EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.7.2023
COM(2023) 477 final
2023/0295(NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) (ST 10160/21 INIT; ST 10160/21 ADD 1 REV 2) van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië
2023/0295 (NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) (ST 10160/21 INIT; ST 10160/21 ADD 1 REV 2) van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, en met name artikel 20, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Nadat Italië op 30 april 2021 zijn nationale herstel- en veerkrachtplan had ingediend, heeft de Commissie de Raad een voorstel voor een positieve beoordeling voorgelegd. De Raad heeft de positieve beoordeling goedgekeurd door middel van zijn uitvoeringsbesluit van 13 juli 2021.
(2)Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 moet de maximale financiële bijdrage voor niet-terugbetaalbare financiële steun voor elke lidstaat uiterlijk 30 juni 2022 worden bijgewerkt aan de hand van de daarin vastgestelde methode. De Commissie heeft op 30 juni 2022 de bijgewerkte resultaten aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.
Wijzigingen krachtens artikel 21 van Verordening (EU) 2021/241
(3)Op 11 juli 2023 heeft Italië een met redenen omkleed verzoek aan de Commissie gericht om voor te stellen het uitvoeringsbesluit van de Raad overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 te wijzigen, aangezien het herstel- en veerkrachtplan als gevolg van objectieve omstandigheden gedeeltelijk niet meer haalbaar is. Op basis hiervan heeft Italië een gewijzigd herstel- en veerkrachtplan ingediend.
(4)Italië heeft het vanwege objectieve omstandigheden gewijzigde herstel- en veerkrachtplan ingediend met betrekking tot acht maatregelen.
(5)De eerste wijziging betreft Investering 4 – Satelliettechnologie en ruimtevaarteconomie in het kader van component 2, missie 1. De investering bestaat uit de ontwikkeling van satellietverbindingen met het oog op de digitale en groene transitie en als bijdrage aan de ontwikkeling van de ruimtevaartsector, ten behoeve van diensten zoals beveiligde communicatie en het toezicht op de infrastructuur voor uiteenlopende sector van de economie. Hieronder vallen vier submaatregelen: i) SATCOM, ii) aardobservatie, iii) ruimtefabriek en iv) in-orbit economie. Italië heeft toegelicht dat de SATCOM-submaatregel deels niet langer haalbaar is in het licht van de recente marktontwikkelingen betreffende satellietverbindingen. Door de ontwikkeling van verscheidene commerciële Internet-of-Things-initiatieven op basis van kleine satellieten op Europees en wereldwijd niveau worden in het bijzonder publieke investeringen met overheidsmiddelen op dit domein ontmoedigd, en moet overlap met particuliere investeringen van de initieel geplande activiteiten worden vermeden. Bovendien moet de SATCOM-submaatregel aansluiten op het IRIS²-initiatief “beveiligde connectiviteit” van de EU, gericht op de ontwikkeling van een geavanceerd ruimtegebaseerd connectiviteitsysteem met het oog op uitgebreidere communicatiecapaciteit, waardoor de bijdrage van Italië aan dit initiatief stijgt. Daarom heeft Italië verzocht om de omschrijving van de SATCOM-submaatregel van Investering 4 – Satelliettechnologie en ruimtevaarteconomie te wijzigen en bij te sturen naar de ontwikkeling van technologie voor duaal gebruik en systemen voor de levering van zeer innovatieve satellietcommunicatiediensten voor gebruik door de overheid, en moet het uitvoeringsbesluit van de Raad dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(6)De tweede wijziging betreft Investering 3.2 – Ontwikkeling van de filmindustrie (Cinecittà project) in het kader van component 3, missie 1. De investering heeft tot doel het concurrentievermogen van de Italiaanse film- en audiovisuele sector te versterken en de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-crisis te verzachten en zodoende de economische groei, werkgelegenheid en het concurrentievermogen te ondersteunen. Italië heeft toegelicht dat de maatregel niet langer haalbaar is zoals beschreven in het uitvoeringsbesluit van de Raad, omdat het oorspronkelijke uitvoeringsorgaan “Istituto Luce” in 2021 is omgedoopt tot “Cinecitta’ S.p.A” Daarom heeft Italië verzocht om de naam van het uitvoeringsorgaan voor het ontwikkelingsproject van de filmindustrie te veranderen van het eerdere “Istituto Luce” in “Cinecittà S.p.A” in de titel van de maatregel. Mijlpaal M1C3-20 van het uitvoeringsbesluit van de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(7)De derde wijziging betreft Investering 3.4 – Waterstoftesten voor spoormobiliteit in het kader van component 2, missie 2. Deze investering bestaat uit de bouw van ten minste tien tankstations voor spoorwegen op basis van waterstof langs ten minste zes spoorlijnen. Bovendien worden de tankstations voor de waterstoftrein gerealiseerd in de buurt van lokale productie-eenheden van groene waterstof en/of waterstoftankstations voor autosnelwegen. Italië heeft toegelicht dat de maatregel deels niet langer haalbaar is, met name vanwege de beperkte reactie van marktpartijen betreffende de locatie van de tankstations, en dat daarom slechts enkele daarvan in de buurt van waterstofproductie-eenheden kunnen worden geplaatst. Bovendien hebben de autoriteiten, in het licht van het herziene wettelijke kader inzake waterstof en met name de vaststelling van Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad “door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong” en de bepaling van specifieke criteria waaraan waterstof moet voldoen om als hernieuwbaar te worden aangemerkt, verduidelijkt dat conform de RED II-richtlijn (Richtlijn (EU) 2018/2021 hernieuwbare waterstof zal worden gebruikt, aangezien die een duidelijker kader voor de uitvoering van de maatregel biedt. Daarom heeft Italië verzocht om de beschrijving van de maatregel in het uitvoeringsbesluit van de Raad te wijzigen.
