4.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 58/55


GEDELEGEERD BESLUIT (EU) 2016/310 VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2015

betreffende de gelijkwaardigheid van de solvabiliteitsregeling voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van kracht in Japan aan de regeling vastgelegd in Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (1), en met name artikel 172, lid 4, en artikel 227, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2009/138/EG stelt een risicogebaseerde solvabiliteitsregeling voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de Unie in. De volledige toepassing van Richtlijn 2009/138/EG op verzekeraars en herverzekeraars in de Unie vangt aan op 1 januari 2016.

(2)

Overeenkomstig artikel 311 van Richtlijn 2009/138/EG kan de Commissie de gedelegeerde handelingen waarin de richtlijn voorziet, ook vóór de toepassingsdatum van genoemde richtlijn vaststellen.

(3)

Artikel 172 van Richtlijn 2009/138/EG heeft betrekking op de gelijkwaardigheid van de solvabiliteitsregeling van een derde land of rechtsgebied die wordt toegepast op herverzekeringsactiviteiten van ondernemingen met hun hoofdkantoor in dat derde land. Een positieve gelijkwaardigverklaring maakt het mogelijk dat herverzekeringscontracten met ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat rechtsgebied is gelegen, op dezelfde wijze worden behandeld als herverzekeringscontracten met ondernemingen waaraan overeenkomstig genoemde richtlijn vergunning is verleend.

(4)

Artikel 172, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG voorziet in een tijdelijke gelijkwaardigverklaring voor een vaste periode voor derde landen of rechtsgebieden waarvan de solvabiliteitsregelingen voor het herverzekeringsbedrijf aan bepaalde criteria voldoen. Een tijdelijke gelijkwaardigverklaring is geldig tot en met 31 december 2020, met mogelijkheid tot verlenging met maximaal één jaar, zoals bepaald in artikel 172, lid 5.

(5)

Artikel 227 van Richtlijn 2009/138/EG heeft betrekking op de gelijkwaardigheid voor verzekeraars uit derde landen die deel uitmaken van groepen die hun hoofdkantoor in de Unie hebben. Op grond van een positieve gelijkwaardigverklaring mogen dergelijke groepen, wanneer als consolidatiemethode voor hun groepsrapportage aftrek en aggregatie is toegestaan, ten behoeve van de berekening van het solvabiliteitsvereiste van de groep en het in aanmerking komend eigen vermogen, rekening houden met de berekening van de kapitaalvereisten en het beschikbaar kapitaal (eigen vermogen) op basis van de regels van het niet-uniale rechtsgebied in plaats van deze te berekenen op basis van Richtlijn 2009/138/EG.

(6)

Artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG voorziet in een voorlopige gelijkwaardigverklaring voor een vaste periode voor derde landen of rechtsgebieden waarvan de solvabiliteitsregelingen voor het verzekeringsbedrijf aan bepaalde criteria voldoen. Een voorlopige gelijkwaardigverklaring is geldig voor een periode van tien jaar, met mogelijkheid tot verlenging.

(7)

Er moet een aantal criteria in overweging worden genomen bij de beoordeling van de tijdelijke gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 172, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG en van de voorlopige gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG. Deze criteria omvatten bepaalde gemeenschappelijke vereisten, met name betreffende de van kracht zijnde solvabiliteitsregeling en de bevoegdheden, middelen en verantwoordelijkheden van de toezichthouder. Andere criteria zijn verschillend naar gelang van het soort gelijkwaardigheid; het betreft met name de criteria inzake de convergentie in de richting van een volledig gelijkwaardige regeling, de uitwisseling van informatie met toezichthoudende autoriteiten, en het beroepsgeheim.

(8)

De Japanse solvabiliteitsregeling is vastgelegd in de Insurance Business Act en de Insurance Business Ordinance, zoals laatstelijk gewijzigd in 2010. Er bestaat een uitgebreide vergunningsregeling voor de vergunningverlening aan verzekeraars. Om in Japan het herverzekeringsbedrijf te mogen uitoefenen, is een schadeverzekeringsvergunning vereist. De normen op het gebied van governance, risicomanagement en openbaarmaking zijn ten dele neergelegd in de Supervisory Guidelines van het Japan Financial Services Agency (JFSA). Supervisory Guidelines hebben geen kracht van wet, maar er wordt wel strikt de hand aan gehouden door het JFSA, dat bevoegd is om corrigerende maatregelen op te leggen indien het zulks passend acht.

