European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/243

7.2.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/243 VAN DE COMMISSIE

van 30 januari 2025

tot wijziging van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 wat betreft modellen van diergezondheidscertificaten voor de verplaatsing tussen lidstaten van zendingen van bepaalde categorieën landdieren en levende producten daarvan

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 146, lid 2, en artikel 162, lid 5,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (2), en met name artikel 90, eerste alinea, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 van de Commissie (3) bevat modelcertificaten in de vorm van diergezondheidscertificaten, diergezondheids-/officiële certificaten en verklaringen voor onder andere verplaatsingen tussen lidstaten van zendingen van bepaalde categorieën landdieren en levende producten daarvan. Die zendingen omvatten de zendingen die binnen het toepassingsgebied van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (4) vallen.

(2)

De hoofdstukken 1 (model “BOV-INTRA-X”), 5 (model “OV/CAP-INTRA-X”), 9 (model “CAM-INTRA-X”), 11 (model “CER-INTRA-X”) en 13 (model “OTHER-UNGULATES-INTRA-X”) van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 bevatten modellen van diergezondheidscertificaten voor de verplaatsing tussen lidstaten van bepaalde categorieën hoefdieren die vatbaar zijn voor infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte (EHDV). De wijzigingen die bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/3160 van de Commissie (5) zijn aangebracht in de artikelen 10, 15, 23, 26 en 29 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 met betrekking tot aanvullende voorschriften in verband met infectie met EHDV, moeten dienovereenkomstig in die modelcertificaten worden weerspiegeld.

(3)

De hoofdstukken 30 (model “OV/CAP-SEM-A-INTRA”) en 33 (model “OV/CAP-OOCYTES-EMB-A-INTRA”) van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 bevatten de modellen van diergezondheidscertificaten voor de verplaatsing tussen lidstaten van sperma, oöcyten en embryo’s van schapen en geiten dat/die na 20 april 2021 is/zijn gewonnen of geproduceerd. De wijzigingen die bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/887 van de Commissie (6) zijn aangebracht in hoofdstuk A, afdeling A, punt 4.2, d) en e), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad (7) met betrekking tot geiten die genetisch resistent zijn tegen bepaalde stammen van klassieke scrapie, moeten dienovereenkomstig in de punten II.1.2.4 en II.2 van die modelcertificaten worden weerspiegeld.

(4)

Omwille van de duidelijkheid en de consistentie van de regels van de Unie moeten de modelcertificaten in de hoofdstukken 1, 5, 9, 11, 13, 30 en 33 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 worden bijgewerkt. Wanneer de in de voorgaande overwegingen beschreven wijzigingen worden doorgevoerd, moeten ook de toelichting en structurele elementen worden bijgewerkt. Die modelcertificaten moeten daarom worden vervangen door de bijgewerkte modelcertificaten in de bijlage bij deze verordening.

(5)

Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 januari 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj.

(2)   PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429 en (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft modellen van diergezondheidscertificaten en modellen van diergezondheids-/officiële certificaten voor de binnenkomst in de Unie en verplaatsingen tussen lidstaten van zendingen van bepaalde categorieën landdieren en levende producten daarvan, en officiële certificering van dergelijke certificaten, en tot intrekking van Besluit 2010/470/EU (PB L 113 van 31.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/403/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/688/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/3160 van de Commissie van 9 oktober 2024 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 wat betreft bepaalde diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren (PB L, 2024/3160, 20.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/3160/oj).

(6)  Verordening (EU) 2024/887 van de Commissie van 22 mei 2001 tot wijziging van de bijlagen IV, VIII en IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diervoeders, het in de handel brengen en de invoer in de Unie (PB L 2024/887 van 25.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/887/oj).

(7)  Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/999/oj).


BIJLAGE

Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 wordt als volgt gewijzigd:

1)

hoofdstuk 1 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 1

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN NIET VOOR DE SLACHT BESTEMDE RUNDEREN (MODEL “BOV-INTRA-X”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat BOV-INTRA-X

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

II.1.

De runderen(1) van de in deel I beschreven zending voldoen aan de volgende voorwaarden:

II.1.1.

Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 38 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie.

II.1.2.

Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:

II.1.2.1.

hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;

II.1.2.2.

zijn zij niet in contact gekomen met gehouden runderen met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;

II.1.2.3.

zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de dieren in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.

II.1.3.

Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor runderen in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de laatste 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).

II.2.

Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:

II.2.1.

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op runderen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op runderen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(2)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(2)

[en zij zijn met name … (5).]]

II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis zonder vaccinatie van runderen, en:

(2)

[de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis wat de runderpopulatie betreft;]

(2) en/of

[zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek is genomen, en in het geval van vrouwelijke dieren die pas hebben geworpen, op een monster dat ten minste 30 dagen na het werpen is genomen;]

(2) en/of

[zij zijn minder dan twaalf maanden oud;]

(2) en/of

[zij zijn gecastreerd.]

II.2.3.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), en:

(2)

[de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis);]

(2) en/of

[zij zijn in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending met gebruikmaking van een van de in deel 2 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis);]

(2) en/of

[zij zijn minder dan zes weken oud.]

II.2.4.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.

II.2.5.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:

(2)

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en

[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 10, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

II.2.6.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.

II.2.7.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:

(2) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek geen melding gemaakt van surra.]

(2) hetzij

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is melding is gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]

(2)

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.2.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.3.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.4.

zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:

(2)

[II.2.8.4.1.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.8.4.2.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en de dieren zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.2.1.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.1.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals bepaald in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:

(2)

[II.2.8.2.2.1.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.2.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:

(2)

[II.2.8.1.

met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.1.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:

(2)

[II.2.8.3.1.

zonder enige voorwaarden, en

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.3.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.4.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.5.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2) [(2) hetzij

[II.2.9.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van enzoötische boviene leukose, en

(2) hetzij

[II.2.9.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van enzoötische boviene leukose.]]]

(2) hetzij

[II.2.9.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van enzoötische boviene leukose, en in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending is in die inrichtingen geen melding gemaakt van enzoötische boviene leukose, en:

(2)

[II.2.9.1.1.

zij zijn ouder dan 24 maanden en zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd:

(2)

[II.2.9.1.1.1.

op monsters die op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen terwijl de dieren geïsoleerd waren van de andere runderen van de inrichting;]]]]

(2) en/of

[II.2.9.1.1.2.

op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen, en alle runderen van meer dan 24 maanden oud die in de inrichting worden gehouden, zijn met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd op monsters die in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen;]]]]

(2) en/of

[II.2.9.1.2.

zij zijn jonger dan 24 maanden en zij zijn geboren uit moederdieren die met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat zijn onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd op monsters die in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen.]]]

(2) hetzij

[II.2.9.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor enzoötische boviene leukose, en

(2) hetzij

[II.2.9.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van enzoötische boviene leukose.]]

(2) hetzij

[II.2.9.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van enzoötische boviene leukose, en in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending is in die inrichtingen geen melding gemaakt van enzoötische boviene leukose, en:

(2)

[II.2.9.1.1.

zij zijn ouder dan 24 maanden en zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd:

(2)

[II.2.9.1.1.1.

op monsters die op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen terwijl de dieren geïsoleerd waren van de andere runderen van de inrichting;]]]]

(2) en/of

[II.2.9.1.1.2.

op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen, en alle runderen van meer dan 24 maanden oud die in de inrichting worden gehouden, zijn met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd op monsters die in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen;]]]]

(2) en/of

[II.2.9.1.2.

zij zijn jonger dan 24 maanden en zij zijn geboren uit moederdieren die met gebruikmaking van een van de in deel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat zijn onderworpen aan een serologische test voor enzoötische boviene leukose die is uitgevoerd op monsters die in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending op twee tijdstippen met een tussenpoos van ten minste vier maanden zijn genomen.]]]]

(2) [(2) hetzij

[II.2.10.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis en zij zijn niet gevaccineerd tegen infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, en

(2) hetzij

[II.2.10.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, en:

(2)

[II.2.10.1.1.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis;]]]]

(2) en/of

[II.2.10.1.2.

de dieren zijn gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending aan quarantaine onderworpen en met gebruikmaking van een van de in deel 5 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het volledige boviene herpesvirus type 1 (BoHV-1) die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen.]]]]

(2) hetzij

[II.2.10.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis en zij zijn gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in een erkende quarantaine-inrichting gehouden en met gebruikmaking van een van de in deel 5 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen volledig BoHV-1 die is uitgevoerd op een monster dat niet minder dan 21 dagen na de begindatum van de quarantaine is genomen.]]]

(2) hetzij

[II.2.10.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, en

(2) hetzij

[II.2.10.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, en:

(2)

[II.2.10.1.1.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis;]]]]

(2) en/of

[II.2.10.1.2.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis;]]]]

(2) en/of

[II.2.10.1.3.

de dieren zijn gedurende ten minste 30 dagen voor het vertrek aan quarantaine onderworpen en met gebruikmaking van een van de in deel 5 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het volledige boviene herpesvirus type 1 (BoHV-1) die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen;]]]]

(2) en/of

[II.2.10.1.4.

de dieren zijn bestemd voor een inrichting waar runderen voor vleesproductie gescheiden worden gehouden van runderen van andere inrichtingen, en van waaruit zij rechtstreeks naar het slachthuis worden verplaatst;]]]]

(2) hetzij

[II.2.10.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis, en:

II.2.10.1.1.

zij zijn gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in een erkende quarantaine-inrichting gehouden, en

II.2.10.1.2.

zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 5 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen volledig BoHV-1 die is uitgevoerd op een monster dat niet minder dan 21 dagen na de begindatum van de quarantaine is genomen.]]]

(2) [(2) hetzij

[II.2.11.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van boviene virusdiarree en zij zijn niet gevaccineerd tegen boviene virusdiarree, en

(2) hetzij

[II.2.11.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van boviene virusdiarree, en:

(2)

[II.2.11.1.1.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van boviene virusdiarree;]]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.2.

de inrichtingen van oorsprong zijn met negatief resultaat onderworpen aan een testregeling zoals bedoeld in deel VI, hoofdstuk 1, afdeling 2, punt 1, c), ii) of iii), van bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 die is uitgevoerd in de periode van vier maanden voor de datum van vertrek van de zending;]]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.3.

de dieren zijn individueel getest om de aanwezigheid van het virus van boviene virusdiarree voor de datum van vertrek van de zending uit te sluiten;]]]]

(2) hetzij

[II.2.11.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van boviene virusdiarree en zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test voor de opsporing van het antigeen of genoom van het virus van boviene virusdiarree, en:

(2)

[II.2.11.1.1.

zij zijn gedurende een periode van ten minste 21 dagen vóór de datum van vertrek van de zending in een erkende quarantaine-inrichting gehouden [en, in het geval van zwangere moederdieren, met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het virus van boviene virusdiarree die is uitgevoerd op monsters die niet minder dan 21 dagen na de begindatum van de quarantaine zijn genomen](2);]]

(2) en/of

[II.2.11.1.2.

zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met positief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het virus van boviene virusdiarree

(2)

[II.2.11.1.2.1.

die in het geval van moederdieren die niet zwanger zijn, is uitgevoerd op monsters die voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.2.1.

die in het geval van zwangere moederdieren is uitgevoerd op monsters die zijn genomen vóór de datum van de inseminatie die aan de lopende dracht voorafging.]]]]]

(2) hetzij

[II.2.11.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor boviene virusdiarree, en:

(2)

[II.2.11.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van boviene virusdiarree, en:

(2)

[II.2.11.1.1.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van boviene virusdiarree;]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.2.

de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor boviene virusdiarree;]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.3.

de inrichtingen van oorsprong zijn met negatief resultaat onderworpen aan een testregeling zoals bedoeld in deel VI, hoofdstuk 1, afdeling 2, punt 1, c), ii) of iii), van bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 die is uitgevoerd in de laatste vier maanden voor de datum van vertrek van de zending;]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.4.

de dieren zijn individueel getest om de aanwezigheid van het virus van boviene virusdiarree voor de datum van vertrek van de zending uit te sluiten;]]]

(2) en/of

[II.2.11.1.5.

de dieren zijn bestemd voor een inrichting waar runderen voor vleesproductie gescheiden worden gehouden van runderen van andere inrichtingen, en van waaruit zij rechtstreeks naar het slachthuis worden verplaatst;]]]

(2) en/of

[II.2.11.2.

zij zijn afkomstig van inrichtingen die niet vrij zijn van boviene virusdiarree en zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test voor de opsporing van het antigeen of genoom van het virus van boviene virusdiarree, en:

(2)

[II.2.11.2.1.

zij zijn gedurende een periode van ten minste 21 dagen vóór de datum van vertrek van de zending in een erkende quarantaine-inrichting gehouden [en, in het geval van zwangere moederdieren, met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het virus van boviene virusdiarree die is uitgevoerd op monsters die niet minder dan 21 dagen na de begindatum van de quarantaine zijn genomen](2);]]

(2) en/of

[II.2.11.2.2.

zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 6 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met positief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen het virus van boviene virusdiarree

(2)

[II.2.11.2.2.1.

die in het geval van moederdieren die niet zwanger zijn, is uitgevoerd op monsters die voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]]]]

(2) en/of

[II.2.11.2.2.1.

die in het geval van zwangere moederdieren is uitgevoerd op monsters die zijn genomen vóór de datum van de inseminatie die aan de lopende dracht voorafging.]]]]]

II.3.

Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.

II.4.

De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.

II.5.

Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.

(2)(6) [II.6.

Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en

(2) hetzij

[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]

Verklaring inzake het dierenwelzijn

Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit diergezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad(7)(8).

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.17

:

“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Vak I.30

:

“Identificatienummer”: Vermeld de identificatiecodes van de dieren in de zending die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 38 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035.

Deel II:

(1)

De zending mag één of meer dieren bevatten.

(2)

Schrappen indien niet van toepassing.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.

(7)

Indien een zending in een voor verzameling erkende inrichting wordt samengesteld uit dieren die op verschillende data zijn geladen, geldt als begindatum van het vervoer van de gehele zending de vroegste datum waarop een deel van de zending de inrichting van oorsprong heeft verlaten.

(8)

Deze verklaring ontslaat de vervoerder niet van de verplichting die krachtens de geldende regelgeving van de Unie op hem rust, met name wat de geschiktheid voor vervoer betreft.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

2)

hoofdstuk 5 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 5

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN NIET VOOR DE SLACHT BESTEMDE SCHAPEN EN GEITEN (MODEL “OV/CAP-INTRA-X”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat OV/CAP-INTRA-X

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

II.1.

De schapen/geiten(1) van de in deel I beschreven zending voldoen aan de volgende voorwaarden:

II.1.1.

Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie.

II.1.2.

Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:

II.1.2.1.

hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;

II.1.2.2.

zijn zij niet in contact gekomen met gehouden schapen of geiten met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;

II.1.2.3.

zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.

II.1.3.

Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor schapen/geiten in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de laatste 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).

II.2.

Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:

II.2.1.

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen/geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen/geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(2)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(2)

[en zij zijn met name … (5).]]

(2) hetzij

[II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis zonder vaccinatie van schapen en geiten, en:

(2)

[de inrichtingen van oorsprong bevinden zich in een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis wat de schapen- en geitenpopulatie betreft;]]

(2) en/of

[zij zijn met gebruikmaking van een van de in deel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen, en in het geval van vrouwelijke dieren die pas hebben geworpen, op een monster dat ten minste 30 dagen na het werpen is genomen;]]

(2) en/of

[zij zijn minder dan zes maanden oud;]]

(2) en/of

[zij zijn gecastreerd.]]

(2) hetzij

[II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die vrij zijn van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis met vaccinatie van schapen en geiten en zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis wat schapen en geiten betreft.]

(2)

[II.2.3.

Zij zijn gehouden schapen en zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis).]

(2) en/of

[II.2.3.

Zij zijn gehouden geiten en zij zijn afkomstig van inrichtingen waar de in de inrichtingen gehouden geiten gedurende ten minste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending zijn onderworpen aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

II.2.4.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.

II.2.5.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:

(2)

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en

[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 15, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

II.2.6.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.

II.2.7.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:

(2) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending geen melding gemaakt van surra.]

(2) hetzij

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is melding is gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]

(2)

[II.2.8.

Zij zijn gehouden niet-gecastreerde mannelijke schapen, en:

II.2.8.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van epididymitis bij schapen (Brucella ovis), en

II.2.8.2.

zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen.]

(2)

[II.2.9.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2) en/of

[II.2.9.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.9.1.

zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:

(2)

[II.2.9.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.9.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.9.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.9.2.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.9.2.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.9.2.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.9.3.

zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan de laatste twee jaar in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.9.3.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[II.2.9.3.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.9.4.

zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:

(2)

[II.2.9.4.1.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]

(2) en/of

[II.2.9.4.2.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en de dieren zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.9.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.9.1.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.9.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.9.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.9.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.

zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.9.2.1.

de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.9.2.1.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.1.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.2.

de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:

(2)

[II.2.9.2.2.1.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.2.2.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]

(2) en/of

[II.2.9.

Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:

(2)

[II.2.9.1.

met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.9.1.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.1.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.1.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.1.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2) en/of

[II.2.9.2.

met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan onder de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.9.2.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.2.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.2.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.9.2.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2) en/of

[II.2.9.3.

die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:

(2)

[II.2.9.3.1.

zonder enige voorwaarden, en

(2) en/of

[II.2.9.3.2.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.9.3.3.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.9.3.4.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.9.3.5.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2) hetzij

[II.2.10.

De dieren zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad of voor een lidstaat die is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, en:

(2)

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat zich bevindt in een lidstaat die of een gebied daarvan dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat niet is onderworpen aan de maatregelen die zijn vastgelegd in hoofdstuk B, punten 3 en 4, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en de dieren zijn schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR of de dieren zijn geiten met ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van en bestemd voor een geconsigneerde inrichting zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 48, van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad;]

(2) of

[zij voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 4.1, d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]]

(2) hetzij

[II.2.10.

De dieren zijn fokdieren en zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat niet is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of voor een lidstaat die niet is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, en:

(2)

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat zich bevindt in een lidstaat die of een gebied van een lidstaat dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 is erkend als bedrijf met een gecontroleerd risico op klassieke scrapie en dat overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat is opgenomen in de lijst van bedrijven met een gecontroleerd risico op klassieke scrapie;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van een bedrijf dat niet is onderworpen aan de maatregelen die zijn vastgelegd in hoofdstuk B, punten 3 en 4, van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en de dieren zijn schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR of de dieren zijn geiten met ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen;]

(2) en/of

[zij zijn afkomstig van en bestemd voor een geconsigneerde inrichting zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 48, van Verordening (EU) 2016/429;]

(2) of

[zij voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 4.1, d), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]]

(2) hetzij

[II.2.10.

De dieren zijn geen fokdieren en zijn bestemd voor een lidstaat die of een gebied daarvan dat niet is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of voor een lidstaat die niet is opgenomen in de lijst van lidstaten met een goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma in hoofdstuk A, afdeling A, punt 3.2, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]

II.3.

Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.

II.4.

De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.

II.5.

Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.

(2)(6) [II.6.

Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en

(2) hetzij

[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]

Verklaring inzake het dierenwelzijn

Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit diergezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad(7)(8).

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.17

:

“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Vak I.30

:

“Identificatienummer”: Vermeld de identificatiecodes van de dieren in de zending die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035.

Deel II:

(1)

De zending mag één of meer dieren bevatten.

(2)

Schrappen indien niet van toepassing.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.

(7)

Indien een zending in een voor verzameling erkende inrichting wordt samengesteld uit dieren die op verschillende data zijn geladen, geldt als begindatum van het vervoer van de gehele zending de vroegste datum waarop een deel van de zending de inrichting van oorsprong heeft verlaten.

(8)

Deze verklaring ontslaat de vervoerder niet van de verplichting die krachtens de geldende regelgeving van de Unie op hem rust, met name wat de geschiktheid voor vervoer betreft.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

3)

hoofdstuk 9 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 9

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN NIET VOOR DE SLACHT BESTEMDE KAMEELACHTIGEN (MODEL “CAM-INTRA-X”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat CAM-INTRA-X

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

II.1.

De kameelachtigen(1) van de in deel I beschreven zending voldoen aan de volgende voorwaarden:

II.1.1.

Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 73 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie.

II.1.2.

Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:

II.1.2.1.

hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;

II.1.2.2.

zijn zij niet in contact gekomen met gehouden kameelachtigen met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;

II.1.2.3.

zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.

II.1.3.

Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor kameelachtigen in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de laatste 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).

II.2.

Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:

II.2.1.

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op kameelachtigen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op kameelachtigen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(2)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(2)

[en zij zijn met name … (5).]]

II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis bij kameelachtigen, en de dieren in de zending zijn met gebruikmaking van een van de in deel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen aan een test op infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis die is uitgevoerd op een monster dat in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending is genomen, en in het geval van vrouwelijke dieren die pas hebben geworpen, op een monster dat ten minste 30 dagen na het werpen is genomen.

II.2.3.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar de in de inrichtingen gehouden kameelachtigen gedurende ten minste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending zijn onderworpen aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.

II.2.4.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.

II.2.5.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:

(2)

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en

[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 23, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

II.2.6.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.

II.2.7.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:

(2) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending geen melding gemaakt van surra.]

(2) hetzij

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is melding gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]

(2)

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.2.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor het vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.3.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.4.

zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:

(2)

[II.2.8.4.1.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]

(2) en/of

[II.2.8.4.2.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en het dier is met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.2.1.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.1.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals bepaald in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:

(2)

[II.2.8.2.2.1.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.2.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:

(2)

[II.2.8.1.

met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.1.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en:

(2)

[II.2.8.2.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:

(2)

[II.2.8.2.1.

zonder enige voorwaarden, en

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.2.4.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.2.5.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

(2)

[II.2.9.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis of met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis bij runderen en zij zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis bij kameelachtigen.]

II.3.

Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.

II.4.

De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.

II.5.

Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.

(2)(6) [II.6.

Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en

(2) hetzij

[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]

Verklaring inzake het dierenwelzijn

Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit gezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad.

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.17

:

“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Vak I.30

:

“Identificatienummer”: Vermeld de identificatiecodes van de dieren in de zending die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 73 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035.

Deel II:

(1)

De zending mag één of meer dieren bevatten.

(2)

Schrappen indien niet van toepassing.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

4)

hoofdstuk 11 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 11

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN NIET VOOR DE SLACHT BESTEMDE HERTACHTIGEN (MODEL “CER-INTRA-X”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat CER-INTRA-X

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

II.1.

De hertachtigen(1) van de in deel I beschreven zending voldoen aan de volgende voorwaarden:

II.1.1.

Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 73 of 74 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie.

II.1.2.

Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:

II.1.2.1.

hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;

II.1.2.2.

zijn zij niet in contact gekomen met gehouden hertachtigen met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;

II.1.2.3.

zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.

II.1.3.

Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor hertachtigen in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de laatste 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).

II.2.

Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:

II.2.1.

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op hertachtigen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op hertachtigen betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(2)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(2)

[en zij zijn met name … (5).]]

II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis bij hertachtigen.

II.2.3.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar de in de inrichtingen gehouden hertachtigen gedurende ten minste twaalf maanden voor de datum van vertrek van de zending zijn onderworpen aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 26, lid 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie.

II.2.4.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.

II.2.5.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:

(2)

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en

[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 26, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

II.2.6.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.

II.2.7.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:

(2) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending geen melding gemaakt van surra.]

(2) hetzij

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is melding gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]

(2)

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.2.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.3.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals bepaald in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.4.

zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:

(2)

[II.2.8.4.1.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]

(2) en/of

[II.2.8.4.2.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en de dieren zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.2.1.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.1.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:

(2)

[II.2.8.2.2.1.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.2.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:

(2)

[II.2.8.1.

met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.1.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en:

(2)

[II.2.8.2.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:

(2)

[II.2.8.3.1.

zonder enige voorwaarden, en:

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.3.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.4.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.5.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]

II.2.9.

Met betrekking tot Chronic Wasting Disease (CWD) geldt dat de dieren:

(2) hetzij

[II.2.9.1.

worden verplaatst vanuit een andere lidstaat dan een lidstaat die is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad.]

(2) hetzij

[II.2.9.2.

semigedomesticeerde rendieren zijn die worden verplaatst vanuit Noorwegen naar een gebied in Finland dat is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.2, a), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 voor seizoensbegrazing in Finland.]

(2) hetzij

[II.2.9.3.

semigedomesticeerde rendieren zijn die worden verplaatst vanuit Noorwegen naar een gebied in Zweden dat is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.2, b), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 na seizoensbegrazing in Noorwegen, of na deelname aan sportieve of culturele evenementen in Noorwegen, of voor seizoensbegrazing in Zweden, of voor sportieve of culturele evenementen in Zweden, en dat de bevoegde autoriteit van Zweden haar voorafgaande schriftelijke toestemming voor die verplaatsing heeft gegeven.]

(2) hetzij

[II.2.9.4.

semigedomesticeerde rendieren zijn die in Noorwegen hebben gegraasd in het gebied tussen de Noors-Finse grens en het Noors-Finse rendierenhek en naar Finland terugkeren.]

(2) hetzij

[II.2.9.5.

via Zweden of Finland worden verplaatst van een gebied in Noorwegen naar een ander gebied in Noorwegen, en dat de bevoegde autoriteit van Zweden of Finland haar voorafgaande schriftelijk toestemming voor die doorvoer heeft gegeven.]

(2) hetzij

[II.2.9.6.

worden verplaatst vanuit een gebied in Zweden dat is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.2, b), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 naar Noorwegen, en dat de bevoegde autoriteit van Noorwegen haar voorafgaande schriftelijk toestemming voor die verplaatsing heeft gegeven.]

(2) hetzij

[II.2.9.7.

bosrendieren zijn die worden verplaatst vanuit een gebied in Zweden dat is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.2, b), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 naar Finland, en dat de bevoegde autoriteit van Finland haar voorafgaande schriftelijk toestemming voor die verplaatsing heeft gegeven.]

(2) hetzij

[II.2.9.8.

worden verplaatst vanuit een gebied in een lidstaat die is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, met uitzondering van een gebied dat is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.2, van bijlage VIII bij die verordening, naar een andere lidstaat die is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.1, van bijlage VIII bij die verordening, of naar Noorwegen, en dat de bevoegde autoriteit van bestemming haar voorafgaande schriftelijke toestemming voor die heeft verplaatsing gegeven.]

(2) hetzij

[II.2.9.9.

worden verplaatst van een geconsigneerde inrichting, zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 48, van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad, in een lidstaat die is opgenomen in de lijst in hoofdstuk A, afdeling C, punt 1.1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001, naar een geconsigneerde inrichting in een andere lidstaat, en dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming haar voorafgaande schriftelijke toestemming voor die verplaatsing heeft gegeven.]

(2)

[II.2.10.

Zij worden verplaatst naar een lidstaat of een zone daarvan met de status vrij van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis of met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis bij runderen en zij zijn afkomstig van een inrichting waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectieuze boviene rinotracheïtis/infectieuze pustuleuze vulvovaginitis bij hertachtigen.]

II.3.

Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.

II.4.

De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.

II.5.

Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.

(2)(6) [II.6.

Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en

(2) hetzij

[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]

Verklaring inzake het dierenwelzijn

Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit gezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad.

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.17

:

“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Vak I.30

:

“Identificatienummer”: Vermeld de identificatiecodes van de dieren in de zending die zijn geïdentificeerd overeenkomstig artikel 73 of 74 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035.

Deel II:

(1)

De zending mag één of meer dieren bevatten.

(2)

Schrappen indien niet van toepassing.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

5)

hoofdstuk 13 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 13

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN ANDERE NIET VOOR DE SLACHT BESTEMDE GEHOUDEN HOEFDIEREN DAN RUNDEREN, SCHAPEN, GEITEN, VARKENS, PAARDACHTIGEN, KAMEELACHTIGEN EN HERTACHTIGEN (MODEL “OTHER-UNGULATES-INTRA-X”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat OTHER-UNGULATES-INTRA-X

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

II.1.

De dieren(1) van de in deel I beschreven zending zijn andere gehouden hoefdieren dan runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen en hertachtigen en voldoen aan de volgende voorwaarden:

II.1.1.

Zij zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 117 van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad.

II.1.2.

Gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending of, indien zij jonger zijn dan 30 dagen, sedert hun geboorte:

II.1.2.1.

hebben zij ononderbroken in de inrichting van oorsprong verbleven;

II.1.2.2.

zijn zij niet in contact gekomen met andere gehouden hoefdieren met een lagere gezondheidsstatus of waarvoor om diergezondheidsredenen verplaatsingsbeperkingen gelden;

II.1.2.3.

zijn zij rechtstreeks noch onrechtstreeks in contact gekomen met gehouden dieren die in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending in de Unie zijn binnengekomen vanuit een derde land of gebied.

II.1.3.

Zij vertoonden geen klinische tekenen of symptomen van voor hoefdieren van de betrokken soorten in de lijst opgenomen ziekten tijdens het klinische onderzoek dat is uitgevoerd in de 24 uur voor het tijdstip van vertrek van de zending op … (datum invullen dd/mm/jjjj).

II.2.

Volgens officiële informatie voldoen de in deel I beschreven dieren aan de volgende gezondheidsvoorschriften:

II.2.1.

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die niet zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op de te verplaatsen diersoorten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten met een lagere gezondheidsstatus.]

(2) hetzij

[Zij zijn afkomstig van inrichtingen of zones die zijn onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op de te verplaatsen diersoorten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(2)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(2)

[en zij zijn met name … (5).]]

II.2.2.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 15 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van miltvuur bij hoefdieren.

(2)

[II.2.3.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis bij gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten.]

(2)

[II.2.4.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 42 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) bij gehouden dieren van in de lijst opgenomen soorten.]

(2)

[II.2.5.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van infectie met het rabiësvirus bij gehouden landdieren.]

(2)

[II.2.6.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen die zich bevinden in een gebied met een straal van ten minste 150 km rond die inrichtingen waarin infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte:

(2)

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending niet is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn in een zone die overeenkomstig de delen 1 en 2 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie seizoensgebonden vrij is van epizoötische hemorragische ziekte gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een serologische test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen vóór de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat aan een PCR-test onderworpen, uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in het seizoensgebonden ziektevrije gebied zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn vervolgens ook tegen aanvallen door vectoren beschermd in een tegen vectoren beschermde inrichting die aan de voorschriften van deel 3 van bijlage IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 voldoet, waar zij zijn gehouden:

(2)

[gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren zijn gevaccineerd tegen infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[zij zijn ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na het begin van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin zijn verzameld;]]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en/of

[in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending is gemeld bij gehouden dieren van voor die ziekte in de lijst opgenomen soorten en de dieren voldoen aan door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming vastgestelde specifieke risicobeperkingsmaatregelen en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan;]

(2) en

[er is voldaan aan de voorschriften van artikel 29, lid 1, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2)

[II.2.7.

Zij zijn afkomstig van inrichtingen waar in de laatste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en:

(2) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending geen melding gemaakt van surra.]]

(2) hetzij

[in de laatste twee jaar voor het vertrek van de zending is melding gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen.]]

(2)

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden voor de datum van vertrek van de zending geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie, en zij zijn in de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending niet tegen infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gevaccineerd met een levend vaccin en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688.]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie in een lidstaat of een zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) gehouden:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum van binnenkomst van de dieren in de lidstaat of zone daarvan die seizoensgebonden vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24), zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.2.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan melding is gemaakt, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.3.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.4.

zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test waarmee specifieke antilichamen tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus die in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending in die lidstaat of zone daarvan zijn gemeld, kunnen worden opgespoord, en:

(2)

[II.2.8.4.1.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen;]]

(2) en/of

[II.2.8.4.2.

de serologische test is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen en de dieren zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn genomen.]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij zijn afkomstig uit een lidstaat of een zone daarvan die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, en zij:

(2)

[II.2.8.1.

zijn tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming tegen aanvallen door vectoren beschermd en zij zijn in een tegen vectoren beschermde inrichting gehouden, waar zij ook tegen aanvallen door vectoren werden beschermd:

(2)

[II.2.8.1.1.

gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

gedurende ten minste 28 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

gedurende ten minste 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending, en zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de datum waarop de periode van bescherming tegen vectoren is ingegaan, zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

zijn gedurende de laatste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gehouden in een inrichting die zich bevindt in een lidstaat of een op de inrichting gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km waar gedurende die periode bewaking is verricht overeenkomstig de voorschriften van deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

de dieren zijn gevaccineerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en zij bevinden zich in de immuniteitsperiode die in de specificaties van het vaccin wordt gegarandeerd, en:

(2)

[II.2.8.2.1.1.

zij zijn meer dan 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending gevaccineerd;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.1.2.

zij zijn met een geïnactiveerd vaccin gevaccineerd en met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 14 dagen na de begindatum van de immuniteit zoals vermeld in de specificaties van het vaccin, zijn verzameld;]]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

de dieren zijn geïmmuniseerd tegen alle serotypen (1-24) van infectie met het bluetonguevirus waarvan in de laatste twee jaar voor de datum van vertrek van de zending melding is gemaakt in een op de plaats waar de dieren zijn gehouden gecentreerd gebied met een straal van ten minste 150 km, en:

(2)

[II.2.8.2.2.1.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 60 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.2.2.

de dieren zijn met positief resultaat onderworpen aan een serologische test die is uitgevoerd op monsters die ten minste 30 dagen voor de datum van de verplaatsing zijn verzameld, en zijn met negatief resultaat onderworpen aan een PCR-test die is uitgevoerd op monsters die niet eerder dan 14 dagen voor de datum van vertrek van de zending zijn verzameld.]]]]

(2) en/of

[II.2.8.

Zij voldoen niet aan de voorschriften van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punten 1 tot en met 3, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong heeft toestemming gegeven voor de verplaatsing van de dieren naar een andere lidstaat of een zone daarvan:

(2)

[II.2.8.1.

met de status vrij van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.1.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.1.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.2.

met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden van artikel 43, lid 2, punten a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en:

(2)

[II.2.8.2.1.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.2.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.3.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

(2) en/of

[II.2.8.2.4.

deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij die gedelegeerde verordening, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening;]]]

(2) en/of

[II.2.8.3.

die niet vrij is van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en die niet door het uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) wordt bestreken en de lidstaat van bestemming heeft de Commissie en de andere lidstaten ervan in kennis gesteld dat die verplaatsing is toegestaan:

(2)

[II.2.8.3.1.

zonder enige voorwaarden, en

(2) en/of

[II.2.8.3.2.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 5, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.3.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 6, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.4.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 7, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

(2) en/of

[II.2.8.3.5.

met inachtneming van de voorwaarden van deel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, punt 8, van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689, en

er is voldaan aan de voorschriften van artikel 32, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 32, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 en aan de voorschriften van artikel 33 van die gedelegeerde verordening.]]]]

II.3.

Voor zover ondergetekende weet en zoals verklaard door de exploitant, zijn de dieren afkomstig van inrichtingen zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.

II.4.

De nodige regelingen zijn getroffen om de zending overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 te vervoeren.

II.5.

Dit diergezondheidscertificaat is tien dagen geldig vanaf de datum van afgifte. Voor het vervoer over binnenwateren/zee van dieren kan de geldigheidsduur van het certificaat worden verlengd met de duur van de reis over binnenwateren/zee.

(2)(6) [II.6.

Na de datum waarop de dieren uit hun inrichtingen van oorsprong zijn vertrokken en voor de datum waarop zij in deze voor verzameling erkende inrichting zijn aangekomen, is geen enkel dier in de zending meer dan twee keer verzameld, en

(2) hetzij

[zij zijn afkomstig van hun inrichtingen van oorsprong.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is één keer verzameld in een erkende inrichting.]]

(2) hetzij

[ten minste één van de dieren in de zending is twee keer verzameld in erkende inrichtingen.]]

Verklaring inzake het dierenwelzijn

Op het ogenblik van de inspectie waren de dieren waarop dit gezondheidscertificaat betrekking heeft, geschikt om voor de op … (datum invullen) geplande reis te worden vervoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad.

Toelichting

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld de inrichting van oorsprong van de dieren in de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld de inrichting van eindbestemming van de zending of een inrichting die voor verzameling is erkend overeenkomstig de artikelen 97 en 99 van Verordening (EU) 2016/429.

Vak I.17

:

“Begeleidende documenten”: Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van oorsprong, kunnen de referentienummers van de officiële documenten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Indien de dieren worden verzonden vanuit een voor verzameling erkende inrichting in de lidstaat van doorgang, moeten de referentienummers van de certificaten op basis waarvan het diergezondheidscertificaat voor deze zending in deze voor verzameling erkende inrichting wordt afgegeven, worden vermeld.

Vak I.30

:

“Identificatienummer”: Vermeld van elk dier het identificatienummer.

Deel II:

(1)

De zending mag één of meer dieren bevatten.

(2)

Schrappen indien niet van toepassing.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), ii) en iii), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing indien de zending wordt verzonden vanuit de voor verzameling erkende inrichting.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

6)

hoofdstuk 30 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 30

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN ZENDINGEN SPERMA VAN SCHAPEN EN GEITEN DAT NA 20 APRIL 2021 IS GEWONNEN, VERWERKT EN OPGESLAGEN OVEREENKOMSTIG VERORDENING (EU) 2016/429 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EN GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/686 VAN DE COMMISSIE, DIE WORDEN VERZONDEN VANUIT HET SPERMAWINNINGSCENTRUM WAAR HET SPERMA IS GEWONNEN (MODEL “OV/CAP-SEM-A-INTRA”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

LeveXnde waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat OV/CAP-SEM-A-INTRA

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

(1) hetzij

[II.1.

Het in deel I beschreven sperma van [schapen](1) [geiten](1):

II.1.1.

is gewonnen, verwerkt en opgeslagen in en wordt verzonden vanuit het spermawinningscentrum(2) dat door de bevoegde autoriteit is erkend en opgenomen in een register;

II.1.2.

is gewonnen, verwerkt en opgeslagen in en wordt verzonden vanuit het spermawinningscentrum dat voldoet aan de voorschriften betreffende verantwoordelijkheden, operationele procedures, voorzieningen en uitrusting in deel 1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie;

(1) hetzij

[II.1.3.

wordt verzonden vanuit het spermawinningscentrum dat of een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten relevante in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, of die beperkingen gelden niet voor dit sperma omdat het is gewonnen voordat de beperkingen zijn ingesteld, en het is gedurende een passende periode niet in contact geweest met ander sperma met een lagere gezondheidsstatus.]]

(1) hetzij

[II.1.3.

wordt verzonden vanuit het spermawinningscentrum dat of een zone die is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens …(3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(1)

[het voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]]

(1)

[en het is met name … (5).]]]

(1) hetzij

[II.1.

Het in deel I beschreven sperma van [schapen](1) [geiten](1) is gewonnen, verwerkt en opgeslagen in en wordt verzonden vanuit:

(1) hetzij

[II.1.1.

de inrichting of een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten relevante in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, en het is gedurende een passende periode niet in contact geweest met ander sperma met een lagere gezondheidsstatus;]

(1) hetzij

[II.1.1.

de inrichting of een zone die is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (3), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(1)

[het voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (4);]]

(1)

[en het is met name … (5).]]

II.1.2.

de inrichting waar de donordieren worden gehouden, zoals bedoeld in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686, en:

II.1.2.1.

de exploitant heeft de voorafgaande instemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming verkregen dat deze de zending zal aanvaarden;

II.1.2.2.

de donordieren zijn voor de datum van winning van het sperma klinisch onderzocht door een dierenarts;

II.1.2.3.

de exploitant bewaart in de inrichting documentatie die ten minste de in artikel 8, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bedoelde informatie bevat.]

II.2.

Het in deel I beschreven sperma is bestemd voor kunstmatige voortplanting en is verkregen van donordieren die:

II.2.1.

in de Unie zijn geboren en daar sinds hun geboorte hebben verbleven, of de Unie zijn binnengekomen in overeenstemming met de voorschriften voor binnenkomst in de Unie;

II.2.2.

voor de begindatum van de in punt II.2.6 bedoelde quarantaine afkomstig waren van inrichtingen in een lidstaat of een zone daarvan of van inrichtingen in een derde land of gebied of een zone daarvan die onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit staan:

II.2.2.1.

die zijn gelegen in een gebied waar gedurende ten minste 30 dagen binnen een straal van 10 km rond de inrichting geen melding is gedaan van mond-en-klauwzeer en waar gedurende ten minste drie maanden geen melding is gedaan van mond-en-klauwzeer, en:

(1) hetzij

[de donordieren waren niet gevaccineerd tegen mond-en-klauwzeer;]

(1) hetzij

[de donordieren zijn in de twaalf maanden voor de datum van winning van het sperma maar niet in de laatste 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van winning van het sperma gevaccineerd tegen mond-en-klauwzeer en 5 % (met een minimum van vijf rietjes) van elke hoeveelheid sperma die op welk moment dan ook van de donordieren is gewonnen, is onderworpen aan een virusisolatietest voor mond-en-klauwzeer, met negatief resultaat;]

II.2.2.2.

die vrij waren van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, en de donordieren zijn voordien nooit in een inrichting met een lagere gezondheidsstatus gehouden;

(1)(6)

[II.2.2.3.

waar in de laatste 42 dagen geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis);]

(1)(7)

[II.2.2.3.

waar de in de inrichtingen gehouden geiten gedurende ten minste twaalf maanden onderworpen zijn aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie, en indien in die periode melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) bij in de inrichting gehouden geiten, zijn maatregelen genomen overeenkomstig deel 1, punt 3, van bijlage II bij die gedelegeerde verordening;]

II.2.2.4.

waar in de laatste 30 dagen geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en

(1) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar geen melding gemaakt van surra;]

(1) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar melding gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichtingen zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichtingen met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra, die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichtingen zijn genomen;]

(1)(6)

[II.2.2.5.

waar in de laatste twaalf maanden geen melding is gemaakt van epididymitis bij schapen (Brucella ovis);]

(1)(11)

[II.2.2.6.

waar zij in de laatste 60 dagen voor hun verblijf in de in punt II.2.6 bedoelde quarantainevoorziening met negatief resultaat zijn onderworpen aan een serologische test voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis) of een andere test voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis) met een gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit, zoals vereist overeenkomstig deel 3, hoofdstuk I, punt 1, b), van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686;]

II.2.3.

op de dag waarop zij tot een spermawinningscentrum zijn toegelaten en op de datum waarop het sperma is gewonnen, geen symptomen of klinische tekenen van overdraagbare dierziekten vertoonden;

II.2.4.

individueel zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie;

II.2.5.

gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van de eerste winning van het sperma en gedurende de winningsperiode:

II.2.5.1.

zijn gehouden in inrichtingen die zich bevinden in een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die zijn ingesteld wegens de aanwezigheid van mond-en-klauwzeer, infectie met het runderpestvirus, infectie met het riftdalkoortsvirus (riftvalleykoortsvirus), infectie met het virus van de pest bij kleine herkauwers (“peste des petits ruminants”), schapenpokken en geitenpokken of besmettelijke pleuropneumonie bij geiten of van een nieuwe ziekte die relevant is voor schapen en geiten;

II.2.5.2.

zijn gehouden in één enkele inrichting waar geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), rabiës, miltvuur, surra (Trypanosoma evansi), infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte, infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en, in het geval van schapen en van geiten die samen met schapen worden gehouden, epididymitis bij schapen (Brucella ovis);

II.2.5.3.

niet in contact zijn gekomen met dieren die afkomstig zijn van inrichtingen die zich bevinden in een zone die is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die wegens de aanwezigheid van in punt II.2.5.1 genoemde ziekten zijn ingesteld of van inrichtingen die niet aan de voorwaarden van punt II.2.5.2 voldoen;

II.2.5.4.

niet zijn gebruikt voor natuurlijke dekking;

II.2.6.

gedurende ten minste 28 dagen aan quarantaine zijn onderworpen in een quarantainevoorziening waar uitsluitend tweehoevige dieren met ten minste dezelfde gezondheidsstatus aanwezig waren en die op de dag waarop de donordieren tot het spermawinningscentrum zijn toegelaten, voldeed aan de volgende voorwaarden:

II.2.6.1.

zij bevond zich in een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die wegens in punt II.2.5.1 genoemde ziekten zijn ingesteld of er is, in voorkomend geval, een afwijking toegestaan zoals bedoeld in punt II.1.1;

II.2.6.2.

gedurende ten minste 30 dagen is er geen enkele in punt II.2.5.2 genoemde ziekte gemeld;

II.2.6.3.

zij bevond zich in een gebied waar gedurende ten minste 30 dagen binnen een straal van 10 km rond de quarantainevoorziening geen melding is gemaakt van mond-en-klauwzeer;

II.2.6.4.

gedurende ten minste drie maanden voor de datum van toelating van de donordieren tot het spermawinningscentrum is er geen uitbraak van mond-en-klauwzeer gemeld;

II.2.7.

zijn gehouden in het spermawinningscentrum:

II.2.7.1.

dat zich bevond in een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die wegens de in punt II.2.5.1 genoemde ziekten zijn ingesteld of er is, in voorkomend geval, een afwijking toegestaan zoals bedoeld in punt II.1.1;

II.2.7.2.

waar geen enkele in punt II.2.5.2 genoemde ziekte is gemeld gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van winning van het sperma, en

(1)(9) hetzij

[gedurende ten minste 30 dagen na de datum van de winning;]

(1)(10) hetzij

[tot en met de datum van vertrek van de zending sperma naar een andere lidstaat;]

II.2.7.3.

dat zich bevond in een gebied waar gedurende ten minste 30 dagen binnen een straal van 10 km rond het spermawinningscentrum geen melding is gemaakt van mond-en-klauwzeer; en

(1)(9) hetzij

[dat gedurende ten minste drie maanden voor de datum van winning van het sperma en 30 dagen na de datum van winning vrij was van mond-en-klauwzeer;]

(1)(10) hetzij

[dat gedurende ten minste drie maanden voor de datum van winning van het sperma en tot en met de datum van verzending van de zending sperma naar een andere lidstaat vrij was van mond-en-klauwzeer, en de donordieren zijn gedurende een ononderbroken periode van ten minste 30 dagen onmiddellijk voor de datum van winning van het sperma in dat spermawinningscentrum gehouden;]

II.2.8.

voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden wat infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) betreft:

(1)

[II.2.8.1.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een lidstaat of een zone daarvan die vrij was van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie;]

(1) of

[II.2.8.2.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, gedurende de seizoensgebonden ziektevrije periode, in een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24);]

(1) of

[II.2.8.3.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, gedurende de seizoensgebonden ziektevrije periode, in een lidstaat of een zone daarvan waar de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending sperma de voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming wat betreft de voorwaarden voor het vaststellen van die seizoensgebonden ziektevrije zone en het aanvaarden van de zending sperma;]

(1) en/of

[II.2.8.4.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een tegen vectoren beschermde inrichting;]

(1) en/of

[II.2.8.5.

zij zijn tussen 28 en 60 dagen na de datum van elke winning van het sperma met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de serotypen 1-24 van het bluetonguevirus;]

(1) en/of

[II.2.8.6.

zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een test voor de opsporing van de ziekteverwekker voor het bluetonguevirus (serotypen 1-24) die is uitgevoerd op bloedmonsters die zijn genomen aan het begin en het einde van de winning van het sperma alsook tijdens de winning van het sperma ten minste om de zeven dagen in het geval van een virusisolatietest of ten minste om de 28 dagen in het geval van een PCR-test;]

II.2.9.

voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden wat infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte (EHDV) betreft:

(1)

[II.2.9.1.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een lidstaat of een zone daarvan waar EHDV gedurende ten minste twee jaar binnen een straal van 150 km rond de inrichting niet is gemeld;]

(1) of

[II.2.9.2.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, tijdens de seizoensgebonden ziektevrije periode;]

(1) en/of

[II.2.9.3.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor en tijdens de winning van het sperma gehouden in een tegen vectoren beschermde inrichting;]

(1) of

[II.2.9.4.

zij verbleven in de lidstaat waar volgens officiële bevindingen de volgende serotypen van EHDV voorkomen: … en zijn met negatief resultaat onderworpen aan de volgende tests, die in een officieel laboratorium zijn uitgevoerd:

(1)

[II.2.9.4.1.

een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen EHDV, met negatief resultaat, ten minste om de 60 dagen tijdens de winningsperiode en tussen 28 en 60 dagen na de datum van de laatste winning van het sperma;]]

(1) en/of

[II.2.9.4.2.

een test voor de opsporing van de ziekteverwekker voor EHDV, met negatief resultaat, die is uitgevoerd op bloedmonsters die zijn genomen aan het begin en het einde van de winning van het sperma alsook tijdens de winning van het sperma ten minste om de zeven dagen in het geval van een virusisolatietest of ten minste om de 28 dagen in het geval van een PCR-test;]]

(1)(8)

[II.2.10.

zijn onderworpen aan de volgende tests die zijn uitgevoerd op monsters die in de 30 dagen voor de begindatum van de in punt II.2.6 bedoelde quarantaine zijn genomen, met negatief resultaat, zoals vereist overeenkomstig deel 3, hoofdstuk I, punt 1, c), van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686:

II.2.10.1.

voor infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, een serologische test zoals bedoeld in deel 1, punt 1, van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

(1)(11)

[II.2.10.2.

voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis), een serologische test of een andere test met gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit;]

II.2.11.

zijn onderworpen aan de volgende tests die zijn uitgevoerd op monsters die ten minste 21 dagen na de begindatum van de in punt II.2.6 bedoelde quarantaine zijn genomen, met negatief resultaat, zoals vereist overeenkomstig deel 3, hoofdstuk I, punt 1, d), van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686:

II.2.11.1.

voor infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, een serologische test zoals bedoeld in deel 1, punt 1, van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

(1)(11)

[II.2.11.2.

voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis), een serologische test of een andere test met gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit;]

II.2.12.

in het spermawinningscentrum ten minste eenmaal per jaar aan de volgende verplichte routinetests zijn onderworpen, zoals vereist overeenkomstig deel 3, hoofdstuk I, punt 2, van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686:

II.2.12.1.

voor infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, een serologische test zoals bedoeld in deel 1, punt 1, van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

(1)(11)

[II.2.12.2.

voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis), een serologische test of een andere test met gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit;]]

(1)(12)

[II.2.13.

met negatief resultaat zijn onderworpen aan de volgende tests die zijn uitgevoerd op monsters die in de 30 dagen voor de winning van het sperma zijn genomen:

II.2.13.1.

voor infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, een serologische test zoals bedoeld in deel 1, punt 1, van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

(1)(11)

[II.2.13.2.

voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis), een serologische test of een andere test met gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit.]]

II.3.

Het in deel I beschreven sperma:

(1)(8)

[II.3.1.

is gewonnen, verwerkt en opgeslagen overeenkomstig de diergezondheidsvoorschriften van deel 1, punten 1 en 2, van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686;]

II.3.2.

is in rietjes of andere verpakkingen geplaatst waarop het merk is aangebracht overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 en dat merk wordt in vak I.30 vermeld;

II.3.3.

wordt vervoerd in een recipiënt die:

II.3.3.1.

vóór de datum van verzending vanuit het spermawinningscentrum is verzegeld en genummerd onder verantwoordelijkheid van de dierenarts van het centrum, of door een officiële dierenarts, en het zegel heeft het in vak I.19 vermelde nummer;

II.3.3.2.

vóór gebruik is gereinigd en ontsmet of gesteriliseerd, of een recipiënt voor eenmalig gebruik is;

(1)(9)

[II.3.3.3.

is gevuld met een cryogeen middel dat niet al voor andere producten is gebruikt;]

(1) hetzij

[II.3.4.

is gewonnen van dieren die sinds de geboorte ononderbroken zijn gehouden op een bedrijf dat of bedrijven die overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad is/zijn erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar of gecontroleerd risico op klassieke scrapie, behalve gedurende de periode waarin zij zijn gehouden in een spermawinningscentrum dat in die periode aan de voorwaarden van hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, c), iv), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 voldeed.]]

(1) hetzij

[II.3.4.

is gewonnen van dieren die gedurende de laatste drie jaar voor de winning ononderbroken zijn gehouden op een bedrijf dat of bedrijven die gedurende de laatste drie jaar voor de winning aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, a) tot en met f), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 volde(e)d(en), behalve gedurende de periode waarin zij zijn gehouden in een spermawinningscentrum dat in die periode aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, c), iv), bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 voldeed.]]

(1) hetzij

[II.3.4.

is gewonnen van dieren die sinds de geboorte ononderbroken zijn gehouden in een lidstaat die of een gebied van een lidstaat dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]]

(1) hetzij

[II.3.4.

is gewonnen van schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR.]]

(1)(15) hetzij

[II.3.4.

is gewonnen van geiten die drager zijn van ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen.]]

(1)(13)

[II.4.

Wanneer een antibioticum of een mengsel van antibiotica is toegevoegd aan het in deel I beschreven sperma:

II.4.1.

Het volgende antibioticum of mengsel van antibiotica is na de laatste verdunning aan het sperma toegevoegd, of zit in de gebruikte spermaverdunningsmiddelen: … (14).

II.4.2.

Onmiddellijk na de toevoeging van het antibioticum/de antibiotica en vóór het eventuele invriezen is het verdunde sperma gedurende ten minste 45 minuten op een temperatuur van ten minste 5 °C gehouden of aan een tijd-temperatuurregime met een gedocumenteerd equivalent bacteriedodend effect onderworpen.]

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld het unieke erkenningsnummer en de naam en het adres van het spermawinningscentrum of, in het geval van een inrichting zoals bedoeld in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686, het unieke registratienummer en het adres van de inrichting van verzending van de zending sperma.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld het adres en het unieke registratie- of erkenningsnummer van de inrichting van bestemming van de zending sperma.

Vak I.19

:

Vermeld het zegelnummer.

Vak I.26

:

Het totale aantal verpakkingen moet overeenkomen met het aantal recipiënten.

Vak I.30

:

“Soort”: Kies uit “ Ovis aries ” of “ Capra hircus ”, naargelang van het geval.

“Type”: Vermeld sperma.

“Identificatienummer”: Vermeld voor elk donordier het identificatienummer.

“Identificatiemerk”: Vermeld het merk op de rietjes of de andere verpakkingen waarin het sperma van de zending is geplaatst.

“Datum van winning/productie”: Vermeld de datum waarop het sperma van de zending is gewonnen.

“Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum”: Vermeld het unieke erkenningsnummer van het spermawinningscentrum of, in het geval van een inrichting zoals bedoeld in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686, het unieke registratienummer van de inrichting waar het sperma van de zending is gewonnen.

“Hoeveelheid”: Vermeld het aantal rietjes of andere verpakkingen met hetzelfde merk.

“Test”: Vermeld voor de BTV-test “punt II.2.8.5” of “punt II.2.8.6” of beide, en vermeld voor de EHD-test “punt II.2.9.4.1” of “punt II.2.9.4.2” of beide, indien van toepassing.

Deel II:

(1)

Schrappen indien niet van toepassing.

(2)

Alleen spermawinningscentra die zijn erkend door de bevoegde autoriteit en zijn opgenomen in het in artikel 101, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 7 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bedoelde register.

(3)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(4)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(5)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 159, lid 2, punten a), b) en c), van Verordening (EU) 2016/429.

(6)

Van toepassing op schapen.

(7)

Van toepassing op geiten.

(8)

Van toepassing op in een spermawinningscentrum gewonnen sperma.

(9)

Van toepassing op ingevroren sperma.

(10)

Van toepassing op vers en gekoeld sperma.

(11)

Van toepassing op schapen en op geiten die samen met schapen worden gehouden.

(12)

Van toepassing op sperma dat is gewonnen in een inrichting waar de donordieren worden gehouden, zoals bedoeld in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686.

(13)

Verplichte verklaring indien een antibioticum is/antibiotica zijn toegevoegd.

(14)

Vermeld de naam van het antibioticum/namen van de antibiotica en de concentratie ervan of de handelsnaam van het spermaverdunningsmiddel dat antibiotica bevat.

(15)

Alternatief van toepassing met ingang van 14 april 2024.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

;

7)

hoofdstuk 33 wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK 33

MODEL VAN DIERGEZONDHEIDSCERTIFICAAT VOOR DE VERPLAATSING TUSSEN LIDSTATEN VAN ZENDINGEN OÖCYTEN EN EMBRYO’S VAN SCHAPEN EN GEITEN DIE NA 20 APRIL 2021 ZIJN GEWONNEN OF GEPRODUCEERD, VERWERKT EN OPGESLAGEN OVEREENKOMSTIG VERORDENING (EU) 2016/429 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EN GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/686 VAN DE COMMISSIE, DIE WORDEN VERZONDEN DOOR HET EMBRYOWINNINGSTEAM OF EMBRYOPRODUCTIETEAM DAT DE OÖCYTEN OF EMBRYO’S HEEFT GEWONNEN OF GEPRODUCEERD (MODEL “OV/CAP-OOCYTES-EMB-A-INTRA”)

Deel I:   Beschrijving van de zending

EUROPESE UNIE

INTRA


I.1

Verzender

 

I.2

Imsoc-referentie

 

 

 

Naam

 

I.2a

Lokale referentie

 

 

 

Adres

 

I.3

Centrale bevoegde autoriteit

 

QR-code

 

 

 

Land

ISO-landcode

I.4

Lokale bevoegde autoriteit

 

 

I.5

Ontvanger

 

I.6

Onafhankelijk van een inrichting werkende exploitant van verzamelingen

 

Naam

 

 

Naam

Registratienummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.7

Land van oorsprong

ISO-landcode

I.9

Land van bestemming

ISO-landcode

I.8

Regio van oorsprong

Code

I.10

Regio van bestemming

Code

I.11

Plaats van verzending

 

I.12

Plaats van bestemming

 

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Naam

Registratie-/erkenningsnummer

 

Adres

 

 

Adres

 

 

Land

ISO-landcode

 

Land

ISO-landcode

I.13

Plaats van lading

I.14

Datum en tijdstip van vertrek


I.15

Vervoermiddel

 

I.16

Vervoerder

 

Vaartuig

Vliegtuig

 

Naam

Registratie-/vergunningsnummer

 

Adres

 

 

Treinwagon

Wegvoertuig

 

Land

ISO-landcode

I.17

Begeleidende documenten

 

Identificatie

Overig

 

Type

Code

 

Document

 

Land

ISO-landcode

 

Referentienummer van het handelsdocument

 


I.18

Vervoersomstandigheden

Omgevingstemperatuur

Gekoeld

Ingevroren

I.19

Laadkist- of recipiëntnummer/zegelnummer

 

Laadkist- of recipiëntnummer

Zegelnummer

 


I.20

Gecertificeerd als of voor

Verder houden

Slacht

Geconsigneerde inrichting

Levende producten

Geregistreerde paardachtige

Reizend circus/dierennummer

Tentoonstelling

Evenement of activiteit in een grensgebied

Vrijlating in het wild

Verzendingscentrum

Heruitzettingsgebied/zuiveringscentrum

Inrichting voor aquacultuurdieren voor sierdoeleinden

Verdere verwerking

Organische meststoffen en bodemverbeteraars

Technisch gebruik

Quarantaine- of soortgelijke inrichting

Producten voor menselijke consumptie

Bestuiving

Levende waterdieren voor menselijke consumptie

Overig


I.21

Voor doorvoer door een derde land

 

Derde land

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Plaats van binnenkomst

Code van de grenscontrolepost


I.22

Voor doorvoer door lidstaten

I.23

Voor uitvoer

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Derde land

ISO-landcode

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

Plaats van uitgang

Code van de grenscontrolepost

 

Lidstaat

ISO-landcode

 

 

 


I.24

Geschatte duur van het vervoer

I.25

Journaal

ja

nee

I.26

Totaal aantal verpakkingen

I.27

Totale hoeveelheid

I.28

Totaal nettogewicht/brutogewicht (kg)

I.29

Totale voor de zending voorziene ruimte


I.30

Beschrijving van de zending

GN-code

Soort

Ondersoort/categorie

Geslacht

Identificatiesysteem

Identificatienummer

Leeftijd

Hoeveelheid

 

 

 

 

 

 

 

Type

Regio van oorsprong

 

Koelhuis

 

Identificatiemerk

Type verpakking

 

Nettogewicht

 

 

 

 

 

 

 

 

Slachthuis

 

Soort behandeling

 

Aard van de goederen

Aantal verpakkingen

 

Partijnummer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van winning/productie

 

Verwerkingsbedrijf

Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum

Test

 

Deel II:   Certificering

EUROPESE UNIE

Modelcertificaat OV/CAP-OOCYTES-EMB-A-INTRA

 

II. Informatie over de gezondheid

II.a

Referentienummer certificaat

II.b

Imsoc-referentie

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart het volgende:

(1)[II.1.

De in deel I beschreven [oöcyten](1) [in vivo verkregen embryo’s](1) van [schapen](1) [geiten](1) zijn gewonnen, verwerkt en opgeslagen en verzonden door het embryowinningsteam(2) dat:

II.1.1.

door de bevoegde autoriteit is erkend en opgenomen in een register;

II.1.2.

voldoet aan de voorschriften betreffende verantwoordelijkheden, operationele procedures, voorzieningen en uitrusting in deel 2 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie.]

(1)[II.1.

De in deel I beschreven [oöcyten](1) [in vitro geproduceerde embryo’s](1) [gemicromanipuleerde embryo’s](1) van [schapen](1) [geiten](1) zijn gewonnen of geproduceerd, verwerkt en opgeslagen en verzonden door het embryoproductieteam(2) dat:

II.1.1.

door de bevoegde autoriteit is erkend en opgenomen in een register;

II.1.2.

voldoet aan de voorschriften betreffende verantwoordelijkheden, operationele procedures, voorzieningen en uitrusting in de delen 2 en 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686.]

II.2.

De zending bestaat uit [oöcyten](1) [embryo’s](1) van [schapen](1) [geiten](1) die, wat klassieke scrapie betreft,

(1) hetzij

[zijn gewonnen van dieren die sinds de geboorte ononderbroken zijn gehouden op een bedrijf dat of bedrijven die overeenkomstig hoofdstuk A, afdeling A, punt 1, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad is/zijn erkend als bedrijf met een verwaarloosbaar of gecontroleerd risico op klassieke scrapie.]

(1) hetzij

[zijn gewonnen van dieren die gedurende de laatste drie jaar voor de winning ononderbroken zijn gehouden op een bedrijf dat of bedrijven die gedurende de laatste drie jaar voor de winning aan de voorschriften van hoofdstuk A, afdeling A, punt 1.3, a) tot en met f), van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001 volde(e)d(en).]

(1) hetzij

[zijn gewonnen van dieren die sinds de geboorte ononderbroken zijn gehouden in een lidstaat die of een gebied van een lidstaat dat is opgenomen in de lijst van lidstaten en gebieden van lidstaten met een verwaarloosbaar risico op klassieke scrapie in hoofdstuk A, afdeling A, punt 2.3, van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 999/2001.]

(1) hetzij

[zijn gewonnen van schapen met ten minste één ARR-allel.]

(1)(15) hetzij

[zijn gewonnen van geiten die drager zijn van ten minste één van de K222-, D146- of S146-allelen.]

II.3.

De in deel I beschreven [oöcyten](1) [embryo’s](1) zijn bestemd voor kunstmatige voortplanting en zijn verkregen van donordieren die:

II.3.1.

in de Unie zijn geboren en daar sinds hun geboorte hebben verbleven, of de Unie zijn binnengekomen in overeenstemming met de voorschriften voor binnenkomst in de Unie;

II.3.2.

afkomstig waren van inrichtingen in een lidstaat of een zone daarvan of van inrichtingen in een derde land of gebied of een zone daarvan die onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit staan:

II.3.2.1.

die vrij waren van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, en zij zijn voordien nooit in een inrichting met een lagere gezondheidsstatus gehouden;

(1)(6)

[II.3.2.2.

waar in de laatste 42 dagen voor de datum van [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) geen melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis);]

(1)(7)

[II.3.2.2.

waar de in de inrichtingen gehouden geiten gedurende ten minste twaalf maanden voor de datum van [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) onderworpen zijn aan bewaking met betrekking tot infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie, en indien in die periode melding is gemaakt van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) bij in de inrichting gehouden geiten, zijn maatregelen genomen overeenkomstig deel 1, punt 3, van bijlage II bij die gedelegeerde verordening;]

II.3.2.3.

waar in de laatste 30 dagen voor de datum van [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) geen melding is gemaakt van surra (Trypanosoma evansi), en

(1) hetzij

[in de inrichtingen is in de laatste twee jaar voor de datum van [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) geen melding gemaakt van surra;]

(1) hetzij

[in de laatste twee jaar voor de datum van [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) is in de inrichtingen melding gemaakt van surra, en de getroffen inrichtingen zijn vanaf de datum van de laatste uitbraak aan verplaatsingsbeperkingen onderworpen tot en met de datum waarop de besmette dieren uit de inrichting zijn verwijderd en de overblijvende dieren in de inrichting met gebruikmaking van een van de in deel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 vermelde diagnostische methoden met negatief resultaat onderworpen zijn aan een test voor de opsporing van surra die is uitgevoerd op monsters die ten minste zes maanden na de datum van de verwijdering van de besmette dieren uit de inrichting zijn genomen;]

II.3.3.

door de teamdierenarts of een teamlid zijn onderzocht en geen symptomen of klinische tekenen van overdraagbare dierziekten vertoonden op de datum waarop de [oöcyten](1) [embryo’s](1) zijn [gewonnen](1) [geproduceerd](1);

II.3.4.

individueel zijn geïdentificeerd zoals bepaald in artikel 45, lid 2 of 4, of artikel 46, lid 1 of 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie;

II.3.5.

gedurende ten minste 30 dagen voor de datum van de eerste [winning](1) [productie](1) van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) en gedurende de winningsperiode:

II.3.5.1.

zijn gehouden in inrichtingen die zich bevinden in een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die zijn ingesteld wegens de aanwezigheid van mond-en-klauwzeer, infectie met het runderpestvirus, infectie met het riftdalkoortsvirus (riftvalleykoortsvirus), infectie met het virus van de pest bij kleine herkauwers (“peste des petits ruminants”), schapenpokken en geitenpokken of besmettelijke pleuropneumonie bij geiten of van een nieuwe ziekte die relevant is voor schapen en geiten;

II.3.5.2.

zijn gehouden in één enkele inrichting waar geen melding is gemaakt van infectie met Brucella abortus, B. melitensis en B. suis, infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), rabiës, miltvuur, surra (Trypanosoma evansi), infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte, infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en, in het geval van schapen en van geiten die samen met schapen worden gehouden, epididymitis bij schapen (Brucella ovis);

II.3.5.3.

niet in contact zijn gekomen met dieren die afkomstig zijn van inrichtingen die zich bevinden in een zone die is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die wegens de aanwezigheid van in punt II.3.5.1 genoemde ziekten zijn ingesteld of van inrichtingen die niet aan de voorwaarden van punt II.3.5.2 voldoen;

II.3.5.4.

niet zijn gebruikt voor natuurlijke dekking;

II.3.6.

voldoen aan de volgende voorwaarden wat mond-en-klauwzeer betreft:

II.3.6.1.

zij zijn afkomstig van inrichtingen:

II.3.6.1.1.

die zich bevinden in een gebied waar gedurende ten minste 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) binnen een straal van 10 km rond de inrichting geen melding is gemaakt van mond-en-klauwzeer;

II.3.6.1.2.

waar gedurende ten minste drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de datum van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) geen melding is gemaakt van mond-en-klauwzeer;

(1) hetzij

[II.3.6.2.

zij zijn niet gevaccineerd tegen mond-en-klauwzeer;]

(1)(5) hetzij

[II.3.6.2.

zij zijn in de twaalf maanden voor de datum van winning of productie van de embryo’s tegen mond-en-klauwzeer gevaccineerd en:

II.3.6.2.1.

zij zijn niet tegen mond-en-klauwzeer gevaccineerd in de 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de datum van winning van de embryo’s;

II.3.6.2.2.

het voor de bevruchting gebruikte sperma is gewonnen van een mannelijke donor die voldoet aan de voorwaarden van deel 5, hoofdstuk I, punt 1, b), van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 of het sperma voldoet aan de voorwaarden van deel 5, hoofdstuk I, punt 2, van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686;

II.3.6.2.3.

de embryo’s zijn voor de datum van het invriezen overeenkomstig de aanbevelingen van het handboek van de IETS(6) met trypsine gewassen;

II.3.6.2.4.

de embryo’s werden gedurende ten minste 30 dagen na de datum van winning diepgevroren opgeslagen en de donordieren hebben gedurende deze periode geen klinische tekenen van mond-en-klauwzeer vertoond;]

II.3.7.

voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden wat infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) betreft:

(1)

[II.3.7.1.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een lidstaat of een zone daarvan die vrij was van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de voorafgaande 24 maanden geen geval van infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd bij de betrokken dierpopulatie;]

(1) of

[II.3.7.2.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, gedurende de seizoensgebonden ziektevrije periode, in een lidstaat of een zone daarvan met een goedgekeurd uitroeiingsprogramma voor infectie met het bluetonguevirus (serotypen 1-24);]

(1) of

[II.3.7.3.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, gedurende de seizoensgebonden ziektevrije periode, in een lidstaat of een zone daarvan waar de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending [oöcyten](1) [embryo’s](1) de voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming wat betreft de voorwaarden voor het vaststellen van die seizoensgebonden ziektevrije zone en het aanvaarden van de zending [oöcyten](1) [embryo’s](1);]

(1) en/of

[II.3.7.4.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een tegen vectoren beschermde inrichting;]

(1) en/of

[II.3.7.5.

zij zijn tussen 28 en 60 dagen na de datum van elke winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) met negatief resultaat onderworpen aan een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de serotypen 1-24 van het bluetonguevirus;]

(1) en/of

[II.3.7.6.

zij zijn met negatief resultaat onderworpen aan een test voor de opsporing van de ziekteverwekker voor het bluetonguevirus (serotypen 1-24) die is uitgevoerd op bloedmonsters die zijn genomen op de dag waarop de [oöcyten](1) [embryo’s](1) zijn gewonnen;]

II.3.8.

voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden wat infectie met het virus van epizoötische hemorragische ziekte (EHDV) betreft:

(1)

[II.3.8.1.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een lidstaat of een zone daarvan waar EHDV gedurende ten minste twee jaar binnen een straal van 150 km rond de inrichting niet is gemeld;]

(1) of

[II.3.8.2.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een seizoensgebonden ziektevrije zone, tijdens de seizoensgebonden ziektevrije periode;]

(1) en/of

[II.3.8.3.

zij zijn gedurende ten minste 60 dagen voor de datum van winning en tijdens de periode van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) gehouden in een tegen vectoren beschermde inrichting;]

(1) of

[II.3.8.4.

zij verbleven in een lidstaat of een zone daarvan waar volgens officiële bevindingen de volgende serotypen van EHDV voorkomen: … en zijn met negatief resultaat onderworpen aan de volgende tests, die in een officieel laboratorium zijn uitgevoerd:

(1)

[II.3.8.4.1.

een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen EHDV die is uitgevoerd op bloedmonsters die tussen 28 en 60 dagen na de datum van winning van de [oöcyten](1) [embryo’s](1) zijn genomen, met negatief resultaat;]]

(1) en/of

[II.3.8.4.2.

een test voor de opsporing van de ziekteverwekker voor EHDV die is uitgevoerd op bloedmonsters die zijn genomen op de datum waarop de [oöcyten](1) [embryo’s](1) zijn gewonnen, met negatief resultaat.]]

II.4.

De in deel I beschreven [oöcyten](1) [embryo’s](1):

II.4.1.

zijn gewonnen, verwerkt en opgeslagen overeenkomstig de diergezondheidsvoorschriften van [deel 2](1) [deel 3](1) [deel 4](1) [deel 5](1) en deel 6 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686;

II.4.2.

zijn in rietjes of andere verpakkingen geplaatst waarop het merk is aangebracht overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 en dat merk wordt in vak I.30 vermeld;

II.4.3.

worden vervoerd in een recipiënt die:

II.4.3.1.

vóór de datum van verzending door het embryowinningsteam of embryoproductieteam is verzegeld en genummerd onder verantwoordelijkheid van de teamdierenarts, of door een officiële dierenarts, en het zegel heeft het in vak I.19 vermelde nummer;

II.4.3.2.

vóór gebruik is gereinigd en ontsmet of gesteriliseerd, of een recipiënt voor eenmalig gebruik is;

(1)(7)

[II.4.3.3.

is gevuld met een cryogeen middel dat niet al voor andere producten is gebruikt;]

(1)(8)

[II.4.4.

zijn in rietjes of andere verpakkingen geplaatst die degelijk en hermetisch zijn verzegeld;

II.4.5.

worden vervoerd in een recipiënt waarin de verschillende typen van elkaar worden gescheiden door fysieke compartimenten of door secundaire beschermende zakken.]

(1)(9)

[II.5.

De in deel I beschreven [in vivo verkregen embryo’s](1) [in vitro geproduceerde embryo’s](1) [gemicromanipuleerde embryo’s](1) werden bevrucht door kunstmatige inseminatie met sperma dat afkomstig was uit een spermawinningscentrum, een verwerkingsinrichting voor levende producten of een opslagcentrum voor levende producten dat/die voor de winning, verwerking en opslag of voor de opslag van sperma is erkend door de bevoegde autoriteit van een lidstaat of door de bevoegde autoriteit van een in de lijst in bijlage X bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 van de Commissie opgenomen derde land of gebied of een zone daarvan, en dat is gewonnen, verwerkt en opgeslagen overeenkomstig de voorschriften van deel 3, hoofdstuk I, en deel 5, hoofdstukken II en III, van bijlage II en deel 1 van bijlage III bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686.]

(1)(10)

[II.6.

Het volgende antibioticum of mengsel van antibiotica(11) is toegevoegd aan de winnings-, verwerkings-, was- of opslagmedia: …]

II.7.

De in deel I beschreven [oöcyten](1) [embryo’s](1) worden verzonden door

(1) hetzij

[een [embryowinningsteam](1) [embryoproductieteam](1) dat of vanuit een zone die niet is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens voor die soorten relevante in de lijst opgenomen ziekten of voor die soorten relevante ziekten waarvoor noodmaatregelen gelden, of die beperkingen gelden niet voor deze oöcyten of embryo’s omdat zij zijn gewonnen voordat de beperkingen zijn ingesteld, en zij zijn gedurende een passende periode niet in contact geweest met andere oöcyten of embryo’s met een lagere gezondheidsstatus.]

(1) hetzij

[een [embryowinningsteam](1) [embryoproductieteam](1) dat of vanuit een zone die is onderworpen aan verplaatsingsbeperkingen die op schapen en geiten betrekking hebben en die zijn ingesteld wegens … (12), maar er zijn afwijkingen van die verplaatsingsbeperkingen toegestaan, en:

(1)

[zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in … (13);]]

(1)

[en zij zijn met name … (14).]]

Toelichting:

In overeenstemming met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87)), in samenhang met bijlage 2 bij dat kader, betreffen verwijzingen naar de Unie in dit diergezondheidscertificaat ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Dit diergezondheidscertificaat moet worden ingevuld overeenkomstig de richtsnoeren in hoofdstuk 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2235 van de Commissie.

Deel I:

Vak I.11

:

“Plaats van verzending”: Vermeld het unieke erkenningsnummer en de naam en het adres van het embryowinningsteam of embryoproductieteam van verzending van de zending oöcyten of embryo’s.

Vak I.12

:

“Plaats van bestemming”: Vermeld het adres en het unieke registratie- of erkenningsnummer van de inrichting van bestemming van de zending oöcyten of embryo’s.

Vak I.19

:

Vermeld het zegelnummer.

Vak I.26

:

Het totale aantal verpakkingen moet overeenkomen met het aantal recipiënten.

Vak I.30

:

“Type”: Specificeer of het gaat om in vivo verkregen embryo’s, in vivo verkregen oöcyten, in vitro geproduceerde embryo’s of gemicromanipuleerde embryo’s.

“Soort”: Kies uit “ Ovis aries ” of “ Capra hircus ”, naargelang van het geval.

“Identificatienummer”: Vermeld voor elk donordier het identificatienummer.

“Identificatiemerk”: Vermeld het merk op de rietjes of de andere verpakkingen waarin de oöcyten of embryo’s van de zending zijn geplaatst.

“Datum van winning/productie”: Vermeld de datum waarop de oöcyten of embryo’s van de zending zijn gewonnen of geproduceerd.

“Erkennings- of registratienummer van bedrijf/inrichting/centrum”: Vermeld het unieke erkenningsnummer van het embryowinningsteam of embryoproductieteam dat de oöcyten of embryo’s van de zending heeft gewonnen of geproduceerd.

“Hoeveelheid”: Vermeld het aantal rietjes of andere verpakkingen met hetzelfde merk.

“Test”: Vermeld voor de BTV-test “punt II.3.7.5” of “punt II.3.7.6” of beide, en vermeld voor de EHD-test “punt II.3.8.4.1” of “punt II.3.8.4.2” of beide, indien van toepassing.

Deel II:

(1)

Schrappen indien niet van toepassing.

(2)

Alleen embryowinningsteams of embryoproductieteams die zijn erkend door de bevoegde autoriteit en zijn opgenomen in het in artikel 101, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 7 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bedoelde register.

(3)

Van toepassing op schapen.

(4)

Van toepassing op geiten.

(5)

Alternatief alleen beschikbaar voor zendingen in vivo verkregen embryo’s.

(6)

Manual of the International Embryo Technology Society — A procedural guide and general information for the use of embryo transfer technology emphasising sanitary procedures, uitgegeven door de International Embryo Technology Society, 1 111 North Dunlap Avenue, Savoy, Illinois 61 874, Verenigde Staten van Amerika (http://www.iets.org/).

(7)

Van toepassing op ingevroren oöcyten of embryo’s.

(8)

Van toepassing op zendingen waarbij oöcyten, in vivo verkregen embryo’s, in vitro geproduceerde embryo’s en gemicromanipuleerde embryo’s van schapen of geiten in één recipiënt zijn geplaatst en worden vervoerd.

(9)

Niet van toepassing op oöcyten.

(10)

Verplichte verklaring indien een antibioticum is/antibiotica zijn toegevoegd.

(11)

Vermeld de naam van het antibioticum/namen van de antibiotica en de concentratie ervan.

(12)

Vul de na(a)m(en) van de ziekte(n) in.

(13)

Vul de specifieke verwijzing in naar het (de) artikel(en), de titel en het nummer van de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en) waarin die voorschriften zijn vervat.

(14)

Vul de specifieke verklaring(en) in waarin wordt voorzien in en die wordt (worden) vereist door de desbetreffende door de Commissie vastgestelde rechtshandeling(en), zoals bedoeld in artikel 159, lid 2, punten a), b) en c), van Verordening (EU) 2016/429.

(15)

Alternatief van toepassing met ingang van 14 april 2024.

Officiële dierenarts

Naam (in hoofdletters)

 

Hoedanigheid en titel

 

Naam lokale controle-eenheid

 

Code lokale controle-eenheid

 

Datum

 

 

 

Stempel

 

Handtekening”

 

.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/243/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)