|
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:
|
II.1.
|
De schapen/geiten(1) van de in deel I beschreven zending voldoen aan de volgende voorwaarden:
|
II.1.1.
|
Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie.
|
|
II.1.2.
|
Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:
|
II.1.2.1.
|
hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;
|
|
II.1.2.2.
|
zijn zij niet in contact gekomen met gehouden schapen of geiten met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;
|
|
II.1.2.3.
|
zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.
|
|
|
II.1.3.
|
Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor schapen/geiten in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de laatste 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).
|
|
|
II.2.
|
Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:
|
II.2.1.
|
|
(2)
hetzij
|
[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen/geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]
|
|
(2)
hetzij
|
[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen/geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:
|
|
(2)
|
[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]
|
|
(2)
|
[en zij zijn met name … (5).]]
|
|
|
|
(2)
hetzij
|
|
[II.2.2.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis zonder vaccinatie van schapen en geiten, en:
|
|
(2)
|
[de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis wat de schapen- en geitenpopulatie betreft;]]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen, en in het geval van vrouwelijke dieren die pas hebben geworpen, op een monster dat ten minste 30 dagen na het werpen is genomen;]]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn minder dan zes maanden oud;]]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn gecastreerd.]]
|
|
|
(2)
hetzij
|
|
[II.2.2.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis met vaccinatie van schapen en geiten en zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis wat schapen en geiten betreft.]
|
|
|
(2)
|
|
[II.2.3.
|
Zij zijn gehouden schapen en zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis).]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.3.
|
Zij zijn gehouden geiten en zij zijn afkomstig van inrichtingen waar de in de inrichtingen gehouden geiten gedurende ten minste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending zijn onderworpen aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]
|
|
II.2.4.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.
|
|
II.2.5.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:
|
|
(2)
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]
|
|
(2)
en/of
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:
|
(2)
|
[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]
|
|
(2)
en/of
|
[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]
|
|
(2)
en/of
|
[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:
|
(2)
|
[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]
|
|
(2)
en/of
|
[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]
|
|
(2)
en/of
|
[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:
|
(2)
|
[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]
|
|
(2)
en/of
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]
|
|
(2)
en
|
[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 15, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]
|
|
II.2.6.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.
|
|
II.2.7.
|
Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:
|
|
(2)
hetzij
|
[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending geen melding gemaakt van surra.]
|
|
(2)
hetzij
|
[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is melding is gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]
|
|
|
(2)
|
|
[II.2.8.
|
Zij zijn gehouden niet-gecastreerde mannelijke schapen, en:
|
II.2.8.1.
|
zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van epididymitis bij schapen (Brucella ovis), en
|
|
II.2.8.2.
|
zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen.]
|
|
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.
|
Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.
|
Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.
|
zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.1.
|
gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.2.
|
gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.3.
|
gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.
|
zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.2.1.
|
gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.2.
|
gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.3.
|
gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.
|
zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan de laatste twee jaar in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.3.1.
|
zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.2.
|
zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.4.
|
zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.4.1.
|
de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.4.2.
|
de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en de dieren zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]
|
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.
|
Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.
|
zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.1.
|
gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.2.
|
gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.3.
|
gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.
|
zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.2.1.
|
de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.2.1.1.
|
zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.1.2.
|
zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.2.
|
de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.2.2.1.
|
de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.2.2.
|
de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]
|
|
|
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.
|
Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.
|
met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.1.1.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.2.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.3.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.1.4.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.
|
met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan onder de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.2.1.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.2.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.3.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.2.4.
|
deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en
|
er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.
|
die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:
|
|
(2)
|
|
[II.2.9.3.1.
|
zonder enige voorwaarden, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.2.
|
met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.3.
|
met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.4.
|
met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en
|
|
|
(2)
en/of
|
|
[II.2.9.3.5.
|
met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en
|
er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]
|
|
|
|
(2)
hetzij
|
|
[II.2.10.
|
De dieren zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad of voor een lidstaat die is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, en:
|
(2)
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat zich bevindt in een lidstaat die of een gebied daarvan dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat niet is onderworpen aan de maatregelen die zijn vastgelegd in hoofdstuk B, punten 3 en 4, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en de dieren zijn schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR of de dieren zijn geiten met ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van en bestemd voor een geconsigneerde inrichting zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 48, van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad;]
|
|
(2)
of
|
[zij voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 4.1, d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]]
|
|
|
|
(2)
hetzij
|
|
[II.2.10.
|
De dieren zijn fokdieren en zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat niet is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of voor een lidstaat die niet is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, en:
|
(2)
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat zich bevindt in een lidstaat die of een gebied van een lidstaat dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een gecontroleerd risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een gecontroleerd risico op klassieke scrapie;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat niet is onderworpen aan de maatregelen die zijn vastgelegd in hoofdstuk B, punten 3 en 4, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en de dieren zijn schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR of de dieren zijn geiten met ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen;]
|
|
(2)
en/of
|
[zij zijn afkomstig van en bestemd voor een geconsigneerde inrichting zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 48, van Verordening (EU) 2016/429;]
|
|
(2)
of
|
[zij voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 4.1, d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]]
|
|
|
|
(2)
hetzij
|
|
[II.2.10.
|
De dieren zijn geen fokdieren en zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat niet is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of voor een lidstaat die niet is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]
|
|
|
II.3.
|
Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.
|
|
II.4.
|
De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.
|
|
II.5.
|
Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.
|
|
(2)(6) [II.6.
|
Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en
|
|
(2)
hetzij
|
[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]
|
|
(2)
hetzij
|
[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]
|
|
(2)
hetzij
|
[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]
|
Verklaring inzake het dierenwelzijn
Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit diergezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad(7)(8).
Toelichting:
In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.
Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.
Deel I:
|
Vak I.11
|
:
|
“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.
|
|
Vak I.12
|
:
|
“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.
|
|
Vak I.17
|
:
|
“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.
Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.
|
|
Vak I.30
|
:
|
“Identificatienummer”: Vermeld de identificatiecodes van de dieren in de zending die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035.
|
Deel II:
|
(1)
|
De zending mag één of meer dieren bevatten.
|
|
(2)
|
Schrappen indien niet van toepassing.
|
|
(3)
|
Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.
|
|
(4)
|
Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.
|
|
(5)
|
Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.
|
|
(6)
|
Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.
|
|
(7)
|
Indien een zending in een voor verzameling erkende inrichting wordt samengesteld uit dieren die op verschillende data zijn geladen, geldt als begindatum van het vervoer van de gehele zending de vroegste datum waarop een deel van de zending de inrichting van oorsprong heeft verlaten.
|
|
(8)
|
Deze verklaring ontslaat de vervoerder niet van de verplichting die krachtens de geldende regelgeving van de Unie op hem rust, met name wat de geschiktheid voor vervoer betreft.
|
|