(9)

In maart 2015 heeft de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (European Insurance and Occupational Pensions Authority, EIOPA) overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) aan de Commissie advies uitgebracht over het in Japan van kracht zijnde regelgevings- en toezichtkader voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en -groepen. Vervolgens heeft de EIOPA de Commissie ook bijgestaan en verdere input verstrekt wat de beoordeling van de Japanse verzekeringssector overeenkomstig artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG betreft. De Commissie heeft haar beoordeling gebaseerd op de door de EIOPA verstrekte informatie.

(10)

Japan heeft een onafhankelijke verzekeringstoezichthouder, het JFSA, die over de nodige bevoegdheden en middelen beschikt om zijn taken te vervullen. In 2013 waren er circa 100 personeelsleden van het JFSA voltijds belast met het verzekeringstoezicht, terwijl er daarvoor ook op anderen van elders in de organisatie een beroep kon worden gedaan. Tot de onderzoeksbevoegdheden behoren inspecties ter plaatse, terwijl de sancties bestuurlijke maatregelen gaande tot de intrekking van de vergunning, alsook individuele sancties omvatten. Het JFSA kan ook dossiers naar officieren van justitie doorzenden.

(11)

Verzekeraars en herverzekeraars moeten uitvoerig aan het JFSA rapporteren. Voorts beschikt het JFSA over verregaande bevoegdheden op het gebied van de sanering of liquidatie van verzekeraars en herverzekeraars in moeilijkheden. Van deze bevoegdheden is de afgelopen tientallen jaren daadwerkelijk gebruikgemaakt om een aantal in ernstige moeilijkheden verkerende levensverzekeraars aan te pakken.

(12)

Het JFSA heeft een aantal samenwerkingsregelingen getroffen met andere toezichthouders uit de hele wereld. Sinds 2011 is het partij bij het multilaterale memorandum van overeenstemming van de International Association of Insurance Supervisors betreffende de uitwisseling van informatie tussen verzekeringstoezichthouders. Het heeft ook een aantal bilaterale of multilaterale samenwerkingsovereenkomsten gesloten met andere toezichthouders, onder wie diverse toezichthouders in de Unie.

(13)

Voor het JFSA-personeel gelden strenge vereisten inzake het beroepsgeheim. De regels en praktijken van het JFSA bieden afdoende bescherming voor de vertrouwelijke informatie afkomstig van buitenlandse toezichthouders. Alle huidige of voormalige JFSA-personeelsleden moeten de vertrouwelijkheid bewaren van alle informatie die zij bij de uitoefening van hun taken ontvangen. Openbaarmaking zonder machtiging kan resulteren in tuchtmaatregelen, strafrechtelijke onderzoeken en strafrechtelijke vervolging. Van buitenlandse toezichthouders ontvangen informatie die als vertrouwelijk is aangemerkt, wordt dienovereenkomstig behandeld en alleen gebruikt voor de met de buitenlandse toezichthouder overeengekomen doeleinden.

(14)

Zowel levens- als schadeverzekeringsondernemingen waarderen hun activa conform de Japanse algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen. De meeste maar niet alle activa worden tegen reële waarde gewaardeerd. Onder bepaalde omstandigheden worden sommige activacategorieën (zoals obligaties en leningen) tegen boekwaarde gewaardeerd. Wanneer activa tegen historische kostprijs worden gewaardeerd, worden de meeste niet-gerealiseerde winsten en verliezen in aanmerking genomen bij de bepaling van het beschikbare eigen vermogen. De technische voorzieningen voor levensverzekeringen en langlopende schadeverzekeringen worden gedisconteerd. De voor de discontering van de technische voorzieningen te hanteren disconteringsvoet wordt periodiek vastgesteld door het JFSA. Vanaf de contractdatum kunnen technische voorzieningen uitsluitend opwaarts worden geherwaardeerd (zij worden nooit gewaardeerd op een lagere waarde dan die welke op de contractdatum is bepaald). Markt- en andere ontwikkelingen die in een daling van de technische voorzieningen zouden resulteren (zoals een rentestijging), worden derhalve buiten beschouwing gelaten. Verzekeringsondernemingen zijn ook verplicht elk boekjaar een analyse van de toekomstige kasstromen te verrichten om na te gaan of de technische voorzieningen toereikend zijn, en om extra reserves te vormen indien zulks noodzakelijk wordt geacht.

