29.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 283/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1093/2011 VAN DE COMMISSIE

van 28 oktober 2011

betreffende de toepassing van afwijkingen van de oorsprongsregels die zijn vastgesteld in het aan de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, gehechte protocol inzake de definitie van producten van oorsprong

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit 2011/265/EG van de Raad van 16 september 2010 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (1), en met name artikel 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft bij Besluit 2011/265/EU machtiging verleend voor de ondertekening namens de Europese Unie van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (2) („de overeenkomst”). Besluit 2011/265/EU bevestigt de voorlopige toepassing van de overeenkomst, onder voorbehoud van latere sluiting, zoals voorzien in artikel 15.10, onder 5, van de overeenkomst. De datum waarop de overeenkomst voorlopig van toepassing is, is vastgesteld op 1 juli 2011.

(2)

Voor een aantal specifieke producten voorziet bijlage II(a) bij het aan de overeenkomst gehechte protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking (3) („het protocol”) in afwijkingen van de in bijlage II bij het protocol vastgestelde oorsprongsregels. Voor de afwijkingen gelden echter jaarlijkse contingenten. Daarom moeten voorwaarden worden vastgesteld voor de toepassing van die afwijkingen.

(3)

Overeenkomstig bijlage II(a) bij het protocol moet het bewijs van oorsprong voor bereidingen van surimi (GN-code 1604 20 05 ) vergezeld gaan van een document waaruit blijkt dat de bereiding van surimi voor ten minste 40 gewichtpercenten van het product uit vis bestaat en dat het hoofdingrediënt voor de surimibasis Alaskakoolvis (theragra Chalcogramma) is.

(4)

Overeenkomstig bijlage II(a) bij het protocol moet het bewijs van oorsprong voor geverfde weefsels met GN-codes 5408 22 en 5408 32 vergezeld gaan van een document waaruit blijkt dat de waarde van het gebruikte ongeverfde weefsel niet meer bedraagt dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.

(5)

Aangezien de in bijlage II(a) bij het protocol aangegeven contingenten door de Europese Commissie moeten worden beheerd op basis van de volgorde van aanvaarding van de aangifte, moeten deze worden beheerd overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (4).

(6)

Aangezien de overeenkomst op 1 juli 2011 in werking treedt, dient deze verordening met ingang van dezelfde datum van toepassing te zijn.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in bijlage II(a) van het aan de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, gehechte protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking („het protocol”) vastgestelde oorsprongsregels zijn van toepassing op de in de bijlage bij deze verordening opgenomen producten.

2.   De in lid 1 bedoelde oorsprongsregels zijn van toepassing in afwijking van de in bijlage II bij het protocol vastgestelde oorsprongsregels, met inachtneming van de in de bijlage vastgestelde contingenten.

Artikel 2

De in deze verordening vastgestelde oorsprongsregels zijn van toepassing onder de volgende voorwaarden:

a)

bij de vrijgave van de producten voor het vrije verkeer in de Unie wordt een door de toegelaten exporteur ondertekende verklaring afgegeven waaruit blijkt dat de betrokken producten aan de voorwaarden voor de afwijking voldoen;

b)

de in punt a) bedoelde verklaring bevat de volgende verklaring in het Engels: „Derogation — Annex II(a) of the Protocol concerning the definition of originating products and methods of administrative cooperation”.

Artikel 3

1.   Een bewijs van oorsprong dat wordt afgegeven voor bereidingen van surimi (GN-code 1604 20 05 ) moet vergezeld gaan van een document waaruit blijkt dat de bereiding van surimi voor ten minste 40 gewichtpercenten van het product uit vis bestaat en dat het hoofdingrediënt voor de surimibasis Alaskakoolvis (theragra Chalcogramma) is.

2.   Indien nodig moet de betekenis van „hoofdingrediënt”, zoals bedoeld in lid 1, worden geïnterpreteerd door het Douanecomité, overeenkomstig artikel 28 van het protocol.

Artikel 4

1.   Het in artikel 3 bedoelde document omvat ten minste een door de toegelaten exporteur ondertekende verklaring in het Engels waaruit blijkt dat:

a)

de bereiding van surimi voor ten minste 40 gewichtpercenten van het product uit vis bestaat;

b)

het hoofdingrediënt voor de surimibasis Alaskakoolvis (theragra Chalcogramma) is.

2.   In de in lid 1 bedoelde verklaring wordt ook vermeld:

a)

de hoeveelheid gebruikte Alaskakoolvis (theragra Chalcogramma), uitgedrukt in percentage van de voor de vervaardiging van de surimi gebruikte vis,

b)

het land van oorsprong van de Alaskakoolvis.

Artikel 5

Een bewijs van oorsprong dat wordt afgegeven voor geverfde weefsels met GN-codes 5408 22 en 5408 32 moet vergezeld gaan van een document waaruit blijkt dat de waarde van het gebruikte ongeverfde weefsel niet meer bedraagt dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.

Artikel 6

Het in artikel 5 bedoelde document moet ten minste bestaan uit een door de toegelaten exporteur ondertekende verklaring in het Engels waaruit blijkt dat de waarde van het gebruikte ongeverfde weefsel niet meer bedraagt dan 50 % van de prijs af fabriek van het product. In de bedoelde verklaring wordt ook het volgende vermeld:

a)

de prijs in euro van de niet van oorsprong zijnde ongeverfde weefels die worden gebruikt voor de vervaardiging van de geverfde weefsels (GN-codes 5408 22 en 5408 32 );

b)

de prijs af fabriek van de geverfde weefsels (GN-codes 5408 22 en 5408 32 ).

Artikel 7

De in de bijlage bij deze verordening vastgestelde contingenten worden door de Commissie beheerd overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 juli 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 oktober 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1.

(2)   PB L 127 van 14.5.2011, blz. 6.

(3)   PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1344.

(4)   PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.


BIJLAGE

Onverminderd de bepalingen voor de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen geacht slechts een indicatieve waarde te hebben, aangezien in het kader van deze bijlage het preferentiestelsel bepaald wordt door de GN-codes die van toepassing zijn op het ogenblik dat deze verordening wordt aangenomen.

Volgnr.

GN-code

Taric-onderverdeling

Omschrijving

Contingentperiode

Omvang van het contingent

(nettogewicht in ton, tenzij anders bepaald)

09.2450

1604 20 05

 

Bereidingen van surimi

1.7.2011-30.6.2012

2 000

1.7.2012-30.6.2013

2 500

Vanaf 1.7.2013:

 

1.7-30.6

3 500

09.2451

1905 90 45

 

Koekjes en biscuits

1.7-30.6

270

09.2452

2402 20

 

Sigaretten, tabak bevattend

1.7-30.6

250

09.2453

5204

 

Naaigarens van katoen, ook indien opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

86

09.2454

5205

 

Garens van katoen (andere dan naaigarens), bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

2 310

09.2455

5206

 

Garens van katoen (andere dan naaigarens), bevattende minder dan 85 gewichtspercenten katoen, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

377

09.2456

5207

 

Garens van katoen (andere dan naaigarens), opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

92

09.2457

5408

 

Weefsels van kunstmatige filamentgarens, weefsels vervaardigd van producten bedoeld bij post 5405 daaronder begrepen

1.7-30.6

17 805 290  m2

09.2458

5508

 

Naaigarens van synthetische of van kunstmatige stapelvezels, ook indien opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

286

09.2459

5509

 

Garens van synthetische stapelvezels (andere dan naaigarens), niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

3 437

09.2460

5510

 

Garens, andere dan naaigarens, van kunstmatige stapelvezels, niet opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

1 718

09.2461

5511

 

Garens van synthetische of van kunstmatige stapelvezels (andere dan naaigarens), opgemaakt voor de verkoop in het klein

1.7-30.6

203