41999D0018

Het Schengenacquis - Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de verbetering van de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten (SCH/Com-ex(99) 18)

Publicatieblad Nr. L 239 van 22/09/2000 blz. 0421 - 0423


BESLUIT VAN HET UITVOEREND COMITÉ

van 28 april 1999

betreffende de verbetering van de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten

(SCH/Com-ex(99) 18)

HET UITVOEREND COMITÉ,

Gelet op de Overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen, inzonderheid op artikel 132,

Gelet op artikel 39 van deze overeenkomst,

Ten vervolge van het streven naar een verbetering van de raamvoorwaarden voor de grensoverschrijdende politiële samenwerking,

In aanmerking genomen het besluit van het Uitvoerend Comité van 16 december 1998 (document SCH/Com-ex(98) 51, 3e herz.),

BESLUIT:

De in de nota van het voorzitterschap van 28 april 1999 (document SCH/I(98) 75, 5e herz.) opgenomen beginselen voor de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten worden aangenomen.

Gedaan te Luxemburg, 28 april 1999.

De voorzitter

C. H. Schapper

Betreft: Toepassing van artikel 39 van de Uitvoeringsovereenkomst (SUO)

Ref.: Verbetering van de politiële samenwerking bij de voorkoming en opsporing van strafbare feiten

SCH/I(98) 75, 5e herz.

Het Duitse Schengenvoorzitterschap streeft naar een verbetering van de politiële samenwerking tussen de Schengenstaten bij de opsporing van strafbare feiten. Het Duitse voorzitterschap heeft reeds tijdens de op 14 september 1998 gehouden vergadering van werkgroep I een nota voorgelegd waarin de problemen worden gereleveerd en een aanzet voor mogelijke oplossingen wordt gegeven (SCH/I(98) 55, herz.).

Alle delegaties zijn het erover eens dat de tekortkomingen bij de politiële samenwerking op het gebied van de vervolging van strafbare feiten door een eenvormige interpretatie en gerichte toepassing van de bepalingen van de SUO duidelijk kunnen worden gereduceerd.

Daarbij bestaat tussen de Schengenstaten overeenstemming over het feit dat een verbetering van de politiële samenwerking bij de opsporing van strafbare feiten geen afbreuk mag doen aan de uiteindelijke bevoegdheid van de justitiële autoriteiten.

Op korte termijn kunnen de volgende oplossingen worden gerealiseerd:

1. Catalogusoplossing

In uitvoering van artikel 39 van de SUO en ter verbetering van het opsporen en het voorkomen van strafbare feiten kunnen de politiediensten van de Schengenstaten informatie uitwisselen, op voorwaarde dat:

- voor de uitwisseling van informatie geen dwangmiddelen behoeven te worden toegepast;

- deze uitwisseling in overeenstemming is met het nationale recht van de aangezochte overeenkomstsluitende partij en het stellen van de handelingen niet uitsluitend aan de justitiële autoriteiten is voorbehouden of aan toestemming onderworpen is.

De verbetering van het opsporen en het voorkomen van strafbare feiten dient te worden bewerkstelligd door samenwerking tussen de politiediensten van de Schengenstaten in een situatie waarin sprake is van een concrete verdenking of een concreet gevaar, zonder inschakeling van de justitiële autoriteiten, in het bijzonder bij de uitvoering van in onderstaande catalogus opgenomen maatregelen. Deze lijst heeft een niet-uitputtend karakter. De navolgend genoemde handelingen worden uitgevoerd voor zover zulks naar het nationale recht van de aangezochte en van de verzoekende staat is toegestaan:

- vaststelling van de houder van een motorvoertuig en onderzoek naar de bestuurder;

- aanvragen van rijbewijzen;

- vaststelling van verblijf- en woonplaats;

- vaststelling van de houder van telefoon, fax of Internet-aansluitingen, voorzover het daarbij om openbaar geregistreerde nummers gaat;

- het door de politie inwinnen van informatie op vrijwillige basis bij de desbetreffende personen(1);

- identiteitscontroles;

- doorgeleiding van informatie uit politiële informatiesystemen en politiële stukken, voor zover zulks volgens de relevante bepalingen inzake bescherming van persoonsgegevens is toegestaan;

- voorbereiding van plannen en coördinatie van maatregelen op het gebied van opsporing en inleiding van opsporingen in spoedeisende gevallen (los van de SIS-opsporing);

- aanvragen over de weg die een gekocht goed heeft gevolgd, in het bijzonder met betrekking tot wapens en voertuigen;

- sporenonderzoek (bijv. het in ogenschouw nemen van schade aan motorvoertuigen in geval van doorrijden na ongeval, raderingen op documenten, enz.).

De Schengenstaten kunnen overeenkomstig artikel 39 van de SUO voor wat betreft hun betrekkingen met afzonderlijke of alle partnerstaten bijkomende punten toevoegen welke het voorwerp zijn van politiële bijstand zonder inschakeling van de justitiële autoriteiten.

2. Toepassing van het voorbehoud van toestemming door de justitiële autoriteiten (artikel 39, lid 2, van de SUO)

Het tijdige gebruik van informatie als bewijsmiddel voor ten laste gelegde feiten is alleen mogelijk, indien daarvoor door de aangezochte staat naast het reeds gedane politiële verzoek niet ook nog een additioneel formeel rechtshulpverzoek wordt verlangd. De beperkte middelen van de met strafvervolging belaste autoriteiten moeten voor de dringende problemen van de criminaliteitsbestrijding worden ingezet; er mag geen onnodig beslag op worden gelegd door eventuele goedkeuringsvoorbehouden.

In artikel 39, lid 2, van de SUO is geenszins bepaald, op welke wijze de toestemming van de justitiële autoriteiten voor het opnemen van documenten als bewijsmiddel dient te worden verkregen. De procedure ter verkrijging van deze toestemming is derhalve afhankelijk van de manier waarop hieraan is vormgegeven door de Schengenstaten.

De Schengenstaten zijn het erover eens dat de politiediensten of de justitiële autoriteiten voor het verzenden van verzoeken om het verlenen van toestemming en van met de afhandeling verband houdende stukken gebruik kunnen maken van elk communicatiemiddel dat een snelle verzending mogelijk maakt, op voorwaarde dat het gekozen communicatiemiddel (bijv. fax, e-mail) een schriftelijk spoor van de verzender nalaat.

3. Vereenvoudiging van procedures

Aan een bespoediging bij de opsporing van strafbare feiten, met name in spoedeisende gevallen, kan eveneens worden bijgedragen door een vereenvoudiging van de procedures. Bijvoorbeeld zij gewezen op de tussen twee Schengenstaten reeds bestaande regeling op grond waarvan de politiële autoriteiten bij dreigend gevaar op last van een justitiële autoriteit rechtstreeks samenwerken en elkaar bijstaan door het verrichten van politiële ondervragingen, fouilleringen en de inbeslagneming van voorwerpen.

De Schengenstaten zullen op basis van met de toepassing van deze of soortgelijke afspraken opgedane ervaringen nagaan of desbetreffende procedures voor alle Schengenstaten kunnen worden ontwikkeld.

(1) Voor Oostenrijk, Duitsland en Nederland geldt volgens hun nationale recht: ondervraging door de politie op vrijwillige basis.