(15)

Voor zowel levens- als schadeverzekeringsondernemingen kunnen drie verschillende drempels tot een optreden van de toezichthouder leiden. Deze drempels, die als verschillende „solvabiliteitsmargeratio's” zijn gedefinieerd, worden uitgedrukt als de verhouding tussen het dubbel van het eigen vermogen en een kapitaalvereiste dat het „totale risico” wordt genoemd. De maatstaf „totale risico” bestrijkt verzekeringstechnische risico's, rente- en marktrisico's, operationeel risico en rampenrisico. Voor rampen- en minimumgarantierisico's worden interne modellen geaccepteerd. Het JFSA heeft de bevoegdheid bepaalde corrigerende maatregelen op te leggen ook al is de hoogste drempel voor een optreden van de toezichthouder (een solvabiliteitsmargeratio van meer dan 200 %) niet overschreden, bijvoorbeeld door van verzekeraars te verlangen dat zij maatregelen nemen om hun winstgevendheid, kredietrisico, stabiliteitsrisico of liquiditeitsrisico te verbeteren. Wanneer de solvabiliteitsmargeratio lager is dan 0 %, kan het JFSA de gehele of gedeeltelijke opschorting van de bedrijfsactiviteiten bevelen.

(16)

Van Japanse verzekeraars wordt verlangd dat zij hun risico's afzonderlijk en volledig beheren via een ondernemingsrisicobeheerplan. Verzekeraars moeten op systematische en alomvattende wijze een passend risicobeheer voeren. Daarbij moet worden nagegaan of de relevante risico's worden bestreken, moeten de objectiviteit en geschiktheid van de normen voor kwantificering worden geverifieerd, en moet de toekomstige kapitaaltoereikendheid worden geanalyseerd in het licht van aangelegenheden die met de bedrijfsstrategieën op middellange en lange termijn en met het bedrijfsklimaat verband houden. Het JFSA verlangt ook van verzekeraars dat zij een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit uitvoeren en de uitkomsten daarvan aan de raad van bestuur rapporteren.

(17)

Japanse verzekeraars zijn bij wet verplicht halfjaarlijkse en jaarlijkse activiteitenverslagen bij het JFSA in te dienen. Daarnaast moet een verzekeraar elk jaar een aantal toelichtende stukken opstellen en deze op zijn hoofdkantoor ter beschikking houden van het publiek.

(18)

De Japanse solvabiliteitsregeling evolueert continu. In 2010 zijn solvabiliteitsvereisten op groepsniveau ingevoerd. Sinds de EIOPA in 2011 met de beoordeling van de gelijkwaardigheid van het Japanse toezichtstelsel overeenkomstig artikel 172 van Richtlijn 2009/138/EG is gestart, is Japan hervormingen aan het doorvoeren die tot een verbetering van zijn solvabiliteitsregeling zullen leiden. In 2011, 2012 en 2014 zijn talrijke verslagen opgesteld over en praktijktests uitgevoerd met betrekking tot een op economische waarderingen gebaseerde balans. De momenteel in behandeling zijnde wijzigingen laten vermoeden dat de toekomstige ontwikkeling van de Japanse solvabiliteitsregeling in een grotere convergentie met Richtlijn 2009/138/EG zal uitmonden.

(19)

Op basis van deze beoordeling wordt de Japanse solvabiliteitsregeling voor het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf geacht te voldoen aan de in artikel 172, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde criteria voor tijdige gelijkwaardigheid en aan de in artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde criteria voor voorlopige gelijkwaardigheid.

(20)

De bij dit besluit vastgestelde periode van tijdelijke gelijkwaardigheid eindigt op 31 december 2020, in overeenstemming met artikel 172, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG.

(21)

De bij dit besluit vastgestelde periode van voorlopige gelijkwaardigheid dient tien jaar te bedragen, in overeenstemming met artikel 227, lid 6, van Richtlijn 2009/138/EG,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in Japan van kracht zijnde solvabiliteitsregeling die van toepassing is op de herverzekeringsactiviteiten van ondernemingen die hun hoofdkantoor in Japan hebben en die door de Insurance Business Act worden gereglementeerd, wordt geacht tijdelijk gelijkwaardig te zijn aan de regeling die in titel I van Richtlijn 2009/138/EG is vastgelegd.

De in de eerste alinea bedoelde tijdelijke gelijkwaardigheid eindigt op 31 december 2020.

Artikel 2

De in Japan van kracht zijnde solvabiliteitsregeling die van toepassing is op de verzekeringsactiviteiten van ondernemingen die hun hoofdkantoor in Japan hebben en die door de Insurance Business Act worden gereglementeerd, wordt geacht voorlopig gelijkwaardig te zijn aan de regeling die in titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG is vastgelegd.

De in de eerste alinea bedoelde voorlopige gelijkwaardigheid geldt vanaf 1 januari 2016 voor een periode van 10 jaar.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 26 november 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).