31997F0661

97/661/JBZ: Gemeenschappelijk standpunt van 6 oktober 1997 door de Raad vastgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende onderhandelingen in het kader van de Raad van Europa en de OESO over corruptie

Publicatieblad Nr. L 279 van 13/10/1997 blz. 0001 - 0002


GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT van 6 oktober 1997 door de Raad vastgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende onderhandelingen in het kader van de Raad van Europa en de OESO over corruptie (97/661/JBZ)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen K.3, lid 2, onder a), en K.5,

Overwegende dat de lidstaten de bestrijding van corruptie op internationaal niveau als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang beschouwen;

Gelet op het protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (1) dat op 27 september 1996 door de Raad is aangenomen;

Gelet op de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, die op 26 mei 1997 door de Raad is aangenomen (2);

Gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over het beleid van de Unie ter bestrijding van corruptie, van 21 mei 1997;

Overwegende dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa in november 1996 een actieprogramma tegen corruptie heeft aangenomen waarin de opstelling van een strafrechtelijk verdrag betreffende corruptie als prioriteit wordt aangemerkt;

Overwegende dat de Ministerraad van de OESO op 26 mei 1997 een aanbeveling over de bestrijding van corruptie bij internationale handelstransacties heeft aangenomen en heeft besloten onderhandelingen te beginnen over een internationaal verdrag voor het strafbaar stellen van corruptie door buitenlandse overheidsambtenaren, dat eind 1997 ter ondertekening zou kunnen worden opengesteld;

Rekening houdende met de lopende onderhandelingen in de Raad van Europa en de OESO en zich bewust van de noodzaak ervoor te zorgen dat de werkzaamheden binnen de Europese Unie hiermee parallel lopen;

Strevende naar bescherming van de belangen van de Unie en naar het voorkomen van nodeloze overlappingen of onverenigbaarheid tussen de in het kader van de Raad van Europa en de OESO opgestelde internationale instrumenten;

Overwegende dat de Europese Raad van Amsterdam het actieplan van de Groep op hoog niveau georganiseerde criminaliteit heeft goedgekeurd, waarin wordt gepleit voor een alomvattend plan ter bestrijding van corruptie,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De lidstaten steunen de opstelling van adequate internationale instrumenten voor het strafbaar stellen van corruptie door buitenlandse ambtenaren en ambtenaren van een internationale organisatie. Onverminderd bevoegdheidskwesties, moet de strafbaarstelling betrekking hebben op corruptie ten aanzien van staten of internationale organisaties.

2. De lidstaten zien erop toe dat de bepalingen - zo nodig via onderhandelingen over een daartoe strekkende specifieke clausule - van de in het kader van de Raad van Europa en de OESO opgestelde instrumenten verenigbaar zijn met de tussen hen onderling vastgestelde instrumenten, onder meer op het gebied van rechtshulp, uitlevering, bestrijding van corruptie en bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap.

3. De lidstaten pleiten voor samenhang tussen de lopende werkzaamheden in het kader van de Raad van Europa en de OESO betreffende corruptie, teneinde te voorkomen dat de bepalingen van de diverse ontwerpverdragen onderling onverenigbaar zouden zijn en dat de besprekingen binnen de ene organisatie de besprekingen in de andere nadelig zouden beïnvloeden of nodeloos zouden dupliceren.

4. Tijdens de onderhandelingen over corruptie in het kader van de Raad van Europa en de OESO zorgen de lidstaten zoveel mogelijk, op initiatief van het Voorzitterschap, voor de coördinatie van hun standpunten en streven zij ernaar overeenstemming te bereiken over alle kwesties die belangrijke gevolgen hebben voor de belangen van de Europese Unie. De Commissie wordt volledig bij deze werkzaamheden betrokken.

Artikel 2

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

Gedaan te Luxemburg, 6 oktober 1997.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. POOS

(1) PB C 313 van 23. 10. 1996, blz. 2.

(2) PB C 195 van 25. 6. 1997, blz. 1.