|
30.11.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 314/12 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2206 VAN DE COMMISSIE
van 29 november 2017
tot instelling van definitieve antidumpingrechten op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDUREREGELS
1.1. Vorige onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
In juli 2005 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan („handpallettrucks”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (de „VRC” of „China”). De maatregelen hielden een ad-valorem-antidumpingrecht in, dat varieerde van 7,6 % tot 46,7 % („de oorspronkelijke maatregelen”). |
|
(2) |
Na een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, dat ambtshalve was geopend, overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening, heeft de Raad in juli 2008 bij Verordening (EG) nr. 684/2008 (3) het toepassingsgebied van de maatregelen verduidelijkt en bepaalde producten, namelijk hoogheffende pallettrucks, stapelaars, schaarpallettrucks en weegpallettrucks, die vanwege hun kenmerken en specifieke functies en gebruiksdoeleinden duidelijk van handpallettrucks verschillen, van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen uitgesloten. |
|
(3) |
Na een anti-ontwijkingsonderzoek overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening heeft de Raad in juni 2009 het bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht dat voor „alle overige ondernemingen” geldt, bij Verordening (EG) nr. 499/2009 (4) uitgebreid tot handpallettrucks, verzonden vanuit Thailand, al dan niet aangegeven als zijnde van oorsprong uit Thailand. |
|
(4) |
Na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, heeft de Raad in oktober 2011 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 (5) een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks van oorsprong uit de VRC. |
|
(5) |
Na een tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening, heeft de Raad in april 2013 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 (6) Verordening (EU) nr. 1008/2011 gewijzigd en een recht van 70,8 % ingesteld ten aanzien van de gehele invoer in de Unie van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC. |
|
(6) |
Na een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening, heeft de Commissie in september 2014 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 946/2014 (7) Verordening (EU) nr. 1008/2011 gewijzigd en een individueel recht van 54,1 % ingesteld op handpallettrucks van Ningbo Logitrans Handling Equipment Co. |
|
(7) |
Na een anti-ontwijkingsonderzoek overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening, heeft de Commissie in augustus 2016 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 (8) de geldende definitieve antidumpingrechten uitgebreid tot de invoer van enigszins gewijzigde handpallettrucks voorzien van een niet in het chassis (de vorken) geïntegreerd gewichtsindicatiesysteem, van oorsprong uit de VRC. |
|
(8) |
Momenteel is op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China een definitief antidumpingrecht van toepassing bestaande in een ad-valoremrecht dat is vastgesteld op 70,8 %. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(9) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (9), heeft de Commissie een op artikel 11, lid 2, van de basisverordening gebaseerd verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de geldende maatregelen ten aanzien van de VRC ontvangen. |
|
(10) |
Het verzoek werd ingediend door twee producenten in de Unie, Toyota Material Handling Manufacturing Sweden AB en PR Industrial S.r.l. („de indieners van het verzoek”), die meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan vertegenwoordigen. |
|
(11) |
Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en voortzetting van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
|
(12) |
Nadat de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 12 oktober 2016 door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (10) („het bericht van opening”) de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd. |
1.4. Parallel onderzoek naar mogelijke ontwijking
|
(13) |
Op 19 juli 2017 heeft de Commissie, met Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1348 in het Publicatieblad van de Europese Unie (11), een onderzoek geopend naar de mogelijke ontwijking van de geldende antidumpingmaatregelen bij invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Vietnam, overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening. |
1.5. Onderzoek
1.5.1. Belanghebbenden
|
(14) |
In het bericht van opening heeft de Commissie de belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indieners van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, de Chinese autoriteiten alsmede de haar bekende importeurs en gebruikers specifiek in kennis gesteld van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd mee te werken. |
|
(15) |
De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt kenbaar te maken en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen. |
1.6. Referentieland
|
(16) |
In het bericht van opening heeft de Commissie de belanghebbenden ervan op de hoogte gesteld dat zij de intentie had Brazilië te gebruiken als derde land met markteconomie (hierna „referentieland” genoemd) in de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. De belanghebbenden kregen de gelegenheid opmerkingen te maken over deze keuze. Er zijn geen opmerkingen ontvangen. |
|
(17) |
De Commissie heeft contact opgenomen met de Braziliaanse autoriteiten en de twee haar bekende producenten van handpallettrucks in Brazilië in kennis gesteld van de opening en hen uitgenodigd om deel te nemen. Een van de producenten in Brazilië was tot medewerking bereid. Geen enkele andere bekende producent, noch een andere producent in Brazilië, heeft geantwoord. |
|
(18) |
De Commissie heeft tevens alle haar bekende producenten in andere mogelijke referentielanden om medewerking verzocht en heeft contact opgenomen met de relevante autoriteiten in Cambodja, India, Maleisië, Taiwan, Turkije en de VS met het verzoek haar de namen en adressen te verstrekken van verenigingen van producenten en producenten waarvan bekend is dat zij handpallettrucks produceren en verkopen op hun markt. Geen van de landen waarmee contact is opgenomen heeft echter dergelijke informatie verstrekt en geen enkele producent uit deze landen was tot medewerking bereid. |
|
(19) |
Zoals vermeld in de bovenstaande overweging 17 werd alleen medewerking verkregen van Brazilië, waar een van de twee grote producenten in het land tot medewerking bereid werd gevonden. Na nader onderzoek van de beschikbare marktinformatie, wordt Brazilië ook vanwege zijn concurrerende markt beschouwd als een geschikt referentieland. Het bestaan van werkelijke mededinging blijkt uit de aanwezigheid van ten minste twee binnenlandse producenten en de feiten inzake invoer. Brazilië heeft geen geldende antidumpingmaatregelen en ondanks een normaal MFN-invoerrecht van 14 %, werd de Braziliaanse markt beschouwd als openstaand voor invoer, wat blijkt uit algemeen beschikbare invoergegevens van het ITC (12) voor de jaren 2012 tot 2016. Uit het onderzoek bleek niet dat Brazilië geen geschikte keuze zou zijn, gezien de mededinging op de markt ervan. Brazilië werd daarom als een referentieland gekozen. |
1.7. Steekproeven
|
(20) |
In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening. |
1.7.1. Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC
|
(21) |
Gezien het in potentie grote aantal producenten-exporteurs in de VRC, werd in het bericht van opening overwogen een steekproef samen te stellen. |
|
(22) |
Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd producenten-exporteurs in de VRC verzocht zich binnen 15 dagen na de opening van het nieuwe onderzoek te melden en de Commissie de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken. Geen van de producenten-exporteurs heeft zich echter gemeld. Er hoefde derhalve geen steekproef te worden samengesteld. |
1.7.2. Steekproef van importeurs
|
(23) |
Wegens het kennelijk grote aantal niet-verbonden importeurs werd in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening besloten na te gaan of een steekproef moest worden gebruikt. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd bovengenoemde partijen verzocht zich binnen 15 dagen na de opening van het nieuwe onderzoek bij haar kenbaar te maken en haar de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken. Geen van de niet-verbonden importeurs meldde zich echter aan om aan het onderzoek mee te werken. Er hoefde derhalve geen steekproef te worden samengesteld. |
1.7.3. Steekproef van producenten in de Unie
|
(24) |
In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek zijn er zes producenten van handpallettrucks in de Unie. Vijf producenten in de Unie hebben zich gemeld in het kader van de permanente procedure. Ten tijde van de opening was nog één extra producent in de Unie bekend. Deze zes producenten in de Unie vertegenwoordigen de totale productie in de Unie. De Commissie was voornemens om een onderzoek in te stellen naar alle zes producenten en er werd geen steekproef samengesteld. De Commissie heeft alle belanghebbenden daarvan in kennis gesteld en hen verzocht opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen binnen deze termijn. |
1.8. Vragenlijsten
|
(25) |
Er zijn vragenlijsten gezonden aan de haar bekende producenten in de Unie en twee producenten van handpallettrucks in Brazilië. De Commissie ontving ingevulde vragenlijsten van vijf producenten in de Unie en één producent van handpallettrucks in Brazilië. |
|
(26) |
Geen van de gebruikers heeft de Commissie informatie verstrekt en er hebben zich in de loop van het onderzoek ook geen gebruikers gemeld. |
1.9. Controlebezoeken
|
(27) |
De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting van dumping en daaruit voortvloeiende schade waarschijnlijk was en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening werden controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:
|
1.10. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
|
(28) |
Het onderzoek naar dumping en schade had betrekking op de periode van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2016 („het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of „TNO”). Het onderzoek naar voor de schadebeoordeling relevante ontwikkelingen betrof de periode 1 januari 2013 tot het eind van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”). |
2. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(29) |
Het onderzochte product waarop dit onderzoek betrekking heeft, betreft handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427900011, 8427900013 en 8427900019) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431200011, 8431200013 en 8431200019), van oorsprong uit de Volksrepubliek China. De antidumpingmaatregelen ten aanzien van dit product zijn uitgebreid tot hetzelfde product maar dat bij invoer wordt aangeboden met een zogenaamd „gewichtindicatiesysteem” bestaande uit een niet in het chassis geïntegreerd wegingsmechanisme, dat wil zeggen een niet in de vorken geïntegreerd wegingsmechanisme, momenteel ingedeeld onder de Taric-codes 8427900030 en 8431200050 („het onderzochte product”). De bovengenoemde productomschrijving werd bijgewerkt in overeenstemming met de rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 van 8 augustus 2016 (13). |
|
(30) |
Bij het nieuwe onderzoek werd net als bij het oorspronkelijke onderzoek vastgesteld dat het onderzochte product en de producten die op de binnenlandse markt van de VRC worden vervaardigd en verkocht, de producten die op de markt van het referentieland worden vervaardigd en verkocht, alsook de door de producenten in de Unie vervaardigde en in de Unie verkochte producten dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt; zij worden derhalve als soortgelijk product in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening beschouwd. |
3. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING
3.1. Opmerkingen vooraf
|
(31) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of er sprake was van dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, en of het vervallen van de bestaande maatregelen waarschijnlijk tot voortzetting of herhaling van dumping zou leiden. |
|
(32) |
Zoals vermeld in overweging 22 werkten er geen Chinese producenten-exporteurs aan het onderzoek mee. Derhalve heeft de Commissie de Chinese autoriteiten ervan in kennis gesteld dat overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening beschikbare gegevens kunnen worden gebruikt met betrekking tot de Chinese exporteur-importeur om vast te stellen of er op dit moment sprake is van dumping, en of de voortzetting of herhaling van dumping waarschijnlijk is. De Commissie heeft van de Chinese autoriteiten in dit verband geen opmerkingen ontvangen noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(33) |
Overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening zijn op basis daarvan de hieronder uiteengezette bevindingen met betrekking tot het bestaan van dumping en de waarschijnlijkheid van de voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, in het bijzonder:
|
3.2. Dumping
3.2.1. Producenten-exporteurs aan wie in het oorspronkelijke onderzoek een behandeling als marktgerichte onderneming werd toegekend
3.2.1.1.
|
(34) |
Eén producent-exporteur werd een behandeling als marktgerichte onderneming („BMO”) toegekend in het onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening als genoemd in overweging 7. Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening werd de normale waarde voor deze producent-exporteurs vanwege zijn niet-medewerking derhalve gebaseerd op beschikbare gegevens. |
|
(35) |
De normale waarde werd vastgesteld op basis van de prijzen bij uitvoer naar een geschikt derde land, teruggebracht naar het niveau af fabriek in de VRC. In dit geval werden gegevens over de invoer van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC in de VS (14) gebruikt. In 2016 werden ongeveer 424 000 handpallettrucks van oorsprong uit de VRC ingevoerd in de VS met een waarde van ongeveer 76,115 miljoen USD. Na toepassing van de gemiddelde wisselkoers voor de euro voor datzelfde jaar, en vermindering met hetzelfde niveau van de correcties voor vervoer over zee (5,5 %), de verzekering voor vervoer over zee (0,05 %) en binnenlands goederenvervoer (1,67 %) zoals gebruikt bij de bevindingen van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek als vermeld in overweging 5, werd de prijs af fabriek berekend. |
|
(36) |
Gezien het ontbreken van andere beschikbare informatie vanwege het gebrek aan medewerking werd dit in het kader van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen beschouwd als de meest redelijke methode. |
3.2.1.2.
|
(37) |
De uitvoerprijs voor deze producent-exporteur werd gebaseerd op de invoer door die producent-exporteur in de Unie van het onderzochte product tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek, zoals vermeld in de databank van artikel 14, lid 6. |
3.2.1.3.
|
(38) |
De Commissie vergeleek de normale waarde en de aldus vastgestelde uitvoerprijs af fabriek. Met het oog op een billijke vergelijking is overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de uitvoerprijs en de normale waarde een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Er werden correcties voor vervoer over zee, op- en overslag en binnenlands goederenvervoer toegepast op basis van informatie die gebruikt was bij de bevindingen van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek als bedoeld in overweging 5 overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. |
3.2.1.4.
|
(39) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie de gewogen gemiddelde normale waarde vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs, vastgesteld zoals hierboven vermeld. |
|
(40) |
Op grond hiervan was de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 5,7 % voor Ningbo Logitrans Handling Equipment Co. |
3.2.2. Producenten-exporteurs aan wie in het oorspronkelijke onderzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming werd toegekend
3.2.2.1.
|
(41) |
Voor de producenten-exporteurs aan wie in het oorspronkelijke onderzoek geen BMO werd toegekend, moet de normale waarde worden vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening, dat wil zeggen aan de hand van de prijs of de berekende waarde in een passend derde land met markteconomie (het „referentieland”). |
|
(42) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 16 tot en met 18 werd Brazilië gekozen als referentieland en verleende één producent in Brazilië medewerking aan het onderzoek. In dit verband werd de normale waarde vastgesteld op basis van de prijzen af fabriek voor de winstgevende verkoop van handpallettrucks in het referentieland, goed voor meer dan 20 % van de totale verkoop, en in alle andere gevallen berekend overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. |
3.2.2.2.
|
(43) |
Vanwege de niet-medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werden de uitvoerprijzen vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, gebaseerd op de overeenkomstig de databank van artikel 14, lid 6, voor de invoer in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. In het bijzonder werden invoerprijzen als vermeld in overweging 70 gebruikt voor de berekening van de uitvoerprijs in het TNO door deze invoerprijzen te verminderen met hetzelfde niveau van correcties voor vervoer over zee, op- en overslag en binnenlands goederenvervoer als gebruikt bij de bevindingen van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek als vermeld in overweging 5. |
3.2.2.3.
|
(44) |
De Commissie vergeleek de normale waarde en de aldus vastgestelde uitvoerprijs af fabriek. Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Er werden correcties voor vervoer over zee, op- en overslag en binnenlands goederenvervoer toegepast op basis van informatie die gebruikt was bij de bevindingen van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek als bedoeld in overweging 5 overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. |
3.2.2.4.
|
(45) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie de gewogen gemiddelde normale waarde vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs, vastgesteld zoals hierboven vermeld. |
|
(46) |
Op basis hiervan was de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de kosten, verzekering en vracht („cif”), grens Unie, vóór inklaring, 29,2 % voor alle producenten in de VRC waaraan geen behandeling als marktgerichte onderneming was toegekend tijdens het oorspronkelijke onderzoek. |
3.2.3. Ontwikkeling van de invoer indien de maatregelen worden ingetrokken
|
(47) |
Na te hebben vastgesteld dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, heeft de Commissie onderzocht of het waarschijnlijk was dat de dumping zou worden voortgezet indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC, het Chinese uitvoergedrag in andere derde landen en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
|
(48) |
Gezien de niet-medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werden de hieronder uiteengezette bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van de herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, namelijk de in overweging 22 vermelde bronnen. |
3.2.4. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in China
|
(49) |
Wat betreft de productie en de productiecapaciteit in de VRC werd de analyse bij gebrek aan andere informatiebronnen gemaakt op basis van gegevens die werden ingediend tijdens het onderzoek door de indieners van het verzoek voor de 22 grootste Chinese producenten. |
|
(50) |
Op basis hiervan werd de productiecapaciteit in de VRC geschat op minimaal 2,5 miljoen stuks per jaar, de werkelijke productie op ongeveer 2,0 miljoen stuks per jaar, en als gevolg daarvan werd de Chinese reservecapaciteit geschat op ten minste een half miljoen stuks per jaar. Dit is echter een voorzichtige schatting, aangezien er volgens de indieners van het verzoek voor zover bekend nog eens 34 Chinese ondernemingen bestaan die in de VRC op kleinere schaal handpallettrucks vervaardigen. |
|
(51) |
Deze geschatte reservecapaciteit komt overeen met ongeveer 100 % van het gemiddelde totale jaarlijkse verbruik van de markt van de Unie van 2014 tot 2016. Daar bewijs dat op het tegendeel wijst, ontbreekt, heeft de Commissie deze schatting als redelijk aanvaard. |
3.2.5. Het Chinese uitvoergedrag in andere derde landen
|
(52) |
Met betrekking tot de Chinese uitvoer naar andere derde landen zijn er geen statistieken beschikbaar over het onderzochte product op zichzelf beschouwd. De betrokken goederencodes van de Chinese uitvoerstatistieken bevatten ook andere producten, zoals „trucks met hef- of hanteerinrichtingen, zonder voortbewegingsmechanisme”, die een hogere eenheidsprijs hebben dan handpallettrucks, waardoor de gemiddelde uitvoerprijs toeneemt. |
|
(53) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek worden geen gegevens verstrekt. Als maatstaf voor een ruwe indicatie van de ontwikkeling van de uitgevoerde hoeveelheden zouden de Chinese uitvoerstatistieken kunnen worden gebruikt (15), maar met de hierboven in overweging 52 benadrukte beperkingen. Op deze basis werd vastgesteld dat de uitvoer van 2014 tot 2016 aanzienlijk en relatief stabiel bleef. |
|
(54) |
Volgens de Chinese databank van uitvoerstatistieken bedroeg de gemiddelde verkoopprijs in de EU in het TNO 221 EUR/stuk, terwijl die op de markten van andere derde landen slechts 162 EUR/stuk bedroeg. Om dezelfde redenen als hierboven beschreven in overweging 52, moet eraan herinnerd worden dat het prijsniveau van het onderzochte product in andere derde landen zelfs nog lager is. |
|
(55) |
Met betrekking tot het binnenlandse verbruik in de VRC werd in het verzoek aangegeven dat die ruim een half miljoen stuks per jaar bedraagt. Gezien het gebrek aan medewerking en aan andere gegevens, zijn er echter geen verdere aanwijzingen over de mogelijkheid voor de VRC om in de toekomst reservecapaciteit te absorberen. Niettemin is de verwachting dat de markt van de Unie het onderzochte product zou aantrekken, zoals hieronder wordt besproken in de overwegingen 56 en 57. |
3.2.6. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(56) |
De markt van de Unie is altijd al aantrekkelijk geweest voor Chinese exporteurs-producenten van handpallettrucks. Dit blijkt uit hun permanente aanwezigheid sinds het oorspronkelijke onderzoek, en uit de inspanningen die werden verricht om de in het verleden geldende maatregelen te ontwijken via Thailand zoals vermeld in overweging 3 en door middel van een lichte wijziging van het product als vermeld in overweging 7. |
|
(57) |
Daarnaast wordt de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie bevestigd door het feit dat de Chinese producenten-exporteurs op de markt van de Unie hogere prijzen kunnen realiseren in vergelijking tot de gemiddelde prijzen die zij realiseren op de markten van andere derde landen, zoals vermeld in overweging 54. |
3.3. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
|
(58) |
De Commissie was op basis van het bovenstaande van mening dat als de maatregelen zouden worden ingetrokken, het zeer waarschijnlijk is dat de dumping wordt voortgezet. Op basis van de tijdens het TNO vastgestelde dumpingmarges voor invoer in de markt van de Unie, is het namelijk waarschijnlijk dat de invoer uit de VRC nog steeds tegen dumpingprijzen zou plaatsvinden. Bovendien is het gelet op de aanzienlijke productie- en reservecapaciteit in de VRC — al zijn er geen indicaties over de absorptiecapaciteit- en gezien de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie waarschijnlijk dat deze invoer op de markt van de Unie wordt voortgezet in grote hoeveelheden die waarschijnlijk alleen maar meer zullen toenemen indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DE SCHADE
4.1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(59) |
Het soortgelijke product werd in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vervaardigd door zes producenten in de Unie. Zij vormen de „bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(60) |
Slechts vijf van de producenten in de Unie hebben de vragenlijst beantwoord. De zesde producent in de Unie was tot medewerking bereid, maar beantwoordde de vragenlijst niet. Deze is goed voor 2 % van de totale productie in de Unie. Bijgevolg kon de Commissie haar bevindingen baseren op vijf producenten die goed zijn voor 98 % van de totale productie in de Unie, alsook op de schatting voor de zesde producent op basis van de informatie die tijdens de permanente procedure werd verstrekt. |
4.2. Verbruik in de Unie
|
(61) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op grond van het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en van invoergegevens van Eurostat. |
|
(62) |
De totale verkoop van de bedrijfstak van de Unie werd verkregen op basis van de antwoorden op de vragenlijst van de vijf producenten in de Unie en een schatting voor de zesde onderneming, op basis van haar marktaandeel. |
|
(63) |
Het aldus berekende verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt: Tabel 1 Verbruik in de Unie
|
||||||||||||||||||||
|
(64) |
Van 2013 tot en met het TNO is het verbruik in de Unie met 46 % toegenomen. Het verbruik nam af van 2014 tot en met 2015, maar steeg vervolgens weer tot niveaus die vergelijkbaar zijn met die in 2014 in het TNO. |
4.3. Invoer uit het betrokken land
|
(65) |
Bij gebrek aan medewerking van Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie gebruikgemaakt van de beschikbare statistieken van Eurostat om het volume en de prijzen van de invoer uit de VRC naar de Unie tijdens de beoordelingsperiode vast te stellen. |
4.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land
|
(66) |
De invoer in de Unie vanuit het betrokken land en het marktaandeel ontwikkelden zich als volgt: Tabel 2 Invoervolume en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(67) |
In de beoordelingsperiode is de invoer uit de VRC met 64 % gedaald. Deze daling vond vooral plaats tussen 2013 en 2015, terwijl de invoer tijdens het TNO op hetzelfde niveau lag als in 2015. |
|
(68) |
Deze daling moet worden gezien in het licht van de verhoging van het antidumpingrecht (van 46,7 % naar 70,8 %) die in 2013 plaatsvond na het tussentijdse nieuwe onderzoek als vermeld in overweging 5. |
|
(69) |
Tijdens de beoordelingsperiode is het Chinese marktaandeel afgenomen van 66 % tot 16 %, een totale daling van 50 procentpunten (of 75 %). |
4.3.2. Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsonderbieding
|
(70) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit het betrokken land heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoerprijzen
|
||||||||||||||||||||
|
(71) |
De prijzen van de invoer uit de VRC bleven in de beoordelingsperiode voortdurend stijgen en in totaal met 32 % van 2013 tot en met het TNO. |
|
(72) |
Bij gebrek aan medewerking van de bij dit onderzoek betrokken Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:
|
|
(73) |
Op basis hiervan onderboden de Chinese invoerprijzen in het TNO de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 1,9 % (of 41 %, de Chinese invoerprijzen zonder antidumpingrechten in aanmerking genomen). |
4.4. Invoer uit derde landen
|
(74) |
De omvang van de invoer in de Unie uit andere derde landen dan het betrokken land is weergegeven in de tabel hieronder. De ontwikkeling van de hoeveelheden en de prijzen is gebaseerd op statistieken van Eurostat. Op basis hiervan ontwikkelde de invoer in de Unie uit derde landen zich als volgt: Tabel 4 Invoervolumes, marktaandelen en prijzen van derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(75) |
De ingevoerde hoeveelheden uit de markten van derde landen namen tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk toe (van 16 643 in 2013 tot 258 217 stuks in het TNO). Tijdens het TNO bereikte hun gecombineerde marktaandeel 49 %. Deze verhoging moet worden gezien in het licht van het verlies van marktaandeel van de invoer uit de VRC (– 75 %), zoals besproken in overweging 69. |
|
(76) |
De gemiddelde prijs van invoer uit derde landen nam tussen 2013 en het eind van het TNO toe met 13 %. |
|
(77) |
Van deze invoer namen hoeveelheden uit Maleisië in de beoordelingsperiode sterk toe en steeg het marktaandeel daarvan van 1 % in 2013 tot 34 % in het TNO. De prijzen bij invoer uit Maleisië stegen met 27 % tijdens de beoordelingsperiode. In het TNO lagen zij gemiddeld 3 % lager dan de Chinese prijzen (zonder antidumpingrechten) en 13 % lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(78) |
Evenzo namen de ingevoerde hoeveelheden uit Vietnam aanmerkelijk toe en steeg het marktaandeel daarvan van 2 % tot 11 % van 2013 tot en met het TNO. De prijzen bij invoer uit Vietnam stegen met 21 % tijdens de beoordelingsperiode. In het TNO lagen zij gemiddeld 12 % lager dan de Chinese prijzen (zonder antidumpingrechten) en 22 % lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
5. ECONOMISCHE SITUATIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
5.1. Algemene opmerkingen
|
(79) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(80) |
Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit de antwoorden op de vragenlijst en een schatting voor de zesde producent gemaakt op basis van de informatie die in het kader van de beoordeling van de representativiteit is verstrekt. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens in de antwoorden op de vragenlijst van de vijf producenten in de Unie die een antwoord hebben gegeven. |
|
(81) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(82) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, gemiddelde kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
5.2. Macro-economische indicatoren
5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(83) |
De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 5 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(84) |
Tussen 2013 en het eind van het TNO is de productie van de bedrijfstak van de Unie gestaag toegenomen, en met 68 % tijdens de gehele beoordelingsperiode, terwijl de productiecapaciteit relatief stabiel bleef, met een stijging van slechts 3 % in dezelfde periode. Als gevolg daarvan is de bezettingsgraad met 64 % gestegen. Ondanks deze toename bleef de bezettingsgraad laag met slechts 54 % in het TNO. |
5.2.2. Verkoopvolume en marktaandeel
|
(85) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Verkoopvolume en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(86) |
Tijdens de beoordelingsperiode is het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie voortdurend en aanmerkelijk gestegen, in totaal met 72 %. |
|
(87) |
Het marktaandeel daalde van 2013 tot en met 2014 met 9 %, aangezien het verkoopvolume minder snel steeg (36 %) dan het verbruik (49 %). Het jaar daarna bleef het verkoopvolume stijgen met 12 %, terwijl het verbruik met 21 % daalde. Als gevolg daarvan steeg het marktaandeel met 42 %. Ten slotte daalde het marktaandeel tussen 2015 en het einde van het TNO met 8 %. |
5.2.3. Groei
|
(88) |
Van 2013 tot en met het TNO vond de stijging van de verkoophoeveelheden (72 %) plaats in een context van toenemend verbruik (34 %), zoals opgemerkt in overweging 64. Bovendien namen de ingevoerde hoeveelheden uit andere derde landen (met uitzondering van de VRC) in die periode ook toe met 34 %, zoals vermeld in overweging 75, terwijl de ingevoerde hoeveelheden uit de VRC daalden met 64 % (zie overweging 67). Als gevolg daarvan steeg het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 30 % in 2013 tot 35 % in het TNO (5 procentpunten meer). |
5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(89) |
De werkgelegenheid en de productiviteit ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 7 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(90) |
Het aantal werknemers van de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 30 % toe. Aangezien de productie in dezelfde periode nog sneller steeg (d.w.z. met 68 %), nam de productiviteit, die het gemiddelde aantal stuks per werknemer weerspiegelt, toe met 29 %. |
5.2.5. Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
|
(91) |
Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC werden voor het eerst opgelegd in 2005. De omvang van deze maatregelen steeg in 2013 na een tussentijds nieuw onderzoek. |
|
(92) |
Tijdens het TNO, zoals vastgesteld in de overwegingen 40 en 46 lagen de vastgestelde dumpingmarges boven het minimale niveau. Tijdens de beoordelingsperiode nam het volume van de invoer uit de VRC af met 34 %, wat zich ook vertaalde in een daling van het Chinese marktaandeel van 66 % in 2013 tot 16 % in het TNO. Zoals beschreven in overweging 73 onderboden de Chinese invoerprijzen de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie in het TNO met 1,9 %. De geldende antidumpingmaatregelen kunnen derhalve als effectief worden beschouwd. De bedrijfstak van de Unie wist in de beoordelingsperiode zijn verkoophoeveelheden en marktaandeel aanzienlijk te vergroten met positieve gevolgen voor zijn financiële situatie en was derhalve in staat om te herstellen van de gevolgen van eerdere schade veroorzakende dumping. |
5.3. Micro-economische indicatoren
5.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
|
(93) |
De gemiddelde prijzen per eenheid van de vijf producenten in de Unie bij verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Gemiddelde verkoopprijzen en kosten per eenheid
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(94) |
De gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de bedrijfstak van de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode in totaal met 9 % gedaald. Terzelfder tijd daalden de productiekosten per eenheid van de bedrijfstak van de Unie met 18 %. De belangrijkste motor voor deze afname was de daling van de grondstofprijzen (namelijk staal). |
5.3.2. Loonkosten
|
(95) |
De gemiddelde loonkosten van de vijf producenten in de Unie die de vragenlijst hadden ingevuld lieten in de beoordelingsperiode de volgende ontwikkeling zien: Tabel 9 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||
|
(96) |
De gemiddelde loonkosten per werknemer van de producent in de Unie zijn van 2013 tot en met het TNO licht afgenomen met 3 %. Ze namen eerst toe in 2013 en 2014, maar daalden vervolgens voortdurend om in het TNO uit te komen op een lager niveau dan in 2013. |
5.3.3. Voorraden
|
(97) |
De voorraden van de vijf producenten in de Unie die de vragenlijst hebben ingevuld lieten in de beoordelingsperiode de volgende ontwikkeling zien: Tabel 10 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(98) |
De eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie stegen van 2013 tot en met 2014 met 60 % en daalden vervolgens met 59 % van 2014 tot en met 2015. Van 2015 tot en met het TNO stegen de voorraden weer met 34 %. Tijdens de beoordelingsperiode stegen de eindvoorraden in totaal met 35 %. |
