31992R2157

Verordening (EEG) nr. 2157/92 van de Raad van 23 juli 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3528/86 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen lichtverontreiniging

Publicatieblad Nr. L 217 van 31/07/1992 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 11 blz. 0167
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 11 blz. 0167


VERORDENING (EEG) Nr. 2157/92 VAN DE RAAD van 23 juli 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3528/86 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen luchtverontreiniging

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 43 en 130 S,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de verminderde vitaliteit van de bossen in de Gemeenschap nog steeds een probleem vormt en dat de gemeenschappelijke actie die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3528/86 (4), derhalve voortgezet en aangevuld dient te worden;

Overwegende dat het noodzakelijk is nauwkeurige gegevens te verzamelen over de mate waarin een aantal verontreinigende stoffen in bossen voorkomt en over de ontwikkeling van deze verontreinigingen; dat deze gegevens gecombineerd dienen te worden met gedetailleerde informatie over essentiële ecologische parameters ten einde een beter inzicht te krijgen in de noodzakelijke verbanden die ten grondslag liggen aan de afnemende vitaliteit van de bossen; dat een Europees net van permanente registratiepunten voor het volgen van de ontwikkeling van de bosecosystemen daarvoor het passende instrument is;

Overwegende dat er reden is om voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3528/86, zoals gewijzigd bij deze verordening, een programma met een looptijd van tien jaar, ingaande op 1 januari 1987 vast te stellen;

Overwegende dat voor de uitvoering van dat meerjarenprogramma een bedrag van 29,4 miljoen ecu noodzakelijk wordt geacht; dat het noodzakelijk geachte bedrag voor 1992 in het kader van de huidige financiële vooruitzichten 4,2 miljoen ecu bedraagt;

Overwegende dat de bedragen die voor de financiering van het programma moeten worden vastgelegd voor de periode na het begrotingsjaar 1992, moeten worden ingepast in het geldende communautaire financiële kader,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 3528/86 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2

1. De actie heeft ten doel de Lid-Staten te helpen om:

- op de grondslag van een gemeenschappelijke methodiek een periodieke inventaris op te maken van de schade die met name door luchtverontreiniging aan de bossen wordt toegebracht;

- het net van waarnemingspunten dat voor het opmaken van deze inventaris nodig is, op een samenhangende en harmonische wijze aan te leggen of te vervolledigen;

- een intensieve en doorlopende bewaking van de bosecosystemen tot stand te brengen;

- een net van permanente registratiepunten voor deze intensieve en doorlopende bewaking op een samenhangende en harmonische wijze aan te leggen of te vervolledigen.

2. De Lid-Staten doen de Commissie de gegevens toekomen die via het net van waarnemingspunten voor het opmaken en het net van registratiepunten voor intensieve en doorlopende bewaking als bedoeld in lid 1, zijn verzameld.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name ten aanzien van het verzamelen, de aard, de vergelijkbaarheid en de toezending van de verzamelde gegevens, worden vastgestesteld volgens de procedure van artikel 7.";

2. artikel 7 wordt vervangen door:

"Artikel 7

1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter van het bij Beschikking 89/367/EEG (*) ingestelde Permanent Comité voor de bosbouw deze procedure bij dit Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een Lid-Staat.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3. a) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.

b) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien geen advies wordt uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld en onmiddellijk ten uitvoer gelegd.

(*) PB nr. L 165 van 15. 6. 1989, blz. 14.";

3. artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

1. De actie heeft een looptijd van tien jaar ingaande op 1 januari 1987.

2. Het voor de uitvoering van de actie noodzakelijk geachte bedrag aan communautaire financiële middelen beloopt 29,4 miljoen ecu voor de periode 1992-1996, waarvan 4,2 miljoen ecu voor de periode 1992 in het kader van de financiële vooruitzichten 1988-1992.

Voor de verdere toepassingsperiode van het programma moet het bedrag in het geldende communautaire financiële kader worden ingepast.

De begrotingsautoriteit stelt de voor elk begrotingsjaar beschikbare kredieten vast, rekening houdend met de beginselen van goed beheer bedoeld in artikel 2 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (*).

3. Vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, eventueel vergezeld van een voorstel tot verlenging.

(*) PB nr. L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 610/90 (PB nr. L 70 van 16. 3. 1990, blz. 1).".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1992. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 juli 1992. Voor de Raad

De Voorzitter

John COPE

(1) PB nr. C 312 van 3. 12. 1991, blz. 6. (2) Advies uitgebracht op 10 juli 1992 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) PB nr. C 106 van 27. 4. 1992, blz. 1. (4) PB nr. L 326 van 21. 11. 1986, blz. 2. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1613/89 (PB nr. L 165 van 15. 6. 1989, blz. 8).