European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/6325

3.12.2025

Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Gereedheid van de Europese defensie 2030

(C/2025/6325)

Rapporteur

:

Ricardo RIO (PT/EVP), burgemeester van Braga

Referentiedocumenten

:

Gezamenlijke mededeling over de gereedheid van de Europese defensie 2030

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (SAFE-instrument)

COM(2025) 122 final

Mededeling over hogere defensie-uitgaven opvangen binnen het stabiliteits- en groeipact

C(2025) 2000 final

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/694, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697, (EU) 2021/1153, (EU) 2023/1525 en (EU) 2024/795 wat betreft het stimuleren van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting voor de uitvoering van het ReArm Europe-plan

COM(2025) 188 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

COM(2025) 122 final

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (SAFE-instrument)

Wijzigingsvoorstel 1

Overweging 19

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Om de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten van de EDTIB te waarborgen en de aanpassing ervan aan structurele veranderingen te versnellen en aldus de efficiëntie van de verleende financiële bijstand te vergroten, is het belangrijk minimumvoorwaarden vast te stellen met betrekking tot de waarde die binnen de Unie wordt gegenereerd. Daarom moeten opdrachten in het kader van gemeenschappelijke aanbestedingen een vereiste bevatten dat de kosten van de onderdelen van oorsprong uit de Unie , uit EER-EVA-staten of uit Oekraïne niet minder dan 65  % van de geschatte kosten van het eindproduct bedragen.

Om de tijdige beschikbaarheid en levering van defensieproducten van de EDTIB te waarborgen en de aanpassing ervan aan structurele veranderingen te versnellen en aldus de efficiëntie van de verleende financiële bijstand te vergroten, is het belangrijk minimumvoorwaarden vast te stellen met betrekking tot de waarde die binnen de Unie wordt gegenereerd. Daarom moeten opdrachten in het kader van gemeenschappelijke aanbestedingen een vereiste bevatten dat de kosten van de onderdelen van oorsprong uit de Unie of uit Oekraïne niet minder dan 70  % van de geschatte kosten van het eindproduct bedragen.

Motivering

Deze verordening beoogt de Europese defensie-industrie te versterken en Oekraïne te helpen ondersteunen. In dit verband mogen alleen lidstaten en Oekraïne in aanmerking worden genomen bij de berekening van de Europese waarde van een gemeenschappelijke overheidsopdracht.

Wijzigingsvoorstel 2

Overweging 22

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Lidstaten die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument wensen te verkrijgen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen, vergezeld van een investeringsplan voor de Europese defensie-industrie. Om de voorbereiding van plannen te vergemakkelijken, moeten de Commissie en de lidstaten uitwisselingen aangaan om voorlopige toewijzingen van de leningbedragen vast te stellen. De Commissie moet alle door de lidstaten ingediende verzoeken beoordelen. Bij de beoordeling van de nationale plannen moet de Commissie in voorkomend geval een beroep doen op de deskundigheid van het EDA of de militaire staf van de EU. De Commissie moet de leningbedragen toewijzen aan de betrokken lidstaten door toepassing van de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie, met name indien de som van de gevraagde leningbedragen hoger is dan het totale maximumbedrag aan financiële bijstand dat in het kader van het SAFE-instrument beschikbaar is. De leningen moeten worden verdeeld over de aanvragende lidstaten overeenkomstig de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie. In de investeringsplannen voor de Europese defensie-industrie moeten maatregelen worden beschreven om de veerkracht van de Europese defensie-industrie te versterken, met name door de toegang tot de defensiemarkt voor kleine en middelgrote ondernemingen, midcaps en nieuwe spelers op defensiegebied te vergemakkelijken.

Lidstaten die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument wensen te verkrijgen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen, vergezeld van een investeringsplan voor de Europese defensie-industrie. Om de voorbereiding van plannen te vergemakkelijken, moeten de Commissie en de lidstaten uitwisselingen aangaan om voorlopige toewijzingen van de leningbedragen vast te stellen. De Commissie moet alle door de lidstaten ingediende verzoeken beoordelen. Bij de beoordeling van de nationale plannen moet de Commissie in voorkomend geval een beroep doen op de deskundigheid van het EDA of de militaire staf van de EU. De Commissie moet de leningbedragen toewijzen aan de betrokken lidstaten door toepassing van de beginselen van gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie, met name indien de som van de gevraagde leningbedragen hoger is dan het totale maximumbedrag aan financiële bijstand dat in het kader van het SAFE-instrument beschikbaar is. In de investeringsplannen voor de Europese defensie-industrie moeten maatregelen worden beschreven om de veerkracht van de Europese defensie-industrie te versterken, met name door de toegang tot de defensiemarkt voor kleine en middelgrote ondernemingen, midcaps en nieuwe spelers op defensiegebied te vergemakkelijken. Om ervoor te zorgen dat kmo’s bij een en ander worden betrokken en dat de voor het industriële ecosysteem van de EDTIB bestemde middelen ook aan kleinere actoren ten goede komen, moet het SAFE-instrument vooral worden ingezet voor projecten waaraan ten minste twee kmo’s uit de lidstaten deelnemen.

Motivering

Overbodige tekst geschrapt.

Wijzigingsvoorstel 3

Overweging 25

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Bij ten minste twee van de deelnemende landen die betrokken zijn bij een gemeenschappelijke aanbesteding moet het gaan om lidstaten , EER-EVA-staten of Oekraïne, waarbij ten minste één land een lidstaat moet zijn die steun via leningen in het kader van het SAFE-instrument ontvangt . Daarnaast moeten toetredende staten, andere kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (NBI) is aangegaan, kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die worden uitgevoerd met een lidstaat die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangt. De opname van EER-EVA-staten en Oekraïne als landen die het vereiste minimumaantal voor gemeenschappelijke aanbestedingen kunnen uitmaken, wordt gerechtvaardigd door respectievelijk het nauwe partnerschap van die landen met de Unie op het gebied van industriële productie op defensiegebied, en het feit dat Oekraïne rechtstreeks wordt geconfronteerd met de aanhoudende aanvalsoorlog van Rusland . De lidstaten worden ook aangemoedigd Oekraïne verder te ondersteunen met de uitrusting die wordt aangekocht met financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument. Door de deelname van deze derde landen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die aan de EDTIB of de technologische en industriële defensiebasis van Oekraïne of van EER-EVA-staten worden gegund, zou de bundeling van de vraag op het niveau gebracht kunnen worden dat nodig is om een opschaling van de industriële capaciteit te bewerkstelligen en de interoperabiliteit te ondersteunen van systemen en producten die door de naaste partners van de Unie op dit gebied worden ingezet, en dat tegelijkertijd de lidstaten die aan deze aanbestedingen deelnemen de mogelijkheid kan bieden om betere prijzen te verkrijgen .

Bij ten minste twee van de deelnemende landen die betrokken zijn bij een gemeenschappelijke aanbesteding moet het gaan om lidstaten. Daarnaast moeten EER-EVA-staten, Oekraïne, toetredende staten, andere kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (NBI) is aangegaan, kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die worden uitgevoerd met een lidstaat die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangt. De lidstaten worden ook aangemoedigd Oekraïne verder te ondersteunen met de uitrusting die wordt aangekocht met financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument.

Motivering

Dit EU-instrument beoogt de paraatheid van de EU op defensiegebied tegen 2030 te waarborgen door de toeleveringsketen van de EU op defensiegebied te versterken. Het wil een impuls geven aan gemeenschappelijke aanbestedingen van de EU op het gebied van defensie. Om zinvol te zijn, moeten ten minste twee EU-lidstaten hieraan deelnemen, niet één. De EU-dimensie moet duidelijk zijn.