|
(99) |
Echter, wanneer wordt gekeken naar de eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie, was er in de loop van de beoordelingsperiode sprake van een daling van 20 %. |
5.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(100) |
De winstgevendheid, kasstroom, investeringen en het rendement van investeringen van de vijf producenten in de Unie die de vragenlijst hadden ingevuld lieten in de beoordelingsperiode de volgende ontwikkeling zien: Tabel 11 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(101) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de vijf producenten in de Unie die de vragenlijst hadden ingevuld, vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. De winstgevendheid verbeterde van – 5,7 % in 2013 tot + 4,6 % in het TNO. De bedrijfstak van de Unie was gedurende de beoordelingsperiode verliesgevend, met uitzondering van het TNO. |
|
(102) |
De kasstroom, d.w.z. het vermogen van de producenten in de Unie hun activiteiten zelf te financieren, liet tijdens de beoordelingsperiode een tweeledige stijging zien. |
|
(103) |
De investeringen stegen met 21 % tijdens de beoordelingsperiode en met name in 2014, toen deze 201 % hoger waren dan in het voorgaande jaar. Dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt door de verwerving van een zakelijke eenheid, die deels handpallettrucks vervaardigt, door een van de producenten in de Unie. |
|
(104) |
Het rendement van de investeringen is de winst in procenten van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het verbeterde van – 96 % in 2013 tot + 68 % in het TNO. In totaal komt de stijging van het rendement van investeringen (+ 170 %) in redelijke mate overeen met de stijging van de winstgevendheid (181 %) tijdens de beoordelingsperiode. |
5.4. Conclusie inzake schade
|
(105) |
Als gevolg van de ingestelde antidumpingrechten, en met name sinds de verhoging ervan tot 70,8 % in 2013 naar aanleiding van het tussentijdse nieuwe onderzoek als vermeld in overweging 5, kon de bedrijfstak van de Unie beginnen te herstellen van de gevolgen van eerdere schade veroorzakende dumping. |
|
(106) |
Tijdens de beoordelingsperiode lieten vrijwel alle indicatoren, namelijk productiehoeveelheden, bezettingsgraad, verkoophoeveelheden, werkgelegenheid, productiviteit, voorraden, investeringen en rendement van investeringen en ten slotte de winstgevendheid zichtbare verbeteringen zien. De productiekosten per eenheid daalden, gedeeltelijk dankzij de lagere grondstofprijzen en de stijging van het productievolume. |
|
(107) |
Niettemin begon de bedrijfstak van de Unie zich pas onlangs van eerdere dumping te herstellen en dit herstel is nog steeds zwak. Dit blijkt uit het feit dat de bedrijfstak van de Unie er pas aan het einde van de beoordelingsperiode in slaagde om winst te boeken, dus tijdens het TNO. Evenzo wist de bedrijfstak van de Unie, in een context van een sterke stijging van het verbruik (+ 46 %), zijn marktaandeel met slechts 5 procentpunten te verhogen. |
|
(108) |
Het komt erop neer dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode geen aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. Zoals hierboven vermeld, is de situatie van de bedrijfstak van de Unie echter nog steeds kwetsbaar, aangezien het herstel nog recent is. |
6. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
6.1. Opmerking vooraf
|
(109) |
Het onderzoek heeft aangetoond dat de Chinese invoer in het TNO tegen dumpingprijzen heeft plaatsgevonden en dat het waarschijnlijk is dat de dumping wordt voortgezet indien de maatregelen komen te vervallen. |
|
(110) |
In het licht van de bevinding dat de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO geen aanmerkelijke schade heeft geleden, werd onderzocht of aanmerkelijke schade zich zou herhalen mochten de maatregelen komen te vervallen. Voor deze analyse heeft de Commissie rekening gehouden met de bevindingen als beschreven in de overwegingen 49 tot en met 57, te weten:
|
|
(111) |
Bovendien heeft de Commissie het mogelijke effect van Chinese invoer op de bedrijfstak van de Unie beoordeeld, mochten deze hoeveelheden opnieuw stijgen tot een aanzienlijk niveau. |
6.2. Mogelijke prijsniveaus van de Chinese invoer naar de markt van de Unie
|
(112) |
De Commissie heeft de prijs van Chinese invoer zonder antidumpingrechten die in het TNO van toepassing was, gebruikt voor de beoordeling van het waarschijnlijke prijsniveau van Chinese invoer in de markt van de Unie, mochten de maatregelen worden ingetrokken. Op grond hiervan zouden de Chinese prijzen de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbieden met gemiddeld ongeveer 41 %, zoals opgemerkt in overweging 73. |
|
(113) |
Met deze druk op de prijzen in grote hoeveelheden, zal de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk onmiddellijk verslechteren, met het risico dat er zelfs weer verliezen ontstaan. De bedrijfstak van de Unie zal er in feite toe gedwongen worden zijn prijzen te verlagen, met een rechtstreeks negatief effect op de winstgevendheid. Als alternatief zou kunnen worden besloten om de prijsniveaus ongewijzigd te laten bij wijze van poging om de winstgevendheid te handhaven. Zoals te merken was in het verleden, zou dit echter een negatief effect hebben op het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie ten gunste van de Chinese exporteurs. Tevens zou het aandeel van de vaste kosten per stuk bij lagere verkoopvolumes toenemen, met name gezien het feit dat het hier een kapitaalintensieve bedrijfstak betreft. Op zijn beurt zou dit ook negatieve gevolgen hebben voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie. Om die reden kan het handhaven van de verkoopprijzen in de markt van de Unie op vergelijkbare niveaus als in het TNO niet als een levensvatbare strategie worden beschouwd, aangezien dit op de lange termijn niet houdbaar zou zijn. |
|
(114) |
Bovendien zou het bovenstaande scenario blijven opgaan, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met een toenemend verbruik. Gezien de enorme in de VRC beschikbare reservecapaciteit die waarschijnlijk naar de markt van de Unie wordt uitgevoerd tegen prijzen die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met ongeveer 41 % onderbieden, zou de bedrijfstak van de Unie immers niet bestand zijn tegen de verwachte aanzienlijke stijging van de invoer uit de VRC, die niet alleen het huidige marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie zou overnemen, maar waarschijnlijk ook voor het toegenomen verbruik zou tekenen. In dit verband wordt eraan herinnerd dat het marktaandeel van de invoer uit de VRC in het TNO van het eerste nieuwe onderzoek bij het vervallen van maatregelen maar liefst 83 % was. |
|
(115) |
Ten slotte kwam de prijsbederfmarge op basis van Chinese invoerprijzen zonder rechten uit op ongeveer 75 % in het TNO, op basis waarvan ook een redelijke schatting kan worden gemaakt van mogelijke prijsbederfmarges indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
6.3. Gevolgen van de invoer uit andere derde landen
|
(116) |
Zoals beschreven in overweging 77, nam de invoer uit Maleisië in een markt met een stijgend verbruik een groot deel van het Chinese marktaandeel over tijdens de beoordelingsperiode. Dus, terwijl Maleisië 33 procentpunten aan marktaandeel won, verloor de VRC 50 procentpunten. Tegelijkertijd won de bedrijfstak van de Unie slechts 5 procentpunten. |
|
(117) |
Indien de maatregelen komen te vervallen, zouden de Chinese invoerprijzen waarschijnlijk de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk onderbieden, zoals vermeld in overweging 112. Tijdens de beoordelingsperiode waren de Chinese invoerprijzen (zonder antidumpingrechten) ook consequent lager dan de prijzen bij invoer uit Maleisië tijdens dezelfde periode, behalve in het TNO, toen ze 3 % hoger waren. |
|
(118) |
Het is waarschijnlijk dat Chinese producenten-exporteurs in staat zijn om hun prijzen nog verder te verlagen om marktaandeel terug te winnen. Een sterke aanwijzing daarvoor is het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar andere derde landen die zijn opgenomen in de Chinese databank van uitvoer zoals beschreven in overweging 54 (16). |
|
(119) |
Op grond hiervan kan worden verwacht dat de laaggeprijsde Chinese invoer waarschijnlijk van invloed is op zowel de verkochte hoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie als de ingevoerde hoeveelheden uit Maleisië. Aangezien de prijzen van de bedrijfstak van de Unie gemiddeld hoger waren dan de prijzen bij invoer uit Maleisië, valt ook te verwachten dat de invoer uit de VRC waarschijnlijk grotere negatieve gevolgen voor de verkoop van de bedrijfstak van de Unie zal hebben dan voor de invoer uit Maleisië, aangezien afnemers van de bedrijfstak van de Unie een veel grotere stimulans om terug te vallen op Chinese leveranciers zullen hebben dan de afnemers van de Maleisische leveranciers. |
|
(120) |
Op grond hiervan is het waarschijnlijk dat invoer uit de VRC die (opnieuw) tegen lage prijzen op de markt van de Unie komt voornamelijk ten koste van de bedrijfstak van de Unie marktaandeel zal kunnen herwinnen. |
|
(121) |
De invoer uit Vietnam, waarvan het marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode met 9 procentpunten steeg, wordt momenteel onderworpen aan een anti-ontwijkingsonderzoek zoals vermeld in overweging 7 dat werd geopend met als reden dat deze invoer van oorsprong uit de VRC zou zijn. |
|
(122) |
In elk geval was de prijs van de invoer uit Vietnam zoals vermeld in overweging 78 lager dan de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie gedurende de gehele beoordelingsperiode. Zoals hierboven beschreven wordt derhalve geoordeeld dat afnemers van de bedrijfstak van de Unie meer gestimuleerd zullen worden om te kiezen voor laaggeprijsde invoer uit de VRC dan afnemers van de Vietnamese leveranciers. Laatstgenoemden verkochten handpallettrucks op de markt van de Unie die al onder de Chinese invoerprijzen lagen, behalve voor 2014. Op grond hiervan kan worden verwacht dat de invoer uit de VRC waarschijnlijk een groter negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zal hebben dan op de invoer uit Vietnam. |
6.4. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van herhaling van schade
|
(123) |
Het komt erop neer dat uit het onderzoek is gebleken dat invoer uit de VRC in het TNO plaatsvond tegen dumpingprijzen. Bovendien heeft de Commissie vastgesteld dat er een aanzienlijke productie- en reservecapaciteit bestaat in de VRC, geoordeeld dat de Chinese producenten-exporteurs op de markten van derde landen tegen lagere prijzen verkopen dan op de markt van de Unie, rekening gehouden met de continue aanwezigheid van Chinese producenten-exporteurs op de markt van de Unie en nota genomen van de inspanningen die zijn verricht om de geldende maatregelen te ontwijken. Bovendien was de Commissie van mening dat de waarschijnlijke prijs van de invoer uit de VRC de prijzen van de Unie aanzienlijk zou onderbieden en prijsbederf zou veroorzaken indien de maatregelen worden ingetrokken. Ten slotte heeft de Commissie geoordeeld dat het effect van de invoer uit andere derde landen minder groot zou zijn dan het effect van de invoer uit de VRC op de bedrijfstak van de Unie, indien de maatregelen worden ingetrokken. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot herhaling van de schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
7. BELANG VAN DE UNIE
|
(124) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de handhaving van de huidige antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC naar aanleiding van de bevindingen van het huidige nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen niet in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers. Alle belanghebbenden werden overeenkomstig artikel 21, lid 2, van de basisverordening in de gelegenheid gesteld hun standpunt uiteen te zetten. |
7.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(125) |
De Commissie heeft vastgesteld dat de bedrijfstak van de Unie zich in het TNO van eerdere dumping begon te herstellen. Als de maatregelen ten aanzien van China worden ingetrokken, is het echter waarschijnlijk dat de schade zich herhaalt, omdat de bedrijfstak van de Unie zou worden blootgesteld aan invoer met dumping uit de VRC, die waarschijnlijk omvangrijk zou zijn en een aanzienlijke prijsdruk zou uitoefenen. |
|
(126) |
Als gevolg daarvan zou de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk verslechteren, wat zich zou vertalen in een aanzienlijke daling van het verkoopvolume en van het marktaandeel en waarschijnlijk zou leiden tot verliezen. |
|
(127) |
Daarentegen zou de handhaving van de maatregelen de bedrijfstak van de Unie in staat stellen zijn onlangs tot stand gebrachte positieve economische situatie te versterken. |
7.2. Belang van de niet-verbonden importeurs en gebruikers
|
(128) |
De Commissie heeft tijdens de aanvangsfase contact opgenomen met twaalf haar bekende importeurs en negen haar bekende gebruikers. Geen van de importeurs heeft het steekproefformulier ingevuld of opmerkingen ingediend. Evenzo heeft geen van de gebruikers zich gemeld of opmerkingen ingediend. |
|
(129) |
Er zij aan herinnerd dat bij het onderzoek dat leidde tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen in 2005 en in het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen dat leidde tot de verlenging van deze maatregelen in 2011 vastgesteld werd dat het effect van de maatregelen geen ernstige gevolgen zou hebben voor de importeurs/gebruikers in de Unie. |
|
(130) |
Bij gebrek aan nieuw bewijsmateriaal waaruit een andere conclusie blijkt, heeft de Commissie derhalve geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen geen significante gevolgen voor de importeurs of gebruikers in de Unie zal hebben. |
7.3. Conclusie inzake het belang van de Unie
|
(131) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er met betrekking tot het belang van de Unie geen dwingende redenen waren die tegen voortzetting van de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC zouden spreken. |
8. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(132) |
Alle belanghebbenden werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan werd beoogd de geldende antidumpingmaatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ingediend waarin de hierboven vermelde bevindingen werden betwist. |
|
(133) |
Uit het voorgaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, moeten worden gehandhaafd. |
|
(134) |
Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Hierbij wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427900011, 8427900013 en 8427900019) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431200011, 8431200013 en 8431200019), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot hetzelfde product maar bij invoer aangeboden met een zogenaamd „gewichtindicatiesysteem” bestaande uit een niet in het chassis geïntegreerd wegingsmechanisme, dat wil zeggen een niet in de vorken geïntegreerd wegingsmechanisme, momenteel ingedeeld onder de Taric-codes 8427900030 en 8431200050. In deze verordening worden onder handpallettrucks verstaan toestellen met een door wielen ondersteunde hefvork die gebruikt worden om pallets te verplaatsen en die door een persoon te voet met behulp van een beweegbare dissel manueel geduwd, getrokken en gestuurd worden op een glad, vlak en hard oppervlak. De handpallettrucks zijn uitsluitend bestemd om ladingen met behulp van de als pomp gebruikte dissel hoog genoeg op te heffen om ze te kunnen verplaatsen. Zij hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals: i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks); ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars); iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks), of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).
2. De definitieve antidumpingrechten, die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven producten, geproduceerd door onderstaande ondernemingen, zijn als volgt:
|
Onderneming |
Recht (%) |
Aanvullende Taric-code |
|
Zhejiang Noblelift Equipment Joint Stock Co. Ltd, 58, Jing Yi Road, Economic Development Zone, Changxing, provincie Zhejiang, 31300, Volksrepubliek China |
70,8 |
A603 |
|
Ningbo Logitrans Handling Equipment Co., Ltd |
54,1 |
A070 |
|
Alle andere ondernemingen |
70,8 |
A999 |
3. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 november 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Verordening (EG) nr. 1174/2005 van de Raad van 18 juli 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op handpallettrucks en essentiële delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 189 van 21.7.2005, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 684/2008 van de Raad van 17 juli 2008 tot verduidelijking van het toepassingsgebied van de antidumpingmaatregelen die bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 zijn ingesteld op de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 192 van 19.7.2008, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 499/2009 van de Raad van 11 juni 2009 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot hetzelfde product verzonden vanuit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand (PB L 151 van 16.6.2009, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad van 10 oktober 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 268 van 13.10.2011, blz. 1).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad van 22 april 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 112 van 24.4.2013, blz. 1).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 946/2014 van de Commissie van 4 september 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een „nieuwe exporteur” op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 265 van 5.9.2014, blz. 7).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 van de Commissie van 8 augustus 2016 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad, is ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot enigszins gewijzigde handpallettrucks van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 214 van 9.8.2016, blz. 1).
(9) Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 34 van 29.1.2016, blz. 15).
(10) Bericht van opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 373 van 12.10.2016, blz. 3).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1348 van de Commissie van 19 juli 2017 tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013, zijn ingesteld ten aanzien van de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, door de invoer verzonden vanuit Vietnam, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Vietnam, en tot registratie van deze invoer (PB L 188 van 20.7.2017, blz. 1).
(12) www.trademap.org van Marktanalyse en Onderzoek, Internationaal Handelscentrum (International Trade Centre — ITC)
(13) Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 van de Commissie van 8 augustus 2016 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad, is ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot enigszins gewijzigde handpallettrucks van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 202 van 3.8.2017, blz. 8).
(14)Bron: Amerikaanse International Trade Commission Interactive Trade DataWeb (USITC DataWeb), met gebruikmaking van gegevens die zijn verkregen van het Amerikaanse Census Bureau.
(15) De desbetreffende goederencode van de gegevensbank van de Chinese uitvoerstatistieken bevat ook andere producten, namelijk „trucks met hef- of hanteerinrichtingen, zonder voortbewegingsmechanisme”, die een hogere waarde per eenheid hebben. Het gebruik van een dergelijke databank zou kunnen leiden tot een overschatting van de prijzen bij uitvoer van handpallettrucks.
(*1) met uitzondering van Maleisië en Vietnam.
(16) Er wordt op gewezen dat de desbetreffende GN-code van de databank van de Chinese uitvoerstatistieken ook andere producten bevat, namelijk „trucks met hef- of hanteerinrichtingen, zonder voortbewegingsmechanisme”, die een hogere waarde per eenheid hebben.