Brussel, 24.8.2020

COM(2020) 454 final

2020/0224(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot toekenning van tijdelijke steun op grond van Verordening (EU) 2020/672 van de Raad aan Cyprus om het risico op werkloosheid in een noodtoestand als gevolg van de COVID-19-uitbraak te beperken


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

In Verordening (EU) 2020/672 van de Raad (“SURE-verordening”) is het rechtskader vastgesteld waarbinnen de Unie aan een lidstaat die een ernstige economische verstoring ondervindt of dreigt te ondervinden als gevolg van de COVID-19-uitbraak, financiële bijstand kan verlenen. Steun in het kader van SURE dient voor het financieren van hoofdzakelijk werktijdverkortingsregelingen of soortgelijke maatregelen ter bescherming van werknemers en zelfstandigen, en zodoende voor het verminderen van werkloosheid en inkomensverlies, alsook, in aanvulling daarop, voor de financiering van sommige maatregelen op gezondheidsgebied, met name op de werkplek.

Op 6 augustus 2020 heeft Cyprus de Unie om financiële bijstand op grond van de SURE-verordening verzocht. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de SURE-verordening heeft de Commissie de Cypriotische autoriteiten geraadpleegd om de plotse en sterke stijging te verifiëren van de werkelijke en geplande uitgaven die rechtstreeks verband houden met: a) de bijzondere regeling ouderschapsverlof, b) de regeling ziekte-uitkering voor werknemers in de particuliere sector en zelfstandigen, c) de regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de volledige opschorting van hun activiteiten, d) de regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de gedeeltelijke opschorting van hun activiteiten, e) de bijzondere regeling voor zelfstandigen, f) de bijzondere regeling voor verblijfsaccommodatie en toeristische accommodatie, g) de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten, h) de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen, en i) de subsidieregeling voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen, als gevolg van de COVID-19-pandemie. Deze maatregelen betreffen met name:

(1)de bijzondere verlofregeling waarbij ouders die in de particuliere sector werken en kinderen tot 15 jaar of kinderen met een handicap (ongeacht de leeftijd) hebben, looncompensatie krijgen;

(2)de regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de volledige opschorting van hun activiteiten, waarmee wordt voorzien in looncompensatie tot 90 % voor werknemers van ondernemingen die gedwongen zijn hun activiteiten op te schorten, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft. De compensatie dekt 60 % van het salaris van de werknemer of 60 % van de socialezekerheidsrechten die de werknemer heeft opgebouwd in 2018 (in 2019 voor de periode van juli tot en met augustus 2020), afhankelijk van wat het grootst is, Het bedrag van de compensatie ligt tussen maximaal 1 124 EUR en minimaal 360 EUR per maand;

(3)de regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de gedeeltelijke opschorting van hun activiteiten, waarmee wordt voorzien in looncompensatie voor werknemers van ondernemingen die als gevolg van de pandemie hun omzet met ten minste 25 % zien dalen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft. De compensatie dekt 60 % van het salaris van de werknemer of 60 % van de socialezekerheidsrechten die de werknemer heeft opgebouwd in 2018, afhankelijk van wat het grootst is, Het bedrag van de compensatie ligt tussen maximaal 1 124 EUR en minimaal 360 EUR per maand;

(4)de “bijzondere regeling voor zelfstandigen”, waarmee wordt voorzien in compensatie voor zelfstandigen die geen activiteiten kunnen uitoefenen overeenkomstig het decreet van de minister van Gezondheid en/of een kabinetsbesluit;

(5)de “bijzondere regeling voor verblijfsaccommodatie en toeristische accommodatie”, waarmee wordt voorzien in looncompensatie ter ondersteuning werknemers in de hotelsector en andere bedrijven die toeristische accommodatie aanbieden, en van wie de werkgever hun activiteiten volledig heeft opgeschort of zijn omzet met meer dan 40 % zag terugvallen. Voorwaarde om aan de regeling te kunnen deelnemen, is het behoud van werkgelegenheid;

(6)de “bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten”, waarmee wordt voorzien in looncompensatie voor de werknemers van de bedrijven die hun activiteiten volledig hebben opgeschort of die hun omzet met meer dan 55 % zagen terugvallen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft;

(7)de “bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen”, waarmee wordt voorzien in looncompensatie voor de werknemers van de bedrijven die hun omzet met ten minste 55 % zagen terugvallen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft;

(8)de subsidieregeling voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen die tot 50 werknemers in dienst hebben, waarmee wordt voorzien in een vast subsidiebedrag om de exploitatiekosten van kleine bedrijven en zelfstandigen te ondersteunen;

(9)de “regeling ziekte-uitkeringen”, waarmee wordt voorzien in looncompensatie voor werknemers van de particuliere sector en zelfstandigen, op voorwaarde dat zij zijn ingedeeld bij de kwetsbare personen overeenkomstig een door het ministerie van Gezondheid bekendgemaakte lijst, zij door de autoriteiten in quarantaine zijn geplaatst of zij met COVID-19 besmet zijn.

Cyprus heeft de Commissie de nodige informatie verschaft.

Rekening houdende met het beschikbare bewijsmateriaal stelt de Commissie de Raad voor om een uitvoeringsbesluit vast te stellen waarbij op grond van de SURE-verordening ten behoeve van de bovengenoemde maatregelen financiële bijstand aan Cyprus wordt verleend.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorliggende voorstel is volledig verenigbaar met Verordening (EU) 2020/672 van de Raad, op grond waarvan het voorstel wordt gedaan.

Dit voorstel vormt een aanvulling op een ander wetgevingsinstrument van de Unie om steun te verlenen aan lidstaten in noodsituaties, namelijk Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“Verordening (EG) nr. 2012/2002”). Op 30 maart is Verordening (EU) 2020/461 van het Europees Parlement en de Raad vastgesteld; bij die verordening wordt het toepassingsgebied van het bovengenoemde instrument uitgebreid tot grote volksgezondheidscrises en wordt bepaald welke specifieke acties in aanmerking komen voor financiering.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel maakt deel uit van een reeks maatregelen die zijn genomen in respons op de huidige COVID-19-pandemie, zoals het corona-investeringsinitiatief, en vormt een aanvulling op andere instrumenten die de werkgelegenheid ondersteunen, zoals het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)/InvestEU. Aangezien dit instrument gebruik maakt van het opnemen en verstrekken van leningen om de lidstaten in dit specifieke geval van de COVID-19-uitbraak te ondersteunen, fungeert dit voorstel als tweede verdedigingslinie voor de financiering van regelingen voor werktijdverkorting en soortgelijke maatregelen, die banen en dus ook werknemers en zelfstandigen helpen te beschermen tegen het risico van werkloosheid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit instrument is Verordening (EU) 2020/672 van de Raad.

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel komt er na een verzoek van een lidstaat en is een blijk van Europese solidariteit, doordat financiële bijstand van de Unie in de vorm van tijdelijke leningen wordt verstrekt aan een lidstaat die zwaar door de COVID-19-uitbraak wordt getroffen. Deze financiële bijstand vormt een tweede verdedigingslinie voor een overheid die wordt geconfronteerd met een tijdelijke toename van de overheidsuitgaven voor werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen om banen te beschermen, en dus ook om werknemers en zelfstandigen te beschermen tegen het risico op werkloosheid en inkomstenverlies.

Deze steun helpt de getroffen bevolking en draagt bij tot het beperken van de directe maatschappelijke en economische gevolgen van de COVID-19-crisis.

•Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het gaat niet verder dan wat nodig is om de met het instrument beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Raadpleging van belanghebbenden

Het voorstel moest dringend worden voorbereid zodat het tijdig kan worden aangenomen door de Raad. Daardoor kon geen raadpleging van de belanghebbenden worden uitgevoerd.

•Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van het voorstel heeft geen effectbeoordeling plaatsgevonden.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De Commissie moet leningen op de financiële markten kunnen aangaan en deze vervolgens kunnen gebruiken om zelf leningen te verstrekken aan de lidstaten die financiële bijstand vragen in het kader van het SURE-instrument.

Naast de garanties van de lidstaten worden ook andere waarborgen in het systeem ingebouwd om de financiële soliditeit van de regeling te garanderen:

·een strikte en conservatieve benadering van financieel beheer;

·een leningenportefeuille die zodanig is opgebouwd dat het concentratierisico, het jaarlijkse risico en de buitensporige blootstelling aan risico’s van individuele lidstaten beperkt blijven en die er tegelijkertijd voor zorgt dat voldoende middelen kunnen worden toegekend aan de meest behoeftige lidstaten; en

·de mogelijkheid om schulden door te rollen.

2020/0224 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot toekenning van tijdelijke steun op grond van Verordening (EU) 2020/672 van de Raad aan Cyprus om het risico op werkloosheid in een noodtoestand als gevolg van de COVID-19-uitbraak te beperken

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2020/672 van de Raad van 19 mei 2020 betreffende de instelling van een Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) als gevolg van de COVID-19-uitbraak 1 , en met name artikel 6, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 6 augustus 2020 heeft Cyprus de Unie om financiële bijstand verzocht als aanvulling op zijn nationale inspanningen om aan de gevolgen van de COVID-19-uitbraak en de sociaal-economische gevolgen daarvan voor werknemers het hoofd te bieden.

(2)De COVID-19-uitbraak en de buitengewone maatregelen die Cyprus heeft getroffen om de uitbraak en de sociaal-economische en gezondheidseffecten daarvan in te perken, zullen naar verwachting een dramatisch effect op de overheidsfinanciën hebben. Volgens de voorjaarsprognose 2020 van de Commissie zou Cyprus tegen het einde van 2020 een overheidstekort van 7 % van het bruto binnenlands product (bbp) en een schuld van 115,7 % van het bbp hebben. Volgens de tussentijdse zomerprognose 2020 van de Commissie zou het bbp van Cyprus in 2020 met 7,7 % krimpen.

(3)Door de COVID-19-uitbraak is een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking in Cyprus inactief geworden. Een en ander heeft geresulteerd in een plotse en sterke stijging van de overheidsuitgaven van Cyprus ten behoeve van de bijzondere regeling ouderschapsverlof, de regelingen ter ondersteuning van ondernemingen bij de gedeeltelijke of volledige opschorting van hun activiteiten, de bijzondere regeling voor zelfstandigen, de bijzondere regeling voor verblijfsaccommodatie en toeristische accommodatie, de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten, de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen, en de subsidieregeling voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen, en ter ondersteuning van maatregelen op het gebied van de volksgezondheid, met betrekking tot de regeling ziekte-uitkeringen, zoals uiteengezet in de overwegingen 4 tot en met 12.

(4)“Wet nr. 27(I)/2020”, waarvan sprake in het verzoek van Cyprus van 6 augustus 2020, was de grondslag voor de invoering van een reeks bestuurlijke besluiten (ΚΔΠ), waarin maatregelen worden uiteengezet om aan de gevolgen van de COVID-19-uitbraak het hoofd te bieden. Op grond van wet nr. 27(I)/2020 hebben de autoriteiten een bijzondere verlofregeling ingevoerd, waarmee wordt voorzien in looncompensatie voor ouders die in de particuliere sector werken en kinderen tot 15 jaar of kinderen met een handicap (ongeacht de leeftijd) hebben. Deze bijzondere verlofregeling kan worden beschouwd als een maatregel die vergelijkbaar is met werktijdverkortingsregelingen, als bedoeld in Verordening (EU) 2020/672, omdat daarmee wordt voorzien in inkomenssteun voor werknemers en deze regeling helpt werkgelegenheid te behouden doordat wordt voorkomen dat ouders die voor hun kinderen moeten zorgen omdat scholen gesloten zijn, het dienstverband moeten opzeggen.

(5)Voorts hebben de autoriteiten een regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de volledige opschorting van hun activiteiten ingevoerd, waarmee wordt voorzien in looncompensatie tot 90 % voor werknemers van ondernemingen die gedwongen zijn hun activiteiten op te schorten, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft. De compensatie dekt 60 % van het salaris van de werknemer of 60 % van de socialezekerheidsrechten die de werknemer heeft opgebouwd in 2018 (in 2019 voor de periode van juli tot en met augustus 2020), afhankelijk van wat het grootst is, Het bedrag van de compensatie ligt tussen maximaal 1 124 EUR en minimaal 360 EUR per maand.

(6)Met de regeling ter ondersteuning van ondernemingen wegens de gedeeltelijke opschorting van hun activiteiten, wordt voorzien in looncompensatie voor werknemers van ondernemingen die als gevolg van de pandemie hun omzet met ten minste 25 % zien dalen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft. De compensatie dekt 60 % van het salaris van de werknemer of 60 % van de socialezekerheidsrechten die de werknemer heeft opgebouwd in 2018, afhankelijk van wat het grootst is. Het bedrag van de compensatie ligt tussen maximaal 1 124 EUR en minimaal 360 EUR per maand.

(7)Met de “bijzondere regeling voor zelfstandigen” wordt voorzien in compensatie voor zelfstandigen die geen activiteiten kunnen uitoefenen overeenkomstig het decreet van de minister van Gezondheid en/of een kabinetsbesluit.

(8)Met de “bijzondere regeling voor hotels en toeristische accommodatie” wordt voorzien in looncompensatie ter ondersteuning werknemers in de hotelsector en andere bedrijven die toeristische accommodatie aanbieden, en van wie de werkgever zijn activiteiten volledig heeft opgeschort of die zijn omzet met meer dan 40 % zag terugvallen. Voorwaarde om de aan de regeling te kunnen deelnemen, is het behoud van werkgelegenheid.

(9)Met de “bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten” wordt voorzien in looncompensatie voor de werknemers in de hotelsector en andere bedrijven die toeristische accommodatie aanbieden en die hun activiteiten volledig hebben opgeschort of die hun omzet met meer dan 55 % zagen terugvallen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft.

(10)Met de “bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen” wordt voorzien in looncompensatie voor de werknemers van de bedrijven die hun omzet met ten minste 55 % zagen terugvallen, op voorwaarde dat de werkgelegenheid behouden blijft.

(11)Voorts worden met “Aanvullende begroting, Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, Subsidies”, als vermeld in het Cypriotische verzoek van 6 augustus 2020, subsidies ingevoerd voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen die tot 50 werknemers in dienst hebben. Het verzoek ziet alleen op het gedeelte van de uitgaven met betrekking tot de steun aan zelfstandigen en eenmansbedrijven. Met die subsidies wordt een vast subsidiebedrag toegekend om de exploitatiekosten van kleine bedrijven en zelfstandigen te ondersteunen. Deze subsidieregeling kan worden beschouwd als een maatregel die vergelijkbaar is met werktijdverkortingsregelingen, als bedoeld in Verordening (EU) 2020/672, omdat die bedoeld is om zelfstandigen of gelijksoortige categorieën werknemers tegen inkomensdaling of -verlies te beschermen.

(12)Ten slotte wordt met de “regeling ziekte-uitkeringen” voorzien in looncompensatie voor werknemers van de particuliere sector en zelfstandigen, op voorwaarde dat zij zijn ingedeeld bij kwetsbare personen overeenkomstig een door het ministerie van Gezondheid bekendgemaakte lijst, zij door de autoriteiten in quarantaine zijn geplaatst of zij met COVID-19 besmet zijn.

(13)Cyprus voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/672 om financiële bijstand te kunnen aanvragen. Cyprus heeft de Commissie het nodige bewijsmateriaal verschaft dat de werkelijke en geplande overheidsuitgaven sinds 1 februari 2020 met 479 070 000 EUR zijn gestegen als gevolg van het gestegen bedrag dat rechtstreeks verband houdt met de bijzondere regeling ouderschapsverlof, de regelingen ter ondersteuning van ondernemingen bij de gedeeltelijke of volledige opschorting van hun activiteiten, de bijzondere regeling voor zelfstandigen, de bijzondere regeling voor verblijfsaccommodatie en toeristische accommodatie, de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten, de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen, en de subsidieregeling voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen. Dit is een plotse en sterke stijging omdat deze nieuwe maatregelen een aanzienlijk percentage van de bedrijven en de arbeidskrachten in Cyprus betreffen.

(14)De Commissie heeft, overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2020/672, Cyprus geraadpleegd en heeft de plotse en sterke stijging geverifieerd van de werkelijke en geplande overheidsuitgaven die rechtstreeks verband houden met werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen, alsmede het beroep dat wordt gedaan op maatregelen op gezondheidsgebied die verband houden met de COVID-19-uitbraak, zoals vermeld in het verzoek van 6 augustus 2020.

(15)Daarom moet financiële bijstand worden verleend om Cyprus te helpen het hoofd te bieden aan de sociaal-economische gevolgen van de ernstige economische verstoring als gevolg van de COVID-19-uitbraak.

(16)Dit besluit laat de uitkomst onverlet van eventuele procedures met betrekking tot verstoringen van de werking van de interne markt, met name op grond van de artikelen 107 en 108 VWEU. Het doet geen afbreuk aan het vereiste dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 108 VWEU, de Commissie op de hoogte brengen van voorgenomen steunmaatregelen.

(17)Cyprus moet de Commissie op regelmatige basis informeren over de tenuitvoerlegging van de geplande overheidsuitgaven, zodat de Commissie kan beoordelen in hoeverre Cyprus die uitgaven ten uitvoer heeft gelegd.

(18)Bij het besluit om financiële bijstand te verlenen is rekening gehouden met bestaande en verwachte behoeften van Cyprus en met verzoeken om financiële bijstand op grond van Verordening (EU) 2020/672 die reeds door andere lidstaten zijn ingediend of gepland, met toepassing van de beginselen gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Cyprus voldoet aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/672.

Artikel 2

1.De Unie stelt Cyprus een lening van maximaal 479 070 000 EUR beschikbaar. De lening heeft een gemiddelde looptijd van ten hoogste 15 jaar.

2.De periode waarin de bij dit besluit verleende financiële bijstand beschikbaar is, bedraagt 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag na de inwerkingtreding van dit besluit.

3.De Commissie stelt de financiële bijstand van de Unie in maximaal acht tranches beschikbaar aan Cyprus. Een tranche kan in één of meer deeltranches worden uitbetaald. De looptijden van de deeltranches in het kader van de eerste tranche kunnen langer zijn dan de in lid 1 genoemde maximale gemiddelde looptijd. In dergelijke gevallen worden de looptijden van verdere deeltranches zodanig vastgesteld dat de in lid 1 genoemde maximale gemiddelde looptijd in acht is genomen als alle tranches zijn uitbetaald.

4.De vrijgave van de eerste tranche hangt af van de inwerkingtreding van de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2020/672 bedoelde leningsovereenkomst.

5.Cyprus betaalt de in artikel 4 van Verordening (EU) 2020/672 bedoelde financieringskosten van de Unie voor elke tranche, vermeerderd met alle vergoedingen, kosten en uitgaven van de Unie die uit financiering voortvloeien.

6.De Commissie beslist over de omvang en de vrijgave van de tranches, alsmede over de omvang van de deeltranches.

Artikel 3

Cyprus mag de volgende maatregelen financieren:

a)de bijzondere regeling ouderschapsverlof, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 127/148/151/184/192/212/213/235/2020 wordt voorzien;

b)de regelingen ter ondersteuning van ondernemingen wegens de gedeeltelijke of volledige opschorting van hun activiteiten, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 131/148/151/188/212/213/239/2020 en 151/187/212/213/238/243/273/2020 wordt voorzien;

c)de bijzondere regeling voor zelfstandigen, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 129/148/151/186/213/237/322/2020 wordt voorzien;

d)de bijzondere regeling voor hotels en toeristische accommodatie, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 269/317/2020 wordt voorzien;

e)de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven uit de toeristische sector of getroffen door het toerisme of verbonden met bedrijven die hun activiteiten verplicht volledig moeten opschorten, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 270/318/2020 wordt voorzien;

f)de bijzondere regeling ter ondersteuning van bedrijven die vooraf omschreven activiteiten uitoefenen, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 272/320/2020 wordt voorzien;

g)de subsidieregeling voor zeer kleine en kleine ondernemingen en zelfstandigen, waarin door Aanvullende begroting, Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak wordt voorzien, voor het gedeelte van de uitgaven met betrekking tot de steun aan zelfstandigen en eenmansbedrijven;

h)de regeling ziekte-uitkeringen, waarin door wet nr. 27(I)/2020, bestuurlijke besluiten 128/148/151/185/212/236/2020 wordt voorzien.

Artikel 4

Cyprus stelt de Commissie tegen [DATUM: 6 maanden na de bekendmakingsdatum van dit besluit], en nadien om de zes maanden, in kennis van de tenuitvoerlegging van de geplande overheidsuitgaven totdat die geplande overheidsuitgaven volledig ten uitvoer zijn gelegd.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de Republiek Cyprus.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 159 van 20.5.2020, blz. 1.