52009PC0513

Voorstel voor een besluit van de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië {SEC(2009)1311} /* COM/2009/0513 def. - CNS 2009/0145 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 8.10.2009

COM(2009)513 definitief

2009/0145 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië

{SEC(2009)1311}

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

11 | Motivering en doel van het voorstel De Commissie stelt voor Servië macrofinanciële bijstand (MFB) in de vorm van een lening te verlenen ter ondersteuning van Serviës economische stabilisatie en ter financiering van de door het IMF vastgestelde betalingsbalans- en begrotingsbehoeften. De voorgestelde bijstand zal bijdragen tot het stabilisatieprogramma van de overheid met het oog op de houdbaarheid van de budgettaire en externe rekeningen van het land. Met deze bijstand zal Servië beter in staat zijn de gevolgen van de mondiale financiële crisis het hoofd te bieden. De voorgestelde communautaire macrofinanciële bijstand zal een aanvulling vormen op de steun van het IMF die is voorzien in het kader van de op 15 mei 2009 door de raad van bestuur van het IMF goedgekeurde herziening van de stand-by-overeenkomst, alsook op de begrotingssteun die de Wereldbank zal verlenen in de vorm van leningen ter ondersteuning van de begroting. De bijstand zal een buitengewoon en tijdelijk karakter hebben en zal met name afhankelijk zijn van de voortgang van de uitvoering van het lopende IMF-programma en van de naleving van de aan de bijstand verbonden economische beleidsvoorwaarden. Gelet op de voor 2010 vastgestelde financieringsbehoeften is het van belang dat de communautaire macrofinanciële bijstand aan Servië voor het einde van 2010 wordt uitbetaald. |

120 | Algemene context Sinds halverwege 2008 heeft Servië steeds meer te lijden onder de wereldwijde economische crisis. De groei over heel 2008 is afgenomen tot naar schatting 5,4%, tegen 6,9% in 2007. De vertragende wereldeconomie leidde in het vierde kwartaal van 2008 tot een krimp van de buitenlandse handel van Servië. Omdat de invoer sneller daalde dan de uitvoer (respectievelijk 11,7% en 7,3% vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder), begon het tekort op de handelsbalans te verbeteren. In het vierde kwartaal werd het tekort op de lopende rekening teruggedrongen tot 13,8% van het bbp, tegen 18,8% in het voorgaande kwartaal. In dezelfde periode vertraagde de instroom van kapitaal, met name voor grensoverschrijdende bedrijfsleningen. Begin 2009 wezen de groei-indicatoren op een verscherping van de crisis. De industriële productie kromp in het eerste kwartaal van 2009 met 17,6% vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder, terwijl de groot- en detailhandel met 14% daalde. De vertraagde economische activiteit en teruggelopen binnenlandse vraag leidden in het eerste kwartaal tot een verdere afname van de invoer van goederen, namelijk met 25,3% vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder, en de uitvoer daalde met 22,4%. Als gevolg van de economische krimp zag Servië het tekort op de lopende rekening in het eerste kwartaal van 2009 teruglopen tot 9,0% van het bbp, tegen 13,8% in het voorgaande kwartaal. De verwachting is dat de situatie het lopende jaar en ook daarna moeilijk blijft. Terwijl het IMF in maart al een aanzienlijke groeivertraging van 5,4% in 2008 tot -2% in 2009 voorspelde, suggereren de laatste gegevens dat de recessie nog ernstiger is en dat het bbp in 2009 mogelijk met enkele procentpunten zal dalen. In november 2008 kwam de overheid met het IMF een nieuwe stand-by-overeenkomst (SBO) overeen, die op 15 januari 2009 werd goedgekeurd door de raad van bestuur van het IMF. Daarbij werd aangenomen dat de overeengekomen 400 miljoen euro een voorzorgsmaatregel zou blijven. Begin 2009 werd evenwel duidelijk dat de economische uitgangspunten van het programma te optimistisch waren, gelet op de gevolgen die de crisis in werkelijkheid had op de economie en de budgettaire prestaties van Servië, en dat het land aanvullende externe bijstand nodig zou hebben. In maart kwamen de Servische autoriteiten en het IMF overeen om het huidige SBO-programma te herzien en het uit te betalen bedrag te verhogen tot 3 miljard euro. De regering bereikte overeenstemming over een aanpassing van de begroting voor 2009, die op 29 april door het parlement werd goedgekeurd. Hiermee werd beoogd het begrotingstekort in 2009 beperkt te houden tot 3% in plaats van de 6% die zonder evenwichtsherstellende maatregelen verwacht werd. De herziening van het programma werd op 15 mei 2009 goedgekeurd door de raad van bestuur van het IMF. Volgens de jongste cijfers, van begin juli, is de economische recessie nog ernstiger dan in de bijgestelde aannames van maart werd voorzien, en in de eerste vijf maanden van het jaar hebben de overheidsontvangsten zeer zwak gepresteerd. Aangezien het overheidstekort nu naar verwachting verder oploopt dan werd voorzien in het programma voor de eerste helft van 2009, noopt de situatie tot nadere budgettaire aanpassingen in de vorm van aanvullende uitgavenbeperkingen en maatregelen ter bevordering van de ontvangsten. |

130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Geen |

140 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Het voorstel beoogt Serviës economisch stabilisatieprogramma te ondersteunen in de huidige economische omstandigheden. Het vormt een aanvulling op zowel: - het door de Raad goedgekeurde Europees economisch herstelplan dat is opgezet om de beleidsmaatregelen op EU- en lidstaatniveau ter bestrijding van de crisis binnen de Europese Unie te ondersteunen en te coördineren; als - het stabilisatie- en associatieproces met kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten, dat als doel heeft toekomstige lidstaten te ondersteunen in de aanloop naar hun toetreding; volgens de economische criteria van Kopenhagen, met name de vereiste totstandbrenging van een functionerende markteconomie, moeten de betrokken landen macro-economisch stabiel zijn. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

219 | De diensten van de Commissie hebben tijdens de voorbereiding van dit voorstel met de Servische autoriteiten, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank contact gehad om de behoefte aan bijstand te bespreken. Alvorens haar voorstel in te dienen, heeft de Commissie overlegd met het Economisch en Financieel Comité, dat geen bezwaren heeft gemaakt tegen het voorstel. Na goedkeuring van het besluit van de Raad gaan de diensten van de Commissie met de autoriteiten van Servië onderhandelen over een memorandum van overeenstemming en over een leningovereenkomst, waarin de uitvoeringsbepalingen van de bijstand in detail zullen worden vastgelegd. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

229 | Er wordt een operationele beoordeling van de kwaliteit en betrouwbaarheid van Serviës financiële en administratieve procedures voorbereid met steun van door de Commissie aangestelde externe deskundigen. |

230 | Effectbeoordeling Macrofinanciële bijstand zal een onmiddellijk effect sorteren op de betalingsbalans van Servië en daarmee bijdragen tot verlichting van de financiële druk op de tenuitvoerlegging van het economisch programma van de autoriteiten en tot financiering van het begrotingstekort. Tevens zal macrofinanciële bijstand zorgen voor ondersteuning van de algemene doelstellingen van het met het IMF overeengekomen stabilisatieprogramma, dat met name is bedoeld om de houdbaarheid van de begrotingspositie van het land op korte tot middellange termijn te verbeteren. Projectfinanciering en/of technische bijstand zouden niet geschikt zijn voor deze macro-economische doelstellingen. Wanneer de uitbetaalde bedragen bestemd zijn ter ondersteuning van de betalingsbalans en de begroting, zoals wordt voorgesteld in het geval van Servië, dragen zij bij tot de aanleg van reserves in de centrale bank als voorzien in het macro-economisch stabilisatieprogramma, terwijl zij tevens kunnen worden aangewend om het begrotingstekort te financieren. De EG-bijstand zal ook de overheid ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van het korte- en middellangetermijnbeleid dat in het Europese partnerschap met Servië is vastgesteld. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel De Gemeenschap zal Servië macrofinanciële bijstand verlenen in de vorm van een lening. Hiertoe zal de Commissie gemachtigd worden een bedrag van maximaal 200 miljoen euro te lenen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen. De bijstand zal in twee tranches beschikbaar worden gesteld. De leningen zullen gemiddeld een looptijd van ten hoogste vijftien jaar hebben. De bijstand zal worden beheerd door de Commissie, die met de autoriteiten een overeenkomst sluit over de specifieke financiële en economische beleidsvoorwaarden die aan de uitkering van de leningentranches worden verbonden. Er zal rekening worden gehouden met specifieke bepalingen die betrekking hebben op de preventie van fraude en andere onregelmatigheden en die aansluiten bij het Financieel Reglement. De bijstand zal geheel verenigbaar zijn met de macro-economische doelstellingen die al zijn vastgelegd in documenten betreffende het economisch beleid van Servië, zoals de ontwerp-begroting voor 2009 en het met het IMF overeengekomen memorandum voor het economisch en begrotingsbeleid. De bijstand zal ook aansluiten bij de beleidsdoelstellingen op langere termijn die zijn aangegeven in het Europees partnerschap met Servië van december 2007. Wat de specifieke economische beleidsvoorwaarden voor de uitkering van de leningtranches betreft, wil de Commissie haar vizier richten op een beperkt aantal terreinen, met name het beheer van de overheidsfinanciën. De Commissie kan tevens overwegen haar aandacht te concentreren op specifieke beleidsterreinen die van bijzonder belang zijn, zoals prioriteiten die zijn aangegeven in het kader van het Europees partnerschap met Servië en het in oktober 2009 goed te keuren Voortgangsverslag 2009, of maatregelen die naar aanleiding van voornoemde operationele beoordeling passend worden geacht. |

310 | Rechtsgrondslag Artikel 308 van het Verdrag. |

329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap. Het subsidiariteitsbeginsel is daarom niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. |

331 | Het bijstandsbedrag van maximaal 200 miljoen euro stemt overeen met de resterende financieringsbehoefte van Servië voor het jaar 2010 in het kader van het IMF-programma, naast de macro-economische steun van het IMF en de Wereldbank, en niettegenstaande begrotingssteun uit hoofde van het instrument voor pretoetredingssteun die naar verwachting voor hetzelfde jaar zal worden verleend (50 miljoen euro in 2010, na een eerste tranche van 50 miljoen euro in 2009). Dat de Gemeenschap een groot deel van de last voor haar rekening neemt, is ingegeven door de buitengewone omstandigheden van dit moment, aangezien de economie van Servië zwaar wordt getroffen door de huidige mondiale crisis. |

Keuze van instrumenten |

341 | Voorgestelde instrumenten: overige. |

342 | Bij ontstentenis van een kaderverordening voor het MFB-instrument zijn krachtens artikel 308 van het Verdrag genomen ad-hocbesluiten van de Raad het enige beschikbare rechtsinstrument voor de verlening van deze bijstand. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

401 | Overeenkomstig het Garantiefondsmechanisme[1] zou het voorzieningsbedrag voor een in 2010 uitbetaalde lening van 200 miljoen euro in 2012 worden overgemaakt en maximaal 18 miljoen euro bedragen. |

AANVULLENDE INFORMATIE |

Evaluatie-/herzienings-/uitdovingsclausule |

533 | In het voorstel is een beperkte beschikbaarheidsperiode vastgelegd. |

2009/0145 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie[2],

Gezien het advies van het Europees Parlement[3],

Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

1. De betrekkingen tussen Servië en de Europese Unie ontwikkelen zich in het kader van het stabilisatie- en associatieproces en het Europees partnerschap; Servië en de Commissie hebben op 29 april 2008 een Stabilisatie- en associatieovereenkomst en de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken ondertekend.

2. De Servische economie wordt sinds de tweede helft van 2008 in toenemende mate getroffen door de internationale financiële crisis, waardoor de productie is gedaald, de begrotingsontvangsten zijn teruggelopen en de externe financieringsbehoeften zijn gestegen.

3. Serviës economische stabilisatie en herstel wordt ondersteund met financiële bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In november 2008 kwamen de Servische autoriteiten met het IMF aanvankelijk een nieuwe stand-by-overeenkomst overeen, die in januari 2009 is goedgekeurd.

4. Na verdere verslechtering van de economische situatie en een noodzakelijke herziening van de economische aannames van het programma, en gelet op de gestegen externe financieringsbehoeften, kwamen Servië en het IMF in maart 2009 overeen de stand-by-overeenkomst om te zetten in een programma waarbij een bedrag van 3 miljard euro wordt uitbetaald, welk programma op 15 mei 2009 is goedgekeurd door de raad van bestuur van het IMF.

5. De Gemeenschap is voornemens in 2009 en 2010 uit hoofde van het instrument voor pretoetredingssteun een bedrag van in totaal 100 miljoen euro te schenken ter financiering van de begroting.

6. Servië heeft de Gemeenschap verzocht om aanvullende macrofinanciële bijstand in verband met de verslechterende economische situatie en vooruitzichten.

7. Gelet op het feit dat er nog een resterend financieringstekort is op de betalingsbalans voor 2010, wordt macrofinanciële bijstand gezien als een passend antwoord op het verzoek dat Servië in de huidige buitengewone omstandigheden heeft gedaan om de economische stabilisatie in samenhang met het lopende IMF-programma te ondersteunen. De huidige financiële bijstand zal naar verwachting tevens verlichting brengen in de budgettaire financieringsbehoeften.

8. Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap in het kader van deze financiële bijstand moet Servië maatregelen nemen om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met deze bijstand te voorkomen en te bestrijden. Er moet eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer.

9. De vrijgave van de communautaire financiële bijstand laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

10. Deze bijstand moet worden beheerd door de Commissie, in overleg met het Economisch en Financieel Comité.

11. Afgezien van artikel 308 voorziet het Verdrag niet in bevoegdheden voor de aanneming van dit besluit,

BESLUIT:

Artikel 1

12. De Gemeenschap stelt aan Servië macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een lening met een hoofdsom van ten hoogste 200 miljoen euro en een maximale looptijd van vijftien jaar, ter ondersteuning van de economische stabilisatie van het land en ter verlichting van de betalingsbalans- en begrotingsmoeilijkheden als aangegeven in het lopende IMF-programma.

13. Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap de benodigde middelen te lenen.

14. De vrijgave van de communautaire financiële bijstand wordt door de Commissie beheerd op een wijze die in overeenstemming is met de overeenkomsten en afspraken tussen het IMF en Servië.

15. De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt voor twee jaar ter beschikking gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 2, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming. Indien de omstandigheden hiertoe nopen, kan de Commissie evenwel, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, besluiten de beschikbaarheidsperiode met maximaal één jaar te verlengen.

Artikel 2

16. De Commissie wordt gemachtigd, na overleg met het Economisch en Financieel Comité, met de Servische autoriteiten overeenstemming te bereiken over de aan de communautaire macrofinanciële bijstand te verbinden economische beleidsvoorwaarden. Deze voorwaarden worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming. De voorwaarden zijn in overeenstemming met de overeenkomsten en afspraken tussen het IMF en Servië. De financiële voorwaarden van de bijstand worden in detail vastgelegd in een tussen de Commissie en de Servische autoriteiten te sluiten leningovereenkomst.

17. Tijdens de tenuitvoerlegging van de communautaire financiële bijstand controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor deze bijstand relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Servië.

18. De Commissie onderzoekt op gezette tijden of het economisch beleid van Servië in overeenstemming is met de doelstellingen van de communautaire bijstand en of op bevredigende wijze aan de overeengekomen economische beleidsvoorwaarden wordt voldaan. Daarbij zal de Commissie in nauwe coördinatie werken met de Bretton Woods-instellingen en, wanneer nodig, met het Economisch en Financieel Comité.

Artikel 3

19. De Commissie stelt de communautaire financiële bijstand in twee tranches beschikbaar aan Servië, met inachtneming van de voorwaarden van lid 2. De omvang van de tranches wordt vastgelegd in het memorandum van overeenkomst.

20. De Commissie besluit over de vrijgave van de tranches als op bevredigende wijze aan de in het memorandum van overeenkomst vastgelegde economische beleidsvoorwaarden is voldaan. De tweede tranche wordt niet eerder dan drie maanden na de eerste tranche vrijgegeven.

21. De communautaire middelen worden overgemaakt aan de Nationale Bank van Servië. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenkomst nader te omschrijven bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoefte, kan de tegenwaarde in plaatselijke valuta worden overgemaakt aan de Schatkist van Servië als eindbegunstigde.

Artikel 4

22. De in dit besluit bedoelde communautaire transacties tot het aangaan en het verstrekken van leningen worden uitgevoerd in euro met dezelfde valutadatum en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, wisselkoers- of renterisico, noch enig ander commercieel risico met zich brengen.

23. De Commissie neemt, indien Servië dit verlangt, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een beding inzake vervroegde aflossing wordt opgenomen in de voorwaarden voor het verstrekken van leningen en dat een soortgelijk beding wordt opgenomen in de voorwaarden voor het aangaan van leningen.

24. De Commissie kan, op verzoek van Servië en indien de omstandigheden een verbetering van de rente op de verstrekte leningen mogelijk maken, de oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden herstructureren. De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken opgenomen leningen, noch tot een verhoging van het op de dag van deze herfinancieringen of herstructureringen nog uitstaande kapitaal.

25. Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Servië.

26. Het Economisch en Financieel Comité wordt in kennis gesteld van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen.

Artikel 5

De communautaire financiële bijstand wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[4] en de uitvoeringsbepalingen daarvan[5]. In het bijzonder wordt in het memorandum van overeenstemming en in de met de autoriteiten van Servië te sluiten leningovereenkomst bepaald dat Servië passende maatregelen vaststelt om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de bijstand te voorkomen en te bestrijden. Tevens wordt bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft om, indien nodig, ter plaatse audits te verrichten.

Artikel 6

Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen over de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar. In dit verslag wordt het verband aangegeven tussen de in een krachtens artikel 2, lid 1, overeen te komen memorandum van overeenstemming vastgelegde beleidsvoorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Servië en het besluit van de Commissie om de bijstandstranches vrij te geven.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Gedaan te Brussel, op […]

Voor de Raad

De Voorzitter […]

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. BENAMING VAN HET VOORSTEL:

Macrofinanciële bijstand aan Servië

2. ABM/ABB-KADER (BEHEER/OPSTELLEN VAN DE BEGROTING PER ACTIVITEIT)

Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en):

Titel 01 – Economische en financiële zaken, 03 – Internationale economische en financiële kwesties

3. BEGROTINGSONDERDELEN

3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)) inclusief omschrijving:

01 04 01 14 – Voorziening van het Garantiefonds

3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen:

De actie vangt aan in 2010 en de vrijgaven vinden in beginsel in de loop van 2010 plaats in twee tranches (tweede en vierde kwartaal). Het kan echter niet worden uitgesloten dat wegens vertragingen transacties later plaatsvinden.

3.3. Begrotingskenmerken:

Begrotings-onderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten |

01.04.01.14 | Ver-plicht | GK | NEE | NEE | NEE | Nr. 4 |

Bijstand in de vorm van lening

01 04 01 14 – Voorziening van het Garantiefonds

Overeenkomstig de gewijzigde Garantiefondsverordening zijn stortingen in het Garantiefonds vereist. Overeenkomstig deze verordening wordt voor deze stortingen bij een besluit niet meer uitgegaan van het gehele bedrag, maar van het uitstaande bedrag aan het eind van een jaar. Aan het begin van jaar "n" wordt het te storten bedrag berekend: dit is het verschil tussen het streefbedrag en de waarde van de nettoactiva van het fonds aan het einde van jaar "n-1". Dit bedrag wordt in jaar "n" opgenomen in de voorlopige begroting van jaar "n+1" en aan het begin van jaar "n+1" in één keer overgemaakt van begrotingsonderdeel 01 04 01 14 ("Voorziening van het Garantiefonds").

Voor de berekening van de storting in het fonds wordt dus 9% (maximaal 18 miljoen euro) van het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag als streefbedrag aan het einde van jaar "n-1" in aanmerking genomen.

01 04 01 04 – Garantie van de Europese Gemeenschap voor opgenomen communautaire leningen voor macrofinanciële bijstand aan derde landen.

De begrotingspost ("p.m.") voor de begrotingsgarantie voor de lening (200 miljoen euro) zal alleen worden ingezet als daadwerkelijk een beroep op de garantie wordt gedaan. Gewoonlijk zal echter geen beroep worden gedaan op de begrotingsgarantie.

4. OVERZICHT VAN MIDDELEN

4.1. Financiële middelen

4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK)

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Soort uitgave | Punt nr. | 2009 | 2010 | Totaal |

Beleidsuitgaven[6] |

Vastleggingskredieten (VK) | 8.1. | a | 0 | 0 |

Betalingskredieten (BK) | b | 0 | 0 |

Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[7] |

Technische & administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | 0 | 0 |

TOTAAL REFERENTIEBEDRAG |

Vastleggingskredieten | a+c | 0 | 0 |

Betalingskredieten | b+c | 0 | 0 |

Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[8] |

Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 0 | 0 |

Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0 | 0 |

Totale indicatieve kosten van de maatregel |

TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 0 | 0 |

TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 0 | 0 |

4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering

X Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.

( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[9] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten).

4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten

X Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten:

4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1.

Jaarlijkse behoeften | 2009 | 2010 |

Totale personele middelen | 1/3 | 1/3 |

5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN

5.1. Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De economie van Servië is ernstig getroffen door de wereldwijde economische en financiële crisis. In de tweede helft van 2008 begon de economische groei te vertragen en naar verwachting krimpt de productie in 2009 met 2%. Hoewel het tekort op de lopende rekening afneemt, is de algemene externe financieringsbehoefte nog altijd groot als gevolg van een toename van de kortlopende terugbetalingsverplichtingen. Het Internationaal Monetair Fonds heeft een extern financieringstekort vastgesteld van 2,4 miljard euro in 2009 en 1,1 miljard euro in 2010, dat zal moeten worden weggewerkt door het IMF, de Wereldbank en officiële donoren. Terwijl het programma volgens de huidige aannames naar verwachting volledig zal worden gefinancierd in 2009 en 2011, blijft er na de steun van het IMF en de verwachte steun van de Wereldbank in 2010 een door de Europese Gemeenschap te dekken financieringstekort over dat het IMF op 200 miljoen euro heeft geraamd.

5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie

De communautaire financiële bijstand weerspiegelt het strategisch belang van het land als potentiële kandidaat voor toetreding tot de EU. Macrofinanciële bijstand is een passend instrument om bestaande communautaire bijstand aan te vullen en draagt bij tot een economisch stabilisatieprogramma dat onder meer met IMF-steun volledig is gefinancierd. Dit maakt aanmerkelijke synergie mogelijk voor het effect op de economische hervorming en stabilisatie.

5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM

Binnen de activiteit "Internationale economische en financiële kwesties" van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken heeft de doelstelling derde landen macrofinanciële bijstand te verlenen bij het oplossen van hun betalingsbalansproblemen en het herstellen van de houdbaarheid van hun buitenlandse schuld, ook te maken met de algemene doelstelling buiten de Europese Unie welvaart te bevorderen.

De indicatoren hiervan zijn: officiële reserves in maanden van invoer van goederen en diensten (verwacht resultaat: stabilisatie of toename); en buitenlandse schuld als percentage van het bbp (verwacht resultaat: een aan het einde van het lopende programma houdbaar geacht niveau).

5.4. Wijze van uitvoering (indicatief)

X Gecentraliseerd beheer

X rechtstreeks door de Commissie

( gedelegeerd aan:

( uitvoerende agentschappen

( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement

( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer

( met lidstaten

( met derde landen

( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)

Opmerkingen:

6. TOEZICHT EN EVALUATIE

6.1. Toezicht

De diensten van de Commissie houden toezicht op de maatregel op basis van indicatoren voor het macro-economische en structurele beleid, welke in een met de Servische autoriteiten gesloten memorandum van overeenstemming worden vastgelegd. De autoriteiten moeten regelmatig over deze indicatoren verslag uitbrengen aan de diensten van de Commissie. Tevens zal de delegatie van de Europese Commissie in Belgrado verslag uitbrengen over kwesties die van belang zijn voor het toezicht op de bijstand. De diensten van de Commissie blijven nauw contact onderhouden met het IMF en de Wereldbank om te kunnen profiteren van hun deskundigheid.

6.2. Evaluatie

6.2.1. Evaluatie vooraf

De diensten van de Commissie (eenheid D1 van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken) hebben een evaluatie vooraf verricht.

6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan)

In 2008 is een evaluatie achteraf uitgevoerd voor eerder aan Servië verleende macrofinanciële bijstand. Er zijn ook evaluaties achteraf verricht voor andere landen van de westelijke Balkan (Albanië, Bosnië-Herzegovina en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) en voor twee nieuwe onafhankelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie (Armenië en Tadzjikistan). Uit de resultaten van deze evaluaties kunnen nuttige lessen worden getrokken voor de huidige maatregel ten behoeve van Servië.

6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluatie

In het kader van het meerjarenbeoordelingsprogramma van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken zal een onafhankelijke evaluatie achteraf van de bijstand aan Servië worden uitgevoerd.

7. Fraudebestrijdingsmaatregelen

Om te voldoen aan de voorschriften van het Financieel Reglement die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, hebben de diensten van de Commissie in alle derde landen die communautaire macrofinanciële bijstand ontvangen, een doorlopend programma van operationele beoordelingen van de financiële en administratieve procedures opgezet.

In 2004 hebben de diensten van de Commissie, bijgestaan door daartoe gemachtigde externe deskundigen, in Servië de betrouwbaarheid van de voor dit soort bijstand relevante financiële en administratieve procedures getoetst. Zij concludeerden dat over het algemeen aan de voorwaarden werd voldaan. De beoordeling gaf evenwel tevens een aantal gebieden aan waarop verbeteringen mogelijk zijn, met name de interne controlemechanismen. De Europese Commissie heeft opdracht gegeven tot uitvoering van een nieuwe operationele beoordeling, die momenteel plaatsvindt. Op basis van de uitkomsten zullen specifieke beleidsmaatregelen voor de vrijgave van de bijstand worden vastgesteld ter versterking van de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de Servische systemen voor het beheer van overheidsfinanciën.

De voorgestelde rechtsgrondslag voor de toekenning van macrofinanciële bijstand aan Servië bevat een bepaling over fraudepreventiemaatregelen. Deze maatregelen zullen nader worden uitgewerkt in een memorandum van overeenstemming en in de leningovereenkomst. Het is de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, zal worden verbonden ter bevordering van de doelmatigheid, transparantie en de verantwoording van de bijstand. Op de macrofinanciële bijstand kunnen verificatie-, controle- en auditprocedures worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.

8. MIDDELEN

8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel

Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Jaar 2009 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 |

Ambtenaren of tijdelijk personeel[10] (XX 01 01) | A*/AD | 1/3 | 1/3 |

B*, C*/AST |

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[11] |

Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel [12] |

TOTAAL | 1/3 | 1/3 |

8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien

Onder andere het voorbereiden van, en onderhandelen over, memoranda van overeenstemming en de leningovereenkomst, onderhouden van contacten met de autoriteiten en de internationale financiële instellingen, toezien op economisch en structureel beleid van het begunstigde land, uitvoeren van controlebezoeken en voorbereiden van rapporten van de diensten van de Commissie, uitwerken van Commissieprocedures voor het beheer van de bijstand.

8.2.3. Herkomst van het personeel (gedekt door het statuut)

X Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma

( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n

( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd

( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling)

( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen

8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer)

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel 01 03 02 Macro-economische bijstand | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL |

Andere technische en administratieve bijstand |

- intern |

- extern 1) Operationele beoordeling 2) Evaluatie achteraf | 0,050 | 0,250 |

Totaal technische en administratieve bijstand | 0,050 | 0,250 |

8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Soort personeel | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. |

Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | 0,030 | 0,030 |

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) |

Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | 0,030 | 0,030 |

Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen |

Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 |

NIET VAN TOEPASSING |

Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel |

Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 |

NIET VAN TOEPASSING |

8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) |

Jaar 2009 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL |

XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | 0,020 | 0,010 | 0,030 |

XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen |

XX 01 02 11 03 – Comités[14] |

XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen |

XX 01 02 11 05 - Informatiesystemen |

2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) |

3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) |

Totaal andere administratieve uitgaven (die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen) | 0,020 | 0,010 | 0,030 |

Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen |

Drie dienstreizen voor één/twee functionarissen |

[1] Artikel 5 van Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (Gecodificeerde versie). De storting in het Garantiefonds vindt plaats via "Voorziening van het Garantiefonds" (begrotingsonderdeel 01 04 01 14).

[2] PB C […] van […], blz. […].

[3] PB C […] van […], blz. […].

[4] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[5] Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

[6] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel xx vallen.

[7] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx.

[8] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05.

[9] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.

[10] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.

[11] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.

[12] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt.

[13] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen.

[14] Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort.