|
26.1.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 21/103 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/131 VAN DE COMMISSIE
van 24 januari 2017
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU tot vrijstelling van bepaalde diensten in de postsector in Oostenrijk van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 259)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (1), en met name artikel 30, leden 5 en 6,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 1 oktober 2013 heeft Österreichische Post AG (hierna „de Oostenrijkse Post” genoemd) bij de Commissie een verzoek ingediend overeenkomstig artikel 30, lid 5, van Richtlijn 2004/17/EG. Het verzoek heeft betrekking op bepaalde postdiensten, alsook op bepaalde diensten die geen postdiensten zijn; beide typen diensten worden door de Oostenrijkse Post verricht op het grondgebied van Oostenrijk. In het verzoek worden deze diensten als volgt beschreven:
|
|
(2) |
Op 2 april 2014 heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU (2) vastgesteld. Bij dat besluit zijn de volgende postdiensten in Oostenrijk vrijgesteld van de voorschriften voor het plaatsen van overheidsopdrachten:
|
|
(3) |
De Commissie was van mening dat de overige in het verzoek gespecificeerde diensten niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldeden, zodat Richtlijn 2004/17/EG van toepassing bleef. |
|
(4) |
Op 24 juni 2014 heeft de Oostenrijkse Post bij het Gerecht van het Hof van Justitie een verzoek (3) ingediend tot gedeeltelijke nietigverklaring van Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU. |
|
(5) |
Op 27 april 2016 heeft het Gerecht Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU nietig verklaard voor zover daarbij is bepaald dat die richtlijn verder van toepassing blijft voor opdrachten voor postdiensten voor geadresseerde B2B- en B2C-brieven op internationaal niveau in Oostenrijk. Het Gerecht heeft het beroep van de Oostenrijkse Post voor het overige verworpen. |
|
(6) |
Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 1 van Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU wordt het volgende punt toegevoegd:
|
„e) |
postdiensten voor geadresseerde internationale B2B- en B2C-brieven;”. |
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Republiek Oostenrijk.
Gedaan te Brussel, 24 januari 2017.
Voor de Commissie
Elżbieta BIEŃKOWSKA
Lid van de Commissie
(1) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.
(2) Uitvoeringsbesluit 2014/184/EU van de Commissie van 2 april 2014 tot vrijstelling van bepaalde financiële diensten in de postsector in Oostenrijk van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 101 van 4.4.2014, blz. 4).
(3) Österreichische Post AG/Commissie, T-463/14, ECLI:EU:T:2016:243.