Brussel, 10.10.2024

COM(2024) 650 final

2024/0252(BUD)

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 5
BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2024

Aanpassing van de betalingskredieten, actualisering van de ontvangsten en andere technische actualiseringen


Gezien:

‒het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

‒Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie 1 , dat op 1 juni 2021 in werking is getreden,

‒Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) 2 , en met name artikel 44,

‒de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, zoals vastgesteld op 22 november 2023 3 ,

‒gewijzigde begroting nr. 1/2024 4 , vastgesteld op 25 april 2024,

‒gewijzigde begroting nr. 2/2024 5 , vastgesteld op 25 april 2024,

‒ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024 6 , vastgesteld op 9 april 2024,

‒ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2024 7 , vastgesteld op 19 juli 2024,

dient de Europese Commissie bij het Europees Parlement en de Raad het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5 bij de begroting 2024 in.

WIJZIGINGEN IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

De wijzigingen in de algemene staat van ontvangsten en afdeling III zijn beschikbaar via EUR-Lex ( https://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-en.htm ).

TOELICHTING

1.Inleiding

Het ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 5 voor het jaar 2024 heeft tot doel zowel de uitgaven- als de ontvangstenzijde van de begroting bij te werken.

De voorgestelde wijzigingen aan de uitgavenzijde van de begroting hebben betrekking op de volgende punten:

1.Een verhoging van het niveau van de betalingskredieten voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) met een totaalbedrag van 2,9 miljard EUR, onder meer in verband met de herprogrammering in verband met het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP). Deze bedragen konden niet worden opgenomen in de herschikkingen die zijn voorgesteld in de “algemene overschrijving” (DEC 11/2024) die op 3 oktober 2024 aan het Parlement en de Raad is voorgelegd;

2.Een actualisering van de behoeften voor de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s), rekening houdend met het feit dat verschillende overeenkomsten en de bijbehorende protocollen in 2024 niet zullen worden gesloten;

3.Een verhoging van de kredieten, in verband met de meest recente ramingen voor de aanpassing van de bezoldigingen, als volgt:

Rubriek 7

-Een verhoging van het niveau van de administratieve uitgaven voor het Comité van de Regio’s met 1,3 miljoen EUR;

-Een verhoging van de pensioenen van alle instellingen met 67,2 miljoen EUR, mede als gevolg van een groter aantal pensioengerechtigden;

-Voor de Commissie en de andere instellingen zal het effect van de hoger dan verwachte aanpassing van de bezoldigingen worden gedekt door interne herschikkingen;

Buiten rubriek 7

-Een verhoging van de EU-bijdrage aan verschillende gedecentraliseerde agentschappen met 12,1 miljoen EUR. Andere extra behoeften zullen worden gedekt door het vrijmaken van resterende kredieten en ingebouwde flexibiliteit.

4.Een aanpassing van de EU-bijdrage aan verschillende gedecentraliseerde agentschappen in verband met de uitvoering of andere specifieke redenen, als volgt:

-Een verhoging van de EU-bijdrage aan het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) met 1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten om zijn cyberbeveiliging te versterken, gecompenseerd door een verlaging van het Fonds voor interne veiligheid (ISF);

-Een verhoging van de EU-bijdrage aan het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) met 17 miljoen EUR aan vastleggingskredieten. Na een lager dan geplande uitvoering kan dit worden gecompenseerd door een verlaging van de EU-bijdrage aan het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA);

-Een verlaging van de aan de antiwitwasautoriteit (AMLA) toegewezen vastleggingskredieten als gevolg van de herziene behoeften aan kredieten in het eerste jaar van haar oprichting, naar aanleiding van vertragingen bij de aanwervingen;

-Een terugkeer van 2,8 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten naar het LIFE-programma. Gezien de vertragingen bij de vaststelling van het pakket nulverontreiniging zullen het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en het Europees Milieuagentschap (EEA) niet de overeenkomstige kredieten nodig hebben. 

5.De invoering van machinevertaling heeft geleid tot aanzienlijke besparingen op sommige activiteiten van het Publicatiebureau, waardoor het niveau van de vastleggingskredieten voor het desbetreffende begrotingsonderdeel kan worden verlaagd.

6.Een aanpassing van de begrotingsnomenclatuur aan zowel de uitgaven- als de ontvangstenzijde en de toelichting bij de begroting naar aanleiding van de goedkeuring van het voorstel voor het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne (Ukraine Loan Cooperation Mechanism, ULCM) 8 .

In totaal komt het netto-effect van dit OGB op de uitgaven neer op een stijging van de vastleggingskredieten met 44,5 miljoen EUR en van de betalingskredieten met 2 954,8 miljoen EUR.

Aan de ontvangstenzijde omvat dit OGB 2 815 miljoen EUR aan definitieve boeten en dwangsommen die tot en met 30 september 2024 zijn betaald. Bijgevolg is het totale effect aan de ontvangstenzijde is een nettostijging van de bni-bijdragen met 139,9 miljoen EUR.

2.Actualisering van de uitgaven

2.1Toegenomen behoeften aan betalingskredieten

De “algemene overschrijving” is een jaarlijkse procedure die op Commissieniveau wordt georganiseerd: alle directoraten-generaal en diensten worden verzocht begin september hun respectieve uitvoering van de lopende begroting tot het einde van het betrokken jaar te evalueren. Doel ervan is ervoor te zorgen dat de exacte behoeften worden gedekt en de begroting wat betreft betalingskredieten aan het eind van het jaar zo veel mogelijk wordt uitgevoerd door extra behoeften af te stemmen op verwachte onderbestedingen. Daartoe wordt jaarlijks een ad-hocverzoek om overschrijving overeenkomstig artikel 31 van het Financieel Reglement ingediend bij het Europees Parlement en de Raad.

Uit de “algemene overschrijving” is gebleken dat de resterende goedgekeurde begrotingsmiddelen en de beschikbare bestemmingsontvangsten tot het einde van het jaar niet zullen volstaan om de geraamde betalingsbehoeften voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) te dekken, met name met betrekking tot de uitvoering van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP). Daarom stelt de Commissie voor de EFRO-programma’s als volgt te versterken: 

·Programma's 2021-2027

Overeenkomstig de STEP-verordening 9 , die in maart 2024 in werking is getreden, hebben de lidstaten verzocht om wijzigingen van hun cohesieprogramma’s om daarin STEP-prioriteiten op te nemen, met een uitzonderlijke voorfinanciering van 30 % van de toewijzing voor STEP-prioriteiten, ten bedrage van 1,4 miljard EUR. De betaling van deze voorfinanciering is een wettelijke verplichting die bij de vaststelling van de begroting 2024 niet in aanmerking is genomen, aangezien er toen nog geen overeenstemming was bereikt over de tussentijdse herziening van het MFK. De ramingen van de lidstaten van juli bevestigen overigens dat de begroting 2024 volledig zal worden uitgevoerd.

·Voltooiing van eerdere programma’s en activiteiten

De STEP-verordening voorzag ook in de mogelijkheid van vrijwillige medefinanciering ten belope van 100 % voor uitgaven die zijn gedeclareerd in betalingsaanvragen die zijn ingediend in het boekjaar dat loopt van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024. Voorts is in de verordening een plafond van 1 % opgenomen voor tussentijdse betalingen in 2025, wat de lidstaten ertoe heeft aangezet hun betalingsaanvragen eerder in 2024 in te dienen. De combinatie van deze twee factoren heeft de indiening van betalingsaanvragen aanzienlijk versneld. Overeenkomstig de ramingen van juli zal dit resulteren in extra betalingsbehoeften ten belope van 1,5 miljard EUR voor 2024.

De in dit OGB nr. 5/2024 gevraagde verhoging van de betalingskredieten wordt hieronder uiteengezet:

EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

05 02 01

EFRO — Beleidsuitgaven

0

1 400 000 000

05 02 99 01

Voltooiing van het EFRO – Beleidsuitgaven (vóór 2021)

0

1 500 000 000

Totaal    

0

2 900 000 000

2.2Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s)

De EU onderhandelt over bilaterale partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) tussen de Europese Unie en derde partnerlanden, sluit deze overeenkomsten af en voert ze uit. Aangezien er bij de opstelling van de begroting 2024 nog onderhandelingen plaatsvonden over verscheidene PODV’s, blijft een bedrag van 49,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 25,8 miljoen EUR aan betalingskredieten beschikbaar in de vorm van reserves ter dekking van de overeenkomsten en protocollen inzake visserij tussen de Unie en de regeringen van specifieke derde partnerlanden die nog niet zijn goedgekeurd, overeenkomstig artikel 49 van het Financieel Reglement en punt 20 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 10 .

Gezien de stand van de onderhandelingen over de toekomstige protocollen:

·De onderhandelingen met Sao Tomé gaan op 1 oktober 2024 van start, terwijl de onderhandelingen met Cookeilanden naar verwachting in het 4e kwartaal van 2024 van start zullen gaan. De ondertekening van de nieuwe protocollen wordt echter pas in het eerste kwartaal van 2025 verwacht;

·De onderhandelingen met Ivoorkust zijn afgerond. Het nieuwe protocol zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 worden ondertekend, zodra de interne procedures zijn afgerond.

Wat de resterende kredieten in de reserve betreft, zal geen van de protocollen met Angola, Guinee, Liberia, Marokko en Senegal dit jaar worden gesloten:

·Voor Marokko heeft het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 in de gevoegde zaken C-778/21 P Commissie/Front Polisario en C-798/21 P Raad/Front Polisario gevolgen gehad voor het tijdschema van de onderhandelingen;

·Voor Angola, Guinee, Liberia en Senegal zijn de besluiten van de Raad tot opening van onderhandelingen over een nieuw protocol nog niet aangenomen.

De Commissie stelt daarom voor de bedragen die in 2024 niet nodig zijn, te annuleren. Dit komt overeen met 32,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 25,8 miljoen EUR aan betalingskredieten, en wel als volgt:

EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 08 05 01)

- 32 857 566

- 25 750 000

Totaal    

- 32 857 566

- 25 750 000

2.3Aanpassingen in verband met een hogere salarisaanpassing voor 2024

2.3.1    Europees openbaar bestuur (Rubriek 7)

In dit OGB nr. 5/2024 stelt de Commissie aanpassingen voor met betrekking tot rubriek 7 “Europees openbaar bestuur”, in verband met het effect van de verhoogde salarisaanpassing op de administratieve uitgaven: Er wordt nu een totale aanpassing van + 7,2 % 11 in 2024 voorspeld, wat zal leiden tot een resterende aanpassing van + 4,1 %, bovenop de eerste aanpassing van + 3,0 % vanaf 1 januari, terwijl voor de begroting 2024 werd uitgegaan van een aanpassing van + 3,4 % die met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024 had moeten worden toegepast. Bovendien is een aanpassing nodig voor een groter aantal nieuwe pensioengerechtigden in vergelijking met de ramingen bij de opstelling van de begroting 2024.

Administratieve uitgaven van de instellingen

Sinds de inwerkingtreding van het herziene Statuut 12 in 2014 is het niveau van de aanpassing van de salarissen en pensioenen voor het personeel van alle EU-instellingen en -agentschappen gebaseerd op een niet-discretionaire methode die uit twee elementen bestaat. Het eerste element is de netto-ontwikkeling van de koopkracht van nationale ambtenaren uit een groep van 10 lidstaten 13 , die ten minste 75 % van het bbp van de EU vertegenwoordigen. Dit is de globale specifieke indicator (GSI). Het tweede element — de gemeenschappelijke index — houdt rekening met de inflatie in Brussel en Luxemburg. De automatische toepassing van de methode voor de aanpassing van de bezoldigingen zorgt ervoor dat het systeem zowel de gebeurtenissen in de reële economie als de besluiten van de lidstaten weerspiegelt, zoals bevestigd door Eurostat in overleg met de nationale bureaus voor de statistiek.

In de begroting voor 2024 bedroeg de prognose voor het precentage van de jaarlijkse salarisaanpassing dat met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024 zou moet worden toegepast, 3,4 % (effect van zes maanden). Dit percentage werd in november 2023 door de diensten van de Commissie berekend op basis van de geraamde ontwikkeling van de koopkracht en de kosten van levensonderhoud voor de referentieperiode (1.7.2023-30.6.2024), volgens de in het Statuut voorgeschreven methode.

Uit de meest recente beschikbare raming van de ontwikkeling van de koopkracht in de lidstaten van de groep van 10 lidstaten blijkt een stijging van 3,2 %, terwijl de gezamenlijke index van België en Luxemburg (JBLI) voor de relevante periode (+ 5,1 %) aanzienlijk hoger is dan oorspronkelijk geraamd. De totale salarisaanpassing die in 2024 moet worden toegepast, bedraagt dus + 7,2 % 14 . Na de tussentijdse aanpassing van 3,0 % zal met ingang van 1 juli 2024 een resterende salarisaanpassing van 4,1 % 15  worden toegepast. Een actualiseringspercentage van 1,2 % wordt uitgesteld tot 1 april 2025, op grond van de bepalingen van de “matigingsclausule” overeenkomstig artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut.

Overeenkomstig bijlage XI bij het Statuut zal het Eurostat-verslag op 31 oktober 2024 worden uitgebracht en zal het de aanpassing van de nominale nettobezoldigingen van de EU-ambtenaren in Brussel en Luxemburg met ingang van juli 2024 beschrijven om een parallelle ontwikkeling van de koopkracht met de ambtenaren in de lidstaten te handhaven.

Op basis van het verslag van Eurostat zal het verslag van de Commissie 16 aan de Raad en het Europees Parlement in november worden goedgekeurd. Aangezien dit te laat zou zijn om een gewijzigde begroting formeel voor te stellen nadat het actualiseringspercentage is definitief is vastgesteld, is het passend de situatie te evalueren in het licht van de meest recente beschikbare prognoses. Overeenkomstig het begrotingsbeginsel van goed financieel beheer en begrotingswaarachtigheidsbeginsel is een voorstel om de begrotingskredieten voor salarissen en pensioenen te verhogen echter gerechtvaardigd.

De Commissie heeft alles in het werk gesteld om haar administratieve uitgaven onder controle te houden door een uitermate stabiel personeelsbeleid te voeren en door de niet-salarisgerelateerde uitgaven, zoals voor vergaderingen en comités, zo veel mogelijk te verlagen. Evenzo hebben de andere instellingen alles in het werk gesteld om in extra behoeften te voorzien door bestaande middelen te herschikken en niet-verplichte investeringen uit te stellen.

De instellingen hebben alles in het werk gesteld om de extra behoeften aan salarisuitgaven te dekken door middel van herschikking. Alleen het Comité van de Regio’s is niet in staat om intern aan deze behoeften te voldoen en verzoekt daarom om een verhoging van de salarisbegrotingsonderdelen. Niettemin is het noodzakelijk de administratieve uitgaven voor pensioenen te verhogen, waarvoor het werkelijke aantal gepensioneerden, bovenop het hogere actualiseringspercentage voor de pensioenen, hoger is dan verwacht.

Pensioenen

Wat de pensioenuitgaven betreft, laat de prognose van de behoeften tot eind 2024 een tekort zien van 71 miljoen EUR als gevolg van verschillende elementen die leiden tot een stijging van de geraamde pensioenuitgaven voor 2024:

·Een grotere toename van het aantal pensioengerechtigden (+ 165) in de loop van 2024 in vergelijking met de aannames die in de begroting 2024 zijn gebruikt (+ 14,7 miljoen EUR).

·Het effect van de hierboven beschreven wijziging van de jaarlijkse aanpassing voor pensioenen, met inbegrip van de extra behoeften voor 6 maanden als gevolg van de tussentijdse actualisering van de pensioenen met 3 % per 1 januari 2024 (58,1 miljoen EUR).

Tegelijkertijd wordt een overschot van ongeveer 2 miljoen EUR verwacht voor de begrotingsonderdelen voor pensioenuitgaven van voormalige leden van de instellingen.

Bovenstaande elementen leiden tot een totaal tekort van 71 miljoen EUR voor de pensioenuitgaven. Er wordt voorgesteld 3,8 miljoen EUR over te hevelen van andere begrotingsonderdelen in de begrotingsafdeling van de Commissie waarvoor enige overschotten zijn vastgesteld. In totaal zou hierdoor het nettoverzoek om verhoging kunnen worden teruggebracht tot 67,2 miljoen EUR.

Algemene en gedetailleerde impact per afdeling

In totaal wordt voorgesteld de niet-gesplitste uitgaven van rubriek 7 (Europees openbaar bestuur) voor 2024 met 68,5 miljoen EUR te verhogen. Het komt overeen met een stijging van 1,3 miljoen EUR voor de administratieve uitgaven van het Comité van de Regio’s en 67,2 miljoen EUR voor de pensioenen van alle instellingen.

Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:

Bedragen in EUR

 

Begroting 2024 (incl. GB nr. 1/2024 en OGB’s nrs. 2 en 4/2024)

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2024

Begroting 2024

Pensioenen en Europese scholen

2 812 624 762

67 200 000

2 879 824 762

Pensioenen

2 565 464 000

67 200 000

2 632 664 000

Europese Scholen

247 160 762

247 160 762

Administratieve uitgaven van de instellingen

9 175 375 841

1 300 000

9 176 675 841

Commissie

4 221 841 225

4 221 841 225

Overige instellingen

4 953 534 616

1 300 000

4 954 834 616

Europees Parlement

2 382 263 574

2 382 263 574

Raad

676 881 123

676 881 123

Hof van Justitie van de Europese Unie

503 782 531

503 782 531

Rekenkamer

185 655 890

185 655 890

Europees Economisch en Sociaal Comité

164 945 524

164 945 524

Comité van de Regio’s

121 878 345

1 300 000

123 178 345

Europese Ombudsman

13 667 466

13 667 466

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

24 329 460

24 329 460

Europese Dienst voor extern optreden

880 130 703

880 130 703

Totaal

11 988 000 603

68 500 000

12 056 500 603

De gedetailleerde impact per afdeling is als volgt:

Afdeling III – Europese Commissie

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

21 01 01

Pensioenen en toelagen

67 200 000

67 200 000

Totaal    

67 200 000

67 200 000

Afdeling VII – Europees Comité van de Regio's

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

1200

Salarissen en toelagen

1 300 000

1 300 000

Totaal    

1 300 000

1 300 000

Aangezien er geen marge beschikbaar is onder rubriek 7, is het onvermijdelijk een beroep te doen op het enkelvoudig marge-instrument onder rubriek 7 voor een extra bedrag van 68,5 miljoen EUR, hetgeen leidt tot het gebruik van het enkelvoudig marge-instrument uit hoofde van artikel 11, lid 1, punt a), voor een bedrag van 283,5 miljoen EUR in 2024 om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen.

2.3.2    Administratieve uitgaven buiten rubriek 7 – gedecentraliseerde agentschappen

De hierboven beschreven verhoogde salarisaanpassing voor 2024 leidt ook tot extra behoeften aan salarisuitgaven in verhouding tot de administratieve uitgaven in de rubrieken 1 tot en met 6, die de Commissie heeft kunnen dekken met de vrijmaking van resterende kredieten en ingebouwde flexibiliteit.

Voor gedecentraliseerde agentschappen daarentegen zijn de mogelijkheden voor interne herschikkingen beperkt en daarom stelt de Commissie voor de EU-bijdrage met 1,7 % te verhogen, toegepast op titel 1 “Personeelsuitgaven” van de begroting van de agentschappen, rekening houdend met de verhouding tussen de EU-bijdrage en de totale begroting van de agentschappen. Bij deze stijging met + 1,7 % is rekening gehouden met het effect van zowel (1) de lager dan verwachte salarisaanpassing 2023 (+ 2,7 %) en (2) hoger dan voorspelde salarisaanpassing voor de begroting 2024 (+ 7,2 %), in vergelijking met de aannames die ten grondslag liggen aan de begroting 2024 (+ 4,4 % in 2023 en + 3,4 % in 2024). Om de impact te beperken, werd eerst getracht met interne herschikkingen tegemoet te komen aan de behoeften die voortvloeien uit de gevolgen van de salarisaanpassing. Voor sommige gedecentraliseerde agentschappen is dus geen verhoging van de EU-bijdrage nodig. Bovendien wordt voorgesteld Frontex niet op te nemen in de verhoging, met name vanwege een nog steeds vrij aanzienlijk vacaturepercentage en omdat de salarissen een geringer deel van de totale begroting van het agentschap uitmaken, waardoor er meer ruimte blijft voor interne herschikkingen.

Het totale effect op de uitgaven van 12,1 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten ziet er als volgt uit:

·Rubriek 1 – Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

02 10 01

Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

361 932

361 932

02 10 03

Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA)

354 714

354 714

02 10 04

Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (ENISA)

244 326

244 326

02 10 05

Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau)

81 594

81 594

02 10 06

Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

193 651

193 651

03 10 01 01

Europees Agentschap voor chemische stoffen – Wetgeving over chemische producten

835 000

835 000

03 10 01 02

Europees Agentschap voor chemische stoffen – Activiteiten in verband met de biocidenwetgeving

86 585

86 585

03 10 02

Europese Bankautoriteit (EBA)

231 319

231 319

03 10 03

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

168 038

168 038

03 10 04

Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

216 832

216 832

04 10 01

Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma

404 623

404 623

Totaal    

3 178 614

3 178 614

·Subrubriek 2b – Veerkracht en waarden

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

06 10 01

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding

712 181

712 181

06 10 02

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

1 179 166

1 179 166

06 10 03 01

Bijdrage van de Unie aan het Europees Geneesmiddelenbureau

254 425

254 425

07 10 01

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

275 758

275 758

07 10 02

Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

137 647

137 647

07 10 03

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

217 343

217 343

07 10 04

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

287 922

287 922

07 10 06

Europese Stichting voor opleiding (ETF)

283 108

283 108

07 10 07

Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

594 629

594 629

07 10 08

Europees Openbaar Ministerie (EPPO)

894 047

894 047

07 10 09

Europese Arbeidsautoriteit (ELA)

266 861

266 861

Totaal    

5 103 087

5 103 087

·Rubriek 3 – Natuurlijke hulpbronnen en milieu

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

08 10 01

Europees Bureau voor visserijcontrole

209 032

209 032

09 10 01

Europees Agentschap voor chemische stoffen – Milieurichtlijnen en internationale verdragen

55 915

55 915

09 10 02

Europees Milieuagentschap

646 569

646 569

Totaal    

911 516

911 516

·Rubriek 4 – Migratie en grensbeheer

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

11 10 02

Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (“eu-LISA”)

773 078

773 078

Totaal    

773 078

773 078

·Rubriek 5 – Weerbaarheid, veiligheid en defensie

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

12 10 01

Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)

2 002 895

2 002 895

12 10 02

Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)

89 938

89 938

Totaal    

2 092 833

2 092 833

2.4Extra aanpassingen met betrekking tot gedecentraliseerde agentschappen

2.4.1 Verhoging voor het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)

Begin juni 2024 was het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) het doelwit van een reeks cyberaanvallen. De incidenten werden onmiddellijk gemeld aan de bevoegde cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU). Na een volledig onderzoek dat in samenwerking met CERT-EU is opzet, bleek dat het agentschap moet overgaan tot een volledige wederopbouw van zijn IT-infrastructuur. Om de onmiddellijke kosten van de cyberaanvallen en de gevolgen daarvan voor Cepol te dekken, stelt de Commissie daarom voor de begroting van Cepol in 2024 te verhogen.

Voorgesteld wordt de voorgestelde verhoging van de EU-bijdrage aan Cepol met 1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten te verrekenen met de middelen voor het Fonds voor interne veiligheid (ISF). Hetzelfde bedrag aan betalingskredieten wordt overgeschreven van ISF naar Cepol via een autonome overschrijving.

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

12 10 02

Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)

1 064 000

0

12 02 01

Fonds voor interne veiligheid (ISF)

-1 064 000

0

Totaal    

0

0

In combinatie met de bovenvermelde, aan de salarisaanpassing gerelateerde verhoging (89 938 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten) wordt voor Cepol een totale verhoging van 1 153 938 EUR voorgesteld.

2.4.2    Verhoging voor eu-LISA

Aangezien de kostenstijgingen in verband met de “Wave 2-mijlpaal” van eu-LISA en de bijbehorende kaderovereenkomsten (met name het systeem voor het verstrekken van autorisaties vóór afreis aan reizigers die zijn vrijgesteld van visumplicht (Etias) en de interoperabiliteitseisen) hoger liggen dan begroot, stelt de Commissie voor de begroting van eu-LISA met 17 miljoen EUR aan vastleggingskredieten te verhogen. De budgettaire verhoging is noodzakelijk om met name te zorgen voor de financiering van de twee belangrijkste kaderovereenkomsten die eu-LISA gebruikt, namelijk het Transversal Engineering Framework en het Transversal Operations Framework, netwerkkosten en contractuele aanpassingen, uitbreiding van het toepassingsgebied van webdiensten en strengere vereisten voor externe dienstverleners die de activiteiten van eu-LISA rechtstreeks ondersteunen.

Het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) heeft een overschot in zijn begroting vastgesteld als gevolg van onderbesteding op hun begrotingsonderdelen voor beleidsuitgaven (operationele plannen met de lidstaten) en langzamer dan verwachte aanwervingen van nieuw personeel. Daarom wordt voorgesteld de verhoging met 17 miljoen EUR aan vastleggingskredieten te financieren door middel van een compenserende verlaging van de EU-bijdrage aan het EUAA. De “algemene overschrijving” omvat ook een verdere verlaging van de begroting van het EUAA met 10 miljoen EUR aan betalingskredieten, waardoor meer middelen kunnen worden voorzien voor het belangrijkste begrotingsonderdeel van het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) waarmee uitstaande tussentijdse betalingen worden gefinancierd.

Bijgevolg zijn de voorgestelde – begrotingsneutrale – aanpassingen als volgt:

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

11 10 02

Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht

17 000 000

0

10 10 01

Asielagentschap van de Europese Unie

-17 000 000

0

Totaal    

0

0

In combinatie met de bovenvermelde, aan de salarisaanpassing gerelateerde verhoging (773 078 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten) wordt voor eu-LISA een totale verhoging van 17 773 078 EUR voorgesteld.

2.4.3 Verlaging voor de antiwitwasautoriteit (AMLA)

De antiwitwasautoriteit (AMLA) bevindt zich nog in een opbouwfase, die langer duurt dan aanvankelijk was voorzien. Dit heeft met name betrekking op aanwervingen. Na de eerste maanden van de opbouwfase van de AMLA is de behoefte aan kredieten in 2024 naar beneden bijgesteld. Daarom wordt voorgesteld de EU-bijdrage aan de AMLA te verlagen met 0,75 miljoen EUR aan vastleggingskredieten, zoals hieronder aangegeven.

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 03 10 05)

-750 281

0

Totaal    

-750 281

0

2.4.4 Teruggave van een reserve aan het LIFE-programma – Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en Europees Milieuagentschap (EEA)

Als gevolg van vertragingen bij de goedkeuring van het voorstel van de Commissie voor het pakket nulverontreiniging, waarover nog wordt onderhandeld, zullen de voorgestelde nieuwe taken die aan het ECHA en het EEA zijn toegewezen, niet van start gaan in 2024. In de begroting 2024 werden de overeenkomstige kredieten van 2,8 miljoen EUR, afkomstig van het LIFE-programma, in een reserve geplaatst ten behoeve van deze twee agentschappen, in afwachting van de voortgang van het wetgevingspakket. Daarom stelt de Commissie in dit OGB nr. 5/2024 voor de overeenkomstige kredieten als volgt terug te brengen naar het LIFE-programma: 

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 09 10 01)

-1 596 375

-1 596 375

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 09 10 02)

-1 187 476

-1 187 476

09 02 02

Circulaire economie en levenskwaliteit

2 783 851

0

09 02 99

Voltooiing van eerdere programma’s op het gebied van milieu- en klimaatactie (LIFE)

0

2 783 851

Totaal    

0

0

2.5    Verlaging van vastleggingskredieten - Procedures voor de plaatsing en de bekendmaking van overheidsopdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor dienstverlening

Voor begrotingsonderdeel 03 20 03 01 is een overschot van 2,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten vastgesteld. Het is het gevolg van aanzienlijke besparingen naar aanleiding van het besluit om automatische vertaling op verzoek van de aankondigingen van de EU-instellingen te gebruiken. Een bedrag van 0,5 miljoen EUR zal worden overgeheveld via een autonome overschrijving naar andere maatregelen op het gebied van de interne markt, terwijl in dit OGB nr. 5/2024 wordt voorgesteld het resterende bedrag van 2,4 miljoen EUR te annuleren.

Bedragen in EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

03 20 03 01

Procedures voor de plaatsing en de bekendmaking van overheidsopdrachten voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor dienstverlening

-2 420 000

0

Totaal    

-2 420 000

0

2.6Samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne (Ukraine Loan Cooperation Mechanism, ULCM)

In juni 2024 heeft de Europese Raad de Commissie, de hoge vertegenwoordiger en de Raad verzocht verder te werken aan het verstrekken van extra financiering aan Oekraïne tegen het einde van het jaar 17 . In overeenstemming met de resultaten van de G7-top van 13-15 juni 2024 zou dit de vorm aannemen van leningen waarvan de dekking van kosten en de terugbetaling worden verzekerd door toekomstige stromen van de uitzonderlijke opbrengsten uit geïmmobiliseerde Russische staatsactiva. Bijgevolg heeft de Commissie op 20 september 2024 een voorstel ingediend voor een verordening tot instelling van het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne (ULCM) en tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne 18 . Het ULCM zal de G7-partners ondersteunen bij het verstrekken van leningen aan Oekraïne, parallel aan de buitengewone MFB-lening van de EU, teneinde het tijdens de G7-top geplande totale bedrag te bereiken. Om de Commissie in staat te stellen de desbetreffende begrotingsverrichtingen tijdig te beheren na de vaststelling van de ULCM-verordening, stelt de Commissie voor in dit OGB nr. 5/2024 alle nodige aanvullende aanpassingen in de begrotingsnomenclatuur en de toelichting bij de begroting voor het jaar 2 024 aan te brengen. Daarom stelt de Commissie voor om binnen een nieuw specifiek hoofdstuk 14 11 (zonder kredieten) een nieuw begrotingsonderdeel op te zetten, en wel als volgt:

EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

14 11 01

Samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne

p.m.

p.m.

Totaal    

p.m.

p.m.

De bijbehorende toelichting is opgenomen in de begrotingsbijlage.

3.Actualisering van de ontvangsten

In OGB nr. 5/2024 wordt voorgesteld om in de begroting 2024 een bedrag van 2 815 miljoen EUR op te nemen als definitieve boeten en dwangsommen die tot oktober 2024 zijn betaald. Ook wordt voorgesteld om binnen een nieuw artikel “Steun voor Oekraïne” een nieuw begrotingsonderdeel voor ontvangsten voor het ULCM in te voeren.

Op de datum van vaststelling van dit OGB nr. 5/2024 zijn in de begroting 2024 geen negatieve ontvangsten opgenomen, aangezien deze mogelijkheid in het Financieel Reglement (herschikking) is opgenomen met ingang van 30 september 2024 19 . De exacte bedragen van de compenserende rentebetalingen worden momenteel vastgesteld. Er blijft een toereikende buffer van ongeveer 1 200 miljoen EUR uit definitieve boeten beschikbaar om deze betalingen tot het einde van het jaar te dekken. Na betaling worden de negatieve ontvangsten opgenomen in het specifieke begrotingsonderdeel 4 2 5 “Rente, andere verschuldigde heffingen en negatieve rendementen op nietig verklaarde of verlaagde boeten”. In het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure zullen het Europees Parlement en de Raad ook aanvullende details over de desbetreffende bedragen en verrichtingen worden verstrekt.

Ook wordt voorgesteld om binnen een nieuw artikel “Steun voor Oekraïne” een nieuw begrotingsonderdeel voor ontvangsten voor het ULCM in te voeren.

3.1Geldboeten en dwangsommen

Rekening houdende met de definitieve boeten en dwangsommen die tot oktober 2024 zijn betaald, wordt voorgesteld de volgende bedragen in de begroting 2024 op te nemen:

a)2 502 miljoen EUR aan mededingingsboeten;

b)52 miljoen EUR aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen geboekt wegens niet-nakoming van arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat zij een krachtens de Verdragen op hen rustende verplichting niet zijn nagekomen;

c)257 miljoen EUR aan rente op boeten en dwangsommen;

d)4 miljoen EUR aan overige geldboeten en dwangsommen zonder specifieke bestemming, hoofdzakelijk vanwege bijdragen voor buitenmatige emissies.

Daarom wordt voorgesteld de in OGB nr. 4/2024 gerapporteerde bedragen ten belope van 614 miljoen EUR te verhogen met 2 815 miljoen EUR, wat neerkomt op een totaalbedrag van 3 429 miljoen EUR.

In de onderstaande tabel zijn de cijfers voor de desbetreffende ontvangsten vermeld.

EUR

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten

Naam

Begroting 2024

OGB nr. 5/2024

Nieuw bedrag

4 2 0

Geldboeten in verband met de toepassing van de mededingingsregels

257 464 207

2 502 502 303

2 759 966 510

4 2 1

Aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire sommen

340 653 167

51 929 451

392 582 618

4 2 4

Rente op boeten en dwangsommen

9 802 092

256 590 258

266 392 350

4 2 9

Overige boeten en dwangsommen zonder specifieke bestemming

6 400 685

3 875 627

10 276 312

Totaal    

614 320 151

2 814 897 639

3 429 217 790

3.2Gevolgen voor de bijdrage aan de eigen middelen op basis van het bni voor 2024

De herziene bijdragen aan de eigen middelen op grondslag van het bni, vergeleken met het OGB nr. 4/2024, zijn in de onderstaande tabel te vinden:

Lidstaat

OGB nr. 4/2024

OGB nr. 5/2024

Nieuw bedrag

 

(1)

(2)

(3) = (1) +(2)

 

 

 

 

België

3 137 520 826

4 860 827

3 142 381 653

Bulgarije

490 929 862

760 577

491 690 439

Tsjechische Republiek

1 524 718 132

2 362 181

1 527 080 313

Denemarken

2 045 789 860

3 169 456

2 048 959 316

Duitsland

22 584 558 382

34 989 295

22 619 547 677

Estland

192 975 003

298 968

193 273 971

Ierland

2 070 413 423

3 207 603

2 073 621 026

Griekenland

1 163 139 703

1 802 003

1 164 941 706

Spanje

7 768 960 009

12 036 120

7 780 996 129

Frankrijk

15 077 255 983

23 358 553

15 100 614 536

Kroatië

425 510 887

659 226

426 170 113

Italië

10 942 787 228

16 953 195

10 959 740 423

Cyprus

145 650 292

225 650

145 875 942

Letland

212 177 297

328 717

212 506 014

Litouwen

374 044 146

579 491

374 623 637

Luxemburg

275 312 135

426 529

275 738 664

Hongarije

1 035 987 565

1 605 011

1 037 592 576

Malta

95 647 207

148 182

95 795 389

Nederland

5 464 910 293

8 466 554

5 473 376 847

Oostenrijk

2 527 403 838

3 915 600

2 531 319 438

Polen

4 123 400 650

6 388 210

4 129 788 860

Portugal

1 388 121 069

2 150 557

1 390 271 626

Roemenië

1 745 902 426

2 704 853

1 748 607 279

Slovenië

334 363 876

518 016

334 881 892

Slowaakse Republiek

647 634 542

1 003 353

648 637 895

Finland

1 439 287 560

2 229 827

1 441 517 387

Zweden

3 074 333 659

4 762 935

3 079 096 594

 

 

 

 

Totaal

90 308 735 853

139 911 489

90 448 647 342

3.3    Nomenclatuurwijziging naar aanleiding van de goedkeuring van het voorstel van de Commissie tot instelling van het ULCM en tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne

Als gevolg van de goedkeuring van het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het ULCM en tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (zie afdeling 3.1) wordt voorgesteld om binnen een artikel voor steun aan Oekraïne een nieuw begrotingsonderdeel voor ontvangsten te creëren: 6 6 4 2 “Samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne”. Daarnaast wordt voorgesteld een technische correctie op te nemen om de referentie van het begrotingsonderdeel voor de faciliteit voor Oekraïne van “6 6 4” in “6 6 4 0” aan te passen.

De bijbehorende toelichting bij de begroting is opgenomen in de begrotingsbijlage.



4.Financiering

In totaal komt het netto-effect van OGB nr. 5/2024 neer op een stijging van de vastleggingskredieten met 44,5 miljoen EUR en van de betalingskredieten met 2 954,8 miljoen EUR in de begroting 2024.

Met betrekking tot het effect van de herziene salarisaanpassing voor 2024 stelt de Commissie, gezien het ontbreken van marges en ruimte voor herschikking in subrubriek 2b en rubriek 5, voor om overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 20 middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen aan vastleggings- en betalingskredieten voor een bedrag van 5,1 miljoen EUR voor subrubriek 2b Veerkracht en waarden om de EU-bijdrage aan verschillende gedecentraliseerde agentschappen te verhogen, en voor een bedrag van 2,1 miljoen EUR voor rubriek 5 om de EU-bijdrage aan Europol en Cepol te verhogen. Daarnaast leidt de stijging van de uitgaven voor rubriek 7 tot een verhoging met 68,5 miljoen EUR van de bedragen die worden voorgesteld uit het enkelvoudig marge-instrument.

De betalingskredieten voor 2024 in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in 2021 tot en met 2024 worden geraamd op 1 758,3 miljoen EUR in lopende prijzen. Het geraamde betalingsschema van de desbetreffende uitstaande bedragen voor deze jaren wordt in de volgende tabel gespecificeerd:

Flexibiliteitsinstrument — betalingsprofiel (in miljoen EUR)

Jaar van beschikbaarstelling

2024

2025

2026

2027

Totaal

2021

7,6

0

0

0

7,6

2022

49,8

36,7

0

0

86,5

2023

279

120,6

83,2

0

482,8

2024

1 421,9

107,6

83,7

46,3

1 659,5

Totaal

1 758,3

264,9

166,9

46,3

2 236,4


5.Samenvatting per MFK-rubriek

In EUR

 

Begroting 2024 (incl. GB nrs. 1 tot en met 2/2024 en OGB nrs. 2 tot en met 4/2024)

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2024

Begroting 2024 (incl. GB nrs. 1 tot en met 2/2024 en OGB nrs. 2 tot en met 5/2024)

VK

BK

VK

BK

VK

BK

1

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

21 492 216 821

20 826 810 837

8 333

3 178 614

21 492 225 154

20 829 989 451

 

Maximum

21 598 000 000

 

 

 

21 598 000 000

 

 

Marge

105 783 179

 

-8 333

 

105 774 846

 

2

Cohesie, veerkracht en waarden

74 577 476 949

33 732 782 204

5 103 087

2 905 103 087

74 582 580 036

36 637 885 291

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

1 306 281 333

 

5 103 087

 

1 311 384 420

 

 

Maximum

73 289 000 000

 

 

 

73 289 000 000

 

 

Marge

17 804 384

 

 

 

17 804 384

 

2a.

Economische, sociale en territoriale samenhang

64 665 195 616

24 155 654 152

 

2 900 000 000

64 665 195 616

27 055 654 152

 

Maximum

64 683 000 000

 

 

 

64 683 000 000

 

 

Marge

17 804 384

 

 

 

17 804 384

 

2b.

Veerkracht en waarden

9 912 281 333

9 577 128 052

5 103 087

5 103 087

9 917 384 420

9 582 231 139

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

1 306 281 333

 

5 103 087

 

1 311 384 420

 

 

Maximum

8 606 000 000

 

 

 

8 606 000 000

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

3

Natuurlijke hulpbronnen en milieu

57 338 630 839

54 151 402 941

-31 946 050

-24 838 484

57 306 684 789

54 126 564 457

 

Maximum

57 449 000 000

 

 

 

57 449 000 000

 

 

Marge

110 369 161

 

31 946 050

 

142 315 211

 

 

waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

40 517 278 000

40 505 482 213

 

 

40 517 278 000

40 505 482 213

 

ELGF-submaximum

41 649 000 000

 

 

 

41 649 000 000

 

 

Afrondingsverschil uitgesloten voor de berekening van de submarge

722 000

 

 

 

722 000

 

 

Netto-overschrijvingen tussen ELGF en Elfpo

-1 046 000 000

 

 

 

-1 046 000 000

 

 

Nettosaldo dat voor uitgaven uit het ELGF beschikbaar is (submaximum gecorrigeerd door overdrachten tussen ELGF en Elfpo)

40 603 000 000

 

 

 

40 603 000 000

 

 

ELGF-submarge

85 722 000

 

 

 

85 722 000

 

4

Migratie en grensbeheer

3 892 705 671

3 248 967 443

773 078

773 078

3 893 478 749

3 249 740 521

 

Maximum

4 020 000 000

 

 

 

4 020 000 000

 

 

Marge

127 294 329

 

-773 078

 

126 521 251

 

5

Veiligheid en defensie

2 697 177 926

2 035 413 531

2 092 833

2 092 833

2 699 270 759

2 037 506 364

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

317 177 926

 

2 092 833

 

319 270 759

 

 

Maximum

2 380 000 000

 

 

 

2 380 000 000

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

6

Nabuurschap en internationaal beleid

16 731 000 000

15 315 050 313

 

 

16 731 000 000

15 315 050 313

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

28 828 204

 

 

 

28 828 204

 

 

waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

371 171 796

 

 

 

371 171 796

 

 

Maximum

16 331 000 000

 

 

 

16 331 000 000

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

7

Europees openbaar bestuur

11 988 000 603

11 988 000 603

68 500 000

68 500 000

12 056 500 603

12 056 500 603

 

waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

215 000 603

 

68 500 000

68 500 000

283 500 603

 

 

Maximum

11 773 000 000

 

 

 

11 773 000 000

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: Administratieve uitgaven van de instellingen

9 175 375 841

9 175 375 841

1 300 000

1 300 000

9 176 675 841

9 176 675 841

 

Submaximum

9 006 000 000

 

 

 

9 006 000 000

 

 

Submarge

 

 

 

 

 

 

Kredieten voor rubrieken

188 717 208 809

141 298 427 872

44 531 281

2 954 809 128

188 761 740 090

144 253 237 000

 

Maximum

186 840 000 000

170 543 000 000

 

 

186 840 000 000

170 543 000 000

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

1 652 287 463

1 751 178 297

7 195 920

7 195 920

1 659 483 383

1 758 374 217

 

waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

586 172 399

 

68 500 000

 

654 672 399

 

 

Marge

361 251 053

30 995 750 425

31 164 639

 

392 415 692

28 048 137 217

 

Thematische speciale instrumenten

6 517 600 432

5 491 076 559

 

 

6 517 600 432

5 491 076 559

Totaal kredieten

195 234 809 241

146 789 504 431

44 531 281

2 954 809 128

195 279 340 522

149 744 313 559

(1)     Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom (PB L 424 van 15.12.2020).
(2)     PB L, 2024/2509, 26.09.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.
(3)     PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj
(4)     PB L, 2024/1430, 5.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget_suppl_amend/2024/1430/oj.
(5)     PB L, 2024/1509, 18.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget_suppl_amend/2024/1509/oj.
(6)      COM(2024) 920 van 9.4.2024.
(7)      COM(2024) 931 van 19.7.2024.
(8)      COM(2024) 426 final.
(9)     PB L, 2024/795, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj.
(10)     PB L 433I van 22.12.2020, blz. 46, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.
(11)      1,030*1,041=1,072
(12)      PB L 45 van 14.6.1962, blz. 1385, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1962/31(1)/oj.
(13)      BE, DE, ES, FR, IT, LU, NL, AT, PL, SE.
(14)      1,020*1,051=1,072.
(15)      1,072/1,030=1,041.
(16)    Artikel 65, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie verplicht de Commissie gegevens te verstrekken over de budgettaire gevolgen van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren van de Unie in het licht van de actualisering 2024 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU en de toegepaste aanpassingscoëfficiënten.
(17)      EUCO 15/24.
(18)      COM(2024) 426 final.
(19)    PB L, 2024/2509, 26.09.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.
(20)    Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj).