<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><ORDER xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.ORDER><REF.CASE FILE="ECRT12002NLA.1100532701.case.xml"><NO.CASE>T-81/01</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62001B0081</NO.CELEX><NO.SEQ>0020.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>5328</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>5332</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>5</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.ORDER><CURR.TITLE><LEFT>BESCHIKKING VAN <DATE ISO="20021213">13. 12. 2002</DATE> — ZAAK T-81/01</LEFT><RIGHT>VERDOODT EN RADEMAKERSVERDOODT / COMMISSIE</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Beschikking van het Gerecht</HT> (Derde kamer)</P><P><DATE ISO="20021213">13 december 2002</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Nederlands.</P></NOTE></P></TI></TITLE><ORDER.INIT><P>In zaak T-81/01,</P></ORDER.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Mare Oscar Henri Verdoodt</HT> en <HT TYPE="BOLD">Ingrid Edmondus Malvina Rademakers-Verdoodt,</HT> wonende te Schoten (België), vertegenwoordigd door M. van Dam, advocaat,</P><PARTY.STATUS>verzoekers,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door H. van Vliet en W. Wils als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,</P><PARTY.STATUS>verweerster,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><SUBJECT><P>betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking SG (2001) D/286098 van de Commissie van <DATE ISO="20010209">9 februari 2001</DATE> tot afwijzing van het door verzoekers ingediende verzoek om uitsluiting van het schip Arizona van het toepassingsgebied<?PAGE NO="II-5329"?> van verordening (EG) nr. 718/1999 van de Raad van <DATE ISO="19990329">29 maart 1999</DATE> betreffende het beleid ten aanzien van de capaciteit van de communautaire binnenvaartvloot met het oog op de bevordering van het vervoer over de binnenwateren (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="090" DATE.PUB="1999" PAGE.FIRST="1">PB L 90, biz. 1</REF.DOC.OJ>),</P></SUBJECT><PREAMBLE.GEN><PREAMBLE.INIT><P>geeft</P><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),</P><P>samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, J. Azizi en M. Jaeger, rechters,</P></PREAMBLE.INIT><PREAMBLE.FINAL><P>griffier: H. Jung, de navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE.GEN><CONTENTS.ORDER><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Beschikking</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op <DATE ISO="20010406">6 april 2001</DATE>, hebben M. O. H. Verdoodt en I. E. M. Rademakers-Verdoodt verzocht om nietigverklaring van beschikking SG (2001) D/286098 van de Commissie van <DATE ISO="20010209">9 februari 2001</DATE> tot afwijzing van hun verzoek om uitsluiting van het schip Arizona van heitoepassingsgebied van verordening (EG) nr. 718/1999 van de Raad van <DATE ISO="19990329">29 maart 1999</DATE> betreffende het beleid ten aanzien van de capaciteit van de communautaire binnenvaartvloot met het oog op de bevordering van het vervoer over de binnenwateren (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="090" DATE.PUB="1999" PAGE.FIRST="1">PB L 90, blz. 1</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>bestreden beschikking<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>).</TXT></NP><?PAGE NO="II-5330"?><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Bij beschikking van <DATE ISO="20020718">18 juli 2002</DATE> heeft de Commissie de bestreden beschikking ingetrokken en de gevraagde uitsluiting toegekend op grond van artikel 4, lid 6, van verordening nr. 718/1999.</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20020730">30 juli 2002</DATE> heeft de Commissie het Gerecht verzocht om de zaak af te doen zonder beslissing. Op <DATE ISO="20020905">5 september 2002</DATE> hebben verzoekers hun opmerkingen dienaangaande ingediend en verklaard dat hun beroep zonder voorwerp was geraakt.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Gelet op het voorgaande, stelt het Gerecht vast dat het beroep zonder voorwerp is geraakt en dat hierop niet meer behoeft te worden beslist.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>In haar verzoek om de zaak af te doen zonder beslissing, heeft verweerster het Gerecht verzocht om bij de beslissing omtrent de kosten rekening te houden met het feit dat de beschikking van <DATE ISO="20020718">18 juli 2002</DATE> was vastgesteld op basis van een nieuw feit dat tijdens de procedure in rechte aan het licht was gekomen, namelijk dat het schip Arizona niet diende voor het vervoer van gewoon gips, maar van gecalcineerd gips, en dus als een gespecialiseerd schip in de zin van artikel 4, lid 6, van verordening nr. 718/1999 kon worden aangemerkt. Dat feit was volgens haar niet vermeld in het oorspronkelijke verzoek om uitsluiting dat tot de bestreden beschikking had geleid.</TXT></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Verzoekers betwisten verweersters argumenten en wijzen erop dat zij reeds in bijlage 2 bij het oorspronkelijke verzoek om uitsluiting een technische specificatie van het betrokken gips hadden gegeven (in het bijzonder met betrekking tot de<?PAGE NO="II-5331"?> dichtheid van het gips, die verschilt naargelang het gewoon dan wel gecalcineerd gips betreft). Hoewel zij in hun verzoek om uitsluiting steeds de term <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>gips<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/> en niet <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>gecalcineerd gips<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/> hebben gebruikt, was in de technische specificatie in de bijlage bij het verzoek om uitsluiting duidelijk en met de vereiste nauwkeurigheid aangegeven om welke soort gips het ging. Bijgevolg dient verweerster volgens verzoekers in de kosten te worden verwezen.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Ingevolge artikel 87, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht beslist het Gerecht vrijelijk over de kosten, wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt.</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Op een schriftelijke vraag van het Gerecht heeft verweerster bevestigd dat de technische specificatie die verzoekers in de bijlage bij hun verzoek om uitsluiting hebben gegeven, die van gecalcineerd en niet van gewoon gips was. Gelet op de verplichting van de Commissie in een zaak als de onderhavige om zorgvuldig alle relevante factoren daarvan te beoordelen alvorens daarin een beschikking te geven, had zij op basis van die technische specificatie van verzoekers moeten kunnen begrijpen dat het schip Arizona diende voor het vervoer van gecalcineerd gips.</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Anders dan verweerster stelt, berust de beschikking van <DATE ISO="20020718">18 juli 2002</DATE> dus niet op een nieuw feit.</TXT></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>In deze omstandigheden dient verweerster alle kosten van het geding te dragen.</TXT></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="II-5332"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer)</P><P>beschikt:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>Op het beroep behoeft niet meer te worden beslist.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>De Commissie wordt verwezen in de kosten.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.ORDER><SIGNATURE.CASE><P>Luxemburg, <DATE ISO="20021213">13 december 2002</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>H. Jung</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Derde kamer</P><P>K. Lenaerts</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></ORDER>