesteld.

Artikel 4

Datum van de aanmelding

1. Onverminderd het bepaalde in lid 2, geldt als datum van de aanmelding het tijdstip waarop deze bij de Commissie inkomt.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 3, stelt de Commissie, indien de gegevens in de aanmelding materieel onvolledig zijn, onverwijld de indieners van de aanmelding of de gemeenschappelijke gevolmachtigde schriftelijk daarvan in kennis en stelt zij een passende termijn vast binnen welke de gegevens moeten worden vervolledigd; in dit geval geldt als datum van de aanmelding het tijdstip waarop de Commissie de volledige gegevens ontvangt. 3. De Commissie kan ontheffing verlenen van de verplichting tot het verstrekken van bepaalde in het formulier CO verlangde gegevens, indien zij van mening is dat die gegevens niet noodzakelijk zijn voor het onderzoek van het geval.

4. De Commissie zendt aan de indieners van de aanmelding of aan de gemeenschappelijke gevolmachtigde onverwijld een bevestiging toe van het tijdstip van ontvangst van de aanmelding of van een antwoord op een brief die zij hem krachtens het bepaalde in lid 2 heeft toegezonden.

Artikel 5

Omzetting van de aanmelding

1. Indien de Commissie vaststelt dat de aangemelde operatie geen concentratie is in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4064/89, stelt zij de indiener van de aanmelding of de gemeenschappelijke gevolmachtigde daarvan schriftelijk in kennis. In dit geval kan de Commissie, indien de indieners van de aanmelding daarom schriftelijk verzoeken, naar gelang van de omstandigheden en onverminderd het bepaalde in lid 2, de aanmelding behandelen als een verzoek in de zin van artikel 2 of een aanmelding in de zin van artikel 4 van Verordening nr. 17, als een verzoek in de zin van artikel 12 of een aanmelding in de zin van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1017/68, als een verzoek in de zin van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 4056/86 of als een verzoek in de zin van artikel 3, lid 2, of artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3975/87.

2. In het in lid 1, tweede volzin, bedoelde geval kan de Commissie verlangen dat de in de aankondiging verstrekte gegevens binnen een door haar vastgestelde passende termijn worden aangevuld, in zoverre dit noodzakelijk is om de betrokken operatie op grond van bovengenoemde verordeningen te kunnen beoordelen. Indien de Commissie binnen de vastgestelde termijn de aanvullende gegevens ontvangt, wordt de aanmelding of het verzoek geacht vanaf de datum van de oorspronkelijke aanmelding aan die verordeningen te voldoen.

AFDELING II

TERMIJNEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE EN VOOR HET GEVEN VAN DE BESCHIKKINGEN

Artikel 6

Begin van de termijnen

1. De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijnen gaan in bij de aanvang van de dag volgende op de datum van de aanmelding, bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2, van deze verordening.

2. De in artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn gaat in bij de aanvang van de dag volgende op die waarop de procedure is ingeleid.

3. Indien de eerste dag van een termijn geen werkdag in de zin van artikel 19 is, gaat de termijn in bij de aanvang van de eerstvolgende werkdag.

Artikel 7

Einde van de termijnen

1. De in artikel 10, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn loopt af bij het verstrijken van de dag die, in de maand volgende op de maand waarin de termijn is ingegaan, dezelfde cijferaanduiding heeft als de dag waarop de termijn is ingegaan. Indien bedoelde maand geen dergelijke dag telt, loopt de termijn af bij het verstrijken van de laatste dag van die maand.

2. De in artikel 10, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn loopt af bij het verstrijken van de dag die, in de zesde week volgende op de week waarin de termijn is ingegaan, dezelfde naam heeft als de dag waarop de termijn is ingegaan.

3. De in artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn loopt af bij het verstrijken van de dag die, in de vierde maand volgende op de maand waarin de termijn is ingegaan, dezelfde cijferaanduiding heeft als de dag waarop de termijn is ingegaan. Indien bedoelde maand geen dergelijke dag telt, loopt de termijn af bij het verstrijken van de laatste dag van die maand.

4. Indien de laatste dag van de termijn geen werkdag in de zin van artikel 19 is, loopt de termijn af bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag.

5. Het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 geldt onverminderd het bepaalde in artikel 8.

Artikel 8

Toevoeging van feestdagen

Indien wettelijke feestdagen en andere feestdagen van de Commissie als bedoeld in artikel 19 binnen de in artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijnen vallen, worden deze termijnen met eenzelfde aantal dagen verlengd.

Artikel 9

Schorsing van de termijnen

1. De in artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn wordt geschorst, indien de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 5, of artikel 13, lid 3, van die verordening een beschikking moet geven omdat

a) de inlichtingen waarom de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 een bij een concentratie betrokken onderneming heeft verzocht, niet of niet volledig binnen de door de Commissie vastgestelde termijn worden verstrekt;

b) een bij een concentratie betrokken onderneming heeft geweigerd zich aan een door de Commissie noodzakelijk geachte verificatie op grond van artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 te onderwerpen of overeenkomstig die bepaling daaraan mee te werken;

c) de indieners van de aanmelding hebben verzuimd de Commissie van materiële wijzigingen in de in de aanmelding vermelde feiten in kennis te stellen. 2. De in artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijn wordt geschorst:

a) in het in lid 1, onder a), bedoelde geval, vanaf het verstrijken van de in het verzoek om inlichtingen vastgestelde termijn tot de ontvangst van volledige en juiste inlichtingen zoals bij beschikking verlangd;

b) in het in lid 1, onder b), bedoelde geval, vanaf de vergeefse poging tot verrichting van de verificatie tot de voltooiing van de bij beschikking gelaste verificatie;

c) in het in lid 1, onder c), bedoelde geval, vanaf het tijdstip waarop de wijziging in de aldaar bedoelde feiten zich voordoet, tot de ontvangst van volledige en juiste inlichtingen zoals bij beschikking verlangd, of tot de voltooiing van de bij beschikking verlangde verificatie.

3. De schorsing van de termijn gaat in op de dag volgende op die waarop de grond tot schorsing ontstaat, en eindigt bij het verstrijken van de dag waarop die grond ophoudt te bestaan. Indien deze laatste dag geen werkdag in de zin van artikel 19 is, eindigt de schorsing van de termijn bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag.

Artikel 10

Naleving van de termijnen

Voor de naleving van de in artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 vastgestelde termijnen volstaat het dat de Commissie de beschikking geeft voordat de termijn verstrijkt. Kennisgeving van de beschikking aan de betrokken ondernemingen moet daarop onverwijld volgen.

AFDELING III

HET HOREN VAN BETROKKENEN EN VAN DERDEN

Artikel 11

Beschikkingen tot schorsing van de totstandbrenging van concentraties

1. Indien de Commissie voornemens is een beschikking op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 of een voor de betrokkenen ongunstige beschikking op grond van artikel 7, lid 4, van die verordening te geven, deelt zij overeenkomstig artikel 18, lid 1, van die verordening, de betrokkenen schriftelijk haar bezwaren mee en stelt zij een termijn vast binnen welke dezen hun standpunt kenbaar kunnen maken.

2. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 voorlopig een beschikking zoals bedoeld in lid 1 heeft gegeven zonder eerst de betrokkenen in de gelegenheid te hebben gesteld hun standpunt kenbaar te maken, zendt zij hun onverwijld en in elk geval vóór het einde van de lopende schorsing de tekst van de voorlopige beschikking toe en stelt zij een termijn vast binnen welke zij hun standpunt kenbaar kunnen maken.

Zodra de betrokkenen hun standpunt kenbaar hebben gemaakt, geeft de Commissie een definitieve beschikking, waarbij zij de voorlopige beschikking intrekt, wijzigt of bevestigt. Indien de betrokkenen niet binnen de vastgestelde termijn hun standpunt kenbaar maken, wordt de voorlopige beschikking van de Commissie bij het verstrijken van die termijn definitief.

3. De betrokkenen maken binnen de vastgestelde termijn hun standpunt kenbaar, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling. Zij kunnen hun mondelinge verklaringen schriftelijk bevestigen.

Artikel 12

Beschikkingen ten principale

1. Indien de Commissie voornemens is een beschikking te geven overeenkomstig artikel 8, lid 2, tweede alinea, artikel 8, leden 3, 4 of 5, artikel 14 of artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 4064/89, hoort zij de betrokkenen overeenkomstig artikel 18 van die verordening alvorens het Raadgevend Comité voor concentraties te raadplegen.

2. De Commissie deelt de betrokkenen schriftelijk haar bezwaren mede. Deze mededeling wordt gericht tot de indiener van de aanmelding of tot de gemeenschappelijke gevolmachtigde. De Commissie stelt in de mededeling van de bezwaren een termijn vast binnen welke de betrokkenen hun standpunt kenbaar kunnen maken.

3. Nadat zij de betrokkenen haar bezwaren heeft medegedeeld, verleent de Commissie hun op hun verzoek inzage van het dossier, zodat zij hun opmerkingen kunnen voorbereiden. Er wordt evenwel geen inzage verleend van stukken voor zover deze zakengeheimen van andere betrokkenen of van derden, dan wel andere vertrouwelijke informatie, met inbegrip van commercieel gevoelige informatie, waarvan de openbaarmaking nadelige gevolgen van betekenis zou hebben voor de verstrekker van deze informatie, of interne informatie van overheidsinstanties, bevatten.

4. De betrokkenen maken binnen de vastgestelde termijn schriftelijk hun standpunt ten aanzien van de bezwaren van de Commissie kenbaar. Zij kunnen in hun schriftelijke opmerkingen alle relevante middelen en feiten aanvoeren en ten bewijze van de aangevoerde feiten alle relevante stukken overleggen. Zij kunnen ook voorstellen dat de Commissie personen hoort die deze feiten kunnen bevestigen.

Artikel 13

Mondelinge toelichting

1. De Commissie stelt die betrokkenen welke in hun schriftelijke opmerkingen daarom hebben verzocht, in de gelegenheid hun standpunt mondeling toe te lichten, indien zij kunnen aantonen daarbij voldoende belang te hebben of indien de Commissie voornemens is hun een geldboete of een dwangsom op te leggen. Zij kan ook in andere gevallen de betrokkenen in de gelegenheid stellen hun standpunt mondeling toe te lichten.

2. De Commissie roept de te horen personen op tegen het tijdstip dat zij vaststelt.

3. Zij zendt onverwijld een afschrift van de oproeping toe aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten, die een ambtenaar kunnen aanwijzen om aan de hoorzitting deel te nemen. Artikel 14

Hoorzitting

1. De hoorzitting wordt gehouden door personen die de Commissie daartoe aanwijst.

2. De opgeroepenen verschijnen in persoon of worden vertegenwoordigd door hun wettelijke of statutaire vertegenwoordigers. Ondernemingen en ondernemersverenigingen kunnen worden vertegenwoordigd door een naar behoren gemachtigd lid van hun vast personeel.

3. Degenen die door de Commissie worden gehoord, kunnen zich laten bijstaan door advocaten of hoogleraren die overeenkomstig artikel 17 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschap voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen mogen optreden, of door andere bevoegde personen.

4. De hoorzitting is niet openbaar. Elke opgeroepene wordt afzonderlijk of in aanwezigheid van andere opgeroepenen gehoord. In dit laatste geval wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de ondernemingen bij de bescherming van hun zakengeheimen.

5. De verklaringen van de personen die worden gehoord, worden opgetekend.

Artikel 15

Het horen van derden

1. Indien natuurlijke personen of rechtspersonen die aantonen daarbij voldoende belang te hebben, en met name leden van de bestuurs- of directieorganen van de betrokken ondernemingen of erkende vertegenwoordigers van de werknemers van deze ondernemingen, overeenkomstig artikel 18, lid 4, tweede zin, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 schriftelijk verzoeken om te worden gehoord, stelt de Commissie hen in kennis van de aard en het voorwerp van de procedure en stelt zij een termijn vast binnen welke zij hun standpunt kenbaar kunnen maken.

2. De in lid 1 bedoelde derden maken binnen de vastgestelde termijn hun standpunt kenbaar, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling. Zij kunnen hun mondelinge verklaringen schriftelijk bevestigen.

3. De Commissie kan ook in andere gevallen derden in de gelegenheid stellen hun standpunt kenbaar te maken.

AFDELING IV

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 16

Toezending van stukken

1. Toezending van stukken en oproepingen van de Commissie aan degene voor wie zij zijn bestemd, kan op de volgende manieren geschieden:

a) afgifte tegen ontvangstbewijs,

b) aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging,

c) telefax met verzoek om ontvangstbevestiging,

d) telexbericht.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 18, lid 1, is lid 1 ook van toepassing op toezending van stukken van de betrokkenen of van derden aan de Commissie.

3. In geval van toezending van een stuk per telexbericht of telefax wordt degene voor wie het is bestemd, geacht het op de dag van de verzending te hebben ontvangen.

Artikel 17

Vaststelling van termijnen

1. Bij het vaststellen van de in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, artikel 11, leden 1 en 2, artikel 12, lid 2, en artikel 15, lid 1, bedoelde termijnen houdt de Commissie rekening met de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de verklaringen en met de urgentie van het geval, alsmede met de wettelijke feestdagen in het land van ontvangst van de mededeling van de Commissie.

2. De termijnen vangen aan op de dag volgende op die waarop de mededeling van de Commissie wordt ontvangen door degene voor wie zij is bestemd.

Artikel 18

Ontvangst van stukken door de Commissie

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 1, moeten aanmeldingen vóór het verstrijken van de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 bedoelde wettelijke termijn bij de Commissie op het in het formulier CO aangegeven adres inkomen, dan wel bij aangetekend schrijven zijn verzonden. Gegevens die strekken tot vervollediging van aanmeldingen overeenkomstig artikel 4, lid 2, of tot aanvulling van aanmeldingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, moeten vóór het verstrijken van de voor elk concreet geval vastgestelde termijn bij de Commissie op het bovenbedoelde adres inkomen, dan wel bij aangetekend schrijven zijn verzonden. Schriftelijke opmerkingen over mededelingen van de Commissie overeenkomstig artikel 11, leden 1 en 2, artikel 12, lid 2, en artikel 15, lid 1, moeten vóór het verstrijken van de voor elk concreet geval vastgestelde termijn bij de Commissie op het bovenbedoelde adres inkomen.

2. Indien de laatste dag van een termijn nog stukken moeten worden ontvangen en indien die dag geen werkdag in de zin van artikel 19 is, dan loopt de termijn af bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag.

3. Indien de laatste dag van een termijn nog stukken moeten worden verzonden en indien die dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag in het land van de verzending is, dan loopt de termijn af bij het verstrijken van de eerstvolgende werkdag in dat land. Artikel 19

Definitie van werkdagen van de Commissie

Onder werkdagen worden in artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 4, artikel 9, lid 3, en artikel 18, lid 2, verstaan alle andere dagen dan zaterdagen, zondagen, de in bijlage II opgesomde wettelijke feestdagen en de door de Commissie voor het begin van elk jaar in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte andere feestdagen.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 21 september 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 25 juli 1990.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 395 van 30. 12. 1989, blz. 1.

(2) PB nr. 13 van 21. 2. 1962, blz. 204/62.

(3) PB nr. L 175 van 23. 7. 1968, blz. 1.

(4) PB nr. L 378 van 31. 12. 1986, blz. 4.

(5) PB nr. L 374 van 31. 12. 1987, blz. 1.

(6) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.

BIJLAGE I

FORMULIER CO BETREFFENDE DE AANMELDING VAN EEN CONCENTRATIE INGEVOLGE VERORDENING (EEG) Nr. 4064/89 VAN DE RAAD

A. Inleiding

In dit formulier wordt een overzicht gegeven van de inlichtingen die door een onderneming of ondernemingen moeten worden verstrekt wanneer zij een concentratie van communautaire dimensie bij de Commissie aanmelden. Een »concentratie" wordt gedefineerd in artikel 3 en »communautaire dimensie" in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4064/89.

Uw aandacht wordt in het bijzonder gevestigd op Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 2367/90 van de Commissie. Met name kan worden opgemerkt dat:

a) alle in dit formulier gevraagde inlichtingen verstrekt moeten worden. Indien u echter te goeder trouw niet in staat bent een antwoord op een vraag te geven of op grond van de beschikbare inlichtingen slechts een gedeeltelijk antwoord kunt geven, vermeld dit dan met opgave van redenen. Indien u van mening bent dat de Commissie bepaalde in dit formulier gevraagde inlichtingen wellicht niet nodig heeft voor haar onderzoek, kunt u haar verzoeken u vrij te stellen van de verplichting deze inlichtingen te verstrekken overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2367/90;

b) tenzij alle afdelingen volledig zijn ingevuld of goede redenen zijn gegeven waarom het niet mogelijk was onbeantwoorde vragen te beantwoorden (bij voorbeeld omdat geen informatie beschikbaar is over een doelonderneming gedurende een bestreden aanbod), deze aanmelding onvolledig zal zijn en eerst geldig zal worden op de datum waarop alle inlichtingen zijn ontvangen. De kennisgeving zal geacht worden onvolledig te zijn als onjuiste of misleidende inlichtingen zijn verstrekt;

c) indien doelbewust of door onachtzaamheid onjuiste of misleidende inlichtingen zijn verstrekt, dit ertoe kan leiden dat u een geldboete wordt opgelegd.

B. Wie moet de aanmelding verrichten?

In het geval van een fusie (in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 4064/89) of van het verkrijgen van gezamenlijke zeggenschap in een onderneming (in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 4064/89), moeten naar gelang van het geval de partijen bij de fusie of degenen die gezamenlijke zeggenschap verkrijgen, gezamenlijk de aanmelding verrichten.

In het geval van verwerving van zeggenschap in een onderneming door een andere moet de verwerver de aanmelding verrichten.

In het geval van een openbaar aanbod tot overneming van een onderneming moet de aanbieder de aanmelding verrichten.

Elke partij die de aanmelding verricht, is verantwoordelijk voor de juistheid van de daarbij verstrekte informatie.

Voor de doeleinden van dit formulier is bij »de partijen bij de concentratie" (»de partijen") inbegrepen de onderneming waarover zeggenschap wordt verworven of die onderwerp is van een openbaar aanbod.

C. Bijlagen

De ingevulde aanmelding moet vergezeld gaan van

a) de definitieve of meest recente versies van alle documenten waarmee de concentratie tot stand wordt gebracht, bij overeenkomst tussen de betrokken partijen door verwerving van zeggenschap of door een openbaar aanbod;

b) in geval van een openbaar aanbod, het aanbiedingsdocument. Indien het ten tijde van de aanmelding niet beschikbaar is moet dit document zo spoedig mogelijk worden ingediend en niet later dan wanneer het aan de aandeelhouders wordt gezonden;

c) de meest recente jaarverslagen en jaarrekeningen van alle partijen bij de concentratie;

d) rapporten of analyses die werden opgesteld voor doeleinden van de concentratie en waaraan gegevens zijn ontleend voor het verstrekken van de in de afdelingen 5 en 6 verlangde inlichtingen; e) een lijst en korte inhoudsbeschrijving van alle analyses, rapporten, studies en onderzoeken die werden opgesteld door of voor een of meer van de aanmeldende partijen met het doel de beoogde concentratie te beoordelen of te analyseren uit het oogpunt van concurrentievoorwaarden, concurrenten (feitelijke en potentiële) en marktomstandigheden. Bij elk in de lijst genoemd document moet de naam en functie van de auteur worden vermeld.

D. Hoe moet de aanmelding worden verricht?

De aanmelding moet worden verricht in een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap. Deze taal zal vervolgens voor alle aanmeldende partijen de taal zijn waarin de procedures worden gevoerd.

Bij de verstrekking van de in dit formulier gevraagde inlichtingen moet de indeling van het formulier (afdelingen en paragraafnummers) worden gevolgd.

De bijlagen moeten worden ingediend in de oorspronkelijke taal; als dit niet een officiële taal van de Gemeenschap is moeten zij worden vertaald in de taal van de procedures (artikel 2, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2367/90).

De bijlagen mogen originelen of afschriften van originelen zijn. In het laatste geval moet de aanmeldende partij verklaren dat zij eensluidend en volledig zijn.

De financiële gegevens die in afdeling 2.4 worden verlangd, moeten in ecu worden uitgedrukt met gebruikmaking van de gemiddelde wisselkoersen voor de betrokken jaren of andere periode.

Elke aanmelding moet in 20 exemplaren worden ingediend en alle bijlagen in 15 exemplaren.

De aanmelding moet worden toegezonden aan:

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-generaal Concurrentie (DG IV)

Werkgroep Concentratiecontrole (Kortenberglaan 150)

Wetstraat 200

B-1049 Brussel

of tijdens de normale werktijden van de Commissie worden afgegeven bij het volgende adres:

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-generaal Concurrentie (DG IV)

Werkgroep Concentratiecontrole

Kortenberglaan 150

B-1040 Brussel.

E. Geheimhouding

Artikel 214 van het Verdrag en artikel 17, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 houden in dat de Commissie en de Lid-Staten, hun ambtenaren en overige personeelsleden verplicht zijn de inlichtingen die zij bij de toepassing van de verordening hebben ingewonnen en die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen, niet openbaar te maken. Hetzelfde beginsel moet tevens worden toegepast ter bescherming van de vertrouwelijkheid tussen de aanmeldende partijen.

Gelieve, indien u van mening bent dat uw belangen geschaad zouden worden als een of meer van de van u gevraagde inlichtingen openbaar gemaakt of anderszins aan andere partijen bekendgemaakt zouden worden, deze inlichtingen afzonderlijk in te dienen onder duidelijke vermelding op elke bladzijde van »bedrijfsgeheimen". U dient tevens de redenen op te geven waarom deze inlichtingen niet bekend of openbaar gemaakt mogen worden.

In het geval van fusies of gezamenlijke verwervingen of in andere gevallen waarin de aanmelding door meer dan een van de partijen wordt verricht, kunnen bedrijfsgeheimen separaat worden ingediend met verwijzing daarnaar in de aanmelding als naar een bijlage. In deze gevallen zal de aanmelding geacht worden volledig te zijn na ontvangst van al deze bijlagen.

F. Verwijzingen

De verwijzingen in dit formulier betreffen de betrokken artikelen en leden van artikelen van Verordening (EEG) nr. 4064/89. AFDELING 1

1.2 // 1.1. // Inlichtingen betreffende de aanmeldende partij (of partijen) // // Vermeld: // 1.1.1. // naam en adres van de onderneming; // 1.1.2. // aard van de activiteiten van de onderneming; // 1.1.3. // naam, adres, telefoon, telefax en/of telex, en functie van de te contacteren persoon. // 1.2. // Inlichtingen betreffende de andere partijen bij de concentratie (1) (2) // // Vermeld voor elke partij bij de concentratie (uitgezonderd de aanmeldende partij): // 1.2.1. // naam en adres van de onderneming; // 1.2.2. // aard van de activiteiten van de onderneming; // 1.2.3. // naam, adres, telefoon, telefax en/of telex en functie van de te contacteren persoon. // 1.3. // Adres te Brussel // // Vermeld indien mogelijk een adres in Brussel waaraan alle mededelingen kunnen worden gedaan en waar documenten kunnen worden afgegeven, overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2367/90. // 1.4. // Benoeming van vertegenwoordigers // // In artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2367/90 is bepaald dat indien vertegenwoordigers van ondernemingen een aanmelding ondertekenen, zij hun bevoegdheid tot vertegenwoordiging bij geschrifte moeten aantonen. Deze schriftelijke machtiging moet bij de aanmelding worden gevoegd en de volgende gegevens betreffende de vertegenwoordigers van de aanmeldende partij of partijen en andere partijen bij de concentratie moeten worden vermeld: // 1.4.1. // is dit een gezamenlijke aanmelding? // 1.4.2. // zo ja, werd een gezamenlijke vertegenwoordiger benoemd? zo ja, gelieve nadere gegevens te vermelden zoals gevraagd in 1.4.3 tot en met 1.4.6, zo neen, gelieve nadere gegevens te vermelden van de vertegenwoordigers die bevoegd zijn te handelen namens de partijen bij de concentratie, onder vermelding van wie zij vertegenwoordigen; // 1.4.3. // naam van de vertegenwoordiger; // 1.4.4. // adres van de vertegenwoordiger; // 1.4.5. // naam van de te contacteren persoon (en adres indien verschillend van 1.4.4); // 1.4.6. // telefoon, telefax en/of telex.

AFDELING 2

Gegevens inzake de concentratie

1.2 // 2.1. // Beschrijf beknopt de aard van de concentratie die wordt aangemeld. Vermeld daarbij: - of de voorgenomen concentratie een volledige fusie in rechte is, een overneming, een concentrerende joint venture of een overeenkomst of andere methode waarbij rechtstreekse of indirecte controle wordt overgedragen in de zin van artikel 3, lid 3; - of partijen in hun geheel of voor een deel bij de concentratie zijn betrokken; - of een openbaar aanbod op de effecten van één partij door een andere de steun heeft van de raden van toezicht, raden van bestuur of andere wettelijk vertegenwoordigende lichamen van de eerstgenoemde. // 2.2. // Noem de bedrijfstakken die bij de concentratie zijn betrokken. // 2.3. // Geef een beknopte uiteenzetting van de economische en financiële aspecten van de concentratie. Verschaf waar dienstig inlichtingen aangaande: - eventuele financiële of andere steun uit ongeacht welke bron (inclusief overheid) aan een van de partijen en de aard en het bedrag daarvan; - de voorgestelde of verwachte datum van belangrijke gebeurtenissen die strekken tot de voltooiing van de concentratie; - de beoogde structuur van eigendom en worden verstrekt.

// 2.4. // Voor elk van de partijen dient de aanmeldende partij de volgende gegevens voor de afgelopen drie boekjaren te vermelden: // 2.4.1. // omzet in de wereld (1); // 2.4.2. // omzet in de Gemeenschap (1) (2); // 2.4.3. // omzet in elke Lid-Staat (1) (2); // 2.4.4. // eventueel, de Lid-Staat waarin meer dan twee derde van de omzet in de Gemeenschap wordt verwezenlijkt (1) (2); // 2.4.5. // winst vóór belastingen, gerekend over de gehele wereld (3); // 2.4.6. // aantal werknemers, gerekend over de gehele wereld (4).

AFDELING 3

Eigendom en zeggenschap (5)

Geef voor elk van de partijen een opsomming van alle ondernemingen die tot dezelfde groep behoren. Deze opsomming moet omvatten:

1.2 // 3.1. // alle ondernemingen waarover de partijen direct of indirect zeggenschap hebben in de zin van artikel 3, lid 3; // 3.2. // alle ondernemingen of personen die direct of indirect zeggenschap hebben over de partijen in de zin van artikel 3, lid 3; // 3.3. // voor elke onder 3.2 genoemde onderneming of persoon een volledige opsomming van alle ondernemingen waarover zij direct of indirect zeggenschap hebben in de zin van artikel 3.3.

Voor elk van de vermelde ondernemingen of personen dient aangegeven te worden op grond van welke omstandigheden de zeggenschap wordt uitgeoefend.

1.2 // 3.4. // Geef bijzonderheden aangaande de in de afgelopen drie jaar door bovengenoemde groepen uitgevoerde overnemingen van ondernemingen die actief zijn op de betrokken markten (deze laatste zijn gedefinieerd in afdeling 5).

De hier te vermelden gegevens kunnen toegelicht worden met grafieken of diagrammen voor zover dit bijdraagt tot een beter begrip van de structuur van eigendom en zeggenschap van de ondernemingen vóór de concentratie.

AFDELING 4

Persoonlijke en financiële banden

Verstrek met betrekking tot elk van de in antwoord op afdeling 3 genoemde ondernemingen of personen:

1.2 // 4.1. // een lijst van alle andere op de betrokken markten (betrokken markten worden gedefinieerd in afdeling 5) werkzame ondernemingen waarin de ondernemingen van de groep alleen of gezamenlijk 10 % of meer van de stemrechten of van het uitgegeven aandelenkapitaal bezitten; vermeld voor elk geval het desbetreffende percentage van de stemrechten of het aandelenkapitaal; // 4.2. // een lijst van alle andere ondernemingen die werkzaam zijn op de betrokken markten waarin de in antwoord op afdeling 3 vermelde personen 10 % of meer van de stemrechten of van het uitgegeven aandelenkapitaal bezitten; vermeld voor elk geval het desbetreffende percentage van de stemrechten of het aandelenkapitaal; // 4.3. // voor elke onderneming een lijst van de leden van haar raad van bestuur die ook lid zijn van de raad van bestuur of de raad van toezicht van een of meer andere ondernemingen die werkzaam zijn op de betrokken markten, alsmede (waar van toepassing) voor elke onderneming een lijst van de leden van haar raad van toezicht die ook lid zijn van de raad van bestuur van een of meer andere ondernemingen die werkzaam zijn op de betrokken markten; vermeld voor elk geval de naam van de andere onderneming en de functie die wordt bekleed.

De hier te verstrekken gegevens kunnen toegelicht worden met grafieken of diagrammen indien dit bijdraagt tot een beter begrip. zeggenschap na de voltooiing van de concentratie.

(1) Een concentratie wordt gedefinieerd in artikel 3. (2) Dit omvat de doelonderneming in het geval van een bestreden aanbod, in welk geval de gegevens zo volledig als mogelijk is moeten

(1) Zie artikel 5 voor de definitie van omzet en de bijzondere bepalingen voor kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen, andere financiële instellingen en gemeenschappelijke dochterondernemingen.

Voor verzekeringsmaatschappijen, kredietinstellingen en andere financiële instellingen worden ingezetenen van de Gemeenschap en ingezetenen van een Lid-Staat gedefinieerd als natuurlijke of rechtspersonen die in een Lid-Staat gevestigd zijn overeenkomstig de respectievelijke nationale wettelijke voorschriften. Een cliënt die een rechtspersoon is, dient te worden behandeld als een ingezetene van het land waar de zetel is gevestigd. Voor de berekening van de omzet dient de aanmeldende partij tevens te verwijzen naar de voorbeelden: toelichting I voor kredietinstellingen en andere financiële instellingen; toelichting II voor verzekeringsmaatschappijen; toelichting III voor gemeenschappelijke dochterondernemingen.

(2) Zie toelichting IV voor de berekening van de omzet in een Lid-Staat ten opzichte van de omzet in de Gemeenschap.

(3) Onder »winst vóór belastingen" wordt verstaan winst op gewone activiteiten vóór belasting op winsten.

(4) Onder werknemers worden verstaan alle personen die in dienst van de onderneming zijn of die een arbeidscontract hebben en bezoldigd worden.

(5) Zie artikel 3, leden 3 tot en met 5.

AFDELING 5

Inlichtingen over de betrokken markten

De aanmeldende partij dient de verlangde gegevens te verstrekken, rekening houdende met de volgende definities:

PRODUKTMARKTEN

Een relevante produktmarkt omvat alle produkten en/of diensten die door de verbruiker beschouwd worden als verwisselbaar of substitueerbaar op grond van de kenmerken van de produkten, hun prijzen en het doel waarvoor zij bestemd zijn.

Een relevante produktmarkt kan in sommige gevallen bestaan uit een aantal verschillende produktgroepen. Een produktgroep is een produkt of een kleine groep van produkten die grotendeels dezelfde fysieke of technische kenmerken hebben en volledig verwisselbaar zijn. Het verschil tussen de produkten in de groep is klein en wordt gewoonlijk bepaald door een merk en/of imago. De produktmarkt zal gewoonlijk door de onderneming gebruikt worden bij de onderverdeling van haar verkoopactiviteiten.

RELEVANTE GEOGRAFISCHE MARKT

De relevante geografische markt omvat het gebied waar de betrokken ondernemingen produkten of diensten aanbieden, waar de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van nabijgelegen gebieden kan worden onderscheiden doordat met name de concurrentievoorwaarden in die gebieden heel anders zijn.

Factoren die van belang zijn voor de identificatie van de relevante geografische markt, zijn onder andere de aard en kenmerken van de betrokken produkten of diensten, het bestaan van toegangsbelemmeringen of consumentenvoorkeur, aanzienlijke verschillen met betrekking tot de marktaandelen van de ondernemingen in vergelijking met nabijgelegen gebieden of belangrijke prijsverschillen.

BETROKKEN MARKTEN

Betrokken markten zijn relevante produktmarkten of produktgroepen in de Gemeenschap of een Lid-Staat of, indien verschillend, in een relevante geografische markt wanneer:

a) twee of meer van de partijen (met inbegrip van ondernemingen die behoren tot dezelfde groep zoals gedefinieerd in afdeling 3) bedrijfsactiviteiten uitoefenen in dezelfde produktmarkt of produktgroep en de concentratie zal leiden tot een gecombineerd marktaandeel van 10 % of meer. Dit zijn horizontale relaties; of

b) een van de partijen (met inbegrip van ondernemingen die behoren tot dezelfde groep, als gedefinieerd in afdeling 3) bedrijfsactiviteiten uitoefent in een produktmarkt die in de bedrijfskolom een voorafgaande of volgende markt is van een produktmarkt of een produktgroep waarin een andere partij actief is, en een van hun marktaandelen 10 % of meer bedraagt, ongeacht of er al dan niet een leverancier/afnemerrelatie tussen de betrokken partijen bestaat. Dit zijn verticale relaties.

I. Beschrijving van de betrokken produktmarkten

5.1. Beschrijf elk van de betrokken produktmarkten en zet uiteen waarom de produkten en/of diensten in deze markten zijn opgenomen (en waarom andere zijn uitgesloten) wegens hun kenmerken, prijzen en het gebruik waarvoor zij bestemd zijn.

5.2. Geef een opsomming van de intern door uw onderneming voor verkoopdoeleinden gedefinieerde produktgroepen die deel uitmaken van elk van de bij 5.1 beschreven produktmarkten.

II. Marktgegevens over de betrokken markten

Verstrek voor elke betrokken produktmarkt en, indien verschillend, elke produktgroep, voor elk van de laatste drie boekjaren:

a) voor de Gemeenschap als geheel en

b) afzonderlijk voor elke Lid-Staat waar de partijen (met inbegrip van ondernemingen die behoren tot dezelfde groep, zoals gedefinieerd in afdeling 3) bedrijfsactiviteiten uitoefenen c) en, indien verschillend, voor elke relevante geografische markt

de volgende gegevens:

5.3. een schatting van de waarde van de markt en, indien van toepassing, van het volume (bij voorbeeld in verzonden of geleverde eenheden) van de markt (1). Voeg, voor zover beschikbaar, statistieken die ontleend zijn aan andere bronnen toe ten einde uw antwoorden toe te lichten. Verstrek tevens een raming van de ontwikkeling van de vraag op de betrokken markten;

5.4. de omzet van elk van de groepen waartoe de partijen behoren (zoals gedefinieerd in afdeling 3);

5.5. een schatting van het marktaandeel van elk van de groepen waartoe de partijen behoren;

5.6. een schatting van het marktaandeel (in waarde en indien van toepassing in volume) van alle concurrenten die een marktaandeel hebben van ten minste 10 % op de betrokken geografische markt. Vermeld naam, adres en telefoonnummer van deze ondernemingen;

5.7. een vergelijking van de door de groepen waartoe de partijen behoren in elk van de Lid-Staten in rekening gebrachte prijzen en een overeenkomstige vergelijking van deze prijsniveaus tussen de Gemeenschap en haar voornaamste handelspartners (bij voorbeeld de Verenigde Staten van Amerika, Japan en de EVA);

5.8. een schatting van de waarde (en indien van toepassing van het volume) en de oorsprong van de invoer in de relevante geografische markt;

5.9. het aandeel in deze invoer dat afkomstig is van de groepen waartoe de partijen behoren;

5.10. een schatting van de mate waarin elk van deze invoerstromen beïnvloed wordt door tarifaire of non-tarifaire handelsbelemmeringen.

III. Marktgegevens over verzamelaspecten

Indien er geen horizontale of verticale relaties zijn en een van de partijen (met inbegrip van ondernemingen die behoren tot dezelfde groep, zoals gedefinieerd in afdeling 3) een marktaandeel van 25 % of meer heeft voor een of meer produktmarkten of produktgroepen, dient u de volgende gegevens te verstrekken:

5.11. een beschrijving van elk van de relevante produktmarkten en een uitleg waarom de produkten en/of diensten in deze markten zijn opgenomen (en waarom andere zijn uitgesloten) wegens hun kenmerken, prijzen en het gebruik waarvoor zij bestemd zijn;

5.12. een opsomming van de intern door uw onderneming voor verkoopdoeleinden gedefinieerde produktgroepen die deel uitmaken van elk van de beschreven relevante produktmarkten;

5.13. een schatting van de waarde van de markt en de marktaandelen van elk van de groepen waartoe de partijen behoren voor elke betrokken relevante produktmarkt en, indien verschillend, produktgroep, voor het laatste boekjaar:

a) voor de Gemeenschap als geheel;

b) afzonderlijk voor elke Lid-Staat waar de groepen waartoe de partijen behoren, bedrijfsactiviteiten uitoefenen;

c) en, indien verschillend, voor elke relevante geografische markt.

Bij elk van de antwoorden in afdeling 5 dient de aanmeldende partij uitleg te geven over de grondslagen waarop de schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd.

AFDELING 6

Algemene kenmeren van de betrokken markten

De volgende gegevens dienen verstrekt te worden met betrekking tot de betrokken produktmarkten en, indien deze daarvan verschillen, de betrokken produktgroepen:

ONTWIKKELINGEN MET BETREKKING TOT TOETREDINGEN TOT DE MARKT

6.1. Zijn in de afgelopen vijf jaar (of een langere periode indien dit zinvoller is) in belangrijke mate ondernemingen tot deze markten in de Gemeenschap toegetreden? Zo ja, geef inlichtingen omtrent deze toegetreden ondernemingen, met een schatting van hun huidige marktaandelen.

6.2. Zijn er naar het oordeel van de aanmeldende partij ondernemingen (met inbegrip van die welke thans uitsluitend op markten buiten de Gemeenschap werkzaam zijn) die zouden kunnen toetreden tot de communautaire markten? Zo ja, geef inlichtingen over deze potentiële toetredende ondernemingen.

6.3. Wat is naar het oordeel van de aanmeldende partij de waarschijnlijkheid dat in de komende vijf jaar in belangrijke mate ondernemingen tot de markt toetreden?

FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP TOETREDINGEN TOT DE MARKT

6.4. Beschrijf de verschillende factoren die in het onderhavige geval van invloed zijn op het toetreden van ondernemingen tot de betrokken markten, waarbij de toetreding zowel uit een geografisch als uit een produktoogpunt wordt beschouwd. Houd daarbij rekening met het volgende, indien van toepassing:

- de totale kosten van toetreding (kapitaal, verkoopbevordering, reclame, vereiste distributiesystemen, serviceverlening, enz.) op een schaal die overeenkomt met een significante levensvatbare concurrent, onder vermelding van het marktaandeel van een dusdanige concurrent;

- in welke mate wordt toetreding tot de markten beïnvloed door het vereiste van een vergunning van de overheid of door in enigerlei vorm gestelde normen? Bestaan er wettelijke of bestuursrechtelijke controles op de toetreding tot deze markten?

- in welke mate wordt toetreding tot de markten beïnvloed door de beschikbaarheid van grondstoffen?

- in welke mate wordt toetreding tot de markten beïnvloed door de looptijd van de contracten tussen een onderneming en haar leveranciers en/of afnemers?

- beschrijf de betekenis van octrooilicenties, know-how-licenties en andere rechten op deze markten.

VERTICALE INTEGRATIE

6.5. Beschrijf de aard en de mate van de verticale integratie van elk van de partijen.

ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

6.6. Geef een gedetailleerde beschrijving van het belang van onderzoek en ontwikkeling voor het concurrentievermogen op lange termijn van een onderneming die werkzaam is op de betrokken markt. Beschrijf de aard van het onderzoek en de ontwikkeling op de betrokken markten door de ondernemingen die bij de concentratie zijn betrokken.

Houd daarbij rekening met het volgende, indien van toepassing:

- de onderzoek- en ontwikkelingsintensiteiten (1) voor deze markten en schat de relevante onderzoek- en ontwikkelingsintensiteiten voor de betrokken partijen;

- de tendens van de technologische ontwikkeling voor deze markten over een passend tijdvak (inclusief ontwikkelingen betreffende produkten en/of diensten, produktieprocessen, afzetsystemen, enz.);

- de voornaamste innovaties die op deze markten in dit tijdvak hebben plaatsgevonden en de ondernemingen die verantwoordelijk waren voor deze innovaties;

- de innovatiecyclus op deze markten en waar de partijen zich in deze innovatiecyclus bevinden;

- de mate waarin de betrokken partijen licentiegevers of licentienemers zijn met betrekking tot octrooien, know-how en andere rechten in de betrokken markten.

DISTRIBUTIE- EN SERVICESYSTEMEN

6.7. Beschrijf de distributiekanalen en servicenetten die bestaan op de betrokken markten. Houd daarbij rekening met het volgende, indien van toepassing:

- de meest gangbare distributiesystemen op de markt en hun betekenis. In welke mate vindt distributie plaats door derde partijen en/of door ondernemingen die tot dezelfde groep behoren als de in afdeling 3 genoemde partijen?

- de meest gangbare servicenetten (bij voorbeeld voor onderhoud en reparatie) en hun betekenis in deze markten. In welke mate worden deze diensten verricht door derde partijen en/of door ondernemingen die behoren tot dezelfde groep als de in afdeling 3 genoemde partijen?

CONCURRENTIEVERHOUDINGEN

6.8. Geef bijzonderheden (namen, adressen en contacten) van de vijf grootste leveranciers van de aanmeldende partijen en het aandeel dat elk daarvan heeft in de aankopen van de aanmeldende partijen.

6.9. Geef bijzonderheden (namen, adressen en contacten) van de vijf grootste afnemers van de aanmeldende partijen en het aandeel dat elk daarvan heeft in de verkopen van de aanmeldende partijen.

6.10. Beschrijf de structuur van vraag en aanbod op de betrokken markten. Deze uiteenzetting dient de Commissie in staat te stellen zich een nader oordeel te vormen over de concurrentieverhoudingen waaronder de partijen hun bedrijf uitoefenen. Houd daarbij rekening met het volgende, indien van toepassing:

- de fasen van de markten in termen van bij voorbeeld start, expansie, rijpheid en achteruitgang. In welke fasen bevinden zich naar het oordeel van de aanmeldende partij de betrokken produkten?

- de structuur van het aanbod. Geef bijzonderheden over de verschillende aanwijsbare categorieën die deel uitmaken van de aanbodzijde en beschrijf de »typische leverancier" van elke categorie;

- de structuur van de vraag. Geef bijzonderheden over de verschillende aanwijsbare groepen die deel uitmaken van de vraagzijde en beschrijf de »typische afnemer" van elke groep;

- de vraag of overheidslichamen, overheidsdiensten of staatsondernemingen of vergelijkbare lichamen belangrijke deelnemers als bronnen van vraag of aanbod zijn. Geef telkens waar dit zo is, bijzonderheden over deze deelneming;

- de totale capaciteit voor de gehele Gemeenschap voor de afgelopen drie jaar. Welk was in deze periode het aandeel van de partijen in de capaciteit en wat was hun bezettingsgraad?

SAMENWERKINGSOVEREENKOMSTEN

6.11. In welke mate bestaan er in de betrokken markten (horizontale en/of verticale) samenwerkingsovereenkomsten?

6.12. Geef bijzonderheden van de belangrijkste samenwerkingsovereenkomsten waarbij de partijen in de betrokken markten zijn aangesloten, zoals licentieovereenkomsten en overeenkomsten inzake onderzoek en ontwikkeling, specialisatie, distributie, leveringen gedurende lange perioden en uitwisseling van informatie.

BEDRIJFSVERENIGINGEN

6.13. Vermeld de namen en adressen van de voornaamste bedrijfsverenigingen in de betrokken markten.

WERELDOMVATTENDE CONTEXT

6.14. Beschrijf de wereldomvattende context van de voorgestelde concentratie onder vermelding van de positie van de partijen in deze markt.

AFDELING 7

Algemene aangelegenheden

7.1. Beschrijf welke invloed de voorgestelde concentratie waarschijnlijk zal hebben op de belangen van intermediaire en finale afnemers en op de ontwikkeling van de technische vooruitgang.

7.2. Voor het geval de Commissie tot de conclusie komt dat de aangemelde concentratie niet een concentratie vormt in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4064/89, verzoekt u dan dat uw aanmelding behandeld wordt als een verzoek in de zin van artikel 2 of een kennisgeving in de zin van artikel 4 van Verordening nr. 17, als een verzoek in de zin van artikel 12 of een kennisgeving in de zin van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1017/68, als een verzoek in de zin van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 4056/86 of als een verzoek in de zin van artikel 3, lid 2, of artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3975/87?

AFDELING 8

Verklaring

De aanmelding moet worden gevolgd door de onderstaande verklaring, die moet worden ondertekend door of namens alle aanmeldende partijen:

De ondergetekenden verklaren dat de in deze aanmelding verstrekte inlichtingen naar hun beste weten juist zijn en dat alle schattingen als zodanig aangeduid zijn en hun beste schattingen van de onderliggende feiten zijn en dat alle geformuleerde opvattingen oprecht zijn.

Zij zijn bekend met het bepaalde in artikel 14, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 4064/89.

Plaats en datum:

Handtekeningen:

(1) De waarde en het volume van een markt dienen weer te geven de produktie verminderd met de uitvoer uit en vermeerderd met de invoer in de betrokken geografische markt.

(1) Onderzoek- en ontwikkelingsintensiteit wordt gedefinieerd als uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in verhouding tot de omzet.

TOELICHTING I (*)

BEREKENING VAN DE OMZET VOOR KREDIETINSTELLINGEN EN ANDERE FINANCIËLE INSTELLINGEN

(artikel 5, lid 3, onder a))

Voor de berekening van de omzet van kredietinstellingen en andere financiële instellingen geven wij het volgende voorbeeld (voorgenomen fusie tussen A-Bank en B-Bank)

I. Geconsolideerde balansen

(in miljoen ecu)

1.2,3.4,5 // // // // Activa // A-Bank // B-Bank // // // 1.2.3.4.5 // Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen // 20 000 // // 1 000 // // - in de Gemeenschap // // (10 000) // // (500) // - in een zelfde Lid-Staat X // // (5 000) // // (500) // Leningen en voorschotten aan cliënten // 60 000 // // 4 000 // // - aan ingezetenen van de Gemeenschap // // (30 000) // // (2 000) // - aan ingezetenen van een zelfde Lid-Staat X // // (15 000) // // (500) // Overige activa // 20 000 // // 1 000 // // // // // // // Totaal activa // 100 000 // // 6 000 // // // // // //

II. Berekening van omzet

In de plaats van de omzet moeten de volgende cijfers worden gebruikt:

1.2.3 // // A-Bank // B-Bank // 1. Gecumuleerde omzet in de wereld // // // wordt vervangen door 1/10 van de totale activa: // 10 000 // 600

de totale som daarvan is meer dan 5 000 miljoen ecu.

2. Omzet in de Gemeenschap

wordt voor iedere bank vervangen door 1/10 van de totale activa vermenigvuldigd met de verhouding tussen leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en afnemers binnen de Gemeenschap, en de totale som van leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en afnemers.

1.2.3 // // A-Bank // B-Bank // Dit wordt als volgt berekend: // // // 1/10 van de totale activa: // 10 000 // 600

voor elke bank vermenigvuldigd met de verhouding tussen:

1.2.3 // leningen en voorschotten aan kredietinstellingen // 10 000 // 500 // en afnemers binnen de Gemeenschap // 30 000 // 2 000 // // 40 000 // 2 500 // en // // // de som van de leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en // 20 000 // 1 000 // afnemers // 60 000 // 4 000 // // 80 000 // 5 000

Voor

A-Bank: 10 000 vermenigvuldigd met (40 000: 80 000) = 5 000

B-Bank: 600 vermenigvuldigd met ( 2 500: 5 000) = 300

hetgeen voor elk van de banken de 250 miljoen ecu overschrijdt.

3. Totale omzet binnen dezelfde Lid-Staat X

1.2.3 // // A-Bank // B-Bank // wordt vervangen door 1/10 van de totale activa: // 10 000 // 600

voor iedere bank vermenigvuldigd met de verhouding tussen leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en afnemers binnen een zelfde Lid-Staat X, en de totale som van leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en afnemers.

1.2.3 // // A-Bank // B-Bank // Dit wordt als volgt berekend: // // // leningen en voorschotten aan kredietinstellingen // 5 000 // 500 // en afnemers binnen een zelfde Lid-Staat X // 15 000 // 500 // // 20 000 // 1 000 // en // // // de totale som van leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en afnemers // 80 000 // 5 000

Voor

A-Bank: 10 000 vermenigvuldigd met (20 000: 80 000) = 2 500

B-Bank: 600 vermenigvuldigd met ( 1 000: 5 000) = 120

Resultaat:

50 % van de omzet van de A-Bank en 40 % van de B-Bank in de gehele Gemeenschap wordt gerealiseerd in een zelfde Lid-Staat X.

III. Conclusie

Aangezien

a) de gecumuleerde omzet van A-Bank + B-Bank in de wereld meer dan 5 000 miljoen ecu bedraagt,

b) de omzet van elk van de banken in de Gemeenschap meer dan 250 miljoen ecu bedraagt en

c) elk van de banken minder dan 2/3 van haar omzet in de Gemeenschap realiseert in een zelfde Lid-Staat,

zou de voorgenomen fusie vallen onder de verordening.

TOELICHTING II

BEREKENING VAN DE OMZET BIJ VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJEN

(artikel 5, lid 3, onder a))

Voor de berekening van de omzet bij verzekeringsondernemingen geven wij het volgende voorbeeld (voorgenomen concentratie tussen verzekeraars A en B):

I. Geconsolideerde winst- en verliesrekening

(in miljoen ecu)

1.2,3.4,5 // // // // Inkomen // Verzekeraar A // Verzekeraar B // // // 1.2.3.4.5 // Bruto premies // 5 000 // // 300 // // - ontvangen van ingezetenen van de Gemeenschap // // (4 500) // // (300) // - ontvangen van ingezetenen van éénzelfde Lid-Staat X // // (3 600) // // (270) // ander inkomen // 500 // // 50 // // // // // // // Totaal inkomen // 5 500 // // 350 // // // // // //

II. Berekening van de omzet

1. Gecumuleerde omzet in de wereld

wordt vervangen door de waarde van de bruto premies in de gehele wereld, welker totaal 5 300 miljoen ecu bedraagt.

2. Omzet in de Gemeenschap

wordt voor elke verzekeringsonderneming vervangen door de waarde van de bruto premie van ingezetenen van de Gemeenschap. Voor elk van de verzekeringsondernemingen is dit bedrag meer dan 250 miljoen ecu. 3. Omzet binnen een zelfde Lid-Staat X

wordt voor verzekeringsondernemingen vervangen door de waarde van de bruto premie bij ingezetenen van een zelfde Lid-Staat X.

Verzekeraar A realiseert 80 % van zijn bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap binnen Lid-Staat X, terwijl verzekeraar B 90 % van zijn bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap in die Lid-Staat X realiseert.

III. Conclusie

Aangezien

a) de gecumuleerde omzet van verzekeraars A en B, vervangen door de waarde van de bruto premies in de gehele wereld meer dan 5 000 miljoen ecu bedraagt;

b) voor elk van de verzekeringsondernemingen de waarde van de bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap meer dan 250 miljoen ecu bedraagt; maar

c) elk van de verzekeringsondernemingen meer dan 2/3 van haar bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat X realiseert,

zal de voorgenomen concentratie niet vallen onder de verordening.

TOELICHTING III

BEREKENING VAN OMZET VOOR GEMEENSCHAPPELIJKE DOCHTERONDERNEMINGEN

A. OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING (artikel 3, lid 2)

In gevallen waarin twee of meer ondernemingen een gemeenschappelijke dochteronderneming oprichten en die een concentratie opleveren, wordt de omzet voor de betrokken ondernemingen berekend.

B. BESTAAN VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING (artikel 5, lid 5)

Voor de berekening van de omzet in geval van het bestaan van een gemeenschappelijke onderneming C tussen twee ondernemingen A en B die bij een concentratie zijn betrokken, geven wij het volgende voorbeeld:

I. Winst- en verliesrekeningen

(in miljoen ecu)

1.2,3.4,5 // // // // Omzet // Onderneming A // Onderneming B // // // 1.2.3.4.5 // Opbrengsten verkopen in de wereld // 10 000 // // 2 000 // // - Gemeenschap // // (8 000) // // (1 500) // - Lid-Staat Y // // (4 000) // // (900) // // // // //

(in miljoen ecu)

1.2,3 // // // Omzet // Gemeenschappelijke onderneming C // // 1.2.3 // Opbrengsten verkopen in de wereld // 100 // // - met onderneming A // // (20) // - met onderneming B // // (10) // // // // Omzetten met derde ondernemingen // 70 // // - in de gehele Gemeenschap // // (60) // - in Lid-Staat Y // // (50) // // //

II. Tegenprestatie van de gemeenschappelijke onderneming

a) Onderneming C wordt gemeenschappelijk gecontroleerd (in de zin van artikel 3, leden 3 en 4) door de ondernemingen A en B die bij de concentratie zijn betrokken, ongeacht of derde ondernemingen in deze onderneming C deelnemen.

b) Onderneming C is niet geconsolideerd door A en B in hun winst- en verliesrekeningen.

c) De omzet van C als gevolg van operaties met A en B wordt niet medegerekend.

d) De omzet van C uit operaties met derde ondernemingen wordt gelijkelijk verdeeld over de ondernemingen A en B, ongeacht hun individuele aandeel in C.

e) Met gemeenschappelijke ondernemingen die bestaan tussen één van de betrokken ondernemingen en een derde onderneming wordt (tenzij zij reeds zijn geconsolideerd) geen rekening gehouden. III. Berekening van de omzet

a) De gecumuleerde omzet van onderneming A in de wereld wordt als volgt berekend: 10 000 miljoen ecu en 50 % van C's omzet in de wereld met derde ondernemingen (zijnde 35 miljoen ecu), waarvan de som 10 035 miljoen ecu is.

De gecumuleerde omzet van onderneming B in de gehele wereld wordt als volgt berekend: 2 000 miljoen ecu en 50 % van C's omzet in de wereld met derde ondernemingen (zijnde 35 miljoen ecu), waarvan de som 2 035 miljoen ecu is.

b) De gecumuleerde omzet van de betrokken ondernemingen in de gehele wereld is 12 070 miljoen ecu.

c) Onderneming A realiseert 4 025 miljoen ecu in Lid-Staat Y (50 % van C's omzet in deze Lid-Staat meegerekend), en een omzet in de gehele Gemeenschap van 8 030 miljoen ecu (inclusief 50 % van C's omzet in de gehele Gemeenschap);

Onderneming B realiseert 925 miljoen ecu in Lid-Staat Y (50 % van C's omzet in deze Lid-Staat meegerekend), en een omzet in de gehele Gemeenschap van 1 530 miljoen ecu (inclusief 50 % van C's omzet in de gehele Gemeenschap).

IV. Conclusie

Aangezien

a) de gecumuleerde omzet in de wereld van ondernemingen A en B meer dan 5 000 miljoen ecu bedraagt,

b) elk van de bij de concentratie betrokken ondernemingen meer dan 250 miljoen ecu realiseert in de Gemeenschap,

c) elk van de betrokken ondernemingen (onderneming A 50,1 % en onderneming B 60,5 %) minder dan 2/3 van haar omzet in de gehele Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat Y realiseert,

zou de voorgenomen concentratie vallen onder de verordening.

TOELICHTING IV

TOEPASSING VAN DE TWEE/DERDE-REGEL

(Artikel 1)

Voor de toepassing van de twee/derde-regel voor ondernemingen geven wij de volgende voorbeelden (voorgenomen concentratie tussen ondernemingen A en B):

I. Geconsolideerde winst- en verliesrekeningen

VOORBEELD 1

(in miljoen ecu)

1.2,3.4,5 // // // // Omzet // Onderneming A // Onderneming B // // // 1.2.3.4.5 // Opbrengsten van verkopen in de gehele wereld // 10 000 // // 500 // // - binnen de Gemeenschap // // (8 000) // // (400) // - in Lid-Staat X // // (6 000) // // (200) // // // // //

VOORBEELD 2 a)

(in miljoen ecu)

1.2,3.4,5 // // // // Omzet // Onderneming A // Onderneming B // // // 1.2.3.4.5 // Opbrengsten van verkopen in de gehele wereld // 4 800 // // 500 // // - binnen de Gemeenschap // // (2 400) // // (400) // - in Lid-Staat X // // (2 100) // // (300) // // // // //

VOORBEELD 2 b)

Dezelfde cijfers als in voorbeeld 2 a), MAAR onderneming B realiseert 300 miljoen ecu in Lid-Staat Y. II. Toepassing van de twee/derde-regel

VOORBEELD 1

1. Omzet in de gehele Gemeenschap

is voor onderneming A 8 000 miljoen ecu en voor onderneming B 400 miljoen ecu.

2. Omzet in een zelfde Lid-Staat X

is voor onderneming A (6 000 miljoen ecu) 75 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap en voor onderneming B (200 miljoen ecu) 50 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap.

3. Conclusie

In dit geval zou de voorgenomen concentratie, hoewel onderneming A meer dan 2/3 van haar omzet in de Gemeenschap in Lid-Staat X realiseert, vallen onder de verordening wegens het feit dat onderneming B minder dan 2/3 van haar omzet in de gehele Gemeenschap in Lid-Staat X realiseert.

VOORBEELD 2 a)

1. Omzet in de gehele Gemeenschap

van onderneming A is 2 400 miljoen ecu en van onderneming B 400 miljoen ecu.

2. Omzet in een zelfde Lid-Staat X

is voor onderneming A 2 100 miljoen ecu (d.i. 87,5 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap) en voor onderneming B 300 miljoen ecu (d.i. 75 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap).

3. Conclusie

In dit geval realiseert elk van de betrokken ondernemingen meer dan 2/3 van haar omzet in de Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat X; de voorgenomen concentratie zou niet vallen onder de verordening.

VOORBEELD 2 b)

Conclusie

In dit geval zou de twee/derde-regel niet van toepassing zijn omdat de ondernemingen A en B meer dan 2/3 van hun omzet in de gehele Gemeenschap realiseren in de verschillende Lid-Staten X en Y. De voorgenomen concentratie zou derhalve vallen onder de verordening.

(*) In de volgende toelichting worden de termen »instelling" of »onderneming" steeds gebruikt in een betekenis die daaraan in de betreffende zaak dient te worden toegekend.

BIJLAGE II

Feestdagen in 1990

1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13.14 // // // B // DK // D // GR // E // F // IRL // I // L // NL // P // UK // // // // // // // // // // // // // // // Nieuwjaar: // 1. 1. // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // // // // // // // // // // // // // // // Nieuwjaar: // 2. 1. // // // // // // // // // // // // × (1) // // // // // // // // // // // // // // // Carnavalmaandag: // 26. 2. // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // St Patrick: // 19. 3. // // // // // // // × // // // // // × (2) // // // // // // // // // // // // // // // Witte Donderdag: // 12. 4. // // × // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Goede Vrijdag: // 13. 4. // // × // × // × // × // // × // // // × // × // × // // // // // // // // // // // // // // // Paasmaandag: // 16. 4. // × // × // × // × // // × // × // × // × // × // // × // // // // // // // // // // // // // // // Bevrijdingsdag: // 25. 4. // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Dag van de Vrijheid: // 25. 4. // // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // Koninginnedag: // 30. 4. // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // Dag van de Arbeid: // 1. 5. // × // // × // × // × // × // // × // × // // × // // // // // // // // // // // // // // // // May Holiday: // 7. 5. // // // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // Wapenstilstand 1945: // 8. 5. // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Gebedsdag: // 11. 5. // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Hemelvaartsdag: // 24. 5. // × // × // × // // // × // // // × // × // // // // // // // // // // // // // // // // // Spring holiday: // 28. 5. // // // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // Pinkstermaandag: // 4. 6. // × // × // × // × // // × // × // // × // × // // // // // // // // // // // // // // // // // Feest van de Grondwet: // 5. 6. // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Corpus Christi: // 14. 6. // // // × (3) // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // Orangeman's Day: // 12. 7. // // // // // // // // // // // // × (2) // // // // // // // // // // // // // // // Sint-Jakob: // 24. 7. // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Eerste maandag van augustus: // 6. 8. // // // // // // // × // // // // // × (1) // // // // // // // // // // // // // // // Friedensfest: // 8. 8. // // // × (4) // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Maria-Hemelvaart: // 15. 8. // × // // × (5) // × // × // × // // × // × // // × // // // // // // // // // // // // // // // // Summer Bank holiday: // 27. 8. // // // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // Feest van de Republiek: // 5. 10. // // // // // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // Nationale feestdag: // 12. 10. // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Bank holiday: // 29. 10. // // // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Allerheiligen: // 1. 11. // × // // × (6) // // × // × // // × // × // // × // // // // // // // // // // // // // // // // Allerzielen: // 2. 11. // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Feest van de Dynastie: // 15. 11. // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Buss- und Bettag: // 21. 11. // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Dag van de Grondwet: // 6. 12. // // // // // × // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // Eerste Kerstdag: // 25. 12. // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // × // // // // // // // // // // // // // // // Tweede Kerstdag: // 26. 12. // × // × // × // × // // // × // × // × // × // // × // // // // // // // // // // // // // //

(1) Schotland.

(2) Noord-Ierland.

(3) Baden-Wurtemberg, Beieren, Hessen, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Saarland.

(4) Stad Augsburg (Beieren).

(5) Saarland en Beieren, Beieren, wettelijke feestdag in gemeenten met overwegend katholieke bevolking.

(6) Baden-Wurtemberg, Beieren, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Saarland. Commissie

1.2 // Nieuwjaar // 1 januari // Dag na Nieuwjaar // 2 januari // Witte Donderdag // 12 april // Goede Vrijdag // 13 april // Paasmaandag // 16 april // Dag van de Arbeid // 1 mei // Herdenking van de verklaring van Robert Schuman // 9 mei // Hemelvaartsdag // 24 mei // Dag na Hemelvaartsdag // 25 mei // Pinkstermaandag // 4 juni // Maria-Hemelvaart // 15 augustus // Allerheiligen // 1 november // Allerzielen // 2 november // Kerstmis // 24 december 25 december 26 december 27 december 28 december 29 december 30 december 31 december

1.2,3.4,5Inkomen

Verzekeraar A

Verzekeraar B

1.2.3.4.5Bruto premies

5 000 //

300 //

_ ontvangen van ingezetenen van de Gemeenschap //

( 4 500 ) //

( 300 )

_ ontvangen van ingezetenen van éénzelfde Lid-Staat X //

( 3 600 ) //

( 270 )

ander inkomen

500 //

50 // // // // // //

Totaal inkomen

5 500 //

350 // // // // // //

II . Berekening van de omzet

1 . Gecumuleerde omzet in de wereld

wordt vervangen door de waarde van de bruto premies in de gehele wereld, welker totaal 5 300 miljoen ecu bedraagt .

2 . Omzet in de Gemeenschap

wordt voor elke verzekeringsonderneming vervangen door de waarde van de bruto premie van ingezetenen van de Gemeenschap . Voor elk van de verzekeringsondernemingen is dit bedrag meer dan 250 miljoen ecu .

3 . Omzet binnen een zelfde Lid-Staat X

wordt voor verzekeringsondernemingen vervangen door de waarde van de bruto premie bij ingezetenen van een zelfde Lid-Staat X .

Verzekeraar A realiseert 80 % van zijn bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap binnen Lid-Staat X, terwijl verzekeraar B 90 % van zijn bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap in die Lid-Staat X realiseert .

III . Conclusie

Aangezien

a ) de gecumuleerde omzet van verzekeraars A en B, vervangen door de waarde van de bruto premies in de gehele wereld meer dan 5 000 miljoen ecu bedraagt;

b ) voor elk van de verzekeringsondernemingen de waarde van de bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap meer dan 250 miljoen ecu bedraagt; maar

c ) elk van de verzekeringsondernemingen meer dan 2/3 van haar bruto premies bij ingezetenen van de Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat X realiseert,

zal de voorgenomen concentratie niet vallen onder de verordening .

TOELICHTING III

BEREKENING VAN OMZET VOOR GEMEENSCHAPPELIJKE DOCHTERONDERNEMINGEN

A . OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING ( artikel 3, lid 2 )

In gevallen waarin twee of meer ondernemingen een gemeenschappelijke dochteronderneming oprichten en die een concentratie opleveren, wordt de omzet voor de betrokken ondernemingen berekend .

B . BESTAAN VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING ( artikel 5, lid 5 )

Voor de berekening van de omzet in geval van het bestaan van een gemeenschappelijke onderneming C tussen twee ondernemingen A en B die bij een concentratie zijn betrokken, geven wij het volgende voorbeeld :

I . Winst - en verliesrekeningen

( in miljoen ecu )

1.2,3.4,5Omzet

Onderneming A

Onderneming B

1.2.3.4.5Opbrengsten verkopen in de wereld

10 000 //

2 000 //

_ Gemeenschap //

( 8 000 ) //

( 1 500 )

_ Lid-Staat Y //

( 4 000 ) //

( 900 ) // // // // //

( in miljoen ecu )

1.2,3Omzet

Gemeenschappelijke onderneming C

1.2.3Opbrengsten verkopen in de wereld

100 //

_ met onderneming A //

( 20 )

_ met onderneming B //

( 10 ) // // //

Omzetten met derde ondernemingen

70 //

_ in de gehele Gemeenschap //

( 60 )

_ in Lid-Staat Y //

( 50 ) // // //

II . Tegenprestatie van de gemeenschappelijke onderneming

a ) Onderneming C wordt gemeenschappelijk gecontroleerd ( in de zin van artikel 3, leden 3 en 4 ) door de ondernemingen A en B die bij de concentratie zijn betrokken, ongeacht of derde ondernemingen in deze onderneming C deelnemen .

b ) Onderneming C is niet geconsolideerd door A en B in hun winst - en verliesrekeningen .

c ) De omzet van C als gevolg van operaties met A en B wordt niet medegerekend .

d ) De omzet van C uit operaties met derde ondernemingen wordt gelijkelijk verdeeld over de ondernemingen A en B, ongeacht hun individuele aandeel in C .

e ) Met gemeenschappelijke ondernemingen die bestaan tussen één van de betrokken ondernemingen en een derde onderneming wordt ( tenzij zij reeds zijn geconsolideerd ) geen rekening gehouden .

III . Berekening van de omzet

a ) De gecumuleerde omzet van onderneming A in de wereld wordt als volgt berekend : 10 000 miljoen ecu en 50 % van C's omzet in de wereld met derde ondernemingen ( zijnde 35 miljoen ecu ), waarvan de som 10 035 miljoen ecu is .

De gecumuleerde omzet van onderneming B in de gehele wereld wordt als volgt berekend : 2 000 miljoen ecu en 50 % van C's omzet in de wereld met derde ondernemingen ( zijnde 35 miljoen ecu ), waarvan de som 2 035 miljoen ecu is .

b ) De gecumuleerde omzet van de betrokken ondernemingen in de gehele wereld is 12 070 miljoen ecu .

c ) Onderneming A realiseert 4 025 miljoen ecu in Lid-Staat Y ( 50 % van C's omzet in deze Lid-Staat meegerekend ), en een omzet in de gehele Gemeenschap van 8 030 miljoen ecu ( inclusief 50 % van C's omzet in de gehele Gemeenschap );

Onderneming B realiseert 925 miljoen ecu in Lid-Staat Y ( 50 % van C's omzet in deze Lid-Staat meegerekend ), en een omzet in de gehele Gemeenschap van 1 530 miljoen ecu ( inclusief 50 % van C's omzet in de gehele Gemeenschap ).

IV . Conclusie

Aangezien

a ) de gecumuleerde omzet in de wereld van ondernemingen A en B meer dan 5 000 miljoen ecu bedraagt,

b ) elk van de bij de concentratie betrokken ondernemingen meer dan 250 miljoen ecu realiseert in de Gemeenschap,

c ) elk van de betrokken ondernemingen ( onderneming A 50,1 % en onderneming B 60,5 %) minder dan 2/3 van haar omzet in de gehele Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat Y realiseert,

zou de voorgenomen concentratie vallen onder de verordening .

TOELICHTING IV

TOEPASSING VAN DE TWEE/DERDE-REGEL

( Artikel 1 )

Voor de toepassing van de twee/derde-regel voor ondernemingen geven wij de volgende voorbeelden ( voorgenomen concentratie tussen ondernemingen A en B ):

I . Geconsolideerde winst - en verliesrekeningen

VOORBEELD 1

( in miljoen ecu )

1.2,3.4,5Omzet

Onderneming A

Onderneming B

1.2.3.4.5Opbrengsten van verkopen in de gehele wereld

10 000 //

500 //

_ binnen de Gemeenschap //

( 8 000 ) //

( 400 )

_ in Lid-Staat X //

( 6 000 ) //

( 200 ) // // // // //

VOORBEELD 2 a )

( in miljoen ecu )

1.2,3.4,5Omzet

Onderneming A

Onderneming B

1.2.3.4.5Opbrengsten van verkopen in de gehele wereld

4 800 //

500 //

_ binnen de Gemeenschap //

( 2 400 ) //

( 400 )

_ in Lid-Staat X //

( 2 100 ) //

( 300 ) // // // // //

VOORBEELD 2 b )

Dezelfde cijfers als in voorbeeld 2 a ), MAAR onderneming B realiseert 300 miljoen ecu in Lid-Staat Y .

II . Toepassing van de twee/derde-regel

VOORBEELD 1

1 . Omzet in de gehele Gemeenschap

is voor onderneming A 8 000 miljoen ecu en voor onderneming B 400 miljoen ecu .

2 . Omzet in een zelfde Lid-Staat X

is voor onderneming A ( 6 000 miljoen ecu ) 75 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap en voor onderneming B ( 200 miljoen ecu ) 50 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap .

3 . Conclusie

In dit geval zou de voorgenomen concentratie, hoewel onderneming A meer dan 2/3 van haar omzet in de Gemeenschap in Lid-Staat X realiseert, vallen onder de verordening wegens het feit dat onderneming B minder dan 2/3 van haar omzet in de gehele Gemeenschap in Lid-Staat X realiseert .

VOORBEELD 2 a )

1 . Omzet in de gehele Gemeenschap

van onderneming A is 2 400 miljoen ecu en van onderneming B 400 miljoen ecu .

2 . Omzet in een zelfde Lid-Staat X

is voor onderneming A 2 100 miljoen ecu ( d.i . 87,5 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap ) en voor onderneming B 300 miljoen ecu ( d.i . 75 % van haar omzet in de gehele Gemeenschap ).

3 . Conclusie

In dit geval realiseert elk van de betrokken ondernemingen meer dan 2/3 van haar omzet in de Gemeenschap in een zelfde Lid-Staat X; de voorgenomen concentratie zou niet vallen onder de verordening .

VOORBEELD 2 b )

Conclusie

In dit geval zou de twee/derde-regel niet van toepassing zijn omdat de ondernemingen A en B meer dan 2/3 van hun omzet in de gehele Gemeenschap realiseren in de verschillende Lid-Staten X en Y . De voorgenomen concentratie zou derhalve vallen onder de verordening .

(*) In de volgende toelichting worden de termen "instelling" of "onderneming" steeds gebruikt in een betekenis die daaraan in de betreffende zaak dient te worden toegekend .

BIJLAGE II

Feestdagen in 1990

1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13.14B

DK

D

GR

E

F

IRL

I

L

NL

P

UK // // // // // // // // // // // // // //

Nieuwjaar :

1 . 1 .

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x // // // // // // // // // // // // // //

Nieuwjaar :

2 . 1 . // // // // // // // // // // //

x ( 1 ) // // // // // // // // // // // // // //

Carnavalmaandag :

26 . 2 . // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

St Patrick :

19 . 3 . // // // // // //

x // // // //

x ( 2 ) // // // // // // // // // // // // // //

Witte Donderdag :

12 . 4 . //

x // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Goede Vrijdag :

13 . 4 . //

x

x

x

x //

x // //

x

x

x // // // // // // // // // // // // // //

Paasmaandag :

16 . 4 .

x

x

x

x //

x

x

x

x

x //

x // // // // // // // // // // // // // //

Bevrijdingsdag :

25 . 4 . // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Dag van de Vrijheid :

25 . 4 . // // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // //

Koninginnedag :

30 . 4 . // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // //

Dag van de Arbeid :

1 . 5 .

x //

x

x

x

x //

x

x //

x // // // // // // // // // // // // // // //

May Holiday :

7 . 5 . // // // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // //

Wapenstilstand 1945 :

8 . 5 . // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Gebedsdag :

11 . 5 . //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Hemelvaartsdag :

24 . 5 .

x

x

x // //

x // //

x

x // // // // // // // // // // // // // // // //

Spring holiday :

28 . 5 . // // // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // //

Pinkstermaandag :

4 . 6 .

x

x

x

x //

x

x //

x

x // // // // // // // // // // // // // // // //

Feest van de Grondwet :

5 . 6 . //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Corpus Christi :

14 . 6 . // //

x ( 3 ) // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // //

Orangeman's Day :

12 . 7 . // // // // // // // // // // //

x ( 2 ) // // // // // // // // // // // // // //

Sint-Jakob :

24 . 7 . // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Eerste maandag van augustus :

6 . 8 . // // // // // //

x // // // //

x ( 1 ) // // // // // // // // // // // // // //

Friedensfest :

8 . 8 . // //

x ( 4 ) // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Maria-Hemelvaart :

15 . 8 .

x //

x ( 5 )

x

x

x //

x

x //

x // // // // // // // // // // // // // // //

Summer Bank holiday :

27 . 8 . // // // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // //

Feest van de Republiek :

5 . 10 . // // // // // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // //

Nationale feestdag :

12 . 10 . // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Bank holiday :

29 . 10 . // // // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Allerheiligen :

1 . 11 .

x //

x ( 6 ) //

x

x //

x

x //

x // // // // // // // // // // // // // // //

Allerzielen :

2 . 11 .

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Feest van de Dynastie :

15 . 11 .

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Buss - und Bettag :

21 . 11 . // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Dag van de Grondwet :

6 . 12 . // // // //

x // // // // // // // // // // // // // // // // // // // // //

Eerste Kerstdag :

25 . 12 .

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x // // // // // // // // // // // // // //

Tweede Kerstdag :

26 . 12 .

x

x

x

x // //

x

x

x

x //

x // // // // // // // // // // // // // //

( 1 ) Schotland .

( 2 ) Noord-Ierland .

( 3 ) Baden-Wurtemberg, Beieren, Hessen, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Saarland .

( 4 ) Stad Augsburg ( Beieren ).

( 5 ) Saarland en Beieren, Beieren, wettelijke feestdag in gemeenten met overwegend katholieke bevolking .

( 6 ) Baden-Wurtemberg, Beieren, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Saarland .

Commissie

1.2Nieuwjaar

1 januari

Dag na Nieuwjaar

2 januari

Witte Donderdag

12 april

Goede Vrijdag

13 april

Paasmaandag

16 april

Dag van de Arbeid

1 mei

Herdenking van de verklaring van Robert Schuman

9 mei

Hemelvaartsdag

24 mei

Dag na Hemelvaartsdag

25 mei

Pinkstermaandag

4 juni

Maria-Hemelvaart

15 augustus

Allerheiligen

1 november

Allerzielen

2 november

Kerstmis

24 december 25 december 26 december 27 december 28 december 29 december 30 december 31 december