|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/2249 |
13.10.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/2249 VAN DE COMMISSIE
van 12 oktober 2026
tot vermindering van de voor Spanje in 2026 beschikbare visserijinspanning wegens overbevissing in het voorgaande jaar
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 106, leden 1 en 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De visserijinspanningen in het westelijk deel van de Middellandse Zee voor de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn vastgesteld bij respectievelijk de Verordeningen (EU) 2024/259 (2), (EU) 2025/219 (3) en (EU) 2026/266 (4) van de Raad. |
|
(2) |
Voor het visseizoen 2025 is in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2025/219 bepaald dat de maximaal toegestane visserijinspanning voor trawlers en beugvisserijvaartuigen is vastgesteld in bijlage IV bij die verordening. In het bijzonder bevat de tabel in punt 1, a), van deze bijlage de maximaal toegestane visserijinspanning, in visdagen, voor trawlers in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion (geografische deelgebieden (GDG’s) 1, 2, 5, 6 en 7 van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM)). |
|
(3) |
Om de selectiviteit van vistuig en de efficiëntie van gesloten gebieden ter bescherming van jonge vissen en paaiende vissen te verbeteren, is bij artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219 een compensatiemechanisme ingesteld dat een lidstaat in staat stelt vaartuigen die zijn vlag voeren extra visdagen toe te kennen voor het visseizoen 2025, mits het vaartuig dat de extra toewijzing ontvangt, aan bepaalde voorwaarden voldoet. Artikel 8, lid 5, bepaalt dat de betrokken lidstaat geen extra visdagen mag toewijzen die ertoe zouden leiden dat het bij Verordening (EU) 2024/259 voor de betrokken visserij-inspanningsgroep vastgestelde niveau van de visserijinspanning wordt overschreden. |
|
(4) |
Voor het visseizoen 2024 is in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2024/259 bepaald dat de maximaal toegestane visserijinspanning voor trawlers en beugvisserijvaartuigen is vastgesteld in bijlage III bij die verordening. In het bijzonder bevat de tabel in punt 1, a), van deze bijlage de maximaal toegestane visserijinspanning, in visdagen, voor trawlers in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion (GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7). |
|
(5) |
Om de selectiviteit van vistuig en de efficiëntie van gesloten gebieden ter bescherming van jonge vissen en paaiende vissen te bevorderen, is bij artikel 8 van Verordening (EU) 2024/259 een compensatiemechanisme ingesteld dat een lidstaat in staat stelt vaartuigen die zijn vlag voeren extra visdagen toe te kennen voor het visseizoen 2024, mits het vaartuig dat de extra toewijzing ontvangt, aan bepaalde voorwaarden voldoet. |
|
(6) |
Per e-mail van 19 november 2025 hebben de Spaanse autoriteiten de Commissie meegedeeld dat, volgens hun interpretatie van artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219, de beperking van het aantal visdagen voor het visseizoen 2025 niet alleen de maximaal toegestane visserijinspanning voor het visseizoen 2024 (door Spanje “initiële dagen” genoemd) moet omvatten, maar ook de extra toewijzing van visdagen in het kader van het compensatiemechanisme voor 2024. Bijgevolg heeft Spanje de Commissie verzocht de Spaanse toewijzing van de visserijinspanning voor 2025 in het QUOTA-instrument van de Commissie in FIDES bij te werken. |
|
(7) |
De Commissie heeft per e-mail van 23 november 2025 geantwoord dat bij de berekening van extra dagen als gevolg van het compensatiemechanisme voor 2025 rekening moet worden gehouden met zowel artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219 als artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2024/259, waarin wordt verwezen naar de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde maximaal toegestane visserijinspanning. De Commissie heeft geconcludeerd dat de extra dagen die in het kader van het compensatiemechanisme voor 2024 zijn toegekend, niet zijn inbegrepen in de in Verordening (EU) 2024/259 vastgestelde visserijinspanning. |
|
(8) |
Bij resolutie van 25 november 2025 (5) heeft Spanje de resolutie van 10 oktober 2025 gewijzigd, waarbij de in het kader van het compensatiemechanisme beschikbare hoeveelheden werden bekendgemaakt en 7 125 extra visdagen werden toegekend aan zijn trawlvloot in de Middellandse Zee, wat neerkomt op ongeveer 13 visdagen per vaartuig, te gebruiken vóór eind 2025. |
|
(9) |
Bijgevolg heeft de Commissie de Spaanse autoriteiten bij brief van 1 december 2025 verzocht gedetailleerde uitleg te geven over de rechtsgrondslag die Spanje heeft gebruikt om deze extra visdagen voor 2025 toe te kennen door middel van de genoemde resolutie van 25 november 2025. De Commissie heeft herhaald dat de extra visdagen die in het kader van het compensatiemechanisme voor 2024 zijn toegekend, niet zijn inbegrepen in het in Verordening (EU) 2024/259 vastgestelde niveau van de visserijinspanning. De Commissie heeft Spanje er ook aan herinnerd dat zij overeenkomstig artikel 106, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 elke visserijinspanning die de aan Spanje voor het betrokken bestand toegewezen visserijinspanning voor 2025 overschrijdt, in mindering moet brengen op de visserijinspanning die het volgende jaar of de volgende jaren voor dat bestand beschikbaar is. |
|
(10) |
Bij brief van 22 januari 2026 heeft Spanje geantwoord dat “aangezien Verordening (EU) 2024/259 ook voorzag in een compensatiemechanisme, op grond waarvan de lidstaten een extra toewijzing van visdagen tot 6 % kunnen toekennen, mits aan de vastgestelde voorwaarden is voldaan, het in Verordening (EU) 2024/259 vastgestelde niveau van de visserijinspanning wordt beschouwd als de initiële toewijzing plus die 6 % (indien aan de voorwaarden is voldaan), d.w.z. het maximum dat de extra toewijzing van visdagen in 2025 op basis van het compensatiemechanisme in artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219 niet mag overschrijden”. Spanje lichtte toe dat “overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219 de lidstaat extra visdagen kan toewijzen tot de limiet van het bij Verordening (EU) 2024/259 […] vastgestelde niveau van de visserijinspanning, met dien verstande dat die limiet wordt bepaald door de initiële toewijzing van visdagen, verhoogd met 6 %, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan”. |
|
(11) |
Op grond van artikel 106, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen visserijinspanning heeft overschreden, na raadpleging van de betrokken lidstaat de toekomstige visserijinspanning van die lidstaat verminderen. |
|
(12) |
In artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat die verminderingen het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren moeten worden doorgevoerd, en wel door toepassing van een in dat lid vermelde vermenigvuldigingsfactor. |
|
(13) |
Na overeenkomstig artikel 47 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie (6) de overbenutting van de vangstmogelijkheden door Spanje te hebben beoordeeld, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat Spanje zijn beschikbare visserijinspanning met de volgende hoeveelheden heeft overschreden:
|
|
(14) |
Per e-mail van 30 maart 2026 heeft de Commissie Spanje informeel geraadpleegd over de verlagingen van de voor Spanje beschikbare visserijinspanning in 2026 wegens overbevissing in 2025. Spanje heeft op 7 april 2026 per e-mail geantwoord dat het niet kon instemmen met de voorgenomen verlagingen, aangezien Spanje geen melding heeft gemaakt van een overschrijding van de visserijinspanning in vlootsegmenten voor 2025. In zijn antwoord verwees Spanje naar bovengenoemde brief van 22 januari 2026 en bleef erbij dat de extra dagen die een lidstaat overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219 voor het jaar 2025 kan toewijzen, niet meer mogen bedragen dan de initiële visserijinspanningsdagen die bij Verordening (EU) 2024/259 voor het jaar 2024 zijn vastgesteld, verhoogd met 6 % als gevolg van het compensatiemechanisme voor 2024, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. |
|
(15) |
Overeenkomstig artikel 106, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 heeft de Commissie Spanje bij brief van 11 juni 2026 formeel geraadpleegd. De Commissie herhaalde haar voornemen om verlagingen toe te passen op de in 2026 aan Spanje toegewezen visserijinspanning. In die brief heeft de Commissie uitgelegd dat de berekeningen van de overbevissing gebaseerd zijn op de aangepaste visserijinspanning, die overeenkomt met de in bijlage IV bij Verordening (EU) 2025/219 vastgestelde visserijinspanning, waaraan mogelijke extra visdagen worden toegevoegd die overeenkomstig artikel 8, lid 1, van die verordening worden toegewezen zonder het in artikel 8, lid 5, bedoelde niveau van de visserijinspanning te overschrijden, de mogelijke overdracht van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1022, het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, en verlagingen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 106 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. |
|
(16) |
Spanje heeft op 24 juni 2026 geantwoord dat er geen sprake was van een overschrijding van de visserijinspanning, omdat het van mening was dat “het maximale aantal visdagen dat in het visseizoen 2025 kan worden toegewezen, moet worden berekend op basis van de som van de oorspronkelijk toegewezen dagen en de dagen die voortvloeien uit het voor 2024 geldende compensatiemechanisme”. |
|
(17) |
De Commissie is van mening dat het besluit van Spanje om voor 2025 extra visdagen toe te kennen, is gebaseerd op een onjuiste interpretatie van artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219, op grond waarvan de lidstaten geen extra visdagen mogen toewijzen die zouden leiden tot een overschrijding van het visserijinspanningsniveau dat in Verordening (EU) 2024/259 voor de betrokken visserijinspanningsgroep is vastgesteld. Die bepaling moet worden gelezen in samenhang met artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2024/259, op grond waarvan de maximaal toegestane visserijinspanning is vastgesteld in bijlage III bij deze verordening. In die bijlage wordt voor elke visserijinspanningsgroep een specifiek niveau van de visserijinspanning voor trawlers en beugvisserijvaartuigen in visdagen vastgesteld. Bijgevolg zijn de extra visdagen die in het kader van het compensatiemechanisme voor 2024 worden toegekend, niet inbegrepen in het in artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2024/259 bedoelde bij Verordening (EU) 2025/219 vastgestelde niveau van de visserijinspanning, aangezien dergelijke dagen niet zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2024/259, maar afhankelijk zijn van het volledige of gedeeltelijke gebruik van dit compensatiemechanisme door de lidstaten. |
|
(18) |
Spanje is per aangetekende e-mail van 22 september 2026 in kennis gesteld van het feit dat de Commissie haar standpunt ten aanzien van de interpretatie van artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2025/219 handhaaft. |
|
(19) |
Daarom moeten overeenkomstig artikel 106, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 verlagingen worden toegepast op de visserijinspanning die in 2026 voor Spanje beschikbaar was wegens de overschrijding van de visserijinspanning in de betrokken visserijgebieden en visserijen. |
|
(20) |
Er zijn nog verdere actualiseringen of correcties mogelijk indien bij de lopende of de vorige verminderingen fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de gegevens over de ingezette visserijinspanning die door Spanje worden meegedeeld op grond van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De visserijinspanning die voor 2026 in Verordening (EU) 2026/266 is vastgesteld, wordt overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verminderd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 oktober 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1224/oj.
(2) Verordening (EU) 2024/259 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2024/259, 11.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/259/oj).
(3) Verordening (EU) 2025/219 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2025/219, 4.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/219/oj).
(4) Verordening (EU) 2026/266 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2026/266, 30.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/266/oj).
(5) Resolución de 25 de noviembre de 2025, de la Secretaría General de Pesca, por la que se modifica la de 10 de octubre de 2025, por la que se publica para 2025 la cantidad disponible de días de pesca del mecanismo de optimización por buque y grupo de buques de arrastre de fondo del Mediterráneo, https://www.boe.es/diario_boe/txt.php?id=BOE-A-2025-23990.
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie van 17 oktober 2025 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad wat betreft de toegang tot de wateren en hulpbronnen, visserijcontrole, bewaking, inspectie en handhaving, verlaging van quota en visserijinspanningen, gegevens en informatie, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie (PL L, 2025/2196, 12.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2196/oj).
BIJLAGE
VERMINDERING VAN DE VISSERIJINSPANNING VOOR 2026 VOOR HET OVERBEVISTE BESTAND
|
Lidstaat |
Code visserij-inspanningsgroep |
Bestandsgroep |
Lengte vaartuig |
Type vaartuig |
Initieel voor 2025 toegewezen visserijinspanning (in visdagen) |
Aangepaste visserijinspanning voor 2025 (1) (in visdagen) |
Totale in 2025 gebruikte visserijinspanning (in visdagen) |
Benutting inspanning in 2025 (in %) |
Overbevissing in 2025 ten opzichte van aangepaste visserijinspanning (in visdagen) |
Vermenigvuldigingsfactor (2) |
Op de voor 2026 toegewezen visserijinspanning toe te passen vermindering (in visdagen) |
|
ES |
EFF1/MED1_TR2 met inbegrip van extra toewijzingen in het kader van EFF1/MED1_TR2_AA (3) |
Zeebarbeel in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; Heek in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; roze diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 5 en 6; langoustine in de GDG’s 5 en 6 |
≥ 12 m en < 18 m |
Trawlers |
3 400 |
16 189 |
16 709,500 |
103,22 % |
520,500 |
1,0 |
520,500 |
|
ES |
EFF1/MED1_TR3 met inbegrip van extra toewijzingen in het kader van EFF1/MED1_TR3_AA (3) |
Zeebarbeel in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; Heek in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; roze diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 5 en 6; langoustine in de GDG’s 5 en 6 |
≥ 18 m en < 24 m |
Trawlers |
6 379 |
30 375 |
32 502,500 |
107,00 % |
2 127,500 |
1,0 |
2 127,500 |
|
ES |
EFF1/MED1_TR4 met inbegrip van extra toewijzingen in het kader van EFF1/MED1_TR4_AA (3) |
Zeebarbeel in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; Heek in de GDG’s 1, 5, 6 en 7; roze diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 5 en 6; langoustine in de GDG’s 5 en 6 |
≥ 24 m |
Trawlers |
2 247 |
10 698 |
10 847,500 |
101,40 % |
149,500 |
1,0 |
149,500 |
|
ES |
EFF2/MED1_TR4 met inbegrip van extra toewijzingen in het kader van EFF2/MED1_TR4_AA (3) |
Blauwrode diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7 |
≥ 24 m |
Trawlers |
1 297 |
6 173 |
6 343,500 |
102,76 % |
170,500 |
1,0 |
170,500 |
|
(1) Inspanning die op grond van de betrokken verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor een lidstaat beschikbaar is, rekening houdend met mogelijke extra visdagen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en mogelijke overdracht van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PB L 172 26.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1022/2019-08-14), het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj) en vermindering van de vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 106 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. (2) Zoals bepaald in artikel 106, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. (3) Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2025/219. |
|||||||||||
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/2249/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)