(8)De vierde wijziging betreft Investering 4.3 – Installatie van laadinfrastructuur in het kader van component 2, missie 2. Deze investering bestaat uit de bouw van snelle laadpunten voor elektrische voertuigen langs autosnelwegen en in stedelijke gebieden. Italië heeft toegelicht dat een deel van de maatregel niet langer haalbaar is binnen het indicatieve tijdschema vanwege de zeer beperkte interesse voor de aanbesteding voor laadstations langs autosnelwegen, waardoor de investering in dat opzicht slechts zeer beperkt werd benut. Daarom heeft Italië verzocht om de beschrijving van de tussentijdse doelstelling M2C2-27 te wijzigen door de bouw van laadstations langs autosnelwegen uit te stellen, waardoor het constitutieve element betreffende de toekenning van (alle) overheidsopdrachten voor de installatie van 2500 snelle laadpunten voor elektrische voertuigen langs autosnelwegen wordt weggenomen, en door het aantal laadpunten in stedelijke gebieden te verhogen van de initiële 4000 tot ten minste 4700. Het uitvoeringsbesluit van de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(9)De vijfde wijziging betreft Investering 2.1 – Versterking van de Ecobonus en de Sismabonus voor energie-efficiëntie en veiligheid van gebouwen in het kader van component 3, missie 2. Deze investering bestaat uit de financiering van de renovatie van gebouwen voor energie-efficiëntie- en aardbevingsbestendigheidsdoeleinden, en om de energiebesparings- en emissiereductiedoelstellingen te helpen verwezenlijken, en als anticyclische ondersteuning voor de bouwsector ter compensatie van de gevolgen van de economische achteruitgang. De steun komt in de vorm van een belastingvermindering, of anders via een overmaking of korting op factuur. Italië heeft toegelicht dat de tussentijdse doelstelling van deze maatregel deels niet langer haalbaar is omdat de energie-efficiëntiemaatregelen voorrang moeten krijgen binnen de huidige geopolitieke context, die aanmerkelijk veranderd is ten opzichte van de oorspronkelijke planning van het project. Derhalve moesten maatregelen voor aardbevingsbestendigheidsdoeleinden worden verminderd en konden die niet binnen de verwachte termijn worden voltooid. Daarnaast is in februari 2023 de mogelijkheid van een overmaking of korting op factuur in de Superbonus beëindigd, vanwege zorgen over de subsidiabiliteit en een hoger dan verwachte benutting, wat tot een buitensporige stijging van de overheidsuitgaven heeft geleid. Daarom heeft Italië verzocht om de beschrijving van de maatregel te wijzigen en de tussentijdse doelstelling M2C3-2 voor energie-efficiëntiemaatregelen te verhogen ter compensatie van de verwijdering van het deel inzake aardbevingsrisicomaatregelen. Het uitvoeringsbesluit van de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(10)De zesde wijziging betreft Investering 1.1 – Plan voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang in het kader van component 1, missie 4. De investeringen zijn gericht op het vergroten van het aanbod aan kinderopvang door het bouwen, renoveren en waarborgen van de veiligheid van kinderdagverblijven en kleuterscholen, en om te zorgen voor een groter onderwijsaanbod. Italië heeft toegelicht dat mijlpaal M4C1-9 betreffende de toekenning van de contracten vanwege objectieve omstandigheden deels niet langer haalbaar is. In het bijzonder was er vanwege problemen in verband met de benutting behoefte aan nieuwe aanbestedingen om de doelstellingen binnen de overeengekomen termijn te verwezenlijken. Vanwege die objectieve omstandigheden moeten extra maatregelen, zoals extra aanbestedingen, worden getroffen zodat de maatregel effectief wordt uitgevoerd en de doelstelling voor M4C1-18 in Q4 2025 wordt gehaald. Daarom heeft Italië een verzoek ingediend tot wijziging van de beschrijving van de maatregel, die initieel betrekking had op de toekenning van alle contracten voor toegestane maatregelen om volgende aanbestedingen in 2023 en 2024 te starten, en tot wijziging van mijlpaal M4C1-9 om de eerste in aanmerking komende maatregelen bij de toekenning van opdrachten voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voor voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang aan te passen. Het uitvoeringsbesluit van de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(11)De zevende wijziging betreft Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting in het kader van component 1, missie 4. De maatregel is erop gericht om particuliere instellingen te stimuleren studentenhuisvesting te bouwen en het aanbod van studentenkamers te verhogen. Vanwege objectieve omstandigheden was er behoefte aan nieuwe aanbestedingen om de doelstellingen van de maatregel binnen de overeengekomen termijn te verwezenlijken. Daarom heeft Italië verzocht om doelstelling M4C1-28 te veranderen in een mijlpaal die de eerste aanbestedingen voor extra studentenhuisvesting moet omvatten en om doelstelling M4C1-30 te wijzigen, zodat de maatregel effectief wordt uitgevoerd. Het uitvoeringsbesluit van de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(12)De achtste wijziging betreft Investering 5 – Oprichting van ondernemingen voor vrouwen in het kader van component 1, missie 5. De investeringen zijn gericht op het vergroten van de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt en met name steun voor de deelname van vrouwen aan bedrijfsactiviteiten. Italië heeft toegelicht dat ondernemingen een kleiner dan verwacht aantal verzoeken om voorschotten hebben ingediend en dat er een vertraging in betalingsverzoeken van ondernemingen is geweest, met gevolgen voor het uitbetalingsschema, wegens de veranderde economische omstandigheden op het gebied van kosten en de beschikbare bankgaranties, en langere termijnen om grondstoffen en kapitaalgoederen aan te kopen. Daarom heeft Italië verzocht om de beschrijving van doelstelling M5C1-18 te wijzigen van “Ondernemingen hebben financiële steun ontvangen via het “Impresa donna”-fonds” in “Financiële steun aan ondernemingen is beschikbaar gesteld”. Deze wijziging komt ook tot uiting in de beschrijving van doelstelling M5C1-18. Verder heeft Italië voorgesteld, als beter alternatief dat tijdens de uitvoering van de maatregel aan het licht kwam, om de twee bestaande instrumenten (Nito-ON and Smart&Start) en het nieuwe fonds (Fondo imprese femminili) apart te houden. Daarom werd het niet nodig gevonden om een overkoepelende financieringsstructuur (Fondo impresa donna) op te zetten, omdat die voor onnodige administratieve lasten zou zorgen. Tot slot heeft Italië voorgesteld om een bepaling te verwijderen in de beschrijving van doelstelling M5C1-18 met betrekking tot de drie instrumenten in de maatregel ter verwezenlijking van de doelstelling, aangezien die instrumenten vraaggestuurd zijn en het nieuwe fonds aantrekkelijker voor de markt bleek. Daarom moet het uitvoeringsbesluit van de Raad dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(13)De Commissie is van oordeel dat de door Italië aangevoerde redenen op grond van artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 de wijzigingen rechtvaardigen.
