29.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 110/26


BESLUIT VAN DE RAAD

van 7 maart 2011

houdende wijziging van Besluit 2010/320/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen

(2011/257/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 9, en artikel 136,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 136, lid 1, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de mogelijkheid specifieke maatregelen ter versterking van de coördinatie en de bewaking van de begrotingsdiscipline vast te stellen voor de lidstaten die de euro als munt hebben.

(2)

Overeenkomstig artikel 126, VWEU dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden; daartoe is in datzelfde artikel een buitensporigtekortprocedure vastgelegd. Het stabiliteits- en groeipact, waarvan het correctieve deel bestaat in de tenuitvoerlegging van de buitensporigtekortprocedure, verschaft een kader dat, met inachtneming van de economische situatie, het overheidsstreven naar een spoedige terugkeer naar solide begrotingssituaties ondersteunt.

(3)

Op 27 april 2009 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap besloten dat er in Griekenland een buitensporig tekort bestond.

(4)

Op 10 mei 2010 heeft de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 9, en artikel 136, VWEU het tot Griekenland gerichte Besluit 2010/320/EU (1) („het besluit”) vastgesteld teneinde het begrotingstoezicht te versterken en te verdiepen en Griekenland aan te manen om maatregelen te treffen om het tekort uiterlijk in 2014 te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen. De Raad stelde het volgende traject voor de correctie van het tekort vast: een overheidstekort van niet meer dan 18 508 miljoen EUR in 2010, 17 065 miljoen EUR in 2011, 14 916 miljoen EUR in 2012, 11 399 miljoen EUR in 2013 en 6 385 miljoen EUR in 2014.

(5)

Volgens de prognoses die ten tijde van de vaststelling door de Raad van het besluit beschikbaar waren, zou het reële bbp in 2010 met 4 % en in 2011 met 2,5 % krimpen, en zich nadien herstellen met groeicijfers van 1,1 % in 2012 en 2,1 % in 2013 en in 2014. Verwacht werd dat de bbp-deflator in de periode 2010-2014 op achtereenvolgens 1,2 %, – 0,5 %, 1,0 %, 0,7 % en 1,0 % zou uitkomen. Gezien de economische ontwikkelingen wordt thans aangenomen dat het reële bbp in 2010 met 4,5 % en in 2011 met 3 % zal krimpen, en zich nadien zal herstellen met groeicijfers van 1,1 % in 2012 en 2,1 % in 2013 en in 2014. Thans wordt ervan uitgegaan dat de bbp-deflator in de periode 2010-2014 op achtereenvolgens 3,0 %, 1,6 %, 0,4 %, 0,8 % en 1,2 % zal uitkomen.

(6)

Op 12 februari 2011 heeft Griekenland bij de Raad en de Commissie een verslag ingediend waarin een beschrijving wordt gegeven van de beleidsmaatregelen die zijn genomen om aan het besluit gevolg te geven. De Commissie heeft het verslag geëvalueerd en is tot de conclusie gekomen dat Griekenland in bevredigende mate gevolg geeft aan het besluit. De tekortdoelstelling voor 2011 mag evenwel niet worden gemist, zoals in 2010 is gebeurd.

(7)

In het licht van het bovenstaande lijkt het gepast het besluit op een aantal punten te herzien, met behoud van zowel de uiterste termijn voor de correctie van het buitensporige tekort als het aanpassingstraject voor het overheidstekort en de nominale stijging van de overheidsschuld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2010/320/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2, lid 4, wordt punt c) vervangen door:

„c)

de regering vereffent de achterstallige betalingen die in 2010 zijn geaccumuleerd en brengt die van de vorige jaren terug;”.

2)

In artikel 2, lid 4, wordt punt d) vervangen door:

„d)

een strategisch middellangetermijnplan voor de begroting met permanente budgettaire consolidatiemaatregelen ter grootte van ten minste 8 % van het bbp (waarvan er een aantal al in mei 2010 zijn aangegeven), alsook een reserve voor onvoorziene uitgaven om te garanderen dat de tekortdoelstellingen tot en met 2014 worden gehaald en dat de schuldquote een duurzame neerwaartse tendens gaat vertonen. Het strategisch plan wordt vóór eind maart voor publieke raadpleging gepubliceerd. Het strategisch middellangetermijnplan omvat onder meer: prudente macro-economische voorspellingen; basisprognoses voor de ontvangsten en uitgaven van de centrale overheid en van andere overheidsentiteiten; een beschrijving van permanente budgettaire maatregelen en van de timing en omvang ervan; jaarlijkse uitgavenplafonds voor elk ministerie en begrotingsdoelstellingen voor andere overheidsentiteiten tot en met 2014; in overeenstemming met de tekort- en schulddoelstellingen zijnde prognoses voor de overheidsbegroting na uitvoering van de maatregelen; schuldprognoses voor de langere termijn op basis van prudente macro-economische voorspellingen, stabiele primaire overschotten vanaf 2014 en privatiseringsplannen. Het strategisch middellangetermijnplan wordt afgestemd op de aan de gang zijnde hervormingen van de gezondheidszorg en de pensioenen en op specifieke sectorale plannen. De sectorale plannen (de ontwerpplannen moeten uiterlijk eind maart beschikbaar zijn) behelzen met name: hervormingen van het belastingbeleid; staatsbedrijven; niet op de begroting opgevoerde fondsen (juridische entiteiten van de overheidssector en geoormerkte rekeningen); loonkosten van de overheid; het overheidsapparaat; sociale uitgaven; overheidsinvesteringen en militaire uitgaven. Elk sectoraal plan wordt door interministeriële taskforces aangestuurd;”.

3)

In artikel 2, lid 4, wordt punt e) vervangen door:

„e)

een plan tot bestrijding van belastingontwijking met kwantitatieve prestatie-indicatoren om belastinginningsdiensten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken; wetgeving tot stroomlijning van de procedures voor de beslechting van administratieve belastinggeschillen en van de gerechtelijke beroepsprocedures, alsook de nodige wetten en procedures om ernstige beroepsfouten, corruptie en slecht presteren van belastingambtenaren beter te kunnen aanpakken, onder meer door vervolging in gevallen van plichtsverzuim; publicatie van maandelijkse verslagen van de vijf taskforces ter bestrijding van belastingontwijking, waarin onder meer een reeks voortgangsindicatoren is opgenomen;”.

4)

In artikel 2, lid 4, wordt punt f) vervangen door:

„f)

een gedetailleerd actieplan met tijdschema voor de volledige uitwerking en invoering van de vereenvoudigde beloningsregeling; opstelling van een personeelsplan voor de middellange termijn voor de periode tot en met 2013 dat in overeenstemming is met de regel van 1 indienstneming voor 5 uitdiensttredingen, waarin ook plannen worden gespecificeerd voor de reallocatie van gekwalificeerd personeel ten behoeve van prioritaire terreinen; bekendmaking van maandelijkse gegevens over het personeelsverloop (indiensttredingen, uitdiensttredingen, overplaatsingen tussen entiteiten) van de diverse overheidsafdelingen;”.

5)

In artikel 2, lid 4, wordt punt g) vervangen door:

„g)

doorvoering van de grondige hervorming van het gezondheidszorgstelsel waarmee in 2010 een aanvang is gemaakt, met de bedoeling de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg op of onder de 6 % van het bbp te handhaven; maatregelen die besparingen op de uitgaven voor geneesmiddelen ter waarde van ten minste 2 miljard EUR opleveren ten opzichte van het niveau van 2010, waarvan ten minste 1 miljard EUR in 2011 wordt gerealiseerd; verbetering van de boekhoudings- en factureringssystemen van ziekenhuizen door: voltooiing van de invoering in alle ziekenhuizen van dubbele boekhoudsystemen op transactiebasis; gebruikmaking van het uniforme codeersysteem en van een gemeenschappelijk register voor medische benodigdheden; berekening van de voorraden en stromen van medische benodigdheden in alle ziekenhuizen met behulp van het uniforme codeerstelsel voor medische benodigdheden; inning van eigen bijdragen van patiënten in alle voorzieningen van de nationale gezondheidsdienst; en de tijdige facturering van behandelingskosten (niet later dan twee maanden) aan Griekse socialeverzekeringsinstellingen, andere lidstaten en particuliere zorgverzekeraars; en ervoor zorgen dat ten minste 50 % van de hoeveelheid geneesmiddelen die eind 2011 door openbare ziekenhuizen is gebruikt, uit generieke geneesmiddelen en geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, bestaat door alle openbare ziekenhuizen ertoe te verplichten farmaceutische producten per werkzame stof aan te kopen;”.

6)

In artikel 2, lid 4, wordt punt h) vervangen door:

„h)

met het oogmerk om verspilling en wanbeleid in staatsbedrijven tegen te gaan en ten minste 800 miljoen EUR fiscaal te besparen, vaststelling van een besluit dat: primaire beloningen in de publieke sector op bedrijfsniveau met tenminste 10 % verlaagt; secundaire beloningen beperkt tot 10 % van de primaire beloningen; een maximum van 4 000 EUR per maand voor bruto inkomsten vaststelt (12 betalingen per jaar); de tarieven voor stadsvervoer met minstens 30 % verhoogt; acties opstelt die de werkingskosten in de publieke sector met 15 tot 25 verlagen; en vaststelling van een besluit voor de herstructurering van de OASA;”.

7)

In artikel 2, lid 4, wordt punt k) vervangen door:

„k)

vaststelling van een wet waarbij overeenkomstig het actieplan een centrale autoriteit voor overheidsopdrachten wordt ingesteld; en ontwikkeling van een IT-platform voor elektronische aanbestedingen en vaststelling van onder meer de volgende tussentijdse ijkpunten in overeenstemming met het actieplan: test van een proefversie, beschikbaarheid van alle functies voor alle opdrachten en geleidelijke invoering van de verplichting om van het elektronisch aanbestedingssysteem gebruik te maken voor het plaatsen van opdrachten voor leveringen, diensten en werken;”.

8)

Aan artikel 2, lid 4, wordt het volgende punt toegevoegd:

„l)

een wet waarin de kwalificaties en verantwoordelijkheden worden gespecificeerd van de rekenplichtigen die in alle vakministeries en belangrijkste overheidsentiteiten moeten worden aangesteld en verantwoordelijk zullen zijn voor de uitoefening van een deugdelijke financiële controle; benoeming van rekenplichtigen; en versnelling van het proces tot instelling van registers van vastleggingskredieten en registers van beleidskredieten in de hele overheidssector (met uitzondering van de kleinste entiteiten);”.

9)

Aan artikel 2, lid 5, wordt het volgende punt toegevoegd:

„i)

publicatie van een inventaris van overheidsactiva, waarin onder meer een overzicht van de belangen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde ondernemingen en van commercieel interessante onroerende goederen en terreinen wordt gegeven en een schatting van de waarde van deze activa wordt verstrekt; oprichting van een algemeen secretariaat voor onroerend goed dat voor een betere coördinatie en een snellere uitvoering van het programma inzake privatiseringen en patrimoniumbeheer moet zorgen; op basis van genoemde inventaris worden de privatiseringsplannen herzien en versneld doorgevoerd.”.

10)

Aan artikel 2, lid 6, wordt het volgende punt toegevoegd:

„f)

opstelling van een middellangetermijnplan voor de afstoting van overheidsactiva, herziening van de voor 2011-2013 geplande privatiseringsopbrengsten en verlenging van het plan tot en met 2015, waarbij wordt voortgebouwd op de (uiterlijk in juni 2011 te publiceren) inventaris van commercieel interessant onroerend goed in staatseigendom.”.

11)

Aan artikel 2 wordt een nieuw lid toegevoegd:

„8.   Griekenland neemt de volgende maatregelen vóór eind maart 2012:

a)

een hervorming van de secundaire/aanvullende pensioenregelingen door fondsen te fuseren en door een aanvang te maken met de berekening van uitkeringen op basis van de nieuwe theoretische toegezegdebijdragenregeling; bevriezing van de nominale aanvullende pensioenen en vermindering van de vervangingsratio’s voor opgebouwde rechten in fondsen met tekorten op basis van een actuariële studie van de nationale autoriteit voor het actuariaat. Ingeval de actuariële studie niet klaar is, worden de vervangingsratio’s met ingang van 1 januari 2012 verminderd om tekorten te vermijden.’.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de kennisgeving ervan.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

VÖLNER P.


(1)   PB L 145 van 11.6.2010, blz. 6.