Wijzigingsvoorstel 4

Overweging 27

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Daartoe moet de gunning van de opdrachten op basis van gemeenschappelijke aanbestedingen waarbij ten minste één lidstaat betrokken is die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangt , worden vergemakkelijkt. Daarom moeten lidstaten die gemeenschappelijke aanbestedingen uitvoeren met gebruikmaking van de in het kader van het SAFE-instrument verleende bijstand, worden geacht zich in een dringende situatie als gevolg van een crisis te bevinden, die het gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht als bedoeld in Richtlijn 2009/81/EG rechtvaardigt. Ter bescherming van de veiligheidsbelangen van de lidstaten die deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die door het SAFE-instrument worden ondersteund, moet bovendien ook worden voorzien in de mogelijkheid om een bestaande raamovereenkomst of opdracht open te stellen voor aanbestedende diensten van lidstaten die oorspronkelijk geen partij waren bij die overeenkomst, hoewel deze aanvankelijk niet in een dergelijke mogelijkheid voorzag, op voorwaarde dat de voorafgaande toestemming wordt verkregen van de onderneming die de raamovereenkomst heeft gesloten.

Daartoe moet de gunning van de opdrachten op basis van gemeenschappelijke aanbestedingen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn die financiële bijstand in het kader van het SAFE-instrument ontvangen , worden vergemakkelijkt. Daarom moeten lidstaten die gemeenschappelijke aanbestedingen uitvoeren met gebruikmaking van de in het kader van het SAFE-instrument verleende bijstand, worden geacht zich in een dringende situatie als gevolg van een crisis te bevinden, die het gebruik van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht als bedoeld in Richtlijn 2009/81/EG rechtvaardigt. Ter bescherming van de veiligheidsbelangen van de lidstaten die deelnemen aan gemeenschappelijke aanbestedingen die door het SAFE-instrument worden ondersteund, moet bovendien ook worden voorzien in de mogelijkheid om een bestaande raamovereenkomst of opdracht open te stellen voor aanbestedende diensten van lidstaten die oorspronkelijk geen partij waren bij die overeenkomst, hoewel deze aanvankelijk niet in een dergelijke mogelijkheid voorzag, op voorwaarde dat de voorafgaande toestemming wordt verkregen van de onderneming die de raamovereenkomst heeft gesloten.

Motivering

Zie de voorgaande motivering.

Wijzigingsvoorstel 5

Artikel 2, lid 3

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

“gemeenschappelijke aanbesteding”: de aanbestedingsprocedure voor defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden en de daaruit voortvloeiende opdrachten, die worden uitgevoerd door ten minste één lidstaat die financiële bijstand ontvangt in het kader van dit instrument enerzijds en één andere lidstaat of één van de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (“EER-EVA-staten”) of Oekraïne anderzijds . Daarnaast kunnen toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (niet-bindend instrument, NBI) is aangegaan bij de gemeenschappelijke aanbesteding worden betrokken.

“gemeenschappelijke aanbesteding”: de aanbestedingsprocedure voor defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden en de daaruit voortvloeiende opdrachten, die worden uitgevoerd door ten minste één lidstaat die financiële bijstand ontvangt in het kader van dit instrument enerzijds en één andere lidstaat Daarnaast kunnen lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (“EER-EVA-staten”), Oekraïne, toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten en andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap (niet-bindend instrument, NBI) is aangegaan bij de gemeenschappelijke aanbesteding worden betrokken.

Motivering

Bij gemeenschappelijke aanbestedingen moeten ten minste twee EU-lidstaten betrokken zijn om een toegevoegde waarde voor de EU te hebben en om van deze EU-leningen te profiteren.

Wijzigingsvoorstel 6

Artikel 4, lid 3

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In afwijking van lid 1 kunnen aanbestedingen die door één lidstaat worden verricht, gedurende 12 maanden na de inwerkingtreding van de verordening in aanmerking komen voor steun in het kader van het SAFE-instrument. Wanneer een lidstaat een dergelijke aanbesteding in het in artikel 7, lid 2, bedoelde plan opneemt, neemt hij actief alle nodige stappen om ervoor te zorgen dat ten minste één andere lidstaat of één EER-EVA-staat of Oekraïne, naast eventuele geïnteresseerde toetredende staten, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaten of andere derde landen waarmee de Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap is aangegaan, ook voordeel heeft van de desbetreffende opdracht. De in artikel 16, leden 2 tot en met 12, vastgestelde subsidiabiliteitsvoorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Motivering

Zie de voorgaande motivering.

Wijzigingsvoorstel 7

Artikel 8, lid 4

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Wanneer de Commissie een uitvoeringsbesluit uit hoofde van lid 2 vaststelt, houdt zij rekening met de bestaande en verwachte financieringsbehoeften van de verzoekende lidstaat en met verzoeken om financiële bijstand op grond van deze verordening die reeds door andere lidstaten zijn ingediend of gepland, met toepassing van de beginselen gelijke behandeling, solidariteit, evenredigheid en transparantie.

 

Wijzigingsvoorstel 8

Artikel 16, leden 7 en 8

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers en onderaannemers die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat , een EER-EVA-staat, of Oekraïne. Indien de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers of onderaannemers niet over direct beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen op het grondgebied van een lidstaat , een EER-EVA-staat, of Oekraïne beschikken, kunnen zij hun infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich buiten dergelijk grondgebied bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.

De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers en onderaannemers die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat of Oekraïne. Indien de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken aannemers of onderaannemers niet over direct beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen op het grondgebied van een lidstaat of Oekraïne beschikken, kunnen zij hun infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich buiten dergelijk grondgebied bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.

De kosten van onderdelen van oorsprong uit de Unie , uit EER-EVA-staten of uit Oekraïne bedragen niet minder dan 65  % van de geschatte kosten van het eindproduct. Geen enkel onderdeel mag afkomstig zijn van een ander derde land dat de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie of haar lidstaten schendt.

De kosten van onderdelen van oorsprong uit de Unie of uit Oekraïne bedragen niet minder dan 70  % van de geschatte kosten van het eindproduct. Geen enkel onderdeel mag afkomstig zijn van een ander derde land dat de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie of haar lidstaten schendt.

Motivering

SAFE moet in de eerste plaats bijdragen tot de versterking van de toeleveringsketen van de EU op defensiegebied en Oekraïne helpen, en niet de defensie-industrie van buiten de EU financieren.

Wijzigingsvoorstel 9

Nieuw artikel 18

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Uitsluitingscriteria

 

Staten die de rechtsstaat van de EU niet eerbiedigen worden uitgesloten van de aanvraagprocedure: lidstaten waarvoor een procedure van artikel 7 VEU is ingeleid en niet-EU-landen, met inbegrip van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten die:

 

—

de fundamentele EU-waarden van de rechtsstaat, de grondrechten en de democratie, met inbegrip van de lokale democratie, niet eerbiedigen;

 

—

zich weinig gelegen laten liggen aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU;

 

—

geen goede nabuurschapsbetrekkingen met de EU-lidstaten onderhouden;

 

—

de uitspraken van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens stelselmatig naast zich neerleggen.

 

Voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten bieden de jaarverslagen van de Europese Commissie over de uitbreiding en de rechtsstaat goede aanwijzingen over de stand van zaken met betrekking tot deze kwesties.

Motivering

De EU-begroting mag geen steun verlenen aan de defensie-industrie in landen die de rechtsstaat, de mensenrechten en de vrijheid van de EU aan hun laars lappen. Deze landen kunnen in de toekomst immers een bedreiging vormen voor de veiligheid van de EU.

COM(2025) 188 final

(Voorstel voor een verordening wat betreft het stimuleren van defensiegerelateerde investeringen in de EU-begroting)

Wijzigingsvoorstel 10

Overweging 13

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad ter ondersteuning van de productie van munitie (ASAP) is vastgesteld om financiële steun te verlenen voor de dringend noodzakelijke versterking van het reactievermogen van de EDTIB en van haar vermogen om de tijdige beschikbaarheid en levering van grond-grondmunitie en artilleriemunitie alsmede raketten te waarborgen. Vrijwillige overdrachten aan het ASAP-instrument van middelen die aan de lidstaten in gedeeld beheer zijn toegewezen, alsook aanvullende vrijwillige bijdragen van de lidstaten of andere relevante belanghebbenden, moeten bijdragen tot voortzetting van de steun voor het opvoeren van de productiecapaciteit van de Unie in de periode na 30 juni 2025. Verordening (EU) 2023/1525 moet daarom worden gewijzigd om een dergelijke mogelijkheid in te voeren. Aangezien die verordening nuttig is gebleken voor de ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteit voor kruit/voortstuwingsmiddelen, explosieven, granaten, testcapaciteit en raketten in de hele Unie, is het passend ervoor te zorgen dat de toepassing ervan wordt verlengd tot en met 31 december 2026 .

 

Motivering

Het gebruik van middelen van het cohesiebeleid voor de productie van munitie blijft controversieel en strookt niet met het standpunt van het CvdR in RESOL-VII/006.

Wijzigingsvoorstel 11

Nieuwe overweging 15

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Steun voor de defensie-industrie is mogelijk in het kader van het cohesiebeleid, mits deze strookt met haar kerntaak van sociaal-economische en territoriale ontwikkeling en voldoet aan haar algemene doelstelling (waarin het VWEU voorziet) om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s en de achterstand van de minst begunstigde regio’s of eilanden te verkleinen;

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CVDR)

1.

steunt de inspanningen van de Europese Commissie om de paraatheid van de EU op defensiegebied in 2030 te waarborgen aan de hand van versterkte Europese defensietoeleveringsketens, meer investeringen in de lidstaten en gemeenschappelijke aanbestedingen om interoperabiliteit en schaalvoordelen te bevorderen. Tegelijkertijd dringt het aan op samenwerking met de lidstaten om regelgevingsbelemmeringen binnen de EU weg te nemen, zoals in verband met vergunningen en certificering, om een meer geïntegreerde defensiemarkt tot stand te brengen en behalve industriële kampioenen met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) te ondersteunen, in het bijzonder kleine maar zeer succesvolle en slimme nichebedrijven.

2.

Verheugend is de publicatie van het omnibuspakket inzake defensieparaatheid, dat tot doel heeft regelgevingsknelpunten weg te nemen. Het CvdR dringt aan op een snelle goedkeuring ervan om de totstandkoming van een eengemaakte EU-markt voor defensie te stimuleren. Een forse vereenvoudiging van de processen en het wegnemen van regelgevings- en administratieve lasten in alle sectoren zijn noodzakelijk om de opmars van de Europese defensie-industrie te versnellen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van kleine en middelgrote ondernemingen.

3.

Herinnerd zij aan de oprichting van de werkgroep defensie van het CvdR. Het zou een goede zaak zijn de betrokkenheid van andere instellingen bij de werkgroep aan te moedigen. Meer in het algemeen is het zaak samen te werken en allianties te smeden, met inbegrip van en in het bijzonder met het Europees netwerk van defensiegerelateerde regio’s.

4.

Het CvdR bepleit een stevige, op aanvullende middelen gebaseerde, EU-defensiebegroting, naast een geïntegreerde defensiemarkt en een betere coördinatie van nationale orders. Het cohesiebeleid kan de defensie-industrie ondersteunen als dat bijdraagt tot het scheppen van regionale werkgelegenheid en economische groei, conform de kerntaak van het beleid. Het CvdR pleit voor verdere versterking van de synergie tussen het cohesiebeleid en de defensiedoelstellingen.

5.

Het CvdR merkt echter op dat de mogelijkheid om middelen van het cohesiebeleid over te hevelen, zelfs als dit vrijwillig gebeurt, om de productiecapaciteit van munitie in het kader van ASAP te vergroten, moet worden verworpen. Dit zou immers kunnen leiden tot een situatie waarin de middelen in het kader van het cohesiebeleid dramatisch onevenwichtig beschikbaar zijn, waardoor de beheersautoriteiten en begunstigden niet over de nodige middelen beschikken om hun langetermijnverplichtingen en -doelstellingen na te komen.

6.

Bij de opbouw van een sterke EU-defensiemarkt is het een conditio sine qua non om de regionale cohesie en de lokale stabiliteit van gebieden waar nationale defensiekampioenen en regionale clusters zijn gevestigd, in stand te houden.

7.

De defensie-inspanningen van de EU moeten zó worden ontworpen dat zij de structuren en capaciteiten van de NAVO aanvullen en versterken, waardoor de algehele samenhang en interoperabiliteit worden verbeterd in het licht van de evoluerende veiligheidsdreigingen. Daarbij moet overlapping met de functies en structuren van de NAVO worden voorkomen.

8.

De huidige middelen van de defensie-industrie, met name de bestaande regionale defensieclusters, moeten worden verhoogd, en de regionale defensieclusters aan onze grenzen moet nieuw leven worden ingeblazen, overeenkomstig de prioriteiten en vermogenstekorten die zijn vermeld in het gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030.

9.

Een belangrijke rol van regio’s is om regionale defensie- en defensiegerelateerde clusters te creëren, zodat lokale en regionale overheden en relevante belanghebbenden in contact worden gebracht met nationale en Europese autoriteiten, vooral wat betreft prioriteiten, toekomstige behoeften en uitdagingen.

10.

Om het concurrentievermogen van de toeleveringsketens voor de Europese defensie te waarborgen, is het zaak het industriële defensie-ecosysteem van de EU uit te breiden, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups, en hun specialisatie te ondersteunen. Het CvdR herinnert in dit verband aan de belangrijke steun die regio’s en steden kunnen geven aan bedrijven bij de ontwikkeling van hun technologieën, hun internationalisering en hun markttoegang. Ook is voor hen een belangrijke rol weggelegd om samenwerking tussen Europese regio’s te bevorderen en synergieën te genereren op het gebied van kennis en vaardigheden.

11.

Het CvdR meent dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio’s aan de buitengrenzen en dat de uitbreiding van initiatieven (zoals het oostelijke grensschild) die onze grenzen beschermen, een goede zaak is. Ook dringt het CvdR erop aan dat lokale en regionale grensregio’s die het risico lopen op agressie specifieke steun krijgen, onder meer in de vorm van specifieke financieringsinstrumenten, om hun paraatheid te verhogen en hun sociaal-economische infrastructuur en beleid aan te passen.

12.

De lokale en regionale overheden vervullen een sleutelrol bij het versterken van de civiele paraatheid en het vergroten van de weerbaarheid van de EU tegen hybride dreigingen. Buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, cyberaanvallen en economische druk zijn voorbeelden van uitdagingen waarmee deze overheden momenteel te maken hebben, met name als ze zich aan de oostelijke buitengrens van de EU bevinden. Omdat de lokale en regionale overheden dicht bij de burgers staan, zijn ze belangrijke spelers bij de bestrijding van desinformatie en bij het geven van voorlichting aan burgers over civiele bescherming en civiele verdediging. Daarom is het belangrijk ook het regionale niveau te betrekken bij de ontwikkeling van de nationale planning van de civiele bescherming.

13.

Ook van belang is het technologieën voor tweeërlei gebruik te ondersteunen in het kader van defensie-investeringen. Dit leidt tot een sterkere defensie-industrie en overloopvoordelen voor civiele sectoren, betere samenwerking tussen de publieke sector, technologiebedrijven en onderzoekscentra, optimaal gebruik van disruptieve ontwikkelingen van start-ups en maakt innovatie mogelijk in regio’s zonder traditionele defensie-industrieën. Om de sociaaleconomische en territoriale ontwikkeling te stimuleren is het eveneens van belang dat regio's onderling goede praktijken delen voor het gecombineerde gebruik van verschillende instrumenten van het cohesiebeleid voor technologieën voor tweeërlei gebruik.

De veiligheidsactie voor Europa (SAFE)

14.

De 150 miljard EUR aan leningen die de EU-begroting vrijmaakt om de defensie-industrie van de EU te versterken, moet in de eerste plaats ten goede komen aan de lidstaten en Oekraïne. Verder moet dit financiële instrument van de EU ten minste twee lidstaten omvatten.

15.

Met het oog op de geest van SAFE en het uiteindelijke doel van het EU-paraatheidspakket voor defensie om tot 800 miljard EUR te mobiliseren voor de defensie van de EU, zou de Europese preferentie een prominentere plaats moeten krijgen in de SAFE-criteria. Daarbij moeten de kosten van de onderdelen van oorsprong uit de Unie niet minder dan 70 % van de kosten van het eindproduct bedragen, waarbij de ontwerpautoriteit in de EU gevestigd moet zijn.

16.

Infrastructuur, faciliteiten en middelen van contractanten en onderaannemers moeten zich in de EU of Oekraïne bevinden. Alleen wanneer er geen alternatief is, komen andere gebieden in aanmerking na een beoordeling door de Commissie.

17.

De EU-financiering moet afhankelijk worden gesteld van de volledige eerbiediging van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten, zowel voor de lidstaten als voor begunstigden uit derde landen.

18.

Duidelijkheid is gewenst over de wijze waarop de Commissie bij overinschrijving te werk zal gaan. Daarbij zal voorrang worden gegeven aan projecten die de paraatheid van de EU op defensiegebied verbeteren. Hierbij moet gekeken worden naar onderdelen uit de EU, locaties van contractanten, betrokkenheid van kmo’s en steun voor regionale defensieclusters, om ervoor te zorgen dat lokale economieën niet worden gedestabiliseerd en dat bestaande industriële activa behouden blijven.

Over het opvangen van hogere defensie-uitgaven binnen het stabiliteits- en groeipact (SGP)

19.

Tal van lidstaten hebben te maken met budgettaire beperkingen en kunnen niet meer schulden opnemen zonder de schuldhoudbaarheid in gevaar te brengen. Dit vergt dus een gedifferentieerde toepassing van de ontsnappingsclausule, waarbij het de vraag is hoe doeltreffend deze is, aangezien tot dusver slechts 16 landen haar hebben geactiveerd.

20.

Het CvdR vreest dat het gekozen tijdschema (een traject van vier jaar) te kort is om de lidstaten te helpen hun defensie-uitgaven structureel in hun begroting op te nemen en de zogenaamde “begrotingsafgrond” te vermijden.

21.

Het CvdR bepleit een traject van twee termijnen (tot 2032) om de lidstaten te helpen defensie in hun normale begroting te integreren en de defensie-industrie van de EU de nodige voorspelbaarheid te bieden. Deze vier extra jaren zouden de lidstaten moeten aangrijpen om defensie-uitgaven geleidelijk in hun nationale begroting op te nemen.

22.

Zowel SAFE als de activering van de ontsnappingsclausule zijn afhankelijk van het stimuleren van nationale schulden om onze veiligheid te financieren. Dit zou de regionale verschillen kunnen vergroten en de Europese defensiemarkt verder kunnen versnipperen. In dit verband moet de EU een Europees financieel instrument ontwikkelen om investeringen en capaciteiten op het gebied van veiligheid en defensie op korte termijn te stimuleren door middel van een gemeenschappelijke Europese schuld.

23.

Voorts meent het CvdR dat de EU ook moet nadenken over haar defensie en veiligheid op de langere termijn, met een tijdshorizon tot 2050, en dat het niet houdbaar is om onze veiligheid structureel te financieren door te vertrouwen op schulden. Te denken valt aan een nieuw systeem van echte eigen middelen om te garanderen dat de EU in de toekomst doeltreffend kan reageren op veiligheidsproblemen.

Brussel, 15 oktober 2025.

De voorzitter

van het Europees Comité van de Regio’s

Kata TÜTTŐ


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6325/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)