Correcties van schrijffouten
(14)Er zijn acht schrijffout geconstateerd in de tekst van het uitvoeringsbesluit van de Raad, met gevolgen voor vijf mijlpalen en doelstellingen en acht maatregelen. Het uitvoeringsbesluit van de Raad moet worden gewijzigd ter correctie van schrijffouten die niet de inhoud weerspiegelen van het op 30 april 2021 bij de Commissie ingediende herstel- en veerkrachtplan, zoals overeengekomen tussen de Commissie en Italië. Die schrijffouten hebben betrekking op de beschrijving van Investering 4 – Satelliettechnologie en ruimtevaarteconomie in het kader van component 2, missie 1; de beschrijving van Investering 3.2 – Ontwikkeling van de filmindustrie (Cinecittà project) en van mijlpaal M1C3-20 in het kader van component 3, missie 1; de beschrijving van Investering 3.4 – Waterstoftests voor spoormobiliteit in het kader van component 2, missie 2 en van mijlpaal M2C2-16 bij de beschrijving van Investering 4.4.2 — Vernieuwing van het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met treinen met schone brandstoffen en universele dienstverlening en van mijlpaal M2C2-33; de beschrijving van Investering 3.2 – Waterstofgebruik in industrie waar emissiereductie moeilijk is; de beschrijving van Investering 2.1 – Versterking van de Ecobonus en de Sismabonus voor energie-efficiëntie en veiligheid van gebouwen in het kader van component 3, missie 2; de beschrijving van Investering 1.1 – Plan voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang; de beschrijving van Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting en van doelstelling M4C1-30; en de beschrijving van Investering 3 – Gestructureerde sociaal-educatieve maatregelen ter bestrijding van onderwijsarmoede in het zuiden ter ondersteuning van de tertiaire sector en van doelstelling M5C3-8; en van mijlpaal M5C1-18. Deze correcties hebben geen gevolgen voor de uitvoering van de betreffende maatregelen.
(15)Overwegende dat de uiteindelijke resultaten met betrekking tot de uitvoering van de genoemde elf te corrigeren maatregelen niet wijzigen, is de Commissie van mening dat de door Italië voorgestelde wijzigingen niet van invloed zijn op de positieve beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan in het uitvoeringsbesluit van de Raad van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië ten aanzien van de relevantie, de doeltreffendheid, de efficiëntie en de samenhang van het plan in het licht van de beoordelingscriteria van artikel 19, lid 3.
(16)Met betrekking tot het beoordelingscriterium van artikel 19, lid 3, punt e), van en bijlage V, criterium 2.5 bij Verordening (EU) 2021/241, en met inachtneming van het hogere bedrag van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan, vertegenwoordigen de maatregelen die op doeltreffende wijze bijdragen tot de groene transitie 37,5 % van de totale toewijzing voor het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan, wat neerkomt op hetzelfde percentage als in het initiële plan. Die cijfers zijn berekend volgens de in bijlage VI bij Verordening (EU) 2021/241 beschreven methodologie. In dit licht wordt het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan geacht maatregelen te blijven bevatten die in hoge mate (score A) bijdragen tot de groene transitie, met inbegrip van biodiversiteit, of de aanpak van de daaruit voortvloeiende uitdagingen. Met betrekking tot het beoordelingscriterium van artikel 19, lid 3, punt f), van en bijlage V, criterium 2.6 bij Verordening (EU) 2021/241, en met inachtneming van de hogere maximale financiële bijdrage en het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan, vertegenwoordigen de maatregelen die op doeltreffende wijze bijdragen tot de digitale transitie 25,1 % van de totale toewijzing voor het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan, wat neerkomt op hetzelfde percentage als in het initiële plan. Die cijfers zijn berekend volgens de in bijlage VI bij Verordening (EU) 2021/241 beschreven methodologie. In dit licht wordt het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan geacht maatregelen te blijven bevatten die in hoge mate (score A) doeltreffend bijdragen tot de digitale transitie of de aanpak van de daaruit voortvloeiende uitdagingen.
(17)Met betrekking tot het beoordelingscriterium van artikel 19, lid 3, punt h), van en bijlage V, criterium 2.8 bij Verordening (EU) 2021/241, heeft Italië het meerlagige governancekader voor het herstel- en veerkrachtplan gewijzigd (Wetsontwerp nr. 13 van 24 februari 2023, omgezet in Wet nr. 41 van 21 april 2023), onder meer door de rol van het voorzitterschap van de Raad van Ministers bij de coördinatie van en het toezicht op het herstel- en veerkrachtplan uit te breiden. In het licht van de operationele aard van de wijzigingen en het behoud van de beginselen van het governancesysteem, worden de regelingen geacht afdoende te blijven (score A) om doeltreffend toezicht op en de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan te waarborgen, met inbegrip van het beoogde tijdschema en de beoogde mijlpalen en doelstellingen alsmede de bijbehorende indicatoren.
(18)Met betrekking tot het beoordelingscriterium van artikel 19, lid 3, punt j), van en bijlage V, criterium 2.10 bij Verordening (EU) 2021/241, hadden de wijzigingen van het governancekader voor het herstel- en veerkrachtplan (zie de vorige overweging) geen gevolgen voor het met het toezicht belaste auditorgaan of het unitaire opslagsysteem Regis. Italië heeft wetgeving vastgesteld betreffende de bevoegdheid van de Rekenkamer met betrekking tot het herstel- en veerkrachtplan (Wetsontwerp nr. 44 van 22 april 2023, omgezet in Wet nr. 74 van 21 juni 2023). Overwegende dat de algehele ex-ante- en ex-postevaluaties in stand blijven en niet onder de vastgestelde wet vallen, worden de regelingen geacht passend te blijven (score A) om corruptie, fraude en belangenconflicten bij het gebruik van de financiële middelen die op grond van deze verordening zijn verstrekt, te voorkomen, op te sporen en recht te zetten, en wordt verwacht dat de regelingen daadwerkelijk dubbele financiering in het kader van de verordening en andere Unieprogramma’s voorkomen. Dit laat de toepassing onverlet van andere instrumenten om de naleving van het Unierecht te bevorderen en te doen handhaven, onder meer om corruptie, fraude en belangenconflicten te voorkomen, op te sporen en recht te zetten en ter bescherming van de financiën van de Unie overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad.
(19)Met betrekking tot de beoordelingscriteria van artikel 19, lid 3, punten a), b), c), d), g), i) en k), van Verordening (EU) 2021/241 hebben de beperkte wijzigingen van het herstel- en veerkrachtplan geen gevolgen voor de positieve beoordeling van het initiële plan.
(20)Na de beoordeling door de Commissie dat het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan van Italië op bevredigende wijze voldoet aan de beoordelingscriteria van Verordening (EU) 2021/241, moet dit besluit overeenkomstig artikel 20, lid 2, van en bijlage V bij die verordening de wijzigingen van de hervormingen en investeringsprojecten bevatten die nodig zijn om het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan in aanmerking te nemen.
(21)Naast deze gerichte wijziging heeft Italië zijn voornemen bevestigd om een alomvattende wijziging aan te vragen van het uitvoeringsbesluit van de Raad, met inbegrip van een bijwerking overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 om de overeenkomstig artikel 11, lid 2, berekende bijgewerkte maximale financiële bijdrage in aanmerking te nemen.
(22)De totale kosten van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan worden geraamd op 191 499 177 889 EUR. In het bijzonder bedragen de geraamde kosten van de uit de financiële bijdrage van de Unie in de vorm van niet-terugbetaalbare steun gefinancierde maatregelen 68 897 310 054 EUR en de geraamde kosten van de uit steun via leningen gefinancierde maatregelen 122 601 867 835 EUR. Aangezien het bedrag van de geraamde kosten van de uit de financiële bijdrage van de Unie gefinancierde maatregelen in het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan lager is dan de bijgewerkte maximale financiële bijdrage die voor Italië beschikbaar is, moet de overeenkomstig artikel 11 berekende aan het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan van Italië toegekende financiële bijdrage gelijk zijn aan het bedrag van de geraamde kosten van de uit de financiële bijdrage van de Unie gefinancierde maatregelen in het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan.
(23)Uitvoeringsbesluit 10160/21 van de Raad van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het uitvoeringsbesluit van 13 juli 2021 van de Raad betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 1 wordt vervangen door:
“Artikel 1
Goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan
De beoordeling van het bijgewerkte herstel- en veerkrachtplan voor Italië op basis van de criteria van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 wordt goedgekeurd. De hervormingen en investeringsprojecten in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, de regelingen en het tijdschema voor de monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de relevante mijlpalen en doelstellingen, de relevante indicatoren voor het bereiken van de beoogde mijlpalen en doelstellingen, en de regelingen voor volledige toegang van de Commissie tot de relevante onderliggende gegevens, worden vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.”.
2) In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:
1.De Unie stelt aan Italië een financiële bijdrage ter beschikking in de vorm van niet-terugbetaalbare steun ten bedrage van 68 897 310 054 EUR. Een bedrag van 47 925 096 762 EUR wordt beschikbaar gesteld om uiterlijk 31 december 2022 in een juridische verbintenis te worden vastgelegd. Een extra bedrag van 20 972 213 292 EUR wordt beschikbaar gesteld om van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 in een juridische verbintenis te worden vastgelegd.
3) De bijlage wordt als volgt gewijzigd:
a) Deel 1: Hervormingen en investeringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan; 1. Beschrijving van hervormingen en investeringen;
i) in punt B3. Missie 1; Component 2: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor de leningen; wordt Investering 4 – Satelliettechnologie en ruimtevaarteconomie; vervangen door:
De investering is gericht op de ontwikkeling van satellietverbindingen met het oog op de digitale en groene transitie en om bij te dragen aan de ontwikkeling van de ruimtevaartsector. De investering is verder gericht op diensten zoals beveiligde communicatie en toezicht op de infrastructuur voor uiteenlopende sectoren van de economie en omvat daartoe zowel upstreamactiviteiten (lanceerdiensten, productie en exploitatie van satellieten en infrastructuur) als downstreamactiviteiten (producten en diensten op basis van satelliettechnologie). De investering omvat de toekenning van aanbestedingen en bestaat uit vier projecten: 1. SATCOM, bestaande uit activiteiten voor de ontwikkeling van technologie voor duaal gebruik en systemen voor de levering van zeer innovatieve satellietcommunicatiediensten voor gebruik door de overheid. 2. Aardobservatie (EO), bestaande uit i) upstreamactiviteiten: met inbegrip van specificatie, ontwerp, en ontwikkeling van een constellatie voor detectie op afstand (Synthetic Aperture Radar (SAR), hyperspectraal) en de aanschaf van lanceringen gericht op het monitoren van land, zee en de atmosfeer; ii) downstreamactiviteiten: de verwezenlijking van het project CyberItaly dat de totstandbrenging van een digitale replica van het land omvat. 3. Ruimtefabriek, bestaande uit twee subprojecten: i) Ruimtefabriek 4.0: de specificatie, het ontwerp en de bouw van digitale productie-, assemblage- en testfaciliteiten voor kleine satellieten en de invoering van een cyberfysiek productiesysteem en digitale twinning per satelliet, gericht op het tot stand brengen van een tweerichtingsverbinding tussen het digitale model en zijn fysieke tegenhanger; ii) Toegang tot de ruimte: onderzoek, ontwikkeling en prototyping met het oog op de verwezenlijking van groene technologieën voor de volgende generaties stuw- en lanceerraketten, met inbegrip van de demonstratie tijdens de vlucht van geselecteerde technologieën. 4. In-orbit-economie, bestaande uit de invoering van een demonstratiemodel voor in orbit-dienstentechnologieën voor in orbit-interoperabiliteit; de verhoging van de nationale capaciteit voor ruimtebewaking en -monitoring (SST), met inbegrip van een netwerk van grondsensoren voor het observeren en volgen van ruimteschroot; het ontwerp, de ontwikkeling, en de inbedrijfstelling van activa voor de verwerving en het beheer van en de levering van de datadienst ter ondersteuning van ruimteverkeerbeheersactiviteiten.
De investering heeft geen beoogde militaire of defensiedoelstellingen en -gevolgen.
ii) in punt C3. Missie 1; Component 3: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor de leningen; wordt de titel “ Investering 3.1 – Ontwikkeling van de filmindustrie (Cinecittà project)” vervangen door:
Investering 3.2: Ontwikkeling van de filmindustrie (Cinecittà project)
iii) in punt E1. Missie 2; Component 2: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun; wordt “Investering 4.4.2 – Vernieuwing van het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met treinen voor schone brandstoffen en universele dienstverlening” vervangen door:
“Investering 4.4.2 — Versterking van het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met emissievrije treinen en universele dienstverlening”. Deze investering bestaat uit de aankoop en ingebruikname van ten minste 53 emissievrije passagierstreinen (waarbij een trein bestaat uit minstens één locomotief en passagiersrijtuigen) en nog 100 rijtuigen voor universele dienstverlening. De algehele investering levert een totaal van minstens 471 eenheden, waarvan ten minste 53 locomotieven.
iv) in punt E1. Missie 2; Component 2: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun; wordt Investering 3.4 – Waterstoftesten voor spoormobiliteit vervangen door:
Deze investering bestaat uit de bouw van ten minste tien tankstations voor spoorwegen op basis van hernieuwbare waterstof langs ten minste zes spoorlijnen. De tankstations voor de waterstoftrein worden bij voorkeur gerealiseerd in de buurt van lokale productie-eenheden van hernieuwbare waterstof en/of waterstoftankstations voor autosnelwegen.
v) in punt E3. Missie 2; Component 2: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor de leningen; wordt Investering 3.2 – Waterstofgebruik in industrie waar emissiereductie moeilijk is, vervangen door:
Deze investering bestaat uit steun voor O&O&I in industriële processen om initiatieven te ontwikkelen voor het gebruik van waterstof in industriële sectoren die methaan gebruiken als energiebron voor thermische energie (cement, papierfabrieken, keramische en glasindustrie enz.). In het kader van deze investering wordt een specifieke aanbesteding uitgeschreven om staal-O&O&I voor het staalproductieproces te ondersteunen door een groter gebruik van waterstof. Er wordt geen aardgas gebruikt voor de productie van waterstof voor de rechtstreekse vermindering van ijzer. Deze maatregel ondersteunt de productie van waterstof op basis van elektrolyse met gebruikmaking van hernieuwbare energiebronnen in de zin van Richtlijn (EU) 2018/2001 (richtlijn hernieuwbare energie) of netelektriciteit.
vi) in punt F1. Missie 2; Component 3: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun; wordt Investering 2.1 – Versterking van de Ecobonus en de Sismabonus voor energie-efficiëntie en veiligheid van gebouwen vervangen door:
De Superbonus-maatregel financiert de energie- en seismische renovatie van woongebouwen, met inbegrip van sociale woningen in de zin van artikel 119 van het zogenaamde “Decreto Rilancio” dat is vastgesteld om de negatieve economische en sociale gevolgen van de pandemie aan te pakken. Het doel is tweeledig: 1) een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de energiebesparings- en emissiereductiedoelstellingen in het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan van Italië (PNIEC) voor 2030, en 2) anticyclische steun verlenen aan de bouwsector en aan de particuliere vraag om de gevolgen van de economische neergang te compenseren. De steun wordt verleend in de vorm van een belastingvermindering over een periode van vijf jaar. Er is bepaald dat begunstigden, als alternatief voor het instrument van belastingvermindering, in plaats van het rechtstreekse gebruik van de vermindering, tot en met 16 februari 2023 kunnen kiezen voor financiële instrumenten (z.g. “overmaking” of “korting op factuur”) om het probleem van de hoge initiële investeringskosten aan te pakken. Deze alternatieve instrumenten bepalen dat de verkregen belastingvermindering van de begunstigde voor gelijke bedragen wordt verricht in: 1. een bijdrage in de vorm van een korting op de vooruitbetalingsprijs van de leverancier (d.w.z. bouwondernemingen, ontwerpers of, meer in het algemeen, de hoofdaannemer) die deze korting rechtstreeks op de factuur verdisconteert en die in de vorm van een belastingkorting wordt teruggevorderd waardoor de kosten van de initiële investering worden verminderd; 2. een belastingkorting die moet worden overgedragen aan een financiële instelling, die vooraf het benodigde kapitaal zal betalen. Dit mechanisme compenseert de mogelijke ontmoediging om de renovatie uit te voeren vanwege hoge initiële investeringskosten. De keuze van de hoofdaannemer of de financiële instelling wordt aan de begunstigde overgelaten.
Appartementsgebouwen, eengezinswoningen, onverdeelde woningcoöperaties, non-profitorganisaties en vrijwilligersverenigingen, amateursportverenigingen en -clubs en sociale woningen kunnen van deze fiscale prikkel gebruikmaken. Om in aanmerking te komen, moet de renovatie worden geklasseerd als “grondige renovatie” (d.w.z. een middelmatige renovatie in de zin van Aanbeveling (EU) 2019/786 van de Commissie), met een verbetering van ten minste twee energieklassen (wat overeenkomt met een gemiddelde besparing van primaire energie van 40 %). Het toepassingsgebied van de subsidiabele interventies die onder deze maatregel vallen, is breed, met inbegrip van bijvoorbeeld rijdende interventies, gesleepte interventies, thermische isolatie van ondoorzichtige oppervlakken en interventies in airconditioningsystemen (ketels met rookgascondensor; warmtepompen; aansluiting op efficiënte stadsverwarmingsnetten onder specifieke voorwaarden; thermische zonne-energie; verwarmingsketels op biomassa onder specifieke omstandigheden), PV-systemen met bijbehorende opslagsystemen of infrastructuur voor het opladen van elektrische voertuigen. Maatregelen om het aardbevingsrisico van gebouwen te verminderen, maken ook deel uit van dit instrument en vertegenwoordigen naar verwachting ongeveer 14 % van het toegewezen budget. In twee ministeriële besluiten van 6 augustus 2020 zijn reeds de technische vereisten van de maatregelen en de procedures ter certificering van de naleving van de specifieke maximale eisen en kosten vastgesteld. De Superbonus is al operationeel sinds 1 juli 2020 en blijft van kracht tot en met 30 juni 2022 (voor sociale woningen tot en met 31 december 2022). Voor werkzaamheden in appartementsgebouwen of sociale woningen is er zes maanden langer toegang tot het voordeel, wanneer ten minste 60 % van de werkzaamheden vóór de hierboven vermelde data is uitgevoerd. Om meer tijd te geven voor complexere maatregelen is het de bedoeling de toepassing van de maatregel voor appartementsgebouwen te verlengen tot en met 31 december 2022 en voor sociale woningen tot en met 30 juni 2023, ongeacht of ten minste 60 % van de werkzaamheden is uitgevoerd. Deze maatregel doet naar verwachting geen ernstige afbreuk aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregel en de risicobeperkende stappen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren inzake het verslechteringsverbod (2021/C58/01). In het bijzonder maken de kosten voor de installatie van gasgestookte ketels met rookgascondensor maximaal 20 % uit van de totale kosten van het renovatieprogramma. Indien gasgestookte ketels met rookgascondensor worden geïnstalleerd ter vervanging van bestaande inefficiënte ketels op gas, kolen of olie, krijgen die een A-certificaat. Bovendien moet de installatie van aardgasketels voldoen aan de voorwaarden van de technische richtsnoeren inzake het verslechteringsverbod (2021/C58/01).
vii) in punt J1. Missie 4; Component 1: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun; Investering 1.1 – wordt het plan voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang vervangen door:
Het investeringsplan voor de leeftijdsgroep van 0-6 jaar is gericht op het vergroten van het aanbod aan kinderopvang door het bouwen, renoveren en waarborgen van de veiligheid van kinderdagverblijven en kleuterscholen, met het oog op een groter onderwijsaanbod en meer beschikbare plaatsen voor de leeftijdsgroep van 0-6 jaar, en zo de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De maatregel zal naar verwachting de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt stimuleren en verzorgers helpen om hun gezins- en beroepsleven te combineren. Opdat de maatregel voldoet aan de technische richtsnoeren inzake het verslechteringsverbod (2021/C58/01), sluiten de subsidiabiliteitscriteria in het bestek voor komende aanbestedingen de volgende activiteiten uit: i) activiteiten in verband met fossiele brandstoffen, met inbegrip van downstreamgebruik; ii) activiteiten in het kader van het EU-emissiehandelssysteem (ETS) waarbij de geraamde broeikasgasemissies niet lager zijn dan de relevante benchmarks; iii) activiteiten in verband met stortplaatsen, verbrandingsinstallaties en installaties voor mechanisch-biologische behandeling; en iv) activiteiten waarbij de langdurige opslag van afval schade kan toebrengen aan het milieu. In het bestek wordt bovendien bepaald dat alleen activiteiten mogen worden geselecteerd die in overeenstemming zijn met de toepasselijke Unie- en nationale milieuwetgeving.
viii) in punt J3. Missie 4; Component 1: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor de leningen; wordt Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting vervangen door:
De hervorming heeft tot doel particuliere entiteiten aan te moedigen om faciliteiten voor studentenhuisvesting op te zetten, waarbij het Ministerie van Onderwijs, Universiteiten en Wetenschappelijk Onderzoek een deel van de huurinkomsten voor de eerste drie jaar van exploitatie van de gebouwen bijdraagt. Het doel is het aantal beschikbare plaatsen voor uitwonende studenten uiterlijk 2026 te verhogen.
De beoogde investering heeft tot doel een brede toegang tot huisvesting te waarborgen, zodat een redelijk aantal studenten zich hoger onderwijs op het gebied en de plaats van hun voorkeur kan veroorloven, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond. Het is de bedoeling 60 000 slaapplaatsen toe te voegen, zodat de kloof tussen Italië en het EU-gemiddelde met betrekking tot het percentage studenten met studentenhuisvesting aanzienlijk wordt verkleind (18 % ten opzichte van de huidige 3 % in Italië). De investering omvat niet de aankoop van aardgasketels.
Reeds voorafgaand aan deze aanbesteding voor studentenhuisvesting bestemde accommodaties mogen niet worden meegeteld voor de doelstellingen. Om de uiteindelijke doelstelling van verwezenlijkte en toegewezen slaapplaatsen te bereiken, worden tussen 2021 en 2025 aanbestedingen uitgeschreven.
ix) in punt N1. Missie 5; Component 3: Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun; wordt Investering 3 – Gestructureerde sociaal-educatieve maatregelen ter bestrijding van onderwijsarmoede in het zuiden ter ondersteuning van de tertiaire sector vervangen door:
De maatregel is gericht op de bevordering van de tertiaire sector in de zuidelijke regio’s (Abruzzo, Basilicata, Campanië, Calabrië, Molise, Apulië, Sardinië en Sicilië) en op het verstrekken van sociaal-pedagogische diensten aan minderjarigen in het kader van de partnerschapsovereenkomst voor de programmeringsperiode 2021-2027 van het Europese cohesiebeleid.
De sociaal-educatieve maatregelen ter bestrijding van onderwijsarmoede en ter ondersteuning van de tertiaire sector zullen naar verwachting op de volgende gebieden plaatsvinden: - interventies voor kinderen van nul tot zes jaar om de voorwaarden voor toegang tot kinderopvang en kleuterscholen te verbeteren en ouderschap te ondersteunen; - maatregelen voor kinderen van vijf tot tien jaar, gericht op het waarborgen van doeltreffende onderwijsmogelijkheden en vroegtijdige preventie van schooluitval, pesten en andere noodsituaties; - maatregelen voor kinderen van 11-17 jaar, gericht op het verbeteren van het onderwijsaanbod en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. De interventies waarborgen de volgende essentiële elementen van de inschrijving: - De openbare aanbestedingen bedragen elk minstens 50 000 000 EUR. - De projecten van de entiteiten in de tertiaire sector duren ten minste één jaar en ten hoogste twee jaar.
x) in punt C4. Missie 1; Component 3: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M1C3-20 vervangen door:
|
M1C3-20
|
Investering 3.2 – Ontwikkeling van de filmindustrie (Cinecittà project)
|
Mijlpaal
|
Ondertekening van de contracten tussen uitvoeringsorgaan Cinecitta’ SpA en de ondernemingen voor de bouw van negen studio’s.
|
Ondertekening van de contracten
|
-
|
-
|
-
|
Q2
|
2023
|
Ondertekening van de contracten tussen uitvoeringsorgaan Cinecitta’ SpA en de ondernemingen voor de bouw van negen studio’s.
Deze steun omvat de bouw van nieuwe studio’s, het herstel van bestaande studio’s, investeringen in nieuwe digitale technologieën, systemen en diensten ter versterking van de Cinecittà filmstudio’s die door Cinecittà SpA worden beheerd.
Het contract tussen het uitvoeringsorgaan Cinecittà SpA en de ondernemingen moet selectie- en subsidiabiliteitscriteria bevatten voor de naleving van de technische richtsnoeren inzake het verslechteringsverbod (2021/C58/01) van ondersteunde activa/activiteiten en/of ondernemingen.
Verbintenis/doelstelling om 20 % te investeren in activa/activiteiten en/of ondernemingen die voldoen aan de selectiecriteria voor digitale tracering en 70 % met selectiecriteria voor klimaattracering.
|
xi) in punt E2. Missie 2; Component 2: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M2C2-16 vervangen door:
|
M2C2-16
|
Investering 3.4 – Waterstoftests voor spoormobiliteit
|
Mijlpaal
|
Toewijzing van middelen aan waterstoftests voor spoormobiliteit
|
Kennisgeving van de toewijzing van middelen
|
NVT
|
NVT
|
NVT
|
Q1
|
2023
|
Toewijzing van middelen volgens de procedures en criteria voor de bouw van tien tankstations voor spoorwegen op basis van waterstof langs zes spoorlijnen.
|
xii) in punt E2. Missie 2; Component 2: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M2C2-27 vervangen door:
|
M2C2-27
|
Investering 4.3 – Installatie van laadinfrastructuur
|
Mijlpaal
|
Toekenning van alle overheidsopdrachten voor de installatie van laadinfrastructuur M1
|
Kennisgeving van de toekenning van alle overheidsopdrachten voor de installatie van laadinfrastructuur
|
-
|
-
|
-
|
Q2
|
2023
|
Kennisgeving van de toekenning van alle overheidsopdrachten voor de bouw van minstens 4 700 laadstations in stedelijke gebieden (alle gemeenten). Dit kan een proefproject voor laadstations voor de opslag van energie omvatten.
|
xiii) in punt E2. Missie 2; Component 2: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M2C2-33 vervangen door:
|
M2C2-33
|
Investering 4.4.2: Versterking van het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met emissievrije treinen en rijtuigen voor universele dienstverlening.
|
Mijlpaal
|
Toekenning van alle overheidsopdrachten voor de versterking van het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met emissievrije treinen en rijtuigen voor universele dienstverlening.
|
Kennisgeving van de toekenning van alle opdrachten voor het regionale spoorwegnet voor openbaar vervoer met emissievrije treinen en universele dienstverlening.
|
NVT
|
NVT
|
NVT
|
Q2
|
2023
|
Kennisgeving van de toekenning van alle overheidsopdrachten voor de aankoop van emissievrije treinen.
|
xiv) in punt F2. Missie 2; Component 3: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M2C3-2 vervangen door:
|
M2C3-2
|
Investering 2.1 – Versterking van de Ecobonus en de Sismabonus voor energie-efficiëntie en veiligheid van gebouwen
|
Doelstelling
|
Superbonus en Sismabonus voor gebouwrenovatie T1
|
NVT
|
Aantal
|
0
|
17 000 000
|
Q2
|
2023
|
Voltooiing gebouwrenovatie
voor
ten minste 17 000 000 m2
resulterend in besparingen op primaire energie
van ten minste
40 % en verhoging van ten minste twee
categorieën energie-efficiëntiecertificaat.
|
xv) in punt J2. Missie 4; Component 1: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M4C1-9 vervangen door:
|
M4C1-9
|
Investering 1.1: Plan voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang
|
Mijlpaal
|
Toekenning van opdrachten voor de bouw, renovatie en het waarborgen van de veiligheid van kinderdagverblijven, kleuterscholen en voor voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang
|
Kennisgeving door de plaatselijke autoriteiten van de begunstigden van de financiering van overheidsopdrachten voor de eerste in aanmerking komende maatregelen
|
NVT
|
NVT
|
NVT
|
Q2
|
2023
|
Gunning van opdrachten en territoriale distributie voor kinderdagverblijven en kleuterscholen en voorzieningen voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang. De gunning geschiedt met inachtneming van het verslechteringsverbod (2021/C58/01) door het gebruik van een uitsluitingslijst en de eis van naleving van de relevante EU- en nationale milieuwetgeving.
|
xvi) in punt J4. Missie 4; Component 1: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor leningen, wordt rij M4C1-28 vervangen door:
|
M4C1-28
|
Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting
|
Mijlpaal
|
Toekenning van initiële opdrachten voor de bouw van extra eenheden studentenhuisvesting (bedden)
|
Bekendmaking van de toekenningen op de website van het Ministerie
|
NVT
|
NVT
|
NVT
|
Q2
|
2023
|
Toekenning van initiële opdrachten voor de bouw van extra eenheden studentenhuisvesting (bedden)
|
xvii) in punt J4. Missie 4; Component 1: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor leningen, wordt rij M4C1-30 vervangen door:
|
M4C1-30
|
Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting
|
Doelstelling
|
Aantal gebouwde en toegewezen eenheden studentenhuisvesting op basis van de bestaande of nieuwe wetgevingsprocedure
|
NVT
|
Aantal
|
0
|
60 000
|
Q2
|
2026
|
Er zijn ten minste 60 000 extra eenheden studentenhuisvesting (bedden) gebouwd en toegewezen op basis van hetzij Wet nr. 338/2000 als herzien in augustus 2022 of de nieuwe wetgevingsprocedure krachtens mijlpaal M4C1-29, Hervorming 1.7: hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting.
|
xviii) in punt L4. Missie 5; Component 1: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering voor leningsteun, wordt rij M5C1-18 vervangen door:
|
M5C1-18
|
Investering 5 – Oprichting van ondernemingen voor vrouwen
|
Doelstelling
|
Financiële steun aan ondernemingen is beschikbaar gesteld
|
NVT
|
Aantal
|
0
|
700
|
Q2
|
2023
|
Financiële steun is beschikbaar gesteld aan ten minste 700 extra ondernemingen ten opzichte van het basisscenario.
De uitvoering van steun aan vrouwelijk ondernemerschap verloopt door middel van reeds operationele instrumenten (Nito-ON and Smart&Start) en het bij de begrotingswet voor 2021 opgerichte nieuwe fonds. (Ondernemingen van vrouwen worden tot en met november 2020 ondersteund uit bestaande financiële instrumenten als het basisscenario)
|
xix) in punt N2. Missie 5; Component 3: Mijlpalen, doelstellingen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun, wordt rij M5C3-8 vervangen door:
|
M5C3-8
|
Investering 1.3: Gestructureerde sociaal-educatieve maatregelen ter bestrijding van onderwijsarmoede in het zuiden ter ondersteuning van de tertiaire sector;
|
Doelstelling
|
Educatieve ondersteuning voor minderjarigen (eerste reeks)
|
NVT
|
Aantal
|
0
|
20 000
|
Q2
|
2023
|
Ten minste 20 000 minderjarigen tot 17 jaar krijgen onderwijsondersteuning. De projecten zijn gericht op de volgende gebieden: • Interventies voor kinderen van nul tot zes jaar met als doel de voorwaarden voor toegang tot kinderdagverblijven en kleuterscholen te verbeteren en ouderschap te ondersteunen; • Maatregelen voor kinderen van vijf tot tien jaar gericht op het waarborgen van doeltreffende onderwijsmogelijkheden en vroegtijdige preventie van schooluitval, pesten en andere noodsituaties; • Maatregelen voor kinderen van 11-17 jaar, gericht op het verbeteren van het onderwijsaanbod en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Belangrijkste elementen van de aanbesteding: - De openbare aankondigingen bedragen ten minste 50 000 000 EUR. - De projecten van de entiteiten in de tertiaire sector duren ten minste één jaar en ten hoogste twee jaar. De acties vinden plaats in de regio’s Abruzzo, Basilicata, Campanië, Calabrië, Molise, Apulië, Sardinië en Sicilië.
|
b) Deel 2: Financiële steun, punt 1. Financiële bijdrage wordt als volgt gewijzigd:
i) in punt 1.4 Vierde tranche (niet-terugvorderbare steun), wordt de tranche “2 298 850 575 EUR” vervangen door “2 315 646 882 EUR”.
c) Deel 2: Financiële steun, punt 2. Leningen wordt als volgt gewijzigd:
i) in punt 2.3 Derde tranche (leningsteun) wordt rij M4C1-28 geschrapt;
ii) in punt 2.3 Derde tranche (leningsteun) wordt het bedrag van de tranche “10 344 827 586 EUR” in de laatste rij en kolom vervangen door “9 825 328 389 EUR”;
iii) in punt 2.4 Vierde tranche (leningsteun) wordt de volgende nieuwe regel ingevoegd na rij M2C4-21;
|
M4C1-28
|
Hervorming 1.7 – Hervorming van de regelgeving inzake studentenhuisvesting en investeringen in studentenhuisvesting
|
Mijlpaal
|
Nieuwe slaapplaatsen voor studenten in studentenhuisvesting
|
iv) in punt 2.4 Vierde tranche (leningsteun) wordt het bedrag van de tranche “16 091 954 023 EUR” in de laatste rij en kolom vervangen door “16 611 453 220 EUR”;
d) Deel 3: Aanvullende regelingen wordt vervangen door:
(1)Aanvullende regelingen voor de monitoring en de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan
De monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan voor Italië vindt plaats conform de volgende regelingen.
Overeenkomstig wetsontwerp nr. 77 van 31 mei 2021 als gewijzigd bij wetsontwerp nr. 13 van 24 februari 2023 is een aantal coördinatiestructuren opgezet voor de monitoring en de uitvoering van het plan. Hiertoe behoren met name: i) een stuurcomité (“cabina di regia”), opgericht onder het voorzitterschap van de Raad van Ministers, met als voornaamste taak sturing te geven aan de uitvoering van het plan; ii) een onder het voorzitterschap van de Raad van Ministers opgerichte missiestructuur, ten minste voor de looptijd van het plan en bevoegd om op te treden als centrale coördinatiestructuur voor de uitvoering en de monitoring van het plan; iii) een technische structuur onder het Ministerie van Economie en Financiën, dat de operationele monitoring van de uitvoering van het plan, de controle van de regelmatigheid van de procedures en onkosten van de verslaglegging, en de technische en operationele ondersteuning van de uitvoeringsfase uitvoert. De missiestructuur onder het voorzitterschap van de Raad van Ministers fungeert als enig contactpunt op nationaal niveau voor de Europese Commissie. Het Ministerie van Economische Zaken en Financiën zorgt ook voor de evaluatie van de resultaten van het plan. Sociale partners en andere belanghebbenden nemen deel aan de bijeenkomsten van de “cabina di regia” met het oog op hun betrokkenheid bij de uitvoering van het plan. Verder worden er op het niveau van iedere bevoegde centrale entiteit coördinatiestructuren opgezet, belast met het beheer, de monitoring, de verslaglegging en de controle van de maatregelen, onder meer met betrekking tot het toezicht op de uitvoering en de voortgang bij het bereiken van mijlpalen en doelstellingen. Tot slot worden in geval van problemen bij de uitvoering handhavingsmechanismen voorzien, onder meer door het activeren van substitutiebevoegdheden ten aanzien van de overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de maatregelen van het plan, teneinde een tijdige en doeltreffende uitvoering van projecten te waarborgen en ex-antemechanismen voor de oplossing van conflicten in te voeren.
Om de administratieve capaciteit voor de monitoring en de uitvoering te versterken, wordt voorzien in de aanwerving van tijdelijk personeel, onder meer voor de centrale overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de maatregelen van het plan en voor het Ministerie van Economie en Financiën (waaronder voor de centrale coördinatiestructuur en de Contabile del Portafoglio dello Stato), conform wet nr. 80 van 9 juni 2021, en voor de overheidsdiensten in het zuiden van Italië, die naar verwachting dienen ter versterking van de personele middelen die bij de planning en de besteding van de EU-middelen betrokken is, krachtens wet nr. 178 uit 2020. Daarnaast worden middelen toegewezen aan de door het voorzitterschap van de Raad van Ministers opgerichte missiestructuur met het oog op de doeltreffende werking ervan, krachtens wet nr. 13 van 24 februari 2023. Tot slot wordt voorzien in technische en operationele ondersteuning van centrale en lokale overheden bij de uitvoering van projecten, onder meer via een beroep op met publiek geld gefinancierde instanties, een pool van deskundigen voor technische bijstand en de mogelijkheid om een beroep te doen op externe expertise. Deze acties gaan gepaard met de uitvoering van maatregelen ter vermindering van de bureaucratie en ter vereenvoudiging van de administratieve procedures, krachtens wet nr. 77 van 31 mei 2021 en wet nr. 13 van 24 februari 2023.
De regelingen bepalen ook dat een nieuw geïntegreerd IT-systeem (“ReGis”) wordt opgezet. De bestaande auditdienst Inspectie-Generaal voor financiële betrekkingen met de Europese Unie (IGRUE), binnen het Ministerie van Economische Zaken en Financiën, wordt belast met de coördinatie van de auditsystemen en de uitvoering van de controles met de steun van de Ragionerie Territoriali dello Stato (RTS). Verbeterde regelingen met de Guardia di Finanza en de bevoegde onafhankelijke autoriteiten, zoals het nationale anti-corruptieagentschap ANAC, blijven van kracht om zo de rol te versterken die het Italiaanse rechtsstelsel al aan die autoriteiten toekent ter bescherming van de overheidsfinanciën, met inbegrip van die van de EU.
(2)Regelingen voor volledige toegang door de Commissie tot de onderliggende gegevens
Het Ministerie van Economische Zaken en Financiën treedt op als technische structuur voor de monitoring, met inbegrip van de voortgang betreffende mijlpalen en doelstellingen, en, in voorkomend geval, de uitvoering van controle- en auditactiviteiten, en voor het verstrekken van verslagen en het doen van verzoeken tot betaling. Het coördineert de verslaglegging van mijlpalen en doelstellingen, relevante indicatoren, maar ook kwalitatieve financiële informatie en andere gegevens, zoals met betrekking tot eindontvangers. De gegevenscodering vindt plaats op het niveau van de voor de maatregelen van het plan verantwoordelijke centrale overheidsdiensten, die de vereiste gegevens aan het Ministerie van Economische Zaken en Financiën rapporteren. Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 dient Italië na het bereiken van de desbetreffende overeengekomen mijlpalen en doelstellingen die zijn vermeld in Deel 2.1 van deze bijlage, bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek tot betaling van de financiële bijdrage en, waar van toepassing, van de lening in. Italië waarborgt dat de Commissie op verzoek volledige toegang heeft tot de relevante onderliggende gegevens ter staving van het naar behoren gemotiveerde verzoek tot betaling, zowel voor de beoordeling van het verzoek tot betaling overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 als voor audit- en controledoeleinden.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter