18.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 123/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2018/728 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor procedures om transacties met in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen te ontheffen van het eigenvermogensvereiste voor het risico van aanpassing van de kredietwaardering

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 382, lid 5, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 382, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 worden transacties tussen enerzijds een instelling en anderzijds een niet-financiële tegenpartij als gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) die de in artikel 10, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bepaalde clearingdrempel niet overschrijden, uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het risico van aanpassing van de kredietwaardering (CVA-risico), ongeacht of die niet-financiële tegenpartij gevestigd is in de Unie of in een derde land.

(2)

In artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt een „niet-financiële tegenpartij” gedefinieerd als een in de Unie gevestigde onderneming. De in artikel 10, lid 1, van die verordening bedoelde clearingdrempel geldt bijgevolg niet voor in derde landen gevestigde niet-financiële tegenpartijen.

(3)

In artikel 382, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt geen onderscheid gemaakt tussen niet-financiële tegenpartijen die gevestigd zijn in de Unie en niet-financiële tegenpartijen die gevestigd zijn in een derde land. Om een gelijk speelveld te waarborgen, moeten dezelfde regels gelden voor niet-financiële tegenpartijen die gevestigd zijn in de Unie en niet-financiële tegenpartijen die gevestigd zijn in een derde land.

(4)

In artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie (3) worden per klasse otc-derivaten clearingdrempelwaarden vastgesteld, zoals vereist op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012. In overweging 25 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 wordt verduidelijkt dat „het overschrijden van een van de voor een klasse otc-derivaten vastgestelde waarden de overschrijding van de clearingdrempel voor alle klassen [moet] teweegbrengen”.

(5)

Opdat een contract wordt vrijgesteld tot aan de datum waarop het afloopt, zoals bepaald in artikel 382, lid 4, laatste alinea, van Verordening (EU) nr. 575/2013, zou het moeten volstaan dat aan de voorschriften van die verordening is voldaan bij de aanvang van het contract. Er kunnen echter gevallen zijn waarbij een instelling met een bepaalde niet-financiële tegenpartij zeer frequent, en in sommige gevallen dagelijks, transacties aangaat. In die gevallen kan het voor de instelling een onevenredige last vormen om te verifiëren of de status van de in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij accuraat is weerspiegeld in de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico van de instelling. Daarom is het passend te voorzien in een alternatief in de vorm van een jaarlijkse verificatie van de status van de in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij. De verificatiefrequentie moet echter worden verhoogd tot driemaandelijks, wanneer het bruto notionele bedrag aan transacties van een niet-financiële tegenpartij voor een klasse otc-derivaten op het punt staat de clearingdrempel voor die klasse te overschrijden. Daardoor zou op frequentere basis kunnen worden gecontroleerd of deze clearingdrempel overschreden is, aangezien dit met grotere waarschijnlijkheid het geval zal zijn.

(6)

In artikel 382, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 is bepaald dat transacties met niet-financiële tegenpartijen die de in artikel 10, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bepaalde clearingdrempel niet overschrijden, worden uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico. Wanneer een instelling na de in Verordening (EU) nr. 575/2013 omschreven beoordeling ontdekt dat een van haar in een derde land gevestigde tegenpartijen niet als niet-financiële tegenpartij gekwalificeerd wordt, of wanneer de desbetreffende transacties de daarin bepaalde clearingdrempel overschrijden, moet de instelling in overeenstemming met titel VI van die verordening eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico opstellen voor alle otc-derivaten met die tegenpartij die onder het toepassingsgebied van artikel 382, lid 1, van die verordening vallen.

(7)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die in samenwerking met de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn opgesteld en door de Europese Bankautoriteit aan de Commissie zijn voorgelegd.

(8)

De Europese Bankautoriteit heeft openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en heeft de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de toepassing van artikel 382, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 beschouwen instellingen tegenpartijen als in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen wanneer deze aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:

a)

zij zijn gevestigd in een derde land;

b)

zij zouden worden gekwalificeerd als niet-financiële tegenpartij in de zin van artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012, mochten zij in de Unie gevestigd zijn.

2.   De instellingen verifiëren of een tegenpartij een in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij is:

a)

bij de aanvang van een transactie bij transacties met een nieuwe tegenpartij;

b)

jaarlijks bij bestaande tegenpartijen;

c)

wanneer er redenen bestaan om aan te nemen dat de tegenpartij niet langer een in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij is.

3.   De instellingen onderbouwen hun oordeel dat een onderneming een in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij is.

Artikel 2

1.   Voor het uitsluiten van transacties met een in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico overeenkomstig artikel 382, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, verifiëren de instellingen voor elke in artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 bedoelde klasse van otc-derivaten dat de bruto notionele waarde van de otc-derivatencontracten van die niet-financiële tegenpartij in die klasse de desbetreffende in artikel 11 van die verordening bedoelde clearingdrempel niet overschrijdt.

2.   De instellingen voeren de in het eerste lid bedoelde verificatie uit in een van de volgende gevallen:

a)

bij de aanvang van elke nieuwe transactie met die tegenpartij;

b)

periodiek.

3.   Voor de toepassing van lid 2, onder b) zal de periodieke verificatie worden uitgevoerd volgens een van de volgende frequenties:

a)

jaarlijks;

b)

driemaandelijks, wanneer voor een van de otc-derivatenklassen de bruto notionele waarde van de otc-derivatentransacties van de in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij meer dan 75 % van de in artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 voor die klasse vastgestelde clearingdrempelwaarde bedraagt.

4.   De instellingen onderbouwen hun oordeel dat voor elke in artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 bedoelde klasse van otc-derivaten de bruto notionele waarde van de otc-derivatencontracten van een in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartij voor die klasse de overeenkomstige in dat artikel bedoelde clearingdrempel niet overschrijdt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338.

(2)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1)

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende indirecte clearingregelingen, de clearingverplichting, het openbaar register, toegang tot een handelsplatform, niet-financiële tegenpartijen, risico-inperkingstechnieken voor niet door een CTP geclearde otc-derivatencontracten (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 11).

(4)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).