20.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 340/49


BESLUIT (EU) 2017/2389 VAN DE RAAD

van 5 december 2017

waarbij wordt vastgesteld dat Roemenië geen doeltreffende maatregelen heeft genomen in reactie op de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 10, lid 2, vierde alinea,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 16 juni 2017 besloot de Raad overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dat in Roemenië een significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting bestond.

(2)

In het licht van de vastgestelde significante afwijking heeft de Raad Roemenië op 16 juni 2017 aanbevolen de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven (2) in 2017 niet uitkomt boven 3,3 %, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,5 % van het bbp. Roemenië werd aanbevolen om alle meevallers aan te wenden om het tekort terug te dringen, terwijl de budgettaire consolidatiemaatregelen op groeivriendelijke wijze een blijvende verbetering van het structurele overheidssaldo zouden moeten waarborgen. De Raad stelde 15 oktober 2017 vast als uiterste datum waarop Roemenië verslag moet uitbrengen over de naar aanleiding van de aanbeveling genomen maatregelen.

(3)

Op 26 en 27 september 2017 ondernam de Commissie in het kader van artikel -11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad een missie voor verscherpt toezicht in Roemenië met als doel monitoring ter plaatse. Na haar voorlopige bevindingen voor commentaar aan de Roemeense autoriteiten te hebben voorgelegd, heeft de Commissie haar bevindingen op 24 oktober 2017 aan de Raad gemeld. Deze bevindingen werden vervolgens openbaar gemaakt. In het verslag van de Commissie wordt geconstateerd dat de Roemeense autoriteiten niet van plan zijn gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017. De autoriteiten verklaarden dat zij voor 2017 blijven streven naar een nominaal tekort van 3 % van het bbp. Gezien de positieve en stijgende output gap zou dit neerkomen op een verslechtering van het structurele tekort in 2017, tegen de aanbeveling van de Raad in. Daaruit blijkt een duidelijk expansief begrotingsbeleid.

(4)

Op 13 oktober 2017 hebben de Roemeense autoriteiten een verslag ingediend over de maatregelen die zijn genomen in reactie op de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017. In dat verslag herhaalden de autoriteiten dat zij voor 2017 blijven streven naar een nominaal tekort van 3 % van het bbp. De enige in het verslag opgenomen maatregel met een significante budgettaire impact in 2017 is een verhoging van de accijnzen voor energieproducten naar het vroegere niveau van 2016 (namelijk het ongedaan maken van een eerdere accijnsverlaging die in januari 2017 in werking was getreden). De gevolgen van de genomen maatregelen voor de begroting blijven dus significant achter bij het vereiste in de aanbeveling van de Raad.

(5)

Op basis van de najaarsprognoses 2017 van de Commissie zal het structurele saldo in 2017 naar verwachting met 1,1 % van het bbp verslechteren tot een tekort van 3,3 %. Dit staat haaks op de aanbevolen structurele verbetering van 0,5 % van het bbp ten opzichte van 2016. De groei van de netto primaire overheidsuitgaven bedroeg 4,9 %, ruim boven de uitgavenbenchmark van 3,3 %. Deze verslechtering ten opzichte van 2016 was het gevolg van verlagingen van de indirecte belastingen aan het begin van het jaar, meer bepaald van btw en accijnzen, en van verhogingen van de ambtenarensalarissen en de sociale uitkeringen in de loop van het jaar. Sinds de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017 hebben de verhoging van de accijnzen voor energieproducten naar het vroegere niveau van 2016 en de lagere overheidsinvesteringen in de begrotingswijizging van september 2017 een positief effect gehad op het begrotingstekort, maar het effect daarvan werd grotendeels tenietgedaan door de ook in de gewijzigde begroting opgenomen verhogingen van de ambtenarensalarissen.

(6)

Op grond daarvan luidt de conclusie dat de reactie van Roemenië op de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017 onvoldoende is geweest. De begrotingsinspanning blijft achter bij de jaarlijkse structurele aanpassing van 0,5 % van het bbp voor 2017, hetgeen overeenstemt met een nominaal stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven van ten hoogste 3,3 % in 2017,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Roemenië heeft geen doeltreffende maatregelen genomen in reactie op de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2017.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Brussel, 5 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

T. TÕNISTE


(1)   PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  De netto overheidsuitgaven omvatten de totale overheidsuitgaven zonder rekening te houden met rente-uitgaven, uitgaven in het kader van programma's van de Unie die volledig met inkomsten uit fondsen van Unie worden gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen. Nationaal gefinancierde bruto-investeringen in vaste activa worden gespreid over een periode van vier jaar. Discretionaire inkomstenmaatregelen of inkomstenverhogingen die bij wet worden vastgesteld, tellen mee en eenmalige maatregelen aan zowel de inkomsten- als uitgavenzijde tellen